Maandelijkse archieven: september 2021

Tweede Kamer wil eigen rechtspositie voor zzp’ers

Diep in de nacht heeft de Tweede Kamer met ruime meerderheid een motie aangenomen voor een ‘wettelijke regeling voor zelfstandig ondernemerschap die de rechtspositie van zzp’ers in alle relevante aspecten vastlegt’.

Joost Eerdmans (JA21) diende de motie in tijdens de Algemeen Politieke Beschouwingen. De meerderheid stemde voor, alleen CDA, ChristenUnie, PvdA en GroenLinks stemden tegen. Zij staan bekend als sociaal-conservatief blok op het terrein van de arbeidsmarkt.

Wens zelfstandigenorganisaties

De term ‘zelfstandige zonder personeel’ (zzp) bestaat niet in de arbeidsrechtelijke of fiscale wetgeving. Het is niet meer dan een term die gebruikt wordt in debat en statistieken. En dat leidt regelmatig tot verwarring en onbegrip. Omdat er geen arbeidsrechtelijke definitie bestaat van ‘zzp’er’, moeten zelfstandigen en hun opdrachtgevers sinds de invoering van de wet DBA bewijzen dat de zzp’er ‘geen werknemer’ is.

Daarom pleitten zelfstandigen organisaties als Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) en Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) al lange tijd voor een aparte wettelijke status van de zzp ‘ers. Ook politieke partijen VVD en D66 hadden deze wens in hun verkiezingsprogramma’s voor 2021 staan.

In het regeerakkoord van het huidige kabinet was afgesproken dat er een onderzoek zou komen naar de wenselijkheid van zo’n aparte status voor zzp’ers. Dat onderzoek is nooit uitgevoerd.


  • Nederland kent er ongeveer 1,6 miljoen zelfstandigen. Meer dan een miljoen van hen heeft geen personeel in dienst: de zzp’ers. Het overgrote deel daarvan wordt gezien als ‘IB ondernemer’, meestal werken ze vanuit de juridische vorm ‘eenmanszaak’.
    Niet alle IB ondernemers zijn zzp’ers en niet alle zzp’ers zijn IB ondernemers. Wie een ‘eenmanszaak’ heeft, kan namelijk weldegelijk personeel in dienst hebben.
    Er zijn ook een 125.000 DGA’s (directeur-groot aandeelhouders) van een besloten vennootschap (bv) zonder personeel. Ook zij zijn dus zzp’ers. Omdat ze onder een ander fiscaal regime vallen, hebben ze bijvoorbeeld geen recht op zelfstandigenaftrek. Dat ze een bv hebben, geeft ze dan weer geen garantie dat ze – onder de wet DBA – niet gezien kunnen worden als werknemer. De webmodule – die duidelijkheid moet of een opdrachtgever iemand moet zien als werknemer of als zzp’ers – is dan weer niet geschikt voor zzp’ers met een bv.

Aanleiding voor de motie Eerdmans zijn de “opeenvolgende regelingen lapwerk die voor onduidelijkheid en onzekerheid zorgen bij alle betrokken partijen”. En daardoor blijft misbruik mogelijk, schrijft Eerdmans. Hij ziet een eigen rechtspositie voor de zzp’er als “waardevolle bouwsteen (…) voor een evenwichtig gereguleerde arbeidsmarkt”.

‘Aparte positie zzp in BW roept nieuwe onduidelijkheden op’

Of een aparte positie van zzp’er in het Burgerlijk Wetboek (BW) daadwerkelijk iets oplost, is twijfelachtig. In dit uitgebreide achtergrondartikel vertelt advocaat en Commissie Borstlap-lid Johan Zwemmer dat zo’n aparte positie nieuwe onduidelijkheden oplevert.

Het begrip ondernemer is tenslotte al vastgelegd, zegt Zwemmer. “Voor een echte zzp’er zou het geen moeite moeten kosten om aan te tonen dat hij zelfstandig ondernemer is.”

Hij ziet meer in het moderniseren van de afbakening tussen werknemer en zelfstandig ondernemer. Ook lijkt het hem goed om de kostenverschillen (belastingen en premies) tussen de verschillende contractvormen te verminderen en de regulering van de arbeidsovereenkomst zelf te moderniseren. Arbeidsovereenkomsten moeten beter aansluiten op de behoeftes van werkgevers en werknemers in de 21ste eeuw, vindt Zwemmer.

Geen uitgemaakte zaak

Het feit dat CDA, ChristenUnie, de PvdA en GroenLinks tegen stemden, betekent het nog geen uitgemaakte zaak is dat er zo’n aparte status komt voor zzp’ers. Deze partijen hebben sterke principiële bezwaren tegen een aparte positie voor zzp’ers. Zij zullen er tijdens de formatie vast een punt van maken. Pieter Omtzigt, vier jaar geleden nog CDA-woordvoerder ‘zzp-zaken’, stemde overigens wel vóór de motie.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Hoeveel kost een freelancer?

De freelancer bepaalt

Ruim 20 jaar geleden hadden freelancers nog wel eens de gewoonte om te stunten met hun uurtarief. Door als zzp’er je uurtarief te verlagen kon je gemakkelijk concurreren en zo die gewilde opdracht binnenslepen, meer ervaring opdoen of je eigen netwerk uitbreiden.

Maar die tijd van stunten is voorbij! Vooral binnen de zakelijke dienstverlening is de freelancer nu in de lead. In plaats van het actief zoeken naar opdrachten komen de opdrachten nu juist op de freelancer af. Als opdrachtgever is het dus van belang dat het profiel van de freelancer goed aansluit bij jouw opdracht. Daarnaast moet je een freelancer ook echt iets te bieden hebben om de freelancer binnen te halen. Wil je dus een goede freelancer inhuren? Wees dan realistisch over het uurtarief.

Hoe wordt het uurtarief opgebouwd?

Het uurtarief van een freelancer is afhankelijk van zijn of haar vakgebied, niveau (denk aan: junior, medior of senior), werkervaring en specifieke kennis over een bepaald onderwerp. Hieronder geven we je een indicatie van de gemiddelde uurtarieven van de freelancers bij Jellow. Deze zijn ingedeeld per vakgebied: van 0 tot 2 jaar, 2 tot 5 jaar, 5 tot 10 jaar, 10 tot 20 jaar en meer dan 20 jaar werkervaring.

Je zult merken dat de uurtarieven binnen de werkervaringsjaren verschillen, omdat er andere variabelen meetellen zoals opleiding en niches waarin een freelancer specifieke kennis heeft.

Een vast freelance uurtarief is niet voor iedere opdracht hetzelfde

Het uurtarief op Jellow is indicatief

De genoemde uurtarieven bij Jellow zijn indicatief. Jellow vraagt de freelancer een inschatting te maken, waarbij het werkelijke uurtarief per opdracht kan verschillen. Dit heeft te maken met de duur en complexiteit van een opdracht en het aantal uur per week dat een freelancer wordt ingehuurd. Deze factoren zullen dus invloed hebben op de hoogte van het uurtarief.

Het kan dus voorkomen dat een freelancer bij een langere opdracht (meer zekerheid) een lager uurtarief hanteert dan voor een kortere (snel weer een nieuwe opdracht werven). Daarom is het belangrijk dat je hier als opdrachtgever samen met de freelancer goede afspraken over maakt. Deze kun je vastleggen in een modelovereenkomst. Op deze manier kom je nooit voor verrassingen te staan.

Uurtarief verhoogd tijdens langere samenwerking

Soms komt het voor dat een freelancer het uurtarief verhoogt tijdens een langere samenwerking. Terwijl je misschien had verwacht dat het uurtarief omlaag zou gaan, vanwege de goede relatie. Maar juist bij een lange samenwerking is dit vaak het geval. Want bij een volgende opdracht zou de freelancer het uurtarief ook hebben verhoogd. Bij een langere opdracht is die gelegenheid er niet.

De freelancer verwerkt dit vaak in het contract of in de modelovereenkomst onder de noemer ‘inflatie’. In principe is dit dezelfde insteek als voor jouw vaste werknemers die na een langer dienstverband ook loonsverhoging krijgen. Dus maak hier duidelijke afspraken over, zodat je niet verrast wordt.

De gemiddelde freelancer uurtarieven per vakgebied

Hieronder vind je het overzicht van de gemiddelde uurtarieven van freelancers binnen de zakelijke dienstverlening bij Jellow op basis van het aantal jaar werkervaring.

De freelancer tarieven per uur en per vakgebied in de zakelijke dienstverlening

 

 

 

 

Opdrachtgevers laten zich te vaak door het uurtarief leiden

Een van de meest voorkomende uitglijders van een opdrachtgever is dat hij zich laat leiden door het uurtarief van een freelancer. Bij Jellow komen we regelmatig een opdrachtgever tegen die van tevoren een aantal harde eisen stelt. Zoals een maximaal uurtarief en een maximaal aantal uur voor een opdracht. Maar dit is niet altijd realistisch.

Natuurlijk heb je als opdrachtgever vaak een budget en een richtprijs. Alleen wordt vaak vergeten vanuit welke doelstelling de opdracht is ontstaan. Het zou namelijk zomaar kunnen dat een freelancer met een veel hoger uurtarief (en doorgaans meer kennis en ervaring dan iemand met een lager tarief) de opdracht tot een hoger niveau tilt, de doelstelling haalt, een beetje extra doet én alles in de helft van de tijd die je voor ogen had!

Kijk eerst naar de doelstelling van de opdracht en de eigenschappen en vaardigheden die je nodig hebt.

Ons advies is: kijk vooral eerst naar de eigenschappen en vaardigheden die je nodig hebt voor je opdracht, de doelstelling van de opdracht en zoek daar dan de meest geschikte freelancer bij.

Daarnaast is het ook altijd goed om te controleren of het uurtarief dat je voor ogen hebt, realistisch is voor de expertise, vaardigheden en/of ervaring waar je naar op zoek bent.

Kortom…

Het uurtarief van een freelancer heeft te maken met de inhoud van de opdracht, de werkervaring, specifieke kennis, de locatie en de lengte van de opdracht. In bovenstaande tabellen kun je een beeld krijgen van de gemiddelde uurtarieven van freelancers per vakgebied van bijna 50.000 freelancers binnen Jellow. Wij hopen dat jou dit een duidelijk inzicht geeft in het gemiddelde uurtarief van een freelancer en hoe je met deze voorkennis gemakkelijker de beste freelancer kunt vinden voor jouw opdracht binnen de zakelijke dienstverlening.

 

Auteurs: Susan Mulder & Hannah van Loon

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Ondernemersorganisaties trekken stekker uit overleg met ministerie over Webmodule

“Nu verder praten over deze of andere varianten van de Webmodule heeft geen zin. De huidige volgorde is gewoon verkeerd. Eerst moet de onderliggende wetgeving aangepast worden en daarna kunnen praktische uitvoeringsoplossingen bedacht worden.” Dat schrijven vijf ondernemersorganisaties in een gezamenlijke reactie op de zevende voortgangsbrief ‘werken als zelfstandige’ van de bewindspersonen Koolmees en Vijlbrief. De organisaties, AWVN, PZO, NBBU, Bovib en I-ZO Nederland stellen voor om voorlopig te stoppen met de Webmodule. Ook de Raad voor Interim Management (RIM), de vertegenwoordiger van bureaus voor interim-management is het daarmee eens.  “Wat ons betreft ontbreekt modernisering,” zegt Désirée Simons, voorzitter van de RIM.

 

De uitkomsten van de proef met de Webmodule – zoals die in de brief van Koolmees en Vijlbrief  staan – bieden in teveel gevallen geen zekerheid aan de zzp’er en zijn opdrachtgever. “Dit terwijl zekerheid bieden (vooraf) nu juist het primaire doel van de webmodule is”, aldus de organisaties.

Wijzig wetgeving eerst

Uit de voortgangsbrief van de bewindspersonen blijkt dat de Webmodule in de huidige vorm in bijna 30% van de gevallen geen zekerheid kan bieden. De gezamenlijke ondernemersorganisaties stellen dat zo’n hoog percentage onzekerheid aantoont dat dit instrument niet gebruikt kan worden waar het voor bedoeld is. “De belangrijkste oorzaak van het falen is dat de wetgeving die ten grondslag ligt aan de Webmodule ongewijzigd is gebleven. Deze moet eerst gewijzigd worden en dan pas kan een praktische oplossing gevonden worden voor het verstrekken van zekerheid vooraf.”

De RIM schaart zich hierin achter de andere brancheorganisaties. Daarnaast wijst de RIM er nog op dat de Webmodule ook niet geschikt is voor de situatie waarin een zelfstandige een BV heeft, wat bij professionele interim-managers veel het geval is.

Overigens zijn, naast PZO, ook andere zzp-organisaties als FNV Zelfstandigen, de Werkvereniging en VZN niet enthousiast over de Webmodule. FNV Zelfstandigen ziet bijvoorbeeld meer in het voorstel van de SER om inhuur onder de 35 euro per uur streng aan te pakken.

 

“Verder praten over extra variant webmodule zinloos”

In de voortgangsbrief schrijven de bewindslieden dat er gesprekken blijven plaatsvinden met vertegenwoordigende ondernemersorganisaties over een extra variant van de Webmodule voor tussenkomstsituaties. “Dit is een onjuiste voorstelling van zaken”, zo schrijven de ondernemersorganisaties. Vanwege de te verwachten magere resultaten van zo’n variant, hebben de vertegenwoordigende ondernemersorganisaties het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid juist laten weten dat ze in de huidige omstandigheden verdere gesprekken niet zinvol achten.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 1 Reactie

Investeren in opleiding, hoe doe je dat als zelfstandig professional?

“Een vakantie mag wat kosten want dat is leuk, een opleiding is duur. Maakt niet uit wat de prijs van die opleiding is, in de ogen van veel zelfstandigen is een opleiding gewoon heel duur”, zegt Ilse Schrijver, onderzoeker en business coach. Bovendien – zo is vaak de gedachte – kost het dubbel geld: want de tijd dat je in de schoolbanken zit, kun je niet factureren. Herkenbaar?

Ilse Schrijver

In BNR Werverkenners van dinsdag 21 september ging het over de vraag of zelfstandig professionals voldoende investeren in zichzelf. Daarover sprak BNR met organisatiepsycholoog Jessie Koen, die onderzoek heeft gedaan naar proactief loopbaangedrag onder zelfstandig professionals die geraakt zijn door corona. In de uitzending daarnaast ook een gesprek met Sander Vastbinder van zzp servicedesk die weet waar zelfstandig professionals tegenaan lopen en wat voor regelingen beschikbaar zijn en Nancy van den Heuvel, een zelfstandig professional die er echt een punt van maakt om in jezelf te investeren. Voorafgaand aan deze uitzending spraken we met Ilse Schrijver.

Grote stap

Voor wie nooit echt geïnvesteerd heeft in zichzelf, is het een enorme stap om zich voor een cursus van een paar duizend euro in te schrijven. Ilse: “Zo’n beslissing neem je niet over één nacht ijs. Op een bepaald moment wilde ik meer les gaan geven. Ik ontdekte dat een basiskwalificatie examineren me daarbij kon helpen. Dat kostte zo’n zeshonderd euro. Een aardig bedrag, maar nog wel te overzien.” Ze vertelde erover in haar netwerk. “Binnen drie weken had ik de cursus veelvoudig terugverdiend. Een hele goede investering dus.”

Door die positieve ervaring besloot ze meteen ook een senior kwalificatie examinering te volgen. En onlangs heeft ze vijfduizend euro geïnvesteerd in een onderzoeksopleiding. “Een flink bedrag. Dat durfde ik aan omdat ik met kleinere bedragen had gezien dat het zich terugbetaalt.”

Voor opleidingen heeft ze een apart potje. “Net als een grote organisatie maak ook ik reserveringen. Voor deze opleiding heb ik over langere tijd geld apart gezet. Omdat ik het gereserveerd had, voelde het niet als geld uitgeven. Het stond al klaar.”

Leren doe je in de praktijk?

Naast een cursus, opleiding of training leer je natuurlijk ook veel tijdens het werk zelf. Ilse: “In organisaties wordt dat vaak gefaciliteerd door de werkgever. Je mag een dagje meelopen op een andere afdeling, een collega vervangen, een nieuwe stap maken. Zo groei je langzaam in nieuwe opdrachten en functies.

Zelfstandigen missen veel van die leermogelijkheden: “Want waarom zou een opdrachtgever jou inhuren voor een opdracht waar je nog niet heel goed in bent?”

Toch zullen veel zpp’ers vinden dat ze veel leren. “Dat klopt ook. Ze leren veel over het ondernemen zelf. Maar als het gaat om de vaardigheden in hun vak blijven ze vaak in dezelfde sfeer: ze worden ingehuurd voor wat ze al kunnen, niet voor potentiële vaardigheden. Voor zelfstandigen is de kans daarom groter net een paar ontwikkelingen te missen. Omdat ze er geen ervaring in op kunnen doen, iets niet meekrijgen omdat ze niet in een organisatie zitten. Dan is je kennis al snel verouderd.”

Begin met kleine investeringen

Ilse raadt zelfstandigen daarom aan veel te praten met mensen in de organisaties waar je komt en met collega-zzp’ers. “Je kunt ook een intervisiegroepje starten. Bij de branchevereniging online is ook heel veel informatie te vinden. Ga naar netwerkbijeenkomsten binnen je branche maar ook daarbuiten. Dat kost allemaal niet zo veel tijd of geld.”

Verder kun je ook beginnen met het kopen van een boek of een uurtje sparren met iemand. Ilse: “En als je geen werk hebt en weinig geld, dan zijn er ook gratis cursussen via ‘Nederland leert door’ of ‘Coursera’. De KvK biedt veel cursussen en trajecten aan. En ook vanuit gemeenten wordt er veel aangeboden. Zeker voor startende ondernemers is dit heel interessant. Voor een relatief klein bedrag is er veel aanbod.”

Doelen stellen

Bij het kiezen van een opleiding is het handig om eerst doelen te stellen. “Verkoop je kennis en kunde, dan wil je natuurlijk investeren in die kennis en kunde. Wil je groeien en mensen aannemen? Dan kan je beter investeren in ondernemersvaardigheden en marketing. Bedenk eerst wat je wil om vervolgens stappen te zetten. Wees ook niet bang om een verkeerde stap te zetten. Elke stap levert kennis op die zorgt dat je je doel kan bijstellen en aanscherpen. Je ontdekt of je de lat hoger moet leggen of misschien toch iets lager.” 

Vertel het

“Noem het marketing, noem het personal branding. Ontwikkeling is ook: kennis die je hebt opgedaan profileren. Om echt profijt te hebben van je cursussen moet je ook communiceren wat je kunt. Óók daarin kan je weer cursussen volgen. Als je niet vertelt wat je kunt, gaat een klant je daar nooit op vinden.” Ze kan het niet onderbouwen met cijfers maar ze heeft het idee dat vooral vrouwen veel cursussen volgen om zich capabel te voelen. Vervolgens durven ze niet te zeggen dat ze de cursus hebben gevolgd. Want voor hun gevoel hadden ze het eigenlijk al moeten weten.

Om echt profijt te hebben van je cursussen, moet je ook communiceren wat je kunt.

“Het simpelste wat je kan doen om te laten zien dat je investeert in je ontwikkeling is op Linkedin je notificaties aanzetten. Geef aan dat je gaat starten of dat je een opleiding hebt afgerond – en iedereen in je netwerk ziet het zonder dat je het aan iemand verteld hebt.”

Tijd en geld

Hoeveel tijd en geld moet je investeren in opleiding en ontwikkeling? “Dat verschilt echt per vakgebied. Zit je in de financiële sector dan móét je investeren. Iedere fiscaal adviseur moet minstens zoveel PE-punten halen. Daar zijn knetterharde eisen voor. Voor de zelfstandige metselaar geldt dat niet. Zij kunnen kijken naar de cao’s van hun branche. Dan weet hij in ieder geval wat een realistische inschatting is om zijn vakgebied bij te houden.”

Hoe kies je?

“Het leuke is: als je begint met cursussen volgen en die vervolgens gaat gebruiken ontwikkel je voor jezelf criteria: dit is belangrijk voor mij, dit past bij mij.

Om mijn onderzoeksvaardigheden verder te verbeteren, heb ik heel bewust gekozen voor een internationale opleiding. Zo kan ik mijn onderzoeksvaardigheden verbeteren, mijn internationale netwerk vergroten en tegelijk mijn Engels verbreden. Ik werk aan drie vaardigheden tegelijk.”

Voor wie dat opleiden alsmaar uitstelt. “De wereld staat niet stil. Als zzp’er kun je je ontwikkelen op ondernemersgebied of op je vakgebied. Ga iets doen. Het maakt niet uit of het een grote of kleine cursus is. Een betaalde of een gratis. Door jezelf te ontwikkelen en de nieuwe kennis te koppelen aan wat je al weet, kom je altijd een stapje verder. En door allemaal kleine stapjes te zetten wordt die grote stap daarna ook een kleine stap.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 1 Reactie

Miljoenennota 2022: weinig nieuws voor zelfstandigen. Koopkracht daalt in deze groep wel het hardst.

Dat er weinig nieuws voor zelfstandigen in de Miljoenennota 2022 staat, is niet zo gek: het kabinet is demissionair en mag geen grote beslissingen nemen.

Het kabinet bouwt de zelfstandigenaftrek komende jaren stapsgewijs af en gaat daar zoals verwacht in 2022 mee door. Op die manier wil de politiek ‘het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen’ verkleinen. Hier staat een verhoging van de arbeidskorting tegenover, wat moet zorgen dat meer werken relatief meer inkomen oplevert.

Uit de begroting van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat de zelfstandigenaftrek in 2022 met 360 euro omlaag gaat naar 6310 euro. In de meeste gevallen gaat dit om een netto-afname van 133 euro. Volgens het ministerie betekent dat een afname van 0,2 procent voor de doorsnee zzp’er.

Zo verandert de koopkracht van zelfstandigen

De koopkracht blijft volgend jaar nagenoeg gelijk, blijkt uit cijfers van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). De koopkracht van een doorsnee huishouden stijgt volgend jaar met 0,1 procent. Daarbij zijn er wel flinke verschillen per type huishouden. Het Nibud berekende voor 117 soorten huishoudens hoe hun koopkracht verandert. Bekijk ze hier.

Bron: Nibud. Met resp. de koopkrachtontwikkeling, bedrag per maand, koopkracht zonder loon-/prijsstijging, koopkracht met prijsstijging/zonder loonstijging

Een zzp-echtpaar met een gezamenlijk inkomen van 55.000 euro is volgend jaar een kleine 500 euro per jaar (41 euro per maand) minder koopkrachtig dan nu. Zij gaan er het hardst op achteruit van alle 117 voorbeelden.

Door de afbouw van de zelfstandigenaftrek is het koopkrachtplaatje voor veel zelfstandigen minder rooskleurig dan voor andere werkenden.

Een alleenstaande zzp’er met een inkomen van 65.000 euro gaat er van alle beschreven zzp’ers het meest op vooruit:  zo’n 12 euro per maand.

Commissie Borstlap en de formatie

Zoals verwacht zijn het arbeidsmarktdossier en de vernieuwing van de wet DBA taken voor het nieuwe kabinet. Maandag schreef minister Wouter Koolmees in zijn zevende voortgangsbrief ‘Werken als zelfstandige’ dat het volgende kabinet moet beslissen of de webmodule een vervolg krijgt. In de brief staat ook dat het moratorium op handhaving van schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst van kracht blijft in afwachting van de formatie. Lees daarover meer.

Koning Willem-Alexander noemde de arbeidsmarkt kort in zijn Troonrede, maar zei alleen dat er ‘inzet nodig blijft voor het stimuleren van kansengelijkheid’. In het hoofdstuk ‘uitdagingen in de toekomst’ van de Miljoenennota staat een samenvatting van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap. Lees hier alles over die plannen om de arbeidsmarkt te hervormen.

Fiscale voordelen, pensioen en aov

Zo beveelt de commissie aan om ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling snel verder af te bouwen en fiscale voordelen voor directeur-grootaandeelhouders (dga’s) ‘sterk te beperken’. Het nieuwe kabinet zou ondernemerschap ‘eventueel fiscaal kunnen stimuleren, gericht op de activiteiten die ondernemers onderscheiden van werknemers, zoals het investeren in (fysiek) kapitaal’.

Verder herhaalt het demissionaire kabinet dat er gewerkt wordt aan een verplichte arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen zonder personeel, gebaseerd op het advies van de Stichting van de Arbeid uit 2020.

Pensioensparen blijft wel vrijwillig voor zzp’ers, benadrukt het kabinet. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat voor alle werkenden die pensioen opbouwen dezelfde fiscale regels moeten gelden.

Geld voor scholing, ook voor zzp

Het kabinet wil loopbaanontwikkeling stimuleren met onder andere het STAP-budget (Stimulering Arbeidsmarktpositie). Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot 1000 euro aanvragen voor een scholingsactiviteit.

Dit budget is beschikbaar voor iedereen, van werknemers tot zelfstandigen en werkzoekenden. Werkenden kunnen daarnaast via het crisispakket NL Leert Door gratis ontwikkeladvies en scholing krijgen.

Coronasteun in 2022

Om werkenden te steunen tijdens de coronacrisis, zijn er diverse regelingen. In 2021 is 9458 miljoen euro begroot voor de NOW-regeling voor werknemers en 1124 miljoen euro voor de de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). In juni maakte nog 40 duizend zelfstandigen gebruik van de Tozo.

Terwijl het ministerie van Sociale Zaken in 2022 en 2023 respectievelijk 3.550 miljoen en 727 miljoen euro reserveert voor werknemers, is er geen Tozo begroot voor zelfstandig ondernemers.

Het ministerie verwacht dat een deel van de Tozo-gerechtigden door zal stromen naar de Bijstand zelfstandigen levensonderhoud (Bbz 2004). Het ministerie schat dat de Bbz-uitgaven daardoor in 2022 met circa 125 miljoen toenemen.

Lees ook: “Als de tozo stopt, schrap dan de vermogenstoets definitief”

Demissionaire plannen

Het kabinet is demissionair en mag geen grote beslissingen nemen. Toch moest er ook dit jaar een begroting komen voor 2022. Daarom staat er weinig nieuw beleid in deze Miljoenennota. Eventueel kan het nieuwe kabinet nog zaken toevoegen, als de kabinetsformatie tenminste rond is voordat de plannen zijn goedgekeurd.

Voordat het kabinet het geld mag uitgeven, moeten de Tweede en Eerste Kamer de begroting namelijk goedkeuren. Woensdag mag de Tweede Kamer reageren op de begroting die op Prinsjesdag door het demissionaire kabinet is gepresenteerd, donderdag reageert premier Mark Rutte. Komende weken worden vervolgens de begrotingen van elk ministerie apart behandeld.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Politiek en polder kritisch over Kamerbrief Koolmees: ‘Stop met de webmodule’

Brancheorganisaties hebben geen vertrouwen meer in de webmodule nu uit de evaluatie van de pilot duidelijk is geworden dat de tool opdrachtgevers en zzp’ers niet in alle gevallen zekerheid geeft. “Die module was nu net bedoeld om helderheid vooraf te geven.” De organisaties missen vernieuwing in regelgeving. Ook Kamerleden zijn kritisch.

Pilot webmodule

De huidige versie van de webmodule geeft in zeven van de tien gevallen een helder antwoord aan opdrachtgevers of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren. Dat blijkt uit een evaluatie (zie kader) die gisteren door demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) naar de Tweede Kamer is gestuurd. In 28 procent van de gevallen blijft het antwoord onduidelijk. De webmodule zal voorlopig uitsluitend als ‘voorlichtingsinstrument’ gebruikt worden. Een besluit om de webmodule eventueel door te zetten is aan een volgend kabinet.

  • Lees alles over deze Kamerbrief & evaluatie webmodule in dit artikel

 

Uit de pilot met de webmodule komt dat gemiddeld:

  • in 28 procent van de gevallen de uitkomst ‘indicatie buiten dienstbetrekking’ wordt gegeven
  • in 33,9 procent van de gevallen de uitkomst ‘indicatie dienstbetrekking’ is. Dit is overigens flink lager dan tijdens de testfase, toen de helft in deze categorie viel
  • in 9,7 procent er mogelijk sprake is van een fictieve dienstbetrekking
  • in 28,4 procent van de gevallen er geen oordeel mogelijk is op basis van de webmodule. Als opdrachtgevers en -nemers op een aantal punten aanpassingen doen in het werkproces, is dit laatste mogelijk terug te brengen tot onder de 20 procent.

(de webmodule is bedoeld voor opdrachtgevers die twijfels hebben over de aard van de dienstbetrekking en niet wanneer een opdracht evident geschikt is voor een zelfstandige) 


“Holistische kijk rechters ontbreekt”

Dat zorgt voor onvrede bij werkgeversvereniging AWVN. “De bedoeling was juist dat opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf zekerheid zouden krijgen. In 28 procent van de gevallen is die helderheid er niet. Dat is wat ons betreft veel te veel”, zo zegt Monica Wirtz, adviseur juridische zaken bij werkgeversvereniging AWVN.

“Er wordt door de minister allerlei cijfermateriaal gegeven en daar worden geen beleidsconclusies aan verbonden. Dat is jammer. We moeten echt goed gaan nadenken hoe we een oplossing die wel werkt, vorm gaan geven. Wij zijn voor een holistische benadering, waarbij maatwerk wordt geleverd en naar de exacte situatie van opdrachtgever en zelfstandige wordt gekeken. Rechters doen dat ook, maar dan achteraf. Zo’n toetsingsinstrument zou je vooraf ook moeten hebben. Maar het is lastig, want je hebt ook te maken met Europese wetgeving.”

Een mogelijkheid is om de partijen meer keuzevrijheid te geven, zegt Wirtz. “Nu kun je niet kiezen. Maar als beide partijen zich bewust zijn van de risico’s en toch voor een bepaalde rechtsvorm kiezen, waarom zou je dat dan niet toestaan. Waarbij je wel bepaalde zaken zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering centraal regelt.”

“Keuzevrijheid ontbreekt”

Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib, de brancheorganisatie van intermediairs, vindt het niet verrassend dat de voortgang van de webmodule zo in de Kamerbrief gepresenteerd wordt. “Vanaf het begin worden we geconfronteerd met een opportunistische kijk op de webmodule en de werking ervan. En ook nu weer weigert men te erkennen dat er veel schort aan deze tool. Er is een tool bedacht zonder de discussie tot de kern te voeren namelijk de keuzevrijheid om te werken onder een contractvorm waar twee partijen achter staan. Deze keuzevrijheid vraagt om een andere visie vanuit het kabinet en beleidsmakers, maar daar laat men het helaas structureel liggen.”

Het argument uit de brief dat er veel tijd en energie in de webmodule is gestoken moet volgens Schmidt Crans nooit leidend zijn: “Wat niet goed is, is niet goed”.

De passage in de Kamerbrief over gesprekken met brancheorganisaties van intermediairs voor de ontwikkeling van een aparte webmodule voor bureaus (‘webmodule tussenkomst’) noemt Schmidt Crans veel te rooskleurig. “Deze gesprekken lopen stroef door gebrek aan veranderingsbereidheid in de visie op keuzevrijheid. Dat wij de module als waardevol zien is de wens van de gedachte, maar die komt zeker niet bij ons vandaan.”

“Moderne visie nodig”

Roos Wouters, oprichter en aanjager van de Werkvereniging heeft geen goed woord over voor de webmodule. Afschaffen en snel ook, zo vindt ze. “Die webmodule gaat niets worden. Maar dat vonden we ook al voordat deze evaluatie op tafel lag. Deze voortgangsbrief van de minister bevestigt alleen iets wat we al wisten, alleen waren er nu dure juristen voor nodig.”

De wet moet aangepast worden, zo vindt Wouters. “De Wet op de Arbeidsovereenkomst stamt uit 1907. Er is daarna niet veel veranderd, er zijn alleen wat pleisters geplakt. Je kunt de huidige manier van werken niet toetsen aan zo’n oude wet.”

De hele wet moet op de schop. Want wat voor maatregelen de overheid ook neemt en wat de SER en commissie Borstlap ook adviseren, werkgevers hebben een voorkeur voor flexwerk, weet Wouters.

Ze spreekt over een kat-en muisspel met nieuwe regels om kwetsbare flexwerkers te beschermen, waarbij die echter steeds aan het kortste eind trekken. “Dan verzinnen de juristen van werkgevers wel weer iets anders om die mensen niet aan te hoeven nemen. Door de WAB zijn er weer een hoop flexwerkers uitgeknikkerd. Maar er is eigenlijk niets mis met flexwerk. Je moet er alleen voor zorgen dat flexwerkers ook een persoonlijk opleidingsbudget krijgen en een beroep kunnen doen op een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dan is het probleem ook opgelost. Mensen gaan door opleidingen ook veel makkelijker van werk naar werk.”

“Regelgeving aanpassen aan actuele situatie arbeidsmarkt”

Wouters mist een visie bij het kabinet. Ze krijgt daarin steun van Josien van Breda, voorzitter van brancheorganisatie I-ZO Nederland (Intermediair voor Zelfstandig Ondernemers). “Het huidige kabinet blijft de oplossing zoeken in wat er al is, in plaats van regelgeving aan te passen aan de actuele situatie op de arbeidsmarkt, waarin werkenden ook behoefte hebben aan meer autonomie”, zo meent Van Breda.

Het instrument nog lang niet rijp genoeg om verder mee te gaan

Van Breda is niet blij met de webmodule. “”Als je in bijna één derde van de gevallen geen uitslag krijgt, dan is het instrument nog lang niet rijp genoeg om verder mee te gaan.”

“Met zulke magere resultaten in de testfase, is het onverstandig om verder te gaan op deze ingeslagen weg” zo vindt ook Cristel van de Ven van Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN). “Wij pleiten voor een radicaal andere, integrale aanpak van dit vraagstuk waarbij we toewerken naar een duidelijke definitie van zelfstandig ondernemerschap met bijpassende sociale zekerheid en fiscale regels die gericht zijn op het stimuleren van ondernemerschap. Klinkt veelomvattend, en dat is het misschien ook, maar dan werken we tenminste vanuit een visie op een moderne, inclusieve en rechtvaardige arbeidsmarkt. Dat is beter dan doormodderen met een instrument waarvan we nu al weten dat het niet goed genoeg werkt om de duidelijkheid te bieden waar iedereen zo hard op zit te wachten.”

“Beleid te instrumenteel”

De vraag hoe het nu verder moet, wordt niet door Koolmees beantwoord in de Kamerbrief. De demissionair minister laat het vervolg over aan het nog te vormen volgende kabinet. “Dat kan nog wel even duren”, constateert Margreet Drijvers, directeur van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO). Dat terwijl zelfstandigen al vier jaar, sinds de afschaffing van de VAR, in onzekerheid verkeren.

Drijvers: “Zelfstandigen hebben ruim vier jaar aangedrongen op duidelijke en vernieuwende regelgeving en zijn niets verder gekomen. Er is enkel een instrument opgetuigd, dat beoordeelt of iemand als zelfstandige kan werken. Nu blijkt dat deze tool, de webmodule, in maar liefst 28,4 procent van de gevallen geen uitkomst kan geven. Zelfstandigen, die via een intermediair of een bv werken, hebben nog niets in handen.”

Ook Drijvers mist een heldere vernieuwende visie voor het zzp-vraagstuk. “Binnen de kaders zijn veranderingen doorgevoerd, zoals de afbouw van de zelfstandigenaftrek, maar het gewenste effect blijft uit. De echte oplossing ligt in een rigoureuze, gecombineerde en vernieuwende aanpak op sociale zekerheid, de fiscaliteit en het arbeidsrecht.”

“Volg advies SER”

“Ook dit laatste onderdeel van de plannen van het demissionair kabinet om de Wet DBA te vervangen lijkt op niets uit te lopen. Gebrek aan handhaving leidt tot uitwassen, de voorbeelden daarvan kennen we allemaal” zo zegt Irene van Hest, manager FNV Zelfstandigen en lid van de SER.

“We hebben nu al jaren te maken met onzekerheid voor zelfstandigen. In het advies van de SER wordt een concrete oplossing geboden, handhaaf daar waar tarieven zodanig laag zijn dat zelfstandigen onvoldoende verdienen om ondernemersrisico’s af te dekken. En zorg daarnaast dat zelfstandigen ook inkomen hebben bij langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid en de mogelijkheid krijgen om te sparen voor hun pensioen. Hoe langer we hier mee wachten, hoe meer mensen uiteindelijk in financiële problemen komen.”

Handhavingsmoratorium

Het handhavingsmoratorium, waarbij afgesproken wordt dat alleen gehandhaafd wordt bij kwaadwillendheid, blijft voorlopig van kracht, zo zegt minister Koolmees in zijn brief. Dat voorkomt dat ten onrechte boetes worden uitgedeeld. Josien van Breda van I-ZO Nederland, is daar blij mee. “Zolang er geen stappen gemaakt zijn gemaakt in het kwalificatievraagstuk, is handhaving niet wenselijk en waarschijnlijk ook niet uitvoerbaar. Hoe kan er worden gehandhaafd als de regels onduidelijk zijn? Ondanks de nadelen die hieraan kleven, is dit in de huidige omstandigheden wel de enige juiste optie.”

Kamerleden kritisch

Daar denkt Gijs van Dijk, Kamerlid voor de PvdA, totaal anders over. “Na uitspraak rechters over Uber en Deliveroo is verder uitstel van kabinet van handhaven schijnzelfstandigheid vooral slecht en onbegrijpelijk nieuws voor alle mensen die iedere dag worden uitgebuit. Kabinet: ga handhaven!” twittert hij.

Er staat niets nieuws in en zo’n tool lost het probleem dus niet op

Van Dijk  doelt op de uitspraak van de rechter van een week (zie hier) geleden in een rechtszaak die was aangespannen door vakbond FNV tegen Uber. Rechters oordeelden dat de taxichauffeurs schijnzelfstandigen zijn en niet door Uber als zzp’ers ingezet kunnen worden. Eerder dit jaar bepaalde het gerechtshof al in een zaak tegen Deliveroo al dat de maaltijdbezorgers recht hebben op een arbeidsovereenkomst.

Van Dijk was sowieso geen voorstander van de webmodule. Hij noemde de tool eerder een ‘onderdeel van de mislukte poging om de Wet DBA te vervangen’: “Er staat niets nieuws in en zo’n tool lost het probleem dus niet op.”

Ook  VVD-Kamerlid Judith Tielen is kritisch op de webmodule: “De zekerheid die nodig is, lijkt er nog steeds niet te zijn”, zo laat ze in een reactie weten. Tielen vindt ook dat de bewindslieden niet erg duidelijk zijn over wat ze met de handhaving van plan zijn. Tot slot wijst Tielen nog op een constatering in de Kamerbrief: uit de pilot en uit aanvullende gesprekken met sectoren blijkt duidelijk dat zowel werkgevers als werkenden flexibiliteit en autonomie erg belangrijk vinden.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 1 Reactie