Maandelijkse archieven: augustus 2021

Welke bouwstenen liggen klaar voor de zzp-paragaaf van een nieuw regeerakkoord?

In het kort

  • Fundamenteel verschil in visie van de blokken VVD/D66 en PvdA/CDA
  • Consensus over ‘gelijker speelveld’
  • Webmodule nog niet afgeschreven
  • Voorstel SER: de praktische, en ingrijpende, doorbraak?

Plots ligt er een ´document op hoofdlijnen’, waarmee VVD en D66 het gesprek aangaan met mogelijke coalitiepartners CDA, ChristenUnie, PvdA en GroenLinks. Informateur Mariëtte Hamer verwacht nu snel antwoord op de vraag wie met wie verder wil onderhandelen over de vorming van een nieuw kabinet, schrijft ze aan de Tweede Kamer.

Het is duidelijk dat de kabinetsformatie na 21 weken de volgende fase in gaat. Maar het is nog onbekend hoe gedetailleerd het document met ‘oplossingsrichtingen op grote onderwerpen’ is. Het is ook onduidelijk in hoeverre aandacht besteed wordt aan het zzp-dossier. Daar is in elk geval wel behoefte aan, want het is aan het nieuwe kabinet om een oplossing te vinden voor de onduidelijkheid rondom schijnzelfstandigheid. Tijd voor een overzicht, mede op basis van achtergrondartikelen die de afgelopen maanden op ZiPconomy verschenen.

Erfenis van minister Wouter Koolmees

Over de afgelopen vier jaar kan ik relatief kort zijn: van de ambitieuze wensen uit het regeerakkoord omtrent het zzp-dossier is weinig terecht gekomen. Toch is er wel het een en ander veranderd in de tijd dat minister Wouter Koolmees verantwoordelijk was voor dit dossier.

Kloof tussen visies staat fundamentele oplossingen in de weg

Het goede nieuws is dat de tegenstellingen tussen links/rechts en tussen werkgevers/werknemers/zzp-organisaties kleiner zijn geworden. Vooral inhoudelijk, want qua visie bestaan er nog steeds fundamentele verschillen.

De verschillen zijn terug te voeren tot het liberale en sociaal-conservatieve uitgangspunt. Liberale denkers vinden dat een werkende in principe zelf moet kunnen kiezen via welke contractvorm hij werkt, sociaal-conservatieven willen meer dwingende kaders om werkenden te beschermen. Hier botsen VVD/D66 met PvdA en ook het CDA (zie bijvoorbeeld ook deze uitspraken van CDA-kamerlid Mona Keijzer). De standpunten van zowel ChristenUnie als GroenLinks zitten wat meer in het midden.

Door dit flinke verschil in visie blijft een fundamenteel debat over de gewenste positie van zelfstandigen in onze economie al een decennium uit. Ook het goede gesprek over wat nu eigenlijk het probleem is, blijft achtwege.

Gezien de samenstelling van het komende kabinet zie ik dat niet veranderen. In plaats daarvan zullen partijen wederom compromissen sluiten over praktische zaken als de sociale zekerheid, fiscale voorzieningen en de juridische verschillen tussen werknemers en zelfstandigen.

  • Lees ook : Waar een integrale visie op de plek van zzp’ers in economie buiten beeld blijft, is deze wellicht haalbaar per sector. Over de (on)wenselijkheid van een meer sectorale benadering spraken we eerder met een aantal vertegenwoordigers uit sectoren. Zie hier.

Fiscale verschillen

Het huidige kabinet was het meest bezig met het verkleinen van de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers, iets wat niet in het regeerakkoord stond. Het kabinet maakt de zelfstandigenaftrek (waar iets meer dan de helft van alle zelfstandigen gebruik van maakt) stapsgewijs kleiner en alleen tegen het laagste belastingtarief.

Waarschijnlijk wil het kabinet in een nieuw regeerakkoord verdere stappen zetten om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. Al is het ontmoedigen van ongewenste effecten op de zzp-markt via fiscale instrumenten nogal ongericht (immers het raakt ook allerlei zelfstandigen die niets te maken hebben met deze discussie) en bovendien is het complexer dan vaak – bijvoorbeeld door de Commissie Borstlap – wordt voorgesteld. Zie bijvoorbeeld deze ZiPconomy factcheck (“Acht fouten in het bruto/netto werknemer/zzp-model van Financiën.”)

Sociale zekerheid

Een ander concreet ‘resultaat’ van Koolmees, is de afspraak uit het pensioenakkoord om te komen tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (aov-zzp). Ook hierover stond niets in het vorige regeerakkoord.

Vakbonden, PvdA en GroenLinks wilden eigenlijk een verplichte pensioenopbouw voor zzp’ers, maar dat ging niet door. De verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid was een harde eis van de partijen om tot een akkoord te komen. Hun lobby om zelfstandigen mee te laten doen aan pensioenopbouw gaat ondertussen door.

Dat er iets moet gebeuren voor zzp’ers op dit vlak, daarover is nu veel meer consensus binnen de politiek dan vier jaar geleden. Partijen zijn ongerust over het dalend percentage zelfstandigen met een verzekering. Ook maken politici zich zorgen over het feit dat de kosten van een verzekering relatief hoog zijn voor zelfstandigen.

Dat betekent niet dat zij het eens zijn over de invulling van zo’n zzp-aov. Uitvoeringsinstanties (Belastingdienst en UWV) noemden de uitwerking van de afspraken door de Stichting van de Arbeid ‘onuitvoerbaar’ (zie hier).

Een motie van VVD en SGP om te onderzoeken of het beter is gelijk door te schakelen naar een uniforme collectieve voorziening voor alle werkenden, kreeg veel steun in de Kamer. Alleen de PvdA,  GroenLinks en PVVc stemden tegen.

Kwalificatie-vraag

Tot slot het vraagstuk dat afgelopen jaren voor het meeste tumult zorgde: de ‘kwalificatie-vraag’. Wanneer mag iemand als zelfstandige werken? Anders gezegd: wanneer mag een opdrachtgever iemand inhuren en wanneer moet hij iemand in dienst nemen?

De erfenis van Koolmees is de webmodule, een online vragenlijst waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze iemand mogen inhuren. De pilot van deze tool is afgerond, de resultaten gaan binnenkort naar de Tweede Kamer. De handhaving van de Wet DBA is wederom uitgesteld.

In de verkiezingstijd sprak ZiPconomy met Kamerleden en uit die interviews werd duidelijk dat zij niet enthousiast zijn over de webmodule. Te complex, te onduidelijk, te weinig bruikbaar om misstanden te bestrijden. In het werkveld is het zelfs nog lastiger om voorstanders te vinden.

Toch lijkt het te vroeg om de webmodule af te schrijven. Het is immers het enige concrete instrument waar de huidige coalitie mee gekomen is. Zzp-experts suggereren bijvoorbeeld de huidige webmodule aan te passen. Fiscalist Boris Emmerig doet in dit artikel (‘‘De webmodule kan blijven, maar moet wel aangepast worden’) de suggestie om zo aan te passen dat er naast min-punten ook plus-punten kunnen worden behaald voor ‘echte ondernemers’. Ook professor Gerrard Boot ziet aanleiding om de webmodule aan te passen (zie dit interview), van hem mogen bijvoorbeeld sommige antwoorden beslissend zijn. “Als je eenmalig twee uur ergens voor een opdrachtgever werkt is [..] er wat mij betreft geen enkele twijfel. Voor twee uur ga je iemand niet in loondienst nemen.” Bovenal pleit Boot voor een knip tussen de fiscale en de arbeidsrechtelijke beoordeling.

Diverse zzp-organisaties willen liever een aparte wettelijke status voor zelfstandigen, als alternatief voor de webmodule. Experts betwijfelen of dat de uitkomst is (zie hier). Ik heb ook de indruk dat de politiek twijfelt of dit de oplossing is.

Politici lijken enthousiaster over ‘de Belgische aanpak’ als oplossing. In België zijn criteria voor zzp-schap wettelijk vastgelegd, terwijl deze in Nederland zijn afgeleid van uitspraken van rechters. Bovenal gelden aanvullende, strengere criteria voor een aantal sectoren waar de kans groter is dat er op een ongewenste manier met zelfstandigen gewerkt wordt. Belangrijk detail: in België zijn de verschillen tussen zelfstandigen en werknemers op het gebied van fiscaliteit en sociale zekerheid fors kleiner dan in Nederland.

Het voorstel van vakbonden om de ABC-test uit Californië over te nemen, vond minister Koolmees ongewenst. Dat lijkt niet onrecht, gezien de ontwikkelingen van de situatie daar (zie hier).

SER-advies: kan het antwoord zo simpel zijn?

Dan is er nog het verrassende, ogenschijnlijke simpele en pragmatische, baanbrekende idee uit de middellange termijn brief van de SER (zie hier). De Sociaal Economische Raad stelt voor om streng te handhaven bij inhuur onder de 35 euro per uur. Opdrachtgevers en zzp’ers die een uurtarief afspreken van meer dan 35 euro, moeten het onderling (civiel-rechterlijk) maar uitvechten als ze het niet eens zijn over hun arbeidsrelatie.

Daarbij heeft de SER wel een belangrijke voorwaarde: een gelijker speelveld. Dat wil zeggen dat de verschillen in fiscaliteit en sociale zekerheid tussen zelfstandigen en werknemers op zijn minst kleiner moeten worden.

De SER geeft zo plotseling een oplossingsrichting aan voor de Gordiaanse knoop rond de Wet DBA. Met een ‘gelijker speelveld’ is er namelijk geen noodzaak om het kwalificatievraagstuk op te lossen.

Denk ook aan uitspraken van staatssecretaris Hans Vijlbrief dat het belang van handhaving afneemt wanneer de fiscale verschillen kleiner worden, voormalig GroenLinks-kamerlid Paul Smeulders die stelde dat “als iedereen voldoende bestaanszekerheid heeft, kun je relaxter kijken naar het verschil tussen werknemers en zzp’ers” of Hans Borstlap: ‘Een universeel fundament aan rechten aan de onderkant maakt mogelijk dat mensen zelf kiezen voor de contractvorm” (zie hier).

Blijf op de hoogte

De puzzelstukken liggen klaar. Hoe de puzzel gelegd wordt, hangt deels af van de kleur van het nieuwe kabinet. CDA en VVD/D66 zitten niet op één lijn en grote verschillen tussen partijen leiden vaak tot gedetailleerde en dichtgetimmerde afspraken in een regeerakkoord. Dat is de grote vrees van de zzp-polder, die erop blijft hameren om hen te betrekken bij de uitwerking van het beleid.

ZiPconomy volgt de vorderingen van de formatie op de voet. Blijf op de hoogte van actualiteiten en verdieping via het ZiPconomy #formatie2021 dossier (zie hier).

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Meer onvervulbare vacatures dan voor coronacrisis

Met het herstel van de Nederlandse economie is de mismatch op de arbeidsmarkt op recordniveaus uitgekomen. Rekening houdend met de reisafstand die werkzoekenden bereid zijn af te leggen en de beroepen waar zij naar op zoek zijn, is 16,5 procent van de vacatures onvervulbaar. Dit blijkt uit de arbeidsmarktindicator van ABN AMRO.

Dit is duidelijk boven de niveaus van voor het uitbreken van de coronacrisis. Ondertussen meldt het CBS dat terwijl het ondernemersvertrouwen zich op topniveau bevindt, een kwart van de ondernemers dat personeelstekort als een belemmering ervaart (lees hier meer)

Schaarste

De arbeidsmarktindicator van ABN AMRO laat ziet dat onder meer bij vacatures die gerelateerd zijn aan de sectoren Energie, Agri, Food, Healthcare en de Bouw is het zeer moeilijk voor werkgevers om personeel te vinden. Vacatures voor bijvoorbeeld installateurs, onderhoudsmonteurs voor machines, verpleegkundigen, programmeurs en monteurs in de werktuigbouw zijn zeer moeilijk te vervullen. Over een breed front is de krapte sterk toegenomen, bijvoorbeeld bij vacatures gerelateerd aan de Zakelijke Dienstverlening, Transport & Logistiek, Overheid & Onderwijs en de Bouw.

Dit blijkt uit de arbeidsmarktindicator van ABN AMRO. Deze indicator brengt de onvervulbare vacatures per gemeente en per beroep in kaart op basis van de reisafstand die werkzoekenden bereid zijn af te leggen in combinatie met het beroep dat zij zoeken, op basis van gegevens van Werk.nl. De landelijke mismatch van 16,5 procent komt voort uit geaggregeerde gemeentecijfers en is daarmee zelfs een onderschatting van de feitelijke mismatch, omdat werkzoekenden niet in meerdere gemeenten tegelijk een functie kunnen vervullen.

In juli bereikte deze indicator voor het eerst zelfs even een niveau van 19 procent. In februari 2020, voor het uitbreken van de pandemie, bewoog de mismatch rond de 13 procent.

Naast de genoemde beroepen blijken de personeelstekorten zich over een breed terrein voor te doen, zoals in onderstaand overzicht is te zien.

 

Ook tijdens coronacrisis was sprake van mismatch

Hoewel na het uitbreken van de coronacrisis de economische activiteit in Nederland sterk daalde, bleven personeelstekorten bestaan. Dit is deels het gevolg van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de regeling waarmee door de coronacrisis getroffen bedrijven een deel van de loonkosten gesubsidieerd krijgen.

Met deze overheidssteun is een enorme ontslaggolf voorkomen en konden bedrijven veel van hun medewerkers in dienst houden. Dit sorteerde in positieve zin effect; de werkloosheid liep weliswaar op, maar bleef in coronajaar 2020 nog altijd beperkt tot 3,8 procent van de beroepsbevolking. Met de regeling blijven veel werknemers in dienst van hun huidige werkgever en kwamen zij niet op de markt om vacatures van andere beroepen in te vullen.

En die beroepen waren er, juist door het asymmetrische karakter van de coronacrisis, zeker wel. De vraag naar bijvoorbeeld verpleegkundigen en hoveniers nam kort na het uitbreken van de coronacrisis zelfs alweer toe, terwijl de vraag naar bijvoorbeeld horecapersoneel instortte. Sectorale verschillen kunnen zo de mismatch in stand houden.

Sterke groei aantal vacatures

Juist omdat die mismatch aanwezig bleef tijdens de crisis, bereikt deze met het herstel van de economie al snel een hoog niveau. Op Werk.nl nam het aantal openstaande vacatures sinds eind vorig jaar met meer dan 70 procent toe, zoals in onderstaande grafiek is te zien. Bijvoorbeeld bij schoonmakers, fietskoeriers en verkeersregelaars was een sterke toename in vraag naar nieuw personeel te zien.

Bovendien bestaat de dreiging dat personeel dat door de coronacrisis wel is ontslagen en een baan elders heeft gezocht en gevonden, niet zomaar terugkomt. Dat gevaar dreigt voor het beroep van medewerkers in de horeca, waar het aantal vacatures nu eveneens snel toeneemt.

Ook in de industrie neemt de werkgelegenheid zeer snel toe. ABN AMRO verwacht dan ook dat het personeelstekort ook in deze sector verder toeneemt, daar per saldo 42 procent van de industriële ondernemers gedurende de komende twaalf maanden verwacht meer personeel nodig te hebben.

Dat betekent niet dat het tekort over de hele linie in het bedrijfsleven het toeneemt. Bijvoorbeeld door het afbouwen van de noodsteun en het verminderde effect van ‘coronabanen’ zal het arbeidsaanbod toenemen en de arbeidsmarktkrapte – in algemenere termen, het aantal uitstaande vacatures per werkzoekende – afnemen. Mogelijk neemt door het toegenomen arbeidsaanbod de mismatch ook af.

Belangrijk rekening te houden met mismatch

Om de aanhoudende tekorten het hoofd te bieden is het van belang rekening te houden met het bestaan van deze mismatch op de arbeidsmarkt, zeker nu deze toeneemt en zelfs de niveaus van voor de uitbraak heeft overstegen.

Door – mits mogelijk – expliciet de mogelijkheid te bieden om deels thuis te werken, kan een deel van de werkzoekenden wellicht worden verleid om een grotere reisafstand naar de standplaats te accepteren. Het belang hiervan neemt zeker toe, nu uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat Nederlandse werknemers relatief veel waarde hechten aan een gezonde balans tussen werk en privé. Daarbij worden vrijheid in het opnemen van verlof, een evenwichtige werkdruk en het gegeven dat het privéleven hooguit in beperkte mate in het gedrang komt door werk belangrijk gevonden. Ook aandacht voor gezondheid en persoonlijke ontwikkeling zijn punten die werknemers hoog aanschrijven. Voor de werkgever geldt dat adverteren om personeel te werven buiten de gebaande zoekgebieden ook kan helpen om reisbarrières te overbruggen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Ondernemersvertrouwen op topniveau. Personeelstekort voornaamste belemmering, meldt CBS.

Het vertrouwen onder ondernemers staat op recordhoogte. Dat melden CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW op basis van de Conjunctuurenquête Nederland. De stemmingsindicator kwam aan het begin van het derde kwartaal 2021 uit op 18,4. Dit is meer dan 16 punten hoger dan een kwartaal eerder. In alle andere bedrijfstakken waren ondernemers optimistischer gestemd, behalve in de bouwnijverheid.

Ondernemers oordeelden positiever over de geboekte resultaten van het afgelopen kwartaal dan begin april. Ook zagen ze de aankomende drie maanden zonniger in. Gedurende het tweede kwartaal 2021 zat Nederland in de tweede lockdown, maar vanaf 26 juni zijn de coronamaatregelen versoepeld en golden nog weinig beperkingen. Op 10 juli werden de regels weer iets aangescherpt vanwege oplopende coronabesmettingen.

Binnen vrijwel alle bedrijfstakken nam het ondernemersvertrouwen toe en waren ondernemers positief gestemd. Uitzondering is de bouwnijverheid. Het pessimisme onder de horecaondernemers sloeg om en de horeca was aan het begin van het derde kwartaal van 2021 zelfs de meest optimistische bedrijfstak.

Meer ondernemers ervaren personeelstekort

Een kwart van de ondernemers ervaart het tekort aan personeel als belemmering. Dit is meer dan het dubbele van het gemiddelde voor dezelfde periode in de jaren 2012–2020.

Het percentage ondernemers dat met een personeelstekort kampte lag begin juli 2021 binnen alle bedrijfstakken hoger dan het langjarig gemiddelde. Binnen de zakelijke dienstverlening, waaronder bijvoorbeeld uitzendbureaus en autoverhuurbedrijven vallen, was het aantal ondernemers dat personeelstekort als belangrijkste belemmering ervaarde relatief het grootst, namelijk ruim 35 procent. Het aantal horecaondernemers dat een personeelstekort ervaarde lag meer dan driemaal zo hoog als het langjarig gemiddelde. Ook nam het aantal ondernemers dat personeelstekorten meldde relatief veel toe in de detailhandel en in de cultuursector.

Volgens de arbeidsmarktindicator van ABN AMRO is momenteel is 16,5 procent van de vacatures onvervulbaar. In juli was dat zelfs 19 procent. Boven het niveau van voor de corona crisis. Op Werk.nl nam het aantal openstaande vacatures sinds eind vorig jaar met meer dan 70 procent toe.

 

foto: Mirjam Akkerhuis

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Omgaan met klimaatverandering vraagt om herverdeling van banen

Vijf voor twaalf

Deze week verscheen het klimaatrapport van het IPCC, het internationale klimaatpanel van de Verenigde Naties. Een rapport met een duidelijke boodschap: het is vijf voor twaalf – en op sommige plekken op de wereld al vijf over twaalf – als het gaat om het reduceren van CO2. Nodig om de opwarming van de aarde binnen de 1,5 graad Celsius te houden. Abstracte kost? Dacht het niet.

Als het gaat over maatregelen voor klimaatadaptatie (het beperken van de gevolgen van klimaatverandering) gaat het vaak over technische zaken en investeringen die overheden en bedrijven moeten doen. Het gaat ook over gedrag: maatschappelijk verantwoord ondernemen voor bedrijven. En inwoners van Nederland worden onder andere aangespoord ‘van het gas af te gaan’. Je hoort ook over sectoren zonder en met toekomst: denk aan de industrie rond fossiele brandstoffen en anderzijds industrieën die te maken hebben met de waterstofeconomie.

Wat nogal eens vergeten wordt, is een zeer belangrijke factor om de klimaatadaptatie te realiseren: de beschikbaarheid van voldoende (technisch) geschoold personeel. “Personeel dat is voorbereid op de banen van de toekomst”, zeggen we. We vergeten dat we die banen nu al moeten invullen.

Nieuw allocatievraagstuk

En daar wringt de schoen op de krappe arbeidsmarkt. Formeel gezegd: daar rijst een nieuw allocatievraagstuk. Hoe verdelen we de schaarse beroepsbevolking op zo’n manier dat mensen gaan werken aan zaken die er echt toe doen voor de toekomst voor onze kinderen?

Een voorbeeld: hoeveel zin heeft het om mensen op te leiden voor een administratieve baan als technologie deze banen straks deels overbodig maakt, de dijken moeten worden opgehoogd, er meer windturbines moeten komen en woningen van het gas af moeten? Moeten we niet met de BV Nederland bekijken in welke sectoren we enorme aantallen mensen zo snel mogelijk aan het werk helpen? Met een planmatig en doelgericht opleidings- en arbeidsmarktbeleid.

Want het kan: snel van de ene naar de andere sector. Dat nood wetten breekt, zagen we tijdens de coronacrisis. Laten we dat gevoel van urgentie vasthouden bij de grootste uitdaging waarvoor we staan.

Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Kwart meer uitzenduren in afgelopen maand.

In periode 7 (21 juni t/m 18 juli)  steeg het aantal uitzenduren met 25% en de omzet met 28%. Dat meldt uitzendkoepel ABU.  De groeicijfers zijn in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, toen Nederland stapsgewijs uit de lockdown kwam. Periode 7 2020 liet toen een omzetdaling van 15% zien ten opzichte van dezelfde periode in 2019. De groeicijfers uit juni/juli 2021 liggen iets onder die van de afgelopen drie periodes, de periodes waarin cijfers vergeleken werden met de cijfers uit de lockdown fase in 2020.

De ABU ziet groei in alle sectoren:

  • Administratieve sector: Het aantal uren steeg met 31% en de omzet is gestegen met 31% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren steeg met 18% en de omzet steeg met 21% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren steeg met 21% en de omzet steeg met 21% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Lees ook: Steeds minder ‘bankzitters’ voor detacheerders. Omzet per gedetacheerde stijgt met 6,8%.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Damian Boeselager (Volt): “Radicale veranderingen op de arbeidsmarkt vragen om moedige en radicale oplossingen”

“De reden dat we Volt hebben opgericht is dat veel issues grensoverschrijdend zijn”, zegt Damian Boeselager, die mede-oprichter is van Volt en nu voor de jonge pan-Europese partij in het Europees Parlement zit: “Dat grensoverschrijdende karakter is natuurlijk nergens beter zichtbaar dan rondom thema’s die betrekking hebben op de arbeidsmarkt. Denk maar aan remote work. We moeten een Europese weg vinden om mensen in staat te stellen om op iedere plek voor ieder bedrijf van hun voorkeur te werken. Als je een staat ziet als een service provider voor de burger, dan is het toch raar dat de staat werkgevers en werknemers die willen gaan samenwerken belemmert en zegt dat ze niet vrij zijn om te werken waar ze willen?


Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht.


Blokkeren

Het valt mij op dat het altijd de nationale regeringen zijn die ideeën blokkeren als ik hierover in het Europees Parlement praat. Ze lijken niet mee te willen gaan met het zoeken naar goede oplossingen rondom de veranderende arbeidsmarkt. Waarom? Misschien zijn ze bang om de controle te verliezen. In het algemeen is er bij nationale regeringen veel angst om te veel macht te geven aan de EU. Als je, zoals Volt, ervan overtuigd bent dat zulke issues alleen internationaal goed kunnen worden opgelost, dan is er nog veel werk te doen met betrekking tot die angstige houding van de nationale overheden.”

Als je op EU-niveau de arbeidsmarkt wilt verbeteren krijg je onherroepelijk te maken met grote nationale verschillen met betrekking tot salarisniveaus, wet- en regelgeving, et cetera. Hoe denkt Volt te kunnen dealen met al die nationale verschillen?

Boeselager: “Ik ben blij dat je niet vraagt ‘of’ we met die verschillen kunnen dealen, maar ‘hoe’ we dat gaan doen. Want dat er stappen gezet moeten worden is evident. Tegelijkertijd is het landschap natuurlijk enorm ingewikkeld. Het heeft geen zin om alle nationale wetten te willen veranderen, maar we moeten wel beginnen met de kernvraag welke basiscondities we willen creëren en hoe we de onderkant beschermen. Kijk naar het minimumloon:  Ons voorstel is om een Europees minimumloon in te stellen dat is gebaseerd op het inkomensniveau van iedere lidstaat; het minimumloon zou dan in ieder land 70 procent van het gemiddelde inkomen moeten zijn. Zo kunnen we op EU-niveau een sociaal vangnet creëren waar mensen niet onder mogen vallen en vanuit die basis op een innovatieve manier doorontwikkelen.

Wij stellen voor om een Europees minimumloon in te stellen dat is gebaseerd op het inkomensniveau van iedere lidstaat

In algemene zin geldt wat mij betreft dat we bij het nadenken over de Future of Work niet moeten vastlopen door te veel op nationale culturen en verschillen per land te focussen. We moeten op een innovatieve manier op zoek naar oplossingen, waarbij we best practices uit verschillende landen kunnen gebruiken.”

In 2019 schreef Volt de zogenaamde Amsterdam Declaration, waarin wordt aangegeven wat de partij in het Europees Parlement wil bereiken. In de paragraaf ‘The Future of Work’ staat dat de partij werkers in nieuwe sectoren en met niet-traditionele contracten, zoals zelfstandigen en platformwerkers, dezelfde bescherming wil bieden als mensen die werken in traditionele contractvormen. Welke concrete ideeën heeft Volt op dit gebied?

Boeselager: “Wij vinden het allereerst belangrijk om te onderkennen dat al die nieuwe contractvormen zowel kansen als bedreigingen met zich meebrengen. Enerzijds biedt het mensen allerlei mogelijkheden en kunnen ze hun werk en ook hun werk-privé-balans flexibel inrichten. Anderzijds lopen ze het risico op een zwakkere onderhandelingspositie tegenover werkgevers en vallen ze buiten het systeem van sociale zekerheid. We moeten beide kanten van het verhaal begrijpen en managen.

Veiligheid en flexibiliteit

Wij hebben drie gebieden gedefinieerd waarop we interventies kunnen toepassen om de veiligheid en flexibiliteit van zp’ers, gig-werkers, et cetera te borgen. De eerste interventie noemen we ‘Flexibiliteit en werk-privé-balans’. We willen flexibele werkplekken creëren via een EU-brede Working Time Choice Act en zo een wettelijk kader bieden van waaruit werkers en werkgevers kunnen onderhandelen over flexibele samenwerking. Zie het maar als ‘gereguleerde zelfregulering’, waarbij enerzijds wettelijke kaders worden geboden en een basis-vangnet wordt gecreëerd en waarbij anderzijds sociale partners worden ondersteund in hun zoektocht naar uitgebalanceerde oplossingen voor specifieke situaties.

De tweede interventie betreft ‘Sociale zekerheid en basisinkomen’. Hier gaat het om het ondersteunen van de lidstaten bij het hervormen van hun sociale zekerheidsstelsel en het dichten van dekkingstekorten, zodat zelfstandigen en flexwerkers gegarandeerd zijn van een sociaal vangnet en een gegarandeerd minimum-inkomen in de hele EU.

Op het gebied van sociale verplichtingen willen we EU-breed een level playing field creëren. Dat betekent: EU-brede regelingen om oneerlijke concurrentie te voorkomen tussen verschillende rechtsstelsels, maar ook tussen online en offline banen. Doel is uiteindelijk dat alle werkenden dezelfde toegang hebben tot sociale bescherming, ongeacht de vraag of ze een vast contract hebben, gig-worker of zelfstandige zijn.  Die laatste groepen moeten precies dezelfde vormen van bescherming hebben als mensen in traditionele werkverbanden.

Bottom line is wat ons betreft: de samenleving en de arbeidsmarkt ondergaan radicale veranderingen en die kun je alleen het hoofd bieden met moedige, en dus radicale oplossingen. Om die reden willen we ook nieuwe modellen van sociale bescherming testen, zoals een Universeel Basisinkomen (UBI). Om hierin beweging te krijgen willen we goed uitgedachte, grootschalige pilots gaan uitvoeren en de resultaten evalueren.

Leven lang leren

De derde interventie noemen we ‘Een leven lang leren voor inzetbaarheid’. Hier willen we stimuleren dat er specifiek voor zelfstandigen en freelancers toegankelijke programma’s komen vanuit het principe van een leven lang leren. We willen  de ontwikkeling van speciale programma’s gericht op reskilling en upskilling van werkenden ondersteunen. Die programma’s moeten een anticiperend karakter hebben en zich vooral richten op mensen in banen die gaan verdwijnen. We willen samen met de sociale partners in Europa afspraken maken om mensen recht te geven op een minimum aantal dagen per jaar voor het ontwikkelen van hun vaardigheden. En we willen onderzoeksinstituten en universiteiten hierbij betrekken, door algoritmes en handige tools te ontwikkelen die door carrierecoaches en organisaties voor werkvoorziening gebruikt kunnen worden.

Er moeten programma’s komen met een anticiperend karakter, die  zich vooral richten op mensen in banen die gaan verdwijnen

Ook willen we een European Labour Platform oprichten om werkzoekenden en werkgevers EU-breed beter met elkaar in contact te brengen. Op basis van zo’n platform moet het voor mensen makkelijker worden om werk te zoeken in regio’s waar kansen liggen. Zo’n platform is wat dat betreft een stap in de richting van een werkelijk geïntegreerde Europese arbeidsmarkt.

Technologie

Ook hier willen we technologie gebruiken om de dienstverlening te optimaliseren. We kunnen data analyse gebruiken om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, om voorspellingen te doen over toekomstige behoeften op geografisch en branche-niveau, et cetera. En we kunnen algoritmes inzetten om preventieve maatregelen te nemen voordat in bepaalde regio’s het banenverlies zich werkelijk gaat voordoen.”

Als we kijken naar ‘niet traditionele werkverbanden’, dan is de snelle opkomst van platformen een specifiek aandachtspunt. Wat kan er op Europees niveau worden ondernomen om de grote platforms zoals Uber, TakeAway, et cetera te ‘disciplineren’ en ervoor te zorgen dat ze hun verplichtingen als goede opdrachtgevers rondom het betalen van sociale premies nakomen?

“Die grote, internationaal opererende platformen zijn enorm effectief in het gebruiken van de gaten in de wet- en regelgeving. De wetgever kan de snelle ontwikkelingen van die nieuwe businessmodellen niet bijhouden. De huidige situatie vraagt voor actie op verschillende terreinen. We zullen moeten inzetten op uitbreiding van verplichte deelname aan het sociale zekerheidsstelsel in de richting van de platformen. En we geloven ook in het idee dat alle multinationals, dus ook de grote internationale platformen, een minimum winstbelasting van 15 procent moeten gaan betalen. In het geval dat bedrijven minder concrete producten maken is het misschien nodig om van winstbelasting naar omzetbelasting te gaan.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | 2s Reacties