"Exploring the future of work & the freelance economy"

Dit betekenen de nieuwe platform-to-businessregels voor zzp-platformen

Online platformen die transacties tussen ondernemers en consumenten mogelijk maken, moeten voortaan voldoen aan een nieuwe regeling: de platform-to-business verordening. Platformexpert Martijn Arets legt uit wat dit betekent voor zzp- en freelanceplatformen.

Voor de buitenwereld lijkt het soms alsof online platformen vogelvrij zijn en dat klopt deels. Er is nog weinig regelgeving rondom dit soort bemiddelaars van producten en diensten, maar daar komt langzaam verandering in. Sinds deze week geldt de zogenaamde ‘platform-to-business verordening’, in het Nederlands ook wel de ‘Verordening ter bevordering van eerlijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten’.

Met deze verordening brengt de Europese Unie meer duidelijkheid over de rol die een platform heeft. Platformen, veelal tweezijdige marktplaatsen, brengen vraag en aanbod bij elkaar en faciliteren in de transactie. Sommige platformen noemen zich een prikbord, maar dat is natuurlijk onzin. Platformen zijn marktmeesters en hebben een sturende rol in hoe de transactie tot stand komt, schreef ik eerder.

Voor wie?

Deze Europese verordening is bedoeld voor platformen waarbij de aanbieder een bedrijf is en de klant een consument. Het is niet noodzakelijk dat de transactie ook daadwerkelijk via het platform verloopt.

De Rijksoverheid geeft de volgende voorbeelden van platformen die onder de regeling vallen:

  • Reserveringsplatforms voor bijvoorbeeld restaurants of kappers;
  • Vergelijkingssites voor bijvoorbeeld energiecontracten, vliegtickets of woningen;
  • Online marktplaatsen waarop ondernemers producten of diensten aanbieden zoals maaltijden, hotelovernachtingen of kleding;
  • Appstores.

Dit betekent dat de regel dus ook geldt voor platformen als Uber, Booking, Fiverr, Thuisbezorgd, bol.com, Deliveroo, Amazon, Werkspot en vele, vele anderen.

Het maakt niet uit of het platform zelf in Europa is gevestigd. Als de ondernemers (dus ook zelfstandig ondernemers!) die hun diensten aanbieden in Europa zijn gevestigd, is de verordening van toepassing op het platform.

Platformen die transacties faciliteren tussen consumenten onderling (consumer-to-consumer) of bedrijven onderling (business-to-business) vallen niet onder deze verordening.

Wat is er veranderd?

Kort gezegd moet de verordening zorgen voor transparantie bij online platformen en een effectieve geschillenbeslechting.

De belangrijkste punten van de verordening zijn:

  • Regels omtrent de algemene voorwaarden;
  • Geven van redenen voor opschorting en beëindiging levering van diensten;
  • Regels omtrent rangschikking en verschillende behandeling;
  • De toegang tot gegevens;
  • Het verplichten van een intern klachtenafhandelingssysteem en externe bemiddeling.

De Rijksoverheid schrijft op de website:

“Digitale platforms moeten zorgen dat de algemene voorwaarden helder en makkelijk te raadplegen zijn. Daarnaast moeten platforms transparant zijn over de volgorde van de zoekresultaten, het besluit om een ondernemer van een platform te verwijderen en de behandeling van eigen producten ten opzichte van producten van derden die ook op het platform worden aangeboden.”

Een platform als Uber mag dus niet meer zomaar een taxichauffeur deactiveren. Dat gebeurde regelmatig en leidde tot grote frustratie, als ik de Facebookgroepen van chauffeurs mag geloven. Verder moeten platformen duidelijk maken welke producten of diensten zij zelf aanbieden op hun eigen platform.

Ook geldt de verordening voor zoekmachines. Zij moeten transparant zijn over de belangrijkste parameters van de rangschikking van zoekresultaten en laten zien hoe hun eigen producten en diensten behandeld worden ten opzichte van die van derden. Deze bepaling geldt voor markten waar het platform zowel marktmeester als aanbieder is op het eigen platform, bijvoorbeeld bij platformen als Bol.com en Amazon.

Een goede stap, maar…

Er is één probleem met deze nieuwe verordening. De Europese Commissie had namelijk beloofd om platformen richtsnoeren te geven voor de transparantievereisten.

Hoewel de verordening een jaar geleden is aangekondigd en sinds 12 juli 2020 van kracht is, zijn die richtsnoeren nog niet gepubliceerd. En weet dus nog geen enkel platform of het de juiste stappen heeft gezet om aan de verordening te voldoen.

In een update op 12 juni staat dat de commissie ‘zo snel mogelijk’ met die richtlijnen komt. Nu blijkt het na wat navraag in Brussel dat het dit soort processen vaker zo verlopen: bij het ingaan van de AVG/GDPR gebeurde ongeveer hetzelfde. Mij is verteld dat we ook nu nog wat geduld moeten hebben.

Impact op platformen die bemiddelen tussen vraag en aanbod van arbeid

De verordening is bedoeld voor een breed scala aan platformen en heeft ook gevolgen voor klusplatformen. In eerste instantie op B2C-platformen als Uber, Deliveroo, Werkspot, Sjauf en CoachCircle. Ook Thuisbezorgd valt onder de verordening, aangezien hier het restaurant de aanbieder is.

Het zou mij niets verbazen als de Europese Commissie in een later stadium ook platformen die bemiddelen tussen consumenten onderling en bedrijven onderling aan de verordening toevoegt. Dan komen platformen als Temper, YoungOnes, Jobner, MatchAB en Horecabaas.nl ook onder deze verordening te vallen.

Het is verstandig als deze platformen zich voorbereiden door vast aan de regels te voldoen. Omdat uiteindelijk iedereen gebaat is bij een verantwoorde markt.

Werk aan de winkel voor platformen, ondernemers en vakbonden

Ik heb rondvraag gedaan bij platformen over de acties die zij hebben ondernomen om te voldoen aan de nieuwe verordening. Wat mij opvalt is dat (hele) grote platformen aangeven alles op tijd op orde te hebben, maar dat de meeste van de middelgrote en kleine platformen voor mijn mailtje of telefoontje nog nooit van de verordening hadden gehoord. Er is dus nog zeker werk aan de winkel.

Al met al is deze verordening een goede stap om platformen meer verantwoordelijkheid te laten nemen. De komende jaren zal blijken of het effect heeft en hoe het zit met de handhaving. Daar kunnen ook belangenorganisaties en vakbonden een rol in spelen. Als een platform zich niet aan de regels houdt kunnen namelijk niet alleen ondernemers de rechter inschakelen: ondernemersorganisaties of -verenigingen kunnen dat ook doen, schrijft advocaat Bieneke Braat.

En dit is niet het enige

De verordening draait puur om platformen met een professionele (zakelijke) aanbieder en een consument als klant. Ondertussen is er nog meer aan de hand. Zo kondigde Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) in een Kamerbrief aan dat zij in Europees verband inzet op meer (wettelijke) verantwoordelijkheden voor de platforms richting consumenten.

Daarnaast wil minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) uitzoeken of en hoe hij zzp-platformen onder de Waadi kan laten vallen. Ook dat is een manier om meer verantwoordelijkheden bij een platform als bemiddelaar neer te leggen, zonder een uitspraak te hoeven doen over de status van de aanbieder. Hoewel hier het laatste woord nog niet over is gezegd, verwacht ik dan ook dat de komende jaren meer duidelijkheid komt over de rol en verantwoordelijkheid van deze digitale bemiddelaars. En dat is iets dat, juist ook in de to-business markt, alleen maar goed is.

Martijn Arets is internationaal platform expert en verkent sinds 2012 de opkomst van de platformeconomie en de impact op de samenleving. Bekijk alle berichten van Martijn Arets

Eén reactie op dit bericht

  1. “Platformen die transacties faciliteren tussen bedrijven onderling (business-to-business) vallen niet onder deze verordening.”

    Een dienstverlening waarin business-to-business gekoppeld wordt (formeel is het platform dan een bemiddelaar) is absoluut onmogelijk anders weg te zetten dan als bemiddelaar. Dan ben je wel degelijk een “prikbord” en is het onzin om het anders weg te zetten.
    Wordt wel anders als het platform na succesvolle koppeling de juridische rol van intermediair (tussenkomst/uitzender/payroller/directe werkgever) formeel inneemt.
    Want daar kan je wat vinden. Maar ook niet meer dan dat, want het is nog steeds B2B.
    Martijn schrijft: “Het zou mij niets verbazen als de Europese Commissie in een later stadium ook platformen die bemiddelen tussen consumenten onderling en bedrijven onderling aan de verordening toevoegt. ”
    Welnu, dat is een kansloze exercitie en zou mij ZEER verbazen omdat het juridisch in geen enkel land haalbaar is. Lijkt me heel sterk dat Brussel in een geluidsdichte en raamloze ivoren toren zit. Dan trekt men een hele industrie aan werkgelegenheid er onderuit. Gaat niet gebeuren in tijden van bestrijden van werkloosheid en de noodzaak van toenemende flexibilisering.
    En dan volgt ook nog deze route: of een gelijkstelling aan B2C ook voor het Europees Hof droog blijft, dat wil ik nog weleens zien.

    Mona Keijzer benadrukt niet voor niets het B2C/accent en Wouter Koolmees onderzoekt of dit te koppelen is aan WAADI. Wijzen deze twee in de richting om die koppeling te realiseren ? Nee ! Het is om politiek antwoord te geven (EN VAST TE STELLEN) dat het juist NIET om B2B kan gaan.

    Kortom: Martijn, de nieuwe regels hebben GEEN invloed op ZZP-platformen (met een bemiddelingsrol) en er is geen impact op de ZZP-markt. Nu niet en in de aankomende 10 jaren ook niet.