Maandelijkse archieven: maart 2012

Nieuwe Leiders, Nieuwe Organisaties. Lessen uit de praktijk.

De samenleving verandert snel. Transparantie, openheid en samenwerken zijn de nieuwe drivers voor succes. We stellen andere eisen aan het leven en dus ook aan onze werkomgeving. We willen geïnspireerd worden en iets zinvols bijdragen aan de organisatie waarvoor we werken en voor de wereld waarin we leven. Er is behoefte aan een ander soort leiderschap dan we tot nu toe gewend zijn. Niet langer leiders gebaseerd op macht, planning en status, maar leiders die verbinden en ruimte geven.

Maar hoe word je die ‘Nieuwe Leider’? Kan je dat leren of beschikt iemand van nature al over de juiste competenties en is het een kwestie van bijschaven? En als je zo’n Nieuwe Leider (geworden) bent, hoe krijg je dan in je organisatie de juiste balans tussen de mensen en het proces? Moeten alle piramides overboord of gaat het juist om een nieuwe mix van bestaande en nieuwe structuren?

Relevante vragen waar Tica Peeman en Roland Hameeteman zich over gebogen hebben in hun nieuwste boeken Nieuwe leiders gevonden (Peeman) en Yellow & Blue (Hameeteman). Tijdens een ‘Boekevent‘ georganiseerd door Managementboek.nl lichtte zij hun visie nader toe.

Nieuwe Leiderschap: : Richting geven, Ruimte bieden, Resultaten vragen

De essentie van Nieuw Leiderschap legt Tica Peeman uit aan de hand van concrete cases uit haar nieuwste boek. Peeman heeft daarvoor acht inspirerende leiders van dichtbij gevolgd en hun werkwijze en ideeën beschreven. Volgens Peeman gaat leiderschap om zoveel mogelijk leiderschap te creëren voor anderen, medewerkers in hun kracht zetten. Het gaat niet meer om de leider zelf, maar om het faciliteren wat de ander nodig heeft om te presteren. Het betekent een omslag van adviseren naar coachen, van dominant naar bescheiden, van ik naar wij, van vergelijken naar verbinden en van sturen op inhoud naar sturen op visie en resultaten.

Deze theorie is niet nieuw, maar het dagelijks gedrag van leiders laat vaak anders zien. In ‘Nieuwe leiders gevonden’ worden drie belangrijke sturingselementen besproken: Richting geven, Ruimte bieden, Resultaten vragen (outputgericht sturen). Het bereiken van resultaten wordt bereikt door waardegedreven sturen in plaats van winstgedreven.

Deze omslag in leiderschap vraagt veel van de nieuwe leiders: bescheidenheid betrachten, applaus geven aan de mensen die het verdienen, jezelf niet meer in de picture zetten. Daarvoor is persoonlijk leiderschap en reflectie essentieel: uit je eigen patronen stappen, óók onder druk. De Nieuwe Leider toont leervermogen, durft zichzelf iedere keer opnieuw uit te vinden.

Een uitspraak van één van de gevolgde nieuwe leiders is dat leiderschap in de komende decennia bepaald wordt door korte feedback-loops. Dat is een interessant gegeven omdat er een tendens is naar vertijdelijking van werkrelaties. Jaap Schaveling signaleerde dit al in zijn promotie onderzoek ‘Scoren met interim management’ in 2010 (zie video interview met Schaveling over Leiderschap & Vertijdelijking). Naast tijdelijke interim managers in organisaties, is meer en meer sprake van vaste managers die kortere periodes eenzelfde positie vervullen en daarmee ook tijdelijk leidinggeven. Een korte feedbackloop is juist hetgeen wat interim managers al toepassen, maar maakt dat van hen ook Nieuwe Leiders?

Er is meer nodig: vertrouwen geven, voorbeeldgedrag tonen en verbinden. Met name voorbeeldgedrag is bepalend voor Nieuw Leiderschap. Een medewerker doet namelijk niet wat de baas zegt, maar wat de baas doet! Daarin is leiderschap ook het tonen van kwetsbaarheid. De verbinding in Nieuw Leiderschap uit zich vooral in samenwerking en de zingeving van de organisatie (why in plaats van how en what).

Kan Nieuwe Leiderschap wel in tijden van recessie?

De vraag is of dit Nieuwe Leiderschap ook in de huidige tijdgeest van economische recessie kan bestaan. Is er dan niet juist meer behoefte aan dominantie en masculien leiderschap? Is er wel tijd voor coachen en aandacht? Peeman is van mening dat er inderdaad meer behoefte bestaat aan snelle besluitvorming, maar wel direct op de werkvloer en niet bovenin de organisatie. En dan geldt dat mensen bereid zijn een stapje harder te lopen als ze zingeving ervaren en ruimte krijgen.

Nu het Nieuwe Leiderschap gedefinieerd is, hoe pas je dit dan toe in je organisatie? Na voor diverse organisaties gewerkt te hebben, hadden Roland Hameeteman en zijn business partner Rutger Stekelenburg het idee dat een organisatie ook anders zou moeten kunnen werken. Het viel hen op dat medewerkers veel te maken kregen met onnodige informatielogistiek. Zij startten e-office, een organisatie waarin medewerkers tijd en plaats onafhankelijk konden werken. Zonder hiërarchie, procedures, processen en functies. Werken in een vrije stroom van informatie, kennis en talenten met gedeelde verantwoordelijkheid en vooral vertrouwen. Als een Corporate Brain en in termen van kleuren erg Yellow met veel elementen van het Nieuwe Leiderschap. Maar de praktijk leerde dat een negatief effect van nul controle was dat de kwaliteit niet altijd even goed was. Er vond op den duur vervaging van waarden en normen plaats. Tel daarbij een dalende opdrachtenportefeuille op en dit deed Hameeteman realiseren dat er toch structuur nodig was. De toekomst is weliswaar geel, maar de praktijk is blauw…

De kunst is een optimale balans te vinden tussen twee krachtige elementen: de mens en het proces. Dankzij de menselijke creativiteit (yellow) zijn zij in staat om steeds weer nieuwe oplossingen te bedenken voor de veranderende vraag vanuit de markt en echt te luisteren naar de klant. Met behulp van het proces (blue) weten ze deze oplossingen effectief en efficiënt te maken en waarborgen ze de continuïteit van de organisatie.

Hoe kan jouw organisatie de juiste mix van inventiviteit en structuur bereiken? Om optimaal te kunnen presteren, hebben mensen ruimte nodig om zich te ontwikkelen. Vertrouwen is hierbij de belangrijkste factor. Maar vertrouwen en groei ontstaan alleen als een aantal zaken in de organisatie goed geregeld is, daarvoor zorgt het proces. Daarbij gaat het om sturing en controle, beheersing en procedures. Alleen een goede balans tussen de twee werelden kan een organisatie blijvend succesvol maken. Met zijn yellow & blue-concept laat Hameeteman zien hoe je dat voor elkaar krijgt.

Het betekent in de planvorming aanwijzen waar de creativiteit nadrukkelijk nodig is en vanuit de mens het doel en de organisatie daarvan centraal stellen. Dit vraagt een continu bewustzijn en sturing op richting, ruimte en resultaat. Kortom de 3 R-en van de Nieuwe Leider in een Nieuwe Organisatie!

Meer weten?

Tica Peeman is directeur/eigenaar van trainingsbureau VIStrainingen. Zij traint mensen op het gebied van leidinggeven, communicatie en persoonlijk leiderschap. Zie voor info over de boeken van Tica Peeman haar auteurspagina op Managementboek.nl. Roland Hameeteman heeft in 1991 e-office opgericht, samen met Rutger Stekelenburg. Hij is CEO van e-office en veelgevraagd spreker over organiseren en leidinggeven in de eenentwintigste eeuw. Zie voor info zijn auteurspagina op Managementboek.nl.

Dit artikel is geschreven door Joke Twigt

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties

Frank Kwakman over de ondernemende (interim) professional: ‘De klassieke focus op vakinhoud volstaat niet meer’

Tien jaar kennis en ervaring in de professionele dienstverlening en een aantal eerdere publicaties voor professionals zijn gevat in De ondernemende professional. Frank Kwakman en Cris Zomerdijk schreven het de afgelopen twee jaar. ‘De grote uitdaging voor kenniswerkers is om waarde te blijven creëren in een veranderende markt.’

‘De wereld van de professionele dienstverlening is in jaren niet zo interessant geweest,’ vindt Frank Kwakman. ‘De ontwikkelingen die daar hebben plaatsgevonden waren allesbehalve onverwacht, maar lang niet alle professionals hebben daar goed op ingespeeld.’ De afgelopen tien jaar is de vraag naar hun diensten drastisch teruggelopen. De concurrentie werd heviger en de tarieven kwamen onder druk te staan. Niet alleen organisatieadviseurs, ICT-consultants en interim managers, maar ook accountants en advocaten moesten zien zich in die veranderende markt te onderscheiden en een concurrerende positie in te nemen. Kwakman en Zomerdijk volgden die ontwikkeling op de voet. Zij deden er onderzoek naar, publiceerden er over, en bouwden een bloeiende adviespraktijk op met tal van dienstverleners als klant. Hun aandacht verbreedde zich daarbij van de meer commerciële thema’s uit de begintijd naar de grote vraag die nu aan de orde is: Hoe manage je een professionele dienstverlener in een markt die volop in beweging is?

‘Toegevoegdewaarde-tijd’

We leven in een ‘toegevoegdewaarde-tijd’, zo karakteriseert Kwakman het huidige tijdsgewricht. ‘Tien jaar geleden had je ook zo’n periode. Alles wat bureaus in goede tijden hebben opgebouwd staat dan ter discussie: de relaties met klanten, de kwaliteit van de dienstverlening, de loyaliteit van hun medewerkers. Professionals kunnen vaak maar slecht uitleggen waarom klanten graag met hen in zee gaan. Ik adviseer klanten op het raakvlak van strategie en ICT, zeggen ze dan, of Ik ben advocaat en gespecialiseerd in ondernemingsrecht. Als ze niet verder komen dan zulke nietszeggende, aanbodgerichte uitspraken, vraag ik me af of ze er wel echt over hebben nagedacht. Niet dat ze nu ineens allemaal populaire dingen moeten gaan roepen over herstel van rendement of nieuwe methodes voor risicoanalyse. Dat zou goedkoop zijn. Maar mijn hoop was dat ze na de vorige crisis beter inhoud zouden weten te geven aan die term toegevoegde waarde. Want dat heeft alles te maken met hun klanten en hun business.’

In 2006 werd Kwakman aan Nyenrode Business Universiteit benoemd als bijzonder hoogleraar in het management van professionele dienstverlening. Met Zomerdijk en het Center for Professional Services, waar hij leiding aan geeft, ontwikkelde hij een visie op The professional service firm of the future, wat niet toevallig ook de titel was van de rede waarmee hij zijn benoeming aanvaardde. ‘We formuleerden zeven kenmerken voor toekomstig succes, zoals het beschikken over een unieke reputatie, het opbouwen van partnerships met strategische klanten en continue innovatie van de dienstverlening. Het idee was dat het verschil tussen wel en niet succesvol zijn op de markt van professionele dienstverlening hem zit in de mate waarin bureaus de kenmerken van de dienstverlener van de toekomst weten waar te maken. Was je door de afgelopen periode van economische neergang al in beweging gekomen, dan herkende je deze kenmerken. Dacht je dat het in de markt allemaal zo’n vaart niet zou lopen, dan kreeg je de volgende economische crisis langs om van te leren. Vergelijkbaar met de vorige, maar ernstiger.’

Diversiteit in businessmodellen

Er is dringend behoefte aan nieuwe ideeën over hoe waarde te creëren voor klanten, denken Kwakman en Zomerdijk. ‘Ondernemerschap is meer dan ooit gevraagd, gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis en op het vinden en verbinden van kennis om unieke oplossingen mogelijk te maken. Maar ook ondernemerschap om nieuwe samenwerkingsvormen met klanten te bedenken op basis van gelijkwaardigheid en gezamenlijke ambities. Er wordt ondernemerschap gevraagd bij zelfstandige professionals die hun weg zoeken in een veeleisende markt en dus keuzes moeten maken welke verbindingen zij aangaan en hoe zij zich professioneel willen ontwikkelen. Er wordt ondernemerschap gevraagd binnen bureaus van professionals die voor de uitdaging staan de variatie in de bediening van klantgroepen en markten te herkennen en diversiteit in businessmodellen mogelijk te maken. En er wordt ondernemerschap gevraagd bij de interne professionals en specialisten, dus degenen die werkzaam zijn bij kleinere en grotere organisaties. Hier gaat het om de verbinding met de buitenwereld: collega-professionals en kennispartners met wie zij pro-actief schakelen via netwerken en communities en waardoor zij hun eigen toegevoegde waarde maximaal kunnen inzetten.’

Continue ontwikkeling

Om dat verhaal te onderbouwen en om al die professionele dienstverleners een steuntje in de rug te geven, zetten Kwakman en Zomerdijk zich aan het schrijven een boek dat alle inzichten die zij de afgelopen tien jaar hadden opgedaan moest samenvatten en integreren en dat ook een aantal actuele inzichten bevat. Liefst getoetst aan de praktijk van zoveel mogelijk klanten. Geen geringe opgave, want het terrein was immens. Het resultaat van hun samenwerking, De ondernemende professional.

Het boek opent met een beschrijving van de markt van professionele dienstverlening en een analyse van de eisen die de markt stelt aan professionals en hun ondernemerschap. ‘Voor professionals die ondernemen staat het vak centraal en de ambitie om daarmee klanten te helpen,’ weet Zomerdijk. ‘Hun ondernemerschap staat daarmee in het teken van waardecreatie. Vanuit die optiek laten we zien hoe je als professional in contact komt met die klanten voor wie je ook daadwerkelijk iets kunt en wilt betekenen. Waarde creëren betekent daarna ook dat je inhoud geeft aan relatiemanagement en dat je keuzes maakt voor duurzame samenwerking met strategische cliënten. Hiermee leg je in feite de basis voor je zichtbaarheid in de markt die je in je communicatie zo goed mogelijk ondersteunt. Tenslotte gaat het erom je business zo vorm te geven dat waardecreatie een vanzelfsprekend en duurzaam uitgangspunt voor ondernemerschap is. Daar zijn nieuwe organisatievormen en businessmodellen voor nodig, alsmede continue ontwikkeling van de dienstverlening.’ Verspreid door het boek staan vijfentwintig cases van uiteenlopende professionele dienstverleners die allemaal de afgelopen vijf jaar in beweging zijn gekomen als gevolg van de veranderende markt. Die cases laten zien hoe in de praktijk vorm en inhoud wordt gegeven aan die broodnodige waardecreatie.

Flexibele verbanden

Met ‘De ondernemende professional’ bestrijken Kwakman en Zomerdijk een breed spectrum. Er zijn in Nederland bijna 800.000 professionals werkzaam op HBO/WO-niveau, waarvan 150.000 a 200.000 zelfstandige professionals. De tegenstelling tussen werknemer en ondernemer vindt Kwakman minder belangrijk dan het verschijnsel dat zowel vanuit de bureaus als vanuit de eenpitters steeds vaker wordt gewerkt in communities en netwerken. De zelfstandige professionals gaan verbindingen aan met collega’s en vergroten zo de schaal waarop zij ondernemen, de bureaus verkleinen hun vaste kern en creëren een flexibele schil om de staande organisatie heen. ‘Van het klassieke corporate model wordt in hoog tempo afscheid genomen,’ aldus Kwakman. ‘De toekomst is aan andere, meer flexibele verbanden waarin professionals elkaar vinden. Gevolg is dat het onderscheid tussen intern en extern vervaagt. Opdrachten bij klanten worden steeds vaker gedaan door gemengde teams van eigen kenniswerkers en externen. En iedere professional staat voor de taak zich daarin te profileren, wil hij of zij aan de slag blijven.

Voor de professional betekent dat, legt Zomerdijk uit, dat de klassieke focus op vakinhoud niet meer volstaat om succes te hebben. ‘Je kunt niet overal goed in zijn. Vakmatig moet je je specialiseren, en tegelijkertijd moet je markgericht je scope verbreden. Dus: de organisatie kennen waar je voor werkt, de branche kennen, en verbindingen weten te leggen met andere vakgebieden.’ De verwachting is dat slechts een deel van de professionals als echte zelfstandige verder zal gaan – de specialisten die over unieke kennis beschikken waarvoor klanten hen wel moeten inhuren. De meerderheid moet het van andere, meer marktgerichte capaciteiten hebben. Daarom moet iedere professional en iedere organisatie van professionals bij zichzelf te rade gaan, vindt Kwakman: ‘Waar zit mijn kracht? In het nemen van nieuwe initiatieven? In het leggen van verbindingen? In het organiseren van teams? Of toch in de beste zijn op je vakgebied? Vind uit waar je kracht ligt en ga op zoek naar samenwerkingsverbanden waar je tot je recht komt. Durf daaraan te geven, investeer daarin, bouw die mee op.’

Deze interview van Pierre Spaninks is eerder verschenen op Managementboek.nl. Het boek “De Ondernemende Professional” kunt u hier bestellen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , , | Laat een reactie achter

Zit delen in onze genen? Gesprek over de belemmeringen en kansen van delen van talent en kennis

Delen. Van talenten, van kennis, van informatie. Binnen organisaties, tussen organisaties, tussen individuen. Het lijkt een sleutel voor innovatie en kostenbesparing. Twee actuele thema’s binnen veel organisaties, en zeker ook actueel in de economie rond zelfstandige interim professionals. Er wordt veel samengewerkt tussen interim professionals. Er zijn verschillende initiatieven waarbij organisaties onderling (interim) talent uitwisselen. Delen is leuk, maar in de praktijk ook weer niet altijd even gemakkelijk. Aanleiding genoeg om het thema ‘Delen’ centraal te stellen op het derde ZiPconomy-diner.

Delen. Een actueel thema in de markt van interim professionals en organisaties.

ZiPconomy organiseert twee keer per jaar een netwerk- en discussieavond met onze auteurs, onze partners/sponsors en met een aantal sleutelpersonen uit organisaties die op een innovatieve manier interim professionals inhuren en inzetten. Eén of meerdere trends uit de markt worden dan met elkaar besproken en uitgediept. Het verschillende perspectief van waaruit de aanwezigen spreken (vanuit organisaties, als adviesbureau, bemiddelaar, als zelfstandig interim professional, vanuit de wetenschap) staat garant voor interessante gedachtewisselingen.
Dat het thema ‘Delen’ actueel is in relatie tot ‘zelfstandige interim professionals’ wordt wel duidelijk wanneer we ene aantal initiatieven en trends op een rij zetten:

  • Het aantal samenwerkingsverbanden, structureel of ad hoc, tussen interimmers stijgt. Denk bijvoorbeeld aan de groeiende interesse voor de coöperatie. De kracht van die samenwerking staat en valt bij de bereidheid kennis en kansen in de markt te delen.
  • ‘Flex’ is voor een groeiend aantal organisaties niet sec het inhuren van interimmers. Steeds vaker gaat het om het vergroten van de interne flexibiliteit. Daarvoor is het wel nodig dat lijnmanagement niet meer denkt in ‘mijn mensen’, maar dat ze bereid zijn hun talenten te delen met collega afdelingen. Dan moet kennis over vaardigheden en ambities van dat talent wel bekend zijn en gedeeld worden.
  • De Talenten Managementbank (waarover binnenkort meer op dit blog) is een mooi voorbeeld waarbij de flexibiliteit wordt georganiseerd tussen vier Brabantse ziekenhuizen. Zij gaan hun talent onderling uitwisselen. Dat staat en valt wel bij de bereidheid om dat aanbod van ‘talent’ en de behoefte aan talent (vraag) met elkaar te delen.
  • De gedachte van een ‘community van interim professionals’ rond een organisaties steekt op meerdere plaatsen de kop op. Zo’n community staat of valt met transparantie, delen van kennis en inzicht in elkaars belangen.
  • Het structureel delen van kennis over interim professionals tussen organisaties (beschikbaarheid, kwaliteit) kan een manier zijn om de transactiekosten van inhuur van interim professionals te verlagen, de kwaliteit te verhogen en inzet te versnellen. Een logische gedachte, en toch ook een lastig onderwerp, dat door sommige organisaties wel verkend wordt.
  • WeShareTalent is een voorbeeld van een initiatief in de markt dat het delen van talent tussen organisaties faciliteert en stimuleert.

Delen, dat gaat niet vanzelf. De beperkende factoren.

Voor de aanwezigen op het diner is delen natuurlijk iets van zelfsprekends. Immers ook het ZiPconomy-platform staat en valt met de bereidheid inzichten te delen, kennis ter beschikking te stellen. In kleine kring en aan een groter publiek bijvoorbeeld via artikelen. Vanzelfsprekend als het mag zijn, helemaal vanzelf gaat het ook weer niet. Wat maakt het lastig, wat weerhoudt ons om alles te delen? Het bespreken van situaties in de praktijk levert een aantal punten op.

  • Wederkerigheid. Dat lijkt toch wel het centraal punt. Het ontbreken van wederkerigheid beperkt de bereidheid tot delen. Dat speelt op individueel niveau, maar ook tussen organisaties of intern tussen afdelingen.
  • Angst. In de nodige organisaties ontbreekt het aan ‘vertrouwen’. Ook al is ‘vertrouwen’ een mode-term in de moderne managementliteratuur, in veel organisaties worden procedures juist ook weer aangescherpt. Het ‘blauwe denken’ komt her en der weer op. Dat leidt tot een onderhandelingscultuur en transactioneel handelen. Dat is geen goede voedingsbodem voor ‘delen’.
  • Ego. Een karaktertrek die delen in de weg kan staan. Durf je het aan om een idee te delen, zodat het niet meer alleen jouw idee is, maar een idee van een groep. En word je ego dan wel voldoende beloond? Dat speelt ook tussen organisaties. Er zijn genoeg organisaties die met een zekere arrogantie denken te kunnen overleven zonder hun kennis en talent te hoeven delen.
  • Geld. Wanneer delen waarde gedreven is in plaats van waarden gedreven, dan lijkt het in de praktijk lastig te worden.

Delen: het werkt, het kan, het gebeurt al overal

We zijn allemaal opgegroeid met het idee dat de Amerikanen op de maan geweest zijn door de concurrentiestrijd met de Sovjet-Unie. Maar hoe veel sneller (en goedkoper) zou het gegaan zijn als de denkkracht en middelen bij elkaar gestopt waren? Een aardige gedachte.
Het brengt ons terug naar de kern-vraag. Zit delen wel in onze genen? Ja, is een eenvoudige conclusie. Maar iets als ‘Ego’ zit er ook in. Vertrouwen hebben we in ons, maar wantrouwen ook. Het zit allemaal in ons. De omstandigheden waarin we zitten, zal de bereidheid tot delen groter of kleiner maken.

Wanneer die omgevingsfactoren goed zijn, gaat het bijna als vanzelf. Vertrouwen, geborgenheid, wederkerigheid en transparantie lijken de sleutelwoorden. In het kader van die wederkerigheid werkt een korte ‘feedback-loop’ als een stimulans.

Het delen van talent (binnen een organisatie of tussen organisaties) staat en valt bij oprechte nieuwsgierigheid naar ambities van dat talent. Of het nu de medewerkers in loondienst zijn of de interim professionals die je aan je organisatie wil binden. Ook dat vergt een basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid.

We kunnen er nog een boel over ‘delen’ door filosoferen, over de mogelijk nut en noodzaak. Feit is dat we al de hele dag door delen. Kennis, netwerken, ervaring. Vaak informeel. Het zit gebakken in onze werk, dat geldt zeker ook voor interim-managers en andere zelfstandigen. Social media stelt ons ook in staat om snel en veel te delen. De jeugd gaat daar heel gemakkelijk en eenvoudig mee om. Of te wel, om met Linda Gratton te spreken: “The Future of Work is already here”.

Delen is dus een thema dat al op grote schaal aanwezig is. Ook omdat het begrip ‘bezit’, van ideeën, van kennis, van talent een andere betekenis heeft gekregen. Talent is al lang niet meer van organisaties of van hun managers. Concurrentiebedingen, dikke contracten, opzegtermijnen, in de praktijk is dat allemaal maar papier. Talent kiest zijn eigen weg. Wat nog niet zegt dat je talent (in dienst of als zelfstandige, dat maakt niet uit) niet kan ‘binden & boeien’. Maar wel rond het thema dat voor hen echt belangrijk is: ‘vrijheid’. Binden & boeien rond vrijheid. Dat is nog eens een mooie paradox om dit boeiende onderwerp mee af te sluiten. (Met dank aan de input van alle deelnemers aan het gesprek).

En, tja dat delen ook best verwarrend kan zijn, dat wordt Bert & Ernie ook snel duidelijk.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags , , | 5s Reacties

Power: hoe gebruik ik mijn denkkracht?

De komende weken presenteert Cees Harmsen stapsgewijs het cascademodel uit zijn nieuwe boek Present! dat in april verschijnt. Hierin staan tien p’s van personal branding, die elkaar trapsgewijs beïnvloeden. Na de p’s  van purpose, passie, persoonlijkheid en potentieel nu aandacht voor de vijfde p: power (klik hier voor de eerdere artikelen) 

Power of macht betekent dat je in staat bent om gedrag te beïnvloeden. Dat speelt op twee niveaus: je eigen gedrag en dat van anderen. De eerste vorm heeft te maken met het hanteren van krachtige denkstrategieën die je helpen om je doelen te bereiken en weerstand te bieden aan alles wat je daarvan afhoudt. Daarover gaat deze bijdrage.

De illusie dat we verstandig zijn

Onderzoek heeft aangetoond dat wij mensen dagelijks maar liefst 60.000 gedachten produceren over van alles en nog wat. Voor de meeste mensen geldt helaas dat het overgrote deel van deze gedachten eerder belemmerd is voor het bereiken van zelfgestelde doelen, dan bevorderend. Dit is dan ook precies de reden waarom  het hen zelden lukt om plannen om te zetten in resultaten of hun leven anderszins ingrijpend te veranderen.

De reden van deze beperking ligt in de wijze waarop we ons brein gebruiken. Dat is in één woord illusoir. We koesteren graag de illusie dat we verstandige mensen zijn, die afgewogen besluiten nemen. Maar dat zijn we niet. We zien onszelf graag als stabiel, rechtlijnig en rationeel, maar we zijn eerder instabiel, inconsequent en irrationeel. Hoe vaak gebeurt het niet dat we iets anders zeggen dan we doen ? Hoe vaak maken we geen plannen om er ons vervolgens niet aan te houden?

In Present! ga ik dieper in op deze materie en de werking van ons complexe brein, door aandacht te besteden aan het klassieke conflict tussen het rationele deel en het emotionele deel van ons brein. Hier in  deze korte bijdrage concentreer ik me op de vraag hoe je denkprocessen kunt hanteren die je helpen om jezelf als een krachtige, oprechte en consistente personal brand te manifesteren.

Praktische invulling

Hier volgt een lijst met tips en adviezen die je helpen om je gedachten te sturen in de richting van je personal brand. Ga er mee aan de slag en evalueer na minimaal twee maanden toepassing wat ze je opleveren.

  • Kies een positieve focus. Analyseer regelmatig welke dingen goed gaan in je loopbaan en wat jij daaraan bijdraagt. Vraag jezelf ook af welke signalen of kleine wondertjes erop duiden dat je op de goede weg zit met je personal branding.
  • Door goed na te gaan hoe iets voelt, kun je beter besluiten of iets wel of niet bij je past. Deze oefening helpt daarbij: stel dat je nu het leven leeft van de personal brand die je graag wilt zijn. Hoe ziet je dag er dan uit? Wat doe je voor dingen? Met wie? Waar?
  • Wees duidelijk over je beginsituatie en je einddoel en ga dan aan de slag. Je kunt nu nog niet weten wat je onderweg precies tegenkomt, dus vermoei jezelf niet met eindeloze en vertragende risicoanalyses.
  • Maak een lijst van nuttige gewoontes die je gemakkelijk kunt uitvoeren en die bij elkaar opgeteld een wezenlijke bijdrage leveren aan het opbouwen van je personal brand. Voorbeelden: voortbouwen op voorstellen in plaats van ze te bekritiseren, tijdens discussies helder, duidelijk en vriendelijk je mening geven, afspraken altijd nakomen, verantwoordelijkheid nemen voor vergissingen.
  • Hoewel de aandacht primair moet liggen bij de dingen die goed gaan in je loopbaan, zijn er ook problemen die je moet aanpakken en oplossen. Denk en handel dan vanuit de keuzevrijheid die je altijd hebt en stel jezelf vier vragen:
    • Wat is dit voor situatie?
    • Welke keuze heb ik in deze situatie?
    • Wat voor soort persoon ben ik?
    • Hoe zou iemand als ik in deze situatie ‘moeten’ reageren?

Tot zover dit korte artikel over het versterken van je positieve denkkracht.  Onderschat het niet: een heldere, positieve denkwijze is een eerste vereiste om meer duidelijkheid te krijgen over de richting van je personal brand en de weg die je daarvoor moet bewandelen. Ik werk al jarenlang succesvol met deze aanbevelingen, zowel in mijn eigen leven als in de coaching van anderen.

In de volgende bijdrage over de zesde P van personal branding – presteren –  bespreken we hoe je resultaten creëert door het formuleren van fraaie doelstellingen. Tot dan.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Dood van een interim manager

Hier had ook kunnen staan ‘Dood van een consultant’ of ‘Dood van een verandermanager’. Nu gun ik iedereen een lang en gelukkig leven, maar deze uitspraken vatten beknopt samen wat Joop Vorst op woensdag 14 maart vertelde aan een zaal vol business developers. Joop was door de Vereniging van Business Developers Nederland uitgenodigd om zijn visie te geven op de ontwikkelingen op met name het interim-managementterrein.

Van ‘command and control’ naar ‘mission control’

De tijd van de generalistische interim-manager of consultant die komt binnenvliegen om een probleem op te lossen, nog even wat aandacht schenkt aan de ‘borging’ van de oplossing binnen de organisatie en vervolgens naar de volgende klus vertrekt – die tijd is voorbij. Het gaat dan ook niet goed in de branche, bedrijven van naam en faam vallen om, het exclusieve imago van de interim-manager is aan slijtage onderhevig en het verschil tussen interim managers, verandermanagers en consultants is aan het verdwijnen.

Organisaties kijken tegenwoordig heel anders aan tegen ‘flexibele inzet’. Langzaamaan is de overgang zichtbaar van hiërarchische verbanden op basis van planning en control naar wendbare organisaties met wisselende samenstellingen. Dat gebeurt met een kern van medewerkers en daaromheen naar behoefte ingezette extra capaciteit (kwantitatief of kwalitatief). Geen ‘command and control’ meer, maar ‘mission control’.

Consequenties voor de interim professional

De doorsnee interim manager ziet zichzelf nog graag als een exclusieve eenzaat, met unieke (en duurbetaalde) vaardigheden. Maar het aanbod is intussen enorm, de marktplaatsen, netwerken en platforms schieten als paddestoelen uit de grond en dat heeft gevolgen voor het imago – én de tarieven. Hoe moet je in zo’n markt overleven?

Om te beginnen: niet (meer) vanuit jezelf en je eigen expertise denken, maar vanuit (het probleem van) de klant. Veel klanten vragen niet meer om een ‘vriendelijke beul’, maar om oplossend vermogen. Kennis is geen macht meer, want kennis is overal te krijgen. Waar het vandaag de dag om gaat is welke ervaring iemand heeft en wat hij of zij concreet voor elkaar krijgt – in een wereld waar de ‘rate of change’ hoog is. Het vraagt om een nieuwe manier van werken.

Samenwerken is het parool

Dat kan eigenlijk maar op één manier: samenwerken. Problemen bij organisaties zijn vaak complex en hebben veel dimensies. Het is onwaarschijnlijk dat één interim professional in staat is om dat alleen het hoofd te bieden. Daar komt bij dat het tegenwoordig niet meer zo zeer gaat om ‘het probleem oplossen vóór de klant’, maar om ‘het probleem oplossen mét de klant’. De interim professional zal dus op zoek moeten gaan naar nieuwe vormen van samenwerking: zowel met de klant, als met collega- interim professionals. En hoewel er de komende jaren nog wel vraag zal blijven naar interim professionals die een – tijdelijk – capaciteitsprobleem oplossen, liggen de echte mogelijkheden én de toegevoegde waarde in samenwerking. In onderling verband excelleren wordt de nieuwe schaarse vaardigheid en dat is voor deze branche de meest kansrijke ‘Business Development’: beter denken vanuit het probleem van de klant en oplossingen zoeken door slim samen te werken – snel, wendbaar en effectief.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties

Speelt interim management ook een rol in het MKB?

Als grootste verdienblok in de Nederlandse economie neemt het Midden en Klein Bedrijf (MKB) een prominente positie in. Hoogste tijd voor de nvim om deze branche eens te verkennen op mogelijkheden voor interim managers. Centraal staat de vraag: “Is interim management bedoeld voor en voorbehouden aan grote en complexe (non-profit) organisaties of kan interim management ook in het MKB een rol spelen?”

Diverse onderzoeken wijzen uit dat de publieke sector de grootste opdrachtgever is voor de hoogopgeleide zelfstandige professional. Ook de leden van de nvim zijn daarop geen uitzondering. Een inventarisatie van het ledenbestand eind 2011 leert dat de aangesloten interim managers voornamelijk actief zijn in overheid(nummer 1), gezondheidszorg (nummer 2) en non-profit organisaties (nummer 3). Echter, op deze derde professionaliseringsavond van de nvim vinden we onder de aanwezigen ook leden die actief zijn in industrie en MKB. Herkennen juist zij de mogelijke propositie van de interim manager in het MKB?

Inkijk in het MKB

Gijs Jansen, lid van de nvim en voornamelijk actief in het MKB, is initiator van dit thema. Hij geeft de aanwezigen eerst een korte inkijk in de omvang en diversiteit van het MKB.

Binnen het MKB (< 250 werknemers) zijn in Nederland tussen de 4 en 5 miljoen mensen werkzaam, op Europees niveau is het MKB goed voor 70% van alle banen. Toch ontvangt slechts 12% van het MKB staatssteun in Europa.

Op Google geeft de term interim management ruim 3 miljoen resultaten. Wordt MKB daaraan toegevoegd, dan levert deze combinatie slechts 38.000 hits op. De LinkedIn groep MKBNED kent 3.600 leden. Een mooie vijver om eens in te vissen naar hoe men over interim management denkt. Gijs zette een poll uit met simpelweg de vraag ‘zijn interim managers bruikbaar in het MKB?’

De vraag leverde nul reacties op. Teleurstellend of juist uitdagend? Want als het MKB in opkomst is als opdrachtgever van interim management (ATOS, Interim index 2011), hoe kijkt het MKB dan tegen interim management aan? En meer belangrijk… hoe bereiken we ze?

De bruikbaarheid van interim management

Daarvoor zitten opnieuw drie ervaren opdrachtgevers aan de nvim tafel: Dick ten Hove, partner van Fleet Support en Anton Lankhuizen, managing director bij ATM Trading.

Hans Koster, personeelsmanager bij C1000 leidt een vraaggesprek met beide heren. Hans is zelf als tijdelijke externe ingezet in uiteenlopende situaties en prikkelt de aanwezigen met de stelling “Een MKB inlener is tevreden met een interim manager omdat…..”

Vrijwel direct ontstaat een discussie over kwaliteit, capaciteit en competenties. Maar ook over definities en profilering. MKB ondernemers hebben niets met termen als onafhankelijk, gedragscode, reflectie en professionalisering. Dick ten Hove refereert hiermee aan de website van de nvim, waarop termen staan die de gemiddelde MKB ondernemer het gevoel geven mee te betalen aan de ontwikkeling van de interim manager! Sterker nog, de term manager kan al verkeerde associaties oproepen. De MKB ondernemer ziet zichzelf namelijk vooral als manager, al dan niet terecht.

Als een interim manager zich juist op die rol aanbiedt kan de weegschaal naar de verkeerde kant doorslaan. Deze profilering impliceert iets wat de ondernemer niet wil hebben, wellicht is de term interim consultant of interim professional beter op z’n plaats.

Anton Lankhuizen en Dick ten Hove leren ons dat de interim manager zijn ego moet thuislaten, authenticiteit moet meebrengen en vooral kennis en kunde moet hebben van de branche. Het MKB zoekt een vakman, maar wel één die op hetzelfde niveau als de ondernemer moet kunnen meedenken. De MKB-er heeft behoefte aan objectiviteit, veelal omdat het familiebedrijven zijn. In het MKB heb je rechtstreeks met de directeur/eigenaar te maken, met diens rechterhand en vaak ook met diens levenspartner. Daarom vindt de MKB ondernemer de persoonlijke drijfveer van de interim manager belangrijk, evenals gedeelde interesses, zelfs als dit in de hobby sfeer ligt. Een tip is dan ook voor de interim manager om zijn/haar CV persoonlijker te maken.

De interim manager in het MKB zal ook zijn fee moeten aanpassen. Het MKB wil meer dan grote bedrijven de toegevoegde waarde van de inhuur zien. Het moet absoluut iets opleveren. Of, zoals Dick ten Hove zegt, “de interim manager moet zich niet alleen committeren aan het DNA van het bedrijf, maar ook aan het resultaat, de klinkende munt.” Interessant is dan de optie om een deel van het fee succesafhankelijk te maken.

Bereiken van het MKB

Innovatie en vernieuwing zijn kansen voor het MKB en bieden een kans voor interim managers om daarin te ondersteunen. Niet alleen met een concrete aanpak, maar ook als deskundig klankbord.

Maar hoe bereik je het MKB? Anton en Dick vertellen ons dat de relatie belangrijk is en dat werving veelal via-via gaat. Voorheen was het voornamelijk de accountant die een probleem signaleerde en aangaf dat externe ondersteuning nodig was. Nu zoekt het MKB via het eigen netwerk en als dat niet lukt komt men bij grote searchers uit die specialistische kennis aanbieden.

Kern van de aanbeveling van de twee MKB-ers is: Wil de interim manager kans maken, dan is een lange adem nodig. Investeer in netwerken, op lokaal niveau. Bezoek beurzen en seminars, die overigens uitermate populair zijn onder MKB ondernemers zelf. Verdiep je in de sector of creëer zelf een platform voor en door het MKB. Met de opgedane inzichten selecteert de interim manager uit zijn/haar competenties datgene waarop hij/zij van toegevoegde waarde kan zijn. Hans Koster vat dit mooi samen in de spiegelende vraag: “Welke aanbeveling zou je willen horen over jezelf in het MKB?”

Tekst: Joke Twigt/nvim

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter