Wet TTA raakt zzp-bemiddeling niet direct, maar onwetendheid is geen optie Geplaatst 5 maart 2026 door ZiPredactie De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wet TTA) verandert het speelveld voor de flexbranche ingrijpend. Toch heerst er veel verwarring over de vraag of de wet ook geldt voor bureaus die zzp’ers bemiddelen. Het korte antwoord: meestal niet. Maar dat is niet het hele verhaal. Wat regelt de Wet TTA? De Wet TTA introduceert een toelatingsstelsel voor organisaties die hun arbeidskrachten ‘ter beschikking stellen’ aan klanten, de zogenoemde inleners. Alleen partijen (de uitleners) die aan strenge eisen voldoen en beschikken over de juiste certificaten, mogen de markt betreden. Na 1 januari 2027 mogen inleners alleen nog zakendoen met toegelaten bureaus die in het toelatingsregister staan. Wie dat negeert, riskeert aanzienlijke boetes. Vaak wordt gedacht dat de Wet TTA alleen op uitzendbureaus van toepassing is. Dat is onjuist. De wet geldt voor alle dienstverleners die arbeidskrachten ‘ter beschikking stellen’ en waarbij deze medewerkers onder leiding en toezicht van de opdrachtgever werken. Het gaat dus niet alleen om uitzendbureaus, maar ook om detacheerders, IT-bedrijven, consultancybureaus en financiële dienstverleners, zolang hun medewerkers tijdelijk onder leiding en toezicht van opdrachtgevers staan. Lees ook: Wtta en schijnzelfstandigheid – hoe zit dat en wat moeten inleners ermee? De kern van zzp-schap is dat iemand niet onder leiding en toezicht werkt. Daarmee vallen zzp-bemiddelaars meestal buiten de Wet TTA. Op het eerste gezicht lijkt het dus duidelijk: de wet raakt dit segment niet direct. Waarom het toch relevant kan zijn Toch is het belangrijk dat intermediairs van zzp’ers de Wet TTA goed kennen. Dit zijn de drie belangrijkste redenen. Perceptie bij opdrachtgevers: hoewel het onderscheid tussen externen die ‘ter beschikking worden gesteld’ en zzp’ers helder is, is het de vraag of opdrachtgevers dit ook zo ervaren. Begrijpen ze het verschil of verwachten zij dat alle bureaus in het toelatingsregister staan? Controles op schijnzelfstandigheid: of een zzp’er echt zonder leiding en toezicht werkt kan ter discussie staan. Als bijvoorbeeld de Belastingdienst concludeert dat een werkende via een bureau toch niet als zzp’er kan worden aangemerkt, valt het bureau automatisch onder de Wet TTA. Dit kan een domino-effect veroorzaken: het bureau voldoet niet alleen niet aan zzp-regels, maar omdat het niet is toegelaten ook niet aan de Wet TTA. Alternatieve contractvormen: door de controles op schijnzelfstandigheid wordt vaker gekozen voor tijdelijke dienstverbanden of payrollconstructies. In dat geval kan het verstandig zijn om alvast te voldoen aan de Wet TTA, zodat alle opties open blijven. De Wet TTA kan dus een grotere invloed hebben op zzp-bemiddeling dan op het eerste gezicht lijkt. Niet omdat de wet direct op bemiddelaars ziet, maar omdat zij de spelregels in de keten verandert. Meer transparantie, scherpere contractvormen en strengere controles op schijnzelfstandigheid raken ook dit segment. In de onderstaande video wordt dit nog eens uitgelegd: Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags schijnzelfstandigheid, wtta, zzp | Laat een reactie achter
SOW-beheer zonder rompslomp: zo help je de inhurende manager en de organisatie Geplaatst 4 maart 2026 door ZiPredactie “Inhuur via Statement of Work (SOW) wordt populairder en is vaak zinvol, maar brengt zonder goede controle hoge kosten met zich mee”, zegt Rens de Deugd, manager van het EMEA-productmanagementteam bij Magnit Global. Als onafhankelijk inhuurspecialist ondersteunt Magnit Global organisaties bij het centraliseren en beheersen van externe inhuur. Zo ook SOW. “Zorg dat jouw organisatie SOW gebruikt zoals het bedoeld is. Tijdens de Webinar Week laat ik zien hoe.” De Deugd verzorgt namelijk een interactieve sessie over inzicht en controle op SOW in jouw organisatie via een Vendor Management System (VMS). Meld je nu kosteloos aan voor het webinar op woensdag 11 maart, van 13:30 tot 14:15 uur. Verkapte inhuur “Het is een zeer actueel en belangrijk thema voor HR-managers, inkopers en inhurende managers”, zegt De Deugd. Hij ziet dat SOW de laatste jaren vaker wordt gebruikt, maar lang niet altijd met de juiste motieven of op de goede manier. “Soms gebruiken inhurende managers het simpelweg omdat ze geen goedkeuring krijgen voor vacatures of normale inhuur”, zegt hij. “De behoefte is er, het budget ook en dus lossen ze het zo op. Maar dit is verkapte inhuur en dat is risicovol.” De risico’s Bij SOW ontbreken namelijk de controles op bijvoorbeeld schijnzelfstandigheid die bij normale opdrachten wel gelden. Ook kunnen de kosten onverwacht oplopen. “We zien dat leveranciers vaak hogere tarieven rekenen voor SOW”, legt hij uit. “Het argument is dat zij helemaal verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat. In de praktijk verlopen die opdrachten lang niet altijd zo. Als er iets misgaat of de opdracht uitloopt, worden de extra uren vaak alsnog in rekening gebracht.” Wanneer inhuren via SOW? Volgens De Deugd is een opdracht via SOW vooral geschikt voor klussen waarbij de leverancier echt de resultaatverplichting kan dragen. “Als hij de opdracht helemaal zelfstandig kan doen en een duidelijk eindresultaat oplevert, dan is SOW uitermate geschikt,” zegt hij. “Als iemand tijdens de opdracht afhankelijk is van interne medewerkers of moet meedraaien in teams, dan is klassieke inhuur passender.” Grip op SOW met een VMS Het lastige is dat SOW-opdrachten nu vaak buiten HR om lopen. In het webinar laat De Deugd zien dat controle krijgen makkelijker is dan de meeste klanten denken, namelijk door een Vendor Management System (VMS) in te zetten. Dit is centrale software waarmee je je volledige flexibele schil kunt beheren: van zzp’ers en uitzendkrachten tot consultants. De technologie van het Magnit-VMS is specifiek uitgebreid om SOW te ondersteunen. “Je kunt lichtvoetig beginnen en de regie bij de uitvoerder laten”, zegt De Deugd. “Het VMS helpt de inhurende manager met administratie en laat hem de juiste processen volgen. Op die manier zie je hoeveel je uitgeeft aan SOW en waar deze mensen precies zitten, zonder dat je meteen de discussie aangaat over de wenselijkheid ervan.” Win-win: help de inhurende manager, krijg data Je verzamelt eerst data, later kun je op basis daarvan vervolgstappen zetten. “Het is win-win: jij krijgt inzicht, de manager behoudt de controle en ziet ook sneller welke contractvorm geschikt is”, zegt De Deugd. Tijdens het webinar demonstreert hij live hoe het platform helpt om inzicht te krijgen zonder dat er schokkende veranderingen nodig zijn. “Ik maak het heel tastbaar en dat is hard nodig”, zegt hij. “Over SOW wordt namelijk te veel geschreven en gepraat, maar weinig bedrijven zetten concrete stappen om controle te krijgen. Ik maak het praktisch en concreet.” Kijk hier het webinar ‘Krijg inzicht en controle op SOW’ van Magnit Global terug: Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags magnit global, sow, vms, webinar week | Laat een reactie achter
Publiek geld en brokerconstructies: tijd voor een volwassen prijsdiscussie Geplaatst 3 maart 2026 door Rémon van Buuren Er was opvallend weinig aandacht voor, maar begin december deed het hof uitspraak in het hoger beroep rond de aanbesteding van de gemeente Deventer. Dit gaf antwoord op de vraag: mag je bij een broker- of MSP-aanbesteding uitsluitend gunnen op basis van de fee? In het kort geding werd eerder aangevoerd dat hiermee niet wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Dit risico ontstaat als je alleen de fee beoordeelt en de daadwerkelijke inhuurkosten buiten beschouwing laat. De Commissie van Aanbestedingsexperts wees daar eerder ook al op (bron: CvAE-advies 659). Geen wijziging bij uitkomst hoger beroep Ook in hoger beroep kreeg de gemeente gelijk. Volgens het hof ging de aanbesteding primair over de selectie van een broker. Bij het subgunningscriterium prijs werd daarom alleen de fee beoordeeld. De uurtarieven maakten geen deel uit van het prijscriterium, maar werden betrokken bij de kwaliteitsbeoordeling. Daarmee zijn de uurtarieven niet buiten beschouwing gelaten, maar indirect meegewogen. Via het kwaliteitscriterium en de conformiteitenlijst kan de gemeente de broker na gunning houden aan de hierover gemaakte afspraken. Dat vond het hof voldoende. Oordeel voorzieningenrechter: ‘indirect’ beoordelen uurtarief De voorzieningenrechter had in november 2024 al geoordeeld dat de gekozen beoordelingsmethodiek niet in strijd is met de regels en beginselen van het aanbestedingsrecht. Uurtarieven hoeven niet in het prijscriterium te zitten, zolang zij aantoonbaar onderdeel zijn van de kwaliteitsbeoordeling. Voorbeelden bij deze aanbesteding waren het uitvoeren van benchmarks, tariefonderhandelingen en een uitgewerkte aanpak om marktconformiteit van uurtarieven te toetsen. Dit biedt uiteraard geen garantie voor tarieven die in lijn zijn met de markt. De rechter stelde dat je pas echt kunt vaststellen of totale inhuurkosten marktconform zijn op het moment dat een concrete aanvraag wordt uitgezet. Dan vergelijk je daadwerkelijke kandidaten en hun tarieven en kun je de beste prijs-kwaliteitverhouding vaststellen, niet eerder al tijdens de aanbesteding. Bijzonderheid marktmodel voor inhuur Vanuit aanbestedingsperspectief is een broker- of MSP-constructie bijzonder. Vrijwel alle inhuur wordt gebundeld in één contract met een partij die het inhuurproces organiseert, van werving tot facturatie. De daadwerkelijke mededinging voor het leveren van de kandidaat verschuift daarmee naar de uitvoeringsfase. Dit verschilt wezenlijk van een inhuurmodel met voorkeursleveranciers, waar deze mededinging plaatsvindt tijdens de aanbesteding of via mini-competities. Bij de selectie van meerdere voorkeursleveranciers speelt de discussie over gunnen op totale inhuurkosten meestal niet. Hierbij wordt vaak op kwaliteit gegund, waarbij de uiteindelijke selectie op EMVI plaatsvindt in de mini-competitie. Vanwege dit specifieke karakter moet de aanbesteding zorgvuldig worden ingericht. Onafhankelijkheid van de broker of MSP, brede toegang tot aanvragen en transparantie over tarieven en leveranciers zijn essentieel. Juist ook gezien de hoeveelheid publiek geld dat met deze inhuur gemoeid is (zie ook artikel: Publieke inkoop flexibele arbeid stijgt naar bijna €15 miljard in 2025). Welke prijsmodellen zien we in de markt? In aanbestedingen voor inhuur via het marktmodel zie je grofweg drie varianten terugkeren. Elk prijsmodel kent eigen afwegingen, met duidelijke voor- en nadelen: 1. Gunnen op alleen de fee Overzichtelijk en goed vergelijkbaar, maar zegt niets over het uiteindelijke inhuurtarief dat de inlener betaalt. Bij dit model geeft de broker bij de aanbesteding uitsluitend de fee op. Dit is de vergoeding voor het uitvoeren van een procesvraag. De broker,of MSP brengt vraag en aanbod samen en neemt een deel van de inhuurfunctie uit handen. De fee weegt meestal beperkt mee in de totale gunningsbeslissing, omdat het slechts een klein deel vormt van de totale inhuurkosten. En precies daar ligt de kern van het probleem dat in de eerder genoemde rechtszaak is aangevoerd. De uiteindelijke prijs die voor inhuur wordt betaald, speelt geen directe rol bij de beoordeling van het prijscriterium. De kwaliteit en meerwaarde van een broker – bijvoorbeeld door een sterk netwerk of het kunnen realiseren van scherpere tarieven – komen niet direct en kwantitatief terug in de beoordeling van het prijscriterium. 2. Gunnen op zowel fee als eindtarief Compleet, maar ook complexer en gevoeliger voor strategische inschrijvingen. In dit model biedt de inschrijver zowel de fee als de eindtarieven aan. Dat oogt compleet, maar is in de praktijk complex. Tarieven verschillen namelijk sterk per functie, specialisme en senioriteit. Het vooraf vastleggen tegen welke tarieven op termijn geleverd kan worden is moeilijk voorspelbaar. Bij dit model is het vaak mogelijk in te schrijven met tarieven per profiel of doelgroep. Inschrijven met lagere uurtarieven vergroot de winkans en stimuleert strategisch inschrijven. Dit vraagt om actieve sturing en controle op wat is aangeboden tijdens de uitvoering. Gebeurt dit niet, dan verliest het model zijn doel en worden de opgegeven eindtarieven vooral een papieren exercitie zonder echte impact op kosten of marktwerking. 3. Helemaal niet op prijs gunnen (100% kwaliteit) Aantrekkelijk als je de discussie over tarieven wilt vermijden, maar dit model kan de neutraliteit van de leverancier negatief beïnvloeden. Zowel fee als eindtarief maken bij dit model geen deel uit van de inschrijving. Omdat bij een EMVI-aanbesteding altijd een prijscomponent vereist is, wordt hierbij gewerkt met een tarievenboek. Alle eindtarieven die tijdens de uitvoering worden gehanteerd, moeten binnen de daarin vastgestelde bandbreedtes blijven. Het maximeren van de fee voorkomt in dit model buitensporige marges, maar introduceert ook een risico. De vergoeding van de broker of MSP is namelijk gekoppeld aan het uurtarief van de kandidaat die uiteindelijk wordt geplaatst. Daarmee ontstaat een direct financieel belang bij de keuze voor een duurdere of juist goedkopere kandidaat. Hoe lager het uurtarief, hoe hoger de fee. In de regel stimuleert dit scherpe tariefonderhandelingen. Tegelijkertijd kan die financiële prikkel de onafhankelijkheid van de broker onder druk zetten. Dat schuurt met de neutrale rol die binnen het marktmodel noodzakelijk is. Gunnen op enkel de fee blijft gangbaar In 2024 en 2025 zijn 99 aanbestedingen gepubliceerd voor inhuur via het marktmodel. Hierbij wordt doorgaans één broker of MSP gecontracteerd die samen met toeleveranciers de aanvragen invult. Uit analyse van de PIFA-monitor blijkt dat bij zeventig procent van deze trajecten uitsluitend op de fee is gegund. Is die keuze ingegeven door eenvoud of omdat dit prijsmodel daadwerkelijk het beste aansluit bij de gevraagde dienstverlening? De verwachting is dat de recente rechtspraak weinig aan dit cijfer zal veranderen. Gunnen op enkel de fee blijft vooralsnog de dominante praktijk. Het juiste prijsmodel: beloon de dienstverlening die je werkelijk vraagt Broker- en MSP-dienstverlening is geen standaard inkoopproduct. Wie kiest voor inhuren via het marktmodel kiest voor het uitbesteden van de wervingsaanpak, procesbeheersing en vaak ook een deel van de arbeidsmarktstrategie. Dat vraagt om een prijsmodel dat die verantwoordelijkheid weerspiegelt. Bij een brede scope van de dienstverlening – inclusief inhuurdesk, systemen, actieve sourcing en innovatie – past geen symbolische of minimale fee. Dat creëert spanning in het model en verschuift financiële prikkels naar de uitvoering. Uiteindelijk betaal je als inkopende partij dan alsnog voor de dienstverlening, alleen wordt dit minder transparant. Formuleer als inhurende organisatie daarom eerst welke rol je belegt bij de broker of MSP. Wil je een partij die actief de markt regisseert en stuurt op kwaliteit en tariefbeheersing? Of zoek je vooral een administratieve schakel die het proces faciliteert? Wanneer prijs en gevraagde dienstverlening met elkaar in balans zijn, ontstaat een realistischer speelveld en neemt ook de kans op discussie of bezwaar vanuit de markt af. De recente rechtspraak laat ruimte om enkel op de fee te gunnen. Maar wat juridisch kan is niet per definitie verstandig vanuit strategisch oogpunt. Wie publieke middelen doelmatig wil inzetten, moet bij dit type aanbestedingen het prijsmodel zien als sturingsinstrument. Markt en overheid staan hierbij samen aan de lat voor ontwerp van een prijsmodel dat verbetering en waardecreatie stimuleert. Webinar over slimmer flex inkopen Op 11 maart 2026 (10:45 uur) volgt tijdens de Webinar Week een webinar over dit onderwerp: ‘Krijgen wat je vraagt: slimmer flex inkopen’. Sarah Goossens (bestuurslid van Bovib en commercieel verantwoordelijk bij Harvey Nash) en Rémon van Buuren (partner bij Workforce Consulting) delen hun inzichten over dit vraagstuk en de impact op de praktijk. Aanmelden voor dit webinar doe je HIER. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, broker, MSP, overheid | 1 Reactie
OneStopSourcing krijgt uitstel van betaling. Deel bureaus en zzp’ers wachten nog steeds op hun geld. Geplaatst 2 maart 2026 door ZiPredactie De rechtbank Den Haag heeft OneStopSourcing voorlopig uitstel van betaling verleend. Bij de broker- en MSP-dienstverlener ontstonden eind vorig jaar acute liquiditeitsproblemen na een conflict met een factoringbedrijf. Het bedrijf uit Rijswijk, onderdeel van de CC Group, beheert ongeveer negenhonderd contracten voor ingehuurd personeel. Daaronder bevinden zich enkele honderden zzp’ers. Zij werken onder meer bij de Belastingdienst, de Tweede Kamer en andere overheidsinstellingen, zoals provincies, gemeenten en universiteiten. Tijd kopen In december gaf het bedrijf in een reactie nog aan dat een oplossing binnen handbereik lag. De grootaandeelhouder zou bereid zijn een kapitaalsinjectie te doen, zo luidde de boodschap. Dat zou in de loop van het eerste kwartaal van 2026 moeten worden gerealiseerd. In januari werd bekend dat OneStopSourcing werkte aan een WHOA-procedure om tijd te winnen en een faillissement af te wenden. In een WHOA-procedure kan een onderneming haar schulden herstructureren en onder voorwaarden een faillissement voorkomen door een bindend akkoord met schuldeisers te sluiten, ook als niet alle schuldeisers daarmee instemmen. De WHOA-procedure zou uitsluitend betrekking hebben op vorderingen uit 2025. Het bedrijf stelde in een reactie dat het vanaf 1 januari 2026 weer aan al zijn verplichtingen zou kunnen voldoen. Uitstel van betaling Nu is er een rechterlijke uitspraak waarin voorlopig uitstel van betaling is verleend. De surseance is tijdelijk. Dit betekent dat de rechtbank nog niet definitief heeft vastgesteld of de onderneming levensvatbaar is of niet. Het is nu aan de door de rechtbank benoemde bewindvoerder – mr. Samir el Hadouchi van FYRM Advocaten – om te onderzoeken of een akkoord met de schuldeisers haalbaar is of niet. Onderdeel daarvan is onder meer een crediteurenvergadering die gepland staat op 26 mei. El Hadouchi was niet bereikbaar voor commentaar. Naar verluidt zijn 70% van de lopende contracten ondertussen al overgenomen door een andere marktpartij. Geplaatst in Professioneel inhuren | 3s Reacties
‘Met een VMS kunnen intermediairs het mkb nog beter bedienen’ Geplaatst 2 maart 2026 door ZiPredactie Pixid VMS is een relatief nieuwe naam in de inhuurwereld. Maar achter deze naam staat een wereldwijde speler in de markt van recruitmenttechnologie en workforce management: Pixid Group. Ooit opgericht vanuit een samenwerking tussen Randstad, Manpower en Adecco om urenregistratie en digitale handtekeningen voor de Franse uitzendwereld te faciliteren, is Pixid Group inmiddels uitgegroeid tot een concern dat actief is in 39 landen en een managed spend van 14 miljard euro kent. Alleen al in Frankrijk, waar het grote merken als Renault, L’Oréal en Engie bedient, loopt meer dan vijftig procent van alle uitzenduren via hun softwareoplossingen. Uit deze organisatie is het product Pixid VMS voortgekomen. Dit snel schaalbare Vendor Management platform van Pixid ondersteunt alle dagelijkse inhuurprocessen, van aanvraag tot plaatsing en van facturatie tot rapportage. Daarbij onderscheidt het zich duidelijk van de concurrentie, vertelt Mark Hopman, verantwoordelijk voor Pixid in Nederland en België. “Geen enkel ander VMS is vanuit de bureauzijde ontwikkeld. Bovendien is Pixid VMS oorspronkelijk ontwikkeld voor het blue collar-segment, dat veel complexiteit kent. Hierdoor is het geschikt voor alle vormen van inhuur, van uitzendkrachten tot white collar.” Interessant voor MKB Pixid VMS is al een interessante optie vanaf relatief kleine inhuurvolumes, stelt Hopman. “Vanaf 20 tot 25 fte inhuur per jaar is het al interessant om ons platform in te zetten.” Daarmee is Pixid ook geschikt voor bureaus die werken voor mkb-bedrijven. Deze klanten ervaren veelal dezelfde uitdagingen als de corporates wat betreft grip op inhuur. Denk aan data-inzicht, snelheid van handelen, dataveiligheid en natuurlijk compliancy en GDPR. Omdat Pixid zeer beperkte implementatiekosten heeft en de implementatietijd slechts drie tot zes weken bedraagt, komt het volgens hem ook binnen het bereik van bureaus die voor het mkb werken en voor organisaties waarvan het inhuurvolume voor een MSP te klein zijn. “Zo werken we samen met bijvoorbeeld Adecco, RGF en Randstad die zich als master vendor (hoofdleverancier) positioneren met Pixid VMS. Denk daarbij aan merken zoals Danone in diverse Europese landen.” Schaalbaar, neutraal platform De kracht is volgens Hopman in dit geval dat Pixid VMS ook snel internationaal schaalbaar is, wat het geschikt maakt voor snelgroeiende organisaties. “Pixid kun je zien als één centrale database, waarin leveranciers (afgeschermd van elkaar) inzicht hebben in alle data van hun klanten. En eindklanten hebben direct inzicht in alle data van hun organisatie in alle mogelijke sectoren en landen.” Pixid VMS past ook in de bestaande IT-ecosystemen van bureaus door koppelingen met diverse frontoffice-systemen (ATS) zoals Carerix en Bullhorn. Maar ook met backoffice-systemen. En aan de klantzijde met hun (inkoop)systemen zoals SAP. Hopman benadrukt dat Pixid VMS een neutraal platform is. Mocht een eindklant kiezen voor een andere leverancier, dan houden zij hun eigen data in het systeem. Dat voorkomt een lock-in situatie waarbij de opdrachtgever te afhankelijk zou zijn van één leverancier. “Klanten willen dit steeds vaker voorkomen.” Trend: midmarket-segment Partijen in de inhuurwereld focussen zich inmiddels op het bedienen van het midmarket-segment, weet ook Hopman. “Grote uitzenders verliezen daar marktaandeel aan niche-spelers. Bovendien hebben kleinere en middelgrote organisaties ook behoefte aan een systeem om regie op hun inhuur te krijgen.” Met haar snelle, schaalbare platform speelt Pixid VMS natuurlijk gretig in op die trend. “Opdrachtgevers verwachten dat flexleveranciers daarvoor een platform kunnen bieden. De eindklant wil ook graag meer sturing, inzicht in data en de zekerheid van compliant inhuren van flexkrachten. De behoefte is er wel, maar voor velen is dit nog een grijs gebied waar ze nog niet zoveel ervaring mee hebben. Dé kans dus voor (uitzend)bureaus om hun dienstverlening uit te breiden. Hun rol verschuift dan van flexleverancier naar partner in workforce-oplossingen. Bureaus winnen projecten omdat ze Pixid VMS onder de arm meenemen naar hun opdrachtgevers.” Platform voor master vendors Hopman ziet dan ook al de eerste mooie projecten in Nederland, waarbij bureaus samenwerkingen aangaan met opdrachtgevers en Pixid VMS als digitaal platform wordt ingezet. Deze uitzendbureaus zijn dan vaak de primaire leveranciers (master vendors). En Hopman ziet ook andere, nieuwe vormen van servicemodellen. Als bureau of leverancier kun je je dus onderscheiden bij je klant door Pixid VMS als neutrale platform-oplossing aan te bieden. “In tachtig procent van de gevallen is het de leverancier die Pixid VMS introduceert bij een eindklant met een servicemodel dat ervoor zorgt dat meer aanvragen kunnen worden bediend. Een andere beweging is dat klanten een eigen inhuurdesk willen opzetten. Zo heeft Pixid recent een mooi project opgezet met een Nederlands ziekenhuis.” Strategische samenwerking Door Pixid VMS aan te bieden, kunnen bureaus zich sterker positioneren als samenwerkingspartner. Dat is de reden dat zij in de praktijk dan ook meestal kiezen voor het supplier-funded model bij het inzetten van Pixid VMS, zegt Hopman. “Dat loont, omdat je dan sowieso een streepje voor hebt bij die klant, zeker als je daar ook de master vendor bent. Je levert niet alleen de beste kandidaten, maar biedt de eindklant waar hij echt behoefte aan heeft: grip op inhuur, inzicht in kosten, compliance, risicobeheersing en het verminderen van operationele rompslomp.” Zo kun je als bureau meerwaarde creëren voor je klant en helpt het digitale neutrale platform bij het tot stand komen van een strategische samenwerking, waarvan zowel leverancier als opdrachtgever profiteren. Kijk hier het webinar ‘Als uitzender meerwaarde creëren met behulp van VMS tooling’ van Pixid VMS terug: Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Master Vendor, Pixid VMS, vms, Webinar Week 2026 | Laat een reactie achter