Maandelijkse archieven: mei 2015

De marktwaarde van de zzp’er: Expert, meester, gezel of leerling

Eind 2014 heeft Nederland circa 880.000 zp’ers. Circa 12% van hen geniet een inkomen onder de armoedegrens oftewel de bijstandsnorm. Circa 27% van de zzp’ers heeft een jaaromzet van meer dan €100.000,–. Interessant is de vraag wat de waarde van zp’er op de markt bepaalt en waardoor de hoogte van het tarief wordt ingegeven.

Mate van uniciteit is doorslaggevend

Het tarief voor de zp’er is sterk afhankelijk van een aantal factoren, te weten:

a. De grootte van het aanbod van vergelijkbare diensten in de markt.
b. De uniciteit van de dienstverlening van de zelfstandige professional.
c. De overdraagbaarheid van kennis en vaardigheden aan de organisatie.
d. De borging van de continuïteit van de dienstverlening door de zelfstandige professional.
e. De toegevoegde waarde van de diensten voor de continuïteit van de organisatie op de langere termijn.

Met name de uniciteit van de dienstverlening vormt een cruciale succesfactor voor de zp’er. Onderstaande figuur geeft het verband tussen de waarde van de zp’er en de uniciteit van zijn of haar dienstverlening weer:

FIGUUR 2.1:DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL
FIGUUR 2.1: DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL

Expert, meester, gezel & leerling

De zp’er die als expert is aan te merken, kenmerkt zich door hoog vakmanschap en een hoge mate van uniciteit. De expert heeft vaak al carrière gemaakt, beschikt over een breed netwerk en heeft een behoorlijke reputatie in de markt. Naarmate de door de markt erkende uniciteit van de expert hoger is, raakt zijn of haar tarief van ondergeschikt belang. De klus moet immers geklaard worden. De expert heeft als zp’er een belangrijk opletpunt: het bovenstaande gaat namelijk niet op wanneer de expert beschikt over een expertise waar geen vraag (meer) naar is.

Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

De zp’er die als meester is aan te merken, heeft heel veel kenmerken die ook toe te wijzen zijn aan de expert. Echter, over het algemeen en met name in de ‘zachtere’ beroepen is de zelfstandige professional zelden de expert bij uitstek. Meerdere zzp’ers zijn als meester in hun vak aan te merken. De meester geniet brede ervaring en laat een professionele houding zien. De meester heeft over het algemeen een breed netwerk opgebouwd en weet dat voor zichzelf en voor de klant in te zetten en te verbinden.

Het onderscheid tussen de zzp’er die als meester of als gezel is aan te merken, varieert en verschuift van beginner, leerling af naar ervaren, meester in wording. Veel zzp’ers zijn als gezel aan te merken. De gezel beheerst nog niet alle facetten van het vak en moet nog steeds in meer of mindere mate ‘bijleren’. Doordat gezellen in groten getale op de markt aanwezig zijn, hebben opdrachtgevers ruime keuze uit hun aanbod en schuwen niet daar gebruik van te maken. Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

Een leerling is vaak (nog) niet klaar voor een bestaan als zelfstandige. Een zp’er die als leerling is te beschouwen, moet realistisch zijn omtrent de kansen op de markt. Het hebben van de vereiste diploma’s voor het vakgebied is een begin, maar het opdoen van de benodigde ervaring, gekoppeld aan de kennis en de vaardigheden is een vereiste om als zp’er een bestaan op te bouwen. Het kenbaar maken binnen het netwerk van datgene wat de leerling wil, is onontbeerlijk om kansen om ervaring op te doen te creëren of te krijgen. De gunfactor is daarbij van groot belang. De leerling dient hoe dan ook te bedenken wat hij, ondanks het gebrek aan kennis en ervaring de ander te bieden heeft. De leerling die het nieuwe combineert met datgene waar hij gezel of zelfs meester in is, om vervolgens de markt te betreden als hybride zelfstandige, geeft zichzelf een andere, vaak betere, start.

Tot slot

Het voorgaande impliceert niet dat er geen andere wegen zijn die naar Rome leiden.

Momenteel betreden heel wat jonge afgestudeerden als zp’er of ondernemer de markt. Zij beschikken over een behoorlijke theoretische achtergrond vanuit hun studie en hebben vaak eerste ideeën en ervaringen al opgedaan door middel van stages, experimenten en dergelijke. Het digitale werken kent geen geheimen meer voor hen, evenals het leggen van contacten over de hele wereld via social media. De jonge afgestudeerden stellen andere eisen aan het leven. Carrière maken en geld verdienen zijn vaak niet meer het hoogste ideaal. Zij hangen minder aan de zekerheden, waarmee de generaties, die nu 30 jaar of ouder zijn, opgegroeid en vaak vergroeid zijn.

De inhoud van deze blog is gebaseerd op het boek ‘Dansend naar de toekomst. Perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland’ van R. Lenssen en K. Manuel (2014).

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties

De crisis van 2025

2025De crisis van 2025… In de Ontdekking van de Toekomst schrijft professor Dr. Wim de Ridder dat er rond 2025 (give or take een jaar of 3) de volgende crisis zich aandient. Dit keer zal het een culturele crisis zijn, vergelijkbaar met de opstanden van de provo’s in 1968. De culturele revolutie van midden en eind jaren 60 heeft o.a. geleid tot gelijke rechten voor vrouwen (mijn moeder is nog ontslagen toen ze trouwde, een getrouwde vrouw mocht immers niet voor de klas staan) en homo’s. Een grote culturele verandering in die tijd, die we nu niet meer dan normaal vinden.

Rond 2025 zal er wederom een culturele crisis plaatsvinden, aangezien we nu de restanten van de systeemcrisis aan het opruimen zijn. De grote vraag is: waar gaat de culturele crisis van 2025 over?

(meer…)

Geplaatst in Visie | 7s Reacties

Goed opdrachtgeverschap en de rol van de bemiddelaar: zorgen dat zp’er optimaal kan presteren

Brainnet bekijkt het thema goed opdrachtgeverschap vanuit een andere hoek dan we tot nu toe op ZiPconomy gewend zijn. “Wij zijn er vooral voor de inlener en werken samen met enkele duizenden kennisleveranciers en zelfstandig professionals,” zegt directeur Arno Lugthart. “Ons werk bestaat uit het managen van het inhuurproces en het bij elkaar brengen van vraag en flexibel aanbod in de breedste zin van het woord.” Voor de inhuur van uitzendkrachten, gedetacheerden, buitenlandse medewerkers, freelancers of zelfstandig professionals vervult Brainnet desgewenst de rol van MSP (Managed Service Provider), intermediair of contractmanager.

Goed opdrachtgeverschap: zorgen dat zp’er optimaal kan presteren

Anne Meint Bouma
Anne Meint Bouma

“We houden ons bezig met brede flex,” zegt Anne Meint Bouma, adjunct-directeur. “We hebben het speelveld flink zien veranderen. Zo’n tien jaar geleden was 10 procent van de inhuurkrachten zelfstandige, nu is dat ruim 40 procent. Die ontwikkeling vraagt om een andere aanpak. Een zp’er is geen werknemer, maar een zelfstandige. Je moet hier als inlener anders mee omgaan. We helpen organisaties om goed opdrachtgeverschap vorm te geven, zodat een zp’er optimaal kan presteren.”

Over goed opdrachtgeverschap is op ZiPconomy al veel geschreven. Hoe zorg je ervoor dat een zelfstandig professional optimaal rendeert, zonder alleen te kijken naar goede arbeidsvoorwaarden? Weinig is echter gezegd over de rol hierin van brokers en intermediairs aan de kant van de opdrachtgever.

“We zien dat niet iedereen hier klaar voor is”, zegt Bouma. “Er zijn bedrijven met een flexinzet tot 30 procent. Ze hebben een grote HR-, inhuur- en inkoopafdeling. Wie houdt zich daar eigenlijk bezig met zelfstandigen? Niemand. Dat is een taak die we willen oppakken en invullen.”

Hoe faciliteren jullie goed opdrachtgeverschap aan de kant van de inlener?
Bouma: “Vanuit goed opdrachtgeverschap stel je jezelf de vraag, wat voegt iemand toe? Het gaat bij de inhuur van externen om mensen en hun kwaliteiten. Wie is de beste kandidaat en welke arbeidsvorm past daar het beste bij? Is dat een zp’er? Zorg en dan voor dat je hem of haar de juiste faciliteiten biedt. Een contract van een zelfstandige moet er bijvoorbeeld anders uitzien dan dat met een leverancier van tijdelijk personeel. In het contract van een zp’er staat bijvoorbeeld niet zoiets als een concurrentiebeding.”

Lugthart: “Het gaat bij de inhuur van externen om mensen en hun kwaliteiten. We snappen dat zp’ers waarde hechten aan transparantie en duidelijkheid. Wij lopen altijd die extra meter om te zorgen dat alle partijen tevreden zijn en dat we zaken vooraf goed toelichten. Dus geen verborgen kosten, maar volledige transparantie in inhuurvoorwaarden en vergoedingen, op tijd betalen en doen wat je zegt.”

“Wij geloven in kennisdeling en het bundelen van het netwerk en vakkennis. We organiseren sinds tweeënhalf jaar open netwerkbijeenkomsten voor zp’ers, waar we hen in contact brengen met op-drachtgevers die ze zelf niet zomaar tegenkomen. We stellen kennis over wet- en regelgeving, bijvoorbeeld over de huidige ontwikkelingen rond de VAR, ter beschikking.”

Transparantie

Hoe zorgen jullie zelf voor transparantie?
Lugthart: “Door altijd eerlijk te informeren. Transparantie staat bij ons hoog in het vaandel. Wat verdient de zp’er en wat verdient Brainnet? Daar moet je eerlijk over zijn. Mag Brainnet bijvoorbeeld twee keer verdienen aan één opdracht? Wij zijn daar heel helder in: nee. Ik werd laatst gebeld door een flexwerker die via een intermediair een nieuwe opdracht kon krijgen. Hij moest op zijn uurtarief een tientje afdragen aan de tussenpartij, die tegelijkertijd ook door de inlener werd betaald. Dat vinden wij dus echt niet kunnen.”

Als het gaat om goed opdrachtgeverschap, heeft de overheid soms zelf boter op haar hoofd

Hoe zet je een inlener aan tot transparantie?
Bouma: “We oriënteren ons momenteel op aanbestedingen bij de overheid. Als de overheid gunt aan één partij, dan heeft de zelfstandige geen keuze meer: hij moet met die intermediair samenwerken of hij krijgt de opdracht niet. We vinden dat een leverancier of zp’er ten minste de keuze moet hebben tussen twee aanbieders.”

Daarmee snijd je jezelf in de vingers.
“We willen een eerlijk speelveld voor iedereen en richten ons op het goed managen van het in-huurproces. Daar zit ons belang. Als dat ontbreekt, trekt zp’er aan het kortste eind. Als het gaat om goed opdrachtgeverschap, heeft de overheid soms zelf boter op haar hoofd. Vanuit goed opdrachtgeverschap ben je bijvoorbeeld eerlijk over een contract. We kennen trieste voorbeelden. Zp’ers zitten soms volledig in de squeeze, ze kunnen geen kant op. Zo worden er soms extra marges gevraagd of kosten doorberekend, terwijl dit in de aanbesteding is uitgesloten. Wij denken dan, waarom controleert de inlener dit niet?”

Maar zit daar niet juist het knelpunt als het gaat om de verantwoordelijkheid voor goed opdrachtgeverschap? Ligt die bij de inlener of de intermediair?

Arno Lugthart
Arno Lugthart

Lugthart: “Anno 2015 wil een inlener vooral schaalbaarheid van het inhuurproces en de kosten moeten te overzien zijn. In onze ogen betekent dat dat de inlener precies weet hoe contracten in elkaar zitten, hoe een tarief is opgebouwd en wat de eventuele marges en kosten zijn. We merken nog steeds dat veel inleners zich hier niet zo mee bezighouden. Wij zorgen ervoor dat een klant altijd met ons kan meekijken. We rapporteren ongevraagd over onze inhuur- en verhuurtarieven, we maken alles inzichtelijk. Doe je dat niet, dan gaat iedereen er misschien vanuit dat het goed wordt geregeld, maar weet niemand hoe het precies zit.”

De inlener heeft hierin dus ook zelf een verantwoordelijkheid?
Bouma: “Ja, de vraag is, doet een inlener dit ook zelf? Controleert de organisatie of er een eerlijke overeenkomst is gesloten met een zp’er of leverancier? Soms zijn we hierin een roepende in de woestijn. Dat is ons zendingswerk. Een inlener kan bijvoorbeeld periodiek een externe audit laten uitvoeren. Deze audit kan op de kwaliteit van de dienstverlening zijn gericht, maar ook op de contractafspraken tussen de partijen en de naleving hiervan.”

Goed opdrachtgeverschap is ook goede informatievoorziening voor zp’ers

Jullie hebben veel aandacht voor het belang van zelfstandigen, maar naar buiten toe richten jullie je vooral op de opdrachtgever.
Lugthart: “Dat klopt en dat heeft twee redenen. Ten eerste heeft Brainnet geen afgeleid verdienmodel, zoals veel andere intermediairs die een marge doorberekenen aan zp’ers. Daarnaast is het onze taak om een opdracht zo goed mogelijk in te vullen, ongeacht de contractvorm. Ons belang is een eerlijke, flexibele arbeidsmarkt. Als het totale speelveld eerlijker en transparanter wordt, krijgt die zp’er daarin vanzelf meer kansen.”

Als je een gelijk speelveld wilt, moet je zp’ers wel dezelfde informatie verstrekken

Hoe is een zelfstandige hiermee geholpen ?
Bouma: “Wij zien onszelf als kennisspeler. We wijzen zp’ers op de veranderingen in de markt. Iemand die in loondienst is, krijgt van de HR-afdeling te horen dat hij zich moet opleiden. Een zelfstandige heeft geen HR-afdeling en is hier zelf voor verantwoordelijk. We willen er voor die groep zijn door te zeggen; deze ontwikkelingen komen eraan, bereid je daarop voor. Als je een gelijk speelveld wilt, moet je zp’ers wel dezelfde informatie verstrekken. Dat geldt ook op het gebied van wet- en regelgeving. Over de thematiek rond schijnzelfstandigheid is ontzettend veel onwetendheid, van beide kanten. We horen verhalen van zp’ers die na duizend gewerkte uren zogenaamd moeten gaan payrollen. Daar kun we echt wakker van liggen en ook dat is voor ons goed opdrachtgeverschap; het inzichtelijk maken van regels. Ga niet zomaar wat roepen, maar zoek eerst goed uit hoe het echt zit.”

Ben je als intermediair niet meer gebaat bij een vaste groep zp’ers om je heen?
Bouma: “Volgens ons is een zp’er zelf vooral gebaat bij neutraliteit in het inhuurproces. Niet de persoon, maar de selectie aan kwaliteiten staat voorop. Bij sommige intermediairs moet je eerst mee gaan golfen om aan een opdracht te komen, en vervolgens moet je hen een marge afdragen. Daar zit echt een fout in het systeem.”

De weg naar goed opdrachtgeverschap voor zelfstandigen is een proces. Waar staan jullie nu en wat kan er beter?
Lughthart: “We zijn er niet van overtuigd dat het nu perfect gaat. Ongeveer tweeënhalf jaar jaar geleden zijn onze eerste inspiratiesessie voor zp’ers ontstaan. Daarvoor hebben we zp’ers altijd min of meer behandeld als iedere andere ondernemer. Helaas hebben we hierin in Nederland maar twee smaken; je bent in loondienst of je bent ondernemer. We zouden graag zien dat de zelfstandig professional hieraan wordt toegevoegd. We erkennen die aparte status van een zp’er, ook dat hoort bij goed opdrachtgeverschap. Is het daarmee perfect? Nee. Maar de waarden, normen en de visie zijn er en die dragen we graag verder uit.”

Goed opdrachtgeverschap

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Wet “Deregulering beoordeling arbeidsrelaties” naar de Kamer. Rol intermediairs blijft onduidelijk.

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft zijn definitieve voorstel voor de vervanging van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) naar de Kamer gestuurd. Dit voorstel werd een paar weken geleden al aangekondigd in een Kamerbrief. Over de inhoud van dit voorstel (geen VAR, wel modelovereenkomsten) hebben we hier op ZiPconomy al uitvoerig verslag gedaan.

Actal, het adviescollege toetsing regeldruk blijft uiterst kritisch op het voorstel van Wiebes, dat nu de naam “Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties” heeft gekregen. Voor Actal blijft het onduidelijk of al het werk dat voortkomt uit het plan van Wiebes zich verhoudt tot het probleem van de schijnzelfstandigheid dat Wiebes ermee wil oplossen.

Opvallend is verder dat in de stukken van Wiebes de rol van de intermediairs, die vaak tussen de opdrachtgever en zelfstandigen staan, geheel onvermeld blijft.

Actal mist eenvoud

Een belangrijk bezwaar van Actal, dat adviseert of regeldruk proportioneel ten opzichte van het beleidsdoel en of regulering überhaupt nodig is, is dat de omvang van structurele schijnzelfstandigheid niet nauwkeurig in kaart is gebracht. Het voorstel van Wiebes is primair daar op gericht. Actal stelt dat niet kan worden “vastgesteld of het probleem zo groot is dat het overheidsinterventie rechtvaardigt. Wij stellen vast dat ook het nu voorliggende alternatief dit inzicht niet biedt”.

Verder wijst Actal er op dat het “Kabinet voornemens is om de verschillen in fiscale behandeling tussen opdrachtnemers en werknemers te verkleinen. Naar verwachting zal het interdepartementale beleidsonderzoek naar zzp’ers (IBO-zzp) daar bouwstenen voor aandragen. Het verkleinen van fiscale prikkels kan de problematiek van de schijnzelfstandigheid verminderen, zodat opdrachtgevers en opdrachtnemers, en werkgevers en werknemers, veel eerder de best passende vorm voor de arbeidsrelatie zullen kiezen. Ten einde het aantal beleidswijzigingen te beperken achten wij het raadzaam om de bevindingen uit het IBO-zzp af te wachten en op grond van die bevindingen te bezien of en in hoeverre additioneel beleid met betrekking tot schijnzelfstandigheid nodig is.” Het voorstel van Wiebes komt volgens Actal dus te vroeg.

Tot slot vreest Actal voor zeer gedetailleerde modelovereenkomsten en mist ze aanwijzingen om die eenvoudig te houden. Daarbij pleit Actal er ook voor om vooraf veel duidelijker vast te leggen welke groepen zelfstandigen simpelweg zonder modelcontract af kunnen. Een goed punt, bijvoorbeeld voor situaties waarin heel duidelijk is dat een zelfstandige ook een zelfstandig ondernemer is (zoals we al eens voorstelde in De VAR en verder: Hoe ingewikkeld willen we het maken?)

“Alles overwegende adviseren wij u het wetsvoorstel nu nog niet in te dienen”, zo besluit Actal haar advies. Een advies dat Wiebes dus naast zich heeft neergelegd.

In een reactie stelt Wiebes  ‘verbaasd’ te zijn over het advies van Actal, dat volgens hem gebaseerd is op een aantal ‘misverstanden’. Zo wijst hij er op dat de modelovereenkomsten niet verplicht zijn. Het “gaat om een facultatieve mogelijkheid om vooraf zekerheid te krijgen voor die opdrachtgevers en opdrachtnemers die twijfelen of er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een dienstbetrekking. Op geen enkele manier wordt het wettelijk verplicht om gebruik te maken van een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst.”

Rol intermediair blijft onduidelijk

Verder valt in de Nota van Wijzigingen op dat staatssecretaris Wiebes geheel niet in gaat op de rol van de intermediairs, bemiddelaars en brokers. Zoals in een eerder artikel (‘Vier addertjes onder het gras plan Wiebes‘) al is aangegeven: een zeer groot deel van de zelfstandigen werkt via een organisatie die tussen de inhurende organisatie en de zelfstandige in staat.

Deze veel voorkomende driehoeksrelatie tussen inhurende organisatie, intermediair en zelfstandigen komt niet aan bod in het voorstel van Wiebes. Waarschijnlijk stelt Wiebes dat de intermediair, de partij waar de zelfstandige het contract mee afsluit, dus simpelweg de opdrachtgever is. Dat kan. Het punt is wel dat Wiebes zeer uitvoerig uitlegt dat zijn Belastingdienst de feitelijke omstandigheden waaronder een zelfstandige werkt in de praktijk gaat controleren. En terecht. Als in de modelovereenkomst bijvoorbeeld staat dat een zelfstandige met zijn eigen gereedschap moet werken als teken van zelfstandigheid, dan gaat de Belastingdienst controleren of de zzp’er dat ook daadwerkelijke doet (dit voorbeeld staat ook in de toelichting van Wiebes).  Zo niet, dan volgt er een naheffing en boete voor de opdrachtgever (de intermediair dus).

Het punt is dat deze praktijkcontrole niet bij de intermediair kan plaatsvinden, maar alleen bij de inhurende organisatie. Dit terwijl de intermediair (als contractpartij) dus wel verantwoordelijk is. Het voorbeeld is natuurlijk eenvoudig door te trekken na andere sectoren.

Het feit dat Wiebes geen voorzet doet hoe met deze driehoeksrelatie om te gaan, betekent waarschijnlijk dat hij het aan de markt overlaat om dit op te lossen. Dat wordt nog een stevig gesprek over verantwoordelijkheden en inhuurrisico’s  tussen die bemiddelaars en de partijen voor wie zij zp’ers inhuren, waarbij de zp’ers dan weer moeten opletten in hoeverre het risico mogelijk naar hen wordt doorgeschoven.

De suggestie die Wiebes doet (hij heeft het over ‘facultatieve mogelijkheid’) dat een modelovereenkomst niet nodig is, als er geen twijfel is over wel of geen arbeidsrelatie, gaat hier gelijk van tafel. Ook de VAR was niet verplicht, maar intermediairs (en opdrachtgevers) hebben die verplicht gemaakt voor iedereen die ze inhuurden om zo veel mogelijk risico uit te sluiten. Dat zal met dit plan niet veranderen.

Lees voor overzicht recente nieuws over de Haagse plannen voor zelfstandigen en opdrachtgevers ZiPconomy Thema Nieuwsbrief

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Wie heeft mijn werkplek gepikt?

9200000040807452Wie heeft mijn werkplek gepikt is een boek voor medewerkers die over gaan naar het nieuwe werken. Het is een heel praktisch boek voor medewerkers, vol met ideeën om je leven als ‘flexwerker’ in de organisatie aangenamer te maken.

Geschreven door Floris Vrasdonk en Suze Krijnen, die beide vanuit de praktijk veel ervaring hebben met de implementatie van HNW in verschillende organisaties, is het een leuk, helder en praktisch toepasbaar boek.

Het boek zit vol humor en bij het lezen moet de lezer het vooral ook niet al te serieus nemen op bepaalde momenten. Veel wordt er doorgetrokken tot in het ridicule om een punt te maken, hoewel het begrip ridicuul misschien voor elke organisatie wel anders is.

(meer…)

Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter

Wat is jouw wake-up call? Over bevlogenheid, genieten en kiezen voor leuke klanten.

18-man-met-toeterDoe ik het wel goed genoeg? Haal ik wel alles uit het leven? Haal ik wel alles uit mezelf? Waarom heb ik nog steeds niet wat ik wil?” Spelen deze vragen ook door jouw hoofd? Terwijl we uit blijven stellen waar we eigenlijk dolgraag voor willen gaan, davert het leven aan ons voorbij…

Bronnie Ware is werkzaam als stervensbegeleider van terminale patiënten. Over haar ervaringen tijdens dit zware werk heeft ze een boek geschreven, waarin ze tot een top vijf levenslessen van stervenden komt. Ik vond het indrukwekkend om te lezen hoe mensen aan het einde van hun leven terug kijken. En goed om bij stil te staan welke zaken er aan het einde van je leven echt toe blijken te doen:

Waar veel mensen vooral spijt van hadden, was dat ze nooit het leven hadden geleid waar ze eigenlijk naar verlangden. Wat zij heel vaak mensen hoorde verzuchten was:

‘Ik wou dat ik het lef had gehad om meer mezelf te zijn en minder te leven zoals anderen van me verwachtten.’

Hoe zou jij later terug willen kijken naar je leven?

Bevlogen en succesvol

De Amerikaanse gelukspsycholoog Martin Seligman beweert dat iedereen zichzelf gelukkiger kan maken door zijn sterke kanten te benutten en te ontwikkelen. Mensen die gericht hun sterke punten inzetten en verbeteren, scoren aanzienlijk hoger op de geluksschaal en aantoonbaar lager op depressie. Het is een doodzonde dat veel mensen werk doen waar ze niet gelukkig van worden.

Uit onderzoek blijkt dat slechts twintig procent van de Nederlanders bevlogen is op het werk. Juist die bevlogen mensen hebben een bepaalde drive en gaan ‘the extra mile’. Die bevlogenheid maakt hen succesvol.

Altijd druk?

Bevlogenheid is natuurlijk een hele mooie eigenschap. Maar je kunt soms zo bezig zijn met het nastreven van je ambities en het bereiken van de doelstellingen die je jezelf had gesteld, dat je onderweg helemaal vergeet te genieten. Je rent maar door, vergt het uiterste van jezelf en uiteindelijk heb je wellicht je doelen wel bereikt, maar ben je jezelf wellicht een beetje kwijtgeraakt.

Hoe blijf je in balans?

Als ik naar mezelf kijk, dan constateer ik dat ik voortdurend bezig ben met het ontwikkelen van mijn kennis en altijd plannen heb om mijn bedrijf naar een hoger plan te tillen. En soms kun je jezelf daarbij bij tijd en wijle behoorlijk onder druk zetten. Voor dit jaar staat het schrijven van een boek over personal branding op de planning en daarnaast ben ik dit moment bezig met een training van drie maanden om nog meer te leren over het schrijven van onweerstaanbare (internet)teksten en overtuigingstechnieken om het rendement van je site te verhogen.

Enorm leerzaam, zelfs als je al veel van internetmarketing af weet. Het tempo is hoog en iedere week zijn er zaken waar je mee aan de slag moet. Het is heerlijk om je tanden te zetten in al die nieuwe kennis, maar af en toe wringt dat wel een beetje met de drukke agenda. Ik vond het dus stiekem niet zo heel erg dat zich voor overmorgen een klant heeft afgemeld.

Genieten van het leven

Soms moet je ook even bewust tijd vrijmaken om te genieten van de leuke dingen in het leven. Zo volg ik sinds kort samen met mijn zusje een fotografiecursus bij Else Kramer: 52 weken anders kijken naar de werkelijkheid om ons heen.

Even uit de drukte van alledag: lekker laagdrempelig bezig zijn met iets dat we toch al leuk vinden om te doen, maar waaraan we meestal toch net iets te weinig toekomen. En nu 52 weken lang! De gekste dingen moeten we fotograferen en de mooiste foto’s worden gedeeld in de speciale Facebookgroep. Heel inspirerend en hartstikke leuk!  

Kies voor leuke klanten

Er zijn klanten en opdrachten waar je er wel tien van zou willen hebben. En er zijn klanten waar je eigenlijk liever niet mee zou willen werken, als je heel eerlijk bent naar jezelf. Soms ga je er toch mee in zee ‘omdat de schoorsteen moet roken’, maar echt blij word je er niet van. Voor dergelijke klanten loop je niet snel een stapje harder.

Kies daarom liever voor klanten waar je energie van krijgt. Die zullen ook sneller weer terugkomen en daar kun je iets bestendigs mee opbouwen. Ook zullen zij jou sneller aanbevelen bij anderen. Als je er bewust voor kiest om alleen met echt leuke klanten te werken, is het ondernemersleven veel leuker.

Ga voor mooie kansen in de markt

Heb je wel eens stilgestaan bij het feit dat je hierdoor onbewust een jarenlange training hebt gekregen om situaties eerder als een probleem of risico te benaderen dan als een kans?

Over kansen hoor je nooit zoveel. Tachtig procent van de mensen focust zich op een probleem en slechts twintig procent kijkt met name naar kansen. Het hoeft waarschijnlijk geen vraag te zijn welke mensen het meeste succes hebben, en daarnaast ook een leuker leven leiden. 

Gun jezelf inspiratie en een steuntje in de rug

Een belangrijke reden dat veel ondernemers niet succesvol zijn, is dat ze geen ondersteuning vragen. Gek toch dat heel veel mensen vinden dat ze altijd alles alleen moeten kunnen. Deze gedachte kan een belangrijke belemmering zijn voor je groei als ondernemer.

Een klant mailde mij:

Ik zeg dit wel met enigszins het schaamrood op de kaken, want eigenlijk vind ik dat ik dit zelf moet kunnen. Maar ik heb het idee dat ik er inmiddels zoveel zelf over gelezen en nagedacht heb dat ik door de bomen het bos niet meer zie. En met vrienden erover praten is fijn, maar ik zou graag willen werken met iemand die er verstand van heeft.”

Wees eerlijk tegen jezelf als je merkt dat je niet verder komt, en zoek een goede hulp zodat je uit je impasse komt en het leven gaat leiden waar je van droomt.

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden

Zoals iemand laatst zei: ”Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden.” Zelf volg ik juist regelmatig trainingen omdat ik nog beter wil worden in de dingen die ik op zich al goed doe. Maar omdat je voortdurend nieuwe zaken bijleert en nieuwe inzichten opdoet, blijft het leven boeiend. En daarnaast blijf je op deze manier ook interessant voor je klanten. Want zij kunnen ook weer nieuwe dingen van jou leren.

Wil jij ook een goede groei van je bedrijf realiseren? En kun je hierbij wel wat hulp gebruiken? Neem dan gerust contact met mij op. Mail naar saskia@depersonalbrandingcoach.nl of bel mij op 06 30 623 555.

Personal branding en acquisitie

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter