"Exploring the future of work & the freelance economy"

Wat is Minister Koolmees van plan met de ‘opt-out’ variant Wet DBA?

Is de opt-out-variant voor de bovenkant van de interim-markt wel nodig, vraagt minister Koolmees zich af. Maar daarmee miskent hij juist waarom de Wet DBA in de ijskast belandde.

Een van de directe aanleidingen om de Wet DBA de facto in de ijskast te zetten, was het feit dat opdrachtgevers huiverig waren geworden voor inhuur van álle zelfstandige professionals. Ook de flinke groep die met meer dan fatsoenlijke tarieven, en met volle tevredenheid, hun opdrachten deden bij bijvoorbeeld het grootbedrijf en de overheid.

Dat die groep nadeel ondervond van de Wet DBA, dat was toch niet de bedoeling, zo luidde het oordeel van de Tweede Kamer. Dus kwam er een ‘niet-handhaafbeleid’ en ging de nieuwe regering aan de slag met een vervanging van de Wet DBA.

Opt-out: simpele oplossing voor deel van de markt

Een belangrijk onderdeel van die nieuwe aanpak zou de ‘opt-out’-variant moeten zijn. Zo staat het in elk geval ook in het regeerakkoord. Als bij een opdracht een tarief betaald wordt van boven de 75 euro per uur, in combinatie met een opdrachtduur van hooguit een jaar of als het gaat om ‘niet-reguliere’ werkzaamheden, dan zou simpelweg de ‘opt-out’-variant gaan gelden. De zelfstandige is dan per definitie geen werknemer en kiest er (bewust) voor zich buiten de bescherming van het arbeidsrecht te stellen en om niet mee te doen aan het sociaal stelsel.

Het lijkt een simpele oplossing voor de bovenkant van de interim-markt, met de zo gewenste duidelijkheid voor zowel zelfstandigen als hun opdrachtgevers. En bovendien kwam deze oplossing bij de presentatie van het regeerakkoord met de suggestie dat dit ook wel ook sneller geregeld kon worden dan bijvoorbeeld de complexere webmodule of minimumtarief voor de opdrachten onder dat ‘opt-out’ tarief. Hier leek, met andere woorden, het probleem namelijk niet echt te zitten.

Vooral aandacht voor ‘onderkant’ markt

Vrijdag kwamen minister Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Snel (Financiën) echter met een ‘stand van zaken’-brief over de vervanging van de Wet DBA. Nog niet de beloofde hoofdlijnenbrief, en dus ook nog geen concrete uitwerking van wat in het regeerakkoord staat.

Het mislukken van de Wet DBA kwam doordat het zelfstandigen in de problemen bracht, van wie duidelijk was dat het niet om hen ging

In de brief gaan Koolmees en Snel uitvoerig in op hoe lastig het minimumtarief is en vooral ook hoe er toch flink gehandhaafd gaat worden om schijnzelfstandigheid te bestrijden. Handhaving die vooral gericht lijkt te zijn op sectoren waar zzp’ers werken met (zeer) lage tarieven.

De discussie rond de inzet van zzp’ers bij maaltijdbezorging door Deliveroo domineert ondertussen het hele gesprek over de vervanging van de Wet DBA. Dat terwijl het mislukken van die Wet toch ook juist kwam doordat de Wet DBA zelfstandigen in de problemen bracht, van wie duidelijk was dat het niet om hen ging. Denk: de zelfstandige professionals met een fatsoenlijk tarief en/of veel verschillende opdrachtgevers. De opt-out-variant zou voor een deel dat probleem moeten oplossen.

Minister: is opt-out nog wel nodig?

De bewindslieden maken in hun brief echter over die opt-out-variant nauwelijks woorden vuil. Eén alinea, die dan wel weer wat vragen oproept. Zo staat er te lezen dat: “Het kabinet onderzoekt op welke manier afbakening van de groep opdrachtnemers voor wie de opt-out gaat gelden nodig is. Immers, als voor de opdrachtgever en de opdrachtnemer al vaststaat dat de opdrachtnemer de werkzaamheden als zelfstandige uitvoert, dan is een opt-out niet nodig.”

De suggestie dat een opt-out-variant mogelijk overbodig is, miskent de problemen die de Wet DBA heeft veroorzaakt

Tja, als het zo simpel was… Dan was ook alle rumoer rond de Wet DBA nooit nodig geweest. Juist het feit dat opdrachtgevers – terecht of onterecht – vonden dat alles wat met inhuur van zelfstandigen te maken heeft onder de Wet DBA valt, is een reden van alle commotie rondom de Wet. Commotie die ook voormalig staatssecretaris Wiebes nooit heeft kunnen wegnemen, met alle gevolgen van dien.

De markt vraagt heldere criteria om vóóraf zeker te weten dat iemand in elk geval geen werknemer is. De opt-out-variant geeft daar voor een deel van de markt antwoord op. De suggestie dat een opt-out-variant mogelijk overbodig is, miskent de problemen die de Wet DBA heeft veroorzaakt.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

2 reacties op dit bericht

  1. Dus als je veel verdient, dan mag je best uit het sociaal stelsel stappen, ook al voldoe je aan alle criteria om er in te horen?
    Ik houd mijn hart vast voor het vervolg. Gaan we werkelijk elke discussie die in het verleden is gevoerd over nut en noodzaak van een goede afbakening tussen arbeidsrecht en de werkenden die niet daaronder (willen) vallen weer opnieuw doen?
    Gezien de brief van de regering, lijkt het er op, dat men in elk geval geen idee heeft wat er bij opdrachtgevers aan behoefte leeft, namelijk helderheid hoe ze hun bedrijfsvoering moeten inrichten en risico’s uit kunnen bannen bij de inschakeling van altijd noodzakelijke freelancers.

    Of is het anders? Verdien je weinig, dan moet je in een keurslijf, verdien je veel, dan geldt dat keurslijf niet? Wordt dat ook de handhaving? Wel handhaven aan de onderkant van de arbeidsmarkt en niet aan de bovenkant? Los van de rechtsongelijkheid en willekeur die hier uitspreekt, wordt de afbakeningsgrens natuurlijk erg spannend. Opdrachtgevers zullen erg benieuwd zijn of voor hun categorie van in te schakelen opdrachtnemers een grens komt, waar zij mee uit de voeten kunnen.

  2. De zin over dat een Opt-Out regeling niet nodig is geeft aan dat de betrokken bestuurders geen flauw benul hebben van hoe de markt werkt en hoe wetgeving daar een grote invloed op heeft.
    Een goede overheid hoort duidelijkheid te verschaffen over wet- en regelgeving en hoe deze wordt gehandhaafd. Immers gelden er voor opdrachtgevers ook risico’s die los staan van een bezoekje van de belastinginspecteur. Op dit moment is het eigenlijk (helaas) wachten op het eerste kalf wat voor jurisprudentie zal zorgen.