Waarom je de inwerkperiode van flexwerkers niet over het hoofd moet zien Geplaatst 20 september 2024 door Alexander Crepin In de huidige gigeconomie vertrouwen organisaties steeds vaker op flexwerkers – freelancers, uitzendkrachten en tijdelijke krachten. Dit doen ze om zowel kritieke tekorten op te vullen als bedrijfsresultaten te stimuleren. Toch krijgen deze werknemers vaak onvoldoende aandacht bij het inwerken. Het is tijd om deze aanpak te herzien en ervoor te zorgen dat tijdelijk personeel vanaf de eerste dag de ondersteuning krijgt die ze nodig hebben. Een mentaliteitsverandering: omarm Total Talent Management Om het potentieel van het personeelsbestand van een organisatie volledig te benutten, is een mentaliteitsverandering nodig. Door over te stappen van een traditionele visie op talent (die beperkt is tot vaste werknemers) naar een Total Talent Management, erken je dat alle werknemers – vaste, tijdelijke, freelance en tijdelijke – deel uitmaken van het succes van het bedrijf. Deze bredere visie erkent het belang van elke medewerker binnen het totale ecosysteem van het personeelsbestand en benadrukt de noodzaak van een allesomvattende onboarding voor elke arbeidskracht. De noodzaak voor Total Talent Management Flexwerkers zijn niet zomaar extra krachten; ze zijn een cruciaal onderdeel van de totale talentstrategie van de organisatie. Ze brengen unieke vaardigheden, expertise en perspectieven mee die innovatie, productiviteit en concurrentievermogen kunnen stimuleren. Hun inwerkervaring verschilt echter vaak van die van vaste werknemers, wat leidt tot gevoelens van isolatie, desinteresse en verminderde betrokkenheid. Het erkennen van de waarde van een Total Talent Management – waarbij elk type werknemer, ongeacht het type contract of salarisniveau, wordt beschouwd als onderdeel van het kerntalent van de organisatie – brengt het bewustzijn over de noodzaak van een inclusief en grondig onboardingproces voor al het personeel. Deze aanpak bevordert niet alleen een meer verenigd en gemotiveerd personeelsbestand, maar maximaliseert ook het vermogen van de organisatie om haar volledige talentpool te benutten. Waarom het inwerken van flexwerkers belangrijk is Het effectief inwerken van tijdelijk personeel is om verschillende redenen cruciaal: Sneller op volle kracht: Flexwerkers moeten vaak snel resultaten leveren, met minimale tijd voor oriëntatie. Een goed ontworpen inwerkprogramma kan de time-to-productivity verkorten en ervoor zorgen dat ze snel waarde toevoegen. Hogere kwaliteit: Veel flexwerkers werken aan kritieke projecten waarvoor hoge normen gelden. Een grondige onboarding zorgt ervoor dat ze de verwachtingen, kwaliteitscontroles en normen van de organisatie begrijpen. Minder risico’s: Flexwerkers werken mogelijk met gevoelige gegevens of in gereguleerde omgevingen. Een uitgebreide onboarding is essentieel om risico’s te beperken en ervoor te zorgen dat het beleid van de organisatie wordt nageleefd. Gezondheid en veiligheid: Flexwerkers kunnen te maken krijgen met verhoogde gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Een effectief inwerkprogramma informeert hen over relevante beleidsregels, procedures en veiligheidsprotocollen, waardoor potentiële gevaren worden beperkt. Employer Branding: De inwerkervaring bepaalt het beeld dat flexwerkers van de organisatie hebben. Een positieve ervaring kan de employer brand versterken, wat leidt tot betere mond-tot-mondreclame, online beoordelingen en een sterkere reputatie op de talentenmarkt. Strategieën voor het effectief inwerken van tijdelijk personeel Om de onboarding van tijdelijk personeel te verbeteren, moeten organisaties de volgende strategieën overwegen: Wees verstandig met het toewijzen van middelen: Besteed tijd, budget en personeel specifiek aan het ondersteunen van een goed inwerkprogramma. Zelfs binnen budgettaire beperkingen kan het geven van prioriteit aan onboarding op lange termijn voordelen opleveren voor de productiviteit en kwaliteit. Maak gebruik van technologie: Gebruik digitale tools en virtuele platforms om een naadloos en efficiënt onboardingproces te creëren. Dit verlaagt niet alleen de kosten, maar maakt onboarding ook toegankelijker voor externe of geografisch verspreide werknemers. Onboardingplannen aanpassen: Stem onboarding af op de specifieke behoeften van verschillende flexwerkers. Dit omvat het ontwikkelen van gepersonaliseerde inwerkplannen, vooral voor hoger betaalde professionals die mogelijk een meer gespecialiseerde oriëntatie nodig hebben. Stimuleer inclusieve communicatie: Zorg ervoor dat tijdelijk personeel wordt betrokken bij alle relevante communicatie binnen de organisatie, van bedrijfsmededelingen tot teamvergaderingen. Dit bevordert het gevoel erbij te horen en de betrokkenheid. Implementeer feedbackmechanismen: Zet systemen op voor tijdelijk personeel om hun inwerkervaringen te delen, verbeteringen voor te stellen en feedback te geven. Deze input is van onschatbare waarde voor het voortdurend verfijnen van het proces. Werk samen met flexwerk bureaus: Werk nauw samen met flexwerk bureaus om ervoor te zorgen dat flexwerkers goed worden voorbereid en ondersteund tijdens hun aanstelling. Bureaus kunnen ook de onboardingkosten delen. Uitdagingen aanpakken Het overwinnen van veelvoorkomende uitdagingen is de sleutel tot het succesvol implementeren van effectieve inwerkprogramma’s voor tijdelijk personeel: Budgetbeperkingen: Prioriteer uitgaven voor inwerkactiviteiten door waar nodig middelen te herschikken. Gebruik technologie om processen te stroomlijnen en werk samen met bureaus om kosten te besparen. Weerstand van interne belanghebbenden: Zorg voor draagvlak door de voordelen van een goed gestructureerd onboardingproces duidelijk te communiceren. Betrek belanghebbenden vroeg in het proces, betrek ze bij de besluitvorming en toon succes aan door middel van pilotprogramma’s. Juridische en politieke overwegingen: In veel rechtsgebieden richten overheden en regelgevende instanties zich steeds meer op het verduidelijken van het onderscheid tussen vaste werknemers en flexwerkers. Dit wordt ingegeven door de bezorgdheid dat voorwaardelijke werknemers, die functies kunnen vervullen die vergelijkbaar zijn met die van vaste werknemers, verkeerd kunnen worden ingedeeld, wat kan leiden tot overtredingen van arbeidswetten en collectieve arbeidsovereenkomsten. Door onboarding aan te bieden die sterk lijkt op die van vaste werknemers, lopen organisaties het risico de indruk te wekken dat voorwaardelijk personeel de facto vast personeel is, waardoor wettelijke vereisten voor herclassificatie zouden kunnen ontstaan. Om dit risico te beperken, moeten organisaties inwerkprocessen ontwikkelen die de (tijdelijke) aard van de inzet weerspiegelen en de benodigde introductie en inwerkondersteuning bieden. Werk samen met juridische adviseurs om ervoor te zorgen dat de onboarding voldoet aan de relevante wetgeving en voorkom dat voorwaardelijke werknemers onbedoeld worden behandeld als vaste werknemers. Definieer en communiceer duidelijk het onderscheid tussen voorwaardelijke en vaste functies en zorg ervoor dat alle partijen de specifieke voorwaarden en beperkingen van de aanstelling begrijpen. Voortdurend controleren en verbeteren Tot slot moeten organisaties regelmatig de effectiviteit van hun onboardingprocessen controleren en datagestuurde inzichten gebruiken om verbeteringen aan te brengen. Deze voortdurende evaluatie zorgt ervoor dat onboarding in lijn blijft met de veranderende behoeften van de organisatie en de verwachtingen van het contingente personeel. Conclusie Ingehuurd personeel, de aloude flex-schil is een essentieel onderdeel van de hedendaagse organisatie. Vanuit een Total Talent Management perspectief, gericht op de ‘Total Workforce’ moeten er voor iedereen een passende onboarding gemaakt en geleverd kunnen worden. Dat zal in hoge mate bijdragen aan de ‘worker experience’ en daarmee verbonden ‘employer brand experience’. Daarnaast verbetert het de productiviteit en de kwaliteit van het door de ingehuurde collega te leveren werk. Een passende onboarding sluit ook aan op de noodzaak om te voldoen aan de steeds belangrijkere compliance-eisen. Door bovendien in de Total Talent Onboarding de nodigde aandacht te geven aan gezondheid en veiligheid wordt ook het welzijn van alle medewerkers nog beter gewaarborgd. Met het opzetten en aanbieden van een goed doordachte, modulaire en digitale benadering van onboarding kan HR een prima en tastbare bijdrage leveren aan het optimaliseren van het volledige potentieel van al het talent in de organisatie, zowel van de flex als de vaste medewerkers. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags expertblog, flexwerkers, gigeconomie, onboarding, total talent management | Laat een reactie achter
Harde of zachte landing Belastingdienst bij handhaving? Geplaatst 19 september 2024 door Boris Emmerig Ryanair staat in de vliegwereld bekend om haar harde landingen; men doet dat bewust. In het debat dat op 12 september 2024 in de Tweede Kamer werd gevoerd over onder meer het opheffen van het handhavingsmoratorium, werd twaalf keer de term “zachte landing” gebruikt. Ook werd zesmaal gesproken over de “menselijke” kant, maat of gezicht. De staatssecretaris van Financiën bezwoer dat de Belastingdienst niet op “een hysterische manier” gaat handhaven. Ik geloof ook dat de beleidsmakers oprecht deze intentie hebben. Ik baseer dat bijvoorbeeld op de podcast die ik eerder samen met ZiPconomy en John Piepers (programmamanager Handhaving Arbeidsrelaties bij de Belastingdienst) heb gemaakt. Lees ook: Het einde van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is in zicht: wat nu? Uitspraak Hof Den Bosch Echter, zoals het bij het beoordelen van arbeidsrelaties aankomt op de feitelijke werkelijkheid en niet op de intenties van partijen, zo is dat ook hier. Ik geef een voorbeeld op micro-niveau. In het laatste debat in de Tweede Kamer verwees Thierry Aartsen naar een zaak over de aard van de arbeidsrelatie van timmerlieden die de Belastingdienst bij het Hof had verloren. Het betreft een uitspraak van Hof Den Bosch van 19 juni 2024. De staatssecretaris van Financiën stelde vlak voor het aflopen van de cassatietermijn ongemotiveerd cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad stelde daarop, zoals gebruikelijk, een termijn om het cassatieberoep nader te motiveren. Vlak voor het aflopen van deze termijn werd het cassatieberoep echter weer (opnieuw ongemotiveerd) ingetrokken. Deze manier van handelen is opmerkelijk en jaagt een belastingplichtige op de kast. Dit is niet wat ik mij voorstel bij een zachte landing. In de uitspraak van het Hof werden de Deliveroo-criteria toegepast. Criteria waarvan de staatssecretaris van Financiën zegt volop mee bezig te zijn om die te verduidelijken. En dan komt de vraag op waarom dan toch in eerste instantie besloten wordt tot het instellen van cassatie tegen een uitspraak waarin juist die criteria worden toegepast en daarmee worden verduidelijkt? Ik blijf het antwoord schuldig. Webmodule Kortom, the proof is in the eating of the pudding en niet iedere Inspecteur is hetzelfde. Ik spreek de hoop uit dat Inspecteurs worden geïnstrueerd geen gebruik te maken van de webmodule. Reden hiervoor is dat deze webmodule dateert van vóór het Deliveroo-arrest en daardoor niet alle daarin gegeven criteria zijn verwerkt (bv. het ondernemersgedrag van de werkende) en soms ook uit hun aard niet daarin kúnnen worden verwerkt (bv. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen). Wanneer men wel gebruik blijft maken van de webmodule, dan voorzie ik dat de landing minder zacht uitvalt dan gehoopt. Echter, die landing zal – hard of zacht – toch een keer moeten gebeuren. Lees ook: Kabinet negeert kritiek regeringspartijen op aanpak handhaving schijnzelfstandigheid Geplaatst in ZP en Politiek | Tags handhavingsmoratorium, Holla, schijnzelfstandigheid, wet dba | 3s Reacties
De koopkracht gaat er voor iedereen op vooruit. Behalve voor zelfstandigen Geplaatst 18 september 2024 door ZiPredactie De meeste Nederlandse huishoudens hebben volgend jaar een lichte koopkrachtstijging, van minder dan 1 procent. De meeste zzp’ers en sommige gepensioneerden gaan er in 2025 op achteruit. Dat blijkt uit berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) op basis van de Miljoenennota 2025. “Er verandert niet zoveel in de koopkracht van huishoudens, tenzij ze te maken krijgen met grote persoonlijke veranderingen natuurlijk. Maar dit kabinet begint voorzichtig, de aangekondigde lastenverlichting zien wij maar voor een gedeelte terug,” concludeert Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. Een belangrijke verandering is dat er een belastingschijf bij komt: het tarief in de eerste schijf gaat omlaag en het tarief in de tweede schijf gaat omhoog. Hierdoor gaan huishoudens minder belasting betalen. Tegelijkertijd gaat de algemene heffingskorting omlaag, waardoor het voordeel van de extra schijf beperkt of zelfs nadelig is. Zo betaalt iemand die dit en volgend jaar het minimumloon verdient €317 minder belasting in de eerste schijf, maar kost de verlaging van de heffingskorting diegene €200. Meer uren werken zal voor deze huishoudens volgend jaar meer opleveren. De reden waarom voor veel groepen zelfstandigen de koopkracht juist daalt, is de doorwerking van de verlaging van de zelfstandigenaftrek. Die gaat in 2025 omlaag naar €2.470 per jaar. In 2023 was de zelfstandigenaftrek nog €3.750, en in 2021 bedroeg de aftrek nog €7.030. In 2026 gaat deze aftrek verder terug naar €1.200 en in 2027 naar €900. Daarnaast daalt de mkb-winstvrijstelling in 2025 van 13,31 procent naar 12,7 procent. Dat zorgt dus voor een dalende koopkracht van 2,5%, of te wel € 76 netto minder per maand, voor bijvoorbeeld een alleenstaande zelfstandigen zonder kinderen met een inkomen van 35 duizend euro. Bron: Nibud Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags zelfstandigenaftrek | Laat een reactie achter
Kabinet wil 81% minder inhuur extern personeel bij Rijksoverheid Geplaatst 18 september 2024 door ZiPredactie Het kabinet-Schoof heeft een forse ambitie om de inhuur van extern personeel bij de kerndepartementen drastisch terug te dringen. Dit blijkt uit de diverse begrotingen die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt. In totaal moet het bedrag voor externe inhuur binnen vijf jaar met 81% afnemen. Bij het ministerie van VWS ligt de ambitie zelfs op een daling van 90%. Onder externe inhuur vallen kosten voor consultancy en ICT, zowel voor detachering als zzp-inhuur, maar ook uitzendkrachten. Het percentage van de totale loonkosten dat de Rijksoverheid uitgeeft aan extern personeel, loopt al jaren op. In 2023 was dit 15,4%, wat ver verwijderd is van het streefcijfer van 10% (de Roemer-norm). De stijging van externe inhuur is deels te wijten aan schaarste op de arbeidsmarkt en crises zoals de covid-pandemie, de afhandeling van de kinderopvangtoeslagenaffaire en het Groningen-dossier. Het kabinet zet hier nu dus radicaal het mes in. Bovenstaande cijfers gelden alleen voor de kerndepartementen; uitvoeringsorganisaties, agentschappen en dergelijke, zoals ook de Belastingdienst, zijn niet in deze cijfers te zijn meegenomen. Ook minder ‘vast’ De besparingen op externe inhuur komen overigens niet ten goede aan vaste banen. Ook daar heeft het kabinet-Schoof namelijk een stevige bezuinigingsambitie. In totaal moeten de kosten voor vast personeel met 22% omlaag, met uitschieters voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat. Geplaatst in Professioneel inhuren | 7s Reacties
Technische sectoren willen eenvoudiger technici buiten EU aan kunnen trekken Geplaatst 17 september 2024 door ZiPredactie De technische sectoren willen dat het makkelijker wordt om technici van buiten Europa aan te trekken. Zij willen dat het kabinet-Schoof een vakkrachtenregeling moet instellen. Daarmee wordt het eenvoudiger om mensen met een technische vooropleiding toe te laten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Zo’n regeling bestaat in onder meer Duitsland al. Deze oproep is ondertekend door FME, Koninklijke Bouwend Nederland, Koninklijke Metaalunie, WENB en Techniek Nederland. Vakkrachtenregeling dringend nodig Volgens de brancheorganisaties is een vakkrachtenregeling dringend nodig om te voorzien in de groeiende behoefte aan technisch personeel en de maatschappelijke uitdagingen op het gebied van energietransitie en woningmarkt aan te pakken. Daarnaast benadrukken de technische sectoren het cruciale belang van het behoud van de bestaande kennismigrantenregeling. Recent onderzoek van SEO Economisch Onderzoek laat zien dat er op dit moment een structureel tekort is aan 60.000 technici. Het tekort belemmert de bouw van nieuwe woningen en zet ook een rem op de energietransitie en de verduurzaming van de industrie. Cruciale sectoren Een internationale vakkrachtenregeling maakt reguliere, functionele en tijdelijke arbeidsmigratie van buiten de Europese Unie mogelijk voor cruciale sectoren, zoals de techniek. Zo’n regeling biedt een gecontroleerde en gerichte aanpak om technische vakmensen aan te trekken die niet onder de bestaande kennismigrantenregeling vallen. Een internationale vakkrachtenregeling maakt grip op migratie mogelijk, terwijl tegelijkertijd de beperkte arbeidsmigratie wordt ingezet voor sectoren die vitaal zijn voor de samenleving en de economie van Nederland. De technische sectoren vinden het belangrijk dat naast de internationale vakkrachtenregeling de bestaande kennismigrantenregeling overeind blijft. Randvoorwaarden van de regeling Een vakkrachtenregeling zou aan de volgende eisen moeten voldoen: Circulair: De vakkrachten worden hoofdzakelijk in hun thuisland opgeleid en komen vervolgens maximaal vijf jaar werken in Nederland. Na deze periode keren ze terug naar hun land van herkomst, waar ze met hun kennis en ervaring kunnen bijdragen aan de lokale economie. Gereguleerd: De regeling maakt het mogelijk om onder strikte voorwaarden tijdelijke werkvergunningen te verlenen aan technici van buiten Europa. Zo kan Nederland een deel van het arbeidstekort in cruciale sectoren oplossen. Huisvesting: Werkgevers zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en huisvesting voor de arbeidsmigranten. Dat is een belangrijke voorwaarde voor het bestrijden van malafide uitzendbureaus. De technische sectoren vinden het daarnaast belangrijk dat naast de internationale vakkrachtenregeling de bestaande kennismigrantenregeling overeind blijft. Via de kennismigrantenregeling is het op dit moment mogelijk om technisch talent naar Nederland te halen. Aanvalsplan Techniek De brancheorganisaties die de oproep doen, werken al langere tijd samen in het Aanvalsplan Techniek. Met dat plan willen ze het tekort aan technische vakmensen aanpakken. Met de maatregelen in het Aanvalsplan willen de technische sectoren onder meer de instroom in technische opleidingen vergroten, de uitstroom verminderen en levenslang leren stimuleren. Ook doelgerichte arbeidsmigratie is onderdeel van het plan. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmigratie, personeelstekorten, technici, techniek | 1 Reactie
Gemiste kans: ontbreken kabinetsvisie zzp zorgt voor beperkt draagvlak handhaving Geplaatst 17 september 2024 door ZiPredactie Het wat wonderlijke en soms ongemakkelijke debat over het zzp-beleid tussen Tweede Kamerleden en de bewindspersonen Van Hijum en Idsinga, klinkt een week later nog na. Wie had gedacht dat het kabinet, samen met de Tweede Kamer, meer duidelijkheid over het onderwerp ‘handhaving’, en dus rust zou brengen, kwam van een koude kermis thuis. Vragen bleven onbeantwoord en een duidelijke visie van het kabinet ontbrak. Geen debat Opvallend genoeg waren het juist de vier regeringspartijen die de meeste vragen en verzoeken hadden. Dit naar aanleiding van de Kamerbrief waarin het kabinet uiteenzet hoe de Belastingdienst na 1 januari de handhaving van de beoordeling van arbeidsrelaties zal aanpakken. Ze kregen nul op het rekest. Een inhoudelijk debat bleef uit. Met name staatssecretaris Idsinga, verantwoordelijk voor de Belastingdienst, kwam niet veel verder dan het herhalen van wat al in officiële documenten stond. Dit leidde tot zichtbare ergernis bij de Kamerleden. Maar het is ook een gemiste kans. Immers: je legt niets uit, toont geen onderliggende visie en werkt ook niet naar een oplossing toe. Lees ook verslag: Kabinet negeert kritiek regeringspartijen op aanpak handhaving schijnzelfstandigheid Regeerakkoord zonder betekenis Ook het regeerakkoord, dat na het debat werd gepresenteerd, bood geen richting. Het is uiterst summier over dit onderwerp: doorgaan met de handhaving en de nieuwe zzp-wet, die door het vorige kabinet is voorbereid. Eén zinnetje, in het akkoord of tijdens het debat, over hoe het kabinet omgaat met de brede weerstand uit de politiek en de polder tegen het laatste concept van Van Gennip, had een wereld van verschil kunnen maken. Het had richting gegeven, zelfs als men het niet eens was met de kritiek. In plaats daarvan verschuilt Van Hijum zich achter het antwoord dat de Hoge Raad nog moet geven aan het Gerechtshof Amsterdam over het juridisch ingewikkelde aspect van de Uber vs FNV zaak. Rechters de hete kolen uit het vuur laten halen, is geen teken van kracht. Bovendien kan het nog wel een half jaar of langer duren voordat dat antwoord er is. Zo koersen we met dit dossier mogelijk af op een herhaling van het Wet DBA-debacle van 2016/2017. Kern van het probleem BBB-Kamerlid Rikkers benoemde in het debat waarschijnlijk de kern van het probleem. Wie probeert te achterhalen wat er na 1 januari wel of niet mag, wordt verwezen naar de (online) webmodule. Deze is bedoeld voor opdrachtgevers. Ben je zelfstandige, dan word je in die webmodule doorverwezen naar de (online) ondernemerscheck. Het probleem: die twee zijn intern tegenstrijdig. Bij de ondernemerscheck kan iemand met dezelfde antwoorden als ondernemer worden beoordeeld, terwijl de webmodule concludeert dat diegene niet kan worden ingehuurd. Waarom dat zo is, valt uit te leggen. Het gaat om termen als holistische benadering, het verschil tussen arbeidsrecht en fiscaal recht, en dat een werkgever inhoudingsplichtig kan zijn voor loonheffing, terwijl iemand fiscaal gezien als ondernemer wordt beschouwd. Ook kan een werkgever een naheffing (vanaf 1 januari 2025) loonheffing verhalen op de zzp’er, wat niet vreemd is, omdat die belasting sowieso door de werkende moet worden betaald. Lees ook: Prof G. Boot over doorbreken zzp-discussie: “Maak onderscheid tussen civiele en fiscale kwalificatie” Niet uitlegbaar Je moet echter wel goed ingevoerd zijn in deze materie om dit allemaal te kunnen volgen en begrijpen. Dit geldt niet voor de doorsnee organisatie die met zzp’ers werkt, en evenmin voor de meeste zzp’ers zelf. De regels zijn simpelweg niet begrijpelijk, niet uitlegbaar en niet uitvoerbaar (zie het rapport van de Rekenkamer). Dit zijn de drie kernpunten van goed bestuur. Het gevolg is reacties zoals bij de inhuur van zzp’ers in de ICT bij de Rijksoverheid: dan stoppen we maar helemaal met het inhuren van zzp’ers. Als het kabinet deze onderliggende complexiteit en onduidelijkheid niet onder ogen wil zien, en het debat daarover met de Kamerleden uit de weg gaat, draagt dat niet bij aan het creëren van draagvlak. En dat terwijl niemand pleit voor het verlengen van het handhavingsmoratorium. Verder in de achterkamertjes Omdat de weerstand in het debat vooral uit de coalitie zelf kwam (met verschillende wensen), komt de ouderwetse achterkamertjespolitiek weer om de hoek kijken. Afstemming bij het opstellen van moties waarmee vooral de VVD en NSC het kabinet in beweging willen krijgen, is weer aan de orde. Het zal waarschijnlijk weer weken duren voordat erover gestemd wordt. Zonde. Met wat meer politieke lenigheid en vooral veel meer duidelijkheid was dat niet nodig geweest. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags schijnzelfstandigheid, zzp-debat, zzp-dossier | 11s Reacties