De ZP’er komt eraan: Waarom organisaties nú al moeten nadenken over de nieuwe generatie professionals. Geplaatst 15 juli 2016 door Han Mesters Samenwerken in tribes, flexibele inhuur als innovatiebron en opdrachtgevers raten via een platform. De arbeidsmarkt van in de toekomst lijkt in geen velden of wegen op de huidige. Technologische en sociale ontwikkelingen binnen de nieuwe economische vormen en nieuwe ambities van de millenial-generaties, dwingen organisaties om na te denken hoe ze toegang houden tot kunde en kennis. Dat geldt voor grote, maar vooral voor mkb-organisaties. Die moeten immers met minder middelen laten zien dat ze er zijn én dat ze aantrekkelijk zijn. In dit rapport van ABN AMRO en FastFlex zoomen we in op hoogopgeleide professionals binnen de groep van zzp’ers. We noemen ze ‘zelfstandige professionals’, afgekort ‘zp’ers’. Met de juiste zp’er profiteer je van flexibiliteit én haal je een bron van innovatie in huis. Zp’ers nemen in aantallen sterk toe, net als de netwerkorganisaties die hun businessmodel toespitsen op deze professionals. De komende jaren zet deze beweging door. Naast deze relatief nieuwe organisatievorm, blijven de grote instituten gewoon bestaan. Misschien niet helemaal in de vorm zoals we die nu kennen, maar ze zullen zeker niet verdwijnen. De komende jaren krijgt vooral het traditionele mkb het lastig. Kleine en middelgrote bedrijven gaan zowel de concurrentiedruk voelen van de grote gevestigde organisaties als die van netwerkorganisaties en start-ups. Lukt het je als organisatie de juiste zp’er aan je te binden, dan profiteer je van flexibiliteit én haal je een bron van innovatie in huis. Dit rapport is deel vier uit een reeks van vijf van ABN AMRO en FastFlex. In de eerste twee rapporten stonden we stil bij de rol en toegevoegde waarde van de zp’er. De vorige editie was vooral op de toekomst gericht. In dit rapport trekken we die lijn door, bekijken we de laatste marktontwikkelingen en bespreken we de gevolgen daarvan. Naast marktontwikkelingen, trends en cijfers is ook het jaarlijkse zp-onderzoek van FastFlex een belangrijk onderdeel. Ruim 1.700 deelnemers zorgden dit jaar voor een interessante blik op de ontwikkelingen binnen flexibele staffing, ook wel ‘flex’ genoemd. (U kunt het rapport hier downloaden). Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags goed opdrachtgeverschap, onderzoek, sourcing | Laat een reactie achter
De absorptieregeling, dé uitweg voor gedwongen, kleine, dienstverbanden voor zelfstandigen Geplaatst 14 juli 2016 door Hugo-Jan Ruts De volbloed ondernemer met tal van opdrachtnemers en klanten, die door de Wet DBA ineens geconfronteerd wordt met één opdracht van een paar uurtjes per week, die ook nog eens alleen in loondienst gemaakt kunnen worden. Het is een van de ‘ongewenste’ effecten van de Wet DBA. De onbekende absorptieregeling van de Belastingdienst biedt hierin mogelijk uitkomst. Wet DBA: ondernemerschap géén criterium voor zelfstandigheid Een praktijkvoorbeeld: een fysiotherapeut met eigen praktijk, die (vaak uit nobele drijfveren) ook een paar uur les geeft op een HBO-instelling. Veel hogescholen werken met dergelijke zelfstandigen. Onder andere de Hogeschool Rotterdam dwingt ze nu en masse om in loondienst te gaan. En niet iedereen heeft daar zin in. Een van de grote, onderbelichte, gevolgen van de Wet DBA is dat er in de modelovereenkomst geen enkele sprake is van een ‘ondernemerstoets’. In de VAR was er nog een integrale afweging tussen de relatie opdrachtnemer en opdrachtgever én het feit of een zelfstandige ook ondernemer voor de IB was. Met de Wet DBA is dat gesplitst. Bij de beoordeling of er een arbeidsrelatie is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, wordt alleen gekeken naar arbeidsrechtelijke aspecten: loon, persoonlijke arbeid of gezag. Het feit of iemand ondernemer is, is alleen nog maar relevant bij de aangifte. Dat is dus een ‘gesprek’ tussen de belastingdienst en de zelfstandige en daar heeft de opdrachtgever niets mee te maken (uitgezonderd intermediairs, die moeten wel beoordelen of iemand ondernemer is). Omgekeerd: het simpele feit dat je overduidelijk ondernemer bent (zoals de fysiotherapeut) is onvoldoende argument om te zeggen dat er ook geen arbeidsrelatie kan zijn voor een bepaalde activiteit. Er wordt sec naar die activiteit gekeken. Daar wringt in sommige situaties de schoen. (Overigens, voor de goede orde: de ondernemende zelfstandigen met veel verschillende klanten en opdrachten en zonder opdrachten waarover mogelijk twijfel over een dienstverband is, kunnen en moeten natuurlijk gewoon bij het standpunt blijven dat de Wet DBA niet voor hen van toepassing is!) Fiscaal verschil valt op te lossen via absorptieregeling Een klein dienstverbandje van een paar uur per week past niet in het denkkader van de ondernemer. Daarnaast lijken die uren ook fiscaal een stuk minder aantrekkelijk. Nu, dat kan meevallen. Bij een loondienstverband is de opdrachtgever, excuus: werkgever, verplicht loonheffing in te houden. Tja, die betaal je – op een iets andere manier – als ondernemer ook. Eventueel te veel ingehouden loonheffing wordt verrekend bij je aangifte. Om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen moet een ondernemer 1.225 uur aan zijn eigen bedrijf besteden. Uren in loondienst tellen daarbij niet mee. Dat is natuurlijk niet prettig en hakt er financieel flink in. Maar daar is een oplossing voor waarvan slechts weinigen weten: de absorptieregeling. Ook wanneer je naast je ondernemer in loondienst werkt kan je die uren in loondienst mee laten tellen voor het urencriterium en dat loon zien als “winst uit onderneming”. Daarmee vervalt grotendeels het fiscale nadeel van zo’n klein dienstverbandje. Het moet, volgens informatie van de Belastingdienst, dan wel gaan ‘om werkzaamheden in loondienst die nauw samenhangen met de werkzaamheden in de eigen onderneming’ èn die werkzaamheden loondienst moeten qua uren en inkomen ‘ondergeschikt zijn’ aan de activiteiten van de eigen onderneming. Een paar uur lesgeven als fysio (in loondienst) naast de eigen praktijk, lijkt daar prima binnen te vallen. Een ander motief van opdrachtgevers om zelfstandigen voor een paar uur in loondienst te nemen, kan natuurlijk zijn om ze zo in het cao-loonhuis te dwingen. Dan kan het een simpele (niet zelden kortzichtige) bezuinigingsoperatie worden waar geen fiscaal regeltje voor helpt. Informatie over de absorptieregeling is vooralsnog onvindbaar op de website van de Belastingdienst. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags loondienst, oplossing, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, zelfstandig | 9s Reacties
Scheef speelveld in de zorg door wet DBA Geplaatst 12 juli 2016 door Rob de Laat Op 1 mei 2016 is de wet DBA in werking getreden. Om te voorkomen dat dit leidt tot een scheef speelveld in de gezondheidszorg, waar tot voor kort succesvol gebruik gemaakt werd van zzp’ers, moeten ziekenhuizen een collectief standpunt innemen. Grijs speelveld Kern van de wet DBA is dat zzp’ers vanaf 1 mei 2016 alleen ingezet mogen worden indien er geen enkele vorm van gezagsverhouding is met de opdrachtgever, of dat de betreffende zzp’er niet verplicht is om zelf de opdracht uit te voeren en zich vrij kan laten vervangen. Daarnaast wordt van de opdrachtgever nog verlangd dat gecontroleerd wordt of de zzp’er zich wel kwalificeert als ondernemer. Tot 1 mei 2016 bood de verklaring arbeidsrelatie (VAR) aan opdrachtgevers de zekerheid dat zij met een ondernemer van doen hadden, dat hij niet gezien zou worden als een werknemer en dat de opdrachtgever niet achteraf aangeslagen kon worden voor de afdracht van loonbelasting en premies. In de nieuwe situatie is deze zekerheid niet meer te krijgen, want de Belastingdienst heeft nog steeds geen eenduidig toetsingskader vastgesteld. Wat er nu ligt, is een glijdende schaal die loopt van wit (alles in orde) via vijftig tinten grijs, naar zwart (de zzp’er is feitelijk een werknemer). De consequenties van de beoordeling van een situatie als wit of zwart, zijn fors. Betalingen aan de zzp’er worden gezien als een nettobetaling (48 procent) en bovendien kan de opdrachtgever een boete verwachten. Zo loopt het risico van het inzetten van een (1500 uur x 55 euro per uur voor bijvoorbeeld een OK-assistent) op tot circa 80.000 euro per jaar. Voor een gemiddeld ziekenhuis met 10 tot 15 zzp’ers is dit al snel meer dan 1 miljoen euro. Modelovereenkomst Volgens de Belastingdienst kan als alternatief voor de VAR gewerkt worden met een modelovereenkomst. Maar hierop wordt geen vrijwaring vooraf verleend. Het staat de belastinginspecteur vrij om op elk gewenst moment te controleren of feitelijk volgens de modelovereenkomst wordt gewerkt. Dat is op zich geen slechte gedachte. Maar stel dat men te maken heeft met een zzp’er met meer dan drie opdrachtgevers, die zijn eigen vaardigheden bijhoudt en ontwikkelt. Is dan het feit dat deze zzp’er zich moet houden aan bedrijfstijden, of apparatuur van het ziekenhuis gebruikt, of de regels van de Intensive Care moet respecteren, of moet luisteren naar de dienstdoende chirurg reden om deze zzp’er als medewerker te beschouwen? Of zijn het de feiten in combinatie met elkaar? Of twee van de vier feiten? De Belastingdienst laat niks los. Vervolgens is er nog een interpretatieverschil over de zogenaamde transitieperiode. De Belastingdienst handhaaft tot 1 mei 2017 niet, maar kijkt achteraf wel terug tot 1 mei 2016. Hier ontstaat een gevaarlijke situatie: het ene ziekenhuis wil alle risico’s per 1 mei 2016 uitsluiten en stopt met het inzetten van zzp’ers op de IC en de OK, het andere ziekenhuis neemt de tijd tot 1 mei 2017 en wacht af of er tegen die tijd, meer duidelijkheid is. Het zal duidelijk zijn dat de risicomijdende ziekenhuizen hierdoor een tekort aan personeel krijgen, omdat zzp’ers elders aan de slag kunnen. Collectief standpunt nodig De brancheorganisatie voor intermediairs en bemiddelaars heeft geprobeerd middels een eigen modelovereenkomst de gewenste duidelijkheid te scheppen onder welke exacte condities een zzp’er wel of niet ingezet mag worden. De Belastingdienst heeft deze overeenkomst vooralsnog niet goedgekeurd en het gevoel van urgentie om de dialoog tot een conclusie te brengen, lijkt tanende. Het is voor de zorginstellingen te hopen dat de belastingdienst dit gevoel van urgentie hervindt en op zo kort mogelijke termijn met BOVIB om de tafel gaat. We pleiten ervoor dat de ziekenhuizen op dit dossier een collectief standpunt innemen. En dat dit standpunt met de belastingdienst wordt gedeeld. Desnoods moet dit leiden tot een lijst met functies die niet door zzp’ers ingevuld mogen worden, zodat alle partijen weten wat wel kan en wat niet kan. En dat concurrentie op het vinden van goed personeel plaatsvindt op inhoud, kwaliteit en tarief en niet op interpretatieverschil van de regels. Frank Kaptein en coauteurs Rob de Laat, Paul Oldenburg en Frederieke Schmidt Crans. Frank Kaptein is directeur van de inkoopcoöperatie voor de zorg Intrakoop. Frederieke Schmidt Crans is partner bij managed service provider Het Flexhuis. Rob de Laat is oprichter en eigenaar van managed service provider Staffing MS en samen met Paul Oldenburg auteur van het boek Professioneel Inhuren van Flexibele Arbeid. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 2s Reacties
Verreweg meeste inhuuropdrachten overheid niet via een marktplaats Geplaatst 11 juli 2016 door Mark Bassie Eind april 2015 schreef ik samen met Gerd Heijmans van Tenderplace een artikel onder de kop ‘Aantal opdrachten op inhuurmarktplaatsen overheid in 2014 verdubbeld‘. Dat sloeg op de periode 2014-begin 2015. Toen waren er 101 verschillende inhuur-marktplaatsen. We zijn inmiddels anderhalf jaar verder. Hoog tijd voor een update dus. Aantal marktplaatsen stabiel Allereerst valt op dat het aantal marktplaatsen nauwelijks is gestegen in het afgelopen jaar. Er zijn er een paar gestopt en er zijn een paar bijgekomen. Onlangs begon het Ministerie van Veiligheid en Justitie met een nieuw Dynamisch Aankoopsysteem (DAS, zoals de marktplaatsen tegenwoordig officieel heten) voor de inhuur van ICT’ers. Deze DAS is nummer 106. Wel zien we dat steeds meer grote overheidsorganisaties met een DAS werken (UWV, RWS, NS, Politie, Gemeenten Amsterdam en Utrecht, diverse Ministeries. Recent kondigde de gemeente Rotterdam aan dat ze beginnen met een marktconsultatie voor o.a. een DAS). Voor een volledig overzicht van alle DAS’en zie hier of log in op www.tenderplace.nl voor een uitgebreider overzicht. Het DAS Wellicht dat de aangescherpte regelgeving in de vernieuwde Aanbestedingswet een rol bij speelt bij het uitblijven van verdere groei van het aantal DAS’en. De eisen die de wetgever stelt aan de organisatie rondom een DAS zijn op papier verzwaard ten gunste van leveranciers. Zo moet er meer transparantie, objectiviteit komen en moeten de aan de leveranciers gestelde eisen proportioneel zijn. En er mogen ook geen kosten in rekening worden gebracht bij leveranciers voor het gebruik van een DAS. Wat er in de praktijk allemaal terecht komt van deze onlangs ingevoerde regels, moeten we nog wel afwachten. De nieuwe regels zijn vaak niet concreet uitgewerkt, zodat het in de praktijk weer wachten wordt op de interpretatie van de overheid of de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAe) en daarna op eventuele uitspraken van rechters. Hier komt bij dat aanbestedende diensten in de afgelopen jaren (te)veel vrijheid hebben gehad bij het beheren van hun marktplaats, zodat ik vrees dat het een tijd duurt voordat de overheid voldoende denkt aan de belangen van de leveranciers en de zzp’ers. Daarom heb ik 1,5 jaar geleden het Comité van Marktplaatsgebruikers opgericht dat zich samen met ABU en VNO NCW inzet om de belangen van leveranciers (bureaus en zzp’ers) te behartigen specifiek voor deze manier van aanbesteden. Cijfers Maar nu naar de cijfers: deze heeft Gerd Heijmans van Tenderplace verzameld en geanalyseerd per maand, per type opdrachtgever, per provincie en per vakgebied: Over heel 2014 hebben we 2.911 opdrachten geteld. In 2015 zijn er 3.220 opdrachten gepubliceerd op marktplaatsen van de (semi-)overheid. Een stijging van 10%. Figuur 1: grafiek van aantal gepubliceerde opdrachten per maand jaar 2015 Bron: www.tenderplace.nl Het aantal gepubliceerde opdrachten over 2016 tot en met mei bedroeg 1.611 opdrachten. Over dezelfde periode in voorgaande jaren waren er aanzienlijk minder opdrachten: Aantal opdrachten zelfde periode voorgaande jaren: Jaar 2015 Periode Januari t/m Mei, 1450 opdrachten Jaar 2014 Periode Januari t/m Mei, 1032 opdrachten Jaar 2013 Periode Januari t/m Mei, 630 opdrachten Ten opzichte van 2015 is er in 2016 tot eind mei een stijging te zien van 11%. Verdeeld over alle provincies levert dit het volgende plaatje op: figuur 2: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per type opdrachtgever. Bron: www.tenderplace.nl De meeste opdrachten op alle DAS’en vinden we dus in de Randstad. De gemeenten namen iets meer dan de helft van alle aanvragen op een DAS voor hun rekening in 2015: figuur 3: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per provincie Bron: www.tenderplace.nl 2015 verdeeld per vakgebied: figuur 4: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per vakgebied bron: www.tenderplace.nl Marktplaatsopdrachten klein deel totale inhuur Al met al is een stijgend aantal van 3.220 opdrachten in 2015 nog steeds een klein aandeel in de gehele inhuur bij de overheid. Uit de losse pols 3 onderbouwingen voor deze stelling: A Stel 1 opdracht heeft een gemiddelde looptijd van 9 maanden, 23 dagen per maand, 32 uur per week tegen een tarief van € 70 gemiddeld. Dan kost 1 opdracht bijna € 88.000,- voor de opdrachtgever (BTW en vakantie/ziektes niet meegenomen). Bij 3.220 marktplaats-opdrachten in 2015 is dit een omzet van slechts € 283 miljoen, waarvan de 400 gemeenten in Nederland samen verantwoordelijk zijn voor 52% hiervan. De totale flexmarkt in Nederland bedroeg in 2011 al ruim 32 miljard Euro (Bron: Professioneel inhuren van flexibele arbeid 2013). Dit is inclusief alle vormen van flexwerk, dus uitzendwerk, payrolling, detachering en zzp’ers. Maar het segment zzp groeit het snelst en nam in 2011 al bijna de helft van de omvang van de flexibele schil voor haar rekening. B De gemeente Amsterdam, die ook een DAS heeft voor alle afdelingen, huurde over 2014 alleen al bijna € 280 mio in voor alle soorten flexwerk samen (Bron: Rekenkamer Amsterdam oktober 2015). C Volgens de Personeelsmonitor van het A+O-fonds Gemeenten over 2015 hebben gemeenten 15% van de loonsom voor hun personeelsbestand besteed aan externe inhuur. Maar in dit aantal zijn ook detacheringen, uitzendkrachten en payrollers meegenomen. Van deze 15% gaat liefst 76% naar ondersteuning van de bedrijfsvoering door uitzendkrachten, slechts 12% gaat naar ‘beleidsgevoelige’ inhuur en de overige 11% naar ‘beleidsondersteunende’ inhuur (bijv ICT en Juridisch). Deze 2 soorten inhuur zien we het meeste op een marktplaats/DAS. Dus er wordt door de (semi-)overheid nog steeds maar heel weinig inhuur georganiseerd via een marktplaats/DAS. Het merendeel van de inhuur-opdrachten van de overheid gaat niet via een DAS. Hoe dan wel? Ander manier van inhuur Via mantelcontracten met preferred suppliers of via eigen onderhandse procedures. Of via directe inhuur van een zzp’er. Soms wordt de DAS gebruikt als laatste inhuurmiddel, als voorliggende voorzieningen zoals interne of regionale mobiliteit, preferred suppliers geen passende kandidaat hebben opgeleverd. Een nieuwe weg om de inhuur bij de overheid te organiseren dient zich ook aan. De eerste Managed Service Provider (Solvus van USG) bij een overheidsorganisatie (gemeente Emmen) is vorig jaar gestart. Het hierboven al genoemde Rotterdam heeft ook aangekondigd op zoek te zijn naar een MSP. Met een MSP wordt een bedrijf ingehuurd om de hele inhuurketen uit te besteden namens de opdrachtgever van de inhuur-strategie tot aan de inhuuradministratie. Daarvan verwacht ik bij de overheid nog een flinke groei, ook door de onzekerheid die de wet DBA heeft gecreëerd voor opdrachtgevers. En juist overheidsopdrachtgevers zijn kwetsbaar in de media en bij de burger, als blijkt dat ze hun inhuurzaken niet goed hebben geregeld. De neiging om het dan uit te besteden aan een hierin gespecialiseerde externe partij lijkt logisch. Een DAS kan onderdeel zijn van de inhuurketen die een MSP organiseert, maar het kan natuurlijk ook zonder DAS. In dit eerdere artikel over de marktplaats van de gemeente Den Bosch viel dit ook al te lezen. Ik blijf alle ontwikkelingen kritisch op de voet volgen, niet alleen de cijfermatige maar ook de beleidsmatige rondom alle Dynamische Aankoopsystemen (DAS) die momenteel overal worden ingericht. Mark Bassie & Gerd Heijmans (Tenderplace) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags DAS, marktplaats, onderzoek, overheid | Laat een reactie achter
Uit onderzoek blijkt! Randstad vindt nieuwe wet DBA vervelend! Geplaatst 8 juli 2016 door Mei Li Vos Het was weer eens zo ver. Uit Onderzoek Blijkt dat 90% van de ZZP’ers Niet Voldoen aan de Nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Aldus Randstad in het Financieel Dagblad. Andere nieuwssites nemen het verontrustende bericht over: ANP, NOS, RTL. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Als wettenmaker weet dat vaak een minderheid van de doelgroep niet past in een nieuwe wet, maar 90 procent? Dat zou alle 80-20 logica tarten. Dus mijn medeweker braaf Randstad bellen om de onderzoeksgegevens op te vragen. Want als we een wet hebben gemaakt waar slechts 10% wat aan heeft, dan is er iets goed mis. Kamervragen! Spoeddebat! Magere steekproef Na toch anderhalve dag bellen en vragen krijgt mijn medewerker dan eindelijk mondjesmaat wat gegevens van Randstad. Het onderzoek bestaat uit telefoongesprekken met opdrachtgevers die via Randstad zzp’ers inhuren. De zogeheten N, het totaal aantal onderzochte zzp’ers of opdrachtgevers, mogen we niet weten, want dat is bedrijfsvertrouwelijke informatie. We kunnen hieruit wel afleiden dat de totale onderzoekspopulatie, hoe klein of groot die ook was, bestaat uit zzp’ers die via Randstad worden bemiddeld. Dat is nogal een magere steekproef. Zegt niks over al die duizenden zzp’ers die gewoon zelf hun opdrachten vergaren. Randstad zelf vindt het onderzoek wel ‘kwalitatief significant’ (die ga ik vaker gebruiken!) maar kan dat dus niet bewijzen met cijfers. Het harde cijfer dat 90% van de zzp’ers niet onder de wet valt is overigens door het doorfluisterspel in een NOS bericht terecht gekomen. Het FD, dat blijkbaar direct van Randstad het ‘onderzoek’ kreeg, schreef nog dat 90% van de (Randstad)zzp’ers vreesde dat ze door de nieuwe wet geen opdrachten zouden krijgen. In het NOS bericht is dat geworden: ‘Volgens Randstad kan 90 procent van de zelfstandigen die nu volgens de VAR werken voorlopig niet werken onder de nieuwe wet.’ Ruis Als je zoveel ruis op de lijn kunt vinden door gewoon even wat berichten naast elkaar te leggen en Randstad te bellen ga je je natuurlijk afvragen wat het belang van Randstad is om te zeggen dat de wet niet deugt. Nou, gewoon. Randstad verdiende een goede boterham aan het bemiddelen voor zzp’ers, en nu blijkt dat door die wet iedereen nog eens a. goed gaat nadenken of dat bemiddelen wel nodig is en b. of het eigenlijk wel zzp’ers zijn. Precies de bedoeling van de nieuwe wet DBA, die echte zelfstandigen wil verlossen van onnodig papierwerk & strijkstokken en schijnzelfstandigheid wil aanpakken door opdrachtgevers te laten betalen. Ik ga geen kamervragen of spoeddebat vragen over het berichtje van Randstad. Misschien wel aan de minister van Onderwijs en Wetenschap over een extra check op de claim: ‘Uit onderzoek blijkt’. Zie ook het zeer fijne stukje van Micha Wertheim uit de Vrij Nederland. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 11s Reacties
3.500 modelovereenkomsten Wet DBA ingediend. 200 goedgekeurd. Geplaatst 7 juli 2016 door Hugo-Jan Ruts Sinds eind vorig jaar zijn er ruim 3.500 (model)overeenkomsten aan de Belastingdienst voorgelegd. 200 daarvan zijn er nu goedgekeurd. De rest is ingetrokken (800), afgekeurd (750) of is nog in behandeling (650 in eindfase beoordeling, 1.100 liggen nog te wachten op een beoordeling). Dat antwoordt Staatssecretaris Wiebes op vragen van D66 Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg. Volgens Wiebes heeft hij zich aan zijn toezegging gehouden dat iedereen die voor 1 februari 2016 een overeenkomst aan de Belastingdienst heeft voorgelegd hierover uitsluitsel zou krijgen. Wiebes constateert ook dat “vrijwel direct na inwerkingtreding van de wet DBA op 1 mei jl. een forse instroom van verzoeken op gang is gekomen. Dit verklaart ook de nog openstaande ‘voorraad’ van circa 1.100 nog niet in behandeling genomen verzoeken. De Belastingdienst heeft voor de beoordeling van de in het kader van de Wet DBA binnengekomen overeenkomsten een speciaal team (‘taskforce’) geformeerd, waardoor het in beginsel mogelijk is elk verzoek binnen een termijn van 8 weken af te doen.” “Geen reden tot paniek” De vragen van Van Weyenberg behoren in een reeks vragen die Kamerleden stellen over de Wet DBA. Vragen die de zorgen en onrust onder die kamerleden laten zien (zie het artikel ‘Geduld Kamerleden omtrent Wet DBA raakt op‘). Wiebes lijkt wel een beetje klaar te zijn met al die vragen: “Ik word bijna tweewekelijks door uw Kamer bevraagd over de DBA. Uit sommige vragen leid ik af dat in de samenleving en ook bij uw Kamer nog onduidelijkheid bestaat over elementen van de DBA. Na het zomerreces stuur ik u daarom een brief waarin ik u inzicht geef over hetgeen door de Belastingdienst met de partners in verschillende sectoren is bereikt, maar ook tegen welke knelpunten en onmogelijkheden de Belastingdienst bij zijn beoordeling aanloopt.” We zijn benieuwd. Over onrust in de markt of verschuiving van zzp-schap naar payroll constructies wil Wiebes overigens niets horen. Zijn reacties op vragen daarover is kort samengevat: er is niets veranderd aan de regels omtrent wat wel en niet kan met zelfstandigen. Geen reden tot onrust dus. En als een organisatie nu al een reden ziet is om geen zzp’ers meer inhuren, dan zat het daar blijkbaar onder de VAR ook al niet goed. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 1 Reactie