"Exploring the future of work & the freelance economy"

Damian Boeselager (Volt): “Radicale veranderingen op de arbeidsmarkt vragen om moedige en radicale oplossingen”

In een serie zomerinterviews kijken we met een pluriforme groep deskundigen naar de Toekomst van Werk. In deze bijdrage gaat Volt-Europarlementariër Damian Boeselager in op het belang van een grensoverschrijdende aanpak van vraagstukken rondom de arbeidsmarkt: “Op het gebied van sociale verplichtingen willen we EU-breed een level playing field creëren.”

“De reden dat we Volt hebben opgericht is dat veel issues grensoverschrijdend zijn”, zegt Damian Boeselager, die mede-oprichter is van Volt en nu voor de jonge pan-Europese partij in het Europees Parlement zit: “Dat grensoverschrijdende karakter is natuurlijk nergens beter zichtbaar dan rondom thema’s die betrekking hebben op de arbeidsmarkt. Denk maar aan remote work. We moeten een Europese weg vinden om mensen in staat te stellen om op iedere plek voor ieder bedrijf van hun voorkeur te werken. Als je een staat ziet als een service provider voor de burger, dan is het toch raar dat de staat werkgevers en werknemers die willen gaan samenwerken belemmert en zegt dat ze niet vrij zijn om te werken waar ze willen?


Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht.


Blokkeren

Het valt mij op dat het altijd de nationale regeringen zijn die ideeën blokkeren als ik hierover in het Europees Parlement praat. Ze lijken niet mee te willen gaan met het zoeken naar goede oplossingen rondom de veranderende arbeidsmarkt. Waarom? Misschien zijn ze bang om de controle te verliezen. In het algemeen is er bij nationale regeringen veel angst om te veel macht te geven aan de EU. Als je, zoals Volt, ervan overtuigd bent dat zulke issues alleen internationaal goed kunnen worden opgelost, dan is er nog veel werk te doen met betrekking tot die angstige houding van de nationale overheden.”

Als je op EU-niveau de arbeidsmarkt wilt verbeteren krijg je onherroepelijk te maken met grote nationale verschillen met betrekking tot salarisniveaus, wet- en regelgeving, et cetera. Hoe denkt Volt te kunnen dealen met al die nationale verschillen?

Boeselager: “Ik ben blij dat je niet vraagt ‘of’ we met die verschillen kunnen dealen, maar ‘hoe’ we dat gaan doen. Want dat er stappen gezet moeten worden is evident. Tegelijkertijd is het landschap natuurlijk enorm ingewikkeld. Het heeft geen zin om alle nationale wetten te willen veranderen, maar we moeten wel beginnen met de kernvraag welke basiscondities we willen creëren en hoe we de onderkant beschermen. Kijk naar het minimumloon:  Ons voorstel is om een Europees minimumloon in te stellen dat is gebaseerd op het inkomensniveau van iedere lidstaat; het minimumloon zou dan in ieder land 70 procent van het gemiddelde inkomen moeten zijn. Zo kunnen we op EU-niveau een sociaal vangnet creëren waar mensen niet onder mogen vallen en vanuit die basis op een innovatieve manier doorontwikkelen.

Wij stellen voor om een Europees minimumloon in te stellen dat is gebaseerd op het inkomensniveau van iedere lidstaat

In algemene zin geldt wat mij betreft dat we bij het nadenken over de Future of Work niet moeten vastlopen door te veel op nationale culturen en verschillen per land te focussen. We moeten op een innovatieve manier op zoek naar oplossingen, waarbij we best practices uit verschillende landen kunnen gebruiken.”

In 2019 schreef Volt de zogenaamde Amsterdam Declaration, waarin wordt aangegeven wat de partij in het Europees Parlement wil bereiken. In de paragraaf ‘The Future of Work’ staat dat de partij werkers in nieuwe sectoren en met niet-traditionele contracten, zoals zelfstandigen en platformwerkers, dezelfde bescherming wil bieden als mensen die werken in traditionele contractvormen. Welke concrete ideeën heeft Volt op dit gebied?

Boeselager: “Wij vinden het allereerst belangrijk om te onderkennen dat al die nieuwe contractvormen zowel kansen als bedreigingen met zich meebrengen. Enerzijds biedt het mensen allerlei mogelijkheden en kunnen ze hun werk en ook hun werk-privé-balans flexibel inrichten. Anderzijds lopen ze het risico op een zwakkere onderhandelingspositie tegenover werkgevers en vallen ze buiten het systeem van sociale zekerheid. We moeten beide kanten van het verhaal begrijpen en managen.

Veiligheid en flexibiliteit

Wij hebben drie gebieden gedefinieerd waarop we interventies kunnen toepassen om de veiligheid en flexibiliteit van zp’ers, gig-werkers, et cetera te borgen. De eerste interventie noemen we ‘Flexibiliteit en werk-privé-balans’. We willen flexibele werkplekken creëren via een EU-brede Working Time Choice Act en zo een wettelijk kader bieden van waaruit werkers en werkgevers kunnen onderhandelen over flexibele samenwerking. Zie het maar als ‘gereguleerde zelfregulering’, waarbij enerzijds wettelijke kaders worden geboden en een basis-vangnet wordt gecreëerd en waarbij anderzijds sociale partners worden ondersteund in hun zoektocht naar uitgebalanceerde oplossingen voor specifieke situaties.

De tweede interventie betreft ‘Sociale zekerheid en basisinkomen’. Hier gaat het om het ondersteunen van de lidstaten bij het hervormen van hun sociale zekerheidsstelsel en het dichten van dekkingstekorten, zodat zelfstandigen en flexwerkers gegarandeerd zijn van een sociaal vangnet en een gegarandeerd minimum-inkomen in de hele EU.

Op het gebied van sociale verplichtingen willen we EU-breed een level playing field creëren. Dat betekent: EU-brede regelingen om oneerlijke concurrentie te voorkomen tussen verschillende rechtsstelsels, maar ook tussen online en offline banen. Doel is uiteindelijk dat alle werkenden dezelfde toegang hebben tot sociale bescherming, ongeacht de vraag of ze een vast contract hebben, gig-worker of zelfstandige zijn.  Die laatste groepen moeten precies dezelfde vormen van bescherming hebben als mensen in traditionele werkverbanden.

Bottom line is wat ons betreft: de samenleving en de arbeidsmarkt ondergaan radicale veranderingen en die kun je alleen het hoofd bieden met moedige, en dus radicale oplossingen. Om die reden willen we ook nieuwe modellen van sociale bescherming testen, zoals een Universeel Basisinkomen (UBI). Om hierin beweging te krijgen willen we goed uitgedachte, grootschalige pilots gaan uitvoeren en de resultaten evalueren.

Leven lang leren

De derde interventie noemen we ‘Een leven lang leren voor inzetbaarheid’. Hier willen we stimuleren dat er specifiek voor zelfstandigen en freelancers toegankelijke programma’s komen vanuit het principe van een leven lang leren. We willen  de ontwikkeling van speciale programma’s gericht op reskilling en upskilling van werkenden ondersteunen. Die programma’s moeten een anticiperend karakter hebben en zich vooral richten op mensen in banen die gaan verdwijnen. We willen samen met de sociale partners in Europa afspraken maken om mensen recht te geven op een minimum aantal dagen per jaar voor het ontwikkelen van hun vaardigheden. En we willen onderzoeksinstituten en universiteiten hierbij betrekken, door algoritmes en handige tools te ontwikkelen die door carrierecoaches en organisaties voor werkvoorziening gebruikt kunnen worden.

Er moeten programma’s komen met een anticiperend karakter, die  zich vooral richten op mensen in banen die gaan verdwijnen

Ook willen we een European Labour Platform oprichten om werkzoekenden en werkgevers EU-breed beter met elkaar in contact te brengen. Op basis van zo’n platform moet het voor mensen makkelijker worden om werk te zoeken in regio’s waar kansen liggen. Zo’n platform is wat dat betreft een stap in de richting van een werkelijk geïntegreerde Europese arbeidsmarkt.

Technologie

Ook hier willen we technologie gebruiken om de dienstverlening te optimaliseren. We kunnen data analyse gebruiken om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, om voorspellingen te doen over toekomstige behoeften op geografisch en branche-niveau, et cetera. En we kunnen algoritmes inzetten om preventieve maatregelen te nemen voordat in bepaalde regio’s het banenverlies zich werkelijk gaat voordoen.”

Als we kijken naar ‘niet traditionele werkverbanden’, dan is de snelle opkomst van platformen een specifiek aandachtspunt. Wat kan er op Europees niveau worden ondernomen om de grote platforms zoals Uber, TakeAway, et cetera te ‘disciplineren’ en ervoor te zorgen dat ze hun verplichtingen als goede opdrachtgevers rondom het betalen van sociale premies nakomen?

“Die grote, internationaal opererende platformen zijn enorm effectief in het gebruiken van de gaten in de wet- en regelgeving. De wetgever kan de snelle ontwikkelingen van die nieuwe businessmodellen niet bijhouden. De huidige situatie vraagt voor actie op verschillende terreinen. We zullen moeten inzetten op uitbreiding van verplichte deelname aan het sociale zekerheidsstelsel in de richting van de platformen. En we geloven ook in het idee dat alle multinationals, dus ook de grote internationale platformen, een minimum winstbelasting van 15 procent moeten gaan betalen. In het geval dat bedrijven minder concrete producten maken is het misschien nodig om van winstbelasting naar omzetbelasting te gaan.”

Peter Runhaar is van huis uit hoofdredacteur/uitgever/journalist in de vakmedia. In die rol ontwikkelde hij een groot aantal tijdschriften en was hij MT-lid bij diverse uitgeverijen. Peter heeft ruim twintig jaar ervaring als strategisch communicatieadviseur en conceptontwikkelaar van uiteenlopende mediaproducties. Inhoudelijke expertise ontwikkelde hij onder meer op terreinen rondom HRM, organisatieculturen en leiderschap. Hij publiceert over deze onderwerpen onder meer op ZiPconomy, in het Financieele Dagblad en diverse vakmedia en is auteur van ‘De kleine Semler’ (Business Contact 2017) en ‘HR TECH’ (Nubiz 2020). Bekijk alle berichten van Peter Runhaar

2 reacties op dit bericht

  1. Dit verhaal is erg communistisch. Duidelijk waar de EU heen wil. Ik ben geen voorstander van communisme, gezien wat er gebeurd met de economie in landen die communistisch zijn geworden. Ze gingen allemaal naar de knoppen.

  2. Heel interessante en verfrissende kijk op de arbeidsmarkt. Met name ook de introductie van een UBI een universeel basisinkomen, als uiterste bodem in het bestaan. Als de UBI hoog genoeg is kan het beter dan een minimumloon voorzien in het sociale vangnet. Ook de aandacht voor het level playing field is nieuw. Een hint naar dat laatste punt kan wellicht zijn de invoering van een UBI conform aan het levensonderhoud ter plekke, dan is de belangrijkste factor in het “unleveled playing field” tenminste uitgeschakeld. Vanwege de dreiging van het “zwarte circuit” is het vervolgens noodzakelijk om de lasten van de inkomens naar de producten te verschuiven, hetgeen in Europees verband goed mogelijk is.
    Automatisch worden de loonkosten dan Europa-breed fors lager hetgeen de “lage lonen” concurrentie wereldwijd kan/zal indammen en daarmee ook het gesleep met producten vanwege internationale handel drastisch zal verminderen. De afname daarvan zou een forse vermindering van de CO2 uitstoot tot gevolg hebben.
    Door de invoering van een UBI zal de positie van de werknemer ten opzichte van zijn werkgever fors verbeteren. Hij zal onafhankelijker worden en de arbeidsmarkt zal dan meer als een echte markt kunnen gaan functioneren.