Maandelijkse archieven: juni 2023

Grote gemeenten huren minder extern personeel in. Kleine juist meer.

Gemeenten gaven in 2022 een groter deel van hun personeelsbudget uit aan extern personeel. In 2020 werd nog 15,5% uitgegeven aan uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers. In 2022 is dat opgelopen naar 17%. Dat blijkt uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2022 van A&O fonds Gemeenten.

Inhuur bij grote gemeenten daalt

Wat opvalt is dat de inhuur bij de vier grote gemeenten juist flink is gedaald naar 14,6%. Amsterdam zette in 2021 een lijn in met strengere criteria wanneer wel of niet zzp’ers ingezet konden worden. Bij de vier grootste gemeenten valt op dat het percentage leidinggevenden dat ingehuurd wordt, flink is gedaald. In 2021 was nog 7% van het management een externe, in 2022 is dat 4%. Hoe kleiner de gemeente, hoe groter de kans dat een leidinggevende een interimmer is. Bij de kleinste gemeenten is 1 op de 10 managers een externe.

Nood breekt wet

Gemeenten voelen zich meer genoodzaakt om extern in te huren om in deze krappe arbeidsmarkt toch werk gedaan te krijgen, zo schrijven de onderzoekers. Externe inhuur wordt gezien als de meest effectieve manier om toch moeilijk vervulbare vacatures te vervullen.

Het aandeel gemeenten dat ernaar streeft om externe inhuur terug te dringen, wordt steeds kleiner. In 2020 gaf 70 procent van de gemeenten nog aan beleid te hebben gevoerd om externe inhuur te willen terugdringen. In 2021 was dit gedaald naar 56 procent en in 2022 was het 50 procent.

Voorbeelden van maatregelen om de uitgaven aan externe inhuur te reduceren, zijn het flexibel inzetten van (eigen) medewerkers, het aanbieden van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en het omzetten van flexibele banen in vaste banen.

Vormen externe inhuur

Net als in 2021 bestond gemiddeld 23 procent van de gemeentelijke bezetting uit flexibele bezetting. Hierin zijn nauwelijks verschillen te zien tussen gemeentegrootteklassen. Het merendeel waren arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Detacheringsovereenkomsten, uitzendovereenkomsten en zzp’ers waren volgens gemeenten de  meest gebruikte vormen van externe inhuur. In vergelijking met eerdere jaren, laten gemeenten tegenwoordig vaker de keuze op een zzp’er vallen en juist minder op payroll.

Bron: Personeelsmonitor 2022
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Twee jaar wachttijd maakt ‘verplichte AOV’ uitvoerbaar en betaalbaar

SharePeople heeft het Tweede Kamerdebat over de verplichte AOV dat gisteren plaatvond met stijgende verbazing bekeken. Kennelijk is minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) en het grootste deel van de Tweede Kamer niet op de hoogte van de nieuwste initiatieven waarmee zzp’ers zich tot aan hun pensioen arbeidsongeschiktheid opvangen. Goedkoper dan de € 225,- per maand die de minister gisteren noemde en mét een begeleiding vanaf de eerste ziektedag.

€ 225 per maand is niet nodig. Twee jaar wachttijd (i.p.v. 1 jaar) maakt ‘verplichte AOV’ uitvoerbaar en betaalbaar

Minister Van Gennip stuurt aan op een wachttijd van 1 jaar. Daardoor wordt de maandpremie te duur voor veel zzp’ers. De € 225 die zij noemt kan flink lager door een wachttijd van 2 jaar in plaats van 1 jaar te hanteren. Met een langere wachttijd zullen er minder arbeidsongeschikten hoeven terug te vallen op de verplichte AOV waardoor de premie lager wordt. Veel lager dan € 225 per maand. Dit zal het draagvlak onder zzp’ers vergroten. Uit eerder onderzoek zou blijken dat zzp’ers liever een korte wachttijd zouden willen, omdat men slechts kort zonder inkomen kan. Maar juist zzp’ers die niet enkele maanden zonder inkomen kunnen, zijn de zzp’ers die niet € 225 per maand kunnen opbrengen.

Niet alles is een broodfonds

Uit het debat op 1 juni bleek dat de minister, maar ook veel Tweede Kamerleden, zich onvoldoende hebben verdiept in de laatste ontwikkelingen in oplossingen die zzp’ers zelf zijn gaan ontwikkelen om onderling arbeidsongeschiktheid op te vangen én te voorkomen. Deze nieuwe initiatieven worden tijdens het debat onterecht broodfondsen genoemd. En dat is jammer, want deze nieuwe ‘onderlinge’ verzekeringsalternatieven (nee, niet het Broodfonds) kunnen enorm helpen om die verplichte AOV betaalbaar en uitvoerbaar te houden. Neem SharePeople. Dat is geen broodfonds en ook geen verzekering. SharePeople is een coöperatie (opgericht in 2019) met inmiddels 13.000 zzp’ers die het risico op (blijvende) arbeidsongeschiktheid onderling opvangen, dus zonder verzekeraar. Ook voor 30 jaar als het moet.

Zorg voor begeleiding vanaf de 1ste ziektedag

Het broodfonds was een mooi, solidair en sympathiek initiatief. Maar, daar waar een broodfonds alleen financiële dekking biedt voor maximaal twee jaar ziekte, bieden modernere oplossingen zoals bijvoorbeeld SharePeople naast deze financiële dekking óók begeleiding vanaf de eerste ziektedag. Daardoor kan er bijvoorbeeld ook een bedrijfsarts ingeschakeld worden. Eigenlijk is het een soort arbodienst voor zzp’ers. Deze begeleiding vanaf de eerste ziektedag gaat ervoor zorgen dat zzp’ers minder lang arbeidsongeschikt blijven en veelal binnen twee jaar weer beter zijn. Naast SharePeople, die als enige niet-verzekeraar- een dekking tot aan aow-leeftijd biedt, zijn er de laatste paar jaar meer initiatieven ontstaan (veelal schenkkringen genoemd) die ook een vorm van begeleiding bij ziekte bieden. Deze schenkkringen bieden -net als broodfondsen- veelal een dekking voor twee jaar.

De kracht van deze nieuwe initiatieven zit hem dus vooral in de begeleiding bij ziekte. Een begeleiding die het UWV onmogelijk kan bieden en bij 1 jaar wachttijd – nog even los van de oneindige wachtlijsten bij het UWV- veel te laat komt. Want, bij 1 jaar wachttijd gaan mensen die (bijvoorbeeld) een half jaar in een burn-out blijven hangen en nogmaals 6 maanden ‘uitzieken’ of -in verzekeringstermen- ‘post ex ante moreel risico’ gedrag vertonen. Dit wordt bevestigd door eerder onderzoek dat door de minister zelf naar de kamer is gestuurd, maar nauwelijks is gelezen, zo lijkt het.

Alleen volwaardige opt-out geeft keuze

Naast een wachttijd van twee jaar zal alleen een volwaardige opt-out ervoor zorgen dat zzp’ers keuze houden over de inrichting en de (verzekerings)markt de mogelijk bieden om met initiatieven te komen die arbeidsongeschiktheid gaan voorkomen. Dat is toch uiteindelijk wat we willen. De motie van Bart Smals (VVD) wordt gesteund door de zzp organisaties zoals VZN en De Werkvereniging. We hopen echt dat de minister daarmee aan de slag gaat. Het helpt de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid enorm en het voorkomt dat zzp’ers massaal een beroep moeten gaan doen op de verplichte UWV/belastingdienst AOV.

Cosmas Blaauw, initiatiefnemer SharePeople Coöperatie 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 1 Reactie

Van crisis-ww tot aov voor zzp: details over het nieuwe arbeidsmarktbeleid

Met een pakket van 37 maatregelen wil minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de arbeidsmarkt toekomstbestendig maken. Begin april maakte de minister haar plannen bekend, donderdag werden details duidelijk tijdens het plenaire debat Pakket maatregelen voor hervorming arbeidsmarkt. Een overzicht van de meest besproken onderwerpen.

Basiscontract en studenten

Het ‘basiscontract’ was een typisch discussiepunt waarbij het vooral ging over details en uitzonderingen. Het kabinet maakt een einde aan oproepcontracten, zoals nuluren- en min/max-contracten. In plaats daarvan komt er een basiscontract dat werknemers zekerheid geeft over het minimale aantal uren dat zij werken.

Er geldt een uitzondering voor scholieren en studenten. Zij kunnen nog wel blijven werken op basis van de huidige oproepcontracten. Daarover stelde Stephan van Baarle (DENK) vragen: wanneer is iemand ‘student’?

“De uitzondering geldt alleen voor jongeren voor wie de hoofdactiviteit ‘studeren’ is”, zei de minister. “Een 21-jarige die werkt en klaar is met zijn studie of iemand die een avondstudie volgt naast zijn voltijdbaan, daarvoor gelden de normale regels. Hoe we dat kunnen definiëren en controleren, daarover zijn we in gesprek. Het wordt dus geen leeftijdscriterium, maar bijvoorbeeld een inschrijving bij de universiteit.”

Crisisregeling personeelsbehoud

Verder komt er een ‘crisisregeling personeelsbehoud’ –  een soort ‘crisis-ww’ voor situaties zoals corona en de oorlog in Oekraïne. Omdat crisistijd valt buiten het normale ondernemersrisico, mogen ondernemers hun werknemers maximaal 6 maanden op een andere plek in het bedrijf aan het werk zetten. Ze mogen ook hun personeel minder laten werken met behoud van ww-rechten.

Ook hier geldt dat de minister nog nader moet bepalen wat de definitie is van ‘een crisis’. SP en PvdA stelden vragen over deze regeling. Zij maken zich vooral zorgen over het feit dat werknemers minder loon ontvangen als zij minder werken (maximaal 10% minder van het totaal). Bart van Kent (SP) vraagt of werknemers dan ergens anders mogen bijverdienen. Van Gennip: “Dat is niet de bedoeling van deze regeling. Werknemers moeten in principe beschikbaar zijn als de werkgever ze weer nodig heeft.”

STAP-budget voor scholing en ontwikkeling

In april werd bekend dat het STAP-budget (Stimulering Arbeidsmarkt Positie) verdwijnt als onderdeel uit van het bezuinigingspakket van het kabinet. Bijna alle partijen hebben begrip dat STAP wordt afgeschaft, maar ze snappen niet dat het budget ook verdwijnt. Ze vrezen dat er straks te weinig geïnvesteerd wordt in scholing en ontwikkeling.

Ook willen partijen weten hoe de minister het resterende budget gaat inzetten, zodat juist sectoren met tekorten aan personeel ervan profiteren. Zij gaat dat ‘op korte termijn verkennen’.

Verplichte aov voor zelfstandigen

Een van de meest besproken onderwerpen was de verplichte arbeidsongeschiktheidsvoorziening (aov) voor zelfstandigen. Wat gaat die kosten? Kan het UWV deze maatregel wel uitvoeren? Waarom geen regeling voor alle werkenden? Antwoorden op deze vragen lees je in dit artikel.

De minister heeft nog veel meer plannen rondom zelfstandigen, maar die kwamen in dit debat niet aan bod. Zo gaat de Belastingdienst vaker handhaven op schijnzelfstandigheid en komt er een ‘civielrechtelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’ onder een bepaald uurtarief (waarschijnlijk 30 á 35 euro), zodat kwetsbare zzp’ers makkelijker werknemersrechten kunnen opeisen. Ook werkt de minister aan verduidelijking van de wet (‘inbedding’ als criterium) om te bepalen wanneer een werkgever een zelfstandige mag inhuren.

Deze onderwerpen bespreekt Van Gennip komen volgende week woensdag in een speciaal commissiedebat over het zzp-beleid. Volg ZiPconomy voor het laatste nieuws en verslag van de belangrijkste ontwikkelingen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Minister ziet niets in broodfonds als alternatief voor verplichte aov. ‘Te weinig garanties zonder verzekeraar’

De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen zal gemiddeld 225 euro per maand kosten. Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) onderzoekt nog of zelfstandigen straks zelf een alternatief kunnen regelen (de ‘opt-out’).

“Het moet wel haalbaar en uitvoerbaar zijn”, waarschuwde de minister donderdag tijdens het plenaire debat Pakket maatregelen voor hervorming arbeidsmarkt.

Daarbij kan ze zich slecht voorstellen dat alternatieven voor een verzekeraar aan de voorwaarden voor zo’n opt-out voldoen. Denk aan schenkkringen zoals een broodfonds of crowdsurance. “Ik zie niet hoe een broodfonds zonder zonder samenwerking met een verzekeraar kan voldoen aan de eisen”, zei Van Gennip.

Opt-out en stabiliteitsbijdrage

De arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) was een veelbesproken onderwerp tijdens het debat over haar plannen voor de arbeidsmarkt. Dinsdag stelden Kamerleden volop vragen en werd duidelijk dat links en rechts verdeeld zijn over de noodzaak van een opt-out.

Partijen zoals VVD, CDA, PVV en Forum voor Democratie (FVD) vinden zo’n uitzonderingsoptie essentieel. Ook CDA en D66 staan open voor een opt-out. Pepijn van Houwelingen (FVD) diende donderdag een motie in om te onderzoeken of zo’n opt-out ook kan zonder verzekeraar. “Wat nou als een broodfonds voldoet?”

Van Gennip ziet weinig in zo’n onderzoek. Zij benadrukt haar achtergrond als oud-bestuursvoorzitter van ziektekostenverzekeraar VGZ. “Zonder verzekeraar kan een schenkkring geen levenslange uitkering garanderen.”

Tijdens het debat had Van Houwelingen ook kritiek op de ‘stabiliteitsbijdrage’ die zelfstandigen betalen als zij zelf een alternatief voor de verplichte aov willen regelen. “Die bijdrage zorgt ervoor dat de opt-out niet ten koste gaat van de publieke verzekering”, zei de minister.

Verder rekent de minister erop dat zelfstandigen de kosten van de verplichte aov doorberekenen in hun prijzen. Zij verwacht dat dit makkelijker wordt, als straks alle zelfstandigen een aov moeten betalen en alle tarieven dus stijgen.

Verzekering voor alle werkenden

Meerdere partijen pleiten voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden, in plaats van alleen zelfstandigen. De minister ziet dat niet zitten. Ten eerste omdat er veel moet veranderen om zo’n maatregel in te voeren. Zij verwacht dat dit minstens 10 jaar duurt.

Verder hebben zelfstandigen andere behoeften dan werknemers, zegt ze. Zo kan ‘een echte zelfstandig ondernemer’ volgens Van Gennip meestal wel een jaar arbeidsongeschiktheid overbruggen met spaargeld. Daardoor kan de premie lager zijn. Een werknemer kan daarentegen terugvallen op bijvoorbeeld bedrijfsartsen en re-integratietrajecten via zijn werkgever.

Capaciteit bij het UWV

Bart van Kent (SP) en Léon de Jong (PVV) maken zich zorgen over de uitvoering van de verplichte aov voor zelfstandigen. Het UWV moet dat gaan doen, maar de uitkeringsinstantie kan geen extra werk aan. UWV heeft nu al te weinig verzekeringsartsen om de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) uit te voeren. ‘De WIA loopt helemaal vast’, concludeerde de Algemene Rekenkamer vorige maand.

Van Gennip zei dat de problemen bij het UWV ‘sowieso opgelost moeten worden’. Ze wil niet wachten met invoering van de aov. Van Gennip: “We moeten er gewoon voor zorgen dat de zaken bij het UWV op orde zijn, voordat al deze maatregelen ingaan.”

Begin april maakte de minister haar plannen voor de arbeidsmarkt bekend. Met dit pakket van 37 maatregelen wil zij schijnzelfstandigheid terugdringen, meer zekerheid voor mensen met een flexcontact en meer wendbaarheid voor werkenden en ondernemers. Tijdens het debat deze week ging het vooral over de details van deze maatregelen, de hoofdlijnen staan veelal vast.

Zzp-debat volgende week woensdag

De minister heeft ook volop plannen voor zzp’ers. Zo gaat de Belastingdienst gaat meer handhaven op schijnzelfstandigheid en komt er een ‘civielrechtelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’ onder een bepaald uurtarief (waarschijnlijk 30 á 35 euro) zodat kwetsbare zzp’ers makkelijker werknemersrechten kunnen opeisen. Ook werkt de minister aan verduidelijking van de wet om te kunnen bepalen wanneer een werkgever een zelfstandige mag inhuren.

Volgende week woensdag is er een speciaal commissiedebat over het zzp-beleid. Volg ZiPconomy voor het laatste nieuws en verslag van de belangrijkste ontwikkelingen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Afname van zorgprofessionals met een migratieachtergrond

Het rapport Arbeidsmarkt Zorg in Cijfers 2023 geeft inzicht in de arbeidsmarkt(beleving) van zorgprofessionals. Ogenschijnlijk verandert er weinig en blijft de arbeidsmarkt(beleving) van zorgprofessionals gelijk ten opzichte van de vorige meting door Compagnon en Intelligence Group, uit 2021. De schaarste op de arbeidsmarkt is heel hoog (werkzoekenden kunnen kiezen uit vijf vacatures), de werksfeer blijft de belangrijkste pullfactor, er is een gelijkblijvende instroom van nieuwe professionals, het totaal aantal zorgprofessionals is gelijk gebleven en ontevredenheid is de belangrijkste driver om van werkgever te wisselen.

Wel is een verdere afname van zorgprofessionals met een migratieachtergrond zichtbaar. Terwijl door onder andere de vergrijzing de beroepsgroep misschien nu al begint te krimpen, kan het meest kansrijke arbeidspotentieel onvoldoende worden ontsloten. Sterker nog, het is niet uit te sluiten dat zorgprofessionals met een migratieachtergrond of gekwalificeerde arbeidsmigranten het veel lastiger hebben om als zorgprofessional te blijven werken, ondanks de schaarste. Er is sprake van dat tijdelijke contracten niet worden verlengd, en er ligt een oneigenlijke drempel door de BIG-registratie. 16% van de Nederlandse beroepsbevolking heeft een migratieachtergrond, bij zorgprofessionals is dat 8% (in 2021 was dat nog 12%).

Frank Roders, CEO bij HR-specialist Compagnon: ‘De inzet op skills met een verplichte BIG-registratie lijkt daarmee haar doel voorbij te schieten. De zorg zou maximaal moeten inzetten op inclusiviteit omdat daar de sleutel ligt voor de arbeidstekorten in de nabije toekomst.’

Andere ontwikkelingen uit het onderzoek:

1.     Arbeidsmarktactiviteit lager onder zorgprofessionals. De arbeidsmarktactiviteit en baanwisselingen onder zorgprofessionals zijn lager vergeleken met de algehele Nederlandse beroepsbevolking. Deze lage(re) activiteit en mobiliteit is een constante over de onderzoeksjaren van het rapport.

2.     Belang van netwerk voor het vinden van een baan neemt toe. In 2021 gaf 12% van de zorgprofessionals aan een baan te hebben gevonden via bekenden of het eigen netwerk. Dit percentage is gegroeid tot 23% in 2023.

3.     Ontevredenheid blijft belangrijkste reden om van baan te wisselen. 43% van de mensen die aangeeft te zijn gewisseld van baan, geeft aan dat de reden daarvoor ontevredenheid met de vorige baan was en 28% geeft aan toe te zijn geweest aan een nieuwe uitdaging.

4.     Zorgprofessionals vinden het steeds belangrijker om zich te ontwikkelen. Als opleidings- en doorgroeimogelijkheden belangrijker worden, biedt dat een kans aan werkgevers om invulling te geven aan interne mobiliteit.

5.     Aantal zorgprofessionals daalt licht, met 20.000 tussen 2021 en 2023. Dit komt vooral voor rekening van de seniors, wat erop zou kunnen wijzen dat de vergrijzing merkbaar wordt.

In het rapport Arbeidsmarkt Zorg in Cijfers 2023 staat nog veel meer informatie over de zorgsector. Wil je meer weten? Download het ruim dertig pagina’s tellende rapport via Compagnon.

In deze arbeidsmarktanalyse van de zorgmarkt wordt gerapporteerd over zorgfuncties in loondienst op mbo 3/4- en hbo-niveau (o.a. verpleegkundigen, laboranten, apothekers, diëtisten en medisch assistenten).

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Inzicht in hoeveel flexibele krachten kosten vergeleken met vaste medewerkers

Het Vast- en Flex-dashboard kijkt naast tarieven ook naar wervingshaalbaarheid en pullfactoren van beide doelgroepen. En rapporteert naast het actuele marktconforme tarief ook het marktgemiddelde van zzp’ers binnen de beroepsgroep. Daarmee kunnen gebruikers binnen in één oogopslag hun Total Talent Acquisition strategie aanpakken.

Want werkgevers staan vaak voor het dilemma: een zelfstandig professional of detacheringspartij inhuren of een medewerker in loondienst aannemen? Met het nieuwe Vast- en Flex-dashboard is Intelligence Group de eerste op de markt die harde data verschaft voor het maken van deze keuze. Nu steeds meer mensen voor een flexibele werksituatie kiezen – gezien de sterke groei van de flexschil – is deze informatie actueler en belangrijker dan ooit. Tot en met vandaag was er geen onafhankelijk en actueel inzicht in de (ontwikkeling) van de zzp-tarieven.

Dashboard

Hoe werkt dat dashboard in de praktijk? In een kraakhelder overzicht wordt onder andere het gemiddelde tarief getoond van een bepaalde beroepsgroep, variërend van een junior, medior en senior in vaste dienst (respectievelijk uurtarief 21, 33 en 42 euro) en hetzelfde voor zelfstandig professionals (respectievelijk in dit voorbeeld 71, 86 en 112 euro), en het dashboard rekent dat tevens om in een maandtarief. Zo is in één oogopslag het verschil zichtbaar tussen de loonkosten van vaste en het uurtarief van flexibele krachten.

Naast pullfactoren en wervingshaalbaarheid is een ander waardevol datapunt van het Vast- en Flex-dashboard: de gemiddelde zzp-graad binnen een beroepsgroep. Daarmee heeft een organisatie een richtlijn in het aandeel zzp’ers binnen de geselecteerde doelgroep. ‘Er komt steeds meer bewijs dat als er naar verhouding te veel zelfstandig professionals, gedetacheerden en flex op de werkvloer zijn, dat het kennisbehoud en de productiviteit onder druk komen te staan. Tegelijkertijd jaagt een bescheiden flexschil juist productiviteit aan. Daarmee is het strategisch omgaan met de flexschil essentieel. Flex is geen duurzame oplossing voor wervingsproblemen, professioneel total talent management wel. Daar heb je de juiste data voor nodig, waarmee je makkelijk enkele procentpunten van je flexbudget kunt besparen. Voor de meeste werkgevers scheelt dat al snel enkele tonnen tot miljoenen per jaar’ aldus Geert-Jan Waasdorp, CEO van Intelligence Group.

Het nieuwe dashboard heeft in de huidige arbeidsmarkt met steeds wisselende aandelen van vaste en flexwerkers, de nodige voordelen: het Vast en Flex-dashboard maakt gebruik van onafhankelijke data, die elk kwartaal worden geüpdatet. Met het dashboard krijgt een bedrijf een totaaloverzicht, dat een perfecte input betekent voor het bepalen van zijn Total Talent Acquisition strategie. Intelligence Group is de enige in de markt die deze data gelijk kan tonen.

Meer informatie over de voordelen van deze innovatieve functie is beschikbaar op de website van Intelligence-Group. Klik hier om de pagina te bezoeken en lees hoe gebruikers kunnen profiteren van het Vast en Flex-dashboard.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 4s Reacties