"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Wet TTA raakt zzp-bemiddeling niet direct, maar onwetendheid is geen optie

De Wet TTA verandert het speelveld voor de flexbranche ingrijpend. Hoewel zzp-bemiddeling er meestal buiten valt, kunnen strengere controles op schijnzelfstandigheid en nieuwe contractvormen ervoor zorgen dat ook zzp-intermediairs indirect met de wet te maken krijgen.

De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wet TTA) verandert het speelveld voor de flexbranche ingrijpend. Toch heerst er veel verwarring over de vraag of de wet ook geldt voor bureaus die zzp’ers bemiddelen. Het korte antwoord: meestal niet. Maar dat is niet het hele verhaal.

Wat regelt de Wet TTA?

De Wet TTA introduceert een toelatingsstelsel voor organisaties die hun arbeidskrachten ‘ter beschikking stellen’ aan klanten, de zogenoemde inleners. Alleen partijen (de uitleners) die aan strenge eisen voldoen en beschikken over de juiste certificaten, mogen de markt betreden. Na 1 januari 2027 mogen inleners alleen nog zakendoen met toegelaten bureaus die in het toelatingsregister staan. Wie dat negeert, riskeert aanzienlijke boetes.

Vaak wordt gedacht dat de Wet TTA alleen op uitzendbureaus van toepassing is. Dat is onjuist. De wet geldt voor alle dienstverleners die arbeidskrachten ‘ter beschikking stellen’ en waarbij deze medewerkers onder leiding en toezicht van de opdrachtgever werken.

Het gaat dus niet alleen om uitzendbureaus, maar ook om detacheerders, IT-bedrijven, consultancybureaus en financiële dienstverleners, zolang hun medewerkers tijdelijk onder leiding en toezicht van opdrachtgevers staan.

De kern van zzp-schap is dat iemand niet onder leiding en toezicht werkt. Daarmee vallen zzp-bemiddelaars meestal buiten de Wet TTA. Op het eerste gezicht lijkt het dus duidelijk: de wet raakt dit segment niet direct.

Waarom het toch relevant kan zijn

Toch is het belangrijk dat intermediairs van zzp’ers de Wet TTA goed kennen. Dit zijn de drie belangrijkste redenen. 

  1. Perceptie bij opdrachtgevers: hoewel het onderscheid tussen externen die ‘ter beschikking worden gesteld’ en zzp’ers helder is, is het de vraag of opdrachtgevers dit ook zo ervaren. Begrijpen ze het verschil of verwachten zij dat alle bureaus in het toelatingsregister staan?
  2. Controles op schijnzelfstandigheid: of een zzp’er echt zonder leiding en toezicht werkt kan ter discussie staan. Als bijvoorbeeld de Belastingdienst concludeert dat een werkende via een bureau toch niet als zzp’er kan worden aangemerkt, valt het bureau automatisch onder de Wet TTA. Dit kan een domino-effect veroorzaken: het bureau voldoet niet alleen niet aan zzp-regels, maar omdat het niet is toegelaten ook niet aan de Wet TTA.
  3. Alternatieve contractvormen: door de controles op schijnzelfstandigheid wordt vaker gekozen voor tijdelijke dienstverbanden of payrollconstructies. In dat geval kan het verstandig zijn om alvast te voldoen aan de Wet TTA, zodat alle opties open blijven.

De Wet TTA kan dus een grotere invloed hebben op zzp-bemiddeling dan op het eerste gezicht lijkt. Niet omdat de wet direct op bemiddelaars ziet, maar omdat zij de spelregels in de keten verandert. Meer transparantie, scherpere contractvormen en strengere controles op schijnzelfstandigheid raken ook dit segment. 

In de onderstaande video wordt dit nog eens uitgelegd: 

 

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×