Maandelijkse archieven: mei 2020

Koolmees overweegt waarborgsom tegen flitsfaillissement uitzendbureaus

Minister Koolmees Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid zegt ‘positief’ te staan tegenover een suggestie voor een waarborgsom voor uitzendbureaus. Dat zei Minister Koolmees van Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid gisteren in een overleg met de Kamer. De Kamer besprak een initiatiefnota van de SP en ChristenUnie (zie hier) om misstanden in de uitzendsector met arbeidsmigranten aan banden te leggen.

Een probleem is dat soms uitzendbureaus snel opgeheven, via een flitsfaillissement, als er een boete van de inspectie dreigt. In de nota wordt zo’n waarborgsom bepleit. Als een uitzendbedrijf failliet gaat, dan kunnen daaruit de lonen en premies aan werknemers van dat bedrag betaald worden. Het kabinet overweegt ook strengere eisen te stellen aan de verplichte registratie van uitzendbureaus. Er zijn kamerbreed zorgen dat de zelfregulering in de uitzendbranche tekort schiet.

Branchevereniging ABU stelde eind vorig jaar al een waarborgsom van 100.000 euro voor om frauduleuze uitzendbureaus tegen te gaan. Dit als onderdeel van een ‘stevige kwaliteitsimpuls uitzendbranche.’ Er zijn volgens de ABU ‘Te veel uitzendbureaus en te veel malafiditeit.’ De NBBU noemt het idee van een waarborgsom een ‘schijnoplossing’. “Het biedt geen oplossing voor het gestelde probleem. Voor malafide ondernemers vormt een waarborgsom amper een belemmering om malafide praktijken (toch) aan te vangen en aan de andere kant vormt zo’n som juist een drempel voor toetreding van bonafide, jonge, nieuwe, startende mkb-ondernemingen.” De NBBU wijst er verder nog op dat 100.000 voor wat grotere uitzenders niet toereikend is om aan de verplichtingen te voldoen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Judith Tielen (VVD) over zzp-regulering en de webmodule: ‘Ik geloof meer in maatwerk dan een computerprogramma’

“De crisis laat zien dat sommige zzp’ers een wel heel onzeker bestaan hebben, vooral in laaggeschoolde beroepen”, zegt Judith Tielen, Tweede Kamerlid namens de VVD. “Maar moet je dan met wetgeving alle zelfstandigen over één kam scheren en daarmee ondernemerschap beperken? Wij vinden van niet. We moeten op zoek naar een manier om een evenwichtige, wendbare arbeidsmarkt te realiseren.”

Soms wel heel weinig zekerheid

Eind januari kwam de commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap met een voorstel voor zo’n visie. De rode draad van het rapport: het terugdringen van alle vormen van flexibele arbeid. Werknemerschap moet volgens de commissie weer de norm worden voor alle ‘reguliere arbeid’.  Daarnaast stelt de commissie voor om fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen op te heffen en zelfstandigen verplicht onderdeel te laten zijn van het collectief sociaal stelsel.

Tielen is over het algemeen positief over het rapport. “Borstlap komt met veel analyses, kennis en cijfers die ons helpen om een wendbare arbeidsmarkt te realiseren”, zegt ze. “Tijdens de coronacrisis zie je dat sommige analyses wel kloppen. Bijvoorbeeld dat sommige zzp’ers wel heel weinig zekerheid hebben.”

Ondernemerschap gaat gepaard met jezelf wapenen voor tegenvallers, vindt ze. “Sommige zzp’ers gaan snel kopje onder. Ik denk dat we in lager geschoolde beroepsgroepen wat terughoudender moeten zijn voordat we iemand als ondernemer betitelen. Ik zeg dat voorzichtig en zo bedoel ik het ook.”

Nauwelijks maatschappelijk debat

Hoe we dan precies onderscheid moeten maken tussen ondernemerschap en werkgeverschap, dat weet Tielen ook nog niet precies. “In de ideale wereld wil ik iemand vragen of hij alle consequenties die horen bij het ondernemerschap kan en wil dragen”, zegt ze. “Als hij instemt, dan laat je hem met rust. Helaas is dat in de praktijk niet te doen, omdat sommige opdrachtgevers werknemers het zzp-schap in dwingen.”

Volgens haar is meer discussie nodig over een effectief arbeidsmarktbeleid. Dat vindt ook Hans Borstlap, die zijn eindrapport presenteerde als basis voor een ‘breed maatschappelijk debat’. “We hebben schuurpapier geleverd”, zei Borstlap. “Schuur ermee en kom met andere plannen als die beter zijn dan die van ons.”

Dat debat heeft tot nu toe nauwelijks plaatsgevonden, ziet Tielen. Ze vindt het zorgelijk dat het ministerie van Sociale Zaken ondertussen verder werkt aan nieuwe wetgeving ter vervanging van de Wet DBA. “We moeten ons eerst afvragen hoe we zorgen dat de arbeidsmarkt ons straks uit de crisis gaat helpen, voordat we met nieuwe regels komen.”

Meer inzicht en verbinding

Nu één maatregel doorvoeren en de rest laten zitten, dat werkt niet, vindt ze. “Wachten is niet de oplossing, maar feit blijft dat er pas duidelijkheid kan komen zodra het kabinet een visie heeft. Hoe kunnen we zorgen dat de arbeidsmarkt zowel bijdraagt aan de economie als de behoefte van werkenden? In het debat dring ik erop aan om alles met elkaar te verbinden. We moeten nog meer informatie verzamelen voordat we iets doen.”

Er is allerlei onderzoek beschikbaar, benadrukt ze. Ze noemt onder andere het rapport van Borstlap, de inzichten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Deeltijdwerk, het IBO Toeslagen. “Maar er is nog meer inzicht nodig. Deze crisis kan ons helpen meer inzicht te krijgen in de maatregelen rondom zzp’ers. Bijvoorbeeld cijfers over de buffers van ondernemers. Laten we die gebruiken, voordat we keuzes maken die ondernemerschap in de weg zitten.”

Juist in crisistijd zijn ondernemerschap en wendbaarheid zo belangrijk. Je moet ze nu niet lastigvallen met onzeker gedoe.

‘Geef ondernemers houvast in de crisis’

Het CDA verwacht op korte termijn een reactie van het kabinet op het voorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, maar de wet minimumbeloning en de wet zelfstandigenverklaring worden een zaak voor na de verkiezingen. VVD-Kamerlid Tielen maakt zich daar zorgen over.

Zzp’ers hebben behoefte aan duidelijkheid en houvast, benadrukt ze. “Juist in crisistijd zijn ondernemerschap en wendbaarheid zo belangrijk. Zzp’ers hebben ruimte nodig om creatief en inventief in te spelen op de behoefte van de markt. Je moet ze nu niet lastigvallen met onzeker gedoe. De minister (red. Wouter Koolmees, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) was bezig met een webmodule om houvast te geven en een wet minimumbeloning om uitbuiting van zzp’ers te voorkomen. Ik denk dat het goed is als hij laat weten of hij daar voor de zomer een definitief voorstel over doet.”

‘Werknemer, tenzij’

Ook de commissie Borstlap pleit voor duidelijkheid. De commissie stelt drie ‘rijbanen’ voor: loondienst, flex (uitsluitend via uitzenden) en ondernemen. Als iemand arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. Tielen is het niet eens met deze ‘werknemer, tenzij’-benadering.

“Die standaard voelt niet goed voor ondernemers, zoals ik, en doet geen recht aan de behoefte van werkenden om een baan te kunnen combineren met ondernemerschap,” zegt zij. “Ik zie steeds meer wisselwerking op de arbeidsmarkt. Mensen die bijvoorbeeld willen proberen of ondernemerschap bij ze past. Daar moet je ruimte voor bieden. Iedere werknemer moet zich ondernemer kunnen voelen en eigenaar van zijn werk. Dat Borstlap hieraan voorbij gaat, maakt het rapport onvolledig.” 

Collectieve basis voor alle werkenden

Om dit op te lossen, pleit ze voor ‘een sobere basis’ voor alle werkenden. “Dus iets meer collectiviteit, zowel als het gaat om zekerheid als om scholing. Zodat het niet uitmaakt of je werknemer bent of zzp’er. Maar dat moet echt een basis zijn, bijvoorbeeld op bijstandsniveau. Wie wil, kan op zijn eigen manier extra’s regelen.”

Een basis-aov voor alle werkenden, vind ik een beter idee. Dat maakt meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt mogelijk

Tielen had niet verwacht dat het aov-voorstel van de Stichting van de Arbeid draagvlak zou krijgen bij veel zzp’ers. “De sociale partners hebben redelijk draagvlak en het voorstel is redelijk betaalbaar. Toch vraag ik me af of het loont om nu zo’n aparte aov voor zzp’ers op te tuigen. Het voorstel van Borstlap vind ik beter, namelijk een basis-aov voor alle werkenden. Dat maakt meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt mogelijk.”

Maatwerk per sector

Meer ruimte om collectief afspraken te maken zou een oplossing kunnen zijn voor schijnzelfstandigheid, zegt ze. “Misschien werkt het zelfs beter dan een minimuminhuurtarief. Geef zelfstandige postbodes als collectief bijvoorbeeld meer onderhandelpower, zodat zij gezamenlijk kunnen onderhandelen over fatsoenlijke voorwaarden.”

De VVD twijfelt of een webmodule genoeg houvast biedt voor zzp’ers en hun opdrachtgevers. Tielen wil liever dat er meer maatwerk mogelijk wordt per sector. “Het zou mooi zijn als er meer ruimte komt voor zzp’ers om collectieve afspraken te maken per branche. Ik geloof daar meer in, dan in een computerprogramma dat met een paar vragen bepaalt of de Belastingdienst jou als zzp’er moet zien.”

(interview: Hugo-Jan Ruts, samen met Claartje Vogel)

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , , , | 2s Reacties

Inhuur bij Rijksoverheid in 2019: plus 260 miljoen. Minder uitvoerend, meer specialisten.

Uitgaven aan extern personeel bij de Rijksoverheid zijn licht gedaald ten opzichte van 2018, van 10,7 procent naar 10,3 procent van de loonkosten. De totale kosten aan externe inhuur in 2019 stegen wel met 260 miljoen euro en bedroegen 1,66 miljard euro. Dat blijkt uit de jaarstukken van de verschillende departementen, die traditiegetrouw op de 3e woensdag in mei op ‘Verantwoordingsdag’ aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.

Bijna 200 miljoen meer aan inhuur IT

Het kabinet hanteert, naar aanleiding van de motie Roemer, een norm voor externe inhuur van 10 procent van de personeelskosten. In beginsel maken organisaties binnen het Rijk gebruik van externe inhuur bij piekbelastingen, ziekte, moeilijk vervulbare vacatures en bij specialistische en innovatieve werkzaamheden. De uitgaven voor externe inhuur, verdeeld in beleid(sondersteuning) en uitvoering (‘handjes’, uitzendkrachten), zijn in 2019 hoger dan voorzien.

Voor beleid en beleidsondersteunend werk wordt flink meer ingehuurd en voor uitvoering nauwelijks meer. In die laatste categorie is het inhuurbedrag wel iets hoger. De hogere uitgaven worden verklaard door meer (duurdere) uitzendkrachten bij de Belastingtelefoon om de toenemende gesprekken op te vangen. Toch is het totaal aantal uitzendkrachten lager, dat past in het streven van de overheid naar meer wendbaarheid door vaste medewerkers flexibeler in te zetten.

Bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2019

Een aantal ministeries schiet fors boven de norm van 10%, bijvoorbeeld EZK (24,2%), BZK (17,8%) en I&W (16,1%)

Uit de verklaring in de rapportage blijkt dat de hogere kosten op beleid(sondersteuning) veroorzaakt worden door een onderbezetting op eigen personeel ten opzichte van de nieuwe kaders, waardoor meer externe, specialistische inhuurkrachten voor ICT zijn ingezet voor beheer en onderhoud en nieuwe wetgeving. De post IT advies stijgt van 530 miljoen euro naar 715 miljoen euro.

Ook vorig jaar verklaarden de ministeries al: ‘zelf alle kennis in huis hebben is dikwijls niet mogelijk en ook lang niet altijd zinvol, gezien de snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en de wisselende expertise die dit vraagt’. De inhuur van meer specialisme is dus een trend die doorzet.

Verdubbeling interim-management

Opvallend is de verdubbeling van uitgaven aan interim-management. Die stegen van 22 naar 42 miljoen euro. Grootverbruiker van interim-management is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij de inhuur ruim drie keer zo hoog is als in 2018. Toch is het aandeel inhuur interim-management van de totale inhuur bij alle ministeries klein, namelijk 3%.

Maximum uurtarief

Voor inhuur van externen buiten de zogeheten mantelovereenkomsten geldt een maximumuurtarief (exclusief btw) van 225 euro. Het aantal overschrijdingen van het maximumuurtarief is in 2019 gedaald van 15 naar 4 ten opzichte van 2018. Twee daarvan betrof juridische ondersteuning, éénmaal de inhuur van een onafhankelijk accountantsbureau en éénmaal financiële expertise. In de verklaringen wordt gemeld dat deze inhuur nodig was vanwege vereiste specialistische kennis en ervaring die intern niet beschikbaar was.

Op 26 mei vindt het debat over de verantwoording in de Tweede Kamer plaats.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter

Uitgaven aan externe inhuur bij gemeenten iets afgenomen

In 2019 besteedden gemeenten 18 procent van de totale loonsom aan externe inhuur. Dit is een daling van twee procentpunten ten opzichte van 2018. Daarmee lijkt de stijging van uitgaven aan externe inhuur sinds 2014 in 2019 af te vlakken. Dat staat te lezen in de Personeelsmonitor Gemeenten 2019.

Bij de kleinste gemeenten (onder 20.000 inwoners) is de externe inhuur met 19% gelijk gebleven aan 2018. In de andere gemeentegrootteklassen daalden de externe inhuur vergeleken met 2018. De daling was het grootste bij grotere gemeenten. In vergelijking: de uitgaven aan externe inhuur bij de Rijksoverheid bedroeg in 2019 10,3% van de totale loonsom. Groot verschil is wel dat bij de gemeenten ook medewerkers met een aanstelling voor bepaalde tijd voor de duur van max. 1 jaar worden meegeteld.

Wanneer gekeken wordt naar de ‘numerieke’ bezetting, dus de aantallen mensen in plaats van de kosten, dan liggen de cijfers in lijn met de cijfers over de uitgaven: in totaal had 18% van de werkenden bij gemeenten een vorm van flexibel contract (uitzend, detachering, payroll, zzp of tijdelijk dienstverband). Een zelfde percentage dus als de uitgaven. Bij de G4 gemeenten lag het aantal werkenden met een flexibel contract op 16%; de uitgaven lag op 18%.

Twee derde gemeente wil externe inhuur (verder) terugdringen

Ruim twee derde van de gemeenten gaf dan ook aan dat ze trachten actief de externe inhuur terug te dringen. Dit doen ze onder andere door flexibele inzet van (eigen) medewerkers, het omzetten van flexibele in vaste banen en het aanbieden van tijdelijke dienstverbanden.

Aandeel flexibele bezetting gelijk gebleven

Net als een jaar eerder betrof 18 procent van de bezetting in 2019 flexibele bezetting; medewerkers die op basis van een uitzend-, payroll- of detacheringsovereenkomst werkzaam zijn, ZZP-ers en medewerkers met een tijdelijke aanstelling van maximaal een jaar (exclusief proefaanstellingen). Daarmee is de toename van flexibilisering in de periode 2015-2017 stopgezet.

De helft van de gemeenten geeft aan het flexibele deel van de bezetting te willen verkleinen. Bijna een derde wil deze gelijk houden. In het licht van de huidige coronacrisis, en de daarmee gepaard gaande uitdagingen die op gemeenten afkomen, kan het zijn dat in 2020 externe inhuur en flexibele bezetting toch weer toenemen.

Meer zzp, veel minder payrolling

Een derde van alle inhuur vindt plaats via detachering. Het aandeel zzp’ers nam relatief gezien het meest toe. Van 4% naar 9%. Opvallend is de afname van payrolling als veelgebruikte flexibele contractvorm. Opmerkelijk hierbij is dat de meeste gemeenten in de enquête aangeven dat de payrolltoeslag niet van invloed is op de inzet van payrolling.

Bron (inclusief alle gebruikte afbeeldingen): Personeelsmonitor-2019.pdf

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Rekenkamer: nog steeds sprake van onrechtmatige inhuur bij Rijksoverheid

“Er is nog steeds sprake van onrechtmatige inhuur van personeel en inkoop (…) , waarvoor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is”, staat in het Verantwoordingsonderzoek 2019. Dit jaarlijkse onderzoek naar de uitgaven van de Rijksoverheid wordt traditiegetrouw op de derde woensdag van mei aangeboden aan de Tweede Kamer.

Al drie jaar in de fout

Voor het derde jaar op rij constateert de Algemene Rekenkamer ‘onvolkomenheden’ bij de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR), de inhuurdesk van het ministerie van BZK. De UBR coördineert een groot deel van de inhuur van extern personeel van het Rijk. Volgens de Rekenkamer heeft de inhuurdesk afgelopen jaren ‘diverse verbeteringen’ doorgevoerd. De inhuurdesk kijkt bijvoorbeeld sinds 2018 kritischer naar de aanvragen van de ministeries, staat in het rapport.

Meer interne controle, maar niet genoeg

De Rekenkamer beval eerder aan om continu individuele interne controles uit te voeren en ook die verbetering is doorgevoerd. “De UBR|Inhuurdesk is proactief met het verbeteren van het beheer”, staat in het onderzoek. “Daarmee streeft UBR zoveel mogelijk naar rechtmatige inhuur.”

Maar dat is niet goed genoeg, vindt de Rekenkamer. Ondanks de verbeterde controle, was er nog steeds te veel ‘onrechtmatige’ inhuur in 2019. “Dit is voor ons de reden dat de onvolkomenheid bij UBR|Inhuurdesk nog niet geheel opgelost is.”

Rijkswaterstaat houdt zich niet aan de wet

De onregelmatigheden in het inhuurproces vinden volgens de Rekenkamer vooral plaats vóórdat de aanvraag in behandeling wordt genomen. De Rekenkamer verwijst bijvoorbeeld naar de onderhandse aanbestedingen van Rijkswaterstaat.

“Wij constateren dat Rijkswaterstaat met enige regelmaat afwijkt van de wet- en regelgeving voor aanbestedingen en dat de UBR | Inhuurdesk hierin meegaat”, schrijven de onderzoekers in het rapport over het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I & W).

In een reactie belooft het ministerie dat er in 2020 een aparte ‘inkoopmonitor’ komt voor inhuur van extern personeel.

Fouten bij ICT-inhuur voor Defensie

Naast het ministerie van I & W krijgt ook Defensie een tik op de vingers. In 2019 heeft dat ministerie voor 59 miljoen euro aan overeenkomsten verlengd terwijl dat niet mocht, blijkt uit de rapportage. Het gaat om onrechtmatige overeenkomsten die onder het Dynamische Aankoopsysteem inzake ICT-inhuur (DAS ICT-inhuur) waren afgesloten.

Advies Rekenkamer: inhuurdesk moet strenger zijn

De Rekenkamer adviseert het ministerie van Binnenlandse Zaken om interne beheersmaatregelen scherper uit te voeren en actie te ondernemen als blijkt dat er iets fout zit. “Pas daarbij de wet- en regelgeving stringent toe”, schrijft de Rekenkamer. “Treed als opdrachtnemer kritisch en resoluut tegen opdrachtgevers op.”

Ofwel: als een verzoek niet voldoet aan de regels, moet de inhuurdesk het afwijzen. Verder beveelt de Rekenkamer aan om een centrale registratie bij te houden van de opdrachten waarbij opdrachtgevers gebruik maken van managementbesluiten of waivers om wet- en regelgeving niet toe te passen. Hierover moet de inhuurdesk rapporteren aan het ministerie van BZK.

Gebrek aan leiderschap

“De constatering dat met enkel opdrachten afwijzen het probleem opgelost zou zijn, lijkt me wat kort door de bocht”, zegt Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van Bovib. Volgens de branchevereniging voor intermediairs en brokers heeft onrechtmatige inhuur vaak een andere oorzaak.

“Vaak komt het door gebrek aan leiderschap, integrale visie en eenduidigheid”, legt ze uit. “De meest invloedrijken bepalen wat er gebeurt. Een inhuurdesk heeft hun wensen dan maar op te volgen. Is het dan de inhuurdesk dat faalt of het leiderschap binnen de organisatie?”

 

Bron: Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek 2019
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

“Voorstellen hervorming belastingstelsel helpt vangnet zzp’ers om zeep”

De voorstellen voor een ‘beter belastingstelsel’, die afgelopen week aan de Tweede Kamer zijn aangeboden, zijn rampzalig voor zzp’ers. Dat vinden zelfstandigenorganisaties in de bouw, zorg en kunstensector. Volgens deze organisaties is het voor zelfstandigen straks bijna onmogelijk om nog de financiële buffer op te bouwen die ze bitter hard nodig hebben.

De ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ zijn adviezen, vooral bedoeld als input voor de partijprogramma’s voor de Tweede Kamer verkiezingen van 2021. Op verzoek van de Kamer heeft een commissie van ambtenaren en experts ‘concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het belastingstelsel’ opgesteld.

Onderdeel van die voorstellen is het wegnemen van de fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. “En die stellen zzp’ers juist in staat een reserve op te bouwen voor mindere tijden, een arbeidsongeschiktheidsverzekering te betalen en een pensioentje te regelen ”, zegt voorzitter Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw. “Een financiële buffer is voor een zzp’er bittere noodzaak. De huidige coronacrisis bewijst dat nog eens.”

Ook de commissie Borstlap pleit in haar eindrapport voor het fors verkleinen van de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen. Belastingaftrek zou alleen moeten gelden voor kapitaalsinvesteringen.

Lex Tabak van de zelfstandigenorganisatie in de zorg SoloPartners ziet deze voorstellen als een klap in het gezicht van de zzp’ers in de zorg die zich met volle energie inzetten voor de volksgezondheid.

Inzet van de nieuwe belastingvoorstellen is het verlagen van de groeiende belastingdruk op arbeid voor alle werkenden. De drie zelfstandigenorganisaties wijzen erop dat dat ook moet gelden voor zzp’ers. Ook dat zijn werkenden.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 4s Reacties