Maandelijkse archieven: maart 2021

Advies van de RIM aan de politiek: stop met gelijke behandeling van alle zzp’ers

De verkiezingen voor de Tweede Kamer staan voor de deur. Vrijwel alle partijen besteden aandacht aan de flexibele arbeidsmarkt en de positie van de zzp’er in het bijzonder. Centraal staan contractvormen, bescherming van de zelfstandige en mate van verplichting of keuzevrijheid daarin.

De Raad voor Interim Management (RIM) is een netwerkorganisatie van bureaus die interim-managers bemiddelen. De werkgroep Governance van de RIM speelt proactief in op ontwikkelingen vanuit regelgeving en voert een lobby uit bij betreffende wetgevende instanties. Zij heeft eerder in het licht van de coronacrisis al benadrukt dat de flexmarkt wat hen betreft goed functioneert. In een crisis is het in ieders belang dat de flexmarkt niet overhoop gehaald wordt. Als er constant wetswijzigingen over de markt worden uitgestrooid, veroorzaakt dat onnodige onrust. Ook in een post-coronatijd geldt dit, meent de RIM. Een grote groep mensen kiest er bewust voor om zelfstandig ondernemer te zijn. Zij willen eigen keuzes maken, zoeken autonomie en willen hun kennis met verschillende opdrachtgevers delen.

“Beperk deze groep zelfstandigen én de opdrachtgevers niet in hun mogelijkheden, dat leidt tot terughoudendheid en vraaguitval”, meent Geert-Jan Poorthuis, voorzitter van de werkgroep Governance bij de RIM. Volgens Désirée Simons, voorzitter van de RIM, zien zij veel organisaties worstelen met de flexibele schil. “Door wetgeving wordt het hen moeilijk gemaakt om (jonge) goedopgeleide mensen die bewust voor het zzp’er schap kiezen voor een organisatie te behouden. Terwijl het effect van projectmatig werken is dat het vast dienstverband steeds korter wordt en interim-management opdrachten langer. We zien nu vaak dat op die manier jongere talentvolle mensen verloren gaan voor een organisatie, terwijl er steeds weer energie verspild wordt met het inwerken van nieuwe mensen.”

Verstoren hoger segment

De RIM heeft er begrip voor dat de politiek de onderkant wil beschermen en onderschrijft die noodzaak. Maar zij pleit er wel voor de balans niet te verstoren in de segmenten waar het juist goed gaat. In de bovenkant van de markt zitten vooral hoogopgeleide mensen die bewust gekozen hebben voor een bestaan als zelfstandige. En daar zitten professionele bemiddelaars met een expertise op gebied van matching en begeleiding van de interim-manager. Poorthuis: “De RIM-leden zorgen ervoor dat het wettelijk kader wordt nageleefd, dat de juiste -door de belastingdienst goedgekeurde (model)- contracten worden gebruikt en dat risico’s verzekerd zijn.”

De RIM ziet dat vanuit de politiek ingewikkelde oplossingen worden gezocht die ten koste gaan van de professie van interim-manager. Een voorbeeld van de verkeerde bril waardoor mensen vaak naar het vraagstuk vast – flex kijken is het advies van de commissie Borstlap dat wanneer werk dat ingebed is een organisatie, dat niet door een zelfstandige gedaan kan worden. In die lijn zien arbeidsrechtdeskundigen interim-management bij uitstek ook als ‘ingebed’ (zie hier).

“Interim-management vraagt om inzicht te krijgen hoe processen en mensen in organisaties werken. Daarvoor zal een interim-manager juist tijdelijk onderdeel van de organisatie moeten zijn om een goede analyse te kunnen maken en structurele veranderingen te kunnen doorvoeren,” meent Simons. “De cultuur van een organisatie doorgronden is bij wicked problems van groot belang. Het hoort bij de vaardigheden van de interim-manager om professionele afstand te bewaren en tegelijkertijd adviseur te zijn van directie of bestuur in zijn interim-rol. Maar als deze persoon niet meer de rol van adviseur of bestuurder kan vervullen omdat hij dan ingebed zou zijn, wordt zijn positie zwakker.”

Moderniseer instituties

Kern van de boodschap van Simons en Poorthuis aan de politiek is: richt je niet op het terugdringen van het aantal zzp’ers, maar op het moderniseren van de instituties. Beperk je tot zaken als arbeidsongeschiktheid, een pensioen voor alle werkenden en het hervormen van de zelfstandigenaftrek. Poorthuis: “Wat ik de politiek zou adviseren is om juist de zzp’ers meer ruimte te geven dan ze nu hebben. Dat is goed voor de economie en de arbeidsvreugde. Zorg tegelijk dat je de sociale zekerheid hervormt en arbeidscontract-neutraal maakt, door het meer aan het individu te koppelen dan aan het contract. Als je die angel eruit haalt hoef je niet moeilijk te doen over de vraag of een ICT’er of verandermanager nu werknemer of zzp’er is.”

Simons vult aan: “ik verwacht dat het aantal zzp’ers eerder zal toenemen dan afnemen. De verschillen tussen arbeidscontracten worden kleiner en zullen ook niet altijd meer een leven lang meegaan, door o.a. versoepeling van ontslagrecht. Gebruik de webmodule (pilot sinds januari, red.) voor het lagere segment waar een grijs gebied zit. Maar in de hogere segmenten voldoet de modelovereenkomst. Deze biedt ruimte voor specifieke opdrachten en specifieke expertise. Het is verspilling van energie en geld om deze systematiek weer overhoop te gooien. Richt een basisstelsel in voor de zzp’er maar hou de vrijheid voor de zzp’er om hierin keuzes te maken. Met andere woorden: stop met alle zzp’ers gelijk te willen behandelen.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 2s Reacties

Bovib-voorzitter: ‘Politici, beleidsmakers, wanneer gaan we echt in gesprek?’

Dat zei Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib en directeur bij Het Flexhuis, gisteren tijdens het webinar ‘Voorbeschouwing op de verkiezingen’ dat door haar eigen brancheorganisatie is georganiseerd. Zij ging in gesprek met Maudi Derks (CEO Acture Groep) en Christiaan Thissen, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van SZW en ambtelijk secretaris van de Commissie Borstlap. De discussie, geleid door ZiPconomy hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts, ging uiteraard over Borstlap, de omstreden verplichte aov voor zzp’ers en de gewraakte webmodule.

‘Pak het echte probleem aan’

“De algemene opinie is dat de flexmarkt is doorgeslagen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er zijn dagelijks heel veel mensen druk aan het werk in onze branche, die doen heel goede dingen. Het is gek dat daar geen onderscheid in wordt gemaakt.” De Bovib doet er alles aan om aan tafel te zitten om de echte problemen aan te pakken. “Wij willen graag weten waar het discomfort zit en dat concreet aanpakken. Natuurlijk moet je uitbuiting (door schijnconstructies, red.) aanpakken. Als er meer gelijkheid komt en we kunnen de pijn in de zzp-discussie wegnemen, hebben we daar allemaal baat bij, ook onze leden. Maar in Den Haag loop je gauw tegen een muur op.” Haar oproep: “Politici, beleidsmakers, wanneer gaan we echt in gesprek?”

Zzp-hoofdpijndossier

De politieke partijen vinden allemaal iets van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap en lijken daaruit precies dat te gebruiken wat in hun straatje past.

Dat maakt de nodige hervorming van de arbeidsmarkt er niet gemakkelijker op. Christiaan Thissen is vanuit het ministerie nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap. “Het heeft grote impact gehad. Er was duidelijk het politieke besef dat hier iets mee gedaan moest worden. Helaas gooide corona roet in het eten en heeft minister Koolmees de uitwerking van rapporten van Borstlap en de WWR aan het volgende kabinet moeten laten.”

Ook het hoofdpijndossier van het aanpakken van ‘schijnconstructies’ met zzp’ers staat hoog op de politieke agenda. Na de mislukte introductie van de wet DBA in 2016 door Eric Wiebes is zijn opvolger Koolmees er ook niet in geslaagd met goede zzp-wetgeving te komen. Grote vraag is ‘wat willen de verschillende politieke partijen doen aan de positie van zzp’ers?

Werknemer, tenzij?

Volgens Hugo-Jan Ruts spitst de zzp-discussie zich vooral toe op het ‘werknemer, tenzij’-principe. De meningen lopen uiteen. VVD wil een aparte status voor zzp’ers, D66 wil dat er keuzevrijheid is (met een minimumtarief) en het CDA en de PvDA staan volledig achter dit ‘werknemer, tenzij’-principe (en zien de vaste baan dus als norm).

Frederieke Schmidt Crans ziet de discussie zoals die nu gevoerd wordt als een stap terug. “Als je vaststelt dat de huidige wetgeving niet meer past bij de moderne arbeidsmarkt, moet je niet alles terugbrengen naar het oude. De arbeidsmarkt verandert, organiseert zich anders, nu al en ook in de toekomst. Natuurlijk moeten mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt worden beschermd, maar je moet tegelijkertijd de grote groep zzp’ers die dat zelf willen de vrijheid geven.”

Maudi Derks sluit zich daarbij aan. ‘Wij zijn in Nederland te puriteins. De wetgeving uit de tijd dat arbeiders nog achter het weefgetouw stonden is niet meer van deze tijd. Zzp’ers behoren tot de meest tevreden werkenden, die willen juist autonomie en laten zich echt niet meer in loondienst dwingen. Die geest gaat niet meer terug in de fles.”

Thissen tracht dit te nuanceren. Volgens hem is het ‘werknemer, tenzij’-principe slechts een mogelijke uitwerking van Borstlap. “Waar het Borstlap om gaat zijn de vijf basisrichtingen. De concrete uitwerking hiervan kan best anders worden.”

Toch blijft Schmidt Crans kritisch. “Het rapport slaat door in de focus op de arbeidsrelatie en gaat niet uit van het ondernemerschap. Werk dat is ingebed in de organisatie – zzp’er en werknemer doen hetzelfde werk – mag niet meer. De wil van de partijen doet er niet meer toe. Het kan toch niet zo zijn dat het kabinet bepaalt hoe iemand zijn werk uitvoert?”

Thissen werpt tegen dat de regels met betrekking tot werknemerschap nu eenmaal tot het dwingend recht behoren. Loon, arbeid en gezag behoren tot de arbeidsovereenkomst, daar valt nauwelijks aan te tornen. Hoewel. “Het zou wel verduidelijkt kunnen worden en de bedoeling van partijen zou vanuit de politiek meegewogen kunnen worden.”

De wetgeving uit de tijd dat arbeiders nog achter het weefgetouw stonden is niet meer van deze tijd – Maudi Derks (CEO Acture Groep)

Webmodule

Belangrijk – met name voor de zzp-bemiddelaars – in de zzp-discussie is uiteraard de webmodule. “Het is opvallend dat politici nu al afstand nemen van de webmodule”, stelt Ruts.

Schmidt Crans heeft geen goed woord over voor deze webmodule: “Het is opvallend dat die pilot überhaupt van start is gegaan.” Menig zzp-bemiddelaar heeft de module inmiddels getest. De conclusie is volgens de Bovib-voorzitter glashelder: “Het kost heel veel tijd en je kunt de uitkomst wel raden. In de webmodule wijst de pijl maar één kant op: arbeidsrelatie. Het onderdeel tussenkomst zit er niet eens in.” Waar het fout is gegaan volgens haar? “Je moet geen middel bedenken voor iets waarover de fundamentele discussie nog niet eens is gevoerd.”

In de webmodule wijst de pijl maar één kant op: arbeidsrelatie – Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib

Aov voor zzp, hoe dan?

En dan dat andere heikele punt. In een pensioenakkoord – waarbij geen zzp’er is vertegenwoordigd – is afgesproken dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp’ers moet komen. “Is dat niet juist een voorbeeld van hoe je het niet moet aanpakken?”, zo wierp discussieleider Ruts Christiaan Thissen voor de voeten. “In beginsel is een verplichte aov voor zzp’ers een goed idee. Dat dit dossier is verstopt in een ander dossier, is een politieke keuze. Dat is onderdeel van het politieke proces.” Beseft men op het ministerie dat hier vanuit de zzp-wereld kritiek op is? Thissen: “Ja, tot op zekere hoogte wordt die kritiek ook gedeeld.”

Ruts stelt vast dat er in de politiek een grote draai is gemaakt. “Alle partijen, van links tot rechts, beseffen dat hier iets mee moet gebeuren.” Derks vindt dat ook terecht. “Het kan niet zo zijn dat een gedeelte van de werkenden in Nederland geen aov heeft. Dat heeft ook met solidariteit te maken.” Volgens haar moet dit onderdeel zijn van een grotere politieke discussie, waar ook de fiscaliteit bij wordt betrokken. Een sociale basisvoorziening voor alle werkenden, iets waar volgens Ruts een steeds breder draagvlak voor lijkt te bestaan in Den Haag. Derks: “Eén basisverzekering voor alle werkenden is een mooie stip op de horizon. Voor werknemers is dat er al, voor zzp’ers nog niet. Ga daarmee aan de slag, toets hoe dat werkt. Dan ben je op weg naar regelgeving voor alle werkenden. Maar het is wel een lange weg.”

Ook Schmidt Crans ziet dat als een betere oplossing. “Als het ontbreekt aan goede fiscale regels en sociale zekerheden voor zzp’ers, dan moet je dat aanpakken. De echte issues oplossen. Niet die zzp’er dwingen werknemer te worden. Dat is niet de oplossing.”

Bekijk het gehele gesprek hier terug: 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 1 Reactie

VvDN: ‘Politieke partijen leven nog te veel in verleden’

In de aanloop naar de verkiezingen wordt door verschillende partijen – van links tot rechts – de ‘vaste’ baan als norm aangeprezen. Detacheren als alternatief wordt nergens genoemd. “Je kunt zeggen dat dit voor ons vervelend is, maar je kunt ook stellen dat het prima is dat wij geen bijzondere positie hierin innemen. Je kunt de detacheerder gewoon zien als reguliere werkgever die in rijbaan één thuishoort, zoals de Commissie Borstlap het beschrijft”, zegt Pals.

“Maar we moeten er tegelijkertijd voor waken dat detacheren over het hoofd wordt gezien.” Zo moet er wel iets veranderen om detacheerders daadwerkelijk als werkgevers te behandelen. Op dit moment vallen zij onder de WAADI en wordt detachering dus als uitzenden gezien.

De behoefte aan flexibele inzet van kennis niet zal verdwijnen. Dat is de realiteit. Je kunt ertegen vechten, je kunt het ook goed reguleren. – Maikel Pals

Kwaliteit en zekerheid

Pals en Witteveen kunnen zich vinden in meerdere punten van de verschillende politieke partijen. “De VVD wil bescherming en zekerheid bieden aan werknemers die dat nodig hebben en malafide flexbedrijven aanpakken. D66 wil de verschillen tussen contractvormen verkleinen om kwetsbare werkenden te beschermen. Daar staan wij helemaal achter.” In alle verkiezingsprogramma’s gaat over de kwaliteit van werkgevershap en contracten en zekerheid voor werknemers. En dat is nou juist de blauwdruk voor detacheerders, claimt de VvDN. “Niet voor niets heeft de VvDN strenge kwaliteitscriteria voor onze leden en moeten zij minimaal 3% van de loonsom investeren in opleiding en ontwikkeling van gedetacheerden.”

Het valt Witteveen op dat er in geen enkel verkiezingsprogramma detacheren als goede vorm van werkgeverschap wordt genoemd. Het gaat alleen maar over ‘vast werk’. “Ik heb nog geen enkel argument gehoord waarom interne flexibiliteit of wendbaarheid beter zou zijn dan externe. Daar slaat ook Borstlap de plank mis en daarmee wordt de toenemende arbeidsmobiliteit ontkent.”

Lees hier alles over de verkiezingsprogramma’s en interviews met Kamerleden

Geen cherry picking aub

Pals stelt ook vast dat de Commissie Borstlap detachering weliswaar niet noemt in zijn aanbevelingen, maar sluit zich wel aan bij de uitgangspunten. “Alle hoofdpunten die Borstlap noemt als belangrijke waarden – wendbaarheid, werkzekerheid, investeren in opleiding en ontwikkeling, et cetera – zitten in detachering.”

Hij waarschuwt wel voor cherry picking uit het Rapport Borstlap (zie de Borstlap cherry picking barometer), iets waar vrijwel alle politieke partijen zich schuldig aan maken.

“Dat is jammer. De aanbevelingen van Borstlap vormen een samenhangend geheel. Je moet de voorstellen over werkgeverschap, contractvormen en werkzekerheid niet los van elkaar zien. Dan is het niet meer een coherent verhaal. Dan ontstaat er juist een schimmig gebied en krijg je uitwassen zoals we hebben gezien met bepaalde zzp-constructies. En dan komt de flexsector weer in een negatief daglicht te staan.”

Politiek moet doorpakken

“Borstlap kan wel op z’n buik schrijven dat zijn aanbevelingen onverkort worden ingevoerd als je de verkiezingsprogramma’s mag geloven”, stelt Stef Witteveen. Positief is volgens hem dat de politiek ervan doordrongen is dat er iets moet veranderen. “De huidige wet- en regelgeving sluit niet meer aan op de realiteit op de arbeidsmarkt. Daar is iedereen, van links tot rechts, het wel over eens. De arbeidsmarkt is verrommeld en niet klaar voor de toekomst. Maar over de oplossing zijn we het absoluut nog niet eens.”

Volgens Witteveen hebben de onderzoekers en professoren goede analyses van de arbeidsmarkt gemaakt. Maar waar het aan ontbreekt is volgens hem een duidelijke visie op de arbeidsmarkt van de toekomst. “Politieke partijen leven met hun verkiezingsprogramma’s nog te veel in het verleden. Je kunt kijken naar de zogenoemde ‘doorgeslagen flex’, maar diezelfde flex geeft onze economie de veerkracht die we nu nodig hebben. En we moeten durven kijken naar wat er de komende tijd gaat gebeuren op de arbeidsmarkt. Er zijn grote verschuivingen gaande. De arbeidsmobiliteit zal enorm toenemen. Er ontstaat een grote behoefte aan (om- en bij-)scholing. Als je goed wilt inspelen op die veranderingen moeten er samenwerking zijn tussen politiek, werknemers, werkgevers én professionele sector van de arbeidsmarkt, waar de VvDN een belangrijk onderdeel van is.”

“Eigenlijk verdient detacheren een eigen rijbaan”, stelt Stef Witteveen. “Er is geen groep werkgevers die meer investeert in het opleiden en mobiliteit van personeel dan detacheerders. Als een opdracht eindigt, blijft de gedetacheerde zeker van zijn arbeidscontract en gaat zijn werkgever direct op zoek naar een nieuwe opdracht. Welke andere werkgever doet dat? Hoe wil Borstlap dat oplossen? En waarom zou je het aantal rijbanen beperken tot drie?”

Naast zekerheid aan werknemers biedt detacheren tegelijkertijd bedrijven de wendbaarheid die zij nodig hebben op de snel veranderende (toekomstige) arbeidsmarkt. Detacheerders zijn de werkgevers van de toekomst”, zegt Witteveen. Zijn advies: “Richt een royale rijbaan in voor detacheerders. Dan bewijs je Nederland een goede dienst. Daar heeft iedereen baat bij; de werknemer, bedrijven en de overheid.

Detacheerders zijn de werkgevers van de toekomst – Stef Witteveen

Lees ook: Een ploeterende polder

Er zijn volgens Pals veel goede rapporten en adviezen waar men mee aan de slag kan. “Daarin staat ook dat de behoefte aan flexibele inzet van kennis niet zal verdwijnen. Dat is de realiteit. Je kunt ertegen vechten, je kunt het ook goed reguleren. Zorg ervoor dat de wetgeving aansluit bij die marktvraag.” Zijn oproep: “Politiek, pak nu eens door.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

To VMS or not to VMS: alle kostenbesparingen op een rij

“Door Covid-19 is de behoefte van organisaties aan zicht op hun externe workforce vergroot,” vertelt Manfred Vogels, VP Business Development bij Beeline, een van de meest gebruikte VMS-systemen ter wereld. “Een VMS maakt overzichtelijk welk extern personeel wordt ingehuurd zodat je er meer grip op kunt krijgen. Sommige organisaties werken nog ouderwets met Excel-bestanden, maar steeds vragen zich af: To VMS or not to VMS?”

Waarom een VMS overwegen?

Er zijn drie drijfveren om een VMS te nemen. Ten eerste zorgt een VMS voor transparantie. Het geeft een overzicht van welke externen binnen je organisatie rondlopen, via welke leveranciers, hoe lang en in welke functies en rollen. Ten tweede zorgt een VMS voor een veelheid aan kostenbeparingen. En tot slot biedt het compliance om te voldoen aan de geldende (internationale) regelgeving met betrekking tot de inhuur van freelancers.

Directe en indirecte kosten

Vaak hebben organisaties meer potentieel om kosten te besparen dan ze denken, vertelt Vogels. “Er zijn directe kosten en indirecte kosten. Onder directe kosten vallen de verlaging van uurtarieven van leveranciers/freelancers, volumekortingen en kortingen bij korte betalingstermijnen. Daarnaast concludeert HR of inkoop soms dat externe inhuur niet nodig is, met als gevolg ‘cost avoidance’. Op directe kosten valt gemiddeld 5-15% te besparen.”

“Indirecte kosten zijn daarentegen niet tot een individuele inzet of project te herleiden, maar hier valt gemiddeld 30% op te besparen. Processen worden efficiënter door bijvoorbeeld een VMS te verbinden met facturatiesystemen en systemen waarmee vaste werknemers worden gemanaged.”

Alles staat of valt met strategie

Om de diverse directe en indirecte kosten te besparen, is een goede strategie essentieel. “Vaak wordt de inhuur van extern personeel geleid door inkoop, soms is HR daarbij betrokken. De focus ligt op onderhandelen om kosten te besparen, maar eigenlijk is het nodig om op het hoogste organisatieniveau terug te gaan naar de kern,” legt Vogels uit. Hij vertelt welke vraag je je als organisatie moet stellen: “Hoe ziet je ideale workforce eruit?”

De ‘wie’-vraag moet worden vervangen door de ‘wat’-vraag. Vaak kennen mensen al bepaalde leveranciers of bepaalde personen, dan is het makkelijk om ze nogmaals in te schakelen. Daardoor doen duurbetaalde externen soms eenvoudige klusjes en laagbetaalde freelancers moeilijke projecten waar ze eigenlijk niet voor geschikt zijn.

“Na drie maanden houdt een project op en dan kun je weer opnieuw beginnen,” vertelt Vogels. “80% aan het potentieel om kosten te besparen zit verborgen in je organisatie. Maar het is lastig. Overtuig die manager die al twintig jaar mensen inhuurt maar eens dat hij een andere leverancier moet inschakelen.”

Direct sourcing als nieuwe manier van werken

Een VMS maakt inzichtelijk waar de winst te pakken is. “Vroeger werd vaak een uitzendbureau of bemiddelingsbureau ingezet, met een marge van 5-15%, soms tot wel 30%. Dat wordt wel minder; in plaats daarvan is direct sourcing in opkomst, waarbij organisaties zelf direct kandidaten benaderen en alleen het contractbeheer bij een derde partij leggen, die daar maar 2-3% marge voor rekent. Deze nieuwe manier van werken is ontstaan in de VS en neemt nu ook een hoge vlucht in Engeland en Nederland.”

De kosten van een VMS

De voordelen van een VMS zijn duidelijk, maar er zijn ook kosten aan verbonden. Vogels raadt aan om een business case op te stellen om voor te leggen aan de directie van je organisatie. In een business case staan de kosten afgezet tegen de opbrengsten, zo gekwantificeerd mogelijk. Dit heeft drie doelen: inzage in de voordelen van een VMS, inzage in de variatie aan mogelijkheden, en een handvat om na de implementatie het VMS te evalueren en bij te sturen.

Maar wat kost een VMS? De VMS-wereld hanteert verschillende prijsmodellen. Het meest gangbare model vraagt een percentage van de uitgaven. Een ander model werkt met een fixed license fee. Daarnaast is er vaak een implementatie fee.

Ondergrens en ROI inschatten

Om te bekijken of een VMS bij je organisatie past, kun je zelf een kosten-batenvergelijking maken of een tool toepassen. Beeline heeft een (gratis) ROI-calculator gebouwd die helpt om de return on investment snel inzichtelijk te krijgen. Voor kleinere organisaties levert een VMS niet genoeg op, vertelt Vogels. “Mijn ervaring is dat er een ondergrens bestaat. Als je organisatie op jaarbasis structureel minder dan vijf miljoen euro uitgeeft aan inhuur, dan kun je beter excel en mail blijven gebruiken. Boven tien miljoen euro is een VMS vrijwel altijd de moeite waard.”

Om de opbrengsten van een VMS in kaart te brengen, geeft Vogels een aantal tips:

  • neem zowel de directe als de indirecte kosten mee
  • hoe meer detail, hoe beter
  • focus op het verbeteren van de efficiëntie
  • vaak levert een VMS bij de start meer op dan jaren later
  • houd rekening met de verschillende rollen binnen je organisatie (HR of inkoop)
  • maak een all-inclusive overzicht van zowel individuele inhuur als SOW-kosten
  • onderschat de potentiële risico’s van compliance niet
  • Nederlandse arbeidsmarkt loopt voorop

Een VMS genereert standaardrapporten analyseert data. Het geeft overzichten van KPI’s (Kritieke Prestatie-Indicatoren) en verschillende andere indicatoren. Hiermee wordt soms duidelijk dat bedrijven de gewenste skills van freelancers al in huis hebben bij vast personeel. Maar dit is afhankelijk van hoe het systeem wordt gebruikt. “De output van een VMS is zo goed als de data die je erin stopt,” vertelt Vogels. “Ook is het zo goed als het wordt ingezet door de mensen in je organisatie.”

Ook is het rendement van een VMS afhankelijk van de volwassenheid van de markt. “In landen zoals Duitsland zijn bepaalde ontwikkelingen pas tien jaar geleden begonnen. Sommige Duitse bedrijven verwachten dat de technologie wordt aangepast aan ouderwetse methoden,” vertelt Vogels. “In landen zoals de VS, Engeland en Nederland zijn processen beter te harmoniseren met technologie. Dat zijn gidslanden wat betreft de inzet van externen.”

VMS versus ATS

De technologie ter ondersteuning van de arbeidsmarkt is continu in ontwikkeling. Zo bestaan er ook ATS; Applicant Tracking Systems, waarmee organisaties en bemiddelingsbureaus hun wervingsproces beheren. Dit ervaart Vogels niet direct als een bedreiging: “Ik zie heel duidelijk twee trends in de arbeidsmarkt. Er zijn allesomvattende platforms, de tijd zal leren of dat werkt. En er zijn specifieke technologische oplossingen. Cruciaal daarbij is of ze verbonden kunnen worden met andere systemen. Beeline steunt dit, onze filosofie is ‘Bring your own technology’.” Beeline biedt de mogelijkheid om andere tools aan te sluiten op het VMS, bijvoorbeeld facturatiesystemen en systemen waarmee vaste werknemers worden gemanaged.

Mensenwerk

Er blijft uiteindelijk een hoop afhankelijk van mensen. “Human centric AI (artificial intelligence) zorgt voor meer grip op externe inhuur, zodat je het volledige potentieel ervan benut. Wat het doet, is zaken inzichtelijker maken. Het geeft HR-managers zoveel mogelijk informatie over de verschillende opties. Maar software neemt geen keuzes, dat is aan de mens. Het gaat om mensenwerk.”

Het webinar ‘Kostenbeparing: To VMS or not to VMS, that is the question’ vormt onderdeel van WebinarWeek, een initiatief van ZiPconomy en Werf&. Het volledige webinar is online terug te kijken.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Gijs van Dijk (PvdA) wil terug naar de basis op de arbeidsmarkt: ‘Het is al onzeker genoeg’

“De vernieuwing van de arbeidsmarkt wordt een van de grootste opdrachten voor het nieuwe kabinet”, zegt Gijs van Dijk, nummer acht op de lijst van de Partij van de Arbeid (PvdA). Sinds 2015 houdt hij zich als Tweede Kamerlid bezig met sociale zaken en werkgelegenheid.

Pensioenakkoord

De afgelopen kabinetsperiode is hij het meest trots op het Pensioenakkoord. “We hebben een grote rol gespeeld in de onderhandelingen tussen de sociale partners en het kabinet”, vindt Van Dijk. “We waren kartrekker van een betrouwbare linkse coalitie, zodat we harder konden onderhandelen over zaken als de bevriezing van de AOW-leeftijd en eerder stoppen met werken voor mensen met zware beroepen.”

In het pensioenakkoord is ook een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp’ers afgesproken. Van Dijk denkt dat het nog wel even duurt voordat die er is. De zzp-aov moet laagdrempelig, betaalbaar en uitvoerbaar zijn, benadrukt hij. “En er moet een opt-out komen, oftewel de mogelijkheid om niet mee te hoeven doen als je kunt aantonen dat je al goed verzekerd bent. Dit alles is ingewikkeld. Ik verwacht dat een betaalbare zzp-aov pas in 2026 klaar is.”

Platformeconomie en schijnzelfstandigheid

Van Dijk liet zich afgelopen kabinetsperiode regelmatig horen over schijnzelfstandigheid, vooral onder platformwerkers. Maaltijdbezorgers werken bijvoorbeeld vaak onterecht als zzp’er via platformen, vindt hij. In 2019 bood hij nog een nota aan over de situatie in de platformeconomie, waarin hij ervoor pleit om platformen per definitie als werkgevers te zien.

“Platformen presenteren zich als bemiddelaars tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers om onder werkgeverslasten uit te komen”, zegt Van Dijk. “Dat leidt tot oneerlijke concurrentie en een kwetsbare positie voor de werkende.”

Lees ook: https://www.zipconomy.nl/2019/06/pvda-wil-platformeconomie-heroveren-keer-de-bewijslast-om/

Hij stelde voor om schijnzelfstandigen een normaal contract te geven. Verder pleit hij voor een eigen collectieve arbeidsovereenkomst voor platformbedrijven. Tot zijn teleurstelling is dat voorstel nog niet besproken.


SER-rapport

In 2018 diende Gijs van Dijk een motie in voor een SER-verkenning van de platformeconomie. Dat rapport verscheen afgelopen najaar. Platformen leggen volgens de SER een vergrootglas op ontwikkelingen rondom het werken met zelfstandigen en de naleving van wet- en regelgeving. Maar de waanzinnige spanning die de platformeconomie op de arbeidsmarkt zou geven, ziet de SER ‘nog niet’.

Dat platformen de positie van werkenden ondermijnen, zoals de PvdA en FNV beweren, blijkt ook niet uit het rapport. Toch is Van Dijk blij met de conclusies. “Ik lees wel dat werknemers gevaar zien. Verder zegt ook de SER dat de politiek aan zet is om de arbeidsrelatie van de platformwerker duidelijk te maken.”


Frustratie over gebrek aan handhaving

Ik hoopte dat we na vier jaar in elk geval schijnzelfstandigheid in de platformeconomie konden aanpakken”, zegt hij. Van Dijk wil dat de Belastingdienst boetes uitdeelt. Handhaving van de regels rond schijnzelfstandigheid zijn opgeschort, maar er geldt een uitzondering voor ‘kwaadwillende’ bedrijven. Bedrijven die willens en wetens gebruik maken van schijnconstructies kunnen een naheffing loonbelasting krijgen en boetes ontvangen. Maar tot nu toe heeft de fiscus geen kwaadwillenden gevonden.

Van Dijk: “Onbegrijpelijk. We zijn het er allemaal over eens dat bijvoorbeeld maaltijdkoeriers geen echte zzp’ers zijn. Toch gebeurt er niks om deze misstanden aan te pakken en dat is frustrerend. Bedrijven zeggen tegen mij: zolang er ruimte is om het op deze goedkope manier te doen, blijven we dat doen.”

Net als veel andere partijen, wil hij komende kabinetsperiode de discussie over schijnzelfstandigheid beslechten. “Veel zzp’ers hebben er last van, terwijl het niet eens over hen gaat”, zegt het PvdA-kamerlid. “Het moet ons lukken om ruimte te geven met heldere wetgeving. Dan wordt het voor zzp’ers weer leuker om te doen waar ze voor hebben gekozen.”

Niemandsland

Waarom is het de afgelopen vier jaar niet gelukt? “Minister Wouter Koolmees vind ik echt één van de betere ministers van dit kabinet, maar op zzp-gebied heeft hij gefaald”, zegt Van Dijk. “Eerlijk is eerlijk, het is een moeilijk dossier. Maar er had iets moeten gebeuren, want nu zitten we in niemandsland. Platformbedrijven kunnen doorgaan met hun schijnconstructies, de laagste inkomens blijven onverzekerd en de echte zzp’er loopt opdrachten mis door alle onzekerheid rondom wetgeving.”

Om in de tussentijd duidelijkheid te scheppen, test het ministerie van Sociale Zaken de webmodule. Dat is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen wanneer ze met zzp’ers mogen werken. Van Dijk heeft er geen vertrouwen in. “De webmodule is onderdeel van de mislukte poging om de wet DBA te vervangen. Er staat niets nieuws in en zo’n tool lost het probleem dus niet op”, zegt hij. “Het minimumtarief, daar was ik wel voor. Daarmee kon je de onderkant van de markt beschermen.”

Ondanks dat er draagvlak in de Tweede Kamer was voor zo’n minimuminhuurtarief, bleek het afgelopen zomer te veel administratieve lasten op te leveren voor ondernemers. Daarom komt de wet er toch niet. Ook de zelfstandigenverklaring voor zzp’ers met hoge tarieven is van de baan.

Wie werkt met zzp, draagt meer bij

Komende jaren wil hij aan de slag met de adviezen van de Commissie Borstlap. Eind januari kwam deze commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap met een rapport met bouwstenen voor de arbeidsmarkt van de toekomst. “Het liefst zou ik meteen doorschakelen naar zo’n brede herziening van ons sociale stelsel”, zei Van Dijk eerder.

Alle werkenden moeten meebetalen aan het sociaal stelsel, vindt ook de PvdA. De partij vindt dat zelfstandigen net als werknemers verplicht pensioen moeten opbouwen en zich moeten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Dit stond vier jaar geleden ook al in het verkiezingsprogramma van de partij. In het nieuwe verkiezingsprogramma staat dat opdrachtgevers van zelfstandigen daaraan meebetalen.

Hoe werkt dat? Van Dijk: “Ondernemers die met zzp’ers werken, dragen meer belasting af. Zelfstandigen gaan er niet op achteruit. En wie werknemers in dienst neemt, krijgt juist lagere lasten.

Terug naar de basis voor duidelijkheid

Van Dijk is het met grote delen van de aanbevelingen van Borstlap eens. De commissie wil alle vormen van flexibele arbeid terugdringen. Werknemerschap moet de norm worden voor alle ‘reguliere arbeid’. Dit ‘werknemer, tenzij’-principe past goed bij de visie van Van Dijk: “Uitzend alleen voor piek en ziek, ondernemerschap voor de echte ondernemers en de rest is werknemer. Terug naar de basis, dat geeft duidelijkheid.”

De PvdA wil de uitzendbranche flink aanpakken en gaat daarmee nog iets verder dan de adviezen van de commissie. De vergunningsplicht moet terugkomen, uitzendbureaus moeten een waarborgsom betalen van minimaal 100.000 euro. Normen waaraan uitzendbureaus moeten voldoen worden vastgelegd in de wet. Overtreding leidt tot boetes en in uiterste gevallen tot een bestuursverbod. Daarnaast moet het ‘doorlenen’ van uitzendkrachten aan andere uitzendbureaus verboden worden.

Brancheorganisaties zoals de ABU willen het liever oplossen met onderlinge afspraken en cao’s. Van Dijk gelooft daar niet in. “Bedrijven maken er een potje van, ook met een certificaat”, zegt hij. “Er zijn zware eisen nodig, de problemen worden alleen maar groter. Vooral bij arbeidsmigranten. Zij zijn afhankelijk van de uitzendbureaus voor hun huisvesting.”

Hij vertelt over flats vol met arbeidsmigranten die soms met zes man in een kamer wonen. “Dat is onwerkelijk. Het heeft niets met Nederland en Europa te maken. Hier moeten we iets aan doen. Uitzend alleen nog voor piek en ziek, niet voor langdurige vervanging. Daarmee snijd je een groot deel van de uitzendbureaus uit de markt – en terecht.”

Vast blijft vast: ‘Het is al onzeker genoeg’

Ook het idee van Borstlap dat flexcontracten wat vaster worden, spreekt de PvdA’er aan. Maar vast minder vast maken, dat ziet hij niet zitten. Borstlap vroeg iedereen te kijken naar het totaalpakket en niet aan ‘cherrypicking’ te doen. “Dat ga ik toch doen”, zegt Van Dijk. “Tijdelijk afschalen van uren en loon is een slecht idee. Het bestaan is voor veel mensen niet al zo onzeker. Bovendien lost het niets op.”

In plaats daarvan wil hij ondernemers tegemoet komen in hun werkgeverslasten. Volgens Van Dijk willen mkb’ers wel mensen in dienst nemen, maar durven ze dat niet vanwege de risico’s en lasten. “Ze maken zich zorgen over die twee jaar doorbetaling bij ziekte. Wat doe je als één van je vijf mensen ziek wordt? Dat kun je als klein bedrijf niet intern oplossen. Door kleine bedrijven hierin tegemoet te komen, wordt mensen in dienst nemen aantrekkelijker.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 3s Reacties

Zelfregulering en professionalisering loont!

“Moet de markt (bureaus en opdrachtgevers) meer verantwoordelijkheid nemen? Of is er behoefte aan meer regels vanuit Den Haag?” vraagt Hugo-Jan Ruts, gespreksleider van het webinar en oprichter van ZiPconomy.

Hij legt uit de achtergrond van deze vraag uit. “Meerdere schandalen hebben afgelopen jaar tot deze discussie geleid. Om schijnzelfstandigheid en wantoestanden aan te pakken, adviseerde de commissie-Borstlap een andere inrichting van de wetgeving omtrent arbeidsrelaties. Daarnaast werden de aanbevelingen van de commissie-Roemer om arbeidsimmigranten te beschermen afgelopen week besproken tijdens een kameroverleg. De vraag is wat nodig is: zelfregulering of meer regelgeving?”

Uitdagingen en oplossingen

De oplossing van het dilemma met betrekking tot regulering valt mogelijk te vinden in certificering. Bij Ruts aan tafel aangeschoven is Ger Jaarsma, voorzitter Stichting PayOK en tevens voorzitter van NOA, de branchevereniging voor stukadoren en afbouw. “PayOK zorgt als keurmerk voor een juiste verloning van inleenkrachten.” Met een keurmerk minimaliseren organisaties de risico’s die ze lopen.

Paul Heinrichs is al vijfentwintig jaar bezig in de uitzendbranche, actief geworden binnen Bureau Cicero en betrokken geweest bij de ontwikkeling van keurmerken zoals PayOK. Hij ziet ook dat organisaties steeds meer hun verantwoordelijkheid pakken. “Er worden steeds meer arbeidskrachten uit het buitenland ingezet en organisaties hebben meer aandacht voor onderwerpen zoals inclusiviteit en duurzaamheid.”

Aangeschoven bij de discussie vanuit een anders perspectief is Marc Belfroid, met expertise in de uitzendbranche van technische detachering tot inkoop, en huidig manager flexibele arbeid bij Altrad, een industriële dienstverlener. “De uitzendbranche heeft het niet makkelijk gehad.” legt hij uit. “Sinds 2015 hebben we met drie verschillende soorten wetgeving te maken gehad. Hoe vraag en aanbod op een goede manier bij elkaar kunnen worden gebracht, is een complex vraagstuk.”

Jaarsma beaamt dat de uitzendbranche in het verleden veel veranderende wetgeving heeft moeten verduren. “Met wetgeving heeft de overheid de afgelopen 25 jaar geprobeerd grip te krijgen op de payroll- en uitzendbranche. Er is zeker problematiek die opgelost moet worden, maar de overheid krijgt het niet voor elkaar. Wetgeving werkt niet. Opdrachtgevers en inleners moeten dit zelf oplossen, door middel van certificering.”

Verschillende soorten certificering

Er zijn drie soorten certificering. “SNA (Stichting Normering Arbeid) regelt de fiscaliteit, dit zijn onder andere de NEN-normen. Ten tweede is er SNF (Stichting Normering Flexwonen), die zich bekommert om de huisvesting van onder andere arbeidsmigranten. Ten derde zijn er keurmerken die toespitsen op verloning en betaling, zoals Pay-Check en PayOK.”

Hoe werkt certificering in de praktijk? Heinrichs vertelt: “Een keurmerk is afhankelijk van de informatie die opdrachtgevers doorgeven aan uitzendbureaus, bijvoorbeeld over loonschalen. Deze informatie moet kloppen.”

Kiezen voor kwaliteit

Certificering zou dus kunnen helpen om beloning op een passende manier te regelen. Belfroid: “Bedrijven zullen bereid moeten zijn om te investeren. Als ze niet kijken naar kwaliteit en naar totale dienstverlening, anders is het een papieren tijger.

95% van de markt bestaat nu uit bedrijven die zich serieus ontwikkelen. Zij kiezen bewust voor certificering.”

Jaarsma is het eens dat veel bedrijven gebruikmaken van certificering. “In veel cao’s is vastgelegd dat de normen van SNA worden gebruikt. Daarnaast bieden keurmerken know-how waar opdrachtgevers zelf niet over beschikken.”

Ook fatsoen is een drijfveer, merkt Ruts op, opdrachtgevers willen graag goed opdrachtgeverschap laten zien. Belfroid geeft aan dat fatsoen begint met informatievoorziening. “Alle partijen dienen de juiste informatie te krijgen over de voorwaarden. Vanaf de inkoop moet worden opgelet, zodat de verschillende partijen op een transparante manier met elkaar een project ingaan.”

De rol van de branche

Wat kunnen we verwachten van uitzendbureaus? Belfroid legt uit: “Arbeidsmigranten blijven nodig. Deze moeten we op een eerlijke en zelfregulerende manier aan de slag zetten. Er is wat dat betreft meer wat we als branche zelf kunnen doen. Zo laten NBBU en ABU bijvoorbeeld geen buitenlandse uitzendbureaus toe.”

Deze rol is niet voor brancheverenigingen weggelegd, vindt Jaarsma. “Brancheorganisaties hebben hun eigen regels. Keurmerken zoals PayOK bieden toegang tot alle geïnteresseerden die keurmerkwaardig zijn, ook buitenlandse uitzendbureaus. Er zijn verschillende rollen weggelegd voor keurmerken en brancheverenigingen.”

“Wat brancheverenigingen beter kunnen doen, is lastig,” legt Heinrichs uit. “Deze moeten breder toegankelijk worden, ook voor flexwerkers, zzp’ers, payrollers, etc. Anders ontstaat het waterbed-effect: valt een bepaalde groep buiten de regulering, bijvoorbeeld zzp’ers, dan neemt het aantal zzp’ers toe.”

Handhaving in gedoogland Nederland

“Een actuele discussie, ook richting de verkiezingen en de kabinetsformatie,” concludeert Ruts. “De vraag is hoe eigen verantwoordelijkheid future-proof kan worden ingericht.”

“95% van de bedrijven pakt de eigen verantwoordelijkheid,” benadrukt Belfroid, “de overige 5% moet beter worden gehandhaafd.”

Maar is strengere handhaving de oplossing in gedoogland Nederland? Nee, vindt Jaarsma. “Door het personeelstekort bij de overheid worden alleen de grote gevallen aangepakt. Een grotere capaciteit is er niet, en gaat er ook niet komen. Daarom moeten we zelfreguleren.”

Hij haalt het voorbeeld aan van de paddenstoelenbranche. Telers hebben in deze branche de handen ineen geslagen en een keurmerk ontwikkeld, met succes. Een voorbeeld van zelfregulering die werkt. “Als je het als markt wil, dan kun je het voor elkaar krijgen.”

Het webinar ‘Zelfregulering en professionalisering loont!’ vormt onderdeel van WebinarWeek, een initiatief van ZiPconomy en Werf&. Het volledige webinar is online terug te kijken.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 2s Reacties