Is interim-management het management van de toekomst? Geplaatst 14 januari 2015 door Carmen de Graaff Deze vraag stelde de voorheen Nederlandse vereniging van interim-managers zichzelf. Wat haar antwoord is, laat zij in het ongewisse. Carmen de Graaff, oprichter van het interim-netwerk Zpact, geeft wel een duidelijk antwoord: interim-management is niet het management van de toekomst. Groeien werelden naar elkaar toe? De Nederlandse vereniging van interim-managers (NVIM) is opgegaan in het NIVE, een algemene vereniging van managers. Beide verenigingen vonden dat hun werelden steeds meer naar elkaar toegroeiden. Dat klinkt alsof er een natuurlijk proces gaande is, waarin een algemeen manager steeds meer een interim-manager wordt. Het is ook evident dat nogal wat mensen zich interim-manager noemen, omdat zij tijdelijk een algemene managementfunctie bekleden. Interim-management is meer dan tijdelijk management Als het onderscheidend vermogen slechts bestaat uit tijdelijkheid, dan hebben de NVIM en NIVE gelijk. Net als een interim-manager, is een ook een algemeen manager tijdelijk, waarbij de laatste zijn of haar functie steeds korter behoudt. Interim-management behelst echter meer dan het tijdelijk invullen van een algemene managementfunctie. Sterker nog, tijdelijkheid is niet de essentie van het vak. B Interim-management draait om het oplossen van een urgent en complex organisatievraagstuk, waar het zittende algemeen management geen oplossing meer voor heeft. . Interim-management als paraplubegrip Het begrip interim-management is verworden tot een paraplunaam voor professionals die voor eigen rekening en risico hun kennis en kunde ter beschikking stellen om een capaciteitsprobleem te verlichten. Dat probleem is veelal niet heel erg urgent, nauwelijks complex en over het algemeen prima oplosbaar door intern wat te schuiven. Als je het zo bekijkt, zijn veel algemeen managers ook interim-managers en kunnen zelfs uitzendkrachten zich zo gaan noemen. Waarom is interim-management niet het management van de toekomst? Hierbij moeten we ons eigenlijk de volgende vragen stellen: wat is interim-management en wat is het management van de toekomst? Ik heb daar een mening over die vermoedelijk sterk afwijkt van die van de NVIM en de NIVE. Het management van de toekomst is niet veel anders dan het management van het verleden: het realiseren van organisatiedoelstellingen. Tegenwoordig moet het management veel vaker en veel sneller anticiperen op veranderende markt-omstandigheden en technologische ontwikkelingen. Schoksgewijze aanpassingen vinden plaats middels grootschalige, intern gerichte, en opeenvolgende reorganisaties is het management van het verleden. Het management van de toekomst draait om externe oriëntatie en flexibele organisaties. Wat is interim-management? De interim-manager komt als het management van een organisatie heeft gefaald: de organisatie heeft zich onvoldoende aangepast aan veranderende omstandigheden en dreigt ten onder te gaan. Middels één snelle en ferme interventie zet de interim-manager de organisatie weer op scherp. Zo was dat in het verleden en zo zal het ook in de toekomst zijn. Met als belangrijke kanttekening: de interim-manager van de toekomst moet krachtiger opereren en zijn of haar interventie van adequate opvolging voorzien. In die zin valt er nog wel wat te verbeteren. De werelden van interim- en algemeen management groeien niet naar elkaar toe. Het is een ongelukkige vergelijking, maar het management van de toekomst gaat meer en meer op vredesmissie en de interim-manager intervenieert snel en ferm als die missie niet slaagt. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management, NIVE | 12s Reacties
Disney’s do’s and don’ts voor leveranciers van flexibel personeel Geplaatst 13 januari 2015 door Hugo-Jan Ruts “Everyone wants to work for Mickey.” Dat was het belangrijkste zinnetje dat bij me bijbleef toen ik vorig jaar in de Verenigde Staten een boeiende presentatie bijwoonde over hoe de Disneyparken hun inhuur van flexibel personeel organiseren. Ze hebben geen enkel probleem qua werving, maar er is voldoende uitdaging om grip te krijgen op inhuur. Een enorm bedrijf als Disney, met grote seizoenschommelingen, huurt voor haar pretparken vanzelfsprekend veel tijdelijke krachten in. Minstens zo belangrijk is de Disneycultuur, die zeer diep verweven zit in het HR-beleid. Mensen die er werken maken Disney. Het onboardingproces is zeer uitgebreid en instructies over onder meer houding en kleding zijn zeer gedetailleerd. Disney is zich ook zeer bewust van het feit dat het daarbij niet uitmaakt of iemand in (vaste) dienst is of wordt ingehuurd. Dat geldt voor inhuurkrachten op alle niveaus. Dat betekent dat ze bij Disney een tamelijk uitgesproken mening hebben over het inhuren en inzetten van flexkrachten en van wat ze verwachten van de leveranciers van externen. Partnership staat en valt bij het houden aan je afspraken Het is daarom interessant wat Peggy O’Neill, binnen Disney eindverantwoordelijk voor alles wat met flex te maken heeft, vindt van die leveranciers. Onder de titel How to treat your customers to promote a symbiotic relationship zette ze een tijdje geleden in een blog haar do’s en don’ts voor flexleveranciers op een rij. “As a CW manager, I want to work with vendors that are trustworthy, reliable, understand our requirements and identify qualified candidates in a timely manner. Vendors that make the final cut for me are those that demonstrate a willingness to build relationships that evolve to a true partnership.” Dat is mooi. O’Neill wil partijen waarmee een wisselwerking ontstaat. Dan ontstaat er een partnership. Maar dan moeten ze zich wel aan een aantal regels houden. Vrij vertaald, met verwijzingen naar de Nederlandse situatie, raadt en ontraadt O’Neill organisaties het volgende: Wat leveranciers van flexpersoneel moeten doen: Ken de fundamentele basiseisen van je opdrachtgever. Daar zitten waarschijnlijk de nodige regeltjes tussen (wel/geen zzp’er, VAR, cv-check, VOG). Dat zijn vaak harde eisen. Met andere woorden: val een inhuurmanager niet lastig als jouw kandidaat niet aan deze eisen kan voldoen. Informeer je klant vroegtijdig wanneer je geen of niet voldoende kandidaten hebt: “As a client, I can handle bad news, but I need to know as soon as possible.” Doe je best om de nuances van de klantorganisatie te begrijpen. Daarmee wordt een optimale werkrelatie opgebouwd tussen de klant en jou als leverancier. Zorg voor goed opgeleid personeel en zet geen nieuw personeel in (zowel in de front- als backoffice) dat niet goed is ingewerkt. Wat leveranciers van flexpersoneel vooral niet moeten doen: Probeer niet onder vastgelegde (procedurele) afspraken uit te komen of die naar eigen inzicht in te vullen. Denk bijvoorbeeld aan gewenste managementrapportages, verzekeringen, facturen, tijdsrapportages of leveringstijden. Sla geen afgesproken procedurestappen over. Dit gebeurt vaak wanneer een leverancier tegen de afspraken in toch direct contact opneemt met de inhurende manager, in plaats van met de afdeling inhuur. Wanneer een leverancier dat doet, veroorzaakt hij mogelijk een conflict tussen de afdeling inhuur en de interne manager. Dat is weinig productief en zet de relatie zeker onder druk: “Personally, it causes me to question the trustworthiness of the vendor, which could lead to the termination of the contract.” Kom niet met een vierkant aanzetten als er om een cirkel wordt gevraagd. Oftewel: stel geen kandidaten voor die duidelijk niet passen bij het profiel of niet voldoen aan vooraf gestelde harde cv-eisen. Kom niet met zomaar een cv aanzetten, als het je eigenlijk niet gelukt is een lastige vraag in te vullen: “It’s better to be honest early than waste time getting there.” Leveranciers die niet kunnen (of willen) voldoen aan de wensen van de opdrachtgever, zich niet houden aan afspraken en procedures en de klant lastig vallen met niet-passende kandidaten, worden problemen in plaats van oplossingen, stelt O’Neill: “The partners I appreciate are trustful, follow procedures and execute on a timely basis. I look forward to working and growing with those vendors over the long term.” Tja, geen wereldschokkend lijstje met punten. Maar O’Neill formuleert wel heel helder – en herkenbaar – wat organisaties die inhuur strak in de hand willen houden van hun leveranciers verwachten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bemiddelingsbureau, bureau, inhuur, inkoop | Laat een reactie achter
Zet bij interim opdrachten het resultaat voorop in plaats van de prijs: op naar SoW 3.0. Geplaatst 12 januari 2015 door Mark van Assema In de Nederlandse inhuurwereld zie je het SoW-model (Statement of Work) opvallend weinig. Ondernemers houden voornamelijk vast aan de uurtje-factuurtje-model. Bij SoW draait het om de inhuur van personeel en/of leveranciers op basis van een resultaatverplichting. Hierbij maakt het de opdrachtgever dus niet uit hoeveel uren de opdrachtnemer besteedt, zoals bij een inspanningsverplichting, en wordt het resultaat gemeten op basis van kwaliteitsafspraken. Het Amerikaanse Tongal introduceert nu een hele nieuwe manier van werken volgens het SoW-model. Wat is SoW versie 1.0? Bij het klassieke 1.0-model van SoW-contracten, althans in Nederland, doorloopt de opdrachtgever een offerte- of tendertraject, waarbij de vraag expliciet een resultaatverplichting is. Dat kan gaan om een grote klus van 1 miljoen of om het inhuren van een freelancer voor een klusje van 1.000 euro. Hierbij worden er bij bepaalde inhoudelijke mijlpalen delen van de factuur betaald, waarbij de laatste factuur pas wordt betaald als al het werk naar tevredenheid is afgerond. Hoe ziet een modernere versie 2.0 er uit? Het internet maakt veel verdienmodellen anders, zo ook in deze markt. De meeste online initiatieven rond het inhuren van individuele flexwerkers in Nederland zijn echter nog vrij traditioneel en gebaseerd op het uurtje-factuurtje-principe, waarbij een bemiddelingspartij verdient via een marge op het uurtarief. Er zijn online wel enkele SoW 2.0-initiatieven in de creatieve sector, zoals ontwerpen-voor-geld en 99designs. Hier kun je voor een vaste prijs ontwerpen laten maken voor marketingmiddelen, zoals een logo, een website of brochures. Kenmerken van deze vorm van SoW-inkoop zijn: Je weet van te voren niet wie je inhuurt. Het gaat puur om het ontwerp of de inhoud, waarvoor je via pitchrondes een keuze maakt. De huidige initiatieven zijn gericht op kleine opdrachten tot 1.000 euro voor met name mkb’ers en particuliere opdrachtgevers. De ontwerpers komen voornamelijk uit Nederland. Je kunt kiezen voor een openbare of gesloten selectie van freelancers. In dat laatste geval is er alleen toegang voor geregistreerde ontwerpers. Ik heb zelf ook ervaring met dit soort sites en heb wat freelancers in deze hoek gesproken. Weliswaar is dit een klantgerichte manier van werken, maar voor de designers is dit geen favoriet. Doordat de nadruk ligt op de prijs en er vanuit de website slecht verwachtingsmanagement wordt gevoerd richting de klant, is er voor de meeste freelancers geen belegde boterham mee te verdienen. De stap naar SoW 3.0 Het Amerikaanse Tongal bestaat sinds 2009 en is een online platform waar freelancers in de creatieve branche kunnen samenwerken om marketingvideo’s te produceren voor grotere opdrachtgevers. Bij Tongal zijn een aantal elementen essentieel anders, waardoor het wat mij betreft SoW 3.0 mag worden genoemd. Een aantal kenmerken van deze nieuwe manier van werving zijn: De hele wereld kan meedoen. Ook een aantal Nederlandse freelancers doet al mee. De nadruk ligt niet op geld, omdat producten voor een vaste prijs worden verkocht. De klant bepaalt zelf de waarde van de opdracht. Het gaat om grotere projecten waarbij freelancers moeten samenwerken en niet om losse klusjes. De opdrachten beginnen rond 1.000 dollar en lopen op tot 100.000 dollar voor grote spelers zoals Lego, HP en Johnson & Johnson. Freelancers kunnen per ronde al geld verdienen zoals met het idee, de pitch en uiteraard het eindproduct. Ook al kom je niet door de selectieprocedure, je kunt toch worden betaald voor je werk in het offertestadium. Kan dit model werken in andere branches? De SoW-versies 2.0 en 3.0 zijn allemaal te vinden in de creatieve hoek. Voor andere markten zou het ook best kunnen werken. Bijvoorbeeld voor het ontwerpen van meubels, auto’s, huizen of elektronica. De research- en development-wereld kan verder op zijn kop worden gezet door deze vorm van crowddesigning. Een andere branche, waarin ik zelf veel ervaring heb, is het bouwen van softwareoplossingen. Denk daarbij niet meteen aan het vervangen van de oude gemeentelijke basisadministratie, maar begin met kleinere projecten, zoals het bouwen van een app voor marketingdoeleinden. Er zijn veel aspecten te bedenken waarvan dit 3.0-model afhankelijk is en waardoor het alsnog niet zal werken. Neem bijvoorbeeld de vertrouwelijkheid van het concept en data, de integratie met interne systemen en de functionele- en ontwerpspecificaties. Toch zijn er ook situaties waarin dit model zeker wel kan passen. Een platform doorloopt dan in grote lijn de volgende stappen: De opdrachtgever beschrijft zijn wens of behoefte. De crowd, bijvoorbeeld een groep freelance app-bouwers en designers, begint met het stellen van vragen, waardoor de behoefte wordt verscherpt. Freelancers kunnen samenwerken om het idee vanuit verschillende disciplines in te vullen. Hier zijn ondertussen ook genoeg online tools voor. Iedereen mag ideeën presenteren. De beste ideeën krijgen een beloning en gaan door naar de volgende ronde. Die volgende ronde is de pitch: geen verkoopverhaal, maar een ‘proof of concept’ om te bewijzen wat je kunt. De beste hiervan krijgen een beloning in geld, en mogen een offerte op basis van resultaatverplichting neerleggen voor het hele project. De laatste ronde is de gunning en uitvoering van het project. De klant krijgt op deze manier wat hij wil, voor een vaste prijs en een vast resultaat. De freelancers krijgen de kans om op basis van de inhoud te laten zien wat zij kunnen en bepalen zelf hoeveel tijd ze steken in een project, passend bij de prijs. Onderneem het maar Zo droom ik lekker weg in een nieuw jaar met nieuwe kansen voor ondernemers, maar ik realiseer me wel dat aan het SoW 3.0 nog flink wat haken en ogen zitten. Ook mis ik in de huidige online initiatieven een belangrijk element: de mens. In projecten kom je pas echt tot bijzondere prestaties als je synergie kunt opbouwen tussen projectleden. Met die toevoeging geef ik dit nieuwe SoW-model grote kansen. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags contract, inhuur, sow, tarief | Laat een reactie achter
RPO: “Eindelijk strategisch naar recruitment kijken.” Geplaatst 11 januari 2015 door Gastblogger ‘Professioneel recruitment gaat niet om ad hoc oplossingen. Het gaat er niet om 1 kandidaat voor 1 functie te leveren. Een klant mag van een RPO-leverancier verwachten dat hij dat proces onder de knie heeft. Maar waar de RPO-partij zich volgens mij echt kan onderscheiden is in de strategie: nadenken over wat voor mensen de organisatie nu en in de toekomst nodig heeft, en daar vervolgens de goede invulling aan geven.’ Noem het gerust een stap naar een meer strategische rol, zegt Marieke van Heek, bij Compagnon verantwoordelijk voor Recruitment Proces Outsourcing trajecten. Begrip ‘baan’ verandert Van Heek ziet nu al in de praktijk het begrip ‘baan’ veranderen, zegt ze. ‘Het is nu al nauwelijks meer relevant of iemand vast of flex in dienst komt. Het gaat erom: wat is passend voor organisatie? Als jij mensen zoekt voor je IT-afdeling kun je wel van ze eisen dat ze vast in dienst komen, maar als ze dat niet willen, heb je toch een probleem. Dan kun je twee dingen doen: of verder zoeken, of de mensen flexibel in dienst nemen. Een goede RPO-leverancier kent de arbeidsmarkt voldoende om je te adviseren wat in die keuze verstandig is.’ Bedrijven challengen op bredere blik Er ligt het komende jaar ook zeker een kans voor RPO-partijen om bedrijven op zulke vraagstukken te ‘challengen‘, zegt Van Heek. ‘Hoe gaan we de behoefte van de organisatie matchen met de arbeidsmarkt? Ik zie dat nog te veel RPO’s bezig zijn met vullen van vacatures, met de actuele wervingsbehoefte. Maar als professionele RPO-leverancier denk ik dat je breder moet kijken. Kun je mensen opleiden, als je ze niet in de markt kunt vinden? Of kun je de behoefte invullen met een combinatie van vast en flex? Al dat soort oplossingen moet je afwegen.’ Het failliet van Strategische Personeelsplanning Lange tijd stond dit proces bij organisaties op de agenda als ‘Strategische Personeelsplanning’ (SPP). Maar de resultaten daarvan zijn tot nu toe op zijn zachtst gezegd mager te noemen. Dat komt aan de ene kant omdat de horizon daarvoor meestal te lang was, en het te veel ging om vaste krachten, zegt Van Heek. Maar ze ziet ook een andere oorzaak: ‘Het ging vaak om de naam en toenaam van de mensen, die verbonden werden aan rollen. Die en die moest daar en daar komen te werken. Maar het gaat erom: wat is nodig voor het bedrijf? Welke rollen zijn cruciaal? En hoe vul je die vervolgens in? Dus eerst al je benodigde resources plannen, en dan vandaar uit verder gaan werken.’ Recruitment wordt steeds strategischer Het is een ontwikkeling die nog niet breed in gang is gezet, geeft Van Heek toe. ‘We staan echt aan het begin ervan. Maar het is wel de kant die het opgaat, daar ben ik van overtuigd. Recruitment wordt steeds strategischer van belang. Het gaat steeds meer om alle stappen vóórdat de vacature ontstaat. ‘HET GAAT STEEDS MEER OM ALLE STAPPEN VÓÓRDAT DE VACATURE ONTSTAAT’ Vacatures invullen, de stap erna, dat is een kwestie van uitvoeren en slim organiseren. Daar maak je het verschil niet mee. Maar in het strategisch meedenken met de klant zit volgens mij de groei. Ik denk dat dat juist dé reden is dat organisaties met een RPO in zee gaan.’ Schaarste aan chauffeurs Ze noemt het voorbeeld van Picnic, de boodschappenbezorgdienst, die kampt met de schaarste aan chauffeurs. ‘Die markt is vrijwel verzadigd. Dan heb je meer creatieve oplossingen nodig.’ ‘ALS DE MARKT VERZADIGD IS, HEB JE CREATIEVERE OPLOSSINGEN NODIG’ Zelf opleiden bijvoorbeeld, maar ook vanuit een ander perspectief kijken kan helpen, zegt Van Heek. ‘Vraag je bijvoorbeeld af wat nodig is voor die chauffeurs. Op tijd zijn, maar ook mensen die een praatje kunnen maken met klanten. Als je daar op die manier naar kijkt, openen zich vaak nieuwe doelgroepen voor je. Dat is een heel andere manier van de markt benaderen dan maar blijven leuren met die vacature.’ Twee mogelijke problemen Haar bedrijf, Compagnon, wordt vaak ingeschakeld bij klanten met twee mogelijke problemen. ‘Of ze hebben te maken met lastig bereikbare doelgroepen, of ze willen een andere kwaliteit mensen binnen hebben.’ ‘DIT WERKT VOOR ORGANISATIES DIE HUMAN CAPITAL HOOG OP HUN PRIORITEITENLIJSTJE HEBBEN STAAN’ Beide problemen zijn in de huidige krappe arbeidsmarkt inderdaad een uitdaging, erkent Van Heek meteen. De meer strategische RPO-invulling kan daarbij helpen, denkt ze. ‘Dit werkt voor organisaties die hun Human Capital hoog op het prioriteitenlijstje hebben staan. Organisaties die weten dat ze anders niet de juiste mensen aan boord halen, kunnen hier zeker hun voordeel mee doen.’ Marieke van Heek, RPO manager Compagnon Alle aanbieders onderzocht Samen met het Belgische The Flex Academy voert het Nederlandse Flex-Beheer momenteel een vergelijkend onderzoek uit naar alle bekende RPO-aanbieders in de lage landen. Het onderzoeksrapport verschijnt in januari 2017. In de aanloop hiervan verschijnt er op deze site een reeks verdiepende artikelen over RPO, geschreven met of door verschillende RPO-aanbieders of door bedrijven die RPO faciliteren. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags RPO | Laat een reactie achter
Frontrunner. Hoe word je het en hoe blijf je het? 8 eigenschappen van marktleiders. Geplaatst 9 januari 2015 door ZiPredactie Met zes van zijn meest getalenteerde alumni heeft de befaamde marketingstrateeg Roland van Kralingen onderzocht wat – mentale – marktleiders onderscheidt van hun concurrenten. Voor het boek Frontrunners hebben zij acht cruciale eigenschappen van deze ondernemingen geformuleerd. ‘Het behalen van marktleiderschap op zichzelf is niet eens het belangrijkste, het is de weg er naartoe.’ Het was een opmerking van een van zijn collega’s van het adviesbureau Sage in Boston die Roland van Kralingen (1946) op het spoor zette van het onderwerp voor zijn nieuwe boek Frontrunners, dat hoogstwaarschijnlijk zijn laatste over dit vakgebied gaat worden (daarover later meer). ‘Een van mijn collega’s in Boston, een hoogleraar van Harvard, vertelde mij dat het Amerikaanse en Europese grote en middelgrote bedrijfsleven naar zijn berekening zo’n dertienduizend miljard euro op banken heeft staan. Overtollige winsten. Het bedrijfsleven doet daar niets mee, behalve het inkopen van eigen aandelen. We zitten in een periode dat bedrijven veel financiële meerwaarde creëren, maar geen economische meerwaarde. Bedrijven investeren nauwelijks en nemen geen risico. Hij vertelde ook dat leden van raden van bestuur van grote Amerikaanse bedrijven 20 tot 30 procent van hun tijd bezig zijn met het voeren van processen. Zijn stelling was: een belangrijk deel van het Amerikaanse bedrijfsleven is aan het verdedigen, en niet aan het aanvallen. De uitzonderingen daarop zijn meestal de runners-up en de marktleiders. Die doen dat nog wel. Maar dat gaat per markt om een beperkt aantal bedrijven. Die twee observaties triggerden mij: wat maakt je nou tot frontrunner? Hoe word je het en hoe blijf je het?’ Meerwaardecreatie Om een antwoord te vinden op die vraag besloot Van Kralingen de meest getalenteerde alumni waarmee hij in de loop der jaren heeft samengewerkt aan de postacademische Business School (AOG) van de Universiteit van Groningen bij elkaar te zoeken. Drie vrouwen en drie mannen, die minimaal een 8,5 voor hun scriptie hadden gehaald en inmiddels hoge functies in het bedrijfsleven bekleden of succesvol ondernemen. ‘Met die groep ben ik aan de slag gegaan. Ik gaf telkens een voorzet, zij gaven commentaar. Ik dacht na een jaar wel klaar te zijn, maar het hele project heeft tweeënhalf jaar geduurd. Met hun ideeën en hun casuïstiek hebben zij mij regelmatig voor grote vraagstukken gesteld.’ De groep ging van start met tientallen ideeën over marktleiders en bracht deze terug tot acht cruciale eigenschappen, die in het boek en – in uitgebreidere vorm – op de website (www.frontrunnersinstitute.com) op doorwrochte wijze behandeld worden. En geheel in lijn met de eerste aanzet tot het boek, de verwondering over het oppotten door het bedrijfsleven, legt Van Kralingen de nadruk niet op winst maken, maar op meerwaardecreatie. Of, zoals eigenschap 1 luidt: de meerwaarde van meerwaarde. Dat is de kern van het moderne leven, stelt Van Kralingen. ‘Creëer je geen meerwaarde, dan heb je eigenlijk nauwelijks bestaansrecht. Dat geldt voor individuen, maar ook voor bedrijven. In het boek noem ik de voorbeelden van het wiel en de boekdrukkunst. De mens is altijd verwikkeld geweest in een wedstrijd in het creëren van meerwaarde, daar draait de hele wereld om.’ Acht cruciale eigenschappen van frontrunners1. Marktleiders hebben een sterke focus op de ontwikkeling van meerwaarde (= de kerneigenschap) 2. Marktleiders creëren een eigen categorie 3. Marktleiders innoveren de categorie 4. Marktleiders zijn sterk verbonden met de context 5. Marktleiders hebben een sterke identiteit 6. Marktleiders creëren een sterk merk(en) 7. Marktleiders nemen hun verantwoordelijkheid 8. Marktleider innoveren hun marktbewerking continue Mentale marktleiders Die omschrijving impliceert dat Van Kralingen met marktleiders en runners-up eigenlijk doelt op ‘mentale marktleiders’, de marktleiders van morgen. ‘Een kenmerk van markten is dat zij voortdurend vernieuwd worden en in deelsegmenten uiteen vallen, een proces dat de laatste jaren steeds sneller gaat. Tot 1990 bedroeg de gemiddelde tijdsduur dat een onderneming marktleider was twintig jaar, maar onder invloed van de nieuwe technologieën is dat snel aan het afnemen. iTunes was een revolutionaire innovatie en werd marktleider, maar hoe lang nog? Spotify heeft een nieuw muziekluistermodel ontwikkeld dat iTunes gaat vernietigen. Misschien is zij op dit moment nog niet de nummer 1, maar dat zal zeker gaan gebeuren. Spotify heeft het concept van de toekomst in haar vingers en geeft richting aan de markt. Maar wie weet werkt er op dit moment iemand in een garage alweer aan een nieuw model.’ In het mentale marktleiderschap zit ook de betekenis van de ambitie de nummer 1 te willen zijn verscholen. ‘Het streven nummer 1 of 2 te worden zorgt ervoor dat je hele bedrijf beter gaat functioneren. Bedrijven die nummer 1 willen worden, zijn succesvoller. En wie wil daar niet werken? Het behalen van marktleiderschap op zichzelf is niet eens het belangrijkste, het is de weg er naartoe. Op die weg moet je je onderneming op een heleboel aspecten verbeteren.’ Efficient dynamics In de automarkt is goed zichtbaar waar Van Kralingen op doelt. Opel was in Nederland jarenlang de nummer 1 met een propositie gericht op de massa. Maar het mentale marktleiderschap lag bij merken als BMW en Audi, die veel innovatiever waren. ‘Zij hadden het streven in elke markt de beste te zijn en dat heeft zich op termijn uitbetaald. In zekere zin zou je de hele Duitse auto-industrie kunnen beschouwen als de mentale marktleiders. Niet de Amerikanen geven de toon aan, niet de Japanners of de Chinezen, maar de Duitsers. Zij maken gewoon een beter product en innoveren sneller. Met de nieuwe positionering van efficient dynamics laat BMW bovendien zien een goed gevoel voor de Zeitgeist te hebben. Met de term dynamics zegt het merk nog steeds over superieure rijeigenschappen te beschikken, maar met de term efficient spelen ze in op de behoefte aan auto’s die minder verbruiken en minder onderhoudsgevoelig zijn. BMW heeft daar op een bepaald moment zijn koers voor moeten veranderen en is uit de Formule 1 gestapt. Deelname aan een verkwistende sport past niet bij efficient dynamics. Dat ze die consequentie hebben aanvaard, vind ik zeer moedig.’ Deze positionering van BMW past bij de zevende eigenschap, ‘marktleiders nemen hun verantwoordelijkheid’. Net als de achtste, die zegt dat marktleiders hun marktbewerking continu innoveren, is dit een eigenschap die eigenlijk pas het laatste decennium opgeld heeft gedaan. ‘Zou je vijftien jaar geleden hebben gezegd dat je je maatschappelijke verantwoordelijkheid wilde nemen, dan had iedereen je aangekeken: waar heeft hij het over? Dat is de tijdgeest. Het voortdurend vernieuwen en innoveren van de marktbewerking heeft te maken met de opkomst van internet en Big Data. Zij die daar als eerste mee gaan experimenten, zullen uitgroeien tot de winnaars. We hebben jarenlang vastgezeten in een stramien: we maakten een televisie- of radiocommercial en dat is het. Dat is tegenwoordig ondenkbaar en dat heeft een enorme invloed op het gedrag van de marktleiders. De identiteit van de bedrijven wordt steeds belangrijker. The business of business is business, heeft Milton Friedman ooit gezegd. Maar zo zit het leven niet meer in elkaar. Ook medewerkers zijn steeds kritischer op de identiteit van het bedrijf waarvoor zij werken.’ Puppet on a string De verantwoording die bedrijven nemen moet volgens Van Kralingen meer zijn dan een lippendienst aan de verduurzaming, zeker omdat de technieken waarmee marketeers het koopgedrag van consumenten kunnen beïnvloeden steeds geavanceerder worden. ‘Ambitie heeft een keerzijde, en die keerzijde is hebzucht. Wanneer wij binnen tien of vijftien jaar in staat zijn het consumptiegedrag van mensen daadwerkelijk van buitenaf aan te sturen, kan dat kwalijke gevolgen krijgen. Met behulp van hersenscans weten we nu al wat werkt en wat niet en die ontwikkeling gaat alleen maar verder, zodat consumenten op termijn a puppet on a string kunnen worden. Het bedrijfsleven zou daar tevoren grenzen aan moeten stellen. Maar dat is nog niet het geval. Als ondernemingen over die technieken beschikken en geen verantwoordelijkheid nemen, kunnen ze aansturen op overmatige consumptie. En dat is een serieus probleem. Dan zijn wij als was in de handen van de fabrikanten.’ Het bedrijfsleven zou die marketingtechnieken eigenlijk ten goede moeten gebruiken, zegt Van Kralingen. ‘Je kunt die trukendoos ook gebruiken om mensen van het roken af te houden of om obesitas tegen te gaan. De beloning zou zijn dat consumenten langer leven en langer doorgaan met geld uitgeven. Maar dat vergt wel discipline van het bedrijfsleven.’ Het sociale leiderschap dat ervoor nodig is om deze koers uit te zetten, zou nog wel eens kunnen uitgroeien tot de negende eigenschap van marktleiders, stelt Van Kralingen. ‘Het bedrijfsleven zal steeds meer behoefte krijgen aan mensen die ook oog hebben voor de menselijke maat. We hebben leiders nodig die zowel het economische als het sociale belang begrijpen en een balans kunnen vinden tussen die twee.’ Frontrunners is een ambitieus project geweest, en bepaald niet het enige project waar Van Kralingen zich de laatste jaren aan heeft gewijd. Raakt hij ooit uitgeschreven? ‘Om eerlijk te zijn denk ik dat dit het laatste boek is wat ik schrijf over dit vakgebied. Maar dat betekent niet dat ik stop met schrijven. Ik ben op dit moment aan het nadenken over een nieuw project. Dat is nog in een vroeg stadium, maar ik kan wel een tipje van de sluier oplichten. De werktitel is Als God een vrouw was. Ik ben gefascineerd door de vraag wat er zou veranderen als vrouwen het voor het zeggen zouden hebben op deze wereld. Het antwoord weet ik niet, dat moet ik onderzoeken. Maar ik denk, en ik hoop, dat als de invloed van vrouwen toeneemt, dat we dan niet met z’n allen de afgrond inlopen.’ Het bovenstaande interview van Hans van de Klis met Roland van Kralingen over zijn boek Frontrunners verscheen eerder in het blad ‘Management & Literatuur’, een uitgave van Managementboek.nl Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags boek, boekenkast, ondernemerschap, personal branding, video | Laat een reactie achter
Zelfstandige professional neemt revanche in 2015 Geplaatst 8 januari 2015 door Niels Huismans Zelfstandige professionals (zp’ers) nemen in 2015 revanche op organisaties die de afgelopen jaren onvoldoende hebben geïnvesteerd in goed opdrachtgeverschap en hun beleid omtrent de flexibele schil. Veel organisaties zijn afgelopen jaren onzorgvuldig omgegaan met zp’ers en een groot deel van de zelfstandigen voelde zich ondergewaardeerd en uitgemolken. Met de aantrekkende economie worden de rollen omgedraaid en komt de macht dankzij een breed aanbood aan opdrachten bij zelfstandigen te liggen. Voor inhurende partijen wordt het lastiger om hun flexibele schil met de beste professionals in te vullen. Dat stellen we als ZP-Assist na aanleiding van de vele gesprekken die wij de afgelopen periode gevoerd hebben met professionals. Door de economische crisis en sterke opkomst van disruptive bedrijven hebben veel organisaties in voorgaande jaren gekozen voor het bezuinigen op de inhuur van hun extern personeel. Het aantal beschikbare functies voor zp’ers slonk en ook het uurtarief van zelfstandigen kwam zwaar onder druk te staan. Veel externe professionals moesten fors inleveren op hun uurtarief om contractopzegging te voorkomen, met als gevolg dat zp’ers zich gebruikt en ondergewaardeerd voelden. Bemiddelingsbureaus onder vuur Inhurende organisaties zijn niet de enige partijen die kritiek te verduren krijgen in 2015, ook bemiddelingsbureaus waar voorheen mee werd samengewerkt liggen onder vuur. Zij hanteren vaak nog steeds een achterhaalde en flinke marge van gemiddeld 12 procent op het uurtarief. De zp’er wordt echter steeds professioneler en zal in de toekomst steeds minder gebruik maken van traditionele bemiddelingsbureaus. Zij hebben behoefte aan direct contact met de organisatie. Traditionele bemiddelingsbureaus stellen de belangen van de zp’er vaak onderschikt aan die van de inhurende organisatie en dit pikken zelfstandigen niet meer. Ik ben ervan overtuigd dat de zp’er meer en meer macht krijgt in de aankomende jaren. Voor inhurende partijen wordt toegang tot deze groep cruciaal en ik denk dat bedrijven die voorgaande jaren een zp-vriendelijk beleid hebben gevoerd, hier in 2015 van profiteren. Zp’ers hebben een ruimere keuze aan opdrachten en gaan kiezen voor organisaties met een goede reputatie wat betreft opdrachtgeverschap. Organisaties die voorgaande jaren niet of nauwelijks in hun flexibele schill hebben geïnvesteerd, hebben het nakijken. 2015 wordt het jaar van revanche voor de zp’er. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags fastflex, flexschil, goed opdrachtgeverschap, HR | 5s Reacties