Sietse Bergstra, voorzitter RIM: “De buitenwereld bepaalt onze agenda voor 2020” Geplaatst 28 januari 2020 door Joke Twigt Bergstra benadrukt dat de RIM vooral een netwerkorganisatie is die een kwaliteitsslag maakt voor de drie belangrijkste stakeholders: opdrachtgevers, interim-managers en de politiek. Overigens zonder de pretentie een volwaardige brancheorganisatie te zijn. “Interim-management wordt steeds meer op een hoop gegooid met zzp-bemiddeling. Maar interim-managementopdrachten kenmerken zich door een aantal unieke elementen. Het percentage interim-management van de zzp-markt is weliswaar vrij klein, maar de impact van onze opdrachten is hoog. Het is aan de RIM-bureaus om opdrachtgevers te ondersteunen met hun organisatie specifieke vraagstukken door het leveren van een interim-manager met de juiste karakteristieken” vertelt Bergstra. Een bureau sluit zich aan bij de RIM omdat deze onderkent dat netwerken en samenwerking loont en het vak verder brengt. Het draait om de echte interim-manager Interim-management kenmerkt zich wat de RIM betreft nog het meest door het leidinggeven aan en implementeren van complexe veranderingen of verbeteringen in de bedrijfsvoering (kunde). Een interim-manager is bezig met kennisintensieve vraagstukken (kennis) en beschikt over leiderschap (karakter) om tot succesvolle resultaten te komen. Dit vraagt om hoog opgeleide professionals. Het is de verantwoordelijkheid van het bureau om deze drie K’s te koppelen aan een vierde K: het klimaat, de omgeving waarin de interim-manager het werk uitvoert. “Ik vergelijk het vaak met het kopen van verf, licht Bergstra toe, je koopt 10 liter basisverf en door het toevoegen van de juiste druppels van verschillende componenten krijg je precies de kleur verf die je nodig hebt. Het volume is klein, de impact is groot.” Die specifieke match (‘kleurencode’) kan alleen gemaakt worden door een kundige leverancier, aldus Bergstra. De meerwaarde van samenwerken De RIM is vooral een netwerkorganisatie die haar leden bedient door het leveren van informatie over trends en ontwikkelingen, die zij weer kunnen gebruiken in hun eigen dienstverlening. Samenwerking vindt plaats in werkgroepen die thematisch zijn ingericht: Innovatie & Marktontwikkeling, Ons Vak en Governance. Deze samenwerking vindt plaats zonder enige concurrentie. Het vak interim-management en bestaansrecht en onderscheidenheid van de RIM staan centraal. Welke trends zien de werkgroepen en bepalen de agenda van 2020 van de RIM? Thema 1 Onderzoek en technologie Eind 2019 heeft de RIM een onderzoek uitgevoerd onder opdrachtgevers die verbonden zijn aan RIM-bureaus. De resultaten worden momenteel verwerkt voor publicatie. Daarbij wordt gereflecteerd op resultaten uit andere onderzoeken zoals de Interim Index 16-2019 en het ZiPconomy/ABN AMRO onderzoek onder interim-managementbureaus. Gesignaleerde trends zijn voedingsbodem voor de drie werkgroepen om verder uit te diepen, zoals de opkomst van de jonge interim-manager, verdergaande specialisatie en de combinatie van dienstverlening met executive search. In 2020 zet de werkgroep Innovatie & Marktontwikkeling onderzoek voort. Technologie is daarbij een nadrukkelijk thema. Op welke stap in het selectieproces van de interim-manager kan een vorm van technologische ondersteuning toegepast worden? Voorbeelden als serious gaming, Artificial Intelligence (AI) en micro-expressie raken al meer bekend. De RIM omarmt technologie, maar tekent direct aan er niet door ingehaald te zullen worden. “Vergelijk het met de hartchirurg die technologie gebruikt om zijn vak uit te voeren, zegt Bergstra, de chirurg wordt daardoor nooit overbodig. Zo is het ook met de interim-manager en het bureau dat deze bemiddelt. Technologie is een middel en het middel mag niet afleiden van het concrete resultaat.” Thema 2 Verbetering van het vak, nieuwe businessmodellen Goed verandermanagement wordt de grootste uitdaging voor managers en consultants. In de nieuwe economie is verandermanagement stevig aan het veranderen. Het kan niet anders of de rol van consultants verandert mee. Deze trend tekende Management Site op voor 2020 en kan evengoed voor interim-managers gesteld worden, vindt Bergstra. “We gaan toe naar een vorm van ‘continue tijdelijkheid’. Interim-management tendeert naar een opdrachtuitvoering van twee jaar, vaste posities naar 3-5 jaar. De scheidslijn tussen interim-management en werving & selectie wordt daardoor steeds dunner en de eisen voor de vaste manager vertonen nu al kenmerken van interim-management” aldus Bergstra. Wel meent hij dat interim-managers niet meer alleen voor generieke veranderkundige opdrachten worden ingehuurd, maar meer voor de drie-eenheid van adviseur, verander- en lijnmanager. Als alleen de belonings-/vergoedingsvorm nog anders is, betekent dit iets voor het businessmodel van het interim-managementbureau, betoogt Bergstra. Dit is zeker een thema in 2020 voor de werkgroep Ons Vak. Thema 3 Sturing op wet- en regelgeving De werkgroep Governance van de RIM volgt nauwlettend de ontwikkelingen op het gebied van de Zelfstandigenverklaring en Wet minimumbeloning zelfstandigen. Zij sluit waar mogelijk aan bij de politieke agenda. Met haar aanwezigheid bij belangrijke bijeenkomsten, zoals met minister Koolmees en diens ambtenaren, wil de RIM kracht bijzetten in de lobby om invloed te krijgen op de inhoud van de wetgeving inhuur. “De RIM volgt de markt niet alleen, maar zoekt haar ook actief op, benadrukt Bergstra, om vervolgens kennis en ervaring te delen met de buitenwereld. Doel is onze opdrachtgevers en interim-managers te ondersteunen bij (het oplossen van) complexe organisatievraagstukken. We hechten aan kwaliteit en zijn betrokken bij politieke besluitvorming.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management, RIM | Laat een reactie achter
Hoe de oproep om los van de contractvorm te denken toch weer uitmondde in een discussie over…. de contractvorm Geplaatst 27 januari 2020 door Martijn Arets In het op 15 Januari gepresenteerde WRR-onderzoek ‘Het betere werk, de nieuwe maatschappelijke opdracht’ ligt de focus op de kwaliteit van werk voor iedereen en hoe de werkende grip op geld, werk en leven terug kan krijgen. Met 9 adviespunten komt de conclusie van het rapport op het volgende neer: ‘Maak de contractvorm niet leidend en spil in concurrentie op arbeidsvoorwaarden, maar ontwerp een stelsel met basiszekerheden en flexibiliteit en autonomie voor iedereen met een focus op de kwaliteit in plaats van kwantiteit van werk.’ Een week later op 23 januari presenteerde de Commissie Regulering van Werk, ook wel bekend als de commissie Borstlap, het rapport met als titel: ‘In wat voor land willen wij werken? Naar een nieuw ontwerp voor de regulering van werk.’ Bij de presentatie waarschuwde Hans Borstlap, de voorzitter van de commissie, de verschillende stakeholders in het debat: dit is geen snoepwinkel waar je selectief oplossingen uit moet gaan pikken; het is een balans tussen zure en zoete snoepjes. De tijd van ingraven in de loopgraven is voorbij: er moet iets gebeuren en dat kan alleen wanneer we dat samen doen. Waar het WRR een interessant meta-perspectief over de ontwikkelingen schetst, was de verwachting dat het rapport van Borstlap, waar veel juristen in de commissie zitten, meer concrete handvatten op zou leveren voor het debat. Die handvatten kwamen er. En het debat ook. Beschouwing en verwondering Er is vorige week veel over het rapport gezegd en geschreven. De loopgraven die Borstlap misschien wat naïef had gehoopt te kunnen voorkomen zijn intussen ingenomen en van een constructief debat is wanneer je naar de reacties kijkt nog geen sprake. Nu er zoveel is geschreven en voor veel ingebrachte reacties iets te zeggen valt heb ik lang nagedacht wat mijn bijdrage aan het debat zou zijn. Is alles al gezegd? Kan ik als platform expert iets zeggen over de platform adviezen uit het rapport? Of mijn blik als relatieve outsider in het debat en het proces? Of gooi ik nog wat olie op het vuur met wat eigen ideeën? Ik heb besloten om het alle drie te doen. Dit doe ik vanuit mijn rol als professional outsider in het debat. Vanuit een beschouwende, verwonderende en vooral ook onafhankelijke rol heb ik de ontwikkelingen gevolgd, ben ik bij beide presentaties aanwezig geweest en heb ik ook daar veel mensen gesproken. Ik ken een groot gedeelte van de spelers, maar ik kan mij vanwege mijn onafhankelijkheid permitteren om niemand te vriend te hoeven houden. En de meeste mensen kunnen ook echt wel wat van mij hebben. De rol van platformen in de toekomst van werk De rol van de impact van technologie op (de organisatie van) werk in het Borstlap rapport is beperkt. Platformen hebben met zo’n 1.000 woorden nog het grootste aandeel in het ‘tech’ stuk. Die keuze is ook niet heel verrassend: er is nationaal en internationaal nog veel juridische onduidelijkheid over de rol en impact van platformen op de arbeidsmarkt. Veel fragmenten roepen eerder vragen op dan dat deze bijdragen aan het debat. In 1.000 woorden kun je niet heel veel zeggen over een ontwikkeling en mijn gevoel na het lezen van het stuk is dat het beter was geweest om minder specifiek op het onderwerp in te gaan. Je zou alleen kunnen vermelden dat platformen transactiekosten en dus drempels verlagen voor werkenden om als ZZP’er aan de slag te gaan en daardoor voor een grote groei van het aantal ZZP’ers zou kunnen zorgen. En dat er veel onderzoeken lopen (zoals van het Ministerie van Financiën over heffing inkomstenbelasting via platformen) en de komende jaren een beter zicht komt op de impact en beleidsopties voor de platformeconomie. De rol van ‘het contract’ Een van de voorstellen van Borstlap is een basisinkomenszekerheid en verzekering voor alle werkenden, ongeacht de vorm van het contract. Deze stap zou voor platformen een ultieme droom zijn: zij willen nu al graag meer doen voor de werkenden, maar doen dit niet omdat zij bang zijn om als werkgever te worden aangemerkt. Wanneer deze basiszekerheden centraal worden getrokken zou het voor veel mensen opeens een stuk aantrekkelijker kunnen worden om via platformen aan het werk te gaan. Ik denk dat dit ten koste zal gaan van de uitzendmarkt: de transactiekosten voor matching via platformen zijn simpelweg een stuk lager. Dat mensen de flexibiliteit van het werken via een platform waarderen, blijkt uit de volgende post van Pim Graafmans, managing director van ZZP-bemiddelingsplatform YoungOnes. “2020 is nog jong, maar wij zien nu al een massale overstap van bedrijven en jongeren naar ons platform, mede door de komst van de WAB. In de eerste weken van januari is het aantal nieuwe bedrijven op ons platform met 400% gestegen t.o.v. dezelfde periode vorig jaar. Ook jongeren verlangen naar de flexibiliteit waar de WAB geen ruimte voor biedt.”. Wat dat betreft is de zorg voor een groei van het aantal ZZP’ers door platformen terecht, en is het belangrijk om duidelijkheid te hebben en te handhaven waar nodig. Mijn blik als relatieve outsider in het debat en het proces De tendens in de berichtgeving is dat de commissie ervoor kiest dat het werknemerschap de norm moet zijn, tenzij…. Wat opmerkelijk is, aangezien er ook veel aandacht is op zekerheden los van de vorm van het contract. En dan komt er toch opeens een bepaalde vorm van contract die de voorkeur krijgt. Dat is dubbel. Ik denk dat deze conclusie niet juist is en dat het rapport in de kern een stuk genuanceerder is. In de media, maar ook tijdens de presentatie kwam dit naar mijn mening niet goed uit de verf. De probleemstelling is dat er een groeiende groep flexibele krachten is die in een kwetsbare positie zit, het daardoor groeiende aandeel ZZP’ers een risico is voor het collectieve stelsel en dat werknemers te vast zitten. Daarnaast is het contract voor onbepaalde tijd langzaam maar zeker het vaste contract gaan heten, terwijl de zekerheden er alleen maar minder op zijn geworden. Ik gaf onlangs een presentatie bij een vakbond en begon met de analyse: “Volgens mij vechten jullie tegen schijnzelfstandigheid, terwijl jullie schijnzekerheid promoten”. Dat is volgens mij namelijk de kern van het probleem. Tijdens de presentatie geeft Hans Borstlap aan dat mensen nu vooral met hun voeten stemmen: als ze binnen een dienstverband niet de autonomie en flexibiliteit krijgen die ze willen, dan nemen ze ontslag en gaan ze als ZZP’er verder. Door de werknemer te faciliteren met bijvoorbeeld een scholingsfonds, zou interne mobiliteit worden gestimuleerd. De zogenaamde interne flex. Hoewel dit een mooie gedachte is, denk ik dat dit in de praktijk niet gaat werken. Met een scholingbudget (waar mensen nu al te weinig gebruik van maken) en wat extra regels verander je geen cultuur binnen organisaties, dat is echt een illusie. Knuppel in het hoenderhok Heeft de commissie dan slecht werk geleverd? Ik ben van mening dat dit zeker niet het geval is. Maar misschien is het probleem dat ik schetste over het platformfragment – beter ietsje minder – wel iets dat je over heel het rapport zou kunnen zeggen. Want die basis, daar is iedereen het over eens. Maar over de uitwerking, daar valt iedereen over elkaar heen. Ik denk dat er in veel gevallen te juridisch en met te-grote-stappen-snel-thuis-oplossingen is gewerkt. Dat is een risico. Doe je het niet, dan blijft het een mooi visionair verhaal waar iedereen vol consensus elkaar aankijkt. Doe je het wel, dan weet je dat je gedoe krijgt. Maar misschien juist door de knuppel in het hoenderhok te gooien krijg je beweging. Al had die knuppel wat mij betreft wat meer mogen uitgaan van de wensen van de werkenden dan van de polder. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Commissie Borstlap | 4s Reacties
Inkomens zelfstandigen gestegen. Onderlinge verschillen zijn fors. Geplaatst 27 januari 2020 door Hugo-Jan Ruts De inkomens van zelfstandigen, met of zonder personeel, zijn in de afgelopen jaren behoorlijk gestegen. De verschillen tussen sectoren zijn groot, maar ook binnen sectoren is de variatie groot. Het mediane inkomen van zelfstandigen in de zakelijke dienstverlening was het hoogst. Vooral in de zorg en handel komen vaker relatief lage inkomens voor. Dit meldt het CBS. De afgelopen jaren is het ‘mediane inkomen’ (niet het gemiddelde dus, maar het ‘middelste’ inkomen; de helft verdient meer, de helft verdient minder) onder alle type zelfstandigen flink gestegen. Dit is het ‘persoonlijk primair inkomen’, het ondernemersinkomen (simpel gezegd omzet min kosten), voor belastingen. Grote verschillen De helft van de zelfstandigen zonder personeel heeft dus een inkomen, na de fiscale voordelen voor zelfstandigen, van minder dan 28 duizend euro. De Commissie Borstlap kwam donderdag met het plan om die voordelen af te schaffen. Het zal per individu verschillen, maar zonder die fiscale voordelen zal een flink deel van de zzp’ers niet rond kunnen komen. De cijfers over 2018 laten de grote verschillen tussen en in sectoren zien. Opvallend is het groot aantal zelfstandigen zonder of met een negatief inkomen. Dat trekt ook het ‘mediane’ inkomen omlaag en vertekent wellicht het door het CBS geschetste beeld. Groei Het aantal mensen dat voornamelijk hun inkomen als zelfstandige verdienen is in de periode 2007-2018 toegenomen met 260 duizend tot 1,3 miljoen personen. De groei komt vooral door het aantal zelfstandigen zonder personeel. De groep ‘overigen’ (onder andere ‘resultaat overige werkzaamheden’ in het jargon) nam af. De CBS cijfers laten zien dat vooral in de zakelijke dienstverlening en in de zorg het aantal zelfstandigen toenam. Ten opzichte van 2007 waren er in 2018 zowel absoluut als relatief gezien meer zelfstandigen actief in de zakelijke dienstverlening (een toename van 78 duizend personen), in de gezondheids- en welzijnszorg (+55 duizend), en in de bouwnijverheid (+56 duizend). Ook in de handel nam het aantal zelfstandigen toe (+8 duizend), maar in de landbouw, bosbouw en visserij was sprake van krimp (-4 duizend). Ruim 48 procent van de zelfstandigen was in 2018 in een van deze vijf bedrijfstakken actief; in 2007 was dat 42 procent. In 2007 was van het grootste aantal zelfstandigen actief in de handel, in 2018 heeft de zakelijke dienstverlening de koppositie overgenomen. Bron: CBS Geplaatst in ZP en Ondernemen | 1 Reactie
“Te zwaar beladen contract roept flex op”. Geplaatst 26 januari 2020 door Johan Zwemmer De overheid bemoeit zich sinds 1907 met de juridische inrichting van de arbeidsovereenkomst. Dat is bijzonder omdat in ons burgerlijk recht wilsautonomie en contractsvrijheid worden beschouwd als essentiële elementen voor de bescherming en realisatie van de wil van het individu. Die was er niet binnen de arbeidsovereenkomst omdat hier geen sprake was sociaaleconomisch gelijke partijen. Daarnaast kwam de reglementering en standaardisering van de ruilverhouding tussen werkgever en werknemer in de regeling van de arbeidsovereenkomst het economisch verkeer ten goede omdat dit de ondernemingsactiviteit beter berekenbaar maakte. Dat ordeningsaspect is van onverminderd belang maar in de afgelopen 100 jaar zijn rol en hoedanigheid van werkgever en werknemer als partijen bij de arbeidsovereenkomst ingrijpend veranderd. Er is nog steeds sprake van ongelijke posities maar wel met meer evenwicht en gelijkwaardigheid. Werknemers hebben meer regie en autonomie over hun werk. Aan de andere kant is de werkgever steeds vaker niet meer die klassieke arbeidsorganisatie en is in een wereld die globaliseert en “technologiseert” sprake van een sterker fluctuerend werkaanbod. Te zwaar beladen contract aanleiding ontstaan wirwar contracten Toch gaat de huidige regulering in de basis nog steeds uit van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij de werknemer gedurende vastgezette tijden en uren in een ondergeschiktheidsverhouding werkzaam is. Daarbij rusten op de werkgever omvangrijke verplichtingen op het gebied van loonbetaling en re-integratie bij ziekte, ontslag en tewerkstelling. Dat heeft eraan bijgedragen dat in de afgelopen 25 jaar onder juridische noemers die daarvoor helemaal niet bedoeld waren een wirwar aan flex- en andere contractvormen is ontstaan als alternatief voor dit zwaar beladen contract voor onbepaalde tijd. Dat is natuurlijk niet altijd oorzaak -gevolg maar een relatie is er zeker. Contracten en niet de manier waarop gewerkt wordt bepalen nu dat iemand met minder rechten als zelfstandige werkt, of als uitzendkracht, of als payrollkracht. Dit is problematisch omdat juist de meest kwetsbare werkenden onder deze contractvormen werkzaam zijn en het voor hen moeilijk is hun rechten op te eisen of zelfs te kennen. Daarbij speelt ook dat aan de aan de andere kant niet (altijd) een ‘baas’ staat die voor eigen gewin de wetgeving ontduikt maar vaak niet anders kan gelet op zijn marges, marktfluctuaties en ga zo maar door. Vast contract als hoofdroute Als bypasses de nieuwe ongereguleerde hoofdroutes worden moet je nadenken over het bestaansrecht van die hoofdroute. Die arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die rechtstreeks tussen werknemer en werkgever wordt gesloten dus. Die moet volgens de Commissie de hoofdroute blijven omdat daar duurzaam wordt samengewerkt en werknemers en werkgevers over en weer in elkaar investeren. Zo ontstaan impulsen voor het moderniseren van de interne bedrijfsvoering met ruimte voor ontplooiingskansen voor werknemers. Dat creëert meerwaarde voor beide partijen en ruimte voor innovatie en het verhogen van de productiviteit. Naast de hoofdroute bepleit de Commissie twee kleinere rijbanen: als echt zelfstandig voor eigen risico wordt gewerkt door een persoon die ook zonder fiscale vrijstellingen zijn broek op kan houden is sprake van een zelfstandig ondernemer. Als tijdelijk werk wordt verricht dat niet of moeilijk voorzienbaar is op basis van een arbeidsovereenkomst met een werkgever die zich richt op de allocatie van vraag en het aanbod van tijdelijk werk is sprake van een uitzendovereenkomst. De Commissie pleit voor een wendbaarder duurzaam contract als hoofdroute binnen de drie overblijvende contractvormen en het verdwijnen van die wirwar aan flex- en andere contractvormen op basis waarvan werknemers nu flexibeler en met minder verplichtingen kunnen worden ingezet. Dit heeft volgens de Commissie als logische consequentie dat opnieuw moet worden nagedacht over de verplichtingen en manoeuvreerruimte binnen de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van zowel werkgevers als werknemers. Wendbaar en wederkerigheid in contract Belangrijkste onderdeel van deze in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te introduceren manoeuvreerruimte is de mogelijkheid voor de werkgever de contractduur van de werknemer tot een bepaald percentage eenzijdig aan te passen. Hetzelfde geldt – onder voorwaarden – voor arbeidsvoorwaarden als de werktijden, de functie en de locatie waar wordt gewerkt. Diezelfde mogelijkheden heeft de werknemer nu al maar daar wordt nauwelijks gebruikt van gemaakt. Dat moet veranderen. Wederkerigheid. Werknemers moeten worden aangemoedigd binnen de wendbaardere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd meer eigen regie, autonomie en in zekere zin ondernemerschap op te eisen. De wederkerigheid die dan op deze gebieden wordt geïntroduceerd kan binnen die nieuwe arbeidsmarkt, met die wendbare en weerbare werknemer – als gevolg van de door de Commissie geadviseerde maatregelen op het gebied van scholing – een eigen dynamiek gaan krijgen. De werknemer wordt autonomer, kan onderhandelen. In dat licht moet ook de door de Commissie geadviseerde aanpassing van het ontslagrecht worden gezien: voor ontslag moet een goede reden bestaan, maar is die er niet en de werkgever wil toch niet verder met de werknemer dan ontbindt de rechter altijd. Heeft de werkgever geen goede reden voor ontslag, dan staat daarop een financiële sanctie maar niet meer de verplichting tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst. “Heb een open oor voor onze uitgangspunten” Inderdaad, voor de huidige werknemerspopulatie met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is dat even slikken, maar voor diegenen die vandaag de dag werkzaam zijn in die wirwar aan flex- en andere contractvormen betekent dit overzichtelijkheid en eerlijkheid: de contractvorm past bij het type werk dat wordt gedaan, geeft rechten en wordt niet gebruikt om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Zonder ‘interne flexibiliteit wordt externe flexibiliteit opgeroepen’ stelde de Commissie al in juni 2019 vast in haar tussenrapport. Heb een open oor voor onze uitgangspunten en argumenten en zie in dat de Commissie niet simpelweg voorstelt dat werknemers met een vast contract voortaan moeten slikken dat een deel van hun werkweek flexibel is en zij ook nog eens gemakkelijker kunnen worden ontslagen en een zelfstandige die het nu prima heeft met zelfstandigenaftrek en zonder arbeidsongeschiktheids- en pensioenverzekering zijn autonomie en flexibiliteit moet opgeven. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsrecht, Commissie Borstlap, Johan Zwemmer | 3s Reacties
Schuren met voorstellen Commissie Borstlap: werkveld valt over definitie zzp Geplaatst 24 januari 2020 door Claartje Vogel “We hebben schuurpapier geleverd”, zei voorzitter Hans Borstlap tijdens de presentatie van zijn eindrapport. “Schuur ermee en kom met andere plannen als die beter zijn dan die van ons.” De commissie Borstlap boog zich afgelopen jaar over de vraag hoe de regulering van werk eruit zou moeten zien. Het resultaat is een rapport van 122 pagina’s met voorstellen, geclusterd rond vier grote thema’s die volgens de commissie vereist zijn voor werken in Nederland: wendbaarheid, duidelijkheid, weerbaarheid en wederkerigheid. Lees hier alle voorstellen op een rij. De voorgestelde maatregelen hebben zeer forse impact op werkgevers, werknemers en zelfstandigen. Borstlap en zijn commissieleden hadden dus wel wat kritiek verwacht. De voorzitter noemde de concrete invulling dan ook ‘het schuurpapier’, waarmee hij aangeeft dat het de bedoeling is dat partijen erover in gesprek gaan en eventueel met betere suggesties komen. ZiPconomy inventariseerde de reacties van zzp-organisaties, vakbonden en andere belangenbehartigers. Hieronder een overzicht van de voorstellen waarmee het meest ‘geschuurd’ wordt. (Wat de politiek vindt van het rapport, lees je trouwens hier) Werknemer, tenzij… De commissie stelt grofweg ‘drie rijbanen’ voor: er zijn zelfstandigen, werknemers met een contract voor (on)bepaalde tijd en werknemers die op uitzendbasis tijdelijk werk verrichten dat qua duur en omvang van tevoren niet of moeilijk te overzien is. Als iemand eigen arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. Deze ‘werknemer, tenzij’-benadering die de commissie voorstelt, krijgt veel kritiek van zzp-organisaties. De waarde van werk van en voor zzp’ers wordt niet herkend en erkend “Dit getuigt van oud denken en een gebrek aan respect voor zzp’ers”, vindt voorzitter Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw. Volgens hem gaat de Commissie Borstlap te eenvoudig voorbij aan de behoefte van veel zelfstandigen om bewust in vrijheid te ondernemen en zeggenschap te hebben over eigen werk. Dat vindt ook Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van Bovib (brancheorganisatie voor intermediairs en brokers). Schmidt Crans: “De groep zelfstandigen wordt onterecht geframed als een homogene groep, dat is nadrukkelijk niet het geval.” “Het is jammer dat Borstlap niet afstapt van het werknemerschap als meetlat”, vindt ook Marco Bastian van Nederlandse Bond Van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). “Een rijbaan voor zelfstandigen, betekent dat er ook een eigen beoordeling over zelfstandigheid hoort te zijn. Eigen keuze is daarin belangrijk.” Ook Platform Zelfstandig Ondernemers (PZO) is teleurgesteld. Directeur Margreet Drijvers vindt dat de commissie er niet in slaagt om tot een moderne afbakening van zelfstandigen en werknemers te komen. “Dat komt omdat Borstlap dit doet op basis van oude uitgangspunten, zoals het criterium gezag. Dit zet ons weer ver terug in de tijd.” PZO en ZZP Nederland overhandigden Hans Borstlap in september het ‘Manifest Moderne Arbeidsmarkt’. Maarten Post van ZZP Nederland ziet veel aanbevelingen uit dit manifest terug in het rapport, vertelt hij. “Denk aan basisinkomenszekerheid en aandacht voor scholing”, zegt hij. “Maar ik mis ons meest belangrijke punt, namelijk de eigen positie voor zzp’ers in de wet. De commissie neemt werkenden als uitgangspunt, terwijl er zoveel echte zzp’ers zijn die niet in dat hokje passen.” Er zijn veel betere manieren om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zegt Post. “We komen nog vóór 12 februari met een alternatief plan”, belooft hij. “De waarde van werk van en voor zzp’ers wordt niet herkend en erkend”, zegt voorzitter Josien van Breda van Platform zzp-dienstverleners. “Als het aan de Commissie ligt, wordt de rol van zzp’ers gemarginaliseerd. Iedereen die bij een organisatie werkt, wordt werknemer. Niet de contractvorm moet leidend zijn, maar de werkende.” Daar sluit Roos Wouters van de Werkvereniging bij aan. “Mensen willen weten waar ze aan toe zijn, autonomie, toegang tot zekerheden en een hypotheek”, schrijft zij. “Koppel dit daarom los van de contractvorm, in plaats van nog meer aan de schijnzekerheid van het ‘vaste contract’ te verbinden. Dit advies bereidt Nederland niet voor op de toekomst, maar werpt ons terug in de tijd.” Vakbond FNV is juist wél blij met het advies. Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen: “Een helder onderscheid tussen drie verschillende contractvormen -werknemer, zelfstandige en uitzendkracht- is positief voor de zelfstandig ondernemer die voor eigen rekening en risico werkt. De zelfstandig ondernemer wordt dan weer ingehuurd vanwege z’n expertise en vakmanschap, en niet omdat zzp-constructies financiële voordelen opleveren voor opdrachtgevers.” “Goed opgeleide zp”er kan op sociale media aanbevelingen plat slaan maar denk ook eens die kwetsbare zzp’ers” vraagt @ZakariaBOUF van @FNV #Borstlap — Hugo-Jan Ruts (@hugojanruts) January 23, 2020 Fiscaal gelijke behandeling Op fiscaal terrein wil de commissie verschillen tussen werknemers en zelfstandigen laten verdwijnen. En dan ingrijpender en in een veel hoger tempo dan het huidige kabinet al van plan is met de geleidelijke en gedeeltelijke afbouw van de zelfstandigenaftrek. Op dit voorstel wordt verdeeld gereageerd. Zo vinden Platform zzp-dienstverleners en FNV Zelfstandigen het een goed idee. Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen: “Er zitten onrechtvaardigheden in het huidige fiscale stelsel. Zelfstandigen die een bruto inkomen hebben tot 23.000 euro betalen nauwelijks belasting. Dat is door de enorme toename van zelfstandigen op de arbeidsmarkt gewoonweg onhoudbaar.” Er moet eerst een oplossing komen voor de zelfstandigen die nu afhankelijk zijn van de fiscale voordelen Volgens haar maken opdrachtgevers ‘massaal misbruik’ van zzp-constructies om te besparen op arbeidskosten. “Borstlap wil deze disbalans herstellen. Het zure daarvan is dat de commissie voorstelt om de zelfstandigenaftrek op termijn voor alle zelfstandigen af te schaffen.” FNV heeft een oplossing: “Er moet eerst een oplossing komen voor de zelfstandigen die nu afhankelijk zijn van de fiscale voordelen. Wat ons betreft wordt er pas daarna gesproken over het afbouwen van de belastingvoordelen voor zelfstandigen. Dus eerst het juiste contract, dan pas afbouwen.” Charles Verhoef (Zelfstandigen bouw) en Margreet Drijvers (PZO) zijn juist tegen de snelle afbouw. Drijvers: “Allerlei ondernemersfaciliteiten worden ingeperkt, terwijl ondernemers meer risico’s lopen. Dat kan niet de bedoeling zijn in een tijd waarin mensen alleen maar meer gaan ondernemen.” Marco Bastian van NBBU vult aan: “Zodra iemand verantwoordelijk wordt voor zijn onderneming hoort daar een passend fiscaal beleid bij. Stimuleer een werkende in zijn loopbaan, stimuleer een ondernemer in zijn ondernemerschap.” “We moeten het fiscaal stelsel veranderen, niet per se de voordelen verminderen”, vindt Maarten Post van ZZP Nederland. “Houd het toegankelijk voor de echte ondernemer. Zorg dat zzp’ers ruimte krijgen om inkomensreserve en scholingsbudget op te bouwen.” Aov en pensioen voor alle werkenden Vrijwel alle werkgevers-, werknemers- en zzp-partijen zijn vóór basiszekerheden voor alle werkenden. De commissie wil een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor alle werkenden en ‘een aanvullende voorziening in het fundament voor alle werkenden, boven de aow’. Ofwel: mogelijk verplicht aanvullend sparen voor zelfstandigen. Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen vindt het wel ‘een gemiste kans’ dat Borstlap kiest voor een uitkering op minimumniveau. “Wij zetten in op een inkomensgerelateerde premie en uitkering.” Flex wordt meer vast, dus vast wordt meer flex Hans Biesheuvel van ONL voor Ondernemers is blij dat de commissie adviseert om werkgevers te ontlasten. Biesheuvel: “ONL pleit al langer voor een kortere loondoorbetalingsplicht bij ziekte en een modernisering van het ontslagrecht. Alleen zo gaan kleinere werkgevers vaker vaste contracten aanbieden. Wel is het cruciaal om te realiseren dat flexibele arbeidsinzet niet per definitie slecht is.” Het probleem is niet de flexibiliteit, maar juist het gebrek aan zekerheid Ondernemers moeten werknemers juist flexibel kunnen inzetten, benadrukt Biesheuvel. “Er zal altijd behoefte zijn aan flexibele arbeid zoals bijbanen, vakantiewerk, deeltijdwerk voor opvang van ziekte of verlof, en seizoensarbeid. Het probleem is niet de flexibiliteit, maar juist het gebrek aan zekerheid. Dat blijft nog wat onderbelicht in het stuk.” Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen: “Als het advies wordt uitgevoerd, zal dat voor veel zelfstandigen grote consequenties hebben. Het zal voor heel veel zzp’ers in de onderste laag van de arbeidsmarkt betekenen dat ze teruggaan in loondienst. Denk dan aan de maaltijd- en pakketbezorgers en de Uber-chauffeurs die voor minimale tarieven als zelfstandige werken. Maar natuurlijk zal niet iedereen werknemer worden. Voor gezond ondernemerschap blijft altijd plaats op een arbeidsmarkt die in balans is.” Tijdelijk is echt tijdelijk Directeur Jurriën Koops van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is ‘verrast over de vergaande en gedetailleerde adviezen die de commissie doet over uitzendwerk’. De commissie adviseert dat er meer duidelijkheid moet komen over de rechtspositie voor werkenden en komt daarom met drie contractvormen. Uitzendwerk is daar één van. “Het is daarmee de preferente vorm van externe flexibiliteit. Dat is positief”, vindt Koops. “Maar wat betreft de adviezen over uitzendwerk en payrolling zijn we kritisch.” Volgens hem doen de voorgestelde maatregelen geen recht aan de ‘belangrijke functie van uitzendwerk’ bij het aan het werk helpen en houden van mensen, het bieden van goed georganiseerde wendbaarheid voor bedrijven en aan de rol van uitzenders als werkgever. Koops: “Een verdere invulling van de rol en regulering van uitzendwerk is wat de ABU betreft dan ook een van de onderwerpen van gesprek.” Josien van Breda van Platform zzp-dienstverleners vindt dat de commissie de toegevoegde waarde van zzp-bemiddelaars niet erkent. Van Breda: “Driehoeksrelaties worden alleen genoemd in relatie tot het oneigenlijk gebruik ervan, wat dat dan ook mag zijn, en de uitwassen van de platformeconomie. En dat staat wel heel ver af van de arbeidsmarkt van vandaag. Een gemiste kans!” Marco Bastian van NBBU benadrukt dat uitzendbureaus en bemiddelaars steeds meer inzetten op opleiding en sociale gelijkheid. “Dit zijn belangrijke onderdelen van het advies. Als je kijkt naar deze veranderende rol richting loopbaanintermediair, is het vreemd dat uitzenden in het rapport louter en alleen wordt beschouwd als kortetermijnoplossing”, vindt hij. “Het zou zonde zijn als uitzendbureaus juist die rol niet langer zouden kunnen oppakken.” Leven lang leren Alle partijen steunen het pleidooi voor persoonlijke ontwikkelbudgetten voor alle werkenden. De commissie stelt een individueel ontwikkelbudget en een geïntegreerde aanpak voor kennisveroudering voor. Margreet Drijvers (PZO): “Alles verandert zo snel, alleen door je te blijven ontwikkelen kun je deze veranderingen bijhouden. Juist zelfstandigen kunnen hier het voortouw in nemen, want inspelen op veranderingen zit in hun bloed.” Ook ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME is heel blij mee met de focus op loopbaanontwikkeling. FME-voorzitter Ineke Dezentjé: “Door technologie ontstaan nieuwe banen, die alleen ingevuld kunnen worden met een passend opgeleide beroepsbevolking. Er moet structureel geïnvesteerd worden in medewerkers. De deelname aan de arbeidsmarkt moet groter en technologie moet slim worden ingezet”. Maarten Post van ZZP Nederland adviseert om op het gebied van scholing ook in te zetten op ondernemerschap. “Steeds meer jongeren gaan als ondernemer aan de slag, maar daar worden ze op school helemaal niet op voorbereid.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmarkt, Commissie Borstlap | 2s Reacties
Politiek reageert verdeeld op adviezen Borstlap: van evenwichtig tot krankzinnig Geplaatst 24 januari 2020 door Hugo-Jan Ruts Politieke partijen reageren wisselend op de voorstellen van de Commissie Regulering van Werk. Gisteren heeft Hans Borstlap dit rapport aangeboden aan minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en werkgelegenheid) en zijn staatssecretaris Tamara van Ark. De analyse en de hoofdlijnen van het rapport (zie hier) worden door veel partijen omarmd, maar op de concrete invulling is flink wat kritiek. Lees ook : link naar overzicht alle ZiPconomy artikelen over Rapport Commissie Regulering van Werk (inhoud, analyse, Q&A, reacties) Lees ook : Schuren met voorstellen Commissie Borstlap: werkveld valt over definitie zzp Koolmees gaat regie voeren over vervolgdiscussie Kritiek op de invulling hadden Hans Borstlap en zijn commissieleden wel verwacht. Borstlap noemde de concrete invulling dan ook ‘het schuurpapier’, waarmee hij aangeeft dat het de bedoeling is dat partijen erover in gesprek gaan en eventueel met betere suggesties komen. De minister koos zijn woorden zorgvuldig toen hij de rapportage in ontvangst nam. Hij noemt het een ‘mooi, evenwichtig en bovenal urgent’ rapport. Koolmees: “Er is goed, gedegen en veel denkwerk verricht. Het resultaat is een rapport dat niet alleen inzicht geeft in de huidige arbeidsmarkt, maar ook een waardevolle analyse bevat voor de arbeidsmarkt van de toekomst. (…) Ons systeem past veel werkenden niet meer. En de commissie zegt terecht – en dit element onderstreept de urgentie nog maar eens – dat met dat systeem onze economische en sociale vooruitgang op langere termijn niet kan worden gewaarborgd.” Koolmees zei weinig over de voorgestelde maatregelen. “De commissie zegt zélf al terecht: we zijn niet getrouwd met de concrete voorstellen, maar wel gecommitteerd aan de richting van het beleid in de toekomst.” Veel van dat beleid is een opdracht voor het volgende kabinet. De eerste taak voor Koolmees is regie voeren over de discussie over het rapport. Daarnaast komt het kabinet voor de zomer met een concreet voorstel voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. “Lijn rapport ligt op onderdelen in lijn kabinet is verkleinen kloof vast en flex. Maar er is nog veel te doen” @wkoolmees #Borstlap pic.twitter.com/lingxW9Jfu — Hugo-Jan Ruts (@hugojanruts) January 23, 2020 Oppositie De avond voordat het rapport uitkwam, noemde Lodewijk Asscher (Partij van de Arbeid) het advies van Borstlap om ‘vast werk wat losser te maken’ een ‘dramatisch slecht idee’. ‘Onacceptabel en krankzinnig’. Ook GroenLinks ziet niets is het voorstel voor een deeltijdontslag. Dit zou werkgevers de mogelijkheid geven werknemers zonder tussenkomst van de rechter minder te laten werken tegen minder salaris. “We moeten af van de mythe dat meer rechten voor flexwerkers ten koste moet gaan van de rechten van werkenden met een vast contract,” zegt Paul Smeulders van GroenLinks. Bart van Kent (SP) reageerde met gelijke bewoordingen: “Onzekerheid gaan we niet te lijf met meer onzekerheid.” We moeten echt af van de hardnekkige mythe dat het geven van meer rechten aan flexwerkers en ZZP-ers ten koste moet gaan van de rechten van werkenden met vaste contracten. Daarom zeggen wij: stop met het kwartetten met de rechten van werkenden ✊ — Paul Smeulders (@PaulSmeulders) January 23, 2020 Coalitie De coalitiepartijen zijn milder over de voorstellen van Borstlap, maar ook zij plaatsen kritische kanttekenen. Bijvoorbeeld over de maatregelen (zie hier) die invloed hebben op zelfstandigen. Steven van Weyenberg (D66) zegt: “Te veel werknemers hebben nu een onzeker flexcontract en de vaste baan is voor veel mensen onbereikbaar geworden.” Toch wil hij meer ruimte voor mensen die bewust kiezen om als zelfstandige te werken. “Zekerheden voor alle werkenden zijn daarbij heel belangrijk”, vindt Van Weyenberg. “Maar wat D66 betreft moet er ook ruimte zijn voor mensen om te werken op de manier die het beste bij hun werk en bij hen past. Steeds meer mensen werken graag als zelfstandige, omdat dit hen juist vrijheid en autonomie geeft om hun werk zo in te richten als zij willen. Zij zijn juist heel tevreden over hun werk. Het aantal zelfstandigen hoeft dus niet per se omlaag.” Interessant advies Borstlap. Hervorming van arbeidsmarkt nodig. Meer vast, minder flex, meer scholing, basiszekerheid voor alle werkenden. Maar laten we wél zelfstandigen de ruimte blijven geven. Nu politiek samenwerken en aan de slag, Lees mijn reactie: https://t.co/9yxNhST3hw — Steven van Weyenberg (@svanweyenberg) January 23, 2020 Ook Judith Tielen (VVD) benadrukt dat er voor ondernemers ‘ruimte moet blijven om te ondernemen en vrijheid om risico’s te nemen’, zo zegt ze in het FD . Hilde Palland van het CDA vindt dat het rapport ‘grondige analyse en duidelijke richting’ biedt. “Het CDA deelt de inzet op het meer duidelijkheid en zekerheid geven aan werkgevers, zzp’ers en werknemers”, zegt zij. Palland is het eens met het uitgangspunt dat de concurrentie op arbeidsvoorwaarden moeten stoppen en het werkgeverschap aantrekkelijker gemaakt moet worden Het kabinet komt nog dit kwartaal met een formele reactie, zo beloofde minister Koolmees. De Tweede Kamer wil graag een ‘hoofdlijnen-debat’ over de toekomst van de arbeidsmarkt. (Later vandaag overzicht reacties uit het ‘werkveld’) Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Borstlap, Commissie Borstlap, Koolmees | Laat een reactie achter