Maandelijkse archieven: april 2026

Comité ZZP pleit voor het stoppen van de handhaving op zzp

De overheid zorgt met handhaving zonder duidelijke kaders niet voor zekerheid, maar juist voor onduidelijkheid. Dat stelt het Comité ZZP. Het actiegroep start daarom een nieuwe campagne “Stop de Handhaving”.

Opdrachtgevers worden volgens het comité terughoudend en stellen opdrachten uit, trekken zich terug of stoppen met het inhuren van zzp’ers. Dat doen ze niet omdat het per se verboden is, maar uit angst dat het mogelijk niet is toegestaan.

Volgens Comité ZZP zijn de gevolgen ingrijpend en raken sectoren ontwricht, terwijl opdrachtgevers klem komen te zitten en zelfstandigen hun bestaanszekerheid zien afnemen. De impact is groot, waarbij zzp’ers financieel in de knel raken terwijl de druk via opdrachtgevers wordt opgevoerd. Hoewel dit wordt gepresenteerd als een ‘zachte landing’, ervaren betrokkenen dat allesbehalve zo. Daarnaast wordt er gehandhaafd op basis van verouderde wetgeving die niet aansluit bij de huidige arbeidsmarkt, zo schrijven de initiatiefnemers op hun website

Gevolgen van handhaving voor de samenleving

De maatschappelijke schade is inmiddels duidelijk zichtbaar, stelt het comité. In sectoren die al onder druk staan, neemt de flexibiliteit verder af.

In de zorg leidt dit tot langere wachtlijsten en een hogere werkdruk doordat ervaren krachten vertrekken. In het onderwijs komt de continuïteit in de klas onder druk te staan, terwijl in de kinderopvang het aantal beschikbare plekken afneemt door strikte regels. Ook in de ICT en het mkb vertraagt innovatie, omdat specialistische kennis minder flexibel kan worden ingezet.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 13s Reacties

De grote inhuurmigratie: van DAS naar Broker

Bij grotere aanbestedingsplichtige opdrachtgevers met complexere inhuurvolumes zien we steeds vaker dat zij het Dynamische Aankoopsysteem (DAS) inruilen voor brokeroplossingen of kiezen voor direct sourcing, afhankelijk van de behoefte, wensen en eisen van de opdrachtgever en de inhuurvolwassenheid. Naarmate inhuurvolumes groeien, verschuift de uitdaging van procesinrichting naar centrale regie. En dat heeft goede redenen, omdat je met een DAS meer kans hebt om de grip te verliezen op complexe inhuur met een hoog opdrachtvolume. 

Het DAS laat ruimte voor ongewenste sturing

In theorie is een DAS goed te beheren. De opdrachtgever zet een specifieke opdracht uit en toetst middels verschillende criteria of de aangeboden zzp-kandidaat of gedetacheerde geschikt is. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar uurtarief, competenties en uiteraard naar het gehele cv. De hoogst scorende kandidaat wint. Het proces van een DAS loopt ogenschijnlijk objectief, maar juist bij een hoog volume aan uitvragen gaat het fout. Als Circle8 zien we dat er ruimte is om het DAS naar je hand te zetten als leverancier of tussenpartij, bijvoorbeeld door de cv-templates zodanig in te richten dat hier in de ogen van de opdrachtgever goed op wordt gescoord.

Bij een van onze opdrachtgevers zagen wij namelijk tijdens een migratie dat de lay-out van het cv-template erg specifiek en complex was. Als je daar als leverancier niet aan voldeed, dan werd je inzending direct afgekeurd. De foutgevoelige cv-template gaf ruim baan aan een selecte groep van leveranciers die exact wist aan welke knoppen ze moesten draaien. Als resultaat konden de leveranciers in kwestie structureel een dominante positie innemen. In de praktijk leidt dit tot een beperktere markttoegang en minder effectieve concurrentie tussen leveranciers.

Een ander probleem was het recht op vervanging. Als een leverancier een kandidaat bij opdrachtgever A had geplaatst en opdrachtgever B kreeg ook interesse in de desbetreffende kandidaat, dan kon de kandidaat overgeplaatst worden naar opdrachtgever B. De leverancier hield dan het (contractuele) recht op vervanging bij opdrachtgever A, bijvoorbeeld bij een doorleen-inhuurconstructie (opdrachtgever – leverancier A – leverancier B – gedetacheerde). In dit geval plaatste de leverancier een andere kandidaat bij opdrachtgever A. Dit is geen gewenste situatie. De uitvraag moet namelijk opnieuw naar de markt om te zorgen voor een gezonde marktwerking.

Bij hoge volumes verdwijnt de regie op inhuur

Naast technische obstructies, zoals cv-templates of recht op vervanging, zijn er nog meer factoren die een DAS verre van ideaal maken. Als een DAS uit zijn voegen groeit, zorgt dit voor minder grip op inhuur in de gehele organisatie. Je hebt bijvoorbeeld te maken met heel veel (interne en externe) stakeholders, van leveranciers en zelfstandigen tot inhurende managers, die ieder een eigen belang nastreven. Op het eerste oog niets mis mee, maar dit wordt een probleem voor een organisatie die jaarlijks duizenden werkenden aantrekt. Want door het eigenbelang op microniveau wordt het inhuurbeleid van de opdrachtgever niet altijd consequent uitgevoerd en nageleefd.

Een DAS opereert veelal decentraal. Hierdoor ontstaat beperkt inzicht in wat marktconforme tarieven zijn en ontbreekt centrale sturing op inhuur. Want stel dat je als organisatie een uitvraag hebt voor contractbeheerders. Het DAS geeft beperkt inzicht in marktconforme tarieven en mogelijke prijsverschillen. Een ander voorbeeld is loonsverhogingen. Tijdens migraties van DAS naar broker zien we dat zelfstandigen soms twaalf jaar ‘binnen zitten’. Die hebben inmiddels vier keer een tariefverhoging gehad. Maar vergelijkbare profielen zijn vaak ook beschikbaar tegen tarieven die beter aansluiten bij de actuele markt.

Nu denken de leveranciers en zzp’ers die de brokerdienstverlening nog niet goed kennen, dat de broker er een tientje tussen plakt, maar dat voorkomen we juist. Goed ingerichte brokerdienstverlening geeft een opdrachtgever juist grip op kosten, compliance en daarmee op inhuur. Om tot een juist marktconform tarief te komen, gebruiken we benchmarkdata die wij verkrijgen door een grote pool met leveranciers. Als Circle8 helpen we opdrachtgevers om te sturen op marktconforme tarieven en betere kostenbeheersing, waardoor er gezonde marktwerking ontstaat en er beter gestuurd kan worden op kwaliteit, tarief en continuïteit. Daarbij moet ik wel vermelden dat tariefoptimalisatie altijd wordt afgewogen tegen de kwaliteit van de kandidaat, de bedrijfscontinuïteit en daarmee ook kennisbehoud.

De opdrachtgever pakt de regie terug

De bovenstaande voorbeelden illustreren de tekortkomingen van het DAS, maar welk alternatief biedt de brokerdienstverlening? Of beter gezegd: waarom bewegen grote opdrachtgevers weg van het DAS naar een brokeroplossing? Het grootste verschil is dat een broker een verlengstuk wordt van de opdrachtgever. Juist bij complexe inhuurvolumes verschuift de uitdaging van procesinrichting naar centrale regie.

Waar het Dynamisch Aankoopsysteem enkel een systeem blijft, begeleidt en adviseert een broker de klant binnen de kaders van het inhuurbeleid en de aanbesteding. Dat kan niet enkel door software. Dat vraagt om menselijk oordeel, governance en sturing. Als verlengstuk van de opdrachtgever acteert de broker niet alleen in het belang van de opdrachtgever, maar faciliteert de broker ook de markt door kansen te creëren voor leveranciers en zelfstandigen die eerst niet door het DAS kwamen.

Met een brokeroplossing, zoals Circle8, wordt de opdrachtgever dus regisseur van de (externe) inhuur. Regie houdt in dat je actief kunt sturen op tarieven, compliance, leverancierskeuze en procesinrichting, met inzicht in data en duidelijke governance. Een van de grootste effecten is het ontsluiten van de hele markt: de broker begeleidt en plaatst de uitvraag, en een veel bredere groep leveranciers kan meedoen. De opdrachtgever krijgt, door middel van volledige ontsluiting, betere kandidaten tegen marktconforme tarieven. De broker helpt de opdrachtgever compliant te opereren binnen de gestelde kaders. En de opdrachtgever wordt ontzorgd in het aantrekken en contracteren van kandidaten en betaalt in ruil voor de dienstverlening een fee per uur. De broker doet de contractering, het onderhoud met de markt en werkt nauw samen met de inhuurdesk van de opdrachtgever.

De inhuurdesk blijft het aanspreekpunt voor de interne organisatie en de broker wordt dit voor de markt. Samen met de inhuurdesk werken wij samen om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen. Dit proces kan niet alleen worden overgelaten aan systemen. Het is mensenwerk.

Broker als poortwachter

Je kan de broker beschouwen als een poortwachter en regisseur van de instroom. Vanuit de opdrachtgever hoort de broker dat kandidaten alleen ‘naar binnen’ mogen als de leverancier bijvoorbeeld binnen een bandbreedte van 80 tot 100 euro aanbiedt, afhankelijk van de opdracht. Daarbovenop moeten leveranciers die interesse hebben akkoord gaan met de voorwaarden van de opdrachtgever en die van de broker. Dit zijn geen administratieve formaliteiten, maar voorwaarden die fungeren als sturingsmechanismen. Deze voorwaarden borgen onder andere compliance, ketenbeheersing en risicoreductie. 

Een voorbeeld: de leveranciers moeten een G-rekening hebben en ze mogen alleen kandidaten aanleveren die de afgelopen 24 maanden niet actief zijn geweest bij de desbetreffende opdrachtgever. De broker staat bij de deur en filtert vooraf de partijen, en hierdoor ontstaat een transparanter en beter beheersbaar speelveld voor zowel opdrachtgever als leverancier. Dit betekent ook dat partijen die voorheen een kandidaat voor 125 euro plaatsten, zich moeten verhouden tot de kaders van de opdrachtgever.

De inhuurmigratie: van het DAS naar de brokeroplossing

De (gewonnen) aanbesteding wordt natuurlijk de bron voor de samenwerking met de opdrachtgever. Die samenwerking kan je in vijf fases verdelen. Juist in deze fases wordt het verschil gemaakt tussen een technische overgang en een succesvolle transitie.

1. Gunning en kaderstelling

Steeds vaker worden grote aanbestedingen gegund aan een broker (single broker) of twee brokers. Samen met de opdrachtgever kijken we naar de inhuurkaders van de gunning.

2. Communicatie

Met de kaders in de hand gaat de broker samen met de opdrachtgever beginnen aan de migratie, en dat begint met heldere communicatie naar internen en externen. De opdrachtgever communiceert samen met de broker dat het DAS ophoudt te bestaan.

3. Keuzeproces

Als de leveranciers en zelfstandigen verder willen met de huidige opdracht, dan zullen beide moeten migreren om de opdracht voort te zetten. De partijen moeten dan een van de twee brokers kiezen en in de situatie van single broker gaat alles naar één partij. In dit veranderproces komen er veel vragen naar boven bij zowel leveranciers, zelfstandigen als inhurende managers. Bij een keuze worden de strakker geborgde inhuurkaders en contractuele voorwaarden van de opdrachtgever en de broker geaccepteerd. Denk hierbij aan veranderingen in inhuurconstructies (zoals het vervallen van doorleenconstructies), indexatiemomenten, contractuele bepalingen en voorwaarden rondom overname.

4. Contractmigratie

Na het keuzemoment van leveranciers en zelfstandigen begint de broker met de migratiecontracten, onder leiding van een implementatiemanager en operationeel team. Via onze implementatiemanagers borgt Circle8 snelheid, kwaliteit, continuïteit en goed stakeholdermanagement, en realiseren wij foutreductie. Onze implementatiemanagers pakken het Dynamisch Aankoopsysteem als basis om de migratiecontracten om te zetten. De implementatiemanagers zijn essentieel, want zij vertalen de inhuurkaders naar een succesvolle migratie. 

Parallel aan de migratie beginnen de recruiters aan brokerzijde met de nieuwe uitvragen van de opdrachtgever. De klant blijft behoefte hebben aan allerlei profielen bovenop de migratiecontracten. De leveranciers waar wij mee werken zijn doorgaans bekend met brokerconstructies. Heldere communicatie en duidelijke afspraken zorgen ervoor dat de migratie beheersbaar en voorspelbaar verloopt.

5. Livegang en operatie

Na livegang vloeit de migratie over in de dagelijkse operatie, waarbij de broker de uitvragen naar de markt begeleidt en passende kandidaten aandraagt. De uitvraag verschijnt op de markt en de broker levert een of twee kandidaten aan waarmee de inhurende manager een gesprek voert. In deze benadering ontsluit de broker de markt breder; er wordt rekening gehouden met het tarief en wat de klant specifiek uitvraagt. 

Daarnaast borgt de broker dat kandidaten voldoen aan de gestelde compliance-eisen, waarbij compliance een gedeelde verantwoordelijkheid is binnen de keten. Daarin is een broker, zoals Circle8, een verlengstuk van de opdrachtgever, met als resultaat dat elke stakeholder (intern en extern) voldoet aan de uitgezette inhuurkaders van externe inhuur, conform de aanbesteding. De nieuwe en gecentraliseerde aanpak geeft de opdrachtgever grip op tarieven, compliance en markttoegang, en zorgt voor minder ruis en kortere lijnen. Uiteindelijk ontstaat grip op inhuur niet uit systemen alleen, maar uit centrale regie, duidelijke kaders en actief leveranciersmanagement.


Over de auteur

Ghiel Wijdeven is Client Manager bij Circle8. In dit artikel beargumenteert hij waarom grotere opdrachtgevers met honderden contracten, steeds vaker kiezen voor brokeroplossingen.

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 6s Reacties

ZiPexplainer: rechtsvermoeden van werknemerschap

Op 21 april stemde de Tweede Kamer in met de wet rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers met laag uurtarief. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Onder een bepaalde grens, vermoedelijk 39 euro per uur, kunnen zelfstandigen bij de rechter stellen dat zij feitelijk werknemer zijn en daarmee aanspraak maken op werknemersrechten. 

Dit wil niet zeggen dat werken onder dit tarief niet meer mag, maar opdrachtgevers en werkende worden op deze manier gestimuleerd om onder dit tarief vooraf kritisch te kijken naar de aard van de samenwerking. 

In deze ZiPexplainer leggen we je uit wat deze wet precies inhoudt.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

RAI Amsterdam en Shifter winnen Total Talent Management Award 2026

RAI Amsterdam is de winnaar van de Total Talent Management Award 2026, die op 16 april werd uitgereikt tijdens de Total Talent Summit in Breda. De winnende aanpak werd gerealiseerd in samenwerking met Shifter, onder leiding van Gijs-Jan van Het Kaar. Hij nam de award samen met Jeroen Leuven, coördinator flexmanagement bij RAI, in ontvangst. 

De jury bekroonde de case vanwege de manier waarop de evenementenorganisatie vast en flexibel talent integraal samenbrengt in één strategie. Volgens de jury onderscheidt de case zich door de schaalgrootte, de integratie van planning en talentmanagement en de focus op individuele medewerkers binnen een grootschalige operatie.

De award geldt als erkenning voor het meest inspirerende praktijkvoorbeeld van Total Talent Management in Nederland en is een initiatief van Zipconomy, Nextconomy en Werf&. Naast RAI Amsterdam waren ook Alliander, UCB en WirelessCar genomineerd.

Van inhuur naar talentstrategie

Centraal in de bekroonde case staat ‘workforce orchestration’: het actief sturen op de inzet, ontwikkeling en kwaliteit van zowel vast als flexibel personeel. Voor RAI Amsterdam is dat geen luxe. De organisatie ontvangt jaarlijks zo’n 1,5 miljoen bezoekers, verspreid over meer dan 100 internationale evenementen. “Deze ontvangst vergt elke dag opnieuw een topteam op maat”, zei Van Het Kaar eerder bij de presentatie van de case aan de jury.

Hij hielp de Amsterdamse evenementenorganisatie het afgelopen jaar om meer continuïteit te realiseren in kwalitatief operationeel personeel en flexibele medewerkers integraal onderdeel te maken van de beleving.

Waar flexibele inzet traditioneel vaak wordt benaderd als een kwestie van inkoop (P x Q), kiest RAI bewust voor een andere benadering. “Je kan mensen niet inkopen,” zei Van Het Kaar bij het in ontvangst nemen van de award. “Het aandacht geven en sturen op kwaliteit zorgen ervoor dat je minder mensen nodig hebt en dat bezoekers een veel betere beleving hebben.” 

Datagedreven sturen op kwaliteit

Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het systematisch verzamelen van data. Inmiddels wordt na 96 procent van de shifts een medewerker beoordeeld. Dat levert jaarlijks meer dan 25.000 evaluaties op. Die data worden ingezet voor meerdere doelen: van persoonlijke ontwikkeling en het samenstellen van voorkeurspools tot operationele dashboards en periodieke (verbeter)gesprekken met leveranciers van flexibele arbeid.

Ook de manier waarop talent wordt herkend, is veranderd. Waar dat eerder afhankelijk was van individuele observatie, wordt dit nu geautomatiseerd via dashboards. Daarmee wordt een bekend probleem aangepakt: dat juist de beste flexkrachten vaak als eerste vertrekken als hun kwaliteit niet wordt gezien.

Aandacht voor de medewerker

Naast technologie speelt ook de persoonlijke benadering een belangrijke rol. Zo investeerde RAI in een Hospitality Crew Centre, waar medewerkers persoonlijk worden ontvangen en voorbereid op hun werkdag. Deze combinatie van data en aandacht moet bijdragen aan hogere kwaliteit én meer binding. Volgens Van Het Kaar leidt dat ook tot concrete resultaten: een groeiend aantal flexibele medewerkers stroomt door naar een vast dienstverband bij RAI Amsterdam.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

Interim-tarieven stijgen, maar de oorzaak is niet wat je denkt

De gemiddelde tarieven in de interim-markt lopen op, maar dat komt niet doordat opdrachtgevers meer betalen voor dezelfde profielen. De oorzaak zit in de samenstelling van de vraag: organisaties zoeken vaker senior, specialistische en projectmatige rollen, terwijl meer operationele opdrachten achterblijven. 

Dat blijkt uit de Planet Interim Index Q1 2026, gebaseerd op een analyse van duizenden interim-opdrachten en matches.

“Wat in Q1 2026 duidelijk wordt, is dat de trend die we in 2025 al zagen zich voortzet: de tariefsindicatie die opdrachtgevers afgeven loopt op. Maar dat komt vooral doordat de vraag verschuift,” zegt Niels van Berkel van Planet Interim. “Het beeld van ‘stijgende tarieven’ klopt, maar de oorzaak zit in de samenstelling van de vraag, niet alleen in prijsdruk.”

Verschuivingen binnen vakgebieden

Op hoofdlijnen oogt de markt stabiel. IT blijft met bijna 30% van alle opdrachten veruit het grootste vakgebied, bij 14% gaat het op opdrachten in het segment Directie & Strategie, dat cijfer blijft stabiel. 

Maar binnen de vakgebieden beweegt het wel degelijk. Bij Finance daalt het aandeel van administratieve rollen fors — van 42,6% naar 35,1% binnen het vakgebied — terwijl planning, control en audit terrein winnen. Dat vakgebied kent ook de grootste tariefkloof: gemiddeld €84 indicatief tegenover €135 wenstarief. Bij Marketing, Sales & Communicatie verschuift de vraag van brede communicatierollen richting customer service en sales. En Bouw & Techniek, een van de weinige vakgebieden dat op totaalniveau groeit (van 11,6% naar 13,1%), laat een opvallende toename zien van projectmanagementrollen.

“Die verschuiving is niet alleen zichtbaar op totaalniveau, maar ook binnen vakgebieden,” aldus Van Berkel. “Binnen dezelfde domeinen verschuift de vraag naar andere typen rollen — bijvoorbeeld meer project- en controlrollen binnen Finance en meer projectmanagement binnen Bouw & Techniek.”

Tariefkloof blijft staan

In alle zes grootste vakgebieden blijft een forse kloof bestaan tussen wat opdrachtgevers indicatief afgeven als mogelijk tarief en wat interim-professionals zelf als gewenst tarief opgeven. Die kloof varieert van €20 bij HR tot meer dan €50 bij Finance. Dit patroon is overigens niet nieuw, die kloof ziet Planet Interim al jaren. 

Bron: Planet Interim Index Q1 2026

Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter

Brede Kamersteun voor wet rechtsvermoeden bij laag uurtarief

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) debatteerde woensdag over het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Hoewel veel Tweede Kamerleden vragen hadden over de praktische uitvoering, kan hij rekenen op brede steun voor de mogelijkheid voor zelfstandigen om werknemerschap op te eisen bij de rechter.

Wat houdt de wet in?

Zelfstandigen met een uurtarief van minder dan 38 à 39 euro kunnen straks eenvoudig bij de rechter claimen dat zij werknemer zijn. Zij hebben dan dezelfde rechten als werknemers in loondienst. Is de opdrachtgever het er niet mee eens? Dan moet hij bewijzen dat het toch gaat om zelfstandig ondernemerschap.

Geen verbod en geen minimumtarief

Aartsen: “Het is geen minimum- of maximumtarief: je kunt ook onder de 38 euro werken als zzp’er, want we passen de regels voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie niet aan. Uiteindelijk moeten we elk geval apart beoordelen op basis van de Uber- en Deliveroo-criteria.”

Tijdens het debat benadrukte Aartsen nog eens: het is een ‘facultatief instrument’. Dat wil zeggen dat alleen de werkende zelf of een vertegenwoordiger van de werkende er een beroep op kan doen bij de rechter. Instanties zoals de Belastingdienst, Arbeidsinspectie en het UWV kunnen er niets mee.

Zzp’er onderbouwt zelf het tarief

“De werkende moet zelf bewijs aandragen van het uurtarief”, legde hij uit. “Dat kan eenvoudig, want hij weet zelf hoe hij zijn uren heeft besteed en welk bedrag hij heeft ontvangen. Het tarief is op die manier ook bruikbaar als iemand op basis van een project- of stukprijs werkt.”

‘Vooral preventief’

De minister verwacht dat het rechtsvermoeden een sterke preventieve werking heeft, omdat zowel opdrachtgevers als werkenden hierdoor vooraf kritischer kijken of iemand echt mag werken als zelfstandige.

“Door de bewijslast naar de werkgever te verleggen, moet deze zich afvragen of de constructie juridisch standhoudt”, zei hij. “Zo niet, dan is een arbeidsovereenkomst de logische stap. Omdat de werkende hiermee ook sterker staat bij de rechter, wordt het een zeer effectief instrument om schijnzelfstandigheid tegen te gaan.”

Het rechtsvermoeden is een ‘steun in de rug’, zei Aartsen. “De uitgangspunten van de Zelfstandigenwet worden straks leidend. Tot die tijd gelden de criteria uit het Deliveroo-arrest en de Uber uitspraak.”

Lees hier meer over de critera om te werken als zelfstandigen.

Losgeknipt om snel in te voeren

Het rechtsvermoeden van werknemerschap was oorspronkelijk onderdeel van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). In het regeerakkoord stond al dat het kabinet niet doorgaat met de VBAR, maar wel met het rechtsvermoeden.

Ondertussen gaat Aartsen (VVD) verder met het uitwerken en invoeren van de Zelfstandigenwet, een eerder door hem geïnitieerd wetsvoorstel dat duidelijkheid moet scheppen over het inhuren van zzp’ers.

Dinsdag stemmen, in 2027 van kracht

Aartsen ‘knipt’ het rechtsvermoeden dus los van de rest, om het snel in te voeren. Streefdatum: 1 januari 2027. Kamerleden steunen hem in zijn ambitie om vaart te maken: zij stemmen volgende week dinsdag al over de moties, amendementen en de wet.

Wie zijn de voorstanders, tegenstanders en welke vragen moet de minister nog beantwoorden? Een overzicht.

De voorstanders

Aartsen kan rekenen op brede steun voor het wetsvoorstel. Zijn eigen partij (VVD), D66 en PVV waren tijdens het debat vol lof over het rechtsvermoeden. Stephan Neijenhuis (D66) noemde de koers van het kabinet ‘een verademing’ en steunt de wet als een middel om kwetsbaren te beschermen en duidelijkheid te scheppen.

Zijn enige verbeterpunt: indexeer op basis van het cao-loon in plaats van minimumloon. “Dat maakt wetgeving eenvoudiger”, zei Neijenhuis. “Soms wordt het minimumloon namelijk beleidsmatig verhoogd of verlaagd. Ik wil niet dat dit rechtstreeks effect heeft op het uurtarief van het rechtsvermoeden.” Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) vond dat onzin. “Ik kan me niet herinneren wanneer het minimumloon voor het laatst is verlaagd. Volgens mij is het zo heel duidelijk.”

Hoge drempel om naar de rechter te stappen?

Patijn maakt zich wel zorgen over hoe makkelijk het is voor schijnzelfstandigen om aanspraak te maken op het rechtsvermoeden. Ook Neijenhuis, Maikel Boon (PVV) en Elles van Ark (CDA) stelden daar vragen over. Is de drempel om naar de rechter te stappen niet te hoog voor kwetsbaren? Hoe wil de minister zorgen dat iedereen ook weet dat dit rechtsvermoeden bestaat? Kunnen ook vakbonden of pensioenfondsen namens werkenden het recht opeisen?

Aartsen benadrukte nogmaals dat hij hoopt dat de maatregel werkgevers en werknemers vooral aan het denken zet over hun samenwerking. Volgens hem is de wet een ‘flinke steun in de rug’ voor de kwetsbare zelfstandige. Verder beaamt hij dat vakbonden en pensioenfondsen in theorie inderdaad namens de werkenden naar de rechtbank kunnen.

Aartsen onderzoekt handhaving Arbeidsinspectie

Patijn vroeg of het toch niet mogelijk is of de Arbeidsinspectie erop kan handhaven. Aartsen denkt van niet. Toch beloofde hij haar om de mogelijkheid te onderzoeken. 

Platformwerk voor jongeren

André Flach (SGP) vreest dat jongeren door de tariefgrens geen kans meer hebben om als zzp’er te werken, bijvoorbeeld via platformen als Temper of YoungOnes. Hij stelt voor om een leeftijdsstaffel in te voeren om platformwerk voor jongeren toegankelijk te houden. Flach kreeg nauwelijks bijval van de andere Kamerleden. 

Ook de minister vindt deze uitzondering onnodig: “Je kunt blijven bijverdienen via platformen, ook onder de 38 euro per uur”, zegt hij. “Het gaat erom dat je voldoet aan de wet rondom werken als zelfstandige. Als jouw overeenkomst voldoet aan de Uber- en Deliveroo-criteria, is er niets aan de hand.” 

Hij beloofde dit duidelijk te maken in de voorlichtingscampagne ‘Zo kan zzp wél’.

De tegenstanders

Drie partijen zijn tegen het wetsvoorstel of hebben sterke twijfels: Forum voor Democratie (FVD), Groep Markuszower en JA21. Simon Ceulemans (JA21) vindt de wet ‘disproportioneel’ en vreest dat het de contractvrijheid en het ondernemersklimaat beschadigt, maar geen extra duidelijkheid biedt. “Het is een flink uitgekleed overblijfsel van VBAR”, zei hij. “Het is slechts pleisters plakken en neemt de onzekerheid in de markt niet weg.”

Pepijn van Houwelingen (FVD) vindt dat het contractvrijheid aantast. “De overheid vertrouwt volwassen burgers niet meer om eigen afspraken te maken.”

Tijdspad van de Zelfstandigenwet

Tot slot vroegen Kamerleden naar de planning van de Zelfstandigenwet. Aartsen schat dat hij het nog een half jaar duurt om de wet uit te werken. Hij wil de wet eind 2026 naar de Raad van State sturen, zodat hij hem – na behandeling in de Tweede en Eerste Kamer – op 1 januari 2028 kan invoeren. 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 3s Reacties