"Exploring the future of work & the freelance economy"

Hoge Raad: Partijbedoeling minder relevant bij kwalificatie arbeidsovereenkomst. Maar komt niet met nieuwe kaders.

Uitspraak Hoge Raad zet streep door ‘Groen/Schroevers’. Maar komt niet met nieuwe kaders voor de beoordeling van arbeidsrelaties zoals advocaat generaal eerder adviseerde.

Voor de beoordeling of een overeenkomst over het verrichten van werkzaamheden een arbeidsovereenkomst is, is de bedoeling van de partijen niet langer van belang. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist (zie hier).

Waar het om gaat is of de tussen de partijen overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, stelt de Hoge Raad. Of de partijen ook de intentie hadden met elkaar een arbeidsovereenkomst aan te gaan, doet dus niet meer ter zake.

De Hoge Raad oordeelt namelijk dat het hof in een rechtszaak ten onrechte “de bedoeling van partijen” ook van belang heeft geacht voor de vraag of er een arbeidsovereenkomst bestaat. De Hoge Raad stelt dat het niet van belang is of partijen ook daadwerkelijk de bedoeling hadden de arbeidsrelatie onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Waar het om gaat, is of de tussen de partijen overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.

Wat de intentie van de twee contract partijen is, doet dus niet meer ter zake. Het veel gebruikte zinnetje  “partijen wensen nadrukkelijk geen arbeidsovereenkomst aan te gaan”, zoals ook in veel modelovereenkomsten is opgenomen, heeft daarmee veel minder waarde.

De Hoge Raad lijkt hiermee een eerder advies van de advocaat generaal (AG) te volgen. De AG pleitte in dat advies om een streep te zetten door het ‘Groen/Schoevers’ arrest, een arrest waarin ook de intentie van de partijen als een belangrijke factor wordt omschreven voor de beoordeling of er nu wel of niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Geen nieuwe criteria arbeidsovereenkomst

Net als de Commissie Borstlap pleitte de AG in haar advies ook voor vervanging van het gezagscriterium. Niet langer zou het onder toezicht en leiding werken centraal moeten staan, maar de inbedding in de organisatie bij de beoordeling of van een arbeidsovereenkomst sprake is. (zie hier meer over het advies van de Commissie Borstlap).

De Hoge Raad besteedt in zijn uitspraak geen aandacht aan dit advies van de AG.

Wanneer dit advies wel was gevolgd, zou dat verstrekkende gevolgen voor zzp’ers en hun opdrachtgevers hebben. Het is nu aan de politiek, bijvoorbeeld aan de hand van een debat over het rapport Borstlap, om daar eventueel een knoop over door te hakken

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

8 reacties op dit bericht

  1. “Net als de Commissie Borstlap pleit ze om ‘inbedding in de organisaties als leidend principe te nemen….”

    Met dat advies is het gedaan met de IT-Consultant, maar ik denk dat er nog wel wat andere beroepen denkbaar zijn dit hiermee verdwijnen. Ikzelf ben inmiddels over de grens aan het kijken, in Nederland lijkt er voor mij geen toekomst meer te zijn.

    • @John, wel relevant dus om te constateren dat de HR dat advies dus niet overneemt.

  2. “Wat de intentie van de twee contract partijen is, doet dus niet meer ter zake. ”
    Het leest in eerste instantie als een onredelijk standpunt van de Hoge Raad, maar het is op zich logisch dat zij niet naar de intentie kijkt. Zij is er om [overeenkomsten] aan de wet te toetsen en dat is het. Lukt dat niet, dan moet de wet dus duidelijker worden gemaakt via jurisprudentie of nieuwe wetgeving.

    De nieuwe wetten worden gemaakt door de politiek. Helaas zit de politiek op het spoor van het “oude denken” waarbij de vaste baan ‘ingebed in de organisatie’ heilig wordt verklaard, ondanks de veranderde behoeften van economie en maatschappij.

    Wat me zorgen baart is dat de advocaat generaal zich toch nog even geroepen voelt om een ‘advies’ mee te geven, waarin het traditionele arbeidsrelatiedenken uit de Jaren 50 weer wordt gesteund. Nu moet “inbedding in de organisaties als leidend principe” worden gebruikt om te bepalen of er een arbeidsrelatie is…. Dit zijn nagenoeg politieke statements (en terecht genegeerd door de Hoge Raad).

    Dit is in mijn ogen een slechte ontwikkeling, en een die kennelijk ook nog door het gehele ambtelijke apparaat heen loopt. Een deel van het interim werk is immers ook het tijdelijk vervangen van een werknemer bij ziekte of zwangerschap of een afdeling met noodzakelijke expertise tijdelijk aanvullen of reorganiseren. In beide gevallen zal zich men tijdelijk juist zeer goed moeten “inbedden” om de dienst goed te kunnen leveren. Ja, er kan zelfs een gezagsverhouding zijn, als je een rol van Directeur, HR manager of CFO waar- of overneemt of tijdelijk aanvult en je als interim tijdelijk ‘de baas’ van een bedrijf of bedrijfsonderdeel bent…. Dan moet je je erg goed “inbedden” maar onafhankelijk blijven voor een goed resultaat.

    Ik ben bang dat dit de zoveelste onzinnige discussie inluidt, maar nu over “wat is inbedden?”, zonder de arbeidsmarkt met een modern wettelijk kader zinnig te faciliteren.

  3. De Hoge Raad heeft ook niet de taak om in te gaan op stellingen van advies commissies, de Hoge Raad oordeelt aan de hand van staande wetgeving. Ik ben verbaasd dat dit vonnis opzien baart, het is totaal niet nieuw, deze uitspraak volgt al heel lang bestaande jurisprudentie. Toen ik meer dan 40 jaar geleden werd opgeleid leerden we bij arbeidsovereenkomstenrecht al de eenvoudige uitspraak “als het er uit ziet al een eend, kwaamt als een eend en loopt als een eend zal het wel een eend zijn”. Sindsdien is die benadering nooit gewijzigd, alleen hebben achtereenvolgende ministers én de belastingdienst een vage situatie laten ontstaan zonder dat er ooit iets in de basis van de wetgeving is veranderd.

  4. Ik ben geen jurist maar als ik de link volg in het artikel zie ik geen uitspraak die je op de flexibele inzet van zelfstandige kan leggen. Of de link klopt niet of ik heb nog veel te leren (en dat zal ongetwijfeld zo zijn).

    • @Marcel, het is stevige juridisch kost die zeker ook impact kan hebben op inzet zelfstandigen. MAar minder dan verwacht. Er komt snel vervolgartikel op ZiPconomy om die impact verder uit leggen.

  5. Dank voor dit artikel. Dit is al een stuk duidelijker dan al die paniek artikelen die ik hierover in de kranten heb gelezen.

    Wellicht ligt het aan mij, maar de beoordeling of er sprake is van een arbeidsverhouding al dan niet fictief heeft toch altijd al los gestaan van datgene dat op papier wordt afgesproken? Voor mijn gevoel is het altijd al geweest dat arbeid, loon en gezag bepalen of er sprake is van een (fictieve) arbeidsverhouding. En dat is in deze uitspraak volgens mij niet anders.

    Wat mij veel meer verbaast is dat een uitspraak over een geschil bij een participatie plaatsing wordt aangegrepen om de positie van een ZZP-er in twijfel te trekken.

    Ik moest het vonnis 2 keer doorlezen voordat ik enige relevantie vond met een ZZP-er. Uiteraard is er altijd het gevaar van de fictieve arbeidsrelatie, maar dan nog. Het vonnis gaat over de participatie wet en een geschil in een arbeidsverhouding. Waarom dan weer de ZZP-er erbij betrekken die gewoon nog steeds volgens een overeenkomst van opdracht kan werken, mits hij natuurlijk voldoet aan de voorwaarden.

    Maar goed, het verkoopt waarschijnlijk beter om te zeggen dat het ZZP schap aan zijden draadje hangt.

  6. De uitspraak van de HR maakt, niet voor het eerst, duidelijk dat de ontwikkelingen rondom arbeid vragen (of ‘schreeuwen’?) om een nieuw (juridisch) kader. Dat vereist zowel enige creativiteit alsmede politieke durf. Bestaande partijen (SER, vakbonden, Stichting van de Arbeid, politieke partijen, wetenschappers, (arbeid-) juristen) hebben de laatste decennia aangetoond hier niet toe in staat te zijn. Niet omdat ze lui of dom zijn maar bestaande denkkaders zijn nu eenmaal hardnekkig. En soms zijn er belangen in het spel. Er is behoefte aan buitenstaanders met nieuwe, frisse ideeën.