“Wendbare arbeidsmarkt vereist een ambitieuze en slagvaardige polder waar voldoende regelruimte is voor werkenden en organisaties” Geplaatst 7 september 2021 door Peter Runhaar In een eerder zomerinterview wees Martin Visser op het probleem dat de polder de markt in al haar breedte niet vertegenwoordigt. Zzp-organisaties zijn ook niet in staat om de zelfstandigen goed te vertegenwoordigen, vond hij. Ben je het met hem eens? “Ik ben het volledig met deze observatie van Martin Visser eens. Instituten als de SER en de Stichting van de Arbeid zijn geheel gebaseerd op de klassieke indeling in werkgevers en werknemers, een model dat stamt uit het industriële tijdperk. Daarmee worden bijvoorbeeld zelfstandigen onvoldoende gerepresenteerd. In de tweede plaats zijn de deelnemende koepelorganisaties zeker niet diverser geworden, waardoor bijvoorbeeld jongeren én specifieke sectoren onvoldoende aan bod komen. Ten slotte speelt ook dat de representativiteit van de vakorganisaties al langjarig afneemt.” Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht. Gidsland Wat is er voor nodig om hier beweging in te krijgen? “Het begint bij ambitie! Als je het hebt over de toekomst van de polder moet ik vaak denken aan een verhaal dat Guy Rider, de directeur-generaal van de ILO, jaren geleden hield in de SER. Hij stelde dat de wereld snel verandert en dat elke moderne economie behoefte heeft aan flexibiliteit. ‘De Nederlandse flexibilisering is een voorbode voor Europa’ zei hij, en ‘Nederland is een gidsland’. Hij wenste ons toe dat we zouden uitvinden hoe we de polder opnieuw konden inrichten om de sociaal-economische discussie langs de juiste weg te voeren. Ik vond dat een heel helder verhaal, vooral omdat het niet ging over de technocratische invulling, maar veel meer een oproep was: ‘Zie Nederland als gidsland en pak die uitdaging als polder met ambitie op’. Aan die uitdaging hebben we nog onvoldoende invulling gegeven. De SER, de vakorganisaties en de werkgevers zeiden onlangs gebroederlijk: ‘We gaan voor een Nieuw Rijnlands Model’. Ik dacht: ‘Dat is mooi! We creëren nu een vernieuwde polder’. Immers, dit zou voor die partijen hét moment geweest zijn om iets aan introspectie te doen en te zeggen dat het niet alleen meer aan de bestaande partijen is om de vragen op de huidige arbeidsmarkt te fixen, maar dat we hiervoor een breder pallet nodig hebben. Dit geldt voor de overlegorganen, maar zeker voor vakorganisaties. Zij hebben al heel lang te maken met een krimpend ledenaantal en beperkte diversiteit. In een eerder zomerinterview zei Zakaria Boufangacha (FNV) dat de bond ‘de organisatiegraad in de gaten moet houden’. Ik heb het daar ooit binnen de FNV uitgebreid over gehad. De vraag wat je zou moeten doen om weer significant te groeien gaat volgens mij niet over de hoogte van de contributie of de ledenvoordelen, maar over positionering, standpunten en ‘tone of voice’. Als je dat proces niet met ambitie in gaat, kom je in een cyclus terecht waarin het uiteindelijk alleen nog maar gaat over de verworven rechten van de laatste mensen die nog lid zijn.” Wat gaat er dan fout als we doorgaan op het huidige pad? “De langetermijnvraag is natuurlijk wat de relevantie van de polder in de toekomst zal zijn. De representativiteit is in de afgelopen twintig jaar gestaag afgenomen. Politiek en polder hebben belang bij elkaar. Ze moeten zich realiseren dat ze echt een interventie moeten doen als ze willen dat de polder over tien jaar haar belangrijke werk nog kan doen. Op korte termijn ligt mijn zorg vooral bij slagkracht. Kunnen we voldoende anticiperen op verandering? Voor het beeld: In 2008 kwam Android uit, in 2009 werd Uber opgericht en in 2010 publiceerde de SER een rapport waarin werd geadviseerd om te komen tot een eenduidige juridische definitie van de zzp’er. Sindsdien zijn Android en Uber wereldwijde marktleiders – en discussiëren wij al jaren over een webmodule.” Pluriform landschap Je bent interim-directeur geweest van FNV Zelfstandigen en hebt daarbij actief samengewerkt met andere zzp-verenigingen. Hoe kijk je naar het huidige zzp-landschap? En wat staat de zzp-verenigingen wat jou betreft concreet te doen? “Allereerst: het zp-landschap is op veel terreinen heel pluriform. Er zitten bijvoorbeeld bovengemiddeld veel zelfstandigen onder de armoedegrens én er zitten bovengemiddeld veel zelfstandigen bij de topinkomens. Op aspecten kan je onderscheid maken tussen sectoren of beroepsgroepen. Tegelijkertijd zie je dat, dwars door die diversiteit heen, zelfstandigen de eigen werksituatie zeer positief beoordelen en dat slechts een beperkt aantal, zo’n tien procent, liever in loondienst zou werken. Deze cijfers zijn al vele jaren zeer stabiel. De groep ervaart zelf dus maar een beperkt probleem en dat maakt het voor zzp-organisaties ook lastig om zich te positioneren. Als je zp’ers vraagt welk perspectief ze willen, dan is de samenvatting toch vaak ‘Laat ons met rust’. Dat zie je dan ook terug bij de zelfstandigenorganisaties, en dat is net te weinig; om mee te doen in de polder moet je je als zelfstandigenorganisatie breed in de discussie plaatsen en dus óók meedenken over de belangen van werknemers, werkgevers en opdrachtgevers. Als je zp’ers vraagt welk perspectief ze willen, dan is de samenvatting toch vaak ‘Laat ons met rust In de tweede plaats zou het natuurlijk helpen als de diverse zzp-organisaties tot een hechtere samenwerking komen. Goede samenwerking heeft eerder op een dossier als het creëren van ‘ZZP Pensioen’ zijn waarde bewezen. Gezien de pluriformiteit van de doelgroep is vertegenwoordiging per definitie moeilijk. Daarom schets ik óók het alternatief dat werknemersorganisaties zich veel actiever moeten afvragen hoe ze tot een bredere organisatie van ‘werkenden’ kunnen worden. Dat vergt vooral ook een genuanceerde omgang met minderheden. In het ledenparlement van de FNV is het eenvoudigweg ‘meeste stemmen gelden’; hoe zorg je dan dat minderheden als zelfstandigen en jongeren ook écht aan bod komen?” Ontregelen In de voorbereiding van dit interview zei je iets dat me triggerde: ‘Ontregelen brengt ons verder dan tot in detail regelen’. Wat bedoel je daarmee? “Om vernieuwing te creëren heb je speelruimte nodig; innovatie komt vaak voort uit meer en minder gelukte experimentjes. Dat geldt voor innovatie van de polder, van werkgeverschap, van arbeidsbemiddeling en van de individuele positie als werkende. Je ziet dat het optimaliseren van de eigen speelruimte voor veel mensen een belangrijke reden is om te kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap. Je kunt dan heel lang discussiëren over de juridische vraag of iemand zelfstandig is, maar je kunt óók nadenken over de vraag waarom het werkgevers nu niet lukt om voldoende speelruimte te creëren. Ik ben het met Evert Verhulp eens dat ‘theoretisch’ ook binnen een dienstverband veel meer autonomie mogelijk is; de praktijk leert echter dat het vooral achterliggende systemen zijn die onvoldoende ruimte bieden. Neem als voorbeeld de verpleegkundigen in de palliatieve zorg. Die kiezen er vaak voor om zp’er te worden omdat ze, door een samenloop van bekostiging in de zorg én de cao, in een dienstverband niet de zorg kunnen bieden die het beste is voor de patiënt. Of kijk naar een overheidsorganisatie die 20 zelfstandigen inhuurt omdat ze volgens ‘het systeem’ geen formatieplaatsen open hebben, maar nog wel een ander potje om zp’ers in te huren. Kijk naar een huisartsenpraktijk die vervanging netjes wil regelen, of naar de AOW-gerechtigde die nog door wil werken. Negatief gesteld is het zp-schap het overloopputje van de inflexibiliteit van ‘het systeem’; positief gesteld is de zp’er de olie in de machine. Die voorbeelden laten wat mij betreft iets zien: De enige manier waarop we kunnen zorgen dat mensen in de hun best passende contractvorm werken, is door organisaties voldoende regelruimte te geven om maatwerk te leveren aan individuele werkenden. Anne Megens zegt het terecht in haar interview: Focus op de kwaliteit van werk. Dat kan echter alleen als je als organisatie de ruimte krijgt om optimaal maatwerk aan werkenden te bieden. Doe je dat niet, dan regelen mensen zelf hun ruimte.” En wat betekent ‘ontregelen’voor polder en politiek? “Als interim-manager heb ik geleerd dat er een enorm verschil is tussen veranderen vanuit een visie en veranderen vanuit een probleem. Veranderen vanuit een probleem is makkelijker: Hoe urgenter het probleem, des te meer mensen ‘naar boven’ kijken voor een oplossing en besluiten accepteren. We zijn daardoor, zeker in een versnipperd politiek landschap, verslaafd aan het uitvergroten van problemen – en proberen die dan met nieuwe regelgeving te bestrijden. Dat laatste is een groot misverstand: het aanpassen van regelgeving leidt meestal niet tot het oplossen, maar tot het verplaatsen van problemen. Als je een probleem wil oplossen moet je ook concrete actie ondernemen die in de praktijk tot transitie leidt.” Het aanpassen van regelgeving leidt meestal niet tot het oplossen, maar tot het verplaatsen van problemen Kan je een voorbeeld noemen? “Het voorstel van de SER om de wet-DBA alleen te gaan handhaven voor ‘kwetsbare zelfstandigen’ met een uurtarief onder de 35 euro klinkt heel sympathiek. De echte vraag is: worden ‘kwetsbare schijnzelfstandigen’ dan ook echt in dienst genomen, of worden ze werkeloos, of krijgen ze een vaag 0-urencontract? Dit is precies waarom we ooit het handhavingsmoratorium in de Wet DBA bedachten: Handhaving dient alleen een doel als het onderdeel is van een bredere transitie. Gewetensvraag In dit voorbeeld is de gewetensvraag aan de polder natuurlijk of partijen in de SER óok verantwoordelijkheid nemen om die ‘kwetsbare schijnzelfstandigen’ dan ook echt in dienst te nemen. Alleen dan bereik je het echte doel!” Je hebt veel aandachtspunten benoemd voor werkgevers, zzp-organisaties en politiek. En je bent de laatste deelnemer in een serie van 10 zomerinterviews. Zou je een soort totaalbeeld kunnen schetsen van waar we staan en waar we naartoe moeten? “Ik hecht er in ieder geval aan om de noodzaak tot innovatie vanuit de polder heel scherp te benoemen, maar niet vanuit een probleemdefinitie. We kunnen onze uitdagingen op de arbeidsmarkt met optimisme oppakken. Er is de afgelopen decennia ongelooflijk veel veranderd, en wij hebben in Nederland bewezen uiterst wendbaar en weerbaar te zijn. Als je nu kijkt waar we als land staan, dan scoren we op alle lijstjes een positie in de top 10: op concurrentiekracht, op innovatie, op happiness en ga zo maar door. Ook tijdens de Corona-crisis blijken we over veel veerkracht te beschikken.” Het oude gezegde ‘Je moet niet wachten het dak te repareren tot het regent’ gaat dan op: We hebben de relatieve luxepositie om stappen te zetten vanuit ambitie en toekomstperspectief in plaats van ‘pleisters plakken’. Als we de komende jaren alle goede ideeën over werk en over de arbeidsmarkt die ik in de zomerinterviews heb gelezen zouden realiseren, ben ik ervan overtuigd dat we onze wendbaarheid en weerbaarheid ook in de toekomst verder kunnen versterken. Dat lukt alleen met een ambitieuze en slagvaardige polder waar voldoende regelruimte is voor werkenden en voor organisaties. Zoals gezegd begint dat bij een gedeelde ambitie. Van Malietoren tot vakorganisaties: Ik zie overal zeer gedreven mensen met heel veel expertise. De sleutel is hoe deze expertise en visie ook tot vernieuwing gaan leiden. Zolang als partijen het uitruilen van belangen en het verdedigen van machtsposities laten overheersen, sneuvelt al die inhoudelijke wijsheid. Dat is precies waarom ik dat verhaal van Guy Rider heb onthouden: Het gaat om het perspectief dat we kiezen. Denken we vanuit problemen en het behoud van verworven rechten, of gaan we nu vanuit ambitie en optimisme onze rol als gidsland gestalte geven?” Dit was het laatste interview in de serie Zomerinterviews. De hele serie is hier terug te lezen. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags innovatie, Polder, ser, vakbeweging, zomerinterview | Laat een reactie achter
Vijf vragen over online platform ZZP365 Geplaatst 7 september 2021 door Arthur Lubbers Robbert Jan de Rooij rolt vanuit de schoolbanken direct in de personeelsbemiddeling. Begonnen als intercedent bij een toen net gestart uitzendbureau (Artiflex), klimt hij op tot vestigingsmanager en al snel heeft hij meerdere Brabantse vestigingen onder zijn hoede. Later participeert hij als (franchise)ondernemer bij die uitzendorganisatie in een nieuw op te zetten uitzendbureau. Old school uitzenden – een nieuw kantoor, Gouden Gids, telefoon en aan de slag. In 2017 verkoopt De Rooij zijn aandelen. Niet lang daarna start hij samen met twee andere flexondernemers Goodweek, een backofficedienstverlener voor intermediairs, met name uitzendbureaus. De Rooij merkt dat veel intermediairs, opdrachtgevers en platformen steeds meer werken met zelfstandigen en dat die zzp-inhuurworkflows ‘vaak niet transparant, juridisch juist, efficiënt en gebruiksvriendelijk zijn ingericht’. Van daaruit ontstaat het idee voor ZZP365, een online platform waarop zowel zzp’ers als opdrachtgevers (intermediairs) al hun zaken kunnen regelen. 1.Waarom is een aparte backoffice voor zzp’ers nodig? “Veel intermediairs die met zelfstandigen werken doen dat met dezelfde softwaretools als die voor mensen in loondienst en uitzendkrachten. Dat moet je niet doen en dat moet je als branche ook niet willen. Verloning en ondernemerschapsafwikkeling zijn verschillende dingen, die moet je niet in één systeem stoppen. Dat is praktisch niet handig en zeker ook juridisch niet (als er gehandhaafd gaat worden). Een opdrachtgever die zelfstandigen inhuurt heeft nu eenmaal andere verantwoordelijkheden dat een werkgever die mensen in loondienst heeft. “Ook ethisch gezien is het niet juist. Waar uitzenden overgereguleerd is, is er voor zpp (nog) niet of nauwelijks een sociaal vangnet. Het goed regelen van inhuur van zzp’ers is ook een morele verplichting van bedrijven.” 2. Je zegt te streven naar ‘eerlijke verhoudingen’ op de zzp-markt. Wat bedoel je daarmee? “Iedereen heeft er baat bij dat het werken met zzp’ers op een maatschappelijk verantwoorde manier gebeurt, ook over tien of vijftien jaar. Daarvoor is regulering nodig. Natuurlijk is het lastig om te komen tot een integrale oplossing voor de hele zzp-markt die praktisch uitvoerbaar is. Helaas komt er in de praktijk een politiek compromis die moeilijk handhaafbaar is waardoor dat ook niet of nauwelijks gebeurt. Daar heeft niemand iets aan. “Waar het om gaat is dat alle partijen langere tijd, duurzaam en verantwoord willen samenwerken met elkaar, de zzp’er, de overheid en de markt. We moeten samen naar een werkbare, toekomstbestendige situatie met eerlijke verhoudingen. Dat spel moeten we fatsoenlijk spelen. Daarvoor is regulering nodig. Wij willen daarbij faciliteren dat de zzp-markt met onze tools zichzelf op een slimme manier kan gaan reguleren.” “Ik pleit er dan ook voor dat er een nieuwe norm voor zzp komt die handhaving eenvoudiger, overzichtelijker en vriendelijker maakt. Wat wij als ZZP365 doen is tooling aanbieden om dat eenvoudiger te maken. 3. Hoe maken jullie zzp-inhuur eenvoudig? “Wij kijken naar de huidige wet- en regelgeving en de verwachte ontwikkeling daarin. Wat is er binnen de huidige juridische kaders mogelijk en waar is behoefte aan? We maken als software ontwikkelbedrijf praktische tools waarbij handhaving gemakkelijk is. De ondernemerscheck (ondernemerstoets) en de webmodule (opdracht(gevers)verklaring) volledig geautomatiseerd in die tooling. Het is een ‘vriendelijke variant’ die werkbaar is voor zelfstandige en opdrachtgever. En het is een slimme module, waarbij je met variabelen kan spelen om aan de eisen te voldoen. Bijvoorbeeld, een metselaar met een relatief laag uurtarief moet wel meer dan drie opdrachtgevers hebben. Een adviseur met een heel hoog uurtarief die anderhalf jaar een klus doet bij een ziekenhuis, hoeft dat niet. Die parameters bepalen of het een geschikte klus volgens de huidige regelgeving is of niet. En die passen wij uiteraard aan bij nieuwe wet- en regelgeving.” “Hierdoor kunnen de zzp’ers en opdrachtgevers die met ons samenwerken met een gerust hart zeggen dat ze goedwillend zijn. Zij hebben de garantie dat zij juridisch goed zitten.” 4. Jullie doen niet zelf aan bemiddeling. Waarom niet? “We zijn inderdaad geen bemiddelaar. Wij zijn marktneutraal en nemen geen positie in. We werken voor intermediairs, opdrachtgevers, MSP’s en platformen. Waar andere platformen vraag en aanbod bij elkaar brengen (zoals Jellow of freelance.nl), doen wij dat juist niet. Wij zitten aan de achterkant. Dus die platformen zijn geen concurrenten, maar eerder mogelijke strategische partners. “Wij hebben alle tooling zelf gebouwd, met eigen middelen, en zijn niet afhankelijk van welke partij dan ook. We hebben met een volwaardig team een paar jaar fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van onze softwaretooling en backoffice-inrichting. Dat moeten we natuurlijk terugverdienen door schaalgrootte. Ik wil dan ook binnen een paar jaar minstens 10.000 zzp’ers blij maken met onze tooling. Wij willen een nieuwe norm voor zzp in Nederland worden, echt iets neerzetten voor de toekomst van zzp. “Ons doel is de zzp’er die ondersteuning te bieden die hij verdient. Zzp’er is eigenlijk een verkeerde term, het moet zijn een zp’er, een zorgeloos professional. Een modern werkende die de vrijheid heeft om te werken zoals hij of zij dat wil.” 5. Dat klinkt mooi, maar wat moeten die zzp’ers en opdrachtgevers daarvoor betalen? “Bij inhuur via een intermediair of opdrachtgever via ons platform betaalt die zzp’er nul euro. De opdrachtgever betaalt één euro per gewerkt uur. Zo maken we het heel toegankelijk voor de zelfstandige en bieden we de opdrachtgever de zekerheid dat alles netjes geregeld is. En die opdrachtgever kan de hele zzp-inhuur online (in een veilige omgeving, in de cloud) op maat efficiënt inregelen en we ontzorgen hem op juridisch, financieel en administratief gebied. We leveren én de tooling én verzorgen de backoffice. Grote partijen werken soms ook met onze tools onder een white label, dan leveren we gewoon de software en doen zij zelf de backoffice. Waar het om gaat is dat wij graag de ideale zzp-inhuur flow voor organisaties inrichten.” ZZP365: voor zzp’ers en opdrachtgevers ZZP365 is een online platform voor zowel opdrachtgevers als zzp’ers. Zzp’ers kunnen via dit platform vrijwel alles rondom hun bedrijfsvoering regelen, van ondernemerstoets, automatische factuurgeneratie, debiteurenbeheer, verzekeringen tot het ontwerpen van een eigen logo en website. ZZP365 neemt opdrachtgevers het dagelijkse werk rondom zzp-inhuur uit handen, variërend van screening van de zzp’er, goedgekeurde modelovereenkomsten, facturatie tot managementinformatie. Naast administratieve ondersteuning heeft werken via het platform als voordeel dat de opdrachtgever de juridische zekerheid heeft dat er altijd wordt gewerkt volgens de actuele wet- en regelgeving. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ZZP365 | Laat een reactie achter
Wet Arbeidsmarkt in Balans leidt tot flink minder tijdelijke banen. Maar geen aantoonbare vervanging door vaste contracten. Geplaatst 7 september 2021 door ZiPredactie De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) – die vaste arbeidsrelaties aantrekkelijker moet maken dan flexibele contracten – behoeft nog verdere uitwerking, zo blijkt uit econometrisch onderzoek van ABN AMRO. Sinds mei 2019 – de maand waarin de Eerste Kamer zou stemmen over het wetsvoorstel – werden in totaal ruim 77.000 arbeidsrelaties opgezegd als gevolg van de WAB: 5 procent van de 1,5 miljoen tijdelijke contracten. De wet pakt vooral zeer nadelig uit voor vrouwen, jongeren en lager opgeleiden. De WAB heeft niet geleid tot meer werk- en inkomenszekerheid, zo blijkt uit een analyse door ABN AMRO. Wel heeft de wet geleid tot meer zzp-contracten. Het gevreesde ‘waterbedeffect’ lijkt dus te zijn opgetreden. De angst was dat strengere regels tot meer zzp zouden leiden, omdat de WAB gelijktijdig is ingevoerd met nieuwe regels rond het inhuren van zzp’ers. Waar Minister Koolmees de WAB wel wist in te voeren, is de vervanging van de Wet DBA uitgebleven. Verloren flexbanen In welke mate de wet invloed heeft gehad op het aantal tijdelijke arbeidsrelaties, is moeilijk vast te stellen. Dat komt omdat er sprake is geweest van verstorende invloeden, zoals conjuncturele schommelingen, de coronacrisis, de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en andere factoren. Om het effect van de WAB inzichtelijk te maken, zijn deze factoren uit het onderzoek gefilterd. De onderzoekers bereikten dit door een ‘schaduwarbeidsmarkt’ te simuleren die in alle relevante opzichten lijkt op de Nederlandse arbeidsmarkt, met als enige verschil dat de WAB daar niet geïntroduceerd wordt. Het verschil in de ontwikkeling van het aantal flexcontracten in de werkelijkheid en het schaduwland, geeft het effect van de WAB aan. Hieruit blijkt zoals gezegd dat de WAB heeft geleid tot 5 procent meer beëindigingen van flexcontracten dan wanneer er geen WAB geweest zou zijn. Dat komt neer op 77.000 verloren flexbanen. Waterbedeffect zzp’ers Uit het onderzoek van ABN AMRO blijkt dat werkgevers die werken met een flexibele schil door de komst van de WAB geneigd waren uitzendkrachten en interne flexwerkers door zzp’ers te vervangen. De opgezegde tijdelijke banen zijn echter niet aantoonbaar vervangen door vaste contracten. Opmerkelijk is dat werkgevers vooral in de aanloop naar de wet, die op 1 januari 2020 van kracht werd, massaal tijdelijke contracten hebben opgezegd. Sinds de invoering zijn vele ex-flexwerkers zzp’er geworden. In de meeste sectoren was een duidelijke substitutie zichtbaar tussen zzp’ers en flexwerkers. In het vierde kwartaal van 2019 groeide het aantal zzp’ers met 2,5 procent op jaarbasis, precies de periode waarin de WAB de meeste beëindigingen van flexibele contracten veroorzaakte. Dat bracht het aantal zzp’ers naar meer dan 1 miljoen. Anderzijds was er in het eerste kwartaal van 2020 een afname van het aantal zzp’ers van 2,1 procent op jaarbasis. Dit was ook het moment waarop werkgevers hun pessimistische verwachtingen bijstelden en weer flexwerkers aannamen, zo stelt ABN AMRO in haar rapport. Koolmees was gewaarschuwd Kamalika Patra, Sector Analist Zakelijke Dienstverlening van ABN AMRO. “De WAB is bedoeld om vaste arbeidsrelaties voor werkgevers aantrekkelijker te maken dan flexibele arbeidsrelaties. Uit het onderzoek blijkt dat al vanaf mei 2019 maar liefst 77.000 tijdelijke contracten zijn opgezegd, maar deze niet aantoonbaar zijn vervangen door vaste contracten. Flexwerkers kwamen deels in de WW terecht, terwijl werkgevers overstapten op zzp’ers. Zij pasten hun flexibele schil aan, vooruitlopend op de kostenverhogingen die de WAB zou veroorzaken. Hieruit blijkt dat het doel van de WAB – meer werk- en inkomenszekerheid voor werknemers en meer flexibiliteit voor werkgevers – niet aantoonbaar is bereikt.” Minister Koolmees is bij de invoering van de WAB uitvoerig gewaarschuwd voor dit ‘waterbedeffect‘. In het regeerakkoord was afgesproken dat deze WAB en de nieuwe inhuurregels voor zzp (de vervanging van de Wet DBA) tegelijk zouden worden ingevoerd. Omdat die nieuwe Wet DBA ingewikkelder bleek dat verwacht, koos de minister er toch voor om de WAB alvast in te voeren. Ook omdat hij vond dat het ‘waterbedeffect WAB en nieuwe Wet DBA niet te voorspellen’ was. Zoals bekend is het dit kabinet uiteindelijk niet gelukt om de Wet DBA te vervangen. Het volledige rapport van ABN AMRO is hier te vinden Lees meer over de (invoering en effecten) van Wet Arbeidsmarkt in Balans in dit artikeloverzicht Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Koolmees, Wet Arbeidsmarkt in Balans | Laat een reactie achter
Proeve van Bekwaamheid bij aanbestedingen, een vloek of zegen? Geplaatst 6 september 2021 door Arthur Lubbers Een freelance data scientist postte onlangs op LinkedIn dat hij op één dag veertien keer is benaderd door MSP’s en brokers voor een opdracht bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Het bijzondere is dat er helemaal geen functie open staat bij het CJIB voor een data scientist. Het gaat hier om een zogenoemde Proeve van Bekwaamheid, waarbij het CJIB wil kijken welke flexleveranciers in staat zijn binnen een dag een cv voor te leggen met dit profiel. De freelancer vraagt zich openlijk af wat zo’n test voor zin heeft. En hij is niet de enige. Uit de meer dan 50 reacties blijkt dat het onderwerp Proeve van Bekwaamheid leeft. Dit bepaalt namelijk of een inschrijvende partij wel of niet kans maakt de opdracht te krijgen. En daar hangt dus nogal wat van af, zeker als je bedenkt dat er momenteel overheidsaanbestedingen lopen met een totale omvang van rond € 2 miljard. De kritiek op de praktijk van de Proeve van Bekwaamheid wordt breed gedragen onder marktpartijen zoals MSP’s, brokers en ICT-leveranciers, maar zij spreken zich niet graag in het openbaar hierover uit. Een van de weinigen die dat wel doet is Thijs Maters van intermediair Harvey Nash. Maters’ opbouwend bedoelde kritiek spitst zich toe op de relevantie van de kwaliteitsvragen en de Proeve van Bekwaamheid die bij aanbestedingen gevraagd worden. “Ik ben niet tegen de Proeve van Bekwaamheid, maar zie in de praktijk voorbeelden die niets zeggen over waar het om gaat in onze dienstverlening; het kunnen leveren van de juiste professionals voor de juiste tarieven.” Irrelevante vragen Zo noemt Maters het gebrek aan relevantie van de kwaliteitsvragen een ‘zorgelijke ontwikkeling’. Hij geeft talloze voorbeelden van irrelevante vragen, waaronder deze twee: BUZA vraagt in een recente aanbesteding om een profielschets van de accountmanager (van de partij die extern personeel levert); hoe zorgt u voor een bestendige relatie gedurende de looptijd van de raamovereenkomst? Hoe monitort u de prestaties van de accountmanager? En hoe wordt de input van de accountmanager in de organisatie verwerkt ten dienste van de dienstverlening aan Buitenlandse Zaken? Het CJIB acht kennisontwikkeling binnen de eigen organisatie van groot belang en vraagt daarom van de leverancier: Beschrijf het proces van kennisdeling en -borging van de bij CJIB geplaatste ICT-professionals en op welke wijze zich dit vertaalt naar meerwaarde voor CJIB. (..) Oftewel: hoe zorgt de inschrijver (leverancier van extern personeel) ervoor om als collectief de extra meerwaarde te bieden voor het CJIB als het gaat om (specialistische) kennisoverdracht binnen en over de eigen vakgebieden? Als je bedenkt dat er in totaal maar een of twee kwaliteitsvragen gesteld worden, kun je je afvragen waarom deze over dergelijke bijzaken gaan. De doelstelling van deze aanbestedende overheidsorganisaties is steeds hetzelfde; kwalitatief goede ICT-Professionals tegen een marktconform tarief ter beschikking te krijgen voor tijdelijke opdrachten. “Daarover geven dergelijke kwaliteitsvragen toch geen inzicht? Natuurlijk hebben collectieve meerwaarde en kennisoverdracht ook met de inhuur te maken, maar als je alleen die vragen stelt, mis je toch de kern”, stelt Maters die de vergelijking trekt met de aanschaf van een auto. “Daarbij stel je toch ook eerst de relevante vragen – wil ik een sedan of hatchback, een benzine of elektrische auto? Dan kijk je toch ook niet alleen naar de details – hoeveel graden wordt de stuurverwarming, zijn er verwarmde buitenspiegels of hoeveel koffiebekerhoudertjes zitten erin? Dat zijn niet de kernvragen.” Primaire dienstverlening Maters vraagt zich af hoe relevant bovenstaande vragen zijn en waarom er zoveel waarde aan wordt toegekend. “Primair zouden de vragen toch moeten gaan over hoe wij als inschrijvende partij in staat zijn onze dienstverlening in te vullen. Ik verwacht dan vragen als: wat is jullie visie op de arbeidsmarkt? Hoe ontsluiten jullie de arbeidsmarkt? Hoe verloopt jullie wervingsproces?” In de optiek van Maters wordt door de aanbestedende partij vaak ‘een bijzaak tot hoofdzaak verheven’ en is er te weinig ruimte binnen de aanbestedingen om te laten zien of je als intermediair in staat bent het uiteindelijke doel te bereiken, namelijk het kunnen leveren van kwalitatief goede ICT-professionals tegen een marktconform tarief. “Er wordt te vaak vanuit gegaan dat elke leverancier wel kandidaten kan leveren. Maar – zeker voor ICT-profielen en de krapte op de arbeidsmarkt – juist daar zit het onderscheidend vermogen tussen verschillende leveranciers. Het vinden en binden van geschikte kandidaten is de kern van de gevraagde dienstverlening. Daar zou het om moeten gaan.” Paarse krokodil En dan hebben we het nog niet eens over de strenge vormvereisten bij aanbestedingen, voegt Maters daaraan toe. “Gebruik je een verkeerd lettertype of verkeerde regelafstand waardoor het vereiste maximum van één of twee A4-pagina’s nét wordt overschreden, dan word je al uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding. Dat is toch disproportioneel. Dat roept bij mij het beeld van de paarse krokodil op.” Ook heeft hij in de praktijk wel eens ondervonden dat de beoordelingen ver uit elkaar kunnen liggen. “Wij hebben bij de beantwoording van een vraag die in twee verschillende aanbestedingen zijn gesteld een keer een ‘1’ gescoord terwijl we in de andere aanbestedingen met hetzelfde antwoord een van de hoogste scores hadden.” Cv’s voorleggen Even terug naar het voorbeeld van de freelance data scientist. Die is benaderd omdat het CJIB als Proeve van Bekwaamheid van inschrijvende partijen (MSP’s/brokers) wil weten of zij binnen een dag één of twee cv’s kunnen voorleggen, een vorm die in de praktijk veel voorkomt. Volgens Maters zegt het voorleggen van twee anonieme cv’s niet zoveel. “Er worden dan kandidaten op één dag door 15 leveranciers benaderd voor een nep-aanvraag. Daar zit die kandidaat niet op te wachten. Die zou misschien wel geïnteresseerd zijn als het om een echte aanvraag gaat en we een paar dagen de tijd hebben om een serieuze werving- en selectie te doen.” Opnieuw de analogie met de aanschaf van een auto, waarbij je de Proeve van Bekwaamheid kan vergelijken met een proefrit. “Als je binnen één dag twee cv’s moet aanleveren voor niet-bestaande opdracht, test je iets wat in de praktijk niet voorkomt. Dat is alsof je met een Kia gezinswagen off road gaat rijden, terwijl je de auto in werkelijkheid voor de stad en de snelweg gebruikt.” Zijn conclusie: “De Proeve van Bekwaamheid moet veel dichter tegen de praktijk aanliggen.” Er worden kandidaten op één dag door 15 leveranciers benaderd voor een nep-aanvraag. Daar zit die kandidaat niet op te wachten. Thijs Maters (Harvey Nash) En daarmee is Tjebbe van Oostenbruggen, algemeen directeur van Brainnet, het wel eens. Over het voorbeeld van de data scientist zegt hij: “Een Proeve van Bekwaamheid die op deze manier wordt uitgevoerd is niet relevant en zegt niets over de kwaliteit van een inschrijver. Het gaat in deze situaties alleen maar om wie de beste professional op internet (lees: LinkedIn) weet te vinden. En dus niet in hoeverre de broker/ MSP in staat is om de markt te ontsluiten, zijn netwerk in te zetten en de juiste professional tegen een marktconform tarief weet te contracteren. “Het gaat hierbij om fictieve aanvragen, dit zegt dus niets over het daadwerkelijk kunnen leveren op echte inhuuraanvragen. Dan heb je namelijk ook te maken met andere factoren zoals tarief, beschikbaarheid, inhoud van de opdracht, voorwaarden van de opdracht en opdrachtgever etc.” Cases In de praktijk ziet Van Oostenbruggen dan ook dat het opleveren van cv’s als Proeve van Bekwaamheid steeds minder vaak voorkomt. Tegenwoordig wordt vaker gekozen voor een casus die in korte tijd moet worden beantwoord. Een goede ontwikkeling, vindt Van Oostenbruggen. “Deze werkwijze is al een sterke verbetering ten opzichte van een ‘Proeve’ waarin enkel cv’s moeten worden opgeleverd. Dit kan ook gezien worden als een Proeve van Bekwaamheid, maar dan minder ‘papieren werkelijkheid’ en meer de ‘toetsing van de skills’ van het team dat het moet gaan uitvoeren.” Maar ook hierbij ziet Maters in de praktijk voorbeelden die niet stroken met de realiteit. “Dan krijg je bijvoorbeeld een probleemstelling van een technische casus op het gebied van ICT die binnen een paar uur opgelost dient te worden. Wij hoeven en kunnen die casus niet zelf te doorgronden, maar moeten aantonen dat we over een goed netwerk beschikken. Het komt er op neer dat wij dan een zzp’er moeten bellen en vragen om zijn werk direct te laten vallen om die case voor ons uit te werken. De meeste professionals willen daar helemaal niet aan meewerken. En nogmaals, wat zegt dat nou echt over onze dienstverlening?” Papieren exercities voorkomen Is de Proeve van Bekwaamheid dan een nutteloos instrument om de kwaliteit van dienstverlening van de inschrijvende partij bij aanbestedingen te beoordelen? “Nee”, zegt Patrick Hendriks, die vanuit de inkoopkant veel ervaring heeft met aanbestedingen voor de inhuur van extern personeel door (overheids)organisaties. “Ik begrijp de frustratie wel, als je als kundige partij – mede vanwege feitelijk verkeerde redenen – een opdracht niet krijgt, maar dan kun je nog niet stellen dat het allemaal niet deugt.” Als een Proeve van Bekwaamheid op een juiste manier wordt uitgevraagd, is daar op zich niets mis mee. Patrick Hendriks Hendriks deelt de kritiek van flexleveranciers wel enigszins. “Natuurlijk heeft Thijs Maters gelijk als hij zegt dat in bovenstaande voorbeelden teveel wordt gevraagd naar bijzaken en de hoofdzaak – kunnen de leveranciers de juiste kandidaten leveren? – over het hoofd dreigt te worden gezien.” Maar dat betekent volgens Hendriks niet dat de Proeve van Bekwaamheid maar moet verdwijnen. Integendeel. Van oudsher klinkt al de kritiek dat de ‘beste inschrijving wint, niet de beste leverancier’. De intentie van een Proeve van Bekwaamheid is volgens hem nou juist om te voorkomen dat een aanbesteding een papieren exercitie is, waarbij partijen de meest mooie antwoorden geven waar – zodra het contract is getekend – in de praktijk niets van terecht komt. “Als een Proeve van Bekwaamheid op een juiste manier wordt uitgevraagd, is daar op zich niets mis mee. Het is in ieder geval beter dan wat het was, namelijk niets concreets”, waarmee Hendriks al aangeeft dat dit in de praktijk nog lang niet altijd vlekkeloos verloopt. Hij pleit voor heldere spelregels in de keten en meer duidelijkheid zodat iedereen van tevoren weet dat er sprake is van een Proeve van Bekwaamheid en geen echte openstaande functie. Hendriks verwacht dat de Proeve van Bekwaamheid in de markt steeds beter toegepast zal gaan worden bij aanbestedingen. “Ik denk dat zowel de aanbestedende als de marktpartijen er samen aan moeten werken om het te verbeteren. Functioneel uitvragen blijft een kunde en daar kan de Proeve van Bekwaamheid een nuttig middel in zijn. De Proeve van Bekwaamheid moet en gaat zich nog verder ontwikkelen. En ik denk oprecht dat een professionele inkoper bij de overheid daar best voor openstaat.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, inkoop, Proeve van Bekwaamheid | Laat een reactie achter
Flextender en Poolz voortaan samen aan de slag met ‘eerlijke inhuur’ Geplaatst 6 september 2021 door ZiPredactie Inhuurplatform Flextender heeft Poolz overgenomen, een producent van software voor talentmanagement. Nu Poolz onderdeel is van de Flextender Group, kunnen beide partijen hun klanten een uitgebreidere dienstverlening bieden. Bovendien komen ze samen op voor echt onafhankelijke MSP-dienstverlening voor de publieke sector, vertellen de oprichters aan ZiPconomy. Samen aan de slag met eerlijke inhuur De twee bedrijven vullen elkaar goed aan, denken Jaap Jan Westland (adjunct-directeur van Flextender) en Haike Spek (mede-oprichter van Poolz). Als dienstverlener en softwareproducent waren ze geen directe concurrenten, maar ze hebben wel veel gemeen. Beide bedrijven bestaan sinds 2011 en zijn actief in de publieke sector. “Ook qua visie en cultuur lijken we op elkaar, we lachen om dezelfde stomme dingen en blijven relaxt als iets niet in één keer perfect is”, zegt Spek. “Bovenal vinden we het allebei belangrijk dat inhuurprocessen transparant en eerlijk verlopen.” Volgens Spek is die gedeelde visie één van de belangrijkste reden om Poolz onder te brengen bij Flextender. “Ik was al lang gecharmeerd van de manier waarop Flextender zaken doet”, zegt de mede-oprichter van Poolz. “Het bedrijf wil echt de beste oplossing bieden voor opdrachtgever en opdrachtnemer, zonder zelf stiekem beter te worden van een bepaalde match. Dat vind ik een verademing, want ik weet dat er legio partijen zijn die het anders doen. Door onze software te koppelen aan het inhuurproces van Flextender, kunnen we eerlijke inhuur nog makkelijker maken.” Perverse prikkels bij aanbestedingen In een eerder interview waarschuwde Flextender-directeur Rick Groot al voor belangenverstrengeling bij aanbestedingen. Hij zag dat MSP’s vaker eigen kandidaten mogen leveren en volgens hem leidt dat tot perverse prikkels. “MSP-dienstverlening gebeurt tegen een geringe marge, een bescheiden opslag per gewerkt uur”, vertelde hij. “Maar op het moment dat je een eigen kandidaat mag plaatsen is de extra marge al gauw € 15 per uur of meer. […] In een extreem competitieve markt is het dus rendabeler om eigen kandidaten te leveren en staat het belang van de klant dus niet meer voorop.” Dit thema is actueler dan ooit, zegt Westland. Hij denkt dat inhurende partijen zich gewoon niet bewust zijn van de nadelen. “Een onafhankelijke MSP is het best voor iedereen”, vertelt hij. “Flextender heeft geen detachering en geen eigen kandidaten. Iedere kandidaat maakt zo even veel kans, of je nu werkt als zzp’er of voor een grote detacheerder. En de opdrachtgever weet dat hij de beste kandidaat krijgt voor de beste prijs.” Warme stoelen Nog een probleem dat Flextender en Poolz willen aanpakken: ‘fake aanvragen’ of ‘warme stoelen’. Dit zijn aanvragen op marktplaatsen waarvan de opdrachtgever al weet dat de huidige kandidaat blijft, maar vanwege aanbestedingsregels de aanvraag opnieuw moet uitzetten. Westland probeert klanten te motiveren om echt nieuwsgierig te zijn naar andere kandidaten. “Dat is tenslotte het doel van deze aanbestedingsregel”, zegt hij. “Dat een inhurende manager al iemand op het oog heeft, dat kun je niet tegengaan. Dat hoeft ook niet, zolang hij andere kandidaten een eerlijke kans geeft. Ik zie het als mijn taak als MSP-dienstverlener om dit te bevorderen en klanten erbij te helpen. Als managers de voordelen ervaren, staan ze er de volgende keer meer voor open.” Spek ziet langzaamaan verbetering. “We zijn een stuk verder dan drie jaar geleden”, zegt de mede-oprichter van Poolz. “Klanten zijn meer bewust van de manier waarop ze inhuren en vinden het belangrijk om het eerlijk te doen. Dat lukt nog lang niet altijd, daarom is het belangrijk om je klanten te adviseren als dienstverlener.” Advies en techniek Spek merkte al een tijdje dat zijn klanten behoefte hadden aan meer advies over aanbestedingswetgeving. “Wij wilden ze graag helpen, maar konden niet altijd de hulp bieden die nodig was”, zegt hij. “Juridisch advies paste niet in onze propositie als softwareproduct. Daarom was het logisch om Poolz onder te brengen bij Flextender, een partij die geweldig kan ondersteunen.” Dankzij de overname kunnen we klanten Total Talent Management (TTM) bieden, denkt Westland. Poolz is gespecialiseerd in software voor de modules inhuur, vaste vacatures, stages en interne mobiliteit voor de publieke sector. “De overname door Flextender biedt de gebruikers van Poolz een breed scala aan nieuwe diensten, zoals contractmanagement en facturatie”, zegt Spek. “Daar was behoefte aan, bijvoorbeeld bij samenwerkingsverbanden van grote en kleine gemeentes.” De twee denken dat de behoefte aan TTM toeneemt, mede door schaarste en de mismatch op de arbeidsmarkt. Westland: “Opdrachtgevers moeten alle kanalen inzetten om voldoende goed personeel te vinden. Als vaste werknemers niet te vinden zijn, moet je misschien gaan inhuren of aan de slag met interne mobiliteit. We kunnen opdrachtgevers helpen nieuwe manieren te vinden om het werk gedaan te krijgen.” De Flextender Group, zoals de onafhankelijke holding statutair opereert, zal in de toekomst nog verder worden uitgebreid. Beide oprichters van Poolz zullen betrokken blijven binnen de Flextender Group voor een succesvolle migratie. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags flextender, inhuur, MSP, Poolz, total talent management | Laat een reactie achter
Dit waren de VVD/D66 ideeën voor een ‘kansenrijke arbeidsmarkt” Geplaatst 3 september 2021 door Hugo-Jan Ruts Een herziening van de Wet DBA. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een eigenstandige positie in de SER voor zelfstandigen. en meer ruimte om collectief te onderhandelen. Dat is een aantal punten uit het document op hoofdlijnen die VVD en D66 deze zomer hebben opgesteld. Informateur Hamer wilde hiermee de formatie op gang brengen, wat niet gelukt is. Het document is vandaag naar de Kamer gestuurd. Wat daar nu de waarde van is, moet nog blijken. Het geeft in ieder geval een inkijk in hoe VVD en D66 de onderhandelingen met andere partijen wilden. Werk is meer dan inkomen De arbeidsmarkt en de positie van de zelfstandigen daarin vormt een van de thema’s van het stuk. “De komende jaren zijn hervormingen nodig om Nederland perspectief en zekerheid te bieden”, zo schrijven de opstellers. “Werk is meer dan inkomen. Het geeft eigenwaarde, sociale contacten en ontwikkeling. Wie werkt voelt zich beter. Bovendien hebben we iedereen nodig om als samenleving welvarend te blijven. Nu werk steeds meer verandert, bijvoorbeeld door de grote transities die onze economie doormaakt, is het extra belangrijk dat er perspectief blijft. De overheid draagt bij aan mensen van werk naar werk helpen, samen met sociale partners.” Naast het verhogen van met minimumloon (‘waar mogelijk ook voor jongeren’) en het verbeteren van de positie van de middeninkomens en de nodige aandacht voor scholing, staan in het stuk ook een aantal passages over de zelfstandigen en in bredere zin flexwerk. Inhoud werk bepalend voor contractvorm “Echte zelfstandigen en ondernemerschap worden ondersteund en schijnzelfstandigheid wordt bestreden. De wet DBA wordt herzien”, zo staat te lezen. Daarbij moet de “inhoud van het werk is bepalend voor de contractvorm in plaats van de huidige (fiscale) regels. “ Verder uitgewerkt wordt dat niet. Dat zal wel bepalen in welke mate dit zinnetje impact heeft voor zelfstandige professionals en hun opdrachtgevers. De Commissie Borstlap adviseerde al eerder om minder uit te gaan van termen als ‘toezicht’ of ‘leidinggeven’ en meer de scheidslijn te leggen of iemand ‘ingebed is’ in een organisatie. Wanneer dat zo is, dan kan dat werk niet door een zelfstandige professional gedaan worden, is de visie van de Commissie Borstlap. Zo expliciet staat het er dus (nog?) niet. Lees ook: Voorstellen commissie Borstlap betekenen einde van huidige ZP-model Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering “De liberale partijen willen een ‘betaalbare en verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden die niet als werknemer verzekerd zijn.” Dat is wel een opvallend standpunt. Dit is dus niet een algemene verzekering voor alle werkenden, waar de partijen zich eerder wel hard voor maakten. Ook de Commissie Borstlap is voorstander van zo’n systeem in plaats van een aparte voorziening voor zelfstandigen. Ook wordt hier – anders dan in de uitwerking van de Stichting van de Arbeid dat eerder is gepresenteerd – geen uitzondering gemaakt voor zelfstandigen met personeel en lezen we ook niets over een opt-out voor wie al een eigen verzekering heeft. Maar goed, daarvoor was dit document wellicht nog te veel op ‘hoofdlijnen’. “Het regelen van pensioen en scholing moet voor zelfstandigen ‘makkelijker’ worden.” Tot slot willen de VVD en D66 willen verder dat zelfstandigen een “eigenstandige positie in de SER” krijgen. De twee zelfstandigenvertegenwoordigers die nu in de SER zijn, zijn plaatsvervangende leden daar. Nu zitten daar namens de zelfstandigen FNV en PZO. Beperkingen voor uitzendwerk Uitzendwerk wordt ingeperkt. Het is “alleen voor tijdelijk werk en tegen gelijke arbeidsvoorwaarden”. Werkenden worden beschermd door de regels rondom flexibele arbeidsrelaties aan te scherpen. En er komt een minimumuurloon. Dit sluit aan bij adviezen van de Commissie Borstlap, maar ook bij het recente advies van de SER. VVD/CDA willen verder de aanbevelingen van de Commissie-Roemer voor arbeidsmigranten overnemen. Het in loondienst nemen van personeel moet aantrekkelijk gemaakt worden, onder meer via een collectieve verzekering voor het tweede jaar van de doorbetaling bij ziekte voor het MKB. Status ideeën ongewis Zoals gezegd: een interessant inkijkje in hoe VVD/D66 elkaar gevonden hebben in een document waarmee ze het gesprek voor een meerderheidscoalitie in wilden. Nu de optie van een minderheidscoalitie reëler lijkt, wordt de kans groter dat dit ook de kern van een nieuw regeerakkoord wordt. Lees meer nieuws en achtergrondartikelen over de Formatie en onderliggende thema’s in dit ZiP-dossier Geplaatst in ZP en Politiek | Tags formatie2021, wet dba | 1 Reactie