Maandelijkse archieven: januari 2022

Profiel: Wie is de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid?

Hervorming van de arbeidsmarkt heeft prioriteit deze kabinetsperiode, verklaarde Karien van Gennip vlak na haar beëdiging aan persbureau ANP. Sinds afgelopen week is de CDA-politica minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Van Gennip is de eerste vrouwelijke minister van SZW. Ook is ze de eerste met ruime ervaring in het bedrijfsleven.

Taak uit het regeerakkoord

Van Gennip is van plan om ‘haar tanden te zetten’ in de problemen op de arbeidsmarkt. Dat is ook afgesproken in het regeerakkoord. Daarin staat dat het nieuwe kabinet de arbeidsmarkt gaat hervormen en zo lasten verlaagt, bestaanszekerheid verbetert en armoede tegengaat.

Werken moet lonen, werkgeverschap en ondernemerschap moeten aantrekkelijk blijven en het welzijn van Nederlanders moet stijgen. Van Gennip mag 500 miljoen euro per jaar besteden aan de hervorming.

Borstlap en SER als leidraad

Hoe Van Gennip de veranderingen moet aanpakken, staat niet concreet in het coalitieplan. Daarin is alleen afgesproken dat het eindrapport van de commissie Borstlap en het SER MLT-advies de leidraad zijn voor de hervormingen. Het terugdringen van ‘flex’ en het vergroten van de ‘interne wendbaarheid’ staat centraal in die adviezen.

De nieuwe minister van Sociale Zaken wil eerst uitzoeken welke voorstellen van de Commissie Borstlap haalbaar en wenselijk zijn. Ze hecht naar eigen zeggen veel waarde aan de mening van de vakbonden en werkgeversorganisaties. Ook wil ze met Hans Borstlap zelf in gesprek. Daarna komt ze met een “gedragen voorstel”, belooft de nieuwe minister.

Ze kan het nog best lastig krijgen, ook omdat coalitiepartijen CDA en D66 heel andere ideeën hebben over de arbeidsmarkt. Terwijl het CDA wil dat het vaste contract weer de norm wordt, wil D66 juist ‘minder druk op de juridische kwalificatie van de arbeidsrelatie’.

Vast, flex en deeltijd-WW

In ieder geval moeten de verschillende tussen vast en flex kleiner worden. In lijn met het SER MLT-advies worden oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten beter gereguleerd.

Verder gaat Van Gennip in overleg met de sociale partners een ‘budgettair neutrale deeltijd-WW’ uitwerken, om de interne flexibiliteit en wendbaarheid van bedrijven te vergroten. Met zo’n deeltijd-WW kan een werkgever met omzetverlies zijn werknemers bijvoorbeeld een dag per week betaald thuis laten zitten.

Dat kan nog lastig worden. Vakbonden en werkgevers willen dat de overheid grotendeels opdraait voor de kosten. De nieuwe coalitie wil juist een ‘budgettair neutrale’ regeling.

Zelfstandig ondernemers

Van Gennip gaat ook aan de slag met de vervanging van de Wet DBA, een taak die ook al in het vorige regeerakkoord stond. In het nieuwe coalitieakkoord belooft het kabinet wederom helderheid voor werkgevers, zodat ze weten onder welke voorwaarden zzp’ers ingehuurd kunnen worden.  Wat betreft handhaving op schijnzelfstandigheid zal Van Gennip samenwerken met Marnix van Rij. Hij is de nieuwe staatssecretaris Fiscaliteit, en ook namens het CDA

Over de “grote groep” zelfstandigen in Nederland, zei Van Gennip tegen ANP: “Niet iedereen daarvan is een goed betaalde consultant. Daar zitten ook heel veel constructies waarover je moet nadenken: wat moet je daarmee.”

Wat wel duidelijk is op het gebied van zzp, is dat er een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen komt. Verder wordt de zelfstandigenaftrek afgebouwd, zelfstandigen krijgen daar compensatie voor via de verhoging van de arbeidskorting. Lees meer.

Loopbaan: van ingenieur tot directeur…

Van Gennip staat niet bekend als een arbeidsmarkt-expert, maar heeft wel veel ervaring in het bedrijfsleven. Ze is van huis uit ingenieur Technische Natuurkunde en werkte na haar afstuderen zes jaar bij consultant McKinsey. Dat deed ze in eerste instantie in Amsterdam en later vanuit San Francisco.

In 2002 werd ze projectleider reorganisatie bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), waar ze een jaar later directeur werd. In diezelfde periode was ze bestuurslid van het CDA in de gemeente Amsterdam.

…en van staatssecretaris tot bestuursvoorzitter

Kort daarna werd Van Gennip gevraagd om een rol te vervullen in het tweede kabinet van Jan-Peter Balkenende. Ze was staatssecretaris van Economische zaken in de kabinetten Balkenende II en III, in een tijd dat de positie van de zelfstandig ondernemer weinig politieke aandacht kreeg. Na haar periode in het kabinet was ze kort lid van de Tweede Kamer namens het CDA. Ze was actief als parlementslid tot en met september 2008.

In de dertien jaar daarna was Van Gennip onder andere directeur van de Franse tak van ING, directielid van de internationale INSEAD businessschool en bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar VGZ.

Samenwerking

Van Gennip is niet de enige die met hervorming van de arbeidsmarkt aan de slag gaat. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft sinds het kabinet-Rutte IV twee ministers: die van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Die tweede minister is nu Carola Schouten van de ChristenUnie (CU).

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Frank Kwakman: “Hybride werken vraagt om nieuw leiderschap”

Waarom is het nu hét moment om zelf de regie te nemen?

Leidinggevenden zijn tijdens de COVID-19 periode op afstand komen te staan. Vraag eens aan medewerkers wat daar het effect van is. Je krijgt twee antwoorden: leidinggevenden zitten dichter op je huid dan je lief is, óf ze zijn verder weg dan ooit. Allebei onwenselijk, nog los van de pogingen van sociaal gedepriveerde leidinggevenden die ineens elke twee weken gingen bellen om te vragen hoe het met je gaat. In mijn boek laat ik veel medewerkers aan het woord die twee of meer dagen per week thuiswerken een uitkomst vonden. De productiviteit is er niet minder om geworden en je doet in minder uren zelfs meer werk, omdat je niet gestoord wordt door vragen van collega’s, afleidingen op de werkplek en andere ongewenste tijdverslinders. Voorwaarde is wel dat deze medewerkers zelfstandig kunnen werken, hun planning op orde hebben en collega’s weten te vinden als er overlegd moet worden.

Voor een deel van de medewerkers was thuiswerken nieuw, maar de meesten pakten de dynamiek van de nieuwe werkweek en de eigen regie die daarvoor nodig was snel op. En is dit ook niet wat veel organisaties al jarenlang – en mijns inziens met goede redenen – op hun verlanglijstje hebben staan als kernkwaliteit van hun medewerkers: meer eigenaarschap, zelfregie, initiatief en ondernemerschap. Met als idee dat medewerkers zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun werk, ontwikkeling en loopbaan in een wereld waarin banen snel veranderen, continu leren noodzakelijk is en samenwerking onderhevig aan nieuwe technologie. Hybride werken kan een enorme versnelling geven aan dit proces naar zelfregie, maar alleen als het traditionele leiderschap op de schop gaat.

Wat vraag zelfregie aan leiderschap?

Bij hybride werken wordt het traditionele leidinggeven vervangen door leidinggeven op afstand en dat betekent nogal wat. Sturen op uren en aanwezigheid maakt plaats voor sturen op doelen en resultaten. Van bovenaf organiseren en problemen oplossen verandert in ruimte en verantwoordelijkheid geven aan medewerkers en teams. Controleren maakt plaats voor medewerkers en teams die zelf inzicht geven in hun planning, voortgang en resultaten. Aandacht voor hoe het werk wordt uitgevoerd, wordt vervangen door aandacht voor de ontwikkeling en het welzijn van medewerkers en teams. Deze transformatie van leiderschap kan heel goed worden ondersteund door de (her)introductie van zelfsturende teams. Daarmee deel je als leidinggevende namelijk een deel van de benodigde leiderschapsrollen – die van leider, manager, coach en ondernemer – met de teams waar je verantwoordelijk voor bent.

Daarnaast blijft jouw leiderschap natuurlijk onontbeerlijk waar het gaat om het stellen van doelen, zeker in een wereld waarin de dynamiek groter is dan ooit. En dan bedoel ik niet alleen de operationele doelen die je dag of week bepalen, maar ook de grotere doelen die gaan over de ambitie van de organisatie en welke stappen nodig zijn om daar te komen. Deze grotere, strategische doelen geven richting aan de bijdrage van teams en medewerkers, waardoor eigen regie binnen handbereik komt, naast de operationele voortgang via bijvoorbeeld Trello, Asana of Jira.

In mijn optiek zitten medewerkers zelf aan het stuur, houden hun voortgang bij, vragen feedback en evalueren gedurende het hele jaar hun eigen bijdrage. Als dit eigenaarschap gefaciliteerd wordt door de goede gesprekken ofwel impactgesprekken op het juiste moment, is dat een geweldige stimulans voor zelfregie. Daarnaast is het natuurlijk nodig om als medewerker routines te vinden voor je nieuwe werkweek: je digitale wereld op orde, een eigen werkplek, regie over je agenda, et cetera.


Leidinggeven aan jezelf  – Hoe neem je zelf de regie bij hybride werken?

Het moment om zelf de regie over je werk en toekomst te nemen is nu. In ‘Leidinggeven aan jezelf’ laat Frank Kwakman zien wat jij kunt doen om zelf stappen te zetten naar jouw nieuwe werkleven. Dit boek geeft praktische voorbeelden, stelt kritische vragen en nodigt je uit het heft in eigen handen te nemen. Met de persoonlijke vragen, testen en QR-codes kun je direct aan de slag om zelf jouw toekomst vorm te geven.

Bestel het boek ‘Leidinggeven aan jezelf  – Hoe neem je zelf de regie bij hybride werken?’ bij managementboek.nl.


Kan iedereen zelf de regie nemen?

In principe wel, maar hoe dat werkt is voor iedereen anders. We kennen allemaal wel de voorbeelden van medewerkers die op kantoor goed uit de verf kwamen, vooral vanwege hun relationele kwaliteiten en de hulp die ze aan collega’s vroegen. Toen ze op afstand werkten, kwamen ze niet of veel minder tot prestaties, omdat ze de hulp en input van collega’s misten. Eigen regie op kantoor is dan eenvoudiger dan eigen regie op afstand. Tegelijkertijd willen organisaties steeds minder voor hun medewerkers denken, maar samen met hen van gedachten wisselen over veranderend werk en nieuwe vaardigheden. Iedereen wordt geacht op dat gebied zelf initiatief te tonen. Daar hoort natuurlijk ook leiderschap bij dat eigen regie stimuleert.

In mijn boek beschrijf ik acht principes voor leiderschap op afstand. Ken je medewerkers, heb oog voor ieders (thuis)situatie, wees transparant over plannen, voortgang en resultaten, beleg eigenaarschap en creëer een feedbackcultuur, zijn voorbeelden van deze principes. En natuurlijk, de baas moet leren loslaten, zoals je links en rechts leest. Vertrouwen, transparantie en afgesproken resultaten, daar steunt succesvol leidinggeven op afstand op. Een apart hoofdstuk – ook in het boek – is natuurlijk dat bij hybride werken, leven en werk als onderdeel daarvan, steeds meer verbonden zijn. Ook dat vraagt eigen regie of, in termen van Stephen Covey, persoonlijk leiderschap. Voordat je het weet ben je thuis – zowel fysiek als mentaal – meer met werk bezig dan je lief is en sneeuwen persoonlijke doelen onder. Een goede mix tussen werk en privé kan bijvoorbeeld worden bereikt door een vierdaagse werkweek, aandacht voor je vitaliteit en door je meer dan ooit bewust te zijn van je persoonlijke doelen.

Hoe ziet onze werkomgeving er in 2030 uit?

Hybride werken blijft en er zal steeds meer in tijdelijke teams worden gewerkt. Een deel van de medewerkers zal op kantoor blijven werken, omdat ze daar beter presteren, of omdat hun werk aan een kantoorplek is gebonden. De functie van een kantoor is tegen die tijd wezenlijk anders dan nu. Minder werkplekken, meer ontmoetingsruimten. Inrichting en technologie ondersteunen teamsessies, creativiteit en innovatie, vergelijkbaar met startup omgevingen. Beoordelingsgesprekken zijn definitief afgeschaft, want iedereen laat zelf maandelijks zien wat zijn bijdrage is geweest. Bij dit alles zal digitalisering een enorme rol gaan spelen, geholpen door de versnelling die daarin tijdens de COVID-19 periode is aangebracht. Daarin mee willen blijven doen, heeft ook alles met eigen regie te maken. Want voor je het weet doe je niet meer mee.

Auteur: Peter Spijker

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

‘Regie op inhuur in de zorg’ meer dan ooit nodig

Het is actueler dan ooit. In de coronacrisis gaat alle aandacht uit naar de extreme werkdruk en de uitval van personeel in de zorg. En terecht. Iedereen, vast en flex, is keihard nodig om de pandemie de baas te blijven. Verantwoordelijken voor de inhuur van de nodige professionals moeten maar zien orde te scheppen in de huidige chaos. Hoe kun je voorzien in de grote behoefte aan gekwalificeerd personeel van buiten? Maar ook, hoe houd je als zorgorganisatie het overzicht? En hoe beheers je  de kosten van die externe inhuur?

Reijn, het platform voor hoogopgeleide zelfstandige professionals in de publieke sector, schetst in de whitepaper een helder beeld van de ontwikkeling van inhuur van personeel binnen (publieke) organisaties. Waar het vaak al misgaat is het ontbreken van strategische personeelsplanning (SPP). ‘Kijk eerst naar hoeveel en wat voor deskundigheid je nodig hebt en pas dan naar de meest geschikte contractvorm, vast of (in- of externe) flex.’ Dat is de basis voor een integrale wervingsstrategie. De HR-afdeling moet dan vervolgens in deze krappe arbeidsmarkt de potentiële kandidaat zien te verleiden door hem op de juiste manier te benaderen, rekening houdend met de wensen en verwachtingen (die sterk kunnen verschillen tussen vast personeel en externe krachten).


Regie krijgen op inhuur is niet iets dat je als organisatie ‘zomaar even doet’, maar het kan wel en het is meer dan ooit nodig. Reijn geeft in deze nieuwe whitepaper handige tips en concrete adviezen die zorgorganisaties hierbij helpen.

De whitepaper Regie op inhuur in de zorg is kosteloos aan te vragen via de site van Reijn.


Evolutie van inhuur

Afhankelijk van de ‘evolutiefase van de inhuur’ (zie afbeelding) waarin een zorgorganisatie zich bevindt, kampt de organisatie in meer of mindere mate met de volgende problemen:

  1. Het onvoldoende kunnen ontsluiten van de arbeidsmarkt voor met name schaarse professionals (HBO+)
  2. Ongecontroleerde groei van het aantal leveranciers via het eigen netwerk van inhurende managers (‘maverick buying’)
  3. Onvoldoende kennis van en zicht op wet- en regelgeving rond inhuur bij inhurende managers en HR.
Hoe verder een organisatie is in haar inhuurevolutie, des te meer grip, inzicht en overzicht een organisatie heeft in de inhuur van personeel
(Bron: whitepaper Regie op inhuur in de zorg (Reijn))

Vormen van inhuurregie

En, afhankelijk van die evolutie- en ontwikkelfase waarin de organisatie zich bevindt op het gebied van inhuur, adviseert Reijn een van de zes vormen van inhuurregie. Deze vormen variëren van gedecentraliseerde inhuur met meerdere leveranciers of preferred suppliers – de minder ontwikkelde vormen van inhuurregie – tot de inzet van brokers, master vendors en managed service providers (MSP). Een MSP-oplossing – vooral interessant voor organisaties met grote inhuurvolumes en (dus) hoge kosten van inhuur – vereist dat een organisatie al verder is in de evolutie van haar inhuurproces. Er moet sprake zijn van een inhuurproces dat al (deels) gecentraliseerd of gecoördineerd verloopt.

De meest vergaande vorm van regie is Total Talent Management, ook wel Total Workforce Management genoemd. Hierbij kiest een organisatie ervoor om al het personeel door een externe dienstverlener te laten regisseren. Vast en flex in één proces dus.

Voor veel zorgorganisaties is deze vorm volgens Reijn op dit moment nog een stap te ver, aangezien de meeste organisaties eerst nog (meer) grip op inhuur en/of recruitment moeten krijgen. Maar het is absoluut een ontwikkeling en vorm die op de (middel)lange termijn voor steeds meer (zorg)organisaties interessant is om te volgen en overwegen.

Mismatch bij aanbestedingen

Opvallend veel aandacht in de whitepaper gaat uit naar de formulering van de inhuurbehoefte. Dat is niet zonder reden. Bij Reijn stelt men vast dat er de laatste jaren steeds vaker een mismatch is tussen de (uit)vraag en het aanbod (flexleveranciers). Vooral bij aanbestedingstrajecten schort het nog wel eens aan een goede afstemming.
De whitepaper geeft onder meer de volgende 3 tips om deze kloof te dichten:

  1. Stel intern de juiste vragen; wat is de ‘(on)volwassenheid’ van het huidige inhuurbeleid (fase evolutie)? Waar wil je naartoe? Waar ligt de regie, bij HRM, Inkoop en/of het lijnmanagement? Decentraal of centraal? Hoeveel huren we als organisatie eigenlijk in?
  2. Betrek de markt erbij (marktconsultatie); nodig flexleveranciers uit voor een gesprek over de ambitie en strategie van de organisatie. Vraag hen mee te denken over de invulling van inhuur en/of strategische personeelsplanning.
  3. Zorg voor samenwerking tussen HRM en Inkoop bij externe inhuur; HRM omdat zij gaat over het menselijk kapitaal en dus óók extern personeel in een organisatie. Inkoop omdat zij verantwoordelijk is voor het inkopen van externe dienstverlening en daarin de wensen en behoeften van haar interne klanten dient mee te nemen.
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Minder startende bedrijven in december vorig jaar, maar groei starters in gezondheidszorg

Ook in de voorgaande twee maanden was het aantal starters iets lager dan vorig jaar. In december 2021 zijn er per saldo 3.571 bedrijven bij gekomen. De stand op 1 januari 2022 is 2.199.387. Dit blijkt uit het KVK Trendrapport Bedrijfsleven over december 2021.

34% meer starters in gezondheidszorg

De sector Gezondheid kent de grootste toename van het aantal starters ten opzichte van dezelfde maand in 2020, namelijk 34%.

De stijging in de zorg wijst niet, zoals vaak wordt gedacht op een groeiend aantal zelfstandigen in ziekenhuizen. De groei zit vooral in de branche ‘maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting’, al dan niet specifiek gericht op ouderen en gehandicapten. Hieronder vallen bijvoorbeeld ondersteuning en begeleiding van gehandicapten (+158%), welzijnswerk voor ouderen (+150%) en verder ambulante jeugdzorg (+102%), maatschappelijk werk (+84%) en kinderopvang (+ 82%).


Invloed privatisering van de zorg

Volgens prof. dr. Joris Knoben, hoogleraar Bedrijfseconomie aan de Radboud Universiteit, is dit te wijten aan de invloed van het overheidsbeleid. “Door het privatiseren van delen van de zorg ontstaan steeds meer kansen voor ondernemers in dit domein. Het grote aantal nieuwe starters in de kinderopvang past bijvoorbeeld goed bij de plannen uit Den Haag om kinderopvang op termijn gratis en breed beschikbaar te maken.”

Lees ook:

22% meer stoppers, 4 % meer faillissementen

Het aantal stoppers neemt ten opzichte van dezelfde maand in 2020 vrij fors toe, namelijk met 22%. Ook in het aantal faillissementen is een stijgende lijn te zien. In december 2021 zijn er 171 bedrijven failliet gegaan (inclusief eenmanszaken). Dat is 4% meer dan in december 2020. Toch geeft dat volgens Knoben nog geen reden tot grote zorgen over de economie. “Het hoge aantal starters en stoppers duidt op zich op een gezonde economische dynamiek.”

Vertrouwen in economie

Het aantal starters is volgens Knoben nog steeds erg hoog vergeleken met de pre-corona tijd. “Dat geeft aan dat er nog steeds mensen zijn die genoeg vertrouwen hebben in de economie om een bedrijf te starten”.

“Het aantal faillissementen klimt langzaam naar een ‘normaal’ niveau”, geeft Knoben aan. “Veel steunmaatregelen zijn inmiddels afgebouwd of versoberd en terugbetalingen van eerder ontvangen steun is ook voor diverse ondernemingen aan de orde. Dit in ogenschouw nemend valt het aantal faillissementen nog erg mee.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

ZZP organisaties: “Laat zelfstandig ondernemers weer ondernemen”

Voor zelfstandigen die gedwongen door de overheid niet mogen werken, zijn het moeilijke tijden. Vandaag geeft het Outbreak Management Team het kabinet een nieuw corona-advies en vrijdag zullen minister-president Rutte en minister Kuipers weer uitleg geven over de coronamaatregelen. Een persconferentie die veel zelfstandig ondernemers vrezen. Want wordt vrijdag de lockdown opnieuw verlengd?

Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) en Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) doen een gezamenlijke oproep aan het kabinet. Deze belangenorganisaties voor zelfstandig ondernemers vinden allebei dat de strenge lockdown niet langer gehandhaafd kan blijven: ‘Het is de hoogste tijd om de economie van het slot te halen, zodat zelfstandigen weer aan het werk kunnen. Laat hen ondernemen’.

‘Op dit moment ontbreekt er voor heel veel zelfstandig ondernemers perspectief op de toekomst,’ legt Margreet Drijvers van PZO de noodkreet namens de zelfstandig ondernemers uit. ‘We zijn inmiddels bijna twee jaar verder en het blijft bij iedere aanpassing gissen naar de maatregelen van het kabinet, met telkens de ondernemers als kind van de rekening. Natuurlijk hebben we te maken met een onzeker virus, maar dat betekent niet dat er geen handvatten gegeven kunnen worden. Het is hoog tijd voor een visie waarin ook de economie wordt meegenomen’. PZO en VZN vinden dat we niet langer van lockdown naar lockdown kunnen leven. Dan laten we ondernemers, waaronder veel zelfstandigen, nog langer in onzekerheid over hun toekomst.

Zelfstandig ondernemers willen niets liever dan zelf weer inkomsten genereren. Dan moeten we ze daar wel toe in staat stellen

Economie van het slot

We zitten nu weer, net als vorige winter, in lockdown. Met een opvallend detail dat deze lockdown veel strenger is. Het wordt zaak om een manier te vinden om te kunnen leven met het virus, want we zullen er de komende jaren last van blijven houden. Cristel van de Ven van VZN: ‘Kijk daarbij naar de ons omringende landen, die een minder streng beleid voeren. Je kunt bij onze buurlanden winkelen, naar de kapper, het theater of uit eten. En dat is voor Nederlandse zelfstandigen moeilijk te verkroppen. Zij zien hun klanten naar de buren gaan, waardoor zij omzet mislopen. Zelfstandig ondernemers willen niets liever dan zelf weer inkomsten genereren. Dan moeten we ze daar wel toe in staat stellen.’

Steunmaatregelen hebben vernieuwing nodig

Drijvers: ‘We werken nog steeds met de steunmaatregelen of varianten daarvan die in het eerste stadium van de crisis zijn opgetuigd, en waarvan we inmiddels weten dat veel zelfstandig ondernemers daarbij buiten de boot vallen. Mocht het kabinet besluiten om de economie niet open te doen, dan is het echt tijd dat ze gaan kijken naar vernieuwende maatregelen. Want keer op keer worden dezelfde zelfstandigen gedupeerd’.

VZN en PZO zien dat zelfstandig ondernemers niet kunnen overleven met een vereenvoudigde Bbz op bijstandsniveau terwijl alle lasten gewoon doorlopen omdat ze vaak geen aanspraak kunnen maken op de TVL-regeling. Hun financiële buffers zijn op en daar bovenop komt emotionele schade. Drijvers en Van de Ven: ‘Zelfstandig ondernemers in de getroffen sectoren zien hun prachtige zaak ten onder gaan, omdat de overheid de economie op slot zet. Betere tegemoetkoming is dan ook hard nodig. Maar nog beter is een einde brengen aan deze lockdown.’

De Werkvereniging, een andere belangenorganisatie, bereidt ondertussen een rechtszaak tegen de Staat voor vanwege de “ongelijke behandeling van werkenden die worden getroffen door de coronamaatregelen”.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Kennismaken met Total Talent Acquisition? Start een proeftuin

Een van de belangrijkste uitdagingen om met Total Talent Acquisition (TTA) aan de slag te kunnen, is het inrichten van één TTA-proces. Hoe zorg je ervoor dat alle openstaande posities in een ‘one-stop-shop’-wijze opgepakt worden en dat de inhuur- en het aannameprocessen geüniformeerd zijn? De stap vanuit de as-is situatie hiernaartoe is echter enorm. Het advies: begin klein, start een proeftuin, met een TTA Desk voor een afdeling of bepaald type rol. 

Om een start te kunnen maken, is het vanzelfsprekend allereerst van belang dat de strategische keuze gemaakt is om een TTA-aanpak te implementeren en dat er draagvlak is bij alle betrokken partijen. Daarna is het belangrijk dat er een gedeeld beeld is over de belangrijkste verschillen in de aanpak van recruitment en externe inhuur en waar men staat qua professionaliteit van de invulling.

Aandachtspunten TTA-aanpak lijken oneindig

De verschillen zijn met name te vinden in de werkwijze, zeker als de coördinatie van externe inhuur in handen is van een Managed Service Provider. Een dergelijke partij maakt met inkoop afspraken, die anders zijn van signatuur dan de doelstellingen van recruitment. Ook de snelheid waarmee de gezochte kandidaat moet beginnen en de duur van de periode waarvoor de aanvraag wordt gedaan, is anders. Bij inhuur is van tevoren duidelijk dat weer toegewerkt wordt naar een einde. Ondanks dat recruitment en inkoop allebei snelle beschikbaarheid van kandidaten nastreven, ligt bij externe inhuur de focus nog meer op de zeer korte termijn. Recruitment besteedt niet alleen meer aandacht aan de fit met de job en de organisatie, maar heeft ook meer focus op inzetbaarheid voor de langere termijn. Dit alles leidt tot verschillende doorlooptijden.

Invulling ‘werken bij’-website

Dan is er nog de invulling van een ‘werken-bij’ website. Nu zijn dat er vrijwel altijd twee, één voor vacatures en één voor tijdelijke opdrachten. Als je de TTA-aanpak consequent doortrekt, zou één website voor beide moeten volstaan, zoals bijvoorbeeld de VRT inmiddels doet. Op deze werken-bij website vind je aanvragen voor alle contracttypes die mogelijk zijn binnen de VRT, van een vast arbeidsovereenkomst tot een contract als zelfstandige.

Een interessante constatering in dit voorbeeld is dat voor de openstaande posities het contracttype al is vastgesteld of dat beide opties ‘te bespreken’ zijn. Wie bepaalt bij een TTA-aanpak welke route gevolgd gaat worden bij de invulling van een positie? Met andere woorden; wat is de autonomie van degenen die voor de opvolging zorgen? Zij worden geacht zicht te hebben op de volledige arbeidspopulatie en aan te geven waar de grootste kans op beschikbaarheid is en tegen welke prijs.

Kunnen zij op basis van hun data en inzichten een zelfstandige aanbieden als de vacaturehouder nadrukkelijk om een medewerker in vaste dienst heeft gevraagd? In dergelijke gevallen is duidelijkheid over de besluitvorming essentieel. Kies je voor de vacaturehouder (‘wie betaalt bepaalt’), de TTA-specialist of de vacaturehouder na consultatie van de TTA-specialist? Het is waarschijnlijk dat het antwoord samenhangt met de aard van het werk waarvoor invulling gezocht wordt en het aanbod op de arbeidsmarkt om hierin te voorzien.

Start met een proeftuin

Verder zijn er nog een tal van kleinere zaken die helderheid verlangen over de te volgen TTA-aanpak. De vraag is hoe zinvol het is om al die vragen in kaart te brengen en van een antwoord te voorzien. Het een en ander is namelijk geheel afhankelijk van de volwassenheid van de bestaande processen, de professionaliteit van de stakeholders en de daadwerkelijke uitwerking in de praktijk.

Daarom is er veel voor te zeggen om klein te beginnen met de TTA-aanpak: een proeftuin in plaats van een direct perfect opgezette ‘one-stop-TTA-shop’. Dit kan aan de hand van slechts twee stappen:

  1. Begin met alle aanvragen op één centrale plek in behandeling te nemen. Dit zou je de TTA Desk kunnen noemen of het Instroom Service Punt (ISP).
  2. Ga vervolgens, in lijn met het Agile gedachtegoed, lerend met elkaar, multidisciplinair aan de slag. Dat biedt de mogelijkheid om pragmatisch resultaatgericht te werken en zo kan de expertise van alle stakeholders stap voor stap benut worden om de beoogde TTA-winst te behalen. Zo kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om eerst binnen een bepaalde afdeling en/of met een bepaald type rollen aan de slag te gaan. Kijk met elkaar hoe de twee instroomsporen ingericht kunnen worden om de positie klantgericht, efficiënt en effectief in te vullen.

Op de hier geschetste manier kunnen bestaande ‘best practices’ van recruitment en externe inhuur veel makkelijker samengebracht worden. Ook kan zonder een al te groot risico worden ervaren op welke wijze TTA het beste ingevuld kan worden om de instroom van talent te optimaliseren. Het voorkomt ook dat er direct in systemen en tools geïnvesteerd moeten worden, bijvoorbeeld voor integraties of de overstap naar een nieuwe oplossing die TTA beter ondersteunt. Dat zijn trajecten waar beter pas mee gestart kan worden als er een goed beeld is van de operationele implicaties van TTA.

2022 het jaar van de doorbraak van TTA?

De huidige krapte op de arbeidsmarkt dwingt veel organisaties om alle registers open te trekken om  de talenten aan te trekken die nodig zijn om de doelstellingen te realiseren. De contractvorm lijkt minder relevant te worden. Zo zou 2022 best eens het jaar kunnen worden waarbij TTA daadwerkelijk van de grond komt. Deze blog biedt daarvoor hopelijk een bruikbare route.


Total Talent Summit | 21 april

Een exclusieve (BE/NED) bijeenkomst voor wie over de vakgebieden van HR, recruitment en inhuur heen wil kijken. Zie voor meer informatie: https://totaltalentsummit.com/

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter