Uniforce verliest kort geding Belastingdienst over vaststellingsovereenkomst Declarabele Uren BV Geplaatst 10 juli 2018 door ZiPredactie De Belastingdienst mocht haar ‘vaststellingsovereenkomst’ voor de zogenoemde ‘Declarabele Uren BV’-formule van Uniforce intrekken. Dat heeft de rechter gisteren in kort geding bepaald. In die vaststellingsovereenkomst werd bevestigd dat Uniforce professionals een arbeidsovereenkomst hebben met hun eigen BV. De Belastingdienst stelt dat door de Wet DBA de vaststellingsovereenkomst ingetrokken moet worden. Onbegrijpelijk, vindt Uniforce. “Als Uniforce Professionals hebben we feitelijk niets met deze Wet DBA te maken. Die wet regelt immers de relatie tussen een opdrachtgever en een zzp’er waarbij een overeenkomst wordt aangegaan buiten dienstbetrekking.” De huidige vaststellingsovereenkomst loopt nog wel door tot 1 januari 2020. Tot die tijd zijn dus zowel de uniforcers als hun opdrachtgevers gevrijwaard, zo stelt Uniforce. 1 januari 2020 is dan meteen ook de datum waarop minister Koolmees de Wet DBA definitief wil vervangen. Het bedrijf uit Harderwijk, dat voor ongeveer 750 professionals een dergelijke BV heeft opgericht, gaat in hoger beroep. Lees ook : Heeft Nederland behalve schijnzelfstandigen nu ook schijnwerknemers? DUBV concept Bij de DUBV richt een professional samen met Uniforce samen een BV op, waarvan de zelfstandige voor 80% aandeelhouder, directeur en bestuurder is. Binnen zo’n DUBV is er een bepaalde gezagsverhouding, waardoor er – anders dan bij een gewone BV – een dienstverband tussen de zelfstandige en de DUBV is. De professional is dan zowel directeur als werknemer. Discussies omtrent schijnzelfstandigheid of het wel of niet werknemer zijn bij een opdrachtgever wordt hiermee vermeden. Ongeveer 750 professionals werken inmiddels via een DUBV. Deze constructie is in 2008 goedgekeurd door de Belastingdienst. Uniforce ontving steeds voor een periode van twee jaar een verlenging van de goedkeuring via een ‘vaststellingsovereenkomst’. In die vaststellingsovereenkomst verklaarde de Belastingdienst en het UWV, die de goedkeuring overigens niet heeft ingetrokken, dat de betrokken professionals een arbeidsrelatie hebben met de BV en er sprake is van een inleen/doorleenconstructie. VAR weg, goedkeuring weg? De DUBV bestaat al 18 jaar en heeft in die zin niet zoveel te maken met de komst van de Wet DBA. Die wet zorgde wel voor een extra belangstelling voor de constructie, zowel uit de markt als de Belastingdienst. Voor Uniforce was de Wet DBA geen aanleiding om de formule aan te passen. De Belastingdienst denkt daar echter heel anders over. De Belastingdienst en Uniforce zijn al een aantal jaren in gesprek wat het verdwijnen van de VAR nu betekent voor de DUBV die Uniforce gebruikt. De Belastingdienst heeft de goedkeuring ingetrokken, mede naar aanleidingen van een controle bij een aantal Uniforce Professionals waarbij met de ‘Wet DBA bril’ naar de relatie tussen de zelfstandigen en de opdrachtgever waar hij/zij werkt werd gekeken. De Belastingdienst heeft wel een overgangstermijn ingesteld tot 1 januari 2020. Tot die tijd blijven de ‘Uniforcers’ en hun opdrachtgevers dus gevrijwaard van eventuele naheffing; loonbelasting en sociale premies – inclusief werkgeversdeel – die immers in de DUBV al zijn ingehouden en afgedragen loonheffingen. Stef Witteveen (Uniforce): “De Wet DBA is een oneigenlijke aanleiding om de vaststellingsovereenkomst in te trekken. De Wet DBA gaat over de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Uniforcers zijn geen zzp’ers. Ze worden gedetacheerd. Dat is heel iets anders.” Voor uniforce geldt nu dus een overgangsperiode tot 1 januari 2020. Dat is dat meteen ook de datum waarop Minister Koolmees nieuwe regels omtrent zelfstandigheid van kracht wil laten gaan. Regels die de Wet DBA moeten vervangen. “Als die nieuwe regels aanleiding geven om aanpassingen te doen in manier waarop Uniforcers nu werken, dan gaan we vanzelfsprekend doen. Maar we blijven van mening dat de Wet DBA daartoe geen aanleiding geeft. Nogmaals, Uniforcers zijn geen zzp’ers.” Hoger beroep In een kort geding eiste Uniforce van de Belastingdienst een nieuwe verlenging van de vaststellingsovereenkomst, omdat deze volgens Uniforce op oneigenlijke gronden is ingetrokken. De rechter gaf de Belastingdienst echter gelijk. Volgens de rechter was de vaststellingsovereenkomst gekoppeld aan de VAR en die is er niet meer. “Wij vinden de beslissing van de Belastingdienst onbegrijpelijk en beoordelen de opzegging van de vaststellingsovereenkomst als onreglementair”, zo verklaart Uniforce. “In eerste instantie is onze eis op niet-inhoudelijke gronden afgewezen en daarom gaan we tegen deze uitspraak in hoger beroep zodat we het dossier inhoudelijk aan een hogere rechter kunnen voorleggen.” Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | 1 Reactie
RaboResearch : “Grootste toename van het aantal zzp’ers ligt achter ons” Geplaatst 10 juli 2018 door Hoofdzaken RaboResearch, het kenniscentrum van Rabobank, volgt ontwikkelingen van de Nederlandse woningmarkt, arbeidsmarkt, overheidsfinanciën, financiële sector, demografische en regionaal-economische ontwikkelingen op de voet. Onderzoek doen, onderzoek lezen of praten over onderzoek: daar houden de economen Leontine Treur en Lisette van de Hei zich dagelijks mee bezig. En dat laatste komen zij doen over twee recentelijke publicaties in het ZP Radio programma HoofdZaken met Sebas Krijgsman en Bart van der Geest. Toename flexibele contracten Van de Hei ziet de flexibele arbeidsmarkt in de afgelopen jaren veranderen. “In ons onderzoek hebben wij een vergelijking gemaakt met 10 jaar geleden, waarbij opvalt dat het aandeel flexibel werk flink is toegenomen. Toch is een groot verschil zichtbaar tussen de sectoren.” Volgens van de Hei heeft dit voornamelijk te maken met beleid. “Vanwege genomen maatregelen is het voor werkgevers steeds aantrekkelijker geworden een oproep, uitzend of tijdelijk contract aan bieden.” “Van de ingenieurs, ICT-specialisten en gespecialiseerde verpleegkundigen heeft nog altijd meer dan 70 procent een vast contract.” Leontine Treur, senior-econoom bij RaboResearch Nederland Grenzen aan flex De arbeidsmarkt ondervindt een toenemende schaarste. Omdat werknemers, uitgezonderd zzp’ers, veelal een voorkeur hebben voor een vast contract, verwacht je bij arbeidskrapte een toename van het aantal vaste contracten. Dit is echter niet het geval. Dit vraagstuk is onderzocht en heeft geleid tot de publicatie ‘De flexibele arbeidsmarkt – grenzen aan flex?’. Treur: “Ons onderzoek toont aan dat in schaarse sectoren, zoals de zorg en IT, de flexibilisering een stuk langzamer ontwikkeld dan in minder schaarse sectoren als de zakelijke dienstverlening. Desondanks is de toename van het aantal flexibele contracten in alle sectoren zichtbaar, zelfs als deze sectoren niet of nauwelijks seizoensgebonden of conjunctuurgevoelig zijn. Organisaties willen flexibel zijn in tijden van crisis Vier jaar geleden werd het artikel ‘Zzp’ers in de crisis’ geschreven, Van de Hei geeft hier nu een vervolg aan met haar publicatie ‘Zzp’ers na de crisis’. Het meest opvallende resultaat is dat werknemers en zzp’ers anders reageren op economische groei. “Vooral tijdens de dip in 2009 en tussen 2011 – 2013 zijn veel werknemers ontslagen. Terwijl zzp’ers de crisis vooral in hun portemonnee voelden, vanwege een daling van het aantal gewerkte uren en bijbehorend tarief. Daarentegen steeg het inkomen van werknemers nominaal door”, aldus van de Hei. “Aantal flexibele arbeidscontracten is rond de crisis flink toegenomen. Inmiddels is de crisis voorbij, maar zet de groei toch verder door.” Lisette van de Hei, econoom bij RaboResearch Nederland De crisis voorbij De economische voorspoed pakt voor beide groepen gunstig uit. Al hebben de toekomst van de zelfstandigenaftrek en de ontwikkelingen rondom de Wet DBA grote invloed op de groei van het aantal zzp’ers in de komende jaren. Treur: “Het is waarschijnlijk dat de grootste toename van het aantal zzp’ers achter ons ligt en dat met name een deel van de zzp’ers met een laag inkomen terug zal keren naar loondienst.” Beluister de volledige radio-uitzending met Leontine Treur en Lisette van de Hei hieronder. https://www.zipconomy.nl/wp-content/uploads/2018/07/ZP-Radio-HoofdZaken-Rabo-Research.mp3 Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags economie, flexibele arbeidsmarkt, onderzoek, RaboResearch | Laat een reactie achter
Ruime meerderheid zelfstandigen ziet wel iets in de opt-out-optie Wet DBA. Geplaatst 9 juli 2018 door Circle8 Slechts 15 procent van de zelfstandigen ziet weinig in een opt-out-optie, zoals de regeringspartijen dat hebben afgesproken in het regeerakkoord. De partijen spraken destijds over een tarief van 75 euro waarboven zelfstandigen voor zo’n opt-out zouden kunnen kiezen. Mocht dit bedrag in de uitwerking van het akkoord nog veranderen, dan zal dat de zelfstandigen niet meteen van mening doen veranderen, blijkt uit een kleine peiling van De Staffing Groep. Slechts iets meer dan 10 procent denkt dat de hoogte van het tarief bepalend is voor een voor- of tegenstem, iets meer dan 43 procent denkt dat de tariefhoogte ‘misschien’ invloed heeft. Ondertussen blijven er onder de panelleden zorgen omdat de onduidelijkheid over de Wet DBA in hun ogen voort duurt. “Veel schade is al aangericht door de WDBA en ik vraag me af of dat nog hersteld kan worden” zo stelde een van de panelleden. Minimumtarief: de meningen zijn verdeeld Rondom het minimumtarief zijn de ondervraagde zelfstandigen een stuk verdeelder. Daar is slechts 50 procent voorstander van het in het regeerakkoord verwoorde voorstel om een minimum uurtarief van 15 tot 18 euro in te stellen om zo zzp’ers aan ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen. Liefst 35 procent ziet zo’n minimumtarief daarentegen niet zitten. Heeft dat misschien met de hoogte van het voorgestelde tarief te maken? Dat zou kunnen, want als de voorgestelde grens hoger zou worden, zegt bijna 36 procent van mening hierover te veranderen. En nog eens ruim 10 procent zegt dit ‘misschien’ te doen. Wat moet als eerste worden doorgevoerd? Tot slot werd het panel van zelfstandigen nog gevraagd naar de belangrijkste wijziging die zij graag doorgevoerd zouden willen zien. Daarbij viel op dat er niet zozeer één specifiek onderdeel eensluidend naar voren kwam, maar dat de zelfstandig professionals in het algemeen ‘zekerheid’ en ‘duidelijkheid’ het allerbelangrijkste vonden. Of zoals een van de respondenten het verwoordde: “De enorme kerstboom aan regels en verplichtingen maakt het bijzonder risicovol om iemand in vaste dienst te nemen. Dat los je niet op door die regels dan ook maar te laten gelden bij zzp’ers, maar door die kerstboom te ontmantelen.” Lees ook: Wat is minister Koolmees van plan met de opt-out-variant van de Wet DBA? Geplaatst in ZP en Politiek | Tags dba, opt-out | Laat een reactie achter
Marketing voor zzp’ers is vooral een persoonlijke mix Geplaatst 9 juli 2018 door ZiPredactie Vergeet personal branding. De zzp’er moet zichzelf eerst leren kennen alvorens hij zichzelf op de kaart zet, vindt Chris den Daas. Hij schreef een boek over hoe je dat doet en gaat hierover ook binnenkort bloggen op ZiPconomy. Personal branding en marketing, als doorgewinterde zzp’er weet je het allemaal wel: behalve vakmanschap zijn netwerken, sociale media en je reputatie van levensbelang om je staande te houden in de markt. Auteur, ondernemer en marketingdeskundige Chris den Daas voegt daar een nieuwe dimensie aan toe: de Persoonlijke Mix. Niet alleen vakmanschap, maar ook karakter, talent, passie, netwerken en je leefsituatie nemen zzp’ers mee in hun Persoonlijke Mix, zo betoogt Den Daas. “Door die mix integraal te beschouwen, verbreed je als het ware de weg en kom je tot nieuwe diensten, doelgroepen, partnerkanalen of werkmethodes.” Persoonlijkheidstest Aan de hand van voorbeelden van bekende persoonlijkheids-analyse methoden zoals de Briggs-Myers-test en het Ennaegram kan de lezer bepalen wat voor persoon hij is. Zo kunnen karaktereigenschappen als doorzettingsvermogen, gecombineerd met een aanleg voor netwerken en een talent voor bijvoorbeeld organiseren een vrij compleet plaatje opleveren waar je je als zzp’er mee kunt profileren. Ter illustratie en inspiratie laat Den Daas een aantal voorbeelden zien van ondernemers die alle factoren van hun persoonlijkheid hebben geïntegreerd in hun ondernemerschap. Zo lezen we over de orthomoleculair deskundige die na naar scheiding kiest voor haar kinderen en haar passie: anderen leren hoe ze een gezonde levensstijl kunnen hebben. Uiteindelijk schreef ze een bestseller over voeding. Een ander verhaal is dat van de bedrijfseconoom die tijdens een sabbatical een cursus houtbewerken doet, en daardoor zo wordt gegrepen dat ze besluit om meubelmaker te worden. Persoonlijke mix Nadat de zpp’er door heeft welk ‘mix’ er in hem zit, leert de lezer vervolgens hoe deze te vermarkten. We krijgen eerst een korte cursus marketing, en leren vervolgens hoe we die marketingmix kunnen inzetten voor onze persoonlijke mix. Met meteen ook een relativering: marketing is een middel en geen doel. Wie affiniteit heeft met schrijven, moet dus vooral bloggen. Maar wie dat niet heeft: doe het vooral niet. En sociale dieren moeten vooral veel naar netwerkbijeenkomsten gaan, maar wie bij dit soort gelegenheden met een glas in de hand verlegen tegen de muur staat geplakt, moet vooral lekker thuisblijven. Zijn advies, kortom: bedenk ook voor het steken van heel veel tijd en energie in een van de marketingmiddelen, wat het doel is dat je ermee voor ogen hebt en wat er past in de persoonlijke mix. P van promotie Toch besteedt Den Daas veel aandacht aan P van promotie. Want een website is bijna onontbeerlijk voor de moderne ondernemer, want die moet digitaal vindbaar zijn. Ook hier weer: bedenk eerst wat je ermee wilt bereiken, alvorens naar de webbouwer te gaan. Dat die promotie bij Den Daas zelf vooral neerkomt op bloggen, dat gaan we de komende tijd lezen, op Zipconomy. Marketing zonder Personeel, Chris den Daas is hier te bestellen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags boek, personal branding, persoonlijke ontwikkeling, zzp | 3s Reacties
Belastingdienst overtreedt privacywet met BSN; nog half jaar om BTW nummer zzp’ers aan te passen. Geplaatst 6 juli 2018 door Peter Boerman Dat de Belastingdienst het burgerservicenummer gebruikt in het btw-identificatienummer van zelfstandigen met een eenmanszaak ‘heeft geen wettelijke basis’, blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens. De AP komt tot die conclusie na toetsing van het gebruik aan de AVG, de nieuwe Europese privacywet die 25 mei van kracht is geworden. De Belastingdienst moet de geconstateerde overtredingen zo snel mogelijk beëindigen, in elk geval vóór 1 januari 2019. Gebeurt dat niet, dan kan de AP handhavende maatregelen treffen. De autoriteit kan dan bijvoorbeeld een verwerkingsverbod afdwingen of een boete opleggen. Slepende kwestie Het gebruik van iemands BSN in een btw-nummer is al jarenlang een steen des aanstoots bij belangenbehartigers van zelfstandigen. In maart stelden CDA-Kamerleden Pieter Omtzigt en Harry van der Molen nog Kamervragen over de kwestie, met de oproep om snel duidelijkheid te verschaffen. Die duidelijkheid lijkt nu in elk geval gecreëerd: het mag niet. Of de Belastingdienst op 1 januari eruit is hoe deze kwestie op te lossen, is zeer de vraag. Maar of de Belastingdienst op 1 januari eruit is hoe deze kwestie op te lossen, is zeer de vraag. De fiscus heeft dit punt al jaren voor zich uit geschoven. En te midden van alle problemen waar de dienst nu mee kampt is het redelijk onwaarschijnlijk dat ze het nu wel ‘even’ zouden kunnen oplossen. Identiteitsfraude op de loer Het BSN is een wettelijk identificatienummer om de communicatie tussen overheid en burgers te vergemakkelijken. Burgers kunnen met hun BSN bij elk loket van de overheid terecht. Het voordeel van een BSN is dat burgers hun persoonsgegevens niet bij elke overheidsorganisatie steeds opnieuw hoeven aan te leveren. Dit maakt het tegelijk kwetsbaar: als het BSN in kwaadwillende handen valt, kan het mogelijk leiden tot identiteitsfraude. Een kwaadwillende kan met de persoonsgegevens van een ander bijvoorbeeld een auto huren en daarmee schade veroorzaken. Zelfstandigen met een eenmanszaak konden hun BSN tot nu toe niet beschermen Zelfstandigen met een eenmanszaak kunnen hun BSN niet beschermen. Zij waren tot nu toe verplicht hun BSN op hun website kenbaar te maken, omdat het BSN een onderdeel vormt van hun btw-identificatienummer. Maar dat kan dus zo niet langer, concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags BSN | 1 Reactie
Grote opdrachtgevers mogen nu echt niet meer te laat betalen Geplaatst 6 juli 2018 door ZiPredactie Nu was er sinds vorig jaar al een wet die regelde dat grote bedrijven kleinere bedrijven niet langer dan 60 dagen mogen laten wachten op hun geld. Dit gold eerst alleen voor nieuwe contracten, maar nu geldt voor oude afspraken ook de termijn van 60 dagen. Grote bedrijven hebben een jaar de tijd gekregen om in oude contracten de betalingstermijn op het maximum te zetten. In de nieuwe wet die op 1 juli vorig jaar in werking trad was een overgangstermijn van een jaar opgenomen en die is dus afgelopen 1 juli verlopen. Staat in een contract toch een langere betalingstermijn, dan is die nietig, zo schrijven de in incasso gespecialiseerde advocaten van e-legal. De langere termijn is ongeldig en in plaats daarvan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen. Leveranciers kunnen na die periode aanspraak maken op de verschuldigde wettelijke handelsrente en incassokosten vanaf 30 dagen na ontvangst van de factuur. Meer consequenties Voor grote ondernemingen zijn nog wel meer consequenties verbonden aan laks zijn met betalen. Slecht betalingsgedrag kan doorwerken in de financiële cijfers van een onderneming. Structureel te laat betalen moet als voorziening op de balans staan voor de na te vorderen wettelijke handelsrente. En dat dan wel voor de duur van de verjaringstermijn van 5 jaar, een flink bedrag dus. Omdat alle grote ondernemingen publicatieplichtig zijn, is zo voor iedereen straks in de jaarcijfers te zien dat een bedrijf een notoire wanbetaler is. De nieuwe wet geldt trouwens alleen voor afspraken tussen grote en kleinere bedrijven. Tussen grote bedrijven onderling geldt de maximum betalingstermijn niet. Stroomschema In het onderstaande stroomschema hebben de incasso advocaten van E-legal alles nog eens op een rij gezet. Het laat zien aan welke betalingstermijn welke rechtsvorm zich nu dient te houden. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags betalingstermijn, contracten, leveranciers, zzp | Laat een reactie achter