Maandelijkse archieven: december 2025

Wet VBAR dreigt te stranden in blessuretijd

Op 25 juni 1978 stond Nederland voor de tweede keer in een WK-finale, ditmaal tegen het Argentinië van Videla. Dichter bij de wereldtitel zou Nederland nooit meer komen met het schot van Rob Rensenbrink op de paal in de blessuretijd. Een vergelijkbaar scenario dreigt zich te ontvouwen voor de Wet VBAR

Het wetsvoorstel werd op 7 juli 2025 door toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum ingediend bij de Tweede Kamer. Op 8 oktober 2025 heeft de Tweede Kamer een groot aantal vragen over het wetsvoorstel gesteld. Deze vragen zijn nu, ruim twee maanden later, nog steeds niet beantwoord. In plaats daarvan roepen minister Mariëlle Paul (de opvolgster van Eddy van Hijum) en Eugène Heijnen (staatssecretaris van Financiën) in de blessuretijd van het huidige kabinet de Tweede Kamer op tot een spoedige parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. 

Uiterlijk op 31 augustus 2026 moet de Wet VBAR in het Staatsblad zijn gepubliceerd. Zo niet, dan dreigt voor Nederland een korting die kan oplopen tot 600 miljoen euro op middelen uit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Aldus wordt de druk maximaal opgevoerd en dat komt de kwaliteit van het wetgevingsproces niet ten goede.

Krappe planning Eerste Kamer

Het zomerreces van de Eerste Kamer begint volgend jaar op 8 juli. Dat maakt deze datum feitelijk de uiterste deadline voor goedkeuring van het voorstel. De realiteit is echter dat de behandeling in de Tweede Kamer pas kan worden voortgezet nadat de op 8 oktober 2025 gestelde vragen zijn beantwoord door Paul en Heijnen. Zij zijn aan zet, maar de tijd die zij nemen om de door de Tweede Kamer gestelde vragen te beantwoorden, geeft niet enorm blijk van enig gevoel van urgentie.

Daar komt bij dat er nog een ander wetsvoorstel op tafel ligt: de Zelfstandigenwet. In hun toelichting merken Paul en Heijnen fijntjes op dat dit voorstel zich ‘nog in een ander stadium bevindt, waarbij een aantal inhoudelijke keuzes nog wordt opengelaten en ook de gevolgen voor de uitvoering nog in kaart gebracht moeten worden’. Het kabinet is in gesprek met de Tweede Kamerleden die het voorstel voor de Zelfstandigenwet willen indienen (Claire Martens-America, Hans Vijlbrief, Inge van Dijk en André Flach). 

Wat in die gesprekken wordt besproken, is niet bekend. Wel wordt gesuggereerd dat de Wet VBAR en de Zelfstandigenwet mogelijk in elkaar worden geschoven met als gevolg een aanpassing van de Wet VBAR. Uiteraard moeten dan de uitvoeringsgevolgen daarvan weer in kaart worden gebracht en dat kost ook tijd.

‘Meer dan een schot op de paal wordt het niet’

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de Wet VBAR op zijn best de paal gaat raken. In zijn rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’ schreef Peter Wennink al: “We voelen het allemaal: besluiten komen te traag, regels stapelen zich op, en de energie om samen problemen op te lossen lijkt weg te lekken.”

Het wordt haast onmogelijk om de Wet VBAR vóór 1 september 2026 in het Staatsblad te krijgen en dat geldt al helemaal voor de Zelfstandigenwet. Meer dan een schot op de paal wordt het niet.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 3s Reacties

In juli werkten er nog steeds 1.300 schijn-zzp’ers bij de Rijksoverheid

Op 1 juli 2025 werkten er nog 1.305 potentiële schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid. Dat was ongeveer een derde van het totale aantal zelfstandigen dat op de verschillende ministeries werd ingehuurd. Een half jaar eerder, op 1 januari 2025 – tevens de datum waarop het handhavingsmoratorium afliep – was dat aantal nog 2.510.

Het aantal potentiële schijnzelfstandigen is dus al flink afgenomen, al zijn nog niet alle ministeries in staat cijfers over het aantal ingehuurde externen op te leveren. De ambitie blijft om het aantal schijnzelfstandigen per 1 januari 2026 terug te brengen naar nul. Dat schrijft minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het coördinerende departement als het gaat om personeelszaken en inhuur, aan de Tweede Kamer.

Het gaat bij deze cijfers om rechtstreeks ingehuurde zzp’ers. Zelfstandigen die via bureaus worden ingehuurd en vervolgens bij ministeries worden ingezet, zijn niet in deze cijfers meegenomen.

Ongeveer een kwart van alle inhuur bestaat uit rechtstreeks ingehuurde zzp’ers. Dat percentage is overigens niet gedaald tussen januari en juli. Het totale aantal externen is in die zes maanden gestegen van 15.779 naar 16.597. Het aantal zzp’ers steeg mee: van 3.778 naar 4.039.

Niet alle ministeries hebben over heel 2025 een compleet beeld. Het streven is wel om deze informatievoorziening verder op orde te krijgen. Over de Belastingdienst wordt gemeld dat dit onderdeel al op 1 januari 2025 geen schijnzelfstandigen meer aan het werk had. Dat wist toenmalig staatssecretaris Van Oostenbruggen eind vorig jaar al te melden in een interview met ZiPconomy.

Beleid

Om zzp’ers op een juiste manier in te huren, heeft het ministerie van BZK beleidsinstrumenten ontwikkeld die door alle ministeries zijn vastgesteld. Daarin wordt onder andere bepaald dat departementen hun externe inhuur en welk deel daarvan kan worden aangemerkt als potentieel schijnzelfstandig moeten bijhouden, zo stelt Rijkaart.

Die instrumenten moeten departementen ook ondersteunen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie met ingehuurde zelfstandigen. Verder zorgt het ministerie ervoor dat departementen onderling van elkaar kunnen leren, zodat, schrijft de minister, “de afbouw van schijnzelfstandigheid zo zorgvuldig mogelijk gebeurt”.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 9s Reacties

Cosmas Blaauw (SharePeople) over de aov-zzp: ‘Laat zelfstandigen het zelf organiseren in plaats van het UWV’

De Raad van State (RvS) adviseert het wetsvoorstel voor een Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) niet in te dienen bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is namelijk niet of nauwelijks uitvoerbaar, want het UWV heeft het veel te druk met de ingewikkelde uitvoering van de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De uitvoeringsinstantie kan een zzp-aov er nu echt niet bij hebben.

Het UWV waarschuwde zelf eerder al voor uitvoeringsproblemen. Bovendien maakt de voorgestelde zzp-aov het sociale zekerheidsstelsel ingewikkelder, terwijl het eenvoudiger zou moeten worden. Daarom adviseert de RvS het anders aan te pakken: neem een aov voor zelfstandigen mee in een bredere herziening van de WIA. Lees hier alles over het advies.

‘Uitvoerder met drie jaar wachttijd kan geen vangnet bieden’

“Als zelfstandigen moeten meebetalen aan de WIA, dan kom ik in opstand”, zegt Cosmas Blaauw, oprichter van de SharePeople Coöperatie. Hij begon dit initiatief een aantal jaar geleden, omdat hij een alternatief zocht voor een traditionele aov. Inmiddels zijn 15.000 zelfstandigen lid.

Hij is niet tegen een verplichte aov voor zelfstandigen, maar als die er komt moet hij wel goed uitgevoerd worden. “Het UWV kan dat voorlopig echt niet aan, een uitvoerder met wachttijden van drie jaar kan geen vangnet bieden”, zegt hij. “Ondertussen blijkt dat zzp’ers hun arbeidsongeschiktheid steeds vaker zelf collectief organiseren, bijvoorbeeld via coöperatieve modellen zoals SharePeople. De oplossing is dus: laat het ons zelf regelen.”

Daarbij kan het huidige wetsvoorstel best de basis zijn, vindt hij. “Maar de organisatie kun je beter bij zelfstandigenorganisaties en het Verbond van Verzekeraars leggen. Als je het collectief regelt, hoeft het UWV niets te doen.”

VZN: ‘Serieuze kritiek’

SharePeople is aangesloten bij zzp-belangenbehartiger Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN). Directeur Connie Maathuis van VZN is nog wat terughoudender. Ze wil de oplossingen van de RvS eerst uitgebreid bekijken, voordat ze met een voorstel komt. “Het is een uitgebreid advies met serieuze kritiek”, zegt zij. “Dat gaan we de komende periode goed bestuderen. Ik wil eerst verder uitzoeken of de suggesties van de RvS beter en uitvoerbaarder zijn dan het voorstel dat er nu ligt.”

Wat VZN betreft is het essentieel dat de dekking van de aov in verhouding staat tot de premie, dat zelfstandigen de mogelijkheid houden om zelf iets te regelen (de opt-out variant) en dat de regeling betaalbaar is. Maathuis: “De betaalbaarheid kan zeker nog beter.”

Wat gaat de minister doen?

Het is nog onduidelijk of de minister het advies van de RvS volgt. Het is namelijk heel belangrijk voor het demissionaire kabinet om de BAZ zo snel mogelijk in te voeren, want het is een van de voorwaarden om aanspraak te maken op het Europese coronaherstelfonds.

Als Nederland een afspraak niet nakomt, kan dat betekenen dat we een deel van de 600 miljoen aan Europees steungeld moeten terugbetalen. De deadline om de BAZ in te voeren is 31 augustus 2026.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 1 Reactie

De uitzend-cao verandert fundamenteel: praktische tips om voorbereid te zijn

De nieuwe cao voor uitzendkrachten (ABU of NBBU-cao) zorgt per 1 januari voor een fundamentele verandering in de wereld van flexibele arbeid. Vanaf dat moment zijn gelijkwaardige beloningen voor uitzendkrachten verplicht. In de praktijk betekent dit: uitzendkrachten krijgen min of meer dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste collega’s die vergelijkbaar werk doen.

Deze wijziging heeft grote gevolgen voor uitzendbureaus die onder de ABU- of NBBU-cao vallen. Daarnaast heeft het invloed op hoe inleners, HR- en inkoopafdelingen hun flexibele schil vormgeven.

Wat verandert er concreet?

In de nieuwe cao voor uitzendkrachten gaat er een streep door de inlenersbeloning. In plaats van de standaard ABU-voorwaarden, krijgen uitzendkrachten straks dezelfde arbeidsvoorwaarden als hun vaste collega’s die hetzelfde werk doen. Niet alleen het loon moet gelijkwaardig zijn, ook toeslagen, werktijden, pauzes, verlofdagen en aanvullende vergoedingen. Denk ook aan regelingen zoals een fietsplan, vitaliteitsbudget of opleidingsvergoeding.

De voorwaarden hoeven niet exact hetzelfde te zijn, zolang de uitkomst maar gelijkwaardig is. Er geldt ook een uitgebreide informatieplicht: inleners moeten vooraf volledig inzicht geven in de arbeidsvoorwaarden, aanvullende regelingen en positieve afwijkingen. Zij moeten dus veel meer informatie delen met leveranciers en bureaus dan zij nu doen.

En wat gebeurt er met de pensioenen?

Door deze cao-wijziging verandert per 1 januari 2026 ook de StiPP-pensioenregeling. Er komt een uniforme regeling in plaats van de huidige basis- en plusregelingen. Iedereen die onder de uitzend-cao valt, bouwt straks meer pensioen op dan voorheen.

Voor inleners betekent dit dat zij niet alleen te maken krijgen met nieuwe regels en plichten, maar dat ook de kosten van uitzendwerk stijgen.

De impact op HR en Inkoop

De verandering past binnen een bredere ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Zowel de overheid als bedrijven kijken steeds kritischer naar de arbeidsrelatie met flexkrachten. De focus ligt niet alleen op de opbouw van tarieven, maar op transparantie, evenwichtigheid en vertrouwen.

HR en Inkoop gaan flinke veranderingen merken tijdens hun dagelijks werk. Van gesprekken met leveranciers tot nieuwe aanvragen, van onboarding tot facturatie en compliance-checks. Hun focus verschuift van ‘past dit tarief bij de markt?’ naar de vraag ‘klopt het totaalpakket, voldoen we aan de regels?’

Een golf van nieuwe regelgeving

De gewijzigde uitzend-cao is slechts een van de vele veranderingen komende jaren. Denk aan de nieuwe zzp-wetgeving (Wet DBA/VBAR/Zelfstandigenwet), de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA, per 2027) en de beleidsvoorstellen binnen het maatregelenpakket Meer zekerheid flexwerkers.

Kortom, wetgeving rondom flexibele arbeid wordt steeds complexer. De uitdaging zit in de opstapeling van alle veranderingen. De constante stroom van nieuwe regels heeft een gigantische impact, omdat ondernemers elke keer weer opnieuw moeten proberen te snappen wat het voor hun organisatie betekent.

Hier ligt het voordeel van werken met een Managed Service Provider (MSP) zoals Magnit. Wij hebben een team dat alles in de gaten houdt, uitpluist en jou kan helpen om nieuw beleid goed te implementeren.

Alert blijven op transparante kosten

Al met al wordt flex komende jaren duurder. Inleners moeten dus alert blijven op de aard van deze kostenstijgingen. Het gaat niet alleen om hogere beloningen voor uitzendkrachten, maar ook om overheadkosten om processen anders in te richten.

Er zullen vast ook partijen zijn die deze verandering aangrijpen om te zeggen: dit is de nieuwe situatie, dus de kostprijs gaat omhoog. Daarom is kostentransparantie belangrijker dan ooit. Het is aan de uitleners om goed te onderbouwen waar kostenstijgingen vandaan komen. 

4 praktische tips om je voor te bereiden op 1 januari 2026

  1. Breng al je arbeidsvoorwaarden in kaart. Zorg dat helder is welke voorwaarden gelden binnen jullie eigen arbeidsvoorwaarden-structuur. Dus niet alleen loon en toeslagen, maar ook aanvullende regelingen zoals een fietsplan, extra verlofdagen en bonusafspraken. Je moet deze informatie straks eenvoudig en gestructureerd aanleveren bij leveranciers.
  2. Check bij welke leverancier de ABU/NBBU/uitzend-cao geldt. Niet elke leverancier die zichzelf een detacheerder, consultancybureau of specialist noemt, is dat ook vanuit een wettelijk perspectief. Juridisch gezien zijn veel van deze partijen uitzenders. In dat geval geldt voor hen de uitzend-cao.
  3. Wees kritisch op tariefsverhogingen. Een indexatie-verzoek is een verzoek van een leverancier om bestaande tarieven te verhogen. De nieuwe cao is hier een aanleiding voor. Vraag als inlener altijd om een open kostenberekening waarin zichtbaar is hoe de verhoging is opgebouwd (looncomponent, toeslagen, overhead, marge). Zo kun je beoordelen of de verhoging logisch en terecht is.
  4. Focus op compliance. De nieuwe cao betekent dat je extra scherp moet zijn op regels, updates en uitzonderingen. Veel organisaties onderschatten hoe intensief dit in de praktijk is, zeker met alle extra veranderingen die er de komende jaren bijkomen. Wat is praktisch haalbaar?

Bepaal op basis daarvan of je het zelf doet of een expert inhuurt om je te helpen. Want voor je het weet loop je intern vast of werk je niet meer compliant, met alle gevolgen van dien. Magnit ondersteunt organisaties op verschillende manieren bij de overgang naar de nieuwe regels. Denk aan kennissessies, trainingen en onze beleidsnotitie Gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten.

Conclusie

De nieuwe uitzendregels zijn onderdeel van een bredere trend: meer regelgeving en transparantie rondom flexibele arbeid. Organisaties die nu investeren in robuuste compliance-systemen en strategische partners, zijn beter voorbereid op toekomstige wijzigingen. Organisaties die nu geen actie ondernemen, lopen het risico per 1 januari 2026 niet aan wetgeving te voldoen, ongefundeerde kostenstijgingen te accepteren en inefficiënte processen te handhaven. Deze ontwikkelingen mag je niet onderschatten, het is allemaal behoorlijk complex.

Wil je meer weten? Download onze beleidsnotitie Gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 2s Reacties

Forse naheffingen in bouw- en infra vanwege schijnzelfstandigheid

De fiscus heeft inmiddels bij enkele bedrijven in de bouw- en infrasector naheffingen opgelegd, variërend van 1 tot 10 miljoen euro, als gevolg van de handhaving op schijnzelfstandigheid. De brancheorganisatie roept leden op ‘onmiddellijk te stoppen met de inhuur van schijnzelfstandigen’. Dat meldt de Aannemersfederatie Nederland (AFNL).

De brancheorganisatie noemt het ‘positief’ dat toezichthouders ook grote, bekende bedrijven hebben bezocht. Dit heeft een ‘signaal- en uitstralingseffect’ naar de hele sector. AFNL verwacht dat de handhaving en controles op schijnzelfstandigheid verder in de keten zal uitbreiden (naar onderaannemers) en acht dit noodzakelijk voor een ‘eerlijk en stabiel speelveld’. De brancheorganisatie zou nu nog ‘te vaak constructies zien die de toets van de Belastingdienst niet kunnen doorstaan’.  

AFNL zegt haar achterban al eerder gewaarschuwd te hebben om tijdig maatregelen te nemen. Nu daadwerkelijk wordt gehandhaafd is schijnzelfstandigheid geen abstract risico meer. ‘Echte zelfstandigen moeten wél de ruimte houden, maar bedrijven moeten onmiddellijk stoppen met de inhuur van schijnzelfstandigen.’

In 2026 naheffingen én boetes

Sinds het opheffen van het handhavingsmoratorium vanaf 1 januari dit jaar is de daling van het aantal zelfstandigen in de bouw ingezet. Sommige zzp’ers kiezen ervoor (weer) in loondienst te gaan werken. Vorige maand berichtte vaktitel Cobouw ook dat in de bouw meer mensen in dienst worden genomen vanwege de handhaving. De verwachting is dat die trend zal doorzetten.

Dit jaar geldt nog het zachte landing-beleid voor wat betreft de handhaving op schijnzelfstandigheid. Maar de risico’s voor werkgevers die schijnzelfstandigen inhuren worden komend jaar alleen maar groter. Vanaf 2026 kan de Belastingdienst namelijk niet alleen naheffingen, maar ook boetes opleggen. 

Snel duidelijkheid nodig 

Veel intermediairs merken dat er heel veel onzekerheid in de markt sinds er meer aandacht is voor de handhaving. Zoveel zelfs dat menig (grote) opdrachtgever besluit helemaal geen zzp’ers meer in te huren. Zzp-bemiddelaars en intermediairs willen daarom vooral dat de politiek snel met duidelijke, uitlegbare zzp-wetgeving komt. 

Ondertussen blijft het demissionaire kabinet aandringen op ‘spoedige behandeling’ van de wet VBAR, terwijl de formerende partijen juist inzetten op het alternatief hiervoor: de Zelfstandigenwet. Een intermediair laat de redactie van ZiPconomy weten: ‘Het maakt mij niet zoveel uit wat het wordt, als het maar snel duidelijk wordt.’

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 12s Reacties

Mikael Lindmark, CEO van Nétive: “Veel mensen hebben geen idee hoe ver de verschuiving in de workforce al is gevorderd.”

Lange tijd stonden VMS-systemen (voor extern talent) in de schaduw van ATS-systemen (voor vaste medewerkers). Maar de afgelopen jaren heeft een fundamentele verschuiving plaatsgevonden.

Mikael maakte die verschuiving van dichtbij mee. Voordat hij bij Nétive begon, werkte hij zes jaar aan de ontwikkeling van ATS-systemen. Hij ziet dat veel organisaties nog altijd geen helder totaalbeeld hebben van hun externe workforce.

Mikael woont inmiddels al 26 jaar in het Verenigd Koninkrijk en komt oorspronkelijk uit Zweden. “Ik dacht ooit dat ik advocaat zou worden, dus dat heb ik ook gestudeerd. Uiteindelijk ben ik echter in de softwarewereld terechtgekomen, waar ik mijn hele carrière actief ben geweest. Bij verschillende bedrijven heb ik de ontwikkeling van de industrie van dichtbij meegemaakt.”

Total Workforce-strategie

Volgens Mikael is Total Talent Management relevanter dan ooit. “In veel organisaties bestaat inmiddels een derde tot zelfs de helft van de totale workforce uit extern talent.”

“Het brede publiek beseft nog onvoldoende hoe ver deze verschuiving al is gegaan. In sommige sectoren is het bijna onmogelijk geworden om bepaalde profielen te vinden die nog in vaste dienst wíllen werken. Vooral professionals met zeer gespecialiseerde en schaarse vaardigheden kiezen steeds vaker bewust niet meer voor een vast dienstverband.”

Die realiteit dwingt organisaties om fundamenteel anders naar talent te kijken. “Alleen door flex, services procurement/SOW en vaste medewerkers integraal te managen, kun je echt een strategische blik op je totale workforce ontwikkelen.”

Duidelijke uitdagingen

Doordat Mikael de afgelopen zes jaar midden in de ATS-wereld werkte, zag hij hoe verrassend basaal veel systemen nog zijn. Juist daar ziet hij enorme kansen: “Met slimme functionaliteiten kunnen we de waarde voor klanten snel vergroten.”

Tegelijkertijd ziet hij duidelijke uitdagingen. Zoals de enorme toestroom van sollicitanten, van wie een groot deel niet geschikt is voor de functie. “Dat speelde al vóór de opkomst van AI, maar is sindsdien alleen maar versterkt. Kandidaten kunnen nu met behulp van AI hun cv en motivatie eenvoudig afstemmen op vrijwel elke rol. Daardoor moeten recruitmentteams soms honderden, of zelfs duizenden, sollicitaties door om te bepalen wie ze daadwerkelijk willen spreken.”

Volgens Mikael vraagt dat om een scherpere visie op welk talent een organisatie wil aantrekken, en waar dat talent zich bevindt. “Hoe eerder en persoonlijker je hen bereikt, hoe groter de kans dat zij jouw organisatie zien als een logische volgende stap in hun loopbaan.”

Ook de doorlooptijd blijft vaak een knelpunt. “Van eerste sollicitatie tot aanbod en onboarding duurt het vaak 50 tot 60 dagen, met daarbovenop nog eens 10 tot 15 dagen voor de onboarding zelf. Voor veel sectoren is dat simpelweg te lang. Dat proces kan echt aanzienlijk sneller.”

Sterke positie in de MSP-markt

“Nétive heeft een sterke positie in de MSP-markt,” zegt Mikael. “We helpen Managed Service Providers waarde te creëren, zowel voor hun eigen organisatie als voor hun klanten. Onze software maakt het mogelijk om dienstverlening uitzonderlijk snel uit te rollen.”

Die snelheid is volgens hem een belangrijk onderscheidend vermogen. “Sinds ik bij Nétive ben gestart, heb ik een partner zes nieuwe klanten zien winnen. Vijf daarvan gingen binnen enkele weken live. Dat is uitzonderlijk in deze markt.”

Dat komt volgens Mikael doordat MSP’s met Nétive niet telkens opnieuw vanaf nul hoeven te beginnen. “Met onze software kun je implementaties standaardiseren, best practices borgen en bestaande setups hergebruiken. Dat versnelt het proces enorm: kopiëren, plakken, live en waar nodig verfijnen.”

Die efficiëntie betaalt zich direct uit. “Als je een klant binnen drie weken operationeel hebt, lever je sneller waarde en kun je eerder beginnen met factureren. Niet pas na drie, zes of negen maanden. Dat maakt je als MSP simpelweg competitiever.”

AI-functionaliteiten

De afgelopen maanden heeft Nétive samen met verschillende partners onderzocht waar kunstmatige intelligentie directe meerwaarde kan leveren binnen het VMS-domein. Dat heeft geleid tot een breed palet aan AI-functionaliteiten dat in de komende periode wordt uitgerold.

Ook binnen de eigen softwareontwikkeling ziet het bedrijf grote kansen. Volgens het engineeringteam draait de inzet van AI niet alleen om snelheid, maar juist ook om het borgen van kwaliteit.

Een van de eerste concrete resultaten is een nieuwe tool die met behulp van AI implementatiedata verzamelt en valideert. “Iedereen die ooit een VMS-implementatie heeft gedaan, weet hoe chaotisch dat proces kan zijn. Deze tool automatiseert vrijwel de volledige datastroom en zet de gevalideerde dataset direct klaar in een nieuwe omgeving.”

Tijdens het komende webinar gaat Mikael dieper in op de bredere rol van AI binnen Nétive.

Nétive over de grens

Nederland blijft de thuisbasis van Nétive, maar tegelijkertijd bouwt het bedrijf actief aan een netwerk van partners en klanten in België. Ook in het Verenigd Koninkrijk is Nétive inmiddels stevig gevestigd. “De internationale reis was al begonnen, maar we gaan nu echt versnellen.”

De volgende stap is groot: de Verenigde Staten. “In het nieuwe jaar betreden we de Amerikaanse markt,” vertelt Mikael. Hij ziet daar enorme kansen, juist omdat Nétive iets onderscheidends toevoegt aan ’s werelds grootste VMS-markt: snelheid, innovatie en een total-workforcebenadering.

“Opvallend is dat Amerikaanse VMS-aanbieders zich vooral richten op multinationals. Daardoor blijft het mkb-segment onderbediend,” zegt Mikael. “En precies daar sluit ons model perfect op aan.”

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | Laat een reactie achter