BREAKING : Nieuwe Wet DBA niet voor 2021. Plan minimumtarief vergt meer tijd. Geplaatst 26 november 2018 door Hugo-Jan Ruts Het kabinet heeft meer tijd nodig om tot een nieuwe wet DBA te komen, laat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) weten in een brief aan de Kamer. Vooral maatregelen om tot meer bescherming te komen voor zelfstandigen met een laag tarief vragen om meer tijd. Koolmees streeft naar een nieuwe wet per 1 januari in 2021. Een jaar later dan aangekondigd. Afspraken uit het regeerakkoord In het regeerakkoord was afgesproken dat de wet DBA wordt vervangen door nieuwe regels die opdrachtgevers duidelijk moeten maken of ze iemand nu wel of niet als zelfstandige kunnen inhuren. In het regeerakkoord is er sprake van drie criteria: het tarief dat een opdrachtgever betaalt, de lengte van de opdracht en de aard van de werkzaamheden. Met name onzekerheden omtrent het minimumtarief en het begrip ‘reguliere werkzaamheden’ vraagt om meer uitwerking. EU recht Het ministerie van SZW is tot de conclusie gekomen dat het idee van een minimiuminhuurtarief strijdig zou kunnen zijn met het EU-recht. “Met name de omzetting van de overeenkomst van opdracht van de zelfstandige (…) naar een arbeidsovereenkomst levert spanning op, omdat dit waarschijnlijk inbreuk maakt op de vrijheid van vestiging (art. 49) en de vrijheid van dienstverrichting (art. 56) van zelfstandigen in het EU-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).” Om deze reden wil het kabinet ook ‘alternatieve routes verkennen’. Het idee van een tariefsgrens wordt niet direct losgelaten, maar mogelijk wel de route via een ‘automatische arbeidsovereenkomst’. Volgens onderzoek dat het kabinet heeft laten uitvoeren valt ongeveer 13% van de zelfstandigen met zakelijke opdrachtgevers binnen deze groep. Reguliere werkzaamheden vervalt mogelijk als criterium Het kabinet heeft ook geconstateerd dat het begrip ‘reguliere werkzaamheden’, die naast de lengte van de opdracht en hoogte van het tarief een rol speelt in de beoordeling of iemand ingehuurd kan worden, op veel kritiek van veldpartijen kan rekenen. Het kabinet wil ook meer tijd om te bezien of volstaan kan worden met de criteria ‘duur’ en ‘tarief’. Vervolg De term ‘gezag’ wil het kabinet wel al spoedig verduidelijken, zoals afgesproken. Dat gebeurt van het Handboek Loonheffingen (publicatie 1 januari 2019). De webmodule is naar verwachting eind 2019 gereed. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. Geplaatst in ZP en Politiek | 4s Reacties
Driekwart van de Europese zelfstandig professionals kiest bewust voor een freelance-carrière Geplaatst 26 november 2018 door Claartje Vogel Hoe ziet de Europese freelancemarkt eruit en waar hebben zelfstandig kenniswerkers behoefte aan? Dat onderzochten het Franse freelanceplatform Malt en het European Forum of Independent Professionals (EFIP) met een enquête onder 959 zelfstandigen uit de 28 Europese lidstaten. In totaal zijn er meer dan 11 miljoen zelfstandig kenniswerkers in Europa, 45 procent meer dan 10 jaar geleden. Volgens deze definitie is 7 procent van alle werkende Europeanen freelancer. Zo’n 77 procent koos bewust voor freelancen, blijkt uit de onderzoeksresultaten. Andere definitie van freelance Maar let op: de definitie van ‘freelancer’ is voor Malt en EFIP net even anders dan gebruikelijk. Het gaat hier specifiek om zelfstandige kenniswerkers zonder personeel. Denk aan consultants, grafisch ontwerpers of IT-ontwikkelaars. Zij leveren technische, artistieke of commerciële diensten aan bedrijven, rechtstreeks of via online platformen. Het gaat dus bijvoorbeeld niet over zzp’ers in de agrarische sector, bouw of retail. Freelancer woont in de stad De meeste zzp’ers die deelnamen aan de enquête werken in marketing (31 procent), IT/tech (27 procent) of kunst en entertainment (18 procent). Veruit de meeste freelancers wonen in de grote stad (68 procent). Een kwart komt uit een kleine of middelgrote stad en slechts 7 procent woont op het platteland. Zo’n 57 procent van de ondervraagde freelancers is 35 jaar of ouder. Iets meer dan de helft heeft een masterdiploma of Phd. Motivaties om te freelancen Driekwart van deze freelancers koos bewust voor een carrière als freelancer en de onderzoekers vroegen waarom. Voor 47 procent van de respondenten was flexibiliteit een belangrijke motivatie. Verder noemden freelancers ‘de vrijheid om eigen projecten te kiezen’ (37 procent), ‘mijn eigen baas zijn’ (36 procent) en ‘werken waar ik maar wil’ (37 procent). Tweederde van alle freelancers werkt meestal vanuit huis. Zo’n 29 procent werkt tussen de 36 en 45 uur per week, 27,5 procent maakt tussen de 26 en 35 uur. Zo’n 24 procent werkt minder dan 25 uur per week als zelfstandige. Uit eerder onderzoek bleek dat steeds meer vrouwen en oudere werkenden aan de slag gaan als freelancers. Tussen 2008 en 2015 kwamen er in de Europese Unie een miljoen vrouwelijke zzp’ers bij, terwijl het aantal mannen steeg met 900.000. Moeilijkheden De onderzoekers vroegen freelancers ook naar hun grootste obstakels. 57 procent vindt het lastig om nieuwe klanten te vinden, 46 procent heeft moeite met een continu veranderend inkomen. Een kwart heeft wel eens problemen met klanten die hun facturen niet betalen. Ook al kiezen ze zelf voor het zzp’erschap, toch mist 28 procent van de Europese freelancers bepaalde voordelen van een dienstverband. Denk bijvoorbeeld aan een ziektekostenverzekering of pensioen. 89 procent van alle ondervraagden vindt dat de sociale zekerheid voor zelfstandig professionals beter geregeld moet worden. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags freelancers, I-PROS, onderzoek | 1 Reactie
Hoe help ik mijn talent marktplaats om zeep Geplaatst 26 november 2018 door Gastblogger We staan wel vaker uitgebreid stil bij hoe je een talent marktplaats vorm kunt geven, wat de voordelen zijn en waar je rekening mee moet houden. In deze blog zullen we naar de andere kant van de medaille kijken om te bepalen wat er nou zo vaak misgaat in de praktijk. Uit psychologisch onderzoek blijkt namelijk dat we negatieve informatie een stuk beter onthouden dan positieve informatie. Kortom, pak een kopje koffie/thee en lees onze 5 tips over hoe jij als organisatie gegarandeerd faalt met een talent marktplaats. Mijn De manager van de afdeling speelt hierin een belangrijke rol. Om te zorgen dat jouw talent marktplaats niet goed functioneert, is het van belang om ervoor te zorgen dat alle managers zo min mogelijk kansen bieden aan succesvolle medewerkers om zich intern te oriënteren en te bewegen naar andere projecten & afdelingen. Op deze manier ben je als manager namelijk verzekerd van een mooie stabiele medewerkers groep met allemaal precies dezelfde vaardigheden, geen gaten in de bezetting en heb je in ieder geval geen last van diverse invalshoeken om jouw problemen op te lossen. Dit scheelt je niet alleen tijd maar met name ook een hele hoop discussies. Alles anders Vandaag is de dag dat we alles anders gaan doen. We nemen alles op de schop en we beginnen allemaal met een schone lei en laten alles wat we hebben geleerd achter ons. Hetzelfde geldt voor de talent marktplaats, stop je oude systemen, deel alles opnieuw in en je bent helemaal klaar voor de toekomst. Is dit nog niet genoeg voor jullie, zet er dan ook een compleet nieuw team op van mensen die nog belast zijn met kennis. De send all – email Pak die mooie excel met alle interne kansen & vacatures, druk vervolgens op cc – all, stuur en je bent er zeker van dat ook iedereen de boodschap leest. Door deze methodiek hoef jij, je geen zorgen te maken of iedereen het wel heeft gehad en spendeer je een minimale hoeveelheid aan interne marketing & HR kosten. Verder is dit lekker veilig want 95% van de mensen aan wie je het hebt gestuurd kennen je toch niet en zullen het niet durven om jou te benaderen voor vragen. Intern en extern werving zijn 2 werelden Recruitment en interne werving dien je volledig gescheiden te houden. Het niet kunnen vinden van voldoende nieuwe medewerkers is namelijk volledig de verantwoordelijk van de recruitment afdeling en is niet de verantwoordelijkheid van de manager. Het intern niet kunnen vinden van de volgende top leiders is echter geheel de verantwoordelijkheid van de business. Dit is dusdanig van belang voor organisatie succes dat recruitment hier niet mee belast kan worden. Op deze manier houd je voor beide partijen de taken en verantwoordelijkheden helder en zo kan iedereen optimaal zijn/haar werk doen. HR geeft een feestje Het opzetten en organiseren van de talent activatie/mobiliteit is volledig de verantwoordelijkheid van HR. Gezien het feit dat deze afdeling alles weet over wat de mensen intern drijft, is het natuurlijk een no-brainer om de volledige totstandkoming van een talent marktplaats bij deze afdeling te beleggen. Kortom, het is een mooi initiatief om de volledige HR afdeling te laten zien waar ze goed in zijn en eens in het zonnetje te zetten. Natuurlijk hopen we dat jij als lezer van deze blog al deze zaken als ridicuul ziet en dat dit soort praktijken binnen jouw organisatie niet aan de orde zijn. Mocht dit echter niet het geval zijn, dan heb je binnen jouw organisatie waarschijnlijk nog wel een flinke weg voor de boeg om het tij te keren. Voorgaande betekent echter niet dat je er nooit klaar voor zult zijn, maar dat je simpelweg wat meer “huiswerk” hebt om een geslaagde talent marktplaats oplossing neer te zetten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags blue carpet, intern talent, Total Workforce Management | Laat een reactie achter
Wouter en Steven ten Have: ‘Veel verandermanagers houden hun vak onvoldoende bij’ Geplaatst 23 november 2018 door ManagementBoek.nl Wie een boek over verandermanagement leest, weet: de claim dat zeventig procent van de verandertrajecten mislukt, is nooit ver weg. Als je geluk hebt, staat er nog wel bij dat het een schatting is, en dat de auteur weet dat die zeventig procent niet echt hard te maken is, maar het cijfer duikt vaak op. ‘Het is een heel hardnekkige aanname’, vertelt Wouter ten Have. ‘Iedereen komt er steeds weer op terug, op congressen, in boeken, overal. En dat is niet ongevaarlijk. Als ik tegen jou zeg dat zeventig procent van de artikelen die journalisten schrijven wordt afgekeurd, denk jij bijvoorbeeld: dan is het niet zo erg als het mijne ook wordt afgekeurd. Het wordt een self fulfilling prophecy. Dan kun je tegen de opdrachtgever zeggen: het is nu eenmaal zo dat zeventig procent mislukt. Daar kan ik ook niets aan doen. Maar er is nergens een onderbouwing te vinden.’ Het was mede de ergernis over deze specifieke claim die Wouter en Steven ten Have ertoe aanzette om – samen met een team onderzoekers, onder wie coauteurs Anne-Bregje Huijsmans en Maarten Otto – te gaan onderzoeken waar de bepalende elementen van het traditionele veranderverhaal uit de bestverkopende managementboeken op zijn gebaseerd. Dus niet alleen de beruchte zeventig procent, maar ook andere beweringen die telkens weer de kop opsteken. ‘Zonder gevoel van urgentie zullen mensen niet veranderen.’ Of: ‘Bij het managen van verandering is transformationeel leiderschap effectiever dan transactioneel leiderschap.’ Of: ‘Participatie is cruciaal voor succesvolle verandering.’ ‘Wij gaan er vanuit dat managers zich, behalve door elkaar, laten beïnvloeden door schrijvers, sprekers en consultants, die hun ideeën ook via de managementliteratuur verspreiden’, legt Steven ten Have de werkwijze uit. ‘Daarom hebben wij vijftig van die boeken van de laatste jaren bekeken. Het ging om boeken met een stevige en duidelijke claim, de handboeken zijn buiten deze eerste beschouwing gebleven. Daar hebben wij uiteindelijk ruim dertig veelvoorkomende assumptions uitgehaald. Wij hebben er achttien geselecteerd die samengebracht zijn in een lopend verhaal, zodat wij die claims in samenhang zouden kunnen presenteren. Wij wilden zo precies mogelijk vaststellen wat er nou in die boeken staat en waarop die claims gebaseerd zijn. Na ons assessment, gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke evidence, hebben we vervolgens een nieuw verhaal samengesteld, waarin sommige claims overeind bleven, sommige meteen afgevoerd konden worden en sommige in een soort middencategorie kwamen, omdat er te weinig of tegenstrijdige evidence voor is.’ Schade Behalve ergernis was het ook onversneden professionele nieuwsgierigheid die de Ten Haves aanzette tot het schrijven van dit boek, vertelt Wouter ten Have. ‘Wij zijn wetenschappers, maar werken ook in de praktijk. Wat wij zien, is dat organisaties soms te makkelijk achter concepten en modellen aanlopen. Dat kan in onze optiek schade toebrengen aan organisaties en mensen. Neem het belang van een ‘rechtvaardig’ veranderproces. Als je mensen in een procedureel rechtvaardig veranderproces brengt, je laat zien dat de pijn en de opbrengsten op goede gronden verdeeld worden en er aandacht voor gevoelens en posities is, dan heeft dat vaak positieve effecten op het veranderproces. Dat is wetenschappelijk goed onderbouwd. En toch zijn er veel verandermanagers die dit niet goed toepassen. Onbegrijpelijk. Als architecten of medici ondeskundig werken, is de boot aan en zijn er doorgaans consequenties. Maar het vak van adviseur is relatief vrij. Je hebt relatief veel mensen die hun verhaal ongestraft ongeclausuleerd naar organisaties brengen.’ Voor de Ten Haves was er nog een drijfveer: de eigen kennis toetsen. Dat de bewering van die zeventig procent niet klopt, weten ze al heel lang, al heeft Steven het verhaal ‘járen geleden’ ook wel eens gebruikt, erkent hij grinnikend. ‘Dat zijn we toen al gaan uitzoeken, waarna ik ook boete heb gedaan.’ Maar de onderbouwing van de rest van het veranderverhaal was minstens even interessant, vertelt hij. ‘Dat is de intrinsieke drang tot weten. Net als alle professionele dienstverleners werken wij graag en goed voor onze opdrachtgevers, maar zoals een van mijn leermeesters eens heeft gezegd: het echte object van de fascinatie van de professional is zijn eigen ontwikkeling.’ Genuanceerd kijken De vergelijking met bijvoorbeeld medici en ingenieurs gaat op een belangrijk punt mank: verandermanagement is vooral een sociale wetenschap. Je kunt niet alles zo gemakkelijk ijken en meten. ‘Dat pretenderen wij ook niet’, zegt Wouter ten Have. ‘Maar er is veel dat je wel kunt en moet weten als professional. Daarom is het Engelse woord evidence, dat wij in dit boek gebruiken, ook zo mooi. Evidence is iets anders dan proof, het is geen bewijs, het gaat om de aannemelijkheid en mate van onderbouwing. Dat is ook een kwestie van arbeid. Het is niet voor niets dat wij met veertien mensen aan dit boek hebben gewerkt. We hebben alle mogelijke onderzoeken systematisch doorgewerkt en op kwaliteit beoordeeld. Als wij tot de slotsom kwamen dat het hoogwaardig onderzoek betrof, en wij vonden er voldoende die dezelfde kant op wijzen, durfden wij de stelling aan dat een bepaalde claim terecht was. Zoals in het geval van het formuleren van duidelijke doelstellingen en daar feedback op geven. Dat blijkt een positieve invloed te hebben. Maar het is complexer dan je denkt. Veel managers zullen denken: dat doen we toch al lang? Maar feedback geven betekent dat je serieus in gesprek gaat met je mensen. Dat is iets anders dan iemand vertellen of hij zijn target heeft gehaald of niet. Daar moet je genuanceerd naar kijken.’ Genuanceerd is een woord dat de Ten Haves graag gebruiken in verband met dit onderzoek. Gevraagd naar de uitkomst die hem misschien wel het meest verraste, laat Steven ten Have het ook vallen. Hij neemt het belang van participatie als voorbeeld. ‘Daar wordt niet mee afgerekend, helemaal niet, maar het boek nuanceert de bestaande ideeën wel. Participatie is niet heilig, blijkt. Als je dat goed uitlegt, kunnen mensen dat ook wel volgen. Het heersende idee is dat participatie om vooral twee redenen ruim baan zou moeten krijgen: ten eerste vanwege het draagvlak voor de verandering, waarbij je afweegt dat de verandering langzamer zal gaan. En ten tweede vanwege wat ze wel eens omschrijven als the wisdom of the crowd, je laat grote groepen zich uitspreken over iets en dan vertrouw je op de collectieve intelligentie. Maar in sommige gevallen werkt participatie helemaal niet goed, zoals in tijden van crisis. Dan kun je je het niet veroorloven. Dat begrijpen mensen echt wel. Transformationele leiders zoeken de balans tussen een coherente visie en ruimte en intellectuele stimulatie. Dus participatie wordt niet afgeschoten, maar wel op scherp gezet. Soms moet je er wel voor kiezen, soms moet je er vanaf zien.’ De X-factor Een van de lastigste onderwerpen die in het boek besproken wordt, is de rol van de organisatiecultuur, ‘de raadselachtige X-factor’. ‘Het mocht niet ontbreken’, zegt Wouter ten Have. ‘Wij benaderen het concept wel kritisch. Je ziet vaak dat wanneer verandertrajecten mislukken, ‘de cultuur’ de schuld krijgt. Maar een cultuur doet niets, mensen doen iets. Cultuur wordt gebruikt als een soort excuus, panacee of afvoerputje. Maar hoe kun je een cultuur veranderen? Daar is geen knopje voor. Want wat is cultuur? In feite komt het neer op mensen die gezamenlijk een bepaalde gedragspatronen vertonen. Je moet dus vooral praten over hoe je effectief gedrag kunt beïnvloeden. En dat is niet altijd zo moeilijk. Althans: als het gewone regels betreft. Als iemand in een callcenter zich niet aan de regels houdt, kun je die gewoon op een training sturen. Het wordt ingewikkelder als het om ongeschreven regels gaat, en echt heel moeilijk als het om heel impliciet gedrag gaat, zoals de zogenaamde arrangementen. Cultuur vraag om precisie. Je moet je bewust zijn dat bepaalde dingen werken en andere niet.’ En zo zijn er nog een paar beweringen die de Ten Haves van een paar stevige kanttekeningen voorzien. Weerstand? Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met hoe verandermanagers het proces inrichten, niet met de veranderingen zelf. De sense of urgency, de noodzaakbeleving? Sigarettenpakjes met de meest afschuwelijke afbeeldingen laten zien dat die lang niet altijd aankomt bij mensen, het is net wat zij willen zien. Fear appeals zijn vaak ineffectief. De veel uitgevoerde medewerkertevredenheidsonderzoeken? Hebben vrijwel geen relatie met de performance van de organisatie, terwijl dat dikwijls wel de claim is. ‘Maar denk niet dat dit boek bedoeld is om reputaties van beroemde auteurs te breken’, zegt Steven ten Have. ‘Het gaat om het verbeteren van het vak en de bijdrage aan de praktijk. Wij waren echt benieuwd welke assumptions steun vinden en welke niet. We hebben de wijsheid niet in pacht, we laten wel zien dat het zaak is het vak bij te houden. Verandermanagers zijn soms te lui. IJver, nieuwsgierigheid en professionele twijfels zijn belangrijk. Verandermanagement verdient en vereist scherpte, want verandering gaat ergens over, over mensen, emoties, het welvaren van organisaties en onze maatschappij.’ Verandermanagement veranderd is verschenen op 29 oktober. Download de gratis voorpublicatie (PDF) met daarin de eerste drie hoofdstukken. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management | Laat een reactie achter
Total talent acquisition (TTA) brengt vast en flex samen Geplaatst 22 november 2018 door Arthur Lubbers Er zijn tal van fraai geformuleerde definities van total talent acquisition (TTA), maar simpel gezegd komt het erop neer dat een organisatie ‘één integrale benadering van hun personeelsvraagstuk’ heeft. Het gaat dus om de hele capaciteitsvraag binnen een bedrijf, van vaste medewerkers, uitzendkrachten, inhuur van zzp’ers tot interimmers. Dat TTA belangrijk is in een tijd van personeelstekorten spreekt voor zich. Als HR zicht heeft op zowel de vraag als het aanbod van vast én flexibel arbeidspotentieel, dan kan het efficiënt en effectief ervoor zorgen dat de juiste (flex)kracht op het juiste moment op de juiste plek in de organisatie kan worden ingezet. Moll gaat nog een stap verder en spreekt liever van total workforce management, waaronder zij niet alleen de integratie van vast en de flexschil verstaat, maar ook de interne doorstroom, het doorgroeien van een medewerker binnen de organisatie van de ene naar de andere functie. “Als je bij de invulling van een openstaande vacature als recruiter ook daarover meedenkt, ben je pas echt een business partner.” Meer flex, meer dynamiek Dat TTA meer en meer in zwang raakt is niet verwonderlijk. De flexibilisering van de arbeidsmarkt speelt hierbij een grote rol. De werknemer die decennia lang in vaste dienst blijft, is niet langer de norm. De moderne werkende eist flexibiliteit. “Onder jongeren (<35 jaar) is 40 uur per week werken zeldzaam, die willen parttime werken, of in combinatie met klussen als zzp’er. Zij stellen andere eisen aan werk”, zegt Moll die de Amerikaanse recruitment en talent management goeroe Kevin Wheeler aanhaalt die spreekt van ‘slash workers’ (zie hier). Was de flexschil er vroeger vooral voor ‘ziek en piek’, nu moeten bedrijven snel kunnen inspelen op technologische veranderingen en disruptieve concurrenten. Er is dus een groeiend leger aan flexkrachten, zzp’ers en interimmers die via payroll, detachering, uitzendbureaus, broker of zzp-bemiddelingsbureaus via voor-, zij- en achterdeuren binnenkomen bij een organisatie. HR zou het overzicht moeten hebben, maar heeft het dat ook? Er is nog een reden dat TTA zo belangrijk is geworden, zegt Moll. “Organisaties moeten sneller kunnen bewegen, dynamischer zijn. Was de flexschil er vroeger vooral voor ‘ziek en piek’, nu moeten bedrijven snel kunnen inspelen op technologische veranderingen en disruptieve concurrenten.” Hierdoor neemt het belang van een flexibele schil, afgestemd op de vaste kern van een organisatie, alleen maar toe. En dus is een goed geïntegreerd recruitmentbeleid belangrijker dan ooit. Ideaalbeeld Dat klinkt mooi, maar hoe zit het in de praktijk met TTA? Moll: “Je leest en hoort er veel over, maar ik kom de realisatie hiervan nog maar bij weinig organisaties tegen. Ik ken er slechts enkele, zoals Alliander en ProRail.” Dat het nog maar zo weinig wordt ingezet binnen bedrijven heeft een logische reden volgens haar. “Het is ook heel lastig. Recruitment voor vast personeel is binnen organisaties een heel ander proces dan de inhuur van personeel. Tijdelijke krachten worden vaak in de lijn, door de manager zelf, ingehuurd. Hooguit bemoeit finance of inkoop zich hiermee (om prijsafspraken voor volumecontracten te maken), maar HR ziet dat niet.” TTA: Iedereen wil het wel, en het besef dat het moet gebeuren is er ook, maar het is een lastig, complex proces Natuurlijk ziet HR het liefst dat het werven, selecteren en inhuren van elke medewerker, via alle mogelijke contractvormen, is samengebracht. “Eén hr-beleid inclusief on en off boarding, waarin alle kennis wordt gedeeld en benut”, zo schetst Moll het ideaalbeeld. “Iedereen wil het wel, en het besef dat het moet gebeuren is er ook, maar het is een lastig, complex proces.” TTA komt eraan Toch is Moll ervan overtuigd dat TTA over een tijdje niet meer weg te denken valt binnen HR. “Je ziet de ontwikkelingen op de markt nu al. Leveranciers van recruitmentsystemen werken achter de schermen al enige tijd aan de integratie van ict-systemen, zodat organisaties in de toekomst in staat zullen zijn hun systemen aan te passen aan een geïntegreerd recruitmentbeleid.” Compagnon zelf promoot total workforce management ook bij klanten. Een van de HR-diensten die het bedrijf aanbiedt is RPO (recruitment process outsourcing), waarbij het in-huis bij de klant de werving en selectie van vaste medewerkers verzorgt. “Wij gaan bij die klanten in gesprek om dit ook voor flexkrachten te doen, de inhuur te regelen en te laten aansluiten op het hele recruitmentbeleid.” Dat gaat niet zonder slag of stoot, weet Moll. “Dat is iets wat je in de gedachtegang van de klant moet zien te krijgen. En daarvoor moeten ook organisatorische obstakels worden overwonnen.” Maar volgens haar kom TTA eraan, stap voor stap. “De eerste fase is het in één hand houden van recruitment van vast en flex – of bij HR of bij een RPO-leverancier. Later kun je dan systemen integreren om te komen tot één proces. Dat is de volgende stap.” Compagnon heeft een white paper gepubliceerd over total talent acquisition (TTA). ‘Food for thought’ voor organisaties die zich serieus hiermee willen gaan bezig houden, inclusief handige do’s & don’ts om hiermee aan de slag te gaan. De white paper is te downloaden op deze pagina. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Compagnon, recruitment, Total Talent Acquisition, TTA | 1 Reactie
OESO herhaalt oproep aan Nederland om zzp-markt te hervormen. Geplaatst 21 november 2018 door Hugo-Jan Ruts Breid het sociale vangnet voor zelfstandigen uit voor een betere bescherming van kwetsbaren in de markt en kom zo tot een meer inclusieve arbeidsmarkt. Die aanbeveling geeft de OESO aan Nederland in haar najaarseditie van de Economic Outlook 2018. Woorden van gelijke strekking stonden ook te lezen in eerdere aanbevelingen van de OESO. De OESO constateert dat de economische groei in Nederland iets afzwakt maar robuust blijft. Een lage werkloosheid en stijgende tekorten op de arbeidsmarkt leiden tot inflatie maar ook tot een stijging van het aantal vaste contracten. Daarbij ziet de OESO een trendbreuk in de groei van het aantal zelfstandigen ten opzichte van de laatste jaren. Desalniettemin pleit de OESO voor het “reduceren van belastingprikkels voor zelfstandigen en het invoeren van een basisvoorziening voor ziekte en arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen.” Los van de zelfstandigen roept de OESO overigens ook nog op tot hervorming van het pensioenstelsel, zodat daar ‘meer transparantie in komt’. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags oeso, zelfstandigenaftrek, zzp-beleid | 5s Reacties