Maandelijkse archieven: juli 2020

‘Na de crisis verandert er niets in werkend Nederland, tenzij we lessen leren’

In de tweede fase van de maatregelen van de regering vanwege de coronacrisis dreigen grote aantallen ontslagen. De overheid probeerde dit te voorkomen in de eerste fase. En terecht. Niet zozeer de ontslagen zijn het probleem maar het verdwijnen van ondernemingen die voor werk zorgen.

Op dit moment dringt tot ons door dat de coronacrisis tot een forse economische dip leidt, qua omvang minimaal vergelijkbaar met die van 2008. En in een economische “down turn” wordt Nederland door onze open economie harder dan gemiddeld geraakt. Bij een “up turn” profiteert Nederland ook meer dan gemiddeld.

Geef flex de ruimte

En nu hadden we net per 1 januari de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) geïntroduceerd, die tot doel heeft om flexibele arbeid minder flex te maken en overeenkomsten voor onbepaalde tijd juist te stimuleren. Weliswaar met een iets versoepeld ontslagrecht, want dat werd wel heel moeilijk na invoering van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) in 2015. We hebben flexibiliteit nu écht nodig en nu blijkt de wetgeving in de weg te zitten als de economische wind gure temperaturen bereikt.

Wat mij betreft is er maar één conclusie: geef flex de ruimte die het nodig heeft en regel dit gewoon goed. Ontdoe de discussie van de emotie dat de lange dienstverbanden van 50 jaar geleden de norm moeten zijn.

De WAS regelt de ketenaansprakelijkheid voor het loon

Dit betekent dat u als opdrachtgever aangesproken kan worden op onderbetaling van werknemers in de keten waarin u uw opdracht laat uitvoeren. Of voor de inleenkrachten die u betrekt vanuit een leverancier / uitzender.

De WAB regelt dat flexibele arbeid fors duurder wordt. In de meeste sectoren zijn arbeidsovereenkomsten die niet voor onbepaalde tijd zijn, zijn per 1 januari 2020 minimaal 5% duurder geworden.

Bij de invoering van WAS en WAB is ook een flinke dosis flankerend beleid met inherente kosten ingevoerd. De nieuwe regels rond bijvoorbeeld payrolling leidden tot aanzienlijke invoeringskosten en investeringen in software bij uitzenders en payrollers.

Grote industrieën, zoals we die kennen in de Rotterdamse en Limburgse regio’s, hebben de volledige prijsverhogingen vanuit de WAB niet geaccepteerd. Het kan dan niet anders dan dat een groot deel van de hogere loonheffingen voor onderaannemers en uitzenders ten koste is gegaan van de lonen. Want de marges zijn niet zo hoog dat het verschil in sectorpremie én WHK-premie én de cao loonsverhogingen per 01-01-2020 (vaak 5% of meer) daaruit betaald kunnen worden.

De effectuering van nieuwe regelgeving rond zzp schiet niet op

Platforms die opdrachtgevers en werkzoekenden aan elkaar koppelen in een juridisch schemergebied hebben alle vrijheid. Werkers in die categorieën zijn nu bezoekers van de voedselbanken. De minister heeft net aangekondigd dat een deel van het flankerende WAB-beleid, namelijk de regel dat bij een afwijking op het vaste aantal uren van 30% bij overeenkomsten voor onbepaalde tijd, het hoge WW-tarief geldt, tot eind 2020 toch niet geldt.

Dat flexibele arbeid economisch relevant is blijkt wel uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): circa 1,9 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie en ongeveer 1,1 miljoen zzp’ers. Uit dit artikel blijkt ook dat de groep flexwerkers veel breder is dan alleen uitzendkrachten. De discussies hierover richten zich onterecht op voornamelijk uitzendkrachten.

Als bovenstaande observatie correct is dan betekent dit dat:

  1. we opnieuw blijven beseffen dat flexibiliteit belangrijk is en dat dit door de overheid gefaciliteerd moet worden om de economie straks weer op gang te krijgen;
  2. dat we blijven hangen in de oude discussie van flex versus vast, inclusief de nostalgische ondertoon dat vast beter is dan flex;
  3. de discussie zich vooral richt op de reguliere flexbranche. Want dat adres is bekend, het zijn rijke boeven en je moet je toch ergens op kunnen richten?
  4. dit tot uitdrukking zal komen in weer nieuwe wetgeving met flankerend beleid dat meer ondoorzichtigheid toevoegt in de bestaande brij van wet- en regelgeving;
  5. onevenwichtigheid in regulering zal blijven;
  6. handhaving beperkt zal blijven. Want handhaving kost geld en is specialistisch. En deze complexiteit van telkens wisselende wet- en regelgeving handhaven is intensief en kostbaar;

En zo houden we een systeem waarin bedrijven en werknemers die het goed willen doen in regels verdrinken. Ondertussen krijgen partijen die er misbruik van willen daar alle kans voor.

Na de coronacrisis verandert niets

Dit is een somber beeld, maar er zijn ook volop kansen als we lering trekken uit de schok die we nu te verwerken krijgen op de arbeidsmarkt:

  1. accepteer dat flexibiliteit goed is en maak er gebruik van;
  2. accepteer ook dat, als we een maatschappij met een vangnet willen, dit vangnet voor iedereen moet gelden. En dat alle categorieën van werkers en werkgevers daarvoor moeten betalen. Ook ZZP’ers, platformwerkers en arbeidsmigranten;
  3. maak systemen simpeler, zodat je geen superspecialisten nodig hebt om het te begrijpen en te handhaven. Dan kan je mensen ook aanspreken op de goede uitvoering;
  4. wij hebben onze rijkdom aan hoogwaardige kennis en skills te danken. Creëer betere scholingsmogelijkheden, die zowel in benutting door werknemers als financiering door werkgevers niet al te vrijblijvend zijn. De NOW-regeling deel 2 verplicht tot na- en bijscholing, trek dit door na de crisis;
  5. denk, acteer en handhaaf op keten denken en ketenverantwoordelijkheid, ook voor het loon en relevante tarieven die tot loonkosten leiden;
  6. werkenden zijn geen kostenpost, maar de waardevolste asset van de organisatie. Stimuleer, koester en faciliteer arbeid dus met simpele fiscale regelingen.

Als we dit zouden doen dan valt er heel veel te bespreken. Blijf niet nukkig over het verleden praten, maar denk op positieve wijze aan de toekomst.

Tekst: Theo van Leeuwen, Bureau Cicero.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , | 4s Reacties

Dit betekenen de nieuwe platform-to-businessregels voor zzp-platformen

Voor de buitenwereld lijkt het soms alsof online platformen vogelvrij zijn en dat klopt deels. Er is nog weinig regelgeving rondom dit soort bemiddelaars van producten en diensten, maar daar komt langzaam verandering in. Sinds deze week geldt de zogenaamde ‘platform-to-business verordening’, in het Nederlands ook wel de ‘Verordening ter bevordering van eerlijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten’.

Met deze verordening brengt de Europese Unie meer duidelijkheid over de rol die een platform heeft. Platformen, veelal tweezijdige marktplaatsen, brengen vraag en aanbod bij elkaar en faciliteren in de transactie. Sommige platformen noemen zich een prikbord, maar dat is natuurlijk onzin. Platformen zijn marktmeesters en hebben een sturende rol in hoe de transactie tot stand komt, schreef ik eerder.

Voor wie?

Deze Europese verordening is bedoeld voor platformen waarbij de aanbieder een bedrijf is en de klant een consument. Het is niet noodzakelijk dat de transactie ook daadwerkelijk via het platform verloopt.

De Rijksoverheid geeft de volgende voorbeelden van platformen die onder de regeling vallen:

  • Reserveringsplatforms voor bijvoorbeeld restaurants of kappers;
  • Vergelijkingssites voor bijvoorbeeld energiecontracten, vliegtickets of woningen;
  • Online marktplaatsen waarop ondernemers producten of diensten aanbieden zoals maaltijden, hotelovernachtingen of kleding;
  • Appstores.

Dit betekent dat de regel dus ook geldt voor platformen als Uber, Booking, Fiverr, Thuisbezorgd, bol.com, Deliveroo, Amazon, Werkspot en vele, vele anderen.

Het maakt niet uit of het platform zelf in Europa is gevestigd. Als de ondernemers (dus ook zelfstandig ondernemers!) die hun diensten aanbieden in Europa zijn gevestigd, is de verordening van toepassing op het platform.

Platformen die transacties faciliteren tussen consumenten onderling (consumer-to-consumer) of bedrijven onderling (business-to-business) vallen niet onder deze verordening.

Wat is er veranderd?

Kort gezegd moet de verordening zorgen voor transparantie bij online platformen en een effectieve geschillenbeslechting.

De belangrijkste punten van de verordening zijn:

  • Regels omtrent de algemene voorwaarden;
  • Geven van redenen voor opschorting en beëindiging levering van diensten;
  • Regels omtrent rangschikking en verschillende behandeling;
  • De toegang tot gegevens;
  • Het verplichten van een intern klachtenafhandelingssysteem en externe bemiddeling.

De Rijksoverheid schrijft op de website:

“Digitale platforms moeten zorgen dat de algemene voorwaarden helder en makkelijk te raadplegen zijn. Daarnaast moeten platforms transparant zijn over de volgorde van de zoekresultaten, het besluit om een ondernemer van een platform te verwijderen en de behandeling van eigen producten ten opzichte van producten van derden die ook op het platform worden aangeboden.”

Een platform als Uber mag dus niet meer zomaar een taxichauffeur deactiveren. Dat gebeurde regelmatig en leidde tot grote frustratie, als ik de Facebookgroepen van chauffeurs mag geloven. Verder moeten platformen duidelijk maken welke producten of diensten zij zelf aanbieden op hun eigen platform.

Ook geldt de verordening voor zoekmachines. Zij moeten transparant zijn over de belangrijkste parameters van de rangschikking van zoekresultaten en laten zien hoe hun eigen producten en diensten behandeld worden ten opzichte van die van derden. Deze bepaling geldt voor markten waar het platform zowel marktmeester als aanbieder is op het eigen platform, bijvoorbeeld bij platformen als Bol.com en Amazon.

Een goede stap, maar…

Er is één probleem met deze nieuwe verordening. De Europese Commissie had namelijk beloofd om platformen richtsnoeren te geven voor de transparantievereisten.

Hoewel de verordening een jaar geleden is aangekondigd en sinds 12 juli 2020 van kracht is, zijn die richtsnoeren nog niet gepubliceerd. En weet dus nog geen enkel platform of het de juiste stappen heeft gezet om aan de verordening te voldoen.

In een update op 12 juni staat dat de commissie ‘zo snel mogelijk’ met die richtlijnen komt. Nu blijkt het na wat navraag in Brussel dat het dit soort processen vaker zo verlopen: bij het ingaan van de AVG/GDPR gebeurde ongeveer hetzelfde. Mij is verteld dat we ook nu nog wat geduld moeten hebben.

Impact op platformen die bemiddelen tussen vraag en aanbod van arbeid

De verordening is bedoeld voor een breed scala aan platformen en heeft ook gevolgen voor klusplatformen. In eerste instantie op B2C-platformen als Uber, Deliveroo, Werkspot, Sjauf en CoachCircle. Ook Thuisbezorgd valt onder de verordening, aangezien hier het restaurant de aanbieder is.

Het zou mij niets verbazen als de Europese Commissie in een later stadium ook platformen die bemiddelen tussen consumenten onderling en bedrijven onderling aan de verordening toevoegt. Dan komen platformen als Temper, YoungOnes, Jobner, MatchAB en Horecabaas.nl ook onder deze verordening te vallen.

Het is verstandig als deze platformen zich voorbereiden door vast aan de regels te voldoen. Omdat uiteindelijk iedereen gebaat is bij een verantwoorde markt.

Werk aan de winkel voor platformen, ondernemers en vakbonden

Ik heb rondvraag gedaan bij platformen over de acties die zij hebben ondernomen om te voldoen aan de nieuwe verordening. Wat mij opvalt is dat (hele) grote platformen aangeven alles op tijd op orde te hebben, maar dat de meeste van de middelgrote en kleine platformen voor mijn mailtje of telefoontje nog nooit van de verordening hadden gehoord. Er is dus nog zeker werk aan de winkel.

Al met al is deze verordening een goede stap om platformen meer verantwoordelijkheid te laten nemen. De komende jaren zal blijken of het effect heeft en hoe het zit met de handhaving. Daar kunnen ook belangenorganisaties en vakbonden een rol in spelen. Als een platform zich niet aan de regels houdt kunnen namelijk niet alleen ondernemers de rechter inschakelen: ondernemersorganisaties of -verenigingen kunnen dat ook doen, schrijft advocaat Bieneke Braat.

En dit is niet het enige

De verordening draait puur om platformen met een professionele (zakelijke) aanbieder en een consument als klant. Ondertussen is er nog meer aan de hand. Zo kondigde Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) in een Kamerbrief aan dat zij in Europees verband inzet op meer (wettelijke) verantwoordelijkheden voor de platforms richting consumenten.

Daarnaast wil minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) uitzoeken of en hoe hij zzp-platformen onder de Waadi kan laten vallen. Ook dat is een manier om meer verantwoordelijkheden bij een platform als bemiddelaar neer te leggen, zonder een uitspraak te hoeven doen over de status van de aanbieder. Hoewel hier het laatste woord nog niet over is gezegd, verwacht ik dan ook dat de komende jaren meer duidelijkheid komt over de rol en verantwoordelijkheid van deze digitale bemiddelaars. En dat is iets dat, juist ook in de to-business markt, alleen maar goed is.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | 1 Reactie

ABN AMRO: Vier toekomstscenario’s voor de flexmarkt na de coronacrisis

Welke invloed heeft de coronacrisis op de lange termijn? In het rapport Nederland na Corona in vier scenario’s blikken economen van ABN Amro vooruit op de toekomst van diverse sectoren. De onderzoekers laten onder andere zien hoe de flexmarkt zich kan ontwikkelen.

De scenario’s zijn gebaseerd op twee onzekerheden:

  • Hoeveel invloed heeft de overheid op de ontwikkelingen in de sector?
  • Hoe solidair blijven Nederlanders met elkaar?

Die antwoorden hebben namelijk invloed op collectieve besluiten over zorg, pensioen, de verdeling van inkomen en vrij ondernemerschap.

Voor de zakelijke dienstverlening zien de onderzoekers vier mogelijke situaties in de toekomst. Hieronder een samenvatting.

Scenario 1: vrijheid voor de sterken

Dit is een scenario waarbij onze economie en maatschappij draaien om individualisme en vrije concurrentie.

In dit geval is internationale arbeidsbemiddeling een belangrijke factor geworden voor de aanbieders van werk. Werving en selectie is door slimme algoritmen vrijwel volledig geautomatiseerd. Een groot deel van de medewerkers bestaat uit hoogopgeleide kenniswerkers die vooral werken op basis van flexibele contracten. Laagopgeleide banen bestaan vooral daar waar ze niet geautomatiseerd kunnen worden. Bij de invulling van de flexibele schil is de precieze contractvorm minder relevant.

Alles draait om efficiëntie. Het aantal ‘gedwongen zzp’ers’ is relatief groot en de lonen staan onder druk omdat werkgevers uit een grote internationale vijver kunnen vissen. Alleen hoogopgeleide medewerkers die over unieke vaardigheden beschikken, kunnen serieuze salariseisen stellen.

Bemiddeling van banen via online platformen is sterk gegroeid. De accountancysector is voor een groot deel geautomatiseerd en accountants moeten het grootste deel van hun omzet uit adviesdiensten halen.

De individualisering van de maatschappij leidt ertoe dat burgers eerder hun recht willen halen in plaats van onderling naar consensus te zoeken. Voor de advocatuur leidt dit tot een grote groei van de procespraktijk.

Binnen de consultancy maken grote, internationale organisaties de dienst uit. Gespecialiseerde en vaak lokaal georiënteerde nichespelers spelen ondertussen een belangrijke rol bij innovatie.

Scenario 2: open hightech-gemeenschap

Goed werkgeverschap staat centraal en human resources (HR) is voor veel bedrijven een kernactiviteit geworden. Zij moeten namelijk concurreren om talent op een internationale markt.

Uitzendbedrijven en detacheerders moeten het impresario-model hanteren; hun klant centraal stellen in plaats van de inlener. Veel bedrijven in de HR-services verdienen hun geld in de internationale arbeidsbemiddeling en het aantal zzp’ers is wereldwijd sterk toegenomen.

Zzp’ers ontzorgen met fiscaal advies of huisvesting is een groeimarkt. Een aantal flexaanbieders is zelfs ‘preferred employer’ omdat zij in staat zijn de persoonlijke drijfveren en ambities van medewerkers te verbinden met die van hun opdrachtgevers.

De advocatuur, consultancy en accountancy ontwikkelen nieuwe disciplines die zich richten op duurzaamheid. Het gaat beter met de consultancysector dan ooit. Veel van deze bedrijven organiseren zich binnen grotere netwerken die werken met een stevige schil van gespecialiseerde zzp’ers. Organisaties die flexibele werkplekken aanbieden, groeien sterk.

Scenario 3: de eigen staat

De overheid heeft in dit scenario een restrictief toegangsbeleid. Dat betekent minder internationale arbeidsbemiddeling en krimp in de sector HR-dienstverlening. Ook de sector werving en selectie is gekrompen.

Veel werk wat voorheen in het buitenland werd uitgevoerd, gebeurt nu in Nederland. De overheid stimuleert zowel consumenten als bedrijven om binnenlandse goederen en diensten af te nemen.

De advocatuur, accountancy en consultancy zijn echt Nederlandse dienstverleners geworden. Internationaal opererende partijen in de professionele dienstverlening (de Big 4-accountants, adviseurs als McKinsey en BCG en internationaal opererende advocatenkantoren als Clifford Chance en Jones Day) hebben hun bezetting in Nederland sterk teruggeschroefd. De accountancysector is voor een deel genationaliseerd en heet weer Rijksaccountantsdienst.

Scenario 4: de beschermde staat

Nederland is een planeconomie geworden met kenmerken van de industriepolitiek van na de Tweede Wereldoorlog. Overheid en burgers zijn in dit scenario sterk gericht op solidariteit en duurzaamheid.

Door investeringen in duurzaamheid en de nationalisatie van de transportsector, farmacie- en energiesector is Nederland minder afhankelijk van het buitenland. De kwaliteit van leven is hoog, mede omdat de overheid een gezonde levenswijze aanmoedigt. Het bedrijfsleven neemt dit beleid over en zet stevig in op goed werkgeverschap.

De overheid speelt een belangrijke rol in het toekennen van werkvergunningen, al bestaat er wel vrij verkeer in kenniswerkers. Voor flexibele arbeid moet meer betaald worden, maar dat deert ondernemers niet vanuit hun motivatie om een goede werkgever te zijn. Hoewel de arbeidsvoorwaarden tussen vaste en flexibele arbeid relatief klein zijn, blijven bedrijven die inzetten op innovatie en verandering sterke behoefte houden aan flexwerkers.

Stakingen zijn zeldzaam. Advocaten, accountants en consultants helpen de overheid bij het realiseren van een duurzame strategie. Accountants breiden hun verdienmodellen die te maken hebben met het rapporteren van duurzame prestatie-indicatoren verder uit. Een huidig voorbeeld hiervan is de zogeheten ‘social impactreporting’ waarin PWC heel actief is.

De menselijke maat is leidend en het welbevinden van de werknemer staat centraal. Bedrijfsfuncties die voorheen geautomatiseerd zijn, worden weer door mensen ingevuld; de koffiejuffrouw is terug.

Meer weten? Het volledige rapport staat hier.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , | 3s Reacties

Koolmees over aov zelfstandigen: ‘Afspraak is afspraak’

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zal na de zomer ingaan op de nadelen van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor alleen zzp’ers ten opzichte van een aov voor alle werkenden. Dat zei hij dinsdagavond tijdens het Kamerdebat over de uitwerking van het pensioenakkoord. Ondertussen gaat hij wel gewoon door met de uitwerking van het voorstel voor een aov voor zelfstandigen.

Motie Stoffer/Tielen

Koolmees reageert op vragen van SGP-kamerlid Chris Stoffer over de aov voor zelfstandigen. Begin februari kwamen Stoffer en Judith Tielen (VVD) met een motie, waarin zij de minister vroegen om in te gaan op de nadelen van een aov alleen voor zzp’ers. Commissie Regulering van werk adviseert namelijk een basisvoorziening voor alle werkenden en ziet nadelen aan een regeling voor alleen zelfstandigen.

In de motie vroegen Tielen en Stoffer de minister ook om het voorstel van de commissie als alternatief te overwegen. Deze motie werd aangenomen.

Afspraak is afspraak

“Deze motie ga ik natuurlijk uitvoeren”, zei Koolmees dinsdag. Hij neemt deze reactie mee in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Borstlap, die na de zomer naar de Kamer komt. “Daar wil ik wel bij gezegd hebben dat ik ook zeer hecht aan de afspraken die ik in het kader van het pensioenakkoord heb gemaakt met de sociale partners en de Stichting van de Arbeid. Een afspraak is ook een afspraak.”

De minister zal dus zo’n aov voor alle werkenden overwegen, maar werkt ook de aov-zzp verder uit. Koolmees: “Ik ga samen met het UWV en de Belastingdienst de komende tijd uitwerken hoe het voorstel van de Stichting van de Arbeid op een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare wijze kan worden ingericht.”

Advies overnemen

De aov voor zelfstandigen is onderdeel van het pensioenakkoord. Koolmees vroeg de sociale partners om met een voorstel voor zo’n aov te komen. Vorige week schreef hij dat hij het advies van de Stichting van de Arbeid over wil nemen.

Maar voordat die verplichte zzp-aov ingaat, heeft de minister nog wat werk te doen. In zijn brief over het pensioenakkoord schrijft hij dat de Belastingdienst en uitkeringsinstantie UWV bang zijn dat ze de regeling niet kunnen uitvoeren. De twee instanties waarschuwen namelijk dat het voorstel van de sociale partners te ingewikkeld is.

Opt-out verruimen

Zelfstandigen die een eigen private verzekering hebben met minimaal dezelfde dekking als de verplichte aov, hoeven niet mee te doen met de publieke verzekering.

Stoffer pleit tijdens het pensioendebat voor meer ruimte in dat zogenaamde ‘opt-outsysteem’. Er zijn namelijk meer mogelijkheden om te sparen voor pensioen. Koolmees wil daar best over nadenken, zegt hij. Hij benadrukt ook dat het volgens de Stichting van de Arbeid onverstandig is om eigen vermogen toe te staan als alternatieve verzekering.

“Arbeidsongeschiktheid is een risico voor een hele lange periode”, zegt de minister. “Dan moet je echt heel veel vermogen hebben om daarvoor een dekking te hebben. Maar ik ga hiermee aan de slag in de uitwerking, waar ook de opt-out onderdeel van uitmaakt.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 5s Reacties

Vierde eMagazine Interim-Management online: Jong interim-management

Het traditionele beeld van de interim-manager is nog altijd dat van de blanke man van vijftig plus. Een senior die zijn kennis en ervaring na verloop van jaren inzet om organisaties tijdelijk te ondersteunen in crises of veranderingstrajecten. Niets is minder waar. Een artikel door de Raad voor Interim Management (RIM) over de jonge interim-manager kreeg veel bijval op LinkedIn. Reden om hen op te zoeken en aan het woord te laten in deze vierde editie van het e-Magazine interim-management. Lees de motivatie en beweegredenen van jonge en vrouwelijke interim-managers.

Ook besteden we aandacht aan gewenste diversiteit in de Haagse politiek en is het laatste nieuws te lezen over de status van de zzp’er.

Je kunt het e-Magazine lezen via deze link.Wij wensen je veel leesplezier en horen graag wat je ervan vindt!

Joke Twigt (hoofdredacteur Interim Magazine) en Hugo-Jan Ruts (uitgever ZiPconomy)

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Gemeenschappelijke aanbestedingen gemeenten, de voor- en nadelen

Overheidsorganisaties zoals gemeenten hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om het (publiek) geld goed te besteden (en dus ook grip te hebben op de kosten), moeten voldoen aan de steeds complexere wet- en regelgeving die bij de inhuur van personeel geldt (compliance) en krijgen steeds meer taken toebedeeld zoals recent de uitvoering van de TOZO, waardoor zij als organisatie heel wendbaar moeten zijn. “Hierdoor komt het besef van het belang van strategische personeelsplanning bij gemeenten in een stroomversnelling. Niet alleen voor vast personeel, de next step is dat dit ook voor flexkrachten geldt. Organisaties zijn veel meer bezig met het binden en behouden van schaarse externe talenten. Dus ook de inhuur van tijdelijke specialisten gebeurt steeds minder ad hoc, minder vanuit contract-denken en meer gericht op kwaliteit, kosten en compliance”, zegt Koen de Rooij, directeur van Reijn, een platformbedrijf voor inhuur van hoogopgeleide (zelfstandige) professionals in de publieke sector.

Slim inkopen

Het streven naar efficiency, schaalvoordelen en meer regie op inhuur is de reden dat gemeenten aanbestedingen steeds meer gemeenschappelijk doen. “Dit komen we in de publieke sector tegenwoordig vaak tegen. Afgelopen jaar was er zelfs een aanbesteding voor dertig gemeentelijke organisaties”, stelt Marcel van den Bekerom, mede-directeur van Reijn.

Hierbij zijn twee varianten:

  1. er is een bedrijfsvoeringsorganisatie (gemeenschappelijke regeling; shared service); een partij die structureel namens de gemeente de inkoop, dus ook de inhuur van externen, verzorgt.
  2. gemeenten doen samen een aanbesteding op incidentele/ad hoc-basis; vanuit een specifiek gemeenschappelijk vraagstuk, bijvoorbeeld de inhuur van uitzendkrachten of het inschakelen van een managed service provider (MSP)

De behoefte van gemeenten om hun krachten te bundelen is logisch. Het biedt duidelijke voordelen, schetst De Rooij. “Zo hoeft niet elke gemeente zelf het wiel uit te vinden. Gemeenten zijn zich steeds meer bewust dat kennisdeling helpt bij het optimaliseren van de inhuur van extern personeel. En hiermee voldoen zij aan de maatschappelijk druk om efficiënt ‘slim’ in te kopen.”

Een one size fits all-benadering werkt niet altijd
Koen de Rooij (Reijn)

Scherpe uitvraag

Toch zijn er ook risico’s verbonden aan gemeenschappelijke aanbestedingen. In de praktijk blijkt regelmatig dat het voor één gemeente vaak al heel lastig is om de uitvraag goed te bepalen, weet Van den Bekerom. “Als een aanbestedingsdocument is gepubliceerd proberen wij altijd de daadwerkelijke inhuurbehoefte te bepalen, doorvragen naar de achterliggende visie van hrm, om zo de uitvraag scherper te krijgen.” Dat blijkt soms hard nodig. “Vorig jaar hebben we nog meegemaakt dat een gemeente een aanbesteding moest terugtrekken omdat er teveel vragen kwamen van potentiële leveranciers waar zij geen antwoord op hadden. Dat is natuurlijk zonde, dat kost veel tijd en werkt demotiverend.”

Verschillende ontwikkelstadia inhuur

Doen gemeenten een gemeenschappelijke aanbesteding dan geeft dat nog een extra dimensie aan het scherp stellen van de uitvraag naar de markt, legt de Rooij uit. “Geen enkele gemeente is hetzelfde, ze verschillen qua omvang, strategisch beleid en inhuurbehoefte. De deelnemende gemeenten zitten ook vaak in verschillende ontwikkelingsfase als het gaat om inhuur, de een heeft een heel volwassen inhuurbeleid – werkt bijvoorbeeld al jaren met een MSP, terwijl de ander dat stadium nog niet heeft bereikt en alleen ervaring heeft met het inschakelen van uitzendbureau. Een one size fits all-benadering werkt dus niet altijd.”

Dat maakt gemeenschappelijke aanbestedingen extra complex, weet Van den Bekerom. “Het is daarom nog belangrijker te achterhalen wat de echte gemeenschappelijke inhuurbehoefte is en of er bij elke deelnemende gemeente voldoende draagvlak en commitment hiervoor is.”

Beschikken de gemeenten over een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie dan is het uiteraard in eerste instantie aan deze inkooporganisatie om de daadwerkelijke inhuurbehoefte scherp te krijgen en te toetsen of er voldoende back up is vanuit belangrijke stakeholders binnen de gemeenten. Gebeurt de gemeenschappelijke aanbesteding op ad hoc basis, dan is de rol van een inhuurexpert als Reijn om te komen tot een goede formulering van de uitvraag meestal groter. Het belang hiervan moet niet worden onderschat, want daar gaat het in de praktijk nogal eens mis, weet Van den Bekerom uit ervaring. “Als een aanbesteding is gegund en een systeem voor de inhuur is ingevoerd, wil je niet dat een van de deelnemende gemeenten stelt ‘daar gaan wij niet mee werken, dat past niet bij onze organisatie’ en dat zo’n gemeente vervolgens zelf workarounds gaat bedenken. Dat komt in de praktijk echt voor. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want dan is het efficiencyvoordeel weg en is de oplossing een schijnoplossing.”

“Als gemeenten eigen workarounds gaan bedenken is de gemeenschappelijke aanbesteding een schijnoplossing.”
Marcel van den Bekerom

Gemeente, kies je eigen rol

Een gemeenschappelijke aanbesteding is dus niet altijd de beste keuze. Bij de afweging om dit wel of niet te doen, adviseert Reijn te letten op drie aspecten: urgentie, relevantie en bewustzijn. Er moet een duidelijke noodzaak, een echt voordeel zijn en de deelnemende organisaties moeten beseffen wat de consequenties zijn. “Vandaar dat wij als Reijn in een kritisch voorgesprek altijd inzoomen op de daadwerkelijke collectieve behoefte en willen achterhalen of er echt commitment is”, zegt De Rooij.

Want het succes staat of valt uiteindelijk met een goede analyse van de processen en het bepalen van de exacte inhuurbehoefte van de deelnemende gemeenten. Dat is een samenspel tussen de (bedrijfsvoeringsorganisatie van de) gemeenten en de dienstverleningspartner die als inhuurexpert kan adviseren en moet faciliteren. Eén advies wil De Rooij wel alvast geven. “Kies bij een gemeenschappelijke aanbesteding als gemeente voor de rol die je wilt vervullen. Ben je een grote gemeente met een volwassen inhuurbeleid die veel volumevoordeel kan halen, dan lijkt het logisch dat je achter het stuur wilt zitten en mee wilt bepalen hoe de implementatie verloopt. Ben je een kleinere gemeente met minder ervaring in inhuur van externe professionals, dan kun je er ook voor kiezen op de bijrijdersstoel te gaan zitten en gebruik te maken van de lessons learned van de anderen voordat je zelf als gemeente de gekozen oplossing implementeert.”

Dit is het tweede deel uit de drieluik Aanbestedingen in de publieke sector. Deel één, dat onlangs is gepubliceerd, gaat over de voordelen van het gebruikmaken van de kennis van inhuurexpert bij aanbestedingen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter