Maandelijkse archieven: juni 2020

Overheden en dienstverleners verwachten snel weer oude niveau inhuur externen te zitten

Drie kwart van de overheden en twee derde van de dienstverleners verwachten dat de omvang van de flexibele schil direct na zomer weer op het niveau van voor de coronacrisis zit. Dat blijkt uit een steekproef van HeadFirst Group onder haar opdrachtgevers. Bedrijven actief in de technologie branche verwachten een later herstel. Iets meer dan de helft van de industriële bedrijven verwacht echter ook een structurele daling van de flexschil van 20%.

De industriesector verwacht ook een trager herstel van de productiecijfers. Een derde verwacht snel weer op 100% te zitten, 15% verwacht pas na 2021 weer op de oude niveaus terug te zijn. Vooral dienstverleners verwachten een snel herstel. 65% denkt al weer snel terug op 100% te zitten.

Paul Oldenburg ziet in de cijfers een teken van herstel. “De algemene arbeidsmarkt toont indicatoren die enige aanleiding van optimisme geven. De trends zie je in de inhuurmarkt uitvergroot.” Na een flinke in vraaguitval in maart en april is het aantal nieuwe aanvragen voor interim professionals in mei weer met 30% gegroeid.

Structurele schaarste op de arbeidsmarkt, maar dan vooral voor bepaalde functiegroepen, is waarschijnlijk de reden waarom een deel van de dienstverleners (35%) verwacht dat de tarieven van extern personeel omhoog zullen gaan. Technologiebedrijven en overheden verwachten geen stijging. De helft van de techbedrijven denkt dat de tarieven gaan dalen. 

Meer thuiswerken is een blijvertje, zo blijkt uit het onderzoek. Niemand van de respondenten verwacht dat het percentage thuiswerken weer teruggaat naar de periode van voor corona. Dienstverleners verwachten dat het thuiswerken met meer dan 40% gaat toenemen. Ook 60% van de overheden denkt aan een dergelijke forse toename.

In de onderstaande opname van het webinar gaat Oldenburg dieper op deze cijfers in.

Arbeidsmarktcijfers: de vlag gaat nog niet uit, maar er zijn aanknopingspunten

In het webinar gaf Geert-Jan Waasdorp, directeur van data- en technologie bedrijf Intelligence Group, ook een actuele update van de arbeidsmarktcijfers. “De vlag gaat niet uit”, zo waarschuwde hij, “maar er zijn aanknopingspunten om enig herstel te zien.” De daling van het aantal nieuwe vacatures is gestopt. Studenten/bijbaners vinden in de laatste week weer massaal nieuw werk. Tegelijkertijd is de arbeidsmarktactiviteit op het laagste niveau ooit. ‘Mensen blijven zitten waar ze zitten’, zo legt Waasdorp uit. Dat betekent wel dat een groeiende werkloosheid nog niet betekent dat je ook makkelijker aan de juiste mensen kunt komen.

“Werven van bedrijfskritische doelgroepen wordt niet makkelijker, al kun je de markt wel tijdelijk afromen” zo zegt hij. Data laat zien dat er momenteel niet vaker websites met vacatures bezocht worden, maar wel dat die bezoeken meer dan voorheen leiden tot daadwerkelijke sollicitaties. “Om de juiste kandidaten te verleiden, is een goede arbeidsmarktcommunicatie nu belangrijker dan ooit. Ook richting zzp’ers.”

18% van de zzp’ers geeft in het ArbeidsmarktGedragOnderzoek van de  Intelligence Group aan direct open te staan om over te stappen naar een baan. 34% zegt misschien wel een baan te willen. Die cijfers wijken overigens niet enorm af van cijfers van twee jaar geleden (toen gaf 15% aan in loondienst te willen en 34% misschien), maar het geeft het potentieel aan voor opdrachtgevers om eventueel met zzp’ers het gesprek aan te gaan over een overstap.

Update cijfers en politiek

Zie voor meer informatie over het onderzoek onder opdrachtgevers en de arbeidsmarktdata deze opname van het webinar. Daarin bespreekt Hugo-Jan Ruts ook nog de politieke agenda van de komende paar weken tot het zomerreces van de Tweede Kamer.

 

 

Op 9 juli praten Oldenburg, Waasdorp en Ruts de markt weer bij op basis van verse cijfers en de uitkomsten van de politieke debatten later deze maand. Aanmelden voor dat webinar kan via deze link.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Marktupdate interim-managementbureaus: opdrachten lopen door maar groeidoelstellingen worden bijgesteld

Interim-managementbureaus werken in een competitieve markt. In 2019 liet onderzoek nog zien dat ondanks een substantiële daling van bureaumarge en tarieven, interim-managementbureaus nog volop kansen zagen en zij hun markt als ‘groeimarkt’ definieerden.

Hoe is het gesteld met de bureaus nu de coronacrisis de HR-inhuur in de volle breedte raakt? De uitzendbranche kampt met 25% minder uitzenduren, de Bovib ziet een stop op IT-projecten in 30 procent van de gevallen. De consultancy heeft het lastig en houdt rekening met een blijvende verandering.

ZiPconomy maakte een ronde langs de velden. Interim-managementbureaus zijn actief in alle onderdelen van de Nederlandse economie. Zowel in sectoren als in vakgebieden is een grote diversiteit aanwezig. De meeste bureaus combineren interim-management met andere vormen van dienstverlening, zoals executive search.

Juist die dienstverlening wordt minder zeggen de bureaus. Soms pakt een opdrachtgever zelf het traject van werving en selectie op. Wat ook opvalt is dat interim-managers mee solliciteren op een vaste positie, hoewel dat nog geen trend lijkt. Interim-managementopdrachten lopen veelal door. Interim-managers in de zorg intensiveerden hun inzet op het hoogtepunt van de crisis omdat zij veelal sleutelposities bekleden. In die sector is de verwachting dat de inzet voorlopig niet afneemt. Het werk verandert nog steeds. En na deze crisis zal de bedrijfsvoering weer teruggebracht moeten worden naar hoe het was.

Herwaardering management

Het pijlsnel ingevoerde afstandsonderwijs heeft een herwaardering van management in deze sector veroorzaakt. Vrijwel zonder toezicht en controlemechanismen wordt alles aan de (interim) professional toevertrouwd. De voorzichtigheid om externen in te huren in het onderwijs is geluwd. Men is eerder geneigd interim-managers vast te leggen om voorbereid te zijn op de onzekerheid van het nieuwe schooljaar.

In de industrie, ICT en digitale transformaties loopt inzet over het algemeen door. Belangrijkste afnemer van interim-management, de overheid, verwacht standaard minder inhuur. Toch is al jaren op rij de inhuur van externen hoger. In 2019 was zelfs sprake van een verdubbeling van inhuur op interim-management bij de Rijksoverheid. Volgend jaar wordt duidelijk of en welke impact de coronacrisis heeft gehad op de inhuur van interim-management in dit segment.

Interim-managementbureaus geven aan dat leads teruglopen of minder makkelijk opgepakt kunnen worden via videobellen. Zij geven aan dat er niet zozeer sprake is van omzetdaling, maar dat groeibudgetten vrijwel zeker niet gehaald worden in 2020.

Optimistischer

En de interim-managers zelf? In een peiling door Schaekel & Partners zijn interim-managers nu beduidend optimistischer dan aan het begin van de crisis. Omzetdaling is lager dan aanvankelijk gedacht omdat thuiswerken ook gewoon gedeclareerd kan worden. Wel neemt het aantal interim-managers zonder opdracht toe. Eenmaal uit een opdracht, is het lastiger een nieuwe opdracht te verkrijgen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de ZiParena, een initiatief van ZiPconomy in samenwerking met IRIScf, geven we inzicht in het landschap van dienstverleners in de wereld van werk en het organiseren van externe arbeid. Daarin ook een overzicht (zie hier) van de belangrijkste interim-managementbureaus.


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

TNO: vast moet minder vast worden, maar in de praktijk neemt interne flexibilisering af

Om te zorgen dat de arbeidsmarkt klaar is voor de toekomst, moeten vaste werknemers meer interne wendbaarheid binnen hun organisatie krijgen, adviseert de commissie Borstlap. Vaste werknemers moeten dus meer vrijheid krijgen op het gebied van werktijden, thuiswerken en roosters. Daarnaast moet het makkelijker worden om binnen de organisatie ander werk te doen.

Lees meer over de voorstellen van de commissie Regulering van werk.

Tot nu toe komt daar in de praktijk juist steeds minder van terecht, blijkt uit onderzoek van TNO. Het onderzoeksinstituut houdt iedere twee jaar een grote enquête om te peilen hoe werkgevers omgaan met hun personeel. Uit de WEA 2019 blijkt dat vorig jaar 45% van de werkgevers een beleid voerde waarbij zij hun personeel breed inzetten. Dat percentage lag een jaar geleden op 48% en vijf jaar eerder zelfs op 51%.

 

Interne flexibilisering en flexibiliteit, 2019 (Bron: WEA 2019)

Wie wel intern flexibiliseert, doet het goed

De bedrijven die hun werknemers in sterke tot zeer sterke mate vrij laten beslissen over hun werk neemt wel toe. Er zijn daarbij flinke verschillen per sector. In de ICT, zakelijke en financiële dienstverlening en de zorg ligt het percentage substantieel hoger dan gemiddeld. In de landbouw, industrie, handel en horeca meer dan 20 procentpunt lager dan gemiddeld.

Interne flexibilisering kan ook door personeel te ‘poolen’ met andere organisaties, schrijven de TNO-onderzoekers. Dat gebeurt nog heel weinig. In 2019 hield slechts 3% van de werkgevers er zo’n arbeidspool op na. Dit percentage is stabiel sinds 2014.

Na de crisis

Al met al daalt dus het percentage organisaties dat zich richt op interne flexibiliteit. Werkgevers zochten flexibilisering tot nu toe vooral ‘buiten de deur’, schrijven de onderzoekers.

Econoom Frans van der Zee van TNO verwacht dat dit na de coronacrisis verandert. Hij ziet dat veel organisaties afscheid nemen van hun uitzendkrachten en zzp’ers. “De noodzaak om interne flexibilisering serieuzer op te pakken is dus groot.”

Scholing van personeel

Training en opleiding zijn belangrijk als je wilt zorgen dat je personeel ook op andere plekken in de organisatie aan de slag kan, benadrukt hij. Hij hoopt dat organisaties meer gaan focussen op scholing.

In 2019 zei slechts 25% van de werkgevers dat driekwart of meer van hun werknemers het afgelopen jaar in werktijd een cursus, training of scholing volgde. Voor bijna 28% van de werkgevers geldt dat minder dan een kwart dit deed. Bij 26% van de werkgevers volgt geen enkele werknemer een opleiding.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , | 3s Reacties

Hoe zit het ook al weer met de vervanging van de Wet DBA? 12 vragen en (halve) antwoorden

“De Wet DBA wordt (…) vervangen. De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen.” Dat stond in het regeerakkoord van het huidige kabinet. Nog 10 maanden te gaan om dit punt uit het regeerakkoord in te lossen.

Je hoort er misschien niet zoveel meer over, maar hoe staat het nu eigenlijk met de vervanging van die Wet DBA? Een aantal opfrispunten en antwoorden.

Wat was er ook al weer met de Wet DBA ?

Ooit was er de VAR. De Verklaring Arbeidsrelatie. Een document dat een zelfstandige kon aanvragen bij de Belastingdienst. Een opdrachtgever kon zonder al te veel risico een zzp’er die in het bezit was van een VAR als zelfstandige inhuren.

Overheid en vertegenwoordigers van zzp’ers waren het er over eens dat de VAR vervangen moest worden omdat daarmee schijnzelfstandigheid bestreden kon worden. Na een mislukte poging om dat via een digitale tool te doen (de BGL) kwam de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie, de Wet DBA.

Kern van de Wet DBA is het afschaffen van de VAR. Daarbij was het idee dat er per branche afspraken gemaakt worden tussen sociale partners over de voorwaarden waaronder werk uitgevoerd kon worden door een zelfstandige. De modelovereenkomsten.

Waarom mislukte de Wet DBA?

Aan het einde van het vorige kabinet ontspoorde het idee van de Wet DBA.

Een evaluatie commissie onder leiding van Prof Boot oordeelde zeer kritisch over de uitvoering van dit idee. Daarnaast werden vele duizenden modelovereenkomst bij de Belastingdienst ingediend. Een wankel fundament, een gebrekkige implementatie en onduidelijke communicatie zorgde er voor dat veel opdrachtgevers (te) huiverig werden om zelfstandigen in te huren. Onder veel politieke druk belandde de Wet DBA de facto in de ijskast.

Welke plannen had het huidige kabinet?

Onder leiding van Minister Koolmees, als coördineerde bewindspersoon, presenteerde het kabinet de volgende plannen om de wet DBA te vervangen.

  • Bescherming aan de onderkant van de markt, door een verbod op inhuren van zzp’ers voor een tarief onder de € 16 euro per uur.
  • Juist meer zekerheid voor zelfstandige professionals indien die ingehuurd worden met een uurtarief van boven de € 75 euro per uur.
  • Deze twee maatregelen zijn uitgewerkt in de concept Wet “Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring”
  • Een webmodule, een digitaal formulier, voor opdrachtgevers om duidelijkheid te krijgen of voor opdrachten met een tarief tussen 16 en 75 euro per uur zzp’ers ingehuurd kunnen worden. Het beantwoorden van een serie vragen (tussen de 20-30) levert een advies op: de opdracht kan wel of niet ingevuld worden door een zelfstandige. De uitkomst van de webmodule geeft de opdrachtgever vooraf zekerheid indien ook daadwerkelijk gewerkt wordt conform de invulling van de webmodule.

Dat is nog niet helemaal alles.

  1. Omdat de uitleg van de term ‘gezag’ een bottleneck blijkt bij de afbakening wanneer nu wel of niet ‘buiten dienstbetrekking’ kan worden gewerkt, wil het kabinet “de wet zo aanpassen dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.” Dus concreter maken wat wel en niet mag.
  2. Het kabinet zet stappen in het verkleinen van de verschillen tussen werknemer en zelfstandigen op het vlak van fiscale voordelen en sociale zekerheid. De zelfstandigenaftrek is afgebouwd. Via het pensioenakkoord bedongen de PvdA, GroenLinks en de vakbonden dat een plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen uitwerkt wordt.

Wordt het arbeidsrecht gemoderniseerd?

Laten we de punten zoals ze hierboven staan, in omgekeerde volgorde, langslopen.

Er is in ieder geval geen werk gemaakt van het veranderen van de wet rond de term ‘gezagsverhouding’. Er komen geen nieuwe kaders, geen nieuwe termen om te kunnen bepalen wanneer er nu wel of niet als zelfstandige gewerkt kan worden. Er wordt voortgebouwd op bestaande jurisprudentie.

Wat is de status van de AOV voor zzp’ers?

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de sociale partners, in de Stichting van de Arbeid, een voorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zouden uitwerken. Tot schrik van een deel van de coalitie is ze dat nog gelukt ook. Minister Koolmees zal naar verwachting op korte termijn de reactie van het Kabinet op dat voorstel geven. Een voorstel met een mager draagvlak onder zzp’ers zelf.

  • Lees hier alles over de aov voor zzp.

Hoe staat het nu met de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring?

De concepttekst Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring is in het najaar van 2019 publiek gemaakt voor internetconsultatie. Dat leverde een ongekende hoeveelheid negatieve reacties op. Naast de grote aantallen is tekenend dat de weerstand vanuit veel verschillende kanten komt. VNO en FNV stelden een gezamenlijk, negatief advies op. Ook de Commissie Borstlap gelooft niet in dit wetsvoorstel.

Om te kunnen controleren of er inderdaad boven een minimumtarief betaald wordt, zijn er allerlei eisen opgesteld waaraan alle zelfstandigen moeten voldoen, ook zij die evident ondernemer zijn en/of ver boven dat minimumbedrag zitten. Daarmee gaan de extra administratieve lasten voor heel veel zelfstandigen en hun opdrachtgevers onevenredig omhoog.

De Zelfstandigenverklaring moest zekerheid geven aan huidige zelfstandige professionals en hun opdrachtgevers indien er een uurtarief van boven de 75 euro per uur wordt betaald en indien de opdracht korter dan 1 jaar duurt. Deze wet is echter door ambtenaren van SZW op bijeenkomsten gepresenteerd als een ‘opt-out’ mogelijkheid voor werknemers die willen overstappen naar het zzp-schap, in plaats van een soort ‘VAR-plus’. Hierdoor kon dit deel van de Wet direct op een veto rekenen van de vakbonden en de linkse oppositie. Anderen hebben bezwaar tegen de maximum periode van 1 jaar.

Minister Koolmees heeft nog niet laten weten wat hij met deze stevige feedback doet. Het ligt in de lijn der verwachting dat hij voor 17 juni duidelijk maakt wat hij gaat doen.

De kans lijkt vrij groot dat hij deze wetten toch niet gaat indienen bij de Tweede Kamer.

En de Webmodule dan?

De vragen die in de webmodule gesteld worden, zijn al een tijdje klaar voor gebruik. Testversies zijn verspreid onder opdrachtgevers om feedback op te vragen. Wat alleen nog niet gedeeld is, zijn de wegingsfactoren die onder de vragen komen. Of te wel: hoe zwaar weegt de uitkomst van de losse vragen. Geen onbelangrijk detail.

Voor de webmodule is geen wetgevingstraject nodig. Daarbij is het gebruik ervan niet verplicht. Dat maakt invoering wat minder politiek beladen. Maar dat zou kunnen veranderen als minister Koolmees inderdaad geen nieuwe wetgeving invoert. Dan wordt de webmodule ineens het enige nieuwe instrument om de zzp-markt te reguleren.

De weerstand onder brancheorganisaties is er overigens niet minder om. De webmodule poogt het bestaande arbeidsrecht en jurisprudentie rond wel/niet zelfstandigheid, met wegingsfactoren, zo te automatiseren dat het heldere antwoorden oplevert. ‘Beleidsmakers zitten op de verkeerde weg’ concludeerden aanwezigen na het laatste ‘werkveldoverleg’ met de minister.

Waar de webmodule ooit bedacht was als een instrument die duidelijkheid (ja/nee) geeft over twijfelgevallen, is de vrees dat de module in teveel gevallen juist als antwoord geeft: ‘ik kan geen oordeel geven’. Dan verliest de webmodule zijn nut. Tenzij de wegingsfactoren zo streng worden ingeregeld dat de webmodule veel van de bestaande opdrachten gaan ‘afwijzen’ als zzp-opdrachten.  Het is de vraag of het kabinet dat aan durft in een tijd dat veel zzp’ers het al erg lastig hebben om aan nieuwe opdrachten te komen.

Samengevat is de kritiek over de webmodule:

  • Handig voor wie af en toe een zelfstandige inhuurt, maar voor die doelgroep zijn de vragen te complex.
  • Voor wie structureel en veel zzp’ers inhuurt (bijvoorbeeld beursgenoteerde ondernemingen of Rijksoverheid, of bemiddelaars) is de tool ongeschikt. Te veel detailvragen waardoor er voor elke aparte opdracht een webmodule moet worden ingevuld. Verder geen duidelijkheid over een koppeling met administratieve systemen.
  • Te generiek. Het geeft geen oplossing voor branche specifieke situaties.

Ook met betrekking tot de webmodule zal de minister waarschijnlijk voor 17 juni bekend maken wat zijn plannen zijn.

De verwachting is dat de webmodule, al was het maar bij wijze van pilot, wel ingevoerd wordt. Waarschijnlijk in het najaar.

  • Nieuws, achtergronden, analyses en evaluatie over de webmodules: op deze pagina

Komt er een meer sectoraal beleid?

Een van de genoemde bezwaren tegen de webmodule is dat deze te algemeen is om antwoord te geven op knelpunten binnen specifieke branches. Minister Koolmees heeft daarom zijn collega ministers opgeroepen om bijvoorbeeld in de zorg, onderwijs of media sector alvast aparte afspraken te maken over welk werk nu wel of niet gedaan kan worden door zelfstandigen. Maar zijn collega’s lijken daar voorlopig voor te bedanken.

Bij afwezigheid van nieuwe kaders en nieuwe wetgeving lijkt juist dat maatwerk een onmisbare schakel in dit taaie dossier.

Wat is nu de status van de Wet DBA?

Aan het eind van het vorig kabinet kwam een handhavingsmoratorium van de Wet DBA. Hij is er dus, maar de handhaving werd aanvankelijk beperkt tot ‘evident kwaadwillenden’. Per 1 oktober 2019 wordt de Wet DBA weer wat strenger gehandhaafd. Maar vooralsnog krijgen bedrijven, als de Belastingdienst of Arbeidsinspectie constateert dat  zzp’ers op een onjuiste manier ingehuurd worden, niet meer dan een ‘gele kaart’. Ze hebben dan 3 maanden om aanpassingen te doen.

En de Wet DBA zal formeel ook niet echt vervangen worden. Het was immers niet meer of minder dan het opheffen van de VAR.

Wat gebeurt er met de modelovereenkomsten?

Dat is een cruciale vraag met nog een onduidelijk antwoord.

In het kader van de Wet DBA zijn duizenden modelovereenkomsten ingediend bij de Belastingdienst. Overeenkomsten waarin is vastgelegd op welke manier opdrachtgever en zelfstandigen werken, zodat het werk ook ‘buiten dienstbetrekking’ gedaan kan worden.

Meer dan 1.500 modelovereenkomsten hebben een goedkeuring gekregen van de Belastingdienst. Voor een periode van vijf jaar. Die periode loopt voor de eerste goedgekeurde modelovereenkomsten in september alweer af.

Op discussiebijeenkomsten met het werkveld is een aantal keer gehint dat de modelovereenkomst een manier blijft voor opdrachtgevers om zekerheid vooraf te krijgen. Als alternatief naast de webmodule. Het ministerie van Financiën lijkt echter niet zo happig op een voortzetting.

Duidelijkheid hierover is wel cruciaal. De webmodule is nog niet operationeel voordat de eerste modelovereenkomst is aflopen. Daarbij zal die waarschijnlijk als ‘pilot’ geïntroduceerd worden. Met alle opstartproblemen van dien.

Vandaar de druk vanuit de corporates en de bemiddelingssector om de modelovereenkomsten uit de ooit zo verfoeide Wet DBA voorlopig voort te zetten. In ieder geval tot er een werkbaar – en getest – alternatief beschikbaar is.

De WAB en de wet DBA

Ze worden nog wel eens door elkaar gehaald. De WAB staat voor de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Die heeft Minister Koolmees wel al door het parlement weten te loodsen en is op 1 januari 2020 van kracht gegaan. Waar de Wet DBA over zelfstandigen gaat, gaat de WAB juist over iedereen met een contract. Vast of flex, dus bijvoorbeeld uitzend, detachering, payrolling of oproepcontracten.

De WAB moest het vaste contract voor werkgevers wat aantrekkelijker maken (bijv eenvoudigere ontslagprocedures) en ‘flex’ duurder en lastiger maken.

Idee was om de WAB en de vervanger van de Wet DBA tegelijk in te laten gaan, om het ‘waterbed’-effect tegen te gaan. Immers: flexconstructies duurder maken zou tot meer (ongereguleerde) zzp-inhuur kunnen leiden. Omdat de regelgeving rond zzp toch langer duurde dan gepland, is toch de WAB maar alvast ingevoerd.

Minister Koolmees heeft vorige week een eerste quickscan naar de effecten van de WAB naar de Kamer gestuurd. Voor het goed meten van die effecten is het eigenlijk nog te vroeg, zei hij er al een paar maanden geleden bij toen de Kamer om zo’n quickscan vroeg. Door de corona crisis is het goed meten van die effecten nu nauwelijks meer mogelijk, zo schrijft hij in deze brief.

  • Lees hier meer over de WAB.

Wat wordt wanneer duidelijk?

Op 17 en 24 juni staan twee aparte overleggen tussen Minister Koolmees en de Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid gepland. Voor die tijd zal de minister over bovenstaande onderwerpen een brief naar de Kamer sturen. Met daarin op zijn minst een indicatie van wat hij denkt in de nog resterende maanden van dit kabinet wel en niet geregeld te hebben.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 5s Reacties

Uitzenduren daalt niet verder door. Kwart minder dan vorig jaar

In de afgelopen vier weken daalde het aantal uitzenduren met 24% en de omzet van uitzenders met 19%. Dit in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Dat meldt de ABU.

In de vorige periode van vier weken daalde het aantal uren ook met bijna een kwart. In uren gemeten daalt de uitzendsector dus niet verder door, al blijkt de krimp fors. De omzet daalde wel iets verder door. Deze periode met 19%, de periode hiervoor met 17%.  Onlangs meldde de Belgische brancheorganisatie Federgon een daling van de uitzendomzet van 44% in België.

Cijfers per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 29% en de omzet daalde met 23% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 17% en de omzet daalde met 11% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 41% en de omzet daalde met 35% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Organisatieadviesbureau Arthur D. Little koopt twee talentplatformen

Online platformen die zich sec richten op organisatieadvies – bijvoorbeeld de internationale spelers Co-Match en Toptal – positioneren zich graag als concurrerend alternatief voor traditionele spelers als ADL. De pitch van die platformen ten opzichte van de bureaus: een betere match tussen opdracht en de persoon (‘de vent in plaats van de tent’) en minder overhead.  ADL kiest er nu dus voor twee van haar online uitdagers over te nemen: Cutter Consortium in de Verenigde Staten en het Franse Presans.

“Wij geloven dat transparante consulting de toekomst heeft. Met de dubbele overname van Cutter en Presans zijn we in staat om ons ecosysteem met betrekking tot transparante consulting en probleemoplossende mogelijkheden uit te breiden, door toegang te bieden tot experts, door premium inzichten te verschaffen en door onze klanten gedifferentieerde ervaringen op maat te bieden”, zegt Ignacio García Alves, voorzitter en CEO van Arthur D. Little in een toelichting.

Cutter Consortium is een in de Verenigde Staten gevestigd talentplatform dat zich richt op digitale transformatie. Het netwerk bestaat uit ongeveer 150 experts die klanten ondersteunen op het vlak van digitaal leiderschap, enterprise agility, data-analyses en innovatie. Een echt niche platform dus.

Presans heeft een heel ander profiel. Het platform claimt  meer dan 6 miljoen experts wereldwijd in zijn database te hebben. Het ‘on-demand’ talentplatforms richt op industriële sectoren. Het bedrijf biedt on-demand expertise voor industriële innovatieprojecten.

Beide platforms blijven onder eigen merknaam met dezelfde managementteams opereren.

Deskundigenoordeel: ‘Ik zie de beloften niet terug’

Rob de Laat is flexbranche specialist en partner bij IRIS Corporate Finance. Hij zegt: “Het is interessant om te kijken wat deze stap nu echt voor de consultancy-markt betekent. Ik lees beloften over het transparanter maken van de markt en over ‘de vent in plaats van de tent’. Dat klinkt natuurlijk heel mooi, maar als ik kijk hoe Cutter en Presans zich profileren, dan zie ik die beloften niet terug. Een bureau met 6 miljoen experts is ook meer een database dan een netwerkorganisatie die instaat voor de toegevoegde waarde van de mensen die worden ingezet. Waar ADL werkt vanuit een partnermodel hebben de twee overgenomen partijen eigenlijk meer de vorm van een detacheringsbureau. Ik doe ze daarmee tekort, want ze doen wel degelijk consultancy, maar wel vanuit het streven dat degene die aan tafel zit ook de klus gaat doen.

Kortom: Ik zie twee echte consultancy-firma’s en niet zozeer platformen. Ze maken wel gebruik van kunstmatige intelligentie, maar dat doen ze als organisatie en niet als netwerk van individuen. Ik ben er op basis van de profielen van Cutter en Presans dus niet van overtuigd dat de belofte van een slag naar een transparantere consultancy-markt direct gestalte zal krijgen. Mede gezien de omvang van de ‘moeder’ is het desalniettemin interessant om te volgen wat deze overname in de praktijk gaat betekenen.”


In de ZiParena, een initiatief van ZiPconomy in samenwerking met IRIS CF, hebben we de voornaamste online platformen opgenomen. Daarin hebben we een onderscheid gemaakt tussen platformen waar organisaties zelf actief kandidaten kunnen vinden (de freelance selfsourcing tools) en platformen die zelf actief de match maken, maar daarbij zwaar leunen op hun online netwerk (de alternative sourcing solutions).

Zie hier voor overzicht uit de ZiParena van de in Nederland actieve talent platformen:


Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter