Maandelijkse archieven: maart 2023

Joost Kampen: ‘Wegkijken bij destructief leiderschap kan niet meer’

In zijn boek ‘Destructief leiderschap’ confronteert Joost Kampen ons met de eenzijdig positieve kijk op leiderschap zoals die wordt onderwezen en doorgegeven. Kampen, die school maakte met zijn invloedrijke boek ‘Verwaarloosde organisaties’ (2011), vindt dat beschikbare kennis uit onderzoek te weinig doorklinkt in de managementpraktijk ‘Als organisatieveranderaars, bestuurders en managers moeten wij oog hebben voor de donkere kant van organisaties.’

Destructief klinkt een stuk alarmerender dan verwaarloosd, maar daar is het Joost Kampen in zijn nieuwe boek niet om te doen. De term ‘destructief leiderschap’ is in de wetenschap breed geaccepteerd en wordt al gebruikt sinds de jaren negentig, vertelt hij. Zes jaar geleden wijdde hij in zijn boek Leren interveniëren in Verwaarloosde organisaties al een hoofdstuk aan het onderwerp, waarin hij het idee van destructief leiderschap beschreef als systemisch concept.

Gevolgen van ontbrekend leiderschap

Het gaat hem ook niet zozeer om bedoeld, intentioneel destructief leiderschap, al komt dat ook aan de orde in dit nieuwe boek. Interessanter vindt Kampen de gevolgen van ontbrekend leiderschap. ‘Dat heb ik geleerd in de orthopedagogiek. Als een kind autoritaire ouders heeft, met losse handjes, kan hij zich daar later tegen afzetten. Maar een kind dat genegeerd wordt door zijn ouders, dat is veel schadelijker. Dat kind krijgt het idee: ik doe er niet toe, mijn ouders vinden mij niet belangrijk.

In organisaties is het niet anders. Als een medewerker zijn verhaal niet kwijt kan bij zijn leidinggevende, bijvoorbeeld nadat hij een paar lastige klanten aan de lijn heeft gehad, voelt hij zich verwaarloosd. En als de mentale en fysieke afwezigheid van de leidinggevende maar lang genoeg duurt, gaat die medewerker zijn eigen ding doen. Dan denkt hij: ik doe mijn eigen werkje wel, bekijk het allemaal maar.’

Kloof tussen theorie en praktijk

De link die Kampen legt met de orthopedagogiek is niet toevallig. “Oorspronkelijk ben ik opgeleid als P&O-adviseur. De O-kant trok me altijd al iets meer dan de juridische P-kant. Vervolgens ben ik organisatiesociologie gaan studeren. Daarna heb ik voor enkele bureaus gewerkt en verschillende projecten gedaan, tot ik rond 2000 bij het Amsterdamse GVB terechtkwam, het gemeentelijk vervoersbedrijf. Dat was voor mij een voor mij een loopbaanbepalende opdracht.”

Bij het GVB ontdekte Kampen dat de buschauffeurs veel beter in de gaten hadden hoe de werkelijkheid van die organisatie in elkaar stak dan het management. “Zij wisten hoe het echt werkte in de praktijk”, vertelt Kampen. “Daar ging ik met mijn theorieën en mijn boekenkast. Allemaal leuk en aardig, maar de praktijk zag er anders uit.”

De geleefde werkelijkheid klinkt te weinig door in de manier van benaderen en veranderen van organisaties.

“Gelukkig wordt daar in de literatuur ook steeds meer aandacht aan besteed. In feite is dat storytelling. Die methode heb ik ook toegepast in dit nieuwe boek, met veel voorbeelden. Dat is de geleefde werkelijkheid, zoals Hans Vermaak dat noemt, die naar mijn mening te weinig doorklinkt in de manier van benaderen en veranderen van organisaties.”

Romantisch beeld van leiderschap

Kampen verzet zich om die reden tegen het eenzijdig romantisch beeld dat we hebben van leiderschap. ‘Er is te veel aandacht voor constructief leiderschap’, schrijft hij. “Het wetenschappelijk onderzoek naar allerlei vormen van destructief leiderschap zie je nauwelijks of niet terug in opleidingen, of het nu op het mbo, het hbo of het wetenschappelijk onderwijs is. Ook bij trainingsbureaus, adviesbureaus en executive search-bureaus besteden ze er nauwelijks aandacht aan, heb ik geconstateerd.”

“Dat is een belangrijke drijfveer om dit boek te maken: wij leiden mensen op zonder kennis van dit verschijnsel. Al die jonge medewerkers gaan werken in een organisatie zonder dat ze in staat zijn te herkennen wat destructief leiderschap betekent. Ik vind dat wij als organisatieveranderaars, bestuurders en managers ook oog moeten hebben voor de donkere kant van organisaties.”

Non-leadership

Zoals gezegd gaat het Kampen niet zozeer om dominante, intimiderende leidinggevenden. “Dat zijn de leidinggevenden die zeggen: ‘morgen ligt dat stuk er, en zo niet, dan gaan wij een ander gesprek voeren’. Dat is intimidatie, daar kun je boos over worden en mee naar de vertrouwenspersoon gaan.

Nee, dit gaat veel meer over leidinggevenden waarvan je zegt: het is wel een aardige manager, maar ik heb er helemaal niets aan. Vaak hebben medewerkers daar wel enig geduld mee, maar als je nooit te weten komt of je iets goed doet of niet, als je nooit hoort wat de leiding ervan vindt, trekken die medewerkers zich terug. Laissez-faireleiderschap, of met een mooie term in het Engels: non-leadership.”

Incompetente overlever

Eén van de exponenten van deze vorm van non-leadership is wat Kampen aanduidt als de incompetente overlever. “Die wordt door iedereen herkend. Als ik dat type bespreek, weten mensen er zo twee namen aan te hangen. De incompetente overlever is iemand die is doorgegroeid naar een leidinggevende functie, iemand die helemaal niet zo goed is, maar geselecteerd voor die functie. Vaak is het iemand op het tweede niveau, een afdelingshoofd of een locatiemanager, die zelf ook wel weet dat hij eigenlijk niet geschikt is voor die functie.”

De incompetente overlever is heel slim geworden in het doen geloven dat het best wel goed gaat.

“De incompetente overlever is heel slim geworden in het doen geloven dat het best wel goed gaat. Als iemand evident disfunctioneert, bijvoorbeeld urenstaten goedkeurt terwijl die uren helemaal niet gewerkt zijn, dan kun je ingrijpen. Dat is hier veel lastiger.”

Maar hoewel ze incompetent zijn als leidinggevenden, zijn ze heel goed in overleven. “Als er een besluit moet worden genomen, hoor je ze er niet over. En dan kunnen ze achteraf zeggen: maar ik dacht dat het zus of zo was. Ze zijn heel bedreven in het politieke spel door medestanders te zoeken die dezelfde houding hebben als zij. Het lastige is: zij worden er door hun leidinggevenden niet op aangesproken. In zekere zin zijn de overlevers zelf ook verwaarloosd. Als er geen gekke dingen gebeuren, denken veel directies: het loopt best wel, dus vooruit maar.”

Werkelijkheidsanalyse maken

Bestuurders en toezichthouders zouden zich meer bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheden, vindt Kampen. “In mijn boek Verwaarloosde organisaties haal ik Lev Vygostky aan, die stelt dat je moet aansluiten op de sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling van het kind. Dat weet iedereen in het primair onderwijs. Het ene kind is wat verder dan het andere, en de leerkracht weet dat.”

“Maar in organisaties kijken we nooit naar wie in een bepaald team misschien wat meer verantwoordelijkheid kan en wil dragen dan een ander. Dat hele denken ontbreekt ernstig in verandertrajecten. Ze hebben de missie-visie-strategie keurig op orde, maar er wordt nauwelijks gekeken wat de operatie aankan. Er zou altijd eerst een goede werkelijkheidsanalyse gemaakt moeten worden, op basis waarvan je je kunt afvragen wat gaat werken en wat niet. Pas daarna kun je je keuze maken voor de aanpak van een verandering.”

Herstel van verwaarlozing

Een scherpe blik op de werkelijkheid is dus van levensbelang, ook al omdat herstel – gezondmaking – niet eenvoudig is. Met de leidinggevende vervangen ben je er nog niet, zegt Kampen. “De emotionele verwaarlozing is niet weg als de formele situatie verbeterd is. Ook als er een nieuwe leidinggevende is die het wel goed doet, is die negatieve ervaring niet automatisch verdwenen.”

“Dat is met verwaarloosde jongeren ook zo: als die in een veilige situatie komen, zijn ze echt niet zomaar helemaal aangesloten. Dat heeft tijd nodig, ervaring, dat duurt echt een paar jaar. Dan hebben mensen pas weer het gevoel dat hun leidinggevende begrijpt wat zij nodig hebben. Dan ben je vaak al in de derde of vierde cyclus van functioneren en beoordelen.”

Laat mensen delen wat hen bezighoudt

Kampen introduceerde deze cyclus van herstel in zijn eerdere boek Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties. “Een organisatie moet er tijd en aandacht aan besteden en dat volhouden. Dus niet enkel wanneer er een incident of een crisis is geweest. Mensen moeten zich af en toe kwetsbaar kunnen opstellen en kunnen delen wat hen bezighoudt, zonder te worden genegeerd of afgefikt. Dat helpt medewerkers enorm.”

“Ik durf de stelling wel aan dat organisaties die werkten aan het overwinnen van verwaarlozing, beter in staat waren om te gaan met de uitdagingen van Covid-19 dan organisaties die alleen maar op de cijfers gefocust zijn. Die waren echt de kluts kwijt. Dat komt omdat leidinggevenden van herstellende organisaties zich realiseerden wat het met hun mensen doet. En er dus ook aandacht voor hadden.”

Holistisch kijken naar organisaties

Bovenal moet onze aandacht dus gericht zijn op het voorkomen van destructief leiderschap. “We moeten holistischer kijken. De realiteit van organisaties is niet alleen maar een mooie wereld. Zoals Jesse Segers, de decaan van SIOO, zo mooi in het voorwoord schrijft: liever de goede hel dan de valse hemel. Dat we niet alleen maar denken: holadijee, wat zijn we toch goed bezig met mooi leiderschap. Dat is slechts een deel van de werkelijkheid.”

“Ons beeld van leiderschap moet genuanceerd worden, zodat ook de jonge mensen die gaan leidinggeven dit begrijpen en er een taal voor hebben. Als je 27 of 28 bent en je wordt gevraagd een team te gaan leiden, moet je heel goed nadenken wat het betekent om verantwoordelijk te zijn voor veertig mensen. Kan je dat wel waarmaken? Ik hoop echt dat dat besef gaat doordringen.”

Tekst: Hans van der Klis; Foto : Mirjam van der Linden


Het boek ‘Destructief leiderschap’ van Joost Kampen is onder andere te bestellen via Managementboek.nl.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

ZiPtalk: ‘Een externe medewerker stemt met zijn voeten’

De krapte op de arbeidsmarkt is en blijft een actueel thema. Dit zorgt ervoor dat ondernemers niet alleen moeten kijken naar het behoud van hun interne werknemers, maar ook aandacht moeten hebben voor hun ingehuurde personeel. Sjanne Marie van den Groenendaal, post-doctoraal onderzoekster van de Tilburg University en expert op het gebied van zzp’ers en Wim Davidse, arbeidsmarktstrateeg en hoofdredacteur van HRMonitor, bespreken in deze editie van ZiPtalk het belang van goed opdrachtgeverschap. “Een externe medewerker stemt met zijn voeten.”

Goed opdrachtgeverschap en goed werkgeverschap liggen volgens Sjanne Marie van den Groenendaal heel dicht bij elkaar. In essentie gaat het volgens haar namelijk over hoe je naar mensen kijkt in een organisatie en hoe je met deze mensen omgaat. “Mijn visie op goed opdrachtgeverschap is dat je goed en fatsoenlijk met mensen in je organisatie dient om te gaan, los van de contractvorm.”

Volgens Wim Davidse moet een opdrachtgever nog meer op zijn tenen lopen dan een werkgever. “Een externe stemt makkelijker met zijn voeten. Als hij het niet ziet zitten bij jou, niet blij is met wat hij moet doen of hoe hij het moet doen, dan gaat hij makkelijker weg dan een werknemer. Externe krachten houden je scherp als het goed is.”


Wim Davidse versterkt team ZiPconomy

Sinds kort is  flex- & arbeidsmarktstrateeg en spreker Wim Davidse ook hoofdredacteur #HRMonitor en chief evangelist bij #ZiPmedia.

“Samen met Hugo-Jan Ruts, het hele ZiP-team, de andere ZiPmedia-platforms en onze partners ga ik werken aan de verdere verwezenlijking van onze missie: de waardering voor en kwaliteit van flexwerken en van vaste banen verder versterken en de potentiële synergie van ‘total talent’ aanboren”, zegt Davidse op LinkedIn.


Tijd voor actie

Volgens Van den Groenendaal zijn organisaties zich heel erg bewust van de term goed opdrachtgeverschap en weten zij dat ze zich hierin moeten verdiepen. “Maar we zijn nu klaar met praten over goed opdrachtgeverschap, het is tijd voor actie. Opdrachtgevers moeten zichzelf nu de vraag gaan stellen hoe zij vorm gaan geven aan goed opdrachtgeverschap.”
De vraag is wie er binnen de organisatie dan verantwoordelijk is voor die externe kracht. In de praktijk is de inhuurafdeling verantwoordelijk voor de inkoop van externe krachten, maar daarna? Bij een interne werknemer zie je een heel HR-traject van werving, onboarding etc. De medewerkersreis is daarbij heel belangrijk. Maar bij een externe professional stopt het traject vaak op het moment dat hij binnen is.

Deze verantwoordelijkheid zou bij HR moeten liggen, zegt Van den Groenendaal. “HR heeft alle kennis en kunde in huis om naar de mens te kijken en naar wat mensen drijft om voor een bepaalde organisatie te werken. Ik denk dat HR kansen laat liggen als zij zich niet op een positieve manier bemoeien met het inhuurproces.”

Ik denk dat HR kansen laat liggen als zij zich niet op een positieve manier bemoeien met het inhuurproces.”

Tegelijkertijd ziet Van den Groenendaal ook dat er flink bezuinigd wordt op HR. Daardoor is de afdeling vooral met hele operationele taken bezig. “Ze zouden wel verder willen kijken en zich bezig houden met alle contractvormen, maar daar zijn geen tijd en middelen voor.”

Driehoeksverhouding

Wanneer er sprake is van een driehoeksverhouding en er dus ook een intermediair in het spel is, moet volgens Davidse ook het bureau altijd de verantwoordelijkheid nemen. “Het gaat er ook om hoe je het beste uit de flexibele professionals tovert. Dan moet je als opdrachtgever betrokken zijn, maar ook als bureau.”

Het bureau is de enige constante in het werkzame leven van de flexwerker. Volgens Davidse zouden we nog veel meer op de engagement van vaste en tijdelijke werkenden moeten letten. “Het is al erg verbeterd de afgelopen jaren, ik denk ook onder druk van de krapte op de arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd zijn we er nog lang niet.”

Davidse stelt dat het nog te vaak is dat de opdrachtgever betaalt en dus ook bepaalt. “Naar de kandidaat wordt niet geluisterd. Die mentale knop moet worden omgezet.”

Meer zzp’ers

In de tweede helft van 2022 is het aantal zzp’ers met bijna 14 procent gestegen ten opzicht van een jaar ervoor. Davidse noemt dit “de werkersrevolutie”. “Mensen kijken om zich heen en denken bij zichzelf: als ik geen leuke vaste baan krijg, dan kies ik ervoor om als zzp’er te werken.” Reden te meer dus om aan de slag te gaan met goed opdrachtgeverschap. Van den Groenendaal: “Ga op zoek naar iets wat bij jouw organisatie past. Durf out-of-the-box te gaan en laat je niet ontmoedigen.”


Beluister deze aflevering van ZiPtalk op Spotify of bekijk de opname op YouTube

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Bovib bij BNR over de zaak Deliveroo en flexibilisering van de arbeidsmarkt

Presentator Thomas van Zijl sprak vrijdag tijdens radioprogramma BNR Zakendoen met Bovib-voorzitter Marc Nijhuis. Aanleiding was de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak rondom Deliveroo.

Zaak Deliveroo

De Hoge Raad gaf vakbond FNV vorige week opnieuw gelijk: de bezorgers van Deliveroo waren geen zzp’ers, maar werknemers. Veel mensen keken uit naar deze uitspraak, omdat zij hoopten dat de de hoogste rechterlijke instantie ook meer helderheid zou scheppen over de vraag wanneer iemand als zzp’er mag werken en wanneer in loondienst. De Hoge Raad deed dat niet. De Raad ziet op dit moment geen aanleiding voor rechtsontwikkeling, omdat ‘de wetgever met dit onderwerp bezig is’.

In het interview vertelt Nijhuis dat zo’n uitspraak toch wel weer iets meer duidelijkheid geeft over wanneer je wel en niet met zzp’ers mag werken. En dat is positief. “Bovib is tegen schijnzelfstandigheid”, zegt de voorzitter. “We moeten schijnconstructies voorkomen, ook omdat de politiek anders met maatregelen komt die een beperking zijn voor de hele flexbranche.”

‘Heel ander type flexwerkers’

De bezorgers van Deliveroo zijn een heel ander type werkenden dan waar Bovib-leden mee te maken hebben, legt hij uit. Regels rondom flexwerk zouden dus meer toegespitst moeten worden.

“Wij matchen vraag en aanbod van bijvoorbeeld consultants en andere kennisprofessionals”, zegt hij. “Zij werken voor minstens 65 euro per uur. We moeten hen lekker laten ondernemen, maar we mogen wel iets van ze vragen. Het zou eerlijk zijn als zij evenveel belasting betalen als werknemers en meedoen met het sociale stelsel.”

‘Aantal zelfstandig professionals blijft groeien’

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil flex terugdringen. Nijhuis denkt dat dit onverstandig is en ziet het niet zo gauw gebeuren. Het aantal zelfstandig professionals neemt komende jaren alleen maar toe, denkt hij.

“Ten eerste is er veel vraag: organisaties veranderen in rap tempo en hebben continu nieuwe competenties nodig”, zegt Nijhuis. “Daarnaast heerst schaarste aan personeel op de arbeidsmarkt, waardoor de vraag naar flex toeneemt. Aan de aanbodkant zie ik dat steeds meer jonge professionals zich aanbieden als zelfstandige. Ondernemerschap, afwisseling en autonomie zijn aantrekkelijk voor de jonge generatie.”

Bovib praat mee in Den Haag

Kortom, flexibele arbeid blijft een belangrijke rol spelen in de economie. Volgens de Bovib-voorzitter kunnen intermediairs en brokers helpen om dat in goede banen te leiden. Bovib wil vaker in contact komen met politici over de toekomst van werk in Nederland, zegt hij. “We werken samen met andere brancheorganisaties en dat loont. We zien dat politici en beleidsmakers onze inbreng serieus nemen.”

Zo denkt Nijhuis dat het tijd is voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. “Nu zijn er maar twee smaken: werknemer of ondernemer”, zegt hij. “Dat doet geen recht aan de manier waarop veel mensen willen werken. Met een eigen rechtspositie voor zelfstandigen kun je ook sectorale regels bepalen. Dat is belangrijk, want een zelfstandige in de zorg is een heel ander type dan een interim-professional of een zzp’er in de IT.”

Luister het volledige interview hier terug.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 1 Reactie

Salaris niet belangrijkste motivatie voor vrouwen in IT-sector

Vacaturebank No Fluff Jobs deed een onderzoek onder 303 vrouwen in de IT-branche naar wat zij belangrijke arbeidsvoorwaarden vinden. Hoewel IT-banen vaak goed betaald worden, blijkt dat deze vrouwen een goede werksfeer belangrijker vinden dan een hoog salaris. Bovendien blijkt dat veel van de respondenten hun carrière zijn begonnen na een overstap vanuit een andere sector.

Carrièreswitch

Een groot deel van de vrouwelijke respondenten (42,1%) komt de IT-sector binnen door een carrièreswitch. Van deze groep zegt een derde dat een hoog salaris hun belangrijkste motivatie was. Andere motivaties waren onder meer dat vrouwen de IT-sector en gerelateerde ontwikkelingen interessant vinden (47%), voldoende mogelijkheden hebben voor persoonlijke ontwikkeling (44%) en de mogelijkheid hebben om op afstand te werken (45%).

Salaris niet meest belangrijk

Hoewel IT-banen vaak goed betaald worden, is een hoog salaris niet de belangrijkste factor voor vrouwelijke IT-professionals in Nederland. Zo geeft 28% aan dat het de belangrijkste reden is om voor een organisatie te werken, terwijl dit percentage in andere landen rond de 65% ligt. Op nummer één staat een goede sfeer op het werk (73%), gevolgd door de mogelijkheid om op afstand te werken.

Flexibele werktijden

Op het gebied van arbeidsvoorwaarden vinden vrouwen vooral de mogelijkheid om hun eigen tijd te beheren belangrijk. Hierbij gaf 72% van de respondenten aan flexibele werktijden op prijs te stellen. Andere hoog gerangschikte voorwaarden zijn onder meer de mogelijkheid van een vierdaagse werkweek (59%), een opleidingsbudget (58%) en door de werkgever verstrekte apparaten zoals een zakelijke telefoon of laptop.

Nog geen salaristransparantie

Ook benadrukt het onderzoek de behoefte aan meer transparantie en eerlijke beloning. Hierbij gaf 16,5% van de vrouwen aan dat zij minder betaald krijgen dan mannen met dezelfde competenties en functie; een kleine 5% van de vrouwen verdient meer. Bovendien heeft 55,3% geen idee hoeveel anderen in dezelfde organisatie betaald krijgen. 26% van de IT-vrouwen kreeg het afgelopen jaar een promotie en 71,8% meldde een salarisverhoging.

Talentkloof verkleinen

Senior marketing specialist bij No Fluff Jobs, Chetan Fatingan, gelooft dat een oplossing om de kloof in talent in de IT-sector te verminderen is om de sector toegankelijker en aantrekkelijker te maken voor vrouwen. “Nederland heeft een tekort aan IT-specialisten en tegelijkertijd is minder dan een vijfde van de IT’ers vrouw. IT-talent dat er is, heeft voldoende keuze in banen. Zorg dus voor salaristransparantie, flexibele werktijden en een gezonde, open werksfeer.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Circle8 Group neemt Zwitserse marktleider Swisslinx over

Circle8 Group, onderdeel van het in Zwitserland gevestigde Axiom Partners, neemt per direct het Zwitserse IT-staffing- en -consultancybedrijf Swisslinx over. Na overnames van onder andere de Nederlandse labels Circle8 (voormalig De Staffing Groep), FixedToday en Seven Stars, is dit een volgende strategische acquisitie in de IT-staffing branche. Met een indrukwekkende klantportefeuille en een veelbelovende winstmarge is Swisslinx marktleider in de Zwitserse financiële sector. Deze volledige bedrijfsovername past binnen de internationale buy-and-build strategie van Circle8 Group. Financiële details worden niet bekendgemaakt.
Swisslinx blijft vanuit de huidige merknaam opereren. Bovendien zal de Zwitserse organisatie haar activiteiten onafhankelijk voortzetten van andere staffing organisaties die onder de vlag vallen van Circle8 Group. “Wij zijn erg trots dat we onze staffing strategie onder Circle8 Group internationaal mogen uitbreiden met Swisslinx”, zegt Guus Franke, CEO van Axiom Partners. “Buitenlandse expansie is een belangrijke stap in het vergroten van onze internationale slagkracht, met als doel de klanten van Circle8 Group maximaal te kunnen profiteren van alle schaalvoordelen die dit met zich meebrengt . Met Swisslinx zijn we niet alleen in één keer marktleider in de Zwitserland, het maakt ons tevens in één klap een van de grootste ICT staffing en -dienstverlener in Europa, wat een volgende stap naar markten als bijvoorbeeld Duitsland zal vergemakkelijken.”

Internationale kansen

Het Zwitserse IT-staffing- en consultancybedrijf groeide in de afgelopen jaren gemiddeld met bijna twintig procent per jaar. “We hebben in de afgelopen 23 jaar grote internationale opdrachtgevers toegevoegd aan onze portefeuille”, aldus Olivier Ruedin, CEO en co-founder van SwissLinx. “We hebben er vertrouwen in dat we met de overstap naar Circle8 Group en Axiom Partners verder kunnen groeien en ons internationale marktaandeel kunnen uitbreiden. Nu we onderdeel zijn van een grote internationale speler, kunnen wij onze kandidaten ook buitenlandse kansen aanbieden.”

Vertrouwde verkoop

De transactie kwam tot stand na een exclusief proces met de vier oprichters en eigenaren. Ruedin: “Met Axiom Partners is SwissLinx in goede handen. Hun ondernemende karakter, langetermijnvisie en kennis van de sector gaven de doorslag om deze verkooproute in te slaan”. Ook Axiom Partners kijkt terug op een prettig proces en blikt met Swisslinx in haar portfolio vooruit op een mooie toekomst. Franke: “De professionals van Swisslinx bezitten vergaande kennis over technologie, databases en hebben sterke consultancy-kwaliteiten die onze groep verstevigen. Dit voelt gelijk vertrouwd. Ik zie mooie kansen liggen in onze samenwerking en ben ervan overtuigd dat we veel van elkaars kwaliteiten gaan leren.”

Over Swisslinx

Als Zwitserse marktleider is Swisslinx recruteringsexpert op het gebied van werven, behouden, RPO- en adviesoplossingen, projectpersoneel en programmaresources. Swisslinx staat bekend om de persoonlijke service en nauwe samenwerking met zowel klanten en als kandidaten. Vanuit een sterke wervingsmethodologie werken meer dan zestig consultants samen met onderzoeksteams om geschikte kandidaten te identificeren, kwalificeren en beoordelen. Swisslinx is een preferred partner van veel internationale organisaties, omdat zij klanten en kandidaten voorzien van uitzonderlijke marktkennis en ervaring. Voor meer informatie, bekijk de website: https://www.swisslinx.com/
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Zes takeaways vanaf Total Talent Summit 2023

Zet zo’n 100 managers HR, recruitment en inhuur plus de nodige experts een dag bij elkaar, en je krijgt een karrevracht aan verhalen, ervaringen, meningen en visies over de arbeidsmarkt en hoe daar – vanuit verschillende perspectief – mee om te gaan. Dat was dan ook precies het doel en de uitkomst van de tweede Total Talent Summit, het event dat ZiPconomy samen met Werf& en NextConomy en ToTalent organiseerden.

Natuurlijk was de inleiding van Mathijs Bouman nuttig (“Elke arbeidsmarktspecialist moet nu ook specialist baanvernietiger worden”) en ook de les van Steven van Belleghem over een gewenste houding van recruiters naar kandidaten: zorg dat je altijd in de buurt bent, wees niet opdringerig, voeg waarde toe en zorg voor de juiste timing. Ja, de interviews met Arriette Kat, ING (lees ook hier) Jan-Willem Weijers (nu onder andere Alliander, lees hier), en met Caroline Wiemer (Rijksoverheid, ook te gast in dit webinar) en Mark van Assema gaven een interessant inzicht in de praktijk. Maar uiteindelijk gebeurde het aan tafel: de uitwisseling, de discussie, de conclusies. Een selectie daarom van de samenvattingen die een aantal ‘tafelvoorzitters’ konden maken na hun rondetafelgesprekken.

1.      Alles draait om inspelen op veranderingen

De strategie rond talent acquisition, zowel vast als flex, lijkt bij grotere organisaties vaak wel al op orde. De technologie om die ook uit te voeren is ook aanwezig. Maar, zo concludeerde Mitchell de Bos – Head of Business Development bij Malt, aan ’zijn tafel’: waar het (meer) om draait is in hoeverre organisatie snel kunnen inspelen op veranderingen.

2.      Data delen onvermijdelijk?

De waarde van data, in combinatie met HR Tech oplossingen als een VMS en vanzelfsprekend AI, is enorm. Daarover geen discussie. Maar, zo vertelde Patrick Tiessen van Nétive, dat wil nog niet zeggen dat iedereen ‘zo maar’ die data ook wil delen. Terwijl eigen data vergelijken en verrijken met data ‘van anderen’ wel fors meer inzicht geeft.

3.      Maatwerk via skills

Kandidaatgedreven recruitment, voor vaste functies, voor externe flex én voor interne flex, vraagt om persoonsgericht maatwerk. Dat kan juist ook met technologie, zo legde Wouter Waaijenberg (Cirlce8) uit. Het werken en praten over ‘skills’ (in plaats van CV’s) kan daar flink bij helpen.

4.      Niet HR of Inkoop, maar de business centraal

Praat over het organiseren van ‘inhuur’ en je komt ook als snel uit bij het gesprek wie in de ‘lead’ moet zijn: HR of inkoop. Nu, zo zei Marc Leene – Director International Clients van de HeadFirst Group, zorg vooral dat de business in de lead is. Die is uiteindelijk diegene die met het ‘talent’ – vast of flex – aan de slag gaat.

5.      TTA geen noodzaak maar wel een mooie droom

Is Total Talent Acquisition in de eeuwig durende krappe arbeidsmarkt (zie Bouman) nu een bittere noodzaak of een mooie droom? Het samengaan van recruitment van vast en inhuur van flex staat centraal op de Total Talent Summit, maar een noodzakelijk antwoord op die krapte is het volgens Inge Vuik van de Intelligence Group nu ook weer niet. Er zijn genoeg andere strategieën denkbaar. Een mooie droom was het volgens haar tafel in ieder geval wel…

6.      Ieder heeft een stukje van het verhaal

Over dromen gesproken. Er zijn genoeg organisaties waar het qua TTA niet blijft bij dromen. Wat dan wel opvalt, zo werd duidelijk aan de tafel van Peter de Buck – van Connecting-Expertise – is dat ieder een puzzelstukje van dat TTA-verhaal kan vertellen. Maar nog bijna niemand heeft het hele verhaal in elkaar gelegd.

Wat dan ook gelijk het motief achter de summit is. Ervaringen delen, samen – met de aanwezige experts – zoeken naar dat grote plaatje. Op 21 maart 2024 – op de derde editie van de Total Talent Summit – zullen we weer gaan onderzoeken hoe ver we dan staan.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter