Tweede Kamer wil eigen rechtspositie voor zzp’ers

Flinke steun in de Tweede Kamer voor een motie van JA21 voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. CDA, ChristenUnie, PvdA en GroenLinks stemden tegen. Een juridisch expert waarschuwt dat zo’n aparte positie in het wetboek tot ‘nieuwe onduidelijkheden’ leidt.

Diep in de nacht heeft de Tweede Kamer met ruime meerderheid een motie aangenomen voor een ‘wettelijke regeling voor zelfstandig ondernemerschap die de rechtspositie van zzp’ers in alle relevante aspecten vastlegt’.

Joost Eerdmans (JA21) diende de motie in tijdens de Algemeen Politieke Beschouwingen. De meerderheid stemde voor, alleen CDA, ChristenUnie, PvdA en GroenLinks stemden tegen. Zij staan bekend als sociaal-conservatief blok op het terrein van de arbeidsmarkt.

Wens zelfstandigenorganisaties

De term ‘zelfstandige zonder personeel’ (zzp) bestaat niet in de arbeidsrechtelijke of fiscale wetgeving. Het is niet meer dan een term die gebruikt wordt in debat en statistieken. En dat leidt regelmatig tot verwarring en onbegrip. Omdat er geen arbeidsrechtelijke definitie bestaat van ‘zzp’er’, moeten zelfstandigen en hun opdrachtgevers sinds de invoering van de wet DBA bewijzen dat de zzp’er ‘geen werknemer’ is.

Daarom pleitten zelfstandigen organisaties als Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) en Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) al lange tijd voor een aparte wettelijke status van de zzp ‘ers. Ook politieke partijen VVD en D66 hadden deze wens in hun verkiezingsprogramma’s voor 2021 staan.

In het regeerakkoord van het huidige kabinet was afgesproken dat er een onderzoek zou komen naar de wenselijkheid van zo’n aparte status voor zzp’ers. Dat onderzoek is nooit uitgevoerd.


  • Nederland kent er ongeveer 1,6 miljoen zelfstandigen. Meer dan een miljoen van hen heeft geen personeel in dienst: de zzp’ers. Het overgrote deel daarvan wordt gezien als ‘IB ondernemer’, meestal werken ze vanuit de juridische vorm ‘eenmanszaak’.
    Niet alle IB ondernemers zijn zzp’ers en niet alle zzp’ers zijn IB ondernemers. Wie een ‘eenmanszaak’ heeft, kan namelijk weldegelijk personeel in dienst hebben.
    Er zijn ook een 125.000 DGA’s (directeur-groot aandeelhouders) van een besloten vennootschap (bv) zonder personeel. Ook zij zijn dus zzp’ers. Omdat ze onder een ander fiscaal regime vallen, hebben ze bijvoorbeeld geen recht op zelfstandigenaftrek. Dat ze een bv hebben, geeft ze dan weer geen garantie dat ze – onder de wet DBA – niet gezien kunnen worden als werknemer. De webmodule – die duidelijkheid moet of een opdrachtgever iemand moet zien als werknemer of als zzp’ers – is dan weer niet geschikt voor zzp’ers met een bv.

Aanleiding voor de motie Eerdmans zijn de “opeenvolgende regelingen lapwerk die voor onduidelijkheid en onzekerheid zorgen bij alle betrokken partijen”. En daardoor blijft misbruik mogelijk, schrijft Eerdmans. Hij ziet een eigen rechtspositie voor de zzp’er als “waardevolle bouwsteen (…) voor een evenwichtig gereguleerde arbeidsmarkt”.

‘Aparte positie zzp in BW roept nieuwe onduidelijkheden op’

Of een aparte positie van zzp’er in het Burgerlijk Wetboek (BW) daadwerkelijk iets oplost, is twijfelachtig. In dit uitgebreide achtergrondartikel vertelt advocaat en Commissie Borstlap-lid Johan Zwemmer dat zo’n aparte positie nieuwe onduidelijkheden oplevert.

Het begrip ondernemer is tenslotte al vastgelegd, zegt Zwemmer. “Voor een echte zzp’er zou het geen moeite moeten kosten om aan te tonen dat hij zelfstandig ondernemer is.”

Hij ziet meer in het moderniseren van de afbakening tussen werknemer en zelfstandig ondernemer. Ook lijkt het hem goed om de kostenverschillen (belastingen en premies) tussen de verschillende contractvormen te verminderen en de regulering van de arbeidsovereenkomst zelf te moderniseren. Arbeidsovereenkomsten moeten beter aansluiten op de behoeftes van werkgevers en werknemers in de 21ste eeuw, vindt Zwemmer.

Geen uitgemaakte zaak

Het feit dat CDA, ChristenUnie, de PvdA en GroenLinks tegen stemden, betekent het nog geen uitgemaakte zaak is dat er zo’n aparte status komt voor zzp’ers. Deze partijen hebben sterke principiële bezwaren tegen een aparte positie voor zzp’ers. Zij zullen er tijdens de formatie vast een punt van maken. Pieter Omtzigt, vier jaar geleden nog CDA-woordvoerder ‘zzp-zaken’, stemde overigens wel vóór de motie.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

2 reacties op dit bericht

  1. Het zal verdorie ook eens tijd worden. Nu al zien we rechtszaken over wie nou wel en wie nou niet zelfstandig een beroep uitoefent. Dat zal niet minder worden met het advies van de commissie Borstlap.
    Ik pleit er ook voor om het zelfstandig ondernemerschap af te schaffen en een “BV-light” in te voeren waarbij tot een bepaalde omzet een beperkte administratieve last geld. Geen meervoudig interpretabele wetgeving meer en die hele webmodule bij het grof vuil. Ergo, je bent geen bedrijf, je hebt een bedrijf. En of je dat alleen doet, met werknemers of met medevennoten of in een maatschap is niet meer van belang.

  2. Johan Zwemmer is volledig correct. Er IS al een duidelijk verschil tussen ondernemers en werknemers. Waarom nog een tussenvorm creëren die dan “ZZPer” zou moeten heten. Een groep die dan nog steeds bizar veel verschillende verschijningsvormen kent: de bakker op de hoek , de ICT consultant , de pakketbezorger en de webshop ondernemer … om er nog maar een paar te noemen….. Waarom niet gewoon dat onderscheid verder versterken. Schijnzelfstandigheid , tussenbureaus etc gewoon niet toestaan om op die manier te opereren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *