Aandeel vrouwelijke ondernemers groeit gestaag Geplaatst 8 maart 2021 door ZiPredactie Samen met prof. dr. Josette Dijkhuizen, honorair hoogleraar ondernemerschapsontwikkeling aan Maastricht School of Management en zelf ondernemer, zoomt KVK in op deze facetten van vrouwelijk ondernemerschap in Nederland. Aandeel vrouwelijke ondernemers groeit gestaag In absolute zin is het aantal vrouwelijke ondernemers de afgelopen vijf jaar toegenomen. Stonden er in het eerste kwartaal 2016 nog 519.613 vrouwelijke ondernemers ingeschreven in het Handelsregister van KVK, dit aantal is gestaag gestegen tot 667.876 op 1 januari 2021. Dat is een toename van 29%. Ook het relatieve aandeel vrouwelijke ondernemers nam toe. Waren in het eerste kwartaal van 2016 nog 35 van de honderd ondernemers vrouw, in het eerste kwartaal van 2021 was dat percentage gestegen tot 37. Meeste vrouwen in zakelijke dienstverlening Het aantal vrouwelijke ondernemers in de afgelopen vijf jaar dus gestegen met 29%. Hoe was dit aantal per sector verdeeld en welke ontwikkelingen hebben we waargenomen? De sectoren waar de meeste vrouwelijke ondernemers in opereren zijn de afgelopen vijf jaar niet veranderd. De meeste vrouwen zijn werkzaam in de ‘zakelijke dienstverlening’ (24%, vrijwel constant over de periode heen), ‘gezondheid’ (17% op 1 januari 2016 en 19% op 1 januari 2021) en ‘persoonlijke dienstverlening’ (13% op 1 januari 2016 en 12% op 1 januari 2021). We zien we in de cijfers het aantal vrouwelijke ondernemers in de sector ‘detailhandel’ gestaag teruglopen van 13% (2016 Q1) naar 11% (2020 Q1). De verdeling van de vrouwelijke ondernemers in de overige sectoren blijft over deze periode nagenoeg gelijk. “Nog steeds is het beeld dat vrouwen alleen werkzaam zijn in de sector ‘persoonlijke dienstverlening’, zoals schoonheidsverzorging en haarverzorging, maar het is goed om dat te nuanceren”, aldus prof. dr. Josette Dijkhuizen. “Van alle ondernemers in deze sector is weliswaar het leeuwendeel vrouw, maar binnen de gehele groep vrouwelijke ondernemers is er maar 12% van hen in deze sector actief.” Meeste vrouwen starten in Noord Holland Hoewel voor alle provincies geldt dat het aantal vrouwelijk ondernemers – als percentage van het aantal inwoners – de afgelopen vijf jaar is toegenomen, zijn er zeker verschillen te zien tussen de afzonderlijke provincies. Koplopers zijn Noord Holland die van 3,9% in 2016 naar 4,9% procent vrouwelijke ondernemers in 2021 gaat, en Utrecht dat het aantal vrouwelijk ondernemers zag toenemen van 3,6% in 2016 naar 4,3% in 2021. Ook bij de starters zijn deze twee provincies koplopers. Onderaan de ranglijst vinden we Overijssel, Groningen en Limburg. Overijssel groeide in aantal vrouwelijke ondernemers op de bevolking van 2,6% naar 3,2%, Groningen zag het percentage oplopen van 2,6% naar 3,2% en Limburg ging van 2,7% naar 3,2%. Jonge starter minder vaak vrouw Binnen de groep starters is het interessant om te kijken naar de verdeling tussen mannen en vrouwen binnen diverse leeftijdscategorieën. Het aandeel vrouwen in de totale groep startende ondernemers blijft over de jaren 2016 tot 2020 (gemeten in laatste kwartaal) nagenoeg gelijk over de cohorten. Het valt daarbij op dat het aandeel vrouwen in de groep starters snel oploopt van 26% (dus 74% mannelijke starters) in de categorie tot 19 jaar in het laatste kwartaal van 2020, naar 34% in de categorie 20 t/m 24 jaar, met een verdere stijging van het aandeel tot 50 jaar. Dan daalt het aandeel van vrouwen in de totale groep starters. Vooral de jonge vrouwen blijven dus nog achter op hun mannelijke collega’s. “Ik had toch verwacht dat vooral jonge vrouwen in de afgelopen jaren zouden inlopen op de mannelijke starters gezien de opkomst van netwerken van (jonge) vrouwelijke ondernemers en bijvoorbeeld het grote aantal vrouwelijke finalisten bij de FOTY Awards (Freelancer of the Year) dit jaar”, aldus prof. dr. Josette Dijkhuizen. Middelen en buffers In de leeftijdscategorie 40 tot 55 jaar is het aantal mannelijke en vrouwelijke starters bijna gelijk. “Wellicht hebben mensen in deze leeftijdsgroep meer vergelijkbare overwegingen om een eigen bedrijf te starten”, aldus prof. dr. Josette Dijkhuizen. “Men heeft dan ruime werkervaring opgedaan en in deze levensfase stelt men de vraag welke dingen men in het leven belangrijk vindt, welke carrière ze voor zich zien en of de huidige positie nog wel voldoet aan de persoonlijke wensen. Veel mannen en vrouwen komen in die periode tot de conclusie dat ze graag werkzaamheden willen verrichten die meer bij ze passen en waar ze hun eigen invulling aan kunnen geven. Daarnaast komen er met werkervaring en zakelijke netwerken ook vaak ideeën voor producten en diensten en zijn er vaak financiële middelen en buffers om te kunnen starten.” 2020 leidt tot nieuwe inschrijvingen twintigers Naast de verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke starters laat een verdieping in de groep vrouwelijke starters nog wel een interessante ontwikkeling zien. Over de jaren 2016 tot 2020 zien we het aandeel van vrouwen in leeftijdscohort 20 tot 30 jaar geleidelijk is toegenomen van 29% in 2016 tot 32% in het eerste kwartaal van 2020, naar uiteindelijk 35% in het vierde kwartaal van 2020. Dijkhuizen: “Een reden voor de extra stijging in het jaar 2020 is waarschijnlijk het gebrek aan baanperspectief hetgeen jonge mensen mogelijk aanzet tot een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat jongeren bovengemiddeld hard worden geraakt door de crisis. Jongeren zijn veelal werkzaam in sectoren die door de crisis een groot deel van het jaar gesloten zijn geweest, zoals de horeca en de detailhandel. Sommigen van hen zullen een studie gaan volgen, maar er is ook een groep die nu de sprong waagt naar een eigen bedrijf.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Internationale Vrouwendag, KvK, vrouwelijk ondernemerschap | Laat een reactie achter
Steven van Weyenberg (D66) is nog niet klaar met het minimumtarief voor zzp’ers Geplaatst 8 maart 2021 door Claartje Vogel “We moeten iets doen om de kwetsbare groep gedwongen zzp’ers te beschermen, maar dat mag niet ten koste gaan van de vrijheid van de echte ondernemers”, zegt Steven van Weyenberg (D66). Komende kabinetsperiode wil hij optreden tegen schijnzelfstandigheid, maar ‘zonder in dezelfde valkuil te trappen als bij de invoering van de Wet DBA’. “Dat de echte ondernemers in de problemen komen, wil ik niet nog een keer meemaken.” Sinds 2016 bestaat de wet DBA tegen schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers en zzp’ers konden modelovereenkomsten afsluiten, waarin afspraken staan waaruit blijkt dat er geen arbeidsrelatie ontstaat. Die overeenkomsten werden vooraf goedgekeurd door de Belastingdienst. Maar na analyse aan de hand van het arbeidsrecht bleek dat er geen goed criterium is voor de toetsing van deze overeenkomsten en dat rechtsgelijkheid niet gewaarborgd is. Dat zorgde voor te veel onduidelijkheid en onzekerheid bij zzp’ers en opdrachtgevers. Dus moest de wet vervangen worden. Vervanging wet DBA: barrière in Europa In het regeerakkoord stond: ‘De nieuwe wet moet enerzijds echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid voorkomen, vooral aan de onderkant.’ Van Weyenbergs partijgenoot Wouter Koolmees (minister van Sociale Zaken) was verantwoordelijk voor de vervanging van de wet DBA, maar het is hem niet gelukt. “In het regeerakkoord staat een goede filosofie”, vindt Van Weyenberg. “Aan de ene kant geef je ondernemers meer ruimte en anderzijds pak je constructies aan waarin werkgevers mensen in onzekerheid dwingen vanwege de kosten. We hadden gehoopt verder te zijn, maar helaas zijn we deze kabinetsperiode op forse barrières gestuit.” Het grootste struikelblok lag in Europa, vertelt hij. “We hadden een goed instrument, namelijk de conceptwet minimumbeloning zelfstandigen. Het idee was dat iedereen onder een bepaald uurtarief automatisch werknemer zou zijn. Zo zou de kwetsbare groep altijd een dienstverband kunnen claimen. Maar volgens Europese wetgeving mag zoiets niet, het is namelijk strijdig met het vrij verkeer van diensten. Dat was heel frustrerend.” Minimumtarief: kwestie van lange adem In juni maakte Koolmees bekend dat hij afziet van de wet minimumbeloning. Van Weyenberg wil het nog niet opgeven. “We moeten blijven lobbyen in Europa. Er zijn namelijk meer Europese landen die worstelen met deze problematiek en zij vinden deze Nederlandse oplossing interessant. Het minimumtarief is een kwestie van een lange adem.” Maar wachten op toestemming van Europa is ook geen optie, benadrukt hij. “We moeten optreden tegen schijnzelfstandigheid bij de probleemgroepen, bijvoorbeeld in de platformeconomie en land- en tuinbouw, waarvan we weten dat het echt geen ondernemers zijn”, zegt hij. “Tegelijkertijd moeten we ons bij elke maatregel afvragen of we echte zzp’ers in de problemen brengen.” ‘Focus de webmodule op de probleemgroepen’ Om in de tussentijd duidelijkheid te scheppen, test het ministerie van Sociale Zaken de webmodule. Dat is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen wanneer ze met zzp’ers mogen werken. “Ik zeg eerlijk: ik kijk met arugsogen naar de pilot”, zegt Van Weyenberg. “We moeten voorkomen dat echte ondernemers worden geraakt. De webmodule is nu gebaseerd op arbeidsrecht en houdt helemaal geen rekening met de intentie van beide partijen om als zelfstandige te werken. Liever zou ik per sector uitzoeken welke criteria er nodig zijn om het onderscheid tussen schijnzelfstandigen en echte ondernemers te maken. Dan kun je de webmodule per sector inzetten.” Uiteindelijk wil D66 bepaalde basiszekerheden voor alle werkenden, los van hun contractvorm. Bijvoorbeeld een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering. Van Weyenberg: “Kwetsbare groepen beschermen is belangrijk, maar uiteindelijk ben ik wel een echte liberaal. Daarom vind ik dat iedereen zelf moet kunnen bepalen of hij zijn werk doet als werknemer of zelfstandige. Als je een gelijk speelveld hebt tussen alle werkenden, kun je dat toestaan.” Rechtspositie en collectief onderhandelen Daarom pleit D66 ook voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. “Daarbij is de insteek dat zzp-schap een vrije keuze is vanaf een bepaald uurtarief. Zo ga je uitbuiting tegen en geef je de echte zzp’ers ruimte.” In het verkiezingsprogramma staat dat D66 zelfstandig ondernemers meer mogelijkheden wil geven voor collectieve onderhandelingen, om tegenwicht te bieden aan de marktmacht van opdrachtgevers. Dat kan niet altijd vanwege de mededingingswet, maar er zijn al voorbeelden bekend van collectieve afspraken over zzp-tarieven. Bijvoorbeeld in de cao voor architecten en de cao Toneel en Kunst. “Zulke cao-afspraken zijn wel ingewikkeld”, zegt Van Weyenberg. “De zzp’er moet erbij betrokken zijn. Het mag niet zo zijn dat er afspraken gemaakt worden om zzp’ers uit de markt te duwen. Maar er zijn ook zzp’ers die een heel slechte onderhandelingspositie hebben tegenover grote opdrachtgevers, bijvoorbeeld tolken. Als zzp’ers collectief kunnen onderhandelen, zorgt het juist voor eerlijke tegenmacht.” Ook in de polder moeten zzp’ers gehoord worden, vindt D66. Zelfstandigen verdienen dus een plek aan tafel in de Sociaal Economische Raad (SER), staat in het partijprogramma. Van Weyenberg: “Zzp staat nog te vaak op het menu, in plaats van in de keuken. Laat zelfstandigen nou eens meedenken over manieren om schijnconstructies aan te pakken.” Flexwerkers zijn pas echt ongelukkig Hij hoopt dat dit ook het imago van de zzp’er ten goede komt. “Er wordt veel gesproken over schijnzelfstandigheid en dat is ook een groot probleem in bepaalde sectoren. Maar laten we niet vergeten dat flexwerkers het meest ontevreden en ongelukkig zijn. Die zouden liever een vaste baan hebben dan werken met nuluren- of oproepcontracten.” Flexwerknemerschap is doorgeslagen, vindt hij. Daarmee sluit D66 aan bij de adviezen van de Commissie Borstlap. Eind januari kwam deze commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap met een rapport met bouwstenen voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Wildgroei aan flexcontracten De commissie stelt voor om het een stuk eenvoudiger te maken: uitzend alleen voor piek en ziek, ondernemerschap voor de echte ondernemers en de rest is vaste werknemer. “We moeten af van die wildgroei aan flexcontracten, daar ben ik het zeer mee eens”, zegt Van Weyenberg. Volgens Borstlap moet het vaste contract wat minder vast worden. Ook dat ziet D66 wel zitten. “Je moet mkb-werkgevers daarbij helpen, want er is nu wel heel veel opgehangen aan het vaste contract. Een kleine bakker op de hoek kan niet de lasten dragen van een werknemer die twee jaar ziek is. Het werknemerschap wordt aantrekkelijker als mkb’ers weten dat ze ook afscheid van iemand kunnen nemen als hij slecht functioneert of als er geen werk is.” Maar het ‘werknemer, tenzij’-principe, daar is Van Weyenberg fel op tegen. “Iedereen moet de ruimte hebben om te werken hoe hij dat wil. Wie uit eigen vrije wil aan de slag wil als zzp’er en genoeg verdient, moet de ruimte krijgen.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags D66, TK2021 | 4s Reacties
Meningen, motieven en belemmeringen over ‘goed opdrachtgeverschap’ in beeld Geplaatst 8 maart 2021 door ZiPredactie In een onderzoek van ZiPconomy naar de trends in inhuur wordt organisaties gevraagd of ze een actief beleid hebben voor goed opdrachtgeverschap. Maar liefst 60% van de organisaties antwoordt positief. 10% heeft geen actief beleid en 30% geeft eerlijk aan dat ze het niet weten. Promovenda Sjanne Marie van den Groenendaal bevestigt dat er ruimte is voor verbetering. Als onderzoeker op het gebied van loopbaanontwikkeling doet ze voor Tilburg University onderzoek naar de heterogeniteit van zelfstandigen en de arbeidsrelaties tussen zelfstandigen en opdrachtgevers. “Ik ben geïnteresseerd in wat er in de praktijk gebeurt. Wat zijn de pijnpunten en hoe kunnen we die oplossen?” Ruimte voor verbetering “Er is zoveel ruimte voor ontwikkeling als het aankomt op goed opdrachtgeverschap. Investeren in een duurzame inzetbaarheid van zelfstandigen is waardevol,” legt ze uit, “omdat je als organisatie daarmee gelijk andere zaken meepakt. Zelfstandigen worden minder kwetsbaar, het is minder de vraag of er sprake is van misbruik, en er ontstaat een duurzame samenwerking waarmee je het netwerk van zelfstandigen ondersteunt en beter met elkaar samenwerkt.” Het klinkt als een utopia waarin iedereen happy, healthy en productive is Verantwoordelijkheid van het individu of van de organisatie? Binnen sommige organisaties lukt het niet om verder te kijken dan de huidige projecten. In hoeverre is het dan realistisch om van organisaties een langetermijnvisie te verwachten? “Het klinkt als een utopia waarin iedereen happy, healthy en productive is,” vertelt de promovenda. “Maar voor organisaties valt hier winst te pakken. Je bindt interessante freelancers aan je en stimuleert hun professionele ontwikkeling en netwerk.” De ontwikkeling van de zelfstandige, is dat eigenlijk niet de verantwoordelijkheid van het individu zelf? “Zzp’ers hebben lusten en lasten. Ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen hachje,” geeft Van den Groenendaal toe. “Van zelfstandigen wordt soms gedacht dat ze niet investeren in hun professionele ontwikkeling. Maar uit alle interviews die ik de afgelopen jaren met zelfstandigen heb gehad voor mijn onderzoek, blijkt dat ongeveer de helft uit proactieve crafters bestaat. Zij nemen verantwoordelijkheid, zijn bezig zich te ontwikkelen en denken na over wie ze in hun netwerk willen en wat ze daarvoor moeten doen.” Toch is er een gedeelde verantwoordelijkheid. “Organisaties trekken zich teveel terug,” vindt Van den Groenendaal. “Met heel weinig moeite kun je veel bereiken. Als organisatie ondersteun je zzp’ers al met hele kleine stappen, bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan.” Belemmeringen voor goed opdrachtgeverschap Als er zelfs met hele kleine stapjes veel te winnen valt, waarom zetten we die stappen dan niet? 62% van de organisaties ervaart onduidelijkheden in de wet- en regelgeving omtrent zzp’ers als een belemmering, blijkt uit ZiPconomy-onderzoek. Er heerst spanning tussen betrokkenheid creëren en voorkomen dat ongewenst sprake is van een arbeidsovereenkomst. Enkele organisaties nemen zelfs in modelovereenkomsten voor zzp’ers op dat ze geen kerstcadeau ontvangen en niet op mogen dagen bij borrels. Daarnaast ervaart 23% van de organisaties weerstand bij de zelfstandigen. “Voor zelfstandigen die meerdere opdrachtgevers hebben, is het niet haalbaar om bij alle teamuitjes en vergaderingen aanwezig te zijn,” legt de promovenda uit. “Maar goed opdrachtgeverschap is heel breed. Door het gesprek aan te gaan, kun je inspelen en anticiperen op hun behoeften. Daar zit de winst.” Zelfstandigen zitten niet altijd te wachten op een organisatie die zich om ze bekommert door middel van ‘goed opdrachtgeverschap’. Zelfstandigen moet je niet managen, maar een klein stuk coachen. Wat houdt goed opdrachtgeverschap in? Van den Groenendaal stelt dat een inclusief HRM-beleid zorgt dat zelfstandigen zich betrokken voelen bij de organisatie. Als zelfstandigen net als werknemers mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen, dan zijn ze duurzaam inzetbaar. “Geef zelfstandigen een podium binnen de organisatie, bijvoorbeeld door ze een presentatie te laten geven,” stelt ze voor. “Hiermee krijgen ze een gezicht, bouwen ze aan hun netwerk en krijgen ze feedback op hun kennis en kunde. Daarnaast zetten ze door hun expertise te delen met het team een beweging binnen de organisatie in gang.” Deze kennisdeling is mogelijk ook gelijk de oplossing voor kennisuitstroom binnen organisaties. Motieven achter goed opdrachtgeverschap Wat goed opdrachtgeverschap inhoudt, is onlosmakelijk verbonden aan de motieven erachter. Uit onderzoek van ZiPconomy blijkt dat 54% van de organisaties met goed opdrachtgeverschap stuurt op een optimale samenwerking zodat er betere prestaties worden geleverd. 11% wenst zelfstandigen aan zich te binden. Slechts 9% beoogt met duurzame inzetbaarheid bij te dragen aan een beter functionerende arbeidsmarkt. Het optimaliseren van rendement is dus een grote drijfveer. Waar begin je? Dat goed opdrachtgeverschap hoog op de agenda staat, is positief. Maar hoe valt dit in de praktijk te brengen? “Het begint met een strategie,” vertelt Van den Groenendaal. “Belangrijk is waarom externen worden ingehuurd. Is dit vanwege hun flexibiliteit, expertise of een combinatie daarvan?” “De volgende stap is zelfstandigen meenemen in de organisatiecultuur, samen met de vaste kern van werknemers. Dit moet worden geïmplementeerd op de werkvloer. Een vraagstuk kan bijvoorbeeld zijn of het extra kosten oplevert om zelfstandigen mee te nemen naar trainingen. Zelfstandigen moet je niet managen, maar een klein stuk coachen. Bij het vormgeven van opdrachtgeverschap draait het uiteindelijk om een match met de strategie die erboven hangt.” Anoniem en vrijblijvend deelnemen aan het ZiPconomy-onderzoek naar inhuurtrends? Vul nu de enquête in en blijf op de hoogte over de resultaten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags duurzaam inzetbaar, goed opdrachtgeverschap, inclusief HRM-beleid | 3s Reacties
“Pas op voor de Britten!” Maar je kunt ze nog steeds inhuren Geplaatst 7 maart 2021 door Magnit De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft gevolgen voor de Britten die op dit moment worden ingehuurd door Nederlandse opdrachtgevers. Momenteel werken ongeveer 40.000 Britten in Nederland. “Dit gaat om allerlei beroepsgroepen,” vertelt Gerben Dijkman, als advocaat gespecialiseerd in migratierecht. “Van betonvlechters tot mensen die voor corona dagelijks heen- en weer vlogen naar de zuidas.” De inhuur van deze Britten is geregeld in het terugtrekkingsakkoord dat op 1 februari in werking is getreden. “Het is juridisch complex,” vertelt Dijkman, “voor deze mensen geldt zowel Europees recht als Nederlands recht.” Wie voor de Brexit al in Nederland werkte, geldt een overgangsregeling. Maar opdrachtgevers dienen dat wel te controleren. De regels die voorheen voor ‘derdelanders’ van buiten de EU bedoeld waren, gelden nu ook voor sommige Britten. Migratierecht-specialist Dijkman werd door Brainnet gevraagd om te kijken naar de gevolgen voor de inhuur van Britten. In dit webinar legt hij uit in welke gevallen Britten nu als derdelanders worden beschouwd en wat de overgangsregeling inhoudt. Terugkijken Bekijk het gehele webinar hier terug: Meer inzicht krijgen in de Brexit en de regels voor het inhuren van externen? Vraag via Brainnet de whitepaper op: ‘Brexit: Detachering en zzp-diensten. Zonder handelsdeal een juridisch mijnenveld’ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Brexit, detachering | Laat een reactie achter
I-ZO, NBBU en PZO introduceren kieswijzer voor zzp’ers Geplaatst 5 maart 2021 door ZiPredactie Voor zzp’ers is er wat te kiezen op 17 maart. Elke politieke partij heeft wel iets opgenomen voor zelfstandig ondernemers. ZZP Kieswijzer (www.zzpkieswijzer.nl) is vandaag live gegaan en geeft inzicht in de zzp standpunten van alle politieke partijen. I-ZO, NBBU en PZO hebben de handen ineen geslagen om de zelfstandigen te informeren over de verkiezingsprogramma’s. Politieke partijen hebben immers allemaal een andere blik op het zelfstandig ondernemerschap. “Om die reden hebben wij ZZP Kieswijzer in het leven groepen. Zo kunnen zelfstandigen in één oogopslag zien welke partijen waarvoor staan”, zegt Margreet Drijvers, directeur van PZO. De zelfstandig ondernemers zijn onderdeel van een moderne en bestendige arbeidsmarkt. “Ze zijn met meer dan 1 miljoen en kunnen op deze verkiezingen zeker hun stempel drukken. Met of zonder intermediair moeten ze gewoon kunnen doorwerken”, zegt Josien van Breda, voorzitter van I-ZO Nederland. “Het is van belang dat de politiek een realistisch beeld heeft van de zelfstandig ondernemer. Mede daarom hebben wij diverse ondernemers in de spotlight gezet om hun motivaties en meningen naar voren te brengen”, aldus Piet Meij van de NBBU. “Wij laten zien wie de zelfstandigen in Nederland zijn, maar vooral ook wat ze willen zodat de politiek daarmee aan de slag kan.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags NBBU, verkiezingen | 2s Reacties
Twee denkfouten rond flex en werkloosheid Geplaatst 5 maart 2021 door ABU Flexwerk leidt vaker tot werkloosheid en de WW-premie voor flexcontracten en in het bijzonder uitzendcontracten is daarom te laag. Dit betoogde een anonieme schrijver in het bulletin van de Nederlandsche Bank (DNB). Het werd de opmaat voor een reeks artikelen en oproepen: flexibele arbeid moet duurder worden. Want flexibele contracten hebben een grotere kans op werkloosheid. In het artikel wordt kort gezegd de instroom in de WW afgezet tegen de WW-premie die voor tijdelijke contracten betaald wordt. Het is verleidelijk om hierin een causaal verband te zien. Maar dat is te kort door de bocht. Ik neem u mee door twee denkfouten in het artikel. Eerste denkfout De eerste denkfout is dat het flexcontract de werkloosheid maakt. De auteur schrijft: “Uitzendwerk is meestal kortdurend, waardoor de kans op werkloosheid groter is. In 2018 was de kans op instroom in de WW ruim 12% voor uitzendkrachten en 1,5% voor werknemers met een vast contract”. Nogal wiedes. Als iemand een dienstverband krijgt voor drie maanden, is de kans groot dat deze persoon daarna – even – geen werk heeft. Maar dat wil toch echt niet zeggen dat dit dan ook de schuld is van het tijdelijke contract. De bepalende factor is hier toch echt de beschikbaarheid van werk. Als het werk tijdelijk van aard is, los je dat niet op met een contract voor onbepaalde tijd. Ook niet met het duurder maken van tijdelijk werk. Daardoor ontstaat echt geen nieuw of langduriger werk (eerder omgekeerd). Tweede denkfout De tweede denkfout is dat de werkgever verantwoordelijk gehouden moet worden voor werkloosheid. Een voorbeeld. Stel, u bent een bakker en u heeft voor Kerst tijdelijk extra mensen nodig. U biedt iemand een contract aan voor vier weken. Na die vier weken houdt dat werk weer op. Heeft u dan als werkgever bijgedragen aan werkloosheid? Of heeft u juist bijgedragen aan werkgelegenheid, door iemand tijdelijk werk te bieden en daarmee de kans op een vaste baan elders dichterbij te brengen? Kortom, het artikel in DNB bulletin is echt te simplistisch. Het onderwerp van het beprijzen van flexibele contracten verdient serieuzer onderzoek. Hoe dat onderzoek eruit moet zien? Daarover gaat mijn volgende column. Auteur: Patrick Hustinx, Senior beleidsadviseur Sociale Zekerheid Geplaatst in Toekomst van Werk | 3s Reacties