"Exploring the future of work & the freelance economy"

“Nederland (heeft) in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers” schrijft het Ministerie van Financiën. Maar klopt dat wel?

Een duik in de cijfers leert ons dat Nederland nu weer niet zo a-typisch is qua aantal zelfstandigen. Een ZiPconomy factcheck.

Gisteren leverde het Ministerie van Financiën een hele stapel adviezen aan de Tweede Kamer af, met daarin 169 bouwstenen voor een beter belastingstelsel. Het is vooral bedoeld als input voor de verkiezingsprogramma’s.

Het verkleinen van de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandig ondernemers, waar dit kabinet ook al een tweetal stappen toe gezet heeft, is in die adviezen een regelmatig terugkerend thema.

Op pagina 48  van het rapport De Nederlandse Belastingmix, staat te lezen dat “Nederland in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers heeft”. Een uitspraak die verder niet toegelicht of onderbouwd wordt. Hij komt wel bekend voor. Precies dezelfde zin staat immers in het eindrapport van de Commissie Borstlap (pagina 9), die bron wordt alleen niet vermeld.

Op meerdere plekken in de stukken van Financiën en in het rapport Borstlap wordt er een relatie gelegd tussen het hoge aantal zelfstandigen en de lagere belastingdruk. Maar klopt het eigenlijk wel dat Nederland een ‘zeer groot aantal zelfstandig ondernemers’ heeft.

Ook in het eindrapport van de commissie Borstlap wordt de claim niet onderbouwd. Maar die commissie leunt voor wat betreft dat internationale perspectief zwaar op een advies van de OESO (zie bijlage vier in dat eindrapport) en ook in andere rapporten van deze stapel van Financiën komt dat advies terug.

Dus laten we eens naar cijfers van de OESO kijken. Deze website https://data.oecd.org/emp/self-employment-rate.htm geeft een overzicht van de ‘self employed’.

Nederland (blauw) zit wat rechts van het midden qua aantal zelfstandigen in deze vergelijking met de andere OESO landen. En 1,4 procentpunt boven het gemiddelde van de EU landen (paars). De uitspraak dat we ‘in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers’ hebben, lijkt me dan ook geen juiste analyse van zowel het Ministerie van Financiën als de Commissie Borstlap (waarbij nog opgemerkt dat het aantal zelfstandigen buiten de OESO landen vast nog een stuk hoger ligt).

Maar waar komt deze claim dan vandaan? Immers het wordt wel vaker gebruikt in discussies.

Terug naar het OESO advies aan de commissie Borstlap. Daarin schrijft de OESO niet dat Nederland extreem veel zelfstandigen heeft, maar dat de groei in Nederland sinds 2000 zeer groot is. Dat is wel net iets anders.

Op pagina 33 van een ander deelrapport van Financiën vinden we dit plaatje, ook van de OESO.

Inderdaad, in de periode 2000-2017 is de groei van het aantal zelfstandigen (‘own-account workers’ ) in Nederland veel groter dan in andere landen.

Het is echter vooral een inhaalslag geweest. Zie deze cijfers van de OESO.

Nederland kende rond de eeuwwisseling een relatief erg laag percentage zelfstandigen. In 1999 kwam het Kabinet Kok II met het rapport  “De ondernemende samenleving: meer kansen, minder belemmeringen voor ondernemerschap.”  Daarin wordt onder andere geconstateerd dat het aantal startende ondernemers in Nederland achterblijft. “Weliswaar is het aantal ondernemers de laatste jaren toegenomen, maar dit geldt in mindere mate als dit gerelateerd wordt aan de groei van de beroepsbevolking. Zo was het aantal ondernemers als percentage van de beroepsbevolking pas in 1996 weer op het niveau van 1972. Nederland loopt daarmee achter op het gemiddelde van de Europese Unie en de Verenigde Staten.”

Als je laag begint, dat groei je hard. Maar dat wil nog niet zeggen dat het totaal nu internationaal gezien ‘zeer groot’ is.

Daarbij nog opgemerkt dat de rek al weer een tijdje uit die groei van het aantal zelfstandigen in Nederland is. Wanneer we inzoomen op de OESO cijfers van de laatste paar jaar, dan krijg je een veel minder spectaculair plaatje. In 2014 zaten we op het EU gemiddelde, nu er iets boven.

Dat sluit aan bij dit plaatje van dat het bureau SEO Economisch Onderzoek (van Commissie Borstlap lid Bas ter Weel) op basis van CBS cijfers maakte voor het rapport ‘Driehoeksrelaties’.

Deze cijfers laten zien dat  het aantal zelfstandigen – als percentage van de totale beroepsbevolking – de laatste jaren tamelijk stabiel is. Na 2018 neemt het percentage van mensen met een vast contract ook weer toe.

Overigens valt er nog wel wat af te dingen op die cijfers van de OESO. Ze zullen vast kloppen, maar de OESO weet in haar cijfers geen onderscheid te maken tussen de eigenaar van een Mexicaans winkeltje, de Italiaanse dagloner in de landbouw, de Poolse bouwvakker en een Nederlandse freelance IT’er. De groei in Nederland komt immers vooral door zelfstandigen ‘eigen arbeid’ met een hogere opleiding. In een aantal landen waar het aantal zelfstandigen daalt, zal dat komen door een zich ontwikkelende economie. Maar wellicht hoort een groei van het aantal zelfstandigen juist wel weer in een netwerkeconomie (zoals in UK en Israël). De OESO cijfers nemen ook iedereen, ook voor wie het zelfstandig ondernemerschap een bijverdienste is (let wel, de helft van alle NL’se zzp’ers heeft ook ander inkomen)

Of neem België. Daar daalt het aantal zelfstandigen licht (van oudsher veel meer dan in Nederland). Maar de SER Vlaanderen ziet het aantal freelancers (zzp’ers eigen arbeid, die werken voor niet-particulieren) juist stijgen, tot een niveau dat nauwelijks afwijkt van de vergelijkbare groep in Nederland. En dat terwijl zelfstandigen een flink sociaal vangnet hebben (en daar voor Nederlandse begrippen fors voor betalen) en veel minder fiscale voorzieningen. In het kader van de fiscale discussie is het onderscheid tussen de moderne zzp’ers (eigen arbeid) en de klassieke zzp’ers (die niet met werknemers concurreert) zoals het CBS die maakt relevant. Maar dat onderscheid maakt de OESO niet.

Conclusie:

Kortom:

  • De constatering dat “Nederland in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers heeft” is onjuist.
  • Het Ministerie van Financiën neemt (zonder bronvermelding) een aanname van de Commissie Borstlap over. De aanname is waarschijnlijk gebaseerd op het verkeerd interpreteren van een rapport van de OESO. Waarin data worden gebruikt waar wel iets op af te dingen valt.
  • Het aantal zelfstandigen in Nederland in internationaal perspectief na 2000 zeker hard gegroeid is, maar dat is oud en deels achterhaald nieuws.

 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

2 reacties op dit bericht

  1. Dank Hugo-Jan voor je uitermate scherpe analyse….ook al is t oud nieuws…

    Oud nieuws in een Oude polder….
    Ik heb het rapport met de zogenaamde bouwstenen ook grootendeels gelezen…

    BOUWSTENEN….niets bouwstenen….pure afbraak gebaseerd op onjuiste aannames….
    Geschreven door ambtenaren zitten in hun hoge toren, uitkijkend over hun “onderdanen”…..
    Dit “soort” staat nimmer stil bij hun eigen positie en bijdrage aan de Maatschappij…

    We zitten midden in een bizarre crusis en we hebben de laatste maanden alleen maar gehoord hoe ondernemers moeten vechten voor hun bestaan…hoe mooi zou t geweest zijn als er een signaal uit Den Hasg gekomen was dat politici en ambtenaren 20% van hun salaris en daar bovenop hun vakantiegeld un gelevert zouden hebben….?!

    Nul komma nul…..

    Te triest voor woorden…

    De vraag is….Hoe lang accepteren we dit onrechtmatig handelen nog….?!?!

  2. Respect Hugo-Jan voor het gehele stuk.
    Feit is dat de huidige Regering ook verantwoordelijk is voor de acties van de voorgangers. Dat is bestuurstechnisch nu eenmaal zo.
    Dat er dan geleund wordt op een stelselvan die voorgangers is eigenlijk krom.
    Nieuwe generatie moet opstaan en met jouw feiten de Ivoren torentjes afbreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *