Waardeloze webmodule Geplaatst 17 februari 2021 door NBBU Mensen hebben behoefte aan zekerheid in het leven. Dat is een evolutionair gegeven. Het ontbreken van zekerheid leidt bij veel mensen tot structurele negatieve gevoelens met alle gevolgen van dien. Zzp’ers en opdrachtgevers hebben in het bijzonder behoefte aan zekerheid in hun zakelijke leven. Als een zzp’er een contract sluit met een opdrachtgever willen beiden graag van tevoren weten of de Belastingdienst (en het UWV) hen als opdrachtnemer en opdrachtgever zien en niet als werknemer en werkgever. Dat laatste heeft zeer negatieve gevolgen voor de zzp’er – hij mist substantiële fiscale faciliteiten – en de opdrachtgever – hij moet loonheffingen betalen en draagt overige werkgeversverantwoordelijkheden. Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) Deze roep om zekerheid vindt al jaren gehoor in de politiek en bij de wetgever. In 2005 werd daarvoor voor het eerst een algemeen instrument geïntroduceerd: de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Na invulling van een paar vragen gaf de Belastingdienst aan de opdrachtnemer (de zzp’er) vooraf een oordeel over de arbeidsrelatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever. In dat laatste school de duivel. Na controle achteraf kon de Belastingdienst altijd zeggen dat de feiten niet correspondeerden met de gegeven antwoorden. Echte zekerheid werd hierdoor niet geboden. Modelovereenkomsten In 2016 werd de VAR afgeschaft en kwam er een nieuw instrument, de modelovereenkomsten (die overigens nog steeds gelden). Dit zijn overeenkomsten, voor de opdrachtnemer en de opdrachtgever, die vooraf door de Belastingdienst worden goedgekeurd en die als model kunnen dienen voor de dagelijkse praktijk. Maar ook dit instrument bood niet de gewenste zekerheid vooraf. Als de Belastingdienst de feiten na controle anders interpreteerde dreigden weer zware gevolgen voor de zzp’er en zijn opdrachtgever. Webmodule Na veel kritiek stelde het kabinet Rutte III een nieuw alternatief voor zekerheid voor, de Webmodule. Via een uitgekiend aantal vragen zou de opdrachtgever een advies kunnen krijgen of de opdracht die hij uit wil zetten bij een zzp’er een echte opdracht is of eigenlijk werkzaamheden in dienstbetrekking zijn. Het ontwerp van de Webmodule is klaar en met ingang van januari 2021 is hiermee een proef gestart. Maar ook de Webmodule biedt geen zekerheid. De Webmodule biedt alleen maar onzekerheid. De Webmodule is waardeloos. Allereerst negeert de Webmodule de fiscale (en SV-) normen voor ondernemerschap. Dit betekent dat indien de Belastingdienst een zpp’er erkent als ondernemer dit zeker niet betekent dat de Webmodule aan de opdrachtgever diezelfde uitkomst zal geven. Sterker, in veel gevallen zal de Webmodule aan hem aangeven dat er juist sprake is van een werkgever-werknemerverhouding. Dit is natuurlijk onbegrijpelijk en onwerkbaar. Daarnaast is de Webmodule zeer gebruikersonvriendelijk. Per zzp’er en per opdracht moet er een vragenlijst van 82 (!) – soms voor meerdere uitleg vatbare – vragen worden ingevuld. Ten derde zullen bij verplichte toepassing van de Webmodule opdrachtgevers honderdduizenden opdrachten niet meer willen verstrekken aan zzp’ers omdat de Webmodule aangeeft dat er sprake is van een dienstbetrekking. En ten slotte biedt de Webmodule wederom geen zekerheid aan de zzp’er en de opdrachtgever. Er kan bij controle nog steeds worden afgeweken van de uitkomst van de vragen van de Webmodule. Stop! Gelukkig is er bij de Webmodule slechts sprake van een proef, een experiment. Het mooie van proeven en experimenten is dat je daar ook mee kunt stoppen. Gewoon omdat de opzet niet deugt of de resultaten desastreus zijn. Dat blijkt nu het geval. De Webmodule creëert rechtsongelijkheid, is gebruiksonvriendelijk, leidt tot weglopende opdrachtgevers en … biedt wederom geen zekerheid aan de partijen die daar zo veel behoefte aan hebben. Dat leidt maar tot één conclusie. Stop met de Webmodule en kom met (wets-) voorstellen die echt zekerheid bieden. Jurgen Warmerdam Senior adviseur Fiscaliteit en Ondernemerschap – NBBU Geplaatst in ZP en Politiek | Tags NBBU, Webmodule | 1 Reactie
Nieuwe overname in flexbranche: “Brainnet onderscheidt zich duidelijk van andere grote spelers” Geplaatst 17 februari 2021 door ZiPredactie Voor Rob de Laat is een nieuwe grote overname in de Nederlandse flexbrache geen grote verrassing. Naar aanleiding van de overname van Between door Headfirst voorspelde hij in november jl. op ZiPconomy dat er nog veel beweging in de flexmarkt zou komen en dat het ‘dealseizoen volop geopend was.’ “Je hoeft jezelf niet op de borst te kloppen dat zo’n voorspelling uitkomt” zegt De Laat nu: “Die ontwikkelingen zijn zo voor de hand liggend, dat je gewoon weet dat zoiets gaat gebeuren.” Tussen de overname van Between door Headfirst en de overname van Brainnet door PRO Unlimited zijn wel grote verschillen, aldus De Laat: “Het samengaan van HeadFirst en Between creëerde direct een nog grotere speler op de Nederlandse markt. Brainnet zal na de overname door PRO Unlimited niet direct veel groter worden in Nederland, maar ze vergroten wel hun slagkracht en positioneren zich nog nadrukkelijker als onafhankelijke partij. Ik denk dat dat wel impact gaat hebben. Voor grote ondernemingen in Europa worden ze meer een logische partner naast Tapfin, Sourceright en Pontoon.” Onafhankelijk profiel is belangrijk Het onafhankelijke profiel van Brainnet is daarbij belangrijk, aldus Rob de Laat: “Grote partijen hebben vaak ook de rol van leverancier. Brainnet wordt een alternatief als vierde grote speler en heeft vanwege haar onafhankelijkheid als enige een duidelijk ander profiel dan de drie anderen. Brainnet kan zich dus duidelijk anders positioneren en haar diensten aan grote klanten aanbieden op basis van haar neutral vendor business-model. Tot voorheen waren de onafhankelijke partijen vaak kleinere spelers. Voor grote opdrachtgevers die toch liever samenwerken met een grote marktpartij is Brainnet nu een serieuze kandidaat voor samenwerking. Met een moeder als PRO Unlimited hoeft Brainnet niet meer uit te leggen dat ze een grote internationale partij zijn, want dat zijn ze nu gewoon.” Is het ook een voordeel dat de slagkracht op technologisch gebied toeneemt? Rob de Laat: “Je moet oppassen dat je niet een supertanker wordt die lastig kan manoeuvreren, maar in algemene zin is dat zeker een voordeel. Je krijgt meer ruimte om te investeren in technologische innovaties dan kleinere partijen. Het is bovendien een pré dat PRO Unlimited een Amerikaans bedrijf is, want de Amerikaanse markt lijkt qua technologische ontwikkelingen toch wat voor te lopen op Europa. Die ervaringen kan Brainnet nu heel goed meenemen. Het feit dat PRO Unlimited voor grote internationale tech-bedrijven werkt zal klanten ook zeker aanspreken, want een bedrijf dat oplossingen heeft voor complexe en hoogwaardige tech-opdrachtgevers is natuurlijk interessant.” Markt wordt volwassen De consolidatie zal in de flexmarkt voorlopig nog wel doorgaan, voorspelt De Laat: “De overname van Brainnet door PRO Unlimited laat zien dat MSP’s wereldwijd een belangrijke ontwikkeling zijn. Die markt wordt volwassen. Dat is op zich ook positief voor kleinere partijen, maar zij zullen wel moeten zorgen dat ze groter worden of zich aansluiten bij andere clubs, ze moeten gewoon body creëren.” De consolidatie in de flexmarkt zal voorlopig nog wel doorgaan Ook de wens om verschillende diensten steeds meer te integreren zal de beweging in de markt blijven beïnvloeden, verwacht Rob de Laat: “We praten al heel lang over Total Talent Management of Total Workforce Management. Het gaat dan zowel om vast als om flex. Om een completere dienstverlening te kunnen aanbieden die aansluit bij de wensen uit de markt, zullen partijen bij elkaar moeten komen. Bij vast zien we RPO (Recruitment Process Outsourcing, red.) als belangrijke trend en je ziet dat RPO-partijen ook MSP-activiteiten gaan ontwikkelen. Bij Maandag zie je bijvoorbeeld dat RPO en MSP bij elkaar komen. Dat is een logische volgende stap: dat MSP’s en RPO-partijen elkaar steeds meer zullen opzoeken om dat thema van Total Workforce Management in te kunnen vullen. Dus bij consolidaties gaat het er niet alleen om groter te worden, maar ook om te zorgen dat je een integrale oplossing kunt bieden voor vast en flex.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Brainnet, Consolidatie, IRIS CF, overnames, PRO Unlimited | Laat een reactie achter
Hof bevestigt uitspraak rechtbank: Deliveroo-bezorgers zijn werknemers, geen zzp’ers Geplaatst 16 februari 2021 door ZiPredactie Maaltijdbezorger Deliveroo mag geen zzp’ers inzetten voor het rondbrengen van maaltijden. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt een eerdere uitspraak van de rechtbank. FNV spande een rechtszaak aan omdat de vakbond vindt dat Deliveroo ten onrechte haar bezorgers als zzp’ers laat werken en zo zich niet aan cao-afspraken hoeft te houden. Doorslaggevende argumenten Ook in hoger beroep probeerde Deliveroo duidelijk te maken dat hun riders dermate veel vrijheid hebben in hoe en wanneer ze werken, dat ze prima als zelfstandigen gezien kunnen worden. Het Hof is echter van mening dat het argument van die vrijheid wegvalt tegen andere elementen zoals de wijze van loonbetaling, het uitgeoefende gezag en afspraken over werktijden. De vrijheid die ze hebben wijkt niet af van de vrijheid die werknemers hebben. Verder oordeelt het Hof dat de riders wellicht niet in staat zijn om voldoende ondernemersinkomen te verwerven. Ook het feit dat Deliveroo haar riders deels doorbetaalt bij ziekte wijst op een arbeidsovereenkomst. Het systeem van ‘reversed billing’ – waarbij Deliveroo een factuur opstelt namens de freelancer en die vervolgens zelf betaalt – lijkt wel erg op een reguliere manier van loonbetalen. Modelovereenkomst ‘minder van belang’ Interessant is ook nog de verwijzing naar de ‘modelovereenkomst’ waar Deliveroo mee werkt. Dat met die modelovereenkomst de Belastingdienst mogelijk de werkzaamheden aanmerkt als zijnde ‘niet in dienstbetrekking’, wordt ‘minder van belang’ geacht door het Hof (waarvan mr A. Boot, die de wet DBA evalueerde, een van de drie rechters was). Een fiscale en civielrechtelijke beoordeling vallen niet noodzakelijkerwijs samen. Overwinning voor FNV Al met al concludeert het Hof dus dat de bezorgers van Deliveroo werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Een flinke overwinning voor FNV, die in deze zaak vanuit de Tweede Kamer gesteund werd door PvdA-kamerlid Gijs van Dijk. Al na een uitspraak van de rechtbank riep hij minister Koolmees op tot actie tegen dergelijke constructies. ‘Dit is een belangrijke, principiële overwinning waarmee een flinke klap is uitgedeeld aan Deliveroo en al die schijnopdrachtgevers die zich niet houden aan het arbeidsrecht’ @ZakariaBOUF @platformwerk @FnvFlex #zekerheidisgeenluxehttps://t.co/dGmCN32wFV — FNV (@FNV) February 16, 2021 Het is nu aan zzp-bezorgers van Deliveroo om een arbeidsovereenkomst op te eisen. Waarbij het nog afwachten is of ze dat ook daadwerkelijk gaan doen. Naast Deliveroo werkt ook UBEReats met zzp’ers. Andere grote maaltijdbezorgers werken veelal met oproep- of uitzendcontracten. Gisteren werd bekend dat de Inspectie SZW een ander bekend platform – Temper – aanmerkt als uitzendbureau (zie hier). Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags deliveroo, platformeconomie, Temper | 7s Reacties
CBS: Marktherstel zelfstandigen zet niet door Geplaatst 16 februari 2021 door Hugo-Jan Ruts Zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2021 minder uren dan in het kwartaal daarvoor. Dat blijkt uit recente CBS cijfers. Na een forse dip in het aantal gewerkte uren in het tweede kwartaal, liet het derde kwartaal weer een stevig herstel zien. Dat herstel zet zich niet door in het laatste kwartaal. Alle zelfstandigen (met of zonder personeel) werkten in dat laatste kwartaal 688 miljoen uur, een daling van 11 miljoen uur ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Het CBS heeft deze cijfers gecorrigeerd voor seizoensinvloeden. In het vierde kwartaal van 2020 werkten zelfstandigen 3,5% minder uur dan een jaar geleden. In dezelfde periode kwamen er wel 1,6% zelfstandigen bij. Het afgenomen aantal uren moet dus ook verdeeld worden over meer zelfstandigen. Daarbij: het gaat bij ‘gewerkte uren’ niet per se om declarabele uren. Lees ook : Marktupdate, met cijfers uit detacherings-, uitzend, onlinemarkt en laatste KVK cijfers over zzp. Verschillen per sector Het ligt voor de hand: er zijn flinke verschillen per sector. De sector ‘informatie/communicatie’ laat vanaf het derde kwartaal 2019 een stevige groei zien. De terugval in Q4 in de sector industrie valt op. Zakelijke dienstverlening, waaronder veel interim-managers en organisatiesadviseurs, blijkt een van de meest stabiele sectoren. Minder banen, vacatures Het CBS meldt verder dat het aantal banen en vacatures in het vierde kwartaal van 2020 daalde. Maar ook de werkloosheid nam af. De afname van de werkloosheid in het vierde kwartaal kwam volgens het CBS vooral doordat meer werklozen aan het werk gingen dan er werkenden hun baan verloren. Per saldo daalde de werkloosheid hierdoor met 31 duizend. Het aantal vacatures daalde met 6 duizend naar 210 duizend. In het derde kwartaal was het aantal openstaande vacatures juist met 16 duizend opgelopen, na twee kwartalen krimp. In de afgelopen vier kwartalen is het aantal openstaande vacatures in totaal met 76 duizend afgenomen. Eind december stonden de meeste vacatures open in de handel (40 duizend), de zorg (38 duizend) en de zakelijke dienstverlening (33 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures. Het aantal banen voor werknemers nam af met 24 duizend. Met 384 duizend was het aantal werklozen 35 duizend lager dan in het voorafgaande kwartaal. Aantal flexwerknemers na het tweede kwartaal niet verder afgenomen Bij de uitzendbureaus kwamen er 13 duizend banen bij van het derde op het vierde kwartaal, een stijging van 2 procent. Een zelfde stijging als een kwartaal eerder. In het tweede kwartaal nam het aantal uitzendbanen nog af met 15,8 procent. Het aantal banen in deze bedrijfstak is nu op hetzelfde niveau als in het vierde kwartaal van 2015. Het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie groeide de afgelopen jaren tot 2,0 miljoen in de tweede helft van 2018. In de loop van 2019 zette echter een daling in, die vooral aan het begin van de coronacrisis relatief sterk was. Na het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie niet verder af. In het vierde kwartaal van 2020 waren er 1,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie, 177 duizend minder dan in het vierde kwartaal van 2019. Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nam in dezelfde periode toe, maar minder sterk dan voorheen. In vergelijking met het vierde kwartaal van 2019 steeg het aantal vaste werknemers met 95 duizend naar 5,7 miljoen. Het aantal zelfstandig ondernemers zonder personeel nam met 53 duizend eveneens toe, naar 1,2 miljoen in het vierde kwartaal van 2020. Vacaturegraad neemt weer af De vacaturegraad nam in het vierde kwartaal af tot 25. Dat wil zeggen dat er 25 vacatures zijn per duizend banen van werknemers. In het derde kwartaal was de vacaturegraad nog iets toegenomen van 24 naar 26. Halverwege 2019 bereikte de vacaturegraad zijn hoogste stand, met 34 vacatures per duizend banen. De schaarste blijft het hoogst in de bedrijfstak informatie en communicatie. Eind december waren er in deze bedrijfstak 54 vacatures op duizend werknemersbanen. Ook in de bouwnijverheid blijft het personeelsgebrek fors, met een vacaturegraad van 46. In beide bedrijfstakken is de vacaturegraad ten opzichte van het derde kwartaal zelfs toegenomen. Spanning op de arbeidsmarkt in vierde kwartaal iets opgelopen Hoewel het aantal vacatures in het vierde kwartaal afnam, nam het aantal werklozen sterker af. Hierdoor is de spanning op de arbeidsmarkt iets toegenomen tot 55 vacatures per 100 werklozen. Een kwartaal eerder waren dat er 51 en medio 2019 werd nog een recordstand van 93 vacatures per 100 werklozen gemeten. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, marktupdate | Laat een reactie achter
Marktupdate: hoe doorstaat de flexmarkt de coronacrisis? Geplaatst 16 februari 2021 door Arthur Lubbers Detacheren: eind 2020 weer in de plus Bij het uitbreken van de coronacrisis half maart vorig jaar zat de schrik er ook bij detacheerders flink in. Aanvragen werden in paniek ingetrokken en opdrachten on hold gezet of niet verlengd, waardoor de leegloop steeg naar 7,5% in het tweede kwartaal. Volgens de VvDN Marktmonitor daalde de omzet van detacheerders in het tweede kwartaal van 2020 met -6% ten opzichte van een kwartaal eerder (jaar-op-jaar krimp: -12%). Dat viel toen nog mee, maar vice-voorzitter van de branchevereniging Marcel van de Bekerom vreesde in de zomer nog voor een na-ijleffect als ook de projecten met een langere doorlooptijd zouden aflopen. “En wat gebeurt er in het derde en vierde kwartaal van dit jaar; hoeveel nieuwe aanvragen zullen er de komende tijd zijn? Dat wordt spannend!” En natuurlijk was de impact van de coronacrisis nog duidelijk zichtbaar, maar al minder dan in het begin. Detacheerders zagen in het derde kwartaal hun omzet slechts bescheiden krimpen met -3% ten opzichte van een kwartaal eerder (jaar-op-jaar omzetkrimp: -9,4%). In het laatste kwartaal van 2020 kwam het echte herstel in de detacheringsbranche. In het vierde kwartaal is de omzet met bijna 11% gestegen ten opzichte van het kwartaal daarvoor en met 2,5% vergeleken met het vierde kwartaal van 2019. (De leegloop daalde naar 5,9%.) Daardoor is de omzet van de detacheringsbranche over het hele jaar genomen in 2020 ten opzichte van 2019 met slechts -0,4% gedaald. Ondanks de voortdurende lockdown boekten detacheerders dus gemiddeld meer omzet dan vóór de coronacrisis. Een heel sterk herstel dus, dat volgens vertrekkend VvDN-voorzitter Maikel Pals deels te danken is aan de groeiende vraag in de publieke sector die natuurlijk nauwelijks getroffen wordt door de coronacrisis. “Per saldo zijn detacheerders de afgelopen periode redelijk goed doorgekomen. Maar een flink aantal van onze leden werkt voor het MKB, dat in de bekende sectoren aanzienlijk is getroffen. Het verschilt dus echt per sector.” Dat detachering een relatief stabiele factor is op de flexmarkt in crisistijd komt natuurlijk ook doordat het hier vaak hoogopgeleide ingehuurde techneuten, IT’ers en finance specialisten betreft. Die werken op posities in organisaties die op langere termijn cruciaal zijn voor de continuïteit van organisaties. Een opdrachtgever bedenkt zich wel twee keer voor hij zulke opdrachten beëindigt. Uitzenden: diepe dalen, hoge pieken Heel anders is dat voor uitzendkrachten. De uitzendbranche heeft wederom als stootkussen van de arbeidsmarkt gefungeerd direct na het uitbreken van deze crisis. Jongeren met flexcontracten hebben duidelijk de eerste klappen moeten opvangen. Direct na het uitbreken van de coronacrisis gingen er in jaar maart vorig jaar volgens het CBS 65.000 oproepbanen en 8.000 uitzendbanen verloren. De cijfers uit de UWV Arbeidsmarktprognose 2021 geven een nog dramatischer beeld; het totaal aantal uitzendbanen is gekrompen van 831.000 in 2019 naar 709.000 in 2020. Het idee van het kabinet om de NOW-regeling ook beschikbaar te stellen voor flexkrachten was sympathiek bedoeld, maar in de praktijk zijn de meeste uitzendkrachten in de getroffen sectoren natuurlijk direct naar huis gestuurd. Toch blijkt uit diezelfde UWV Arbeidsmarktprognose dat het aantal uitzendbanen in 2021 naar verwachting weer zal oplopen naar 755.000. De historie leert dat de uitzendmarkt na een crisis ook snel weer opveert. De snelheid van het herstel hangt sterk af van de ontwikkelingen van de coronacrisis, maar de verwachting is dat bedrijven, zodra de economie aantrekt, toch als eerste weer hun flexibele schil zullen uitbreiden. Daar gaat de uitzendbranche, zoals na elke crisis, van profiteren. En het herstel is ook al terug te zien in de ABU-cijfers. De uitzendbranche kampte vóór de coronacrisis al met krimp. In 2019 daalde de omzet van uitzenders met -4%. En toen half maart vorig jaar de coronacrisis uitbrak, kelderde het aantal uitzenduren in de eerste maanden met een kwart. Maar de uitzendsector klom ook weer snel uit dit dal. Ondanks de huidige lockdown is volgens de ABU Marktmonitor de omzet van uitzenders in de laatste twee maanden van 2020 zelfs licht gestegen (+2%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Zo wist de uitzendsector een moeilijk jaar met een klein plusje af te sluiten. De totale omzet van de uitzendbranche is in 2020 gedaald met -9%. Het aantal uitzenduren blijft vooralsnog achter bij de omzet van de uitzendsector. Dat duidt er op dat de marges van uitzenders iets verbeteren. Een gezonde ontwikkeling in een uitzendbranche die al jaren wordt gekenmerkt door hevige prijsconcurrentie. Online interim-markt groeit gestaag door Als we de cijfers van Planet Interim mogen geloven, heeft de coronacrisis nauwelijks effect op de interim-markt. Het matching platform voor hoger opgeleide interim managers, zelfstandige consultants en freelance professionals kende zo’n goed eerste kwartaal van 2020 dat het eerste half jaar van 2020 – ondanks corona – een groei van 33% liet zien. Dat duidt erop dat van invloed van de coronacrisis op de online interim-markt nauwelijks sprake was. In de tweede helft van 2020 vlakte de groei van het aantal opdrachten weliswaar iets af door de coronacrisis, maar over het hele jaar genomen is er een flinke stijging te zien. Het totaal aantal opdrachten dat in 2020 op Planet Interim met aangesloten professionals is gematcht nam ten opzichte van 2019 toe met maar liefst 35,8%. Het aantal IT-opdrachten groeide zelfs met bijna 50% en de andere opdrachten gemiddeld met een kwart. Daarvan deden vooral de segmenten management, finance, bouw & techniek en zorg en medisch het relatief goed. De gemiddelde tarieven van zelfstandige professionals verschilden in 2020 niet veel met die in 2019. Ook in dat opzicht is de coronacrisis grotendeels voorbij gegaan aan de interim-markt. In de Randstad, goed voor bijna twee derde van alle interim-opdrachten, ligt het gemiddelde tarief overigens opvallend genoeg iets hoger dan elders in het land. In Noord- en Zuid-Holland en Utrecht bedraagt dit € 71,- euro, in Overijssel bijvoorbeeld € 64,-. Op Planet Interim gaat het voornamelijk om IT-opdrachten (50%), gevolgd door finance- en opdrachten in de bouw & techniek, waarbij de overheid in 2020 de grootste inhuurder was. Dus moet hierbij de kanttekening worden geplaatst dat deze cijfers vooral de groei van het platform Planet Interim weergeven, wat natuurlijk niet hetzelfde is als de ontwikkeling van de gehele interim-markt. Niet zozeer representatief dus, maar wel een aardige indicatie. Iets meer zzp’ers, maar ook meer stoppers Dat de groei in het aantal professionals iets afvlakte in de tweede helft van 2020, zoals Planet Interim stelt, ligt in lijn met KvK-cijfers over het aantal startende en stoppende zelfstandigen. Het valt op dat er ondanks de coronacrisis wel meer zzp’ers bijkomen, maar tegelijkertijd zijn er afgelopen jaar ook meer zzp’ers geweest die het bijltje erbij neer hebben gegooid. Zo blijkt uit het KvK Jaaroverzicht 2020 dat het totale aantal zzp’ers in 2020 met 5% is gegroeid (naar 1.092.666). Daarnaast zijn er 300.689 parttime zzp’ers, 7% meer dan het jaar daarvoor. Maar er zijn ook veel zzp’ers gestopt. Waar in 2019 nog 71.723 zzp’ers stopten, waren dat er afgelopen jaar 90.190. Dat betekent dat er afgelopen jaar 26% meer zzp’ers zijn gestopt dan het jaar daarvoor. Het percentage stoppende parttime zzp’ers is nog groter; dit aantal lag afgelopen jaar 44% hoger. Voor het eerst in zeven maanden tijd is het aantal startende ondernemingen die geregistreerd zijn in het Handelsregister, gedaald in plaats van gestegen (met -7% ten opzichte van dezelfde maand het jaar ervoor.) Onder die vele starters in januari (22.448), zitten natuurlijk veel zelfstandigen. De echte daling onder zelfstandigen doet zich echter vooral voor onder de ‘persoonlijke dienstverlening’ – zzp’ers die voor particulieren werken – zo blijkt uit de Trendrapportage Bedrijfsleven van KvK. De daling betreft dus niet of nauwelijks de zzp’ers ‘eigen arbeid’, die zich op de markt voor inhuur van personeel begeven. Het CBS meldt dat het totaal aantal gewerkte uren van alle zelfstandigen in het vierde kwartaal 2020 licht is gedaald ten opzichte van het kwartaal er voor. Ten opzichte van 2019 werkten zelfstandigen in het laatste kwartaal 3,5% minder uren, terwijl het aantal zelfstandigen in dezelfde periode wel steeg. Lees ook CBS : marktherstel zelfstandigen zet niet door Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABU, KvK, marktupdate, VVDN | Laat een reactie achter
Kamerleden nemen afstand van webmodule Geplaatst 15 februari 2021 door Hugo-Jan Ruts Het enthousiasme in de Tweede Kamer voor de webmodule is nooit groot geweest. Maar richting de verkiezingen nemen zowel Kamerleden uit de coalitie als de oppositie nadrukkelijk afstand van de laatste poging van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) om de Wet DBA te vervangen. Dat blijkt uit interviews met kamerleden die ZiPconomy deed in aanloop naar de verkiezingen. Via de webmodule, een online vragenlijst, kunnen opdrachtgevers er achter komen of ze voor een bepaalde opdracht een zelfstandige kunnen inhuren. Tot 1 oktober wordt de webmodule getest. Lees meer over de pilot. “Ik zeg eerlijk: ik kijk met argusogen naar de pilot met de webmodule”, zegt Steven van Weyenberg van D66. “Ik wil namelijk voorkomen dat echte ondernemers worden geraakt.” Hilde Palland (CDA) vindt de webmodule ‘niet zaligmakend’. “De definitie van werknemerschap is namelijk niet voldoende afgebakend in onze wet- en regelgeving. Ik ben bang dat de tool nu juist tot meer onduidelijkheid leidt. Pas als die definitie helder is, kan zo’n webmodule helpen” vindt Palland. Paul Smeulders (Groenlinks) zegt weinig vertrouwen in de webmodule te hebben. “Voordat zo’n webmodule kan werken, is een heldere definitie nodig. ” Volgens Judith Tielen (VVD) geeft de webmodule opdrachtgevers en zelfstandigen onvoldoende zekerheid. Gijs van Dijk (PvdA) noemt de webmodule een ‘onderdeel van de mislukte poging om de Wet DBA te vervangen’. Van Dijk: “Er staat niets nieuws in en zo’n tool lost het probleem dus niet op.” Chris Stoffer (SGP) is op zich positief over de pilot met de webmodule. “We zouden meer pilots moeten doen, meer testen wat werkt.” Maar ook Stoffer ziet de uiteindelijke oplossing in nieuwe regels. Die wil hij het liefst samen met zzp’ers en belangenbehartigers opstellen. Nieuwe plannen De Kamerleden zijn eensgezind in hun twijfels over de webmodule. De meningen lopen echter sterk uiteen over wat er dan wel moet gebeuren tegen schijnzelfstandigheid. Waar Palland (CDA) een verduidelijking wil van de definitie van werknemerschap, ziet Tielen (VVD) meer in een eigen rechtspositie voor zzp’ers in het Burgerlijk Wetboek. “De zzp’er bestaat niet. Al helemaal niet fiscaal-juridisch”, zegt ze. “We willen meer herkenbaarheid met zo’n zzp-rechtspositie en hopen dat dit weer leidt tot meer erkenning voor zelfstandigen.” Van Weyenberg (D66) zoekt een oplossing vooral binnen sectoren. “Het liefst zou ik per sector uitzoeken hoe we het onderscheid tussen schijnzelfstandigen en echte ondernemers kunnen maken. Zet zo’n webmodule bijvoorbeeld alleen in bij sectoren waar problemen spelen rondom schijnzelfstandigheid. Bijvoorbeeld in de platformeconomie en land- en tuinbouw, waar we het over eens zijn dat zzp vaak niets met ondernemerschap te maken heeft.” “Experts en rechters komen tot verschillende oordelen”, constateert Smeulders (GL). “Daar moet het kabinet iets aan doen. De minister heeft bijvoorbeeld verduidelijkt wanneer sprake is van een gezagsverhouding. Als hij dit verankert in de wet, schept dat al veel meer helderheid.” Gijs van Dijk (PvdA) geeft aan nog steeds een minimumtarief te willen. “Dat geeft zekerheid aan de onderkant van de markt.” De webmodule hoeft niet aangepast te worden naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad. Dat schrijft minister Koolmees in een brief aan de Kamer, waarin hij ingaat op die uitspraak. De Hoge Raad is van mening (zie hier) dat de ‘partijbedoeling’ een minder prominente plek behoort te krijgen bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Koolmees constateert in de brief ook dat de Hoge Raad suggesties van de advocaat-generaal voor nieuwe criteria niet heeft over genomen. Het is aan een volgend kabinet om – ‘desgewenst’ zo schrijft Koolmees – ‘modernisering van het gezagscriterium (…) ter hand te nemen.’ Opdrachtgevers weinig enthousiast Ook onder opdrachtgevers van zzp’ers is weinig animo voor de webmodule. Uit een ZiPconomy enquête naar ‘trends rond inhuur’ onder opdrachtgevers van zelfstandigen, blijkt dat 19% van de opdrachtgevers van plan is de webmodule te gaan gebruiken. 42% zegt het misschien te gaan doen, 30% zegt de webmodule (waarschijnlijk) niet te gaan gebruiken. 9% van deze opdrachtgevers weet niet wat de webmodule is. Dit onderzoek is uitgezet onder bedrijven en organisaties die structureel zelfstandigen inhuren. Vrijwel alle deelnemers hebben meer dan 500 mensen in loondienst. Vier op de tien respondenten geeft aan geen gebruik te gaan maken van de webmodule omdat de organisatie zzp’ers niet rechtstreeks maar via een tussenkomstbureau inhuurt. De huidige webmodule is niet geschikt om dat type arbeidsrelaties te beoordelen. 16% geeft aan het werken met een modelovereenkomst ‘veel eenvoudiger te vinden’, anderen wachten liever totdat de webmodule definitief is en meer zekerheid geeft. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Koolmees, TK2021, Webmodule | 3s Reacties