De marktwaarde van de zzp’er: Expert, meester, gezel of leerling

Wat bepaalt de marktwaarde van de zp’er. Artikel Karin Manuels over de Expert, Meester, Gezel en de Leerling

Eind 2014 heeft Nederland circa 880.000 zp’ers. Circa 12% van hen geniet een inkomen onder de armoedegrens oftewel de bijstandsnorm. Circa 27% van de zzp’ers heeft een jaaromzet van meer dan €100.000,–. Interessant is de vraag wat de waarde van zp’er op de markt bepaalt en waardoor de hoogte van het tarief wordt ingegeven.

Mate van uniciteit is doorslaggevend

Het tarief voor de zp’er is sterk afhankelijk van een aantal factoren, te weten:

a. De grootte van het aanbod van vergelijkbare diensten in de markt.
b. De uniciteit van de dienstverlening van de zelfstandige professional.
c. De overdraagbaarheid van kennis en vaardigheden aan de organisatie.
d. De borging van de continuïteit van de dienstverlening door de zelfstandige professional.
e. De toegevoegde waarde van de diensten voor de continuïteit van de organisatie op de langere termijn.

Met name de uniciteit van de dienstverlening vormt een cruciale succesfactor voor de zp’er. Onderstaande figuur geeft het verband tussen de waarde van de zp’er en de uniciteit van zijn of haar dienstverlening weer:

FIGUUR 2.1:DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL
FIGUUR 2.1: DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL

Expert, meester, gezel & leerling

De zp’er die als expert is aan te merken, kenmerkt zich door hoog vakmanschap en een hoge mate van uniciteit. De expert heeft vaak al carrière gemaakt, beschikt over een breed netwerk en heeft een behoorlijke reputatie in de markt. Naarmate de door de markt erkende uniciteit van de expert hoger is, raakt zijn of haar tarief van ondergeschikt belang. De klus moet immers geklaard worden. De expert heeft als zp’er een belangrijk opletpunt: het bovenstaande gaat namelijk niet op wanneer de expert beschikt over een expertise waar geen vraag (meer) naar is.

Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

De zp’er die als meester is aan te merken, heeft heel veel kenmerken die ook toe te wijzen zijn aan de expert. Echter, over het algemeen en met name in de ‘zachtere’ beroepen is de zelfstandige professional zelden de expert bij uitstek. Meerdere zzp’ers zijn als meester in hun vak aan te merken. De meester geniet brede ervaring en laat een professionele houding zien. De meester heeft over het algemeen een breed netwerk opgebouwd en weet dat voor zichzelf en voor de klant in te zetten en te verbinden.

Het onderscheid tussen de zzp’er die als meester of als gezel is aan te merken, varieert en verschuift van beginner, leerling af naar ervaren, meester in wording. Veel zzp’ers zijn als gezel aan te merken. De gezel beheerst nog niet alle facetten van het vak en moet nog steeds in meer of mindere mate ‘bijleren’. Doordat gezellen in groten getale op de markt aanwezig zijn, hebben opdrachtgevers ruime keuze uit hun aanbod en schuwen niet daar gebruik van te maken. Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

Een leerling is vaak (nog) niet klaar voor een bestaan als zelfstandige. Een zp’er die als leerling is te beschouwen, moet realistisch zijn omtrent de kansen op de markt. Het hebben van de vereiste diploma’s voor het vakgebied is een begin, maar het opdoen van de benodigde ervaring, gekoppeld aan de kennis en de vaardigheden is een vereiste om als zp’er een bestaan op te bouwen. Het kenbaar maken binnen het netwerk van datgene wat de leerling wil, is onontbeerlijk om kansen om ervaring op te doen te creëren of te krijgen. De gunfactor is daarbij van groot belang. De leerling dient hoe dan ook te bedenken wat hij, ondanks het gebrek aan kennis en ervaring de ander te bieden heeft. De leerling die het nieuwe combineert met datgene waar hij gezel of zelfs meester in is, om vervolgens de markt te betreden als hybride zelfstandige, geeft zichzelf een andere, vaak betere, start.

Tot slot

Het voorgaande impliceert niet dat er geen andere wegen zijn die naar Rome leiden.

Momenteel betreden heel wat jonge afgestudeerden als zp’er of ondernemer de markt. Zij beschikken over een behoorlijke theoretische achtergrond vanuit hun studie en hebben vaak eerste ideeën en ervaringen al opgedaan door middel van stages, experimenten en dergelijke. Het digitale werken kent geen geheimen meer voor hen, evenals het leggen van contacten over de hele wereld via social media. De jonge afgestudeerden stellen andere eisen aan het leven. Carrière maken en geld verdienen zijn vaak niet meer het hoogste ideaal. Zij hangen minder aan de zekerheden, waarmee de generaties, die nu 30 jaar of ouder zijn, opgegroeid en vaak vergroeid zijn.

De inhoud van deze blog is gebaseerd op het boek ‘Dansend naar de toekomst. Perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland’ van R. Lenssen en K. Manuel (2014).

Dr. mr. K.A.H. Manuel heeft vanaf 1999 verschillende rollen vervuld op het terrein van HRM bij diverse organisaties in de non-profitsector. Zij is in 2013 gepromoveerd op het organiseren en managen van succes in de muziek business. Momenteel is zij lector bij het NCOI, heeft zij een eigen adviespraktijk, MMCT, en is zij verbonden aan de Smart Group op het gebied van organisatieontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van personeel. Bekijk alle berichten van Karin Manuel

2 reacties op dit bericht

  1. Goede weergave en duiding van de zo / zzp markt. met als bottom line volgens mij dat je als zzper vooral in jezelf moet investeren, wil je groeien in kennis en marktwaarde.

  2. Duidelijk overzicht. Naar mijn mening kan dit model gebruikt worden om na te denken hoe verder te gaan met de ontwikkeling en bescherming van ons vak.
    Het geeft mooi aan, dat er leerlingen zijn en senioren, wat in de praktijk ook duidelijk merkbaar is.
    Wat ik mis, is dat er nogal wat professional zijn die alleen maar kunnen werken via een bepaald draaiboek of schema en al gauw terug moeten vallen op een ander.
    Als economisch en technisch bedrijfskundige met een stevige sociaal-psychologische achtergrond hoef ik niet zo gauw iemand wat te vragen. Wel weet ik, dat ik voor bepaalde problemen een expert nodig heb, die veel beter is dan ik, sneller is dan ik en uiteindelijk goedkoper.
    Dat vind ik beter werken dan oplossingen binnen een beperkt kader. Je moet dan wel de juiste mensen kennen natuurlijk en het probleem goed kunnen inschatten.
    Klanten zien hun probleem vaak verkeerd. Vroeger was ik producent en leverde ik producten. Als ik nu terugkijik op mijn vroegere klanten en hun vragen en mijn mogelijkheden, zie ik heel veel gemiste kansen en miscommunicatie.
    Senioriteit is duurder, maar voor de klant uiteindelijk heel veel goedkoper, behalve als deze zich in de maling laat nemen. Daarom is kwaliteitsborging of een gildesysteem zo gek nog niet,