Maandelijkse archieven: januari 2021

In drie ronden sparren met de pilot Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties

Ronde 1: Geen handhaving tot vaststellen nieuwe regels

Doen alsof je ondernemer bent, en daardoor goedkoper werken, mag niet (dit wordt schijnzelfstandigheid genoemd). De Belastingdienst wil daar wat aan doen en heeft de handschoen(en) opgepakt om schijnzelfstandigheid te bestrijden. Handhaving bij opdrachtgevers gebeurt echter alleen als zij ‘kwaadwillend’ zijn en het er dus min of meer zelf naar gemaakt hebben (het handhavingsmoratorium).

Maar tot dusver heeft vrijwel niemand zich kwaadwillend gedragen. In de eerste ronde blijft het voor deze groep daarom vooral bij wat schijnbewegingen en plaagstootjes. Zo werd begin 2019 in het handboek loonheffingen verduidelijkt wat precies de regels zijn, en volgde kort daarop een rapport waarin staat dat de helft van de (onderzochte) opdrachtgevers zich niet aan die regels hield. Daarnaast is hier en daar de inhoudingsplicht voor sociale verzekeringen ter discussie gesteld en zijn in de inkomstenbelasting een handjevol zzp’ers, die voor de winst (uit onderneming) gingen, teruggedrongen in de hoek van resultaat uit overige werkzaamheden of loondienst. Dit was voor de zzp’ers die het overkwam niet zelden een gevoelige financiële tik, maar niet het spektakel waarvoor het grote publiek op het puntje van de stoel gaat zitten.

Ronde 2: Coaching door de Belastingdienst op nieuwe regels

In ronde 2, vanaf oktober dit jaar, is er een webmodule in het spel, maar treedt de Belastingdienst nog vooral coachend op. In het regeerakkoord van oktober 2017 is deze webmodule gepresenteerd als één van de maatregelen om oneerlijke concurrentie met laagbetaald werk in loondienst tegen te gaan en als hulpmiddel waarmee opdrachtgevers vooraf duidelijkheid krijgen over de vraag welke opdrachten zij wel en niet door zelfstandigen mogen laten uitvoeren. Met een wetswijziging en de webmodule wilde het kabinet de praktijk meer duidelijkheid geven.

De wetswijziging is er niet van gekomen, waardoor webmodule straks een belangrijke norm zal zijn bij het vaststellen in welke situaties zelfstandigheid niet mag. Grofweg kun je zeggen dat de webmodule het u zwaar zal aanrekenen als u een zzp’er mee laat helpen bij kernactiviteiten van een organisatie als daar ook werknemers met vergelijkbare kennis en kunde werken. Waar sprake is van ‘inbedding’, kunt u volgens de regels van de webmodule (op termijn) een pijnlijke leverstoot, kaakslag of upper cut verwachten. Daarmee lijkt het er op dat zelfstandigen inhuren als bijvoorbeeld HR interimmanager, journalist voor een krant, IT’er bij het UWV of zorgprofessional bij een ziekenhuis straks verleden tijd is.

Maar waarom eigenlijk? Zonder de aangekondigde nieuwe wetgeving blijft het de vraag of de webmodule inderdaad de idealen weergeeft waar het kabinet voor wilde strijden. Natuurlijk is het is prettig om als opdrachtgever vooraf te weten in welke hoek van de ring je veilig bent. In hoeverre je als opdrachtgever ook zonder slag of stoot een andere opstelling kan kiezen, moeten we afwachten. De webmodule geeft in individuele situaties niet altijd een juiste weergave van de stand van de rechtspraak. Op 6 november 2020 negeerde de Hoge Raad niet voor niets een advies van de Advocaat Generaal om ‘inbedding’ nadrukkelijk benoemen als kenmerk waarvoor geldt dat een arbeidsovereenkomst wettelijk verplicht is. Desondanks lijkt dit nu dus wel het meest zwaarwegende element in de beoordeling.

Het vaststellen of sprake is van een wettelijk verplichte arbeidsovereenkomst blijft echter maatwerk. Voor iedere situatie moet op basis van feiten en omstandigheden individueel worden vastgesteld of een arbeidsverhouding de kenmerken heeft van de wettelijk verplichte arbeidsovereenkomst: enige tijd persoonlijk werken, tegen loon en in dienst/onder gezag (7:610 BW). Als daar onenigheid over is, moeten partijen naar de rechter. De lijst met uitspraken over dit onderwerp is intussen eindeloos. Maar, zoals gezegd, in ronde 2 zal de Belastingdienst nog naast de ring staan, als een soort coach. Zij staan voor u klaar om u te laten wennen aan de nieuwe normen, aan te moedigen de juiste stappen te zetten en u te voorzien van tips en trucs waarmee u uw inhuurtechniek kunt verbeteren.

Ronde 3: Fight!

In ronde 3 wordt het spannend en is spektakel te verwachten. Na de coaching gooit de Belastingdienst zijn volle gewicht in de ring om het voor het ‘echie’ op te nemen tegen de inhuurtechnisch minder vaardige opdrachtgevers. Eindelijk wordt een motie van begin maart 2019 uitgevoerd waarin het kabinet is opgeroepen de handhaving te hervatten (motie 29544, nr. 883). Naheffen en beboeten was het devies van bijna de voltallige oppositie in de Tweede Kamer. In 2013 was dit onderwerp al een fraudespeerpunt van de Belastingdienst.

In ronde 3 dus geen omtrekkende bewegingen meer: vol in de aanval! Zorg dat u uw dekking en tegenbewijs op orde heeft voor het moment dat bij u onverwacht (terecht of onterecht) aangenomen wordt dat een ingehuurde zzp’er eigenlijk een werknemer is. Met de voorgenomen handhaving kan dit een keer op keer terugkerend vraagstuk worden. Zolang de onderliggende norm voor de beoordeling van een arbeidsrelatie veel ruimte laat voor eigen interpretatie door opdrachtgevers en de Belastingdienst, blijft de noodzaak tot duel bestaan.

Ding-ding-ding, einde wedstrijd: Uitblazen en weer terug naar de redelijke wetstoepassing

Moegestreden moeten we na ronde 3, naar verwachting, alsnog op zoek naar een nieuwe, effectievere handhavingsstrategie. Hoewel juridisch conflict natuurlijk een oogstrelend visueel spektakel is, zou het misschien verstandig kunnen zijn om te kiezen voor een meer vreedzame, saaiere spelvorm…

Ik denk aan een spelvorm die me werd uitgelegd bij een boksclinic waar ik jaren geleden aan deelnam. In die clinic was het boksen een metafoor voor respectvolle interactie. Het uitgangspunt was dat je tijdens het sparren aan je opponent duidelijk maakt wat je wel en niet wilt. De opponent houdt daar rekening mee, zodat je elkaar niet onnodig pijn doet. Anders gezegd: verantwoordelijkheid nemen, voor je eigen welzijn en het welzijn van je ‘opponent’.

Een werkwijze die voor handhaving ook zou kunnen werken. De burger wordt gericht aangesproken op concreet gedrag en daarnaast met publieksinformatie geïnformeerd waar en waarom zijn of haar stoten maatschappelijk pijn doen. Denk aan de maatschappelijke pijn van onderbetaling of fiscaal voordeel voor een arbeidsverhouding waar we dat niet voor bedoeld hebben. Het is vervolgens aan de burger om respectvol met die maatschappelijke pijn om te gaan. De verplichting is wederkerig. Sparren met de webmodule blijft op deze wijze voor zowel de Belastingdienst als de burger een aangename ervaring en financiële sancties kunnen zoveel mogelijk achterwege blijven. De beperkte groep die de verantwoordelijkheid voor het welzijn van een ander niet kan of wil dragen – en stoten onder de gordel blijft geven – wordt op een andere manier aangesproken of vriendelijk doch dringend verzocht het zweterige sportzaaltje dat we de ‘arbeidsmarkt’ noemen te verlaten. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat boksen op deze manier ook best leuk is, dat het je wat kan leren over volwassen interactie met anderen en dat je met al je tanden in je mond weer naar huis kan.

Jasper Commandeur – Fiscaal Jurist – Brainnet 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 4s Reacties

Ophef in cultuursector over partnertoets

Voor dirigent Tom Suters is de maat vol. Hij is zelfstandig ondernemer en door de coronacrisis verloor hij zijn opdrachten, net als vele anderen in de cultuursector. Maar hij kan geen aanspraak maken op de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) door de partnertoets.

De partnertoets houdt in dat als het gezinsinkomen door het inkomen van een partner boven bijstandsniveau blijft, een zelfstandige geen Tozo-steun krijgt. Bijstandsniveau betekent een maximum van 1536 euro netto voor twee partners.

Petitie tegen de partnertoets

Suters noemt de partnertoets een ingrijpende, onbillijke maatregel. “Zzp’ers worden hiermee benadeeld ten opzichte van werknemers. De Tozo steekt schril af tegen de NOW-regeling.”

Daarom is Suters een petitie begonnen, waarin hij pleit voor het afschaffen van de partnertoets. De petitie wordt ondersteund door de Werkvereniging en ontving in de eerste week direct honderden digitale handtekeningen.

Zoom is geen optie

Aanleiding voor de petitie is dat Suters zijn werk niet meer kan uitvoeren. Sommige ondernemers kunnen met creatieve online oplossingen toch hun werk uitvoeren, maar dat geldt niet voor iedereen. “Online bijeenkomen en repeteren via Zoom is voor een koorzanger geen optie. Dat gaat technisch niet.”

Nederland kent naar schatting 1.700.000 koorzangers. Het merendeel van deze zangers komt op vrijwillige basis bij elkaar, vanuit allerlei kerkelijke stromingen en van alle leeftijden. Vaak hebben koren een bestuur, penningmeester en betaalde dirigent. Werkzaam als zzp’er, vallen zij onder de Tozo-regeling.

Tozo 4 wordt uitgebreid met vermogenstoets

De Tozo 3 is beschikbaar sinds 1 oktober en heeft de partnertoets als voorwaarde. Bij de Tozo 4, die beschikbaar komt vanaf 1 april 2021, komt er nog een voorwaarde bij: de vermogenstoets. Daar hebben ondernemers in de cultuursector wat minder last van. Zij hebben vaak relatief lagere financiële buffers en dus minder te vrezen van de vermogenstoets. Suters: “Het grote probleem is de partnertoets, daardoor vallen kleine zelfstandigen met groot omzetverlies buiten de boot.”

Onder de cultuursector vallen bioscopen, theaters, musea, bibliotheken en beeldende kunst. Denk hierbij ook aan de pianoleraar, het lokale muziekfestival en het kleinschalige kunstenaarsinitiatief. Volgens cijfers van het CBS was het aantal zelfstandige ondernemers in de culturele sector voor de coronacrisis opgelopen tot meer dan een miljoen.

Grote verschillen in verdeling culturele steun

Volgens Suters worden professionals in de amateurkunst nog extra benadeeld omdat ze ook geen aanspraak kunnen maken op 480 miljoen euro steun via gemeentes.

Naast de Tozo voor zzp’ers, is er namelijk ook coronasteun voor de culturele sector op gemeenteniveau. Gemeentes bepalen zelf hoe zij de toegezegde coronagelden besteden.

Het aantal en de variatie aan culturele instellingen verschilt enorm per gemeente. Terwijl de ene gemeente het lokale theater behoudt, stopt de andere gemeente de coronagelden in kunstenaarsateliers. Hierbij krijgen grotere en middelgrote culturele instellingen meer aandacht dan kleinschalige eenmanszaken. “Zuur”, vindt koordirigent en muziekproducent Tom Suters, “de professionals in de amateurkunst piesen naast het potje.” Gevolg is het verdwijnen van kleinschalige initiatieven.

Culturele Taskforce

Binnen de cultuursector verzamelen professionals zich in diverse branche-, beroeps- en belangenorganisaties. Een samenwerkingsverband daarvan heeft een Taskforce opgezet om de culturele en creatieve sector te redden. Deze Taskforce heeft sinds 12 maart veertien brieven gericht aan ministers. In de meest recente brief vraagt de Taskforce om perspectief op de fase na corona, het doen van testevenementen en afschaffing van de partner- en vermogenstoets. De Taskforce heeft eerder invloed uitgeoefend op de totstandkoming van specifieke steunpakketten voor de culturele en creatieve sector.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , | 3s Reacties

Een ploeterende polder

Mijn persoonlijke interesse gaat uit naar alles wat met de arbeidsmarkt samenhangt en ik ben ervan overtuigd dat die arbeidsmarkt heel hard toe is aan nieuwe ontwikkelingen. Dat hoef je natuurlijk niet met me eens te zijn, maar inmiddels kondigen alle politieke partijen in hun programma’s forse veranderingen aan. Weliswaar van wisselende richting.

Meerdere ministers op rij zijn al met een hervormingsagenda gestart om er vervolgens achter te komen dat onze polder, met bijbehorende ambtelijke commissies en adviesorganen, al heel lang werkt als een moeras. Je denkt dat je in een polder staat, maar je zakt weg in een moeras. Voor die bewindslieden voel ik eerlijk gezegd best sympathie, echter hebben ze geen enkele succesvolle maatregel genomen (kunnen nemen) en ik noem hier maar enkele voorbeelden:

  • Met de Participatiewet en de daarmee samenhangende sluiting van de sociale werkplaatsen heeft staatssecretaris Klijnsma de werkloosheid onder mindervaliden tot recordhoogte zien stijgen.
  • Met de Wet werk en Zekerheid (WWZ) bereikte minister Asscher een toename van de flexibiliteit terwijl het tegenovergestelde werd bedoeld (wat je daar ook van vindt).
  • De wet DBA van minister Wiebes is nooit gehandhaafd en was sowieso een doodgeboren kindje omdat al na een jaar werd aangekondigd dat hij vervangen zou worden.
  • De Wet arbeidsmarkt in Balans (WAB) van minister Koolmees maakt flexwerk duurder zonder dat de flexwerker er iets mee opschiet en zal werkgevers de komende tijd vooral faciliteren aan de uitgang door het ontslag gemakkelijker en goedkoper te maken.

Werkgevers hebben voor de komende jaren al enorme ontslagrondes aangekondigd. De overheid denkt wel dat ze de motieven van werkgevers en mensen begrijpen, maar daar wordt al heel lang geen blijk van getoond en het overleg met de klassieke polder verergert die situatie helaas.

Roos Wouters schrijft geschiedenis

Juist daarom steunt Uniforce de Werkvereniging. Voorvrouw Roos Wouters legt als één van de weinigen openlijk de vinger op de zere plekken en laat zich niet paaien met een zitje aan de tafel van het belangenmoeras. Zij kan ongehinderd naar modern werkenden luisteren, naar de toekomst kijken en een ontwerp maken, zonder dat er bijvoorbeeld iets moet worden uitgeruild in de pensioenfondsen of in de uitpuilende sectorfondsen. Zij is sinds lange tijd de eerste en de enige en schrijft daarmee geschiedenis.

Zij kan misschien ook de redding zijn van de polder en dat hoop ik van ganser harte. In 1999 wisten de mannen van de oude polder met de flexwet immers een laatste akkoord te sluiten aan de legendarische keukentafel van Ad Melkert. Als het daar ooit weer van moet komen, dan kan dat alleen met andere mensen, met andere instellingen, en vooral met andere ideeën, maar daar lijkt het tot dusver nog niet van te komen. Roos Wouters kan de oude belangenpartijen helpen om het inzicht te krijgen dat ze van enkele roestige paradigma’s afscheid moeten nemen. Nieuwe gezichten zoals Cristel van de Ven (VZN) en Josien van Breda (I-ZO) lijken ook te streven naar een nieuwe agenda en kunnen misschien hoop bieden. Als ze tenminste lef hebben, want het zal niet gemakkelijk zijn.

Belemmerende paradigma’s

Welke oude paradigma’s dient de polder dan los te laten? Het gaat bijvoorbeeld om de overtuiging bij deze ‘ridders van het sociaal overleg’ dat de overheid in samenwerking met de polder de problemen van de arbeidsmarkt en zelfs die van de samenleving als geheel zou kunnen oplossen. Het sociaal overleg is een instrument van draagvlak maar de echte ideeën moesten altijd al uit de samenleving komen. De polder is inderdaad als ‘The Third Way’, enige tijd een nuttig instrument van besluitvaardigheid geweest, maar is dat al decennia niet meer.

Het wordt daarom hoog tijd dat de overheid en vooral de polder inzien en erkennen dat ze zelf meestal geen oplossingen in huis hebben en zich weer moeten leren oriënteren op oplossingen die uit de samenleving komen. Maar ook dat ze zich als instrument van draagvlak opnieuw moeten uitvinden. Ze zijn verouderd en niet meer representatief.

Een tweede paradigma is dat er wordt uitgegaan van de rotsvaste overtuiging dat werknemers (en werknemer-achtigen) in alles tegenover werkgevers staan. Onzin! We willen ons in Nederland niet meer laten meeslepen in deze schertsvertoning van zogenaamde polariteit.

In onze complexe samenleving worden groepsbelangen en individuele belangen nagestreefd en dat is onafwendbaar omdat het gewoon menselijk gedrag is. Regelmatig kan dat hele spel ten koste gaan van de belangen van sommige individuen of groepen en daar hebben we een vangnet voor nodig. Een activerend en solidair vangnet voor iedereen. Dat vangnet (hoe royaal of karig ook) kan niet anders dan uit de productiviteit van de gehele beroepsbevolking betaald worden en daaraan moeten zowel werkgevers als werkenden bijdragen. Daarvoor is allang alle draagvlak aanwezig.

We willen ons in Nederland niet meer laten meeslepen in deze schertsvertoning van zogenaamde polariteit.

Helpen in plaats van verbieden of verplichten

De overheid heeft allang alle draagvlak om kwetsbaren te beschermen. Zij heeft echter geen draagvlak om met allerlei verboden en geboden, zogenaamd hulp te bieden tegen wil en dank. De overheid kan zich beter beperken tot het zorgen voor rechtsgelijkheid en voor de organisatie van een zekere maatschappelijke solidariteit. Daarbij helpt de huidige, zichzelf vast vergaderde polder niet.

De polder en de SER proberen alsmaar terug te komen in de positieve flow van twintig jaar geleden toen ze voor het laatst een instrument van besluitvaardig bestuur waren. Ze ontsnappen echter niet meer aan het ontstane maatschappelijke wantrouwen en raken steeds verder gepolariseerd. Terugverlangend naar toen het nog wel lukte, terugverlangend naar toen ze nog jong waren. Elke progressiviteit verloren.

Welke belangen staan in de weg?

Noch voor de werkgever, noch voor de modern werkenden is de arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd een doel op zich, maar ook flexibiliteit is dat niet. Iedereen zoekt naar de meest productieve en aangename manier van samenwerken en regelmatig is dat niet via die vaste baan. Als je al een werkgever zou willen hebben, dan zijn op dit moment de detacheerders de beste werkgevers van het land (daarom zijn Uniforce Professionals ook founding partner van de VvDN). Zij investeren het meeste in opleidingen, helpen je altijd bij het vinden van een nieuwe baan en onderhandelen namens jou voor een goeie beloning. Kom daar nog eens om. Veel andere grote werkgevers broeden nu op plannen om duizenden mensen te ontslaan. Die werkgevers hebben daar trouwens goede redenen voor, maar waarom zou je die vaste banen dan alsmaar blijven verheerlijken? Daarmee toon je aan dat je het contact met de realiteit op de arbeidsmarkt hebt verloren.

Mensen werken steeds vaker in wisselende arrangementen. Dan weer een tijdje als werknemer, dan weer een tijdje als zelfstandige. Mogen ze? Uniforce Professionals is een organisatie voor en door zelfstandigen en wij helpen dagelijks professionals met onze concepten zodat ze kunnen werken voor wie ze willen en voor zolang ze willen, met sociale zekerheid. Dat lijken eenvoudige en redelijke verlangens, maar het is in Nederland heel ingewikkeld gemaakt.

Geen van de professionals die wij spreken, voelt zich door Den Haag gerepresenteerd, laat staan geholpen. Noch door de overheid, noch door de polder. Waarom is dat toch? Welke belangen staan in de weg?

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 8s Reacties

Talent moet je geen reguliere baan aanbieden

Agile gaat nog niet ver genoeg, vinden arbeidsmarktspecialisten Ravin Jesuthasan en John Boudreau. Weliswaar heeft agile werken ervoor gezorgd dat er meer interactie is tussen bepaalde afdelingen en dat er sneller wordt gereageerd op wensen van de klant, maar het heeft het hokjesdenken niet doen verdwijnen.

Stop met hokjesdenken

Het hokjesdenken binnen organisaties stamt uit de Industriële Revolutie. In deze tijd werd werk op een starre manier vormgegeven. Er waren banen en werknemers die de banen vervulden. Daarbuiten was niets. Deze manier van denken heeft nog steeds invloed op de manier waarop onze samenleving is vormgegeven.

In het beroemde artikel van William Bridges uit 1994, The End of the Job, gaat hij in tegen het hokjesdenken. “De organisatie van vandaag de dag transformeert razendsnel van een banenstructuur naar een veld van taken die uitgevoerd moeten worden”, zei Bridges. Hij zag banen als dinosaurussen; een concept uit een verouderde tijdsgeest. Zijn boodschap was duidelijk: “Ten eerste moeten we af van het idee van ‘banen’. Ten tweede moet de organisatie worden hervormd om het beste uit de werkende te halen, zonder deze in een baan te stoppen.”

De laatste tientallen jaren heeft de economie zich meebewogen in de overgang naar een nieuw paradigma, maar niet genoeg, beargumenteren Jesuthasan en Boudreau. Hun nieuwe boek, Work Without Jobs, verschijnt begin dit jaar bij MIT Press. Daarin leggen zij uit welke verandering er nodig is.

Anders denken over talent en talent acquisition is het centrale thema op de donderdag in onze WebinarWeek.

Behoefte aan een nieuw HR-beleid

Digitaliseren is een onvermijdelijk proces, bedrijven kunnen hier niet omheen. Het past binnen bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Het is nodig om out-of-the-box te denken. Er is behoefte aan een nieuwe vorm van HR-beleid. Ouderwetse HR-afdelingen selecteren geschikte kandidaten om in gestroomlijnde keurslijven te persen, maar dit werkt niet meer. Het traditionele HR is blind voor oplossingen, beargumenteren Jesuthasan en Boudreau. Het wordt steeds lastiger om bepaalde skill gaps, zoals op gebied van IT, in te vullen. Om mee te gaan in de ontwikkelingen, moet de inhuur van talent minder dogmatisch worden vormgegeven.

Agile stap in goede richting

Agile vormt een goede aanzet hiertoe. Het biedt meer beweegruimte binnen organisaties. Door besluitvormingsprocessen niet meer hiërarchisch te structureren, maar dynamisch met een constante feedbackloop en ruimte voor aanpassingen. Agile wordt binnen de softwareontwikkeling breed toegepast en breidt zich ook uit naar andere werkvelden. Dit is een stap in de juiste richting, maar om de tradities te doorbreken, is een verdere deconstructie nodig van het idee ‘werk’.

New York Operating System

Volgens Jesuthasan en Boudreau biedt het New York Operating System een oplossing. Dit nieuwe systeem is gebaseerd op vier principes:

  1. Begin met het werk (de huidige en toekomstige taken), niet met bestaande banen.
  2. Combineer mensen en automatisering.
  3. Denk niet alleen in banen, maar ook in andere vormen van werkmatige betrekkingen (zoals projecten, freelance arbeidsrelaties, outcource talent, gigs, etc).
  4. Laat talent naar werk vloeien in plaats van mensen te zoeken die passen binnen vaste functieomschrijvingen.

Hoe HR normaal gesproken werkt, is door een vacatureomschrijving op te stellen en daar de juiste kandidaat bij te selecteren. Dit proces is achterhaald. Jesuthasan en Boudreau stellen dat managers werk moeten deconstrueren en niet in ‘banen’ moeten denken maar in ‘taken’ of ‘projecten’. Vervolgens zoeken ze de beste manier om talent erbij te betrekken. Dit kan via bemiddelaars, overige dienstverleners, freelance platforms, partnerorganisaties of vrijwilligers.

In sommige gevallen is de conclusie dat het traditionele model van een baan het beste past bij een set taken. Maar Jesuthasan en Boudreau voorzien een opmars in de behoefte aan alternatieven. Talent laat zich niet vangen in een baan.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 3s Reacties

De gevolgen van het arrest X/Gemeente Amsterdam voor de inhuur van zzp’ers

De Hoge Raad oordeelde in het arrest X/Gemeente Amsterdam dat de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst. Bemiddelaars en opdrachtgevers vreesden dat het arrest tot gevolg had dat veel zzp’ers aangemerkt zouden worden als schijnzelfstandigen. Is deze vrees terecht?

De wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst

De omschrijving van de arbeidsovereenkomst is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

Partijbedoeling niet langer relevant

De Hoge Raad besliste in de zaak X/Gemeente Amsterdam dat een overeenkomst wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst indien de inhoud van de overeenkomst voldoet aan deze wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.

Daarbij overwoog de Hoge Raad uitdrukkelijk dat – anders dan uit het arrest Groen/Schoevers wel is afgeleid – de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.

Afscheid van Groen/Schoevers

Naar aanleiding van het arrest Groen/Schoevers uit 1997 gingen wij er steeds vanuit dat de partijbedoeling wel relevant is bij de beoordeling of een overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. In het arrest Groen/Schoevers stond de vraag centraal of tussen de heer Groen en Schoevers sprake was van een arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad oordeelde dat deze vraag beoordeeld moest worden aan de hand van feiten en omstandigheden van het geval. Daarbij was doorslaggevend of de partijen een arbeidsovereenkomst hadden beoogd. Dat de heer Groen en Schoevers niet de bedoeling hadden een arbeidsovereenkomst aan te gaan, werd door de Hoge Raad als cruciaal gezien bij de vraag of tussen hen een arbeidsovereenkomst bestond.

Partijbedoeling wel relevant bij uitleg rechten en plichten

In het arrest X/Gemeente Amsterdam besliste de Hoge Raad dus dat de bedoeling van partijen niet relevant meer is bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Toch betekent het arrest X/Gemeente Amsterdam niet dat de partijbedoeling helemaal niet meer relevant is.

De Hoge Raad heeft uitgelegd dat eerst aan de hand van de Haviltex-maatstaf moet worden bekeken welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen. De vraag is of aan alle elementen van de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst is voldaan: 1) arbeid, 2) loon, 3) gedurende een zekere tijd, en 4) gezag. De Haviltex-maatstaf houdt namelijk in dat bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen gekeken wordt naar de taalkundige betekenis van de tekst, maar naar de betekenis die partijen aan die tekst toekennen, gelet op de gegeven omstandigheden van het geval en op basis van wat zij van elkaar mochten verwachten. De manier waarop de overeenkomst is uitgevoerd, is daarbij relevant. In deze beoordeling is de partijbedoeling wel degelijk belangrijk.

Gevolgen voor opdrachtgevers en bemiddelaars

Zie ik het goed, dan hebben opdrachtgevers en bemiddelaars niets te vrezen van de uitspraak in de zaak X/Gemeente Amsterdam. Een zzp’er zal zijn werkzaamheden doorgaans naar eigen inzicht en zonder toezicht of leiding van zijn opdrachtgever uitvoeren. Wanneer de gezagsrelatie niet alleen op papier, maar ook bij de feitelijke uitvoering van de opdracht ontbreekt, kan de overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Zonder gezagsrelatie wordt de zzp’er niet aangemerkt als schijnzelfstandige.

In de tijd voor X/Gemeente Amsterdam benoemden we steeds dat partijen niet de intentie hadden een arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan en welke feiten en omstandigheden dit toonden.

Na X/Gemeente Amsterdam zullen we moeten benoemen dat partijen niet de intentie hebben een gezagsrelatie te laten ontstaan en welke feiten en omstandigheden aantonen dat de gezagsrelatie ontbreekt. Wanneer de gezagsrelatie ontbreekt, kan de overeenkomst immers niet kwalificeren als een arbeidsovereenkomst.

Tijd om de modelovereenkomst aan te passen

De volgende verplichte overweging in de ‘Algemene modelovereenkomst geen werkgeversgezag’ is achterhaald:

“Overwegende dat: partijen uitdrukkelijk niet beogen om een arbeidsovereenkomst aan te gaan in de zin van artikel 7:610 e.v. BW.”

Partijen doen er goed aan deze verplichte overweging te vervangen door de volgende:

“Overwegende dat: Partijen uitdrukkelijk niet beogen om een gezagsverhouding tussen hen te laten ontstaan als bedoeld in artikel 7:610 e.v. BW.”

De Belastingdienst zou hierin het voortouw moeten nemen door de modelovereenkomst aan te passen. Het is in de huidige modelovereenkomst immers een gele, verplichte bepaling die niet aangepast mag worden.

Meer weten?

Joyce Snijders verzorgt tijdens de WebinarWeek op dinsdag 9 februari om 13.30 uur het (gratis) webinar ‘Flexibele arbeidsrelaties; terug- en vooruitblikken rechtspraak 2020 en 2021‘. Daarin komt ook dit arrest en de gevolgen voor opdrachtgevers en bemiddelaars uitvoerig aan bod.  

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 1 Reactie

CBS cijfers (en een boel plaatjes) laten zien: zzp’ers blijven de happy flexwerkers

U weet het zo langzamerhand: voor het CBS is iedereen die geen traditioneel ‘vast contract’ met een werkgever heeft, maar ook zelf geen werkgever is, een ‘flexwerker’. Van de glazenwasser, vrij gevestigde advocaat, de coach tot de marktkoopman zonder personeel. Plus de zelfstandige professionals die hun diensten aan organisaties aanbieden, soms voor een paar uur, soms voor vele maanden.

Maar goed, met die kanttekening over de groep  ‘zzp-eigen arbeid’ duiken we toch maar even de recente analyse in die het CBS heeft gemaakt over ‘de flexwerker’. Met daarin onder meer cijfers over de tevredenheid over werk en inkomen van de verschillende groepen werkenden. En, dat wist u ook al, ja, de ‘zzp-eigen arbeid’ is een stuk tevredener over zijn/haar situatie dan ‘andere flexwerkers’ en niet zelden ook tevredener dan die werkenden met een ‘vast contract’.

Om maar met de grootste open deur te beginnen, in gevoel van autonomie staan beide vormen van zzp ruim boven aan.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Over de mogelijkheid om te leren zijn zelfstandigen blijkbaar zelden ontevreden. Waar bijna één op de drie uitzendkrachten daar ontevreden over is en toch ook nog één op de acht werknemers met een vast contact, staan de zzp’ers onderaan dit lijstje.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Iets meer zorgen zijn er omtrent de zekerheid rond ‘werk’. Één op de vijf is niet blij met de onzekerheid of er voldoende werk is in de toekomst.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy
Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Eventuele zorgen over voldoende opdrachten wil nog niet zeggen dat er ook ontevredenheid is over het inkomen bij de ‘zzp-eigen arbeid’. Meer dan welke groep werkenden, is deze groep daar het meest tevreden over.

Verdienen zzp’ers dan veel meer dan de andere werkenden? Nee, dat loopt wel los. Gemeten naar ‘primair inkomen‘ ligt het inkomen van zzp’ers eigen arbeid (flink) hoger dan bij andere vormen van flex-arbeid. Maar onder het totaal van ‘alle werkenden’.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Covid-19

Al deze CBS cijfers zijn van 2018 of 2019, en deels afkomstig uit de ZAE/NAE enquêtes. De wereld ziet er ondertussen wel wat anders uit, al suggereren KvK-cijfers over 2020 (zie hier) nu ook weer geen enorme veranderingen in groep/krimp van bijvoorbeeld het aantal zzp’ers.

Het Nibud kwam vorige week nog met een onderzoek over in hoeverre de Covid-crisis werkenden in hun portemonnee raakt. Zzp’ers geven bovengemiddeld aan dat ze minder uren (kunnen) werken en (dus) ook een inkomensterugval ervaren.

Bron: Financiële tegenslagen in de coronacrisis (NIBUD)

Het Nibud bevestigt eerdere CBS-cijfers dat de financiële buffers (langer dan vier maanden zonder inkomen kunnen) onder zzp’ers net iets beter zijn dan die van werknemers en een stuk beter dan werkenden met een flexibel dienstverband.

 

Bron: Financiële tegenslagen in de coronacrisis (NIBUD)

Dat zal mede de reden zijn waarom zzp’ers in het Nibud-onderzoek nauwelijks hoger scoren dan werknemers op de vraag of ze moeite hebben rond te komen. Al blijft 29% natuurlijk toch wel een flink hoog percentage.

Werkrelaties

Nog even een overzicht over hoe het CBS nu aankijkt tegen alle vormen van werkrelaties. Daarvoor maken ze gebruik van dit schema:

Bron: CBS

Dan is het nog even relevant om te zien hoe het tussen 2003 en 2019 qua omvang is gegaan met die verschillende categorieën. In 2003 had 74,1% van alle werkenden nog een vast contract, in 2019 was dat afgenomen naar 66,4%. Van alle werkenden zonder vast contract vormen de zzp’ers eigen arbeid de grootste groep. Maar percentueel zijn tussen 2003 en 2019 de verschillende flexibele contractvormen tussen werkgever en werknemer (ook wel ‘interne flex’ genoemd, dus uitgezonderd uitzend/zzp) veruit het hardst gegroeid.

Deze cijfers zijn tot 2019. Wat die tabel dan net niet laat zien, is dat er sinds 2018 ook een duidelijke trendbreuk is, waarbij (zowel absoluut als qua percentage) het aantal vaste banen weer toeneemt en het aantal werkenden met een flexibel contract afneemt. Elk kwartaal in 2020 laat – ondanks Covid-19 – een groei in het aantal vaste banen zien.

Bron: Flexbarometer (CBS/TNO/FNV/ABU)
Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter