"Exploring the future of work & the freelance economy"

CBS cijfers (en een boel plaatjes) laten zien: zzp’ers blijven de happy flexwerkers

Het CBS publiceert het “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”. We keken vooral naar wat het CBS te melden heeft over de groep ‘zelfstandigen zonder personeel – eigen arbeid’.

U weet het zo langzamerhand: voor het CBS is iedereen die geen traditioneel ‘vast contract’ met een werkgever heeft, maar ook zelf geen werkgever is, een ‘flexwerker’. Van de glazenwasser, vrij gevestigde advocaat, de coach tot de marktkoopman zonder personeel. Plus de zelfstandige professionals die hun diensten aan organisaties aanbieden, soms voor een paar uur, soms voor vele maanden.

Maar goed, met die kanttekening over de groep  ‘zzp-eigen arbeid’ duiken we toch maar even de recente analyse in die het CBS heeft gemaakt over ‘de flexwerker’. Met daarin onder meer cijfers over de tevredenheid over werk en inkomen van de verschillende groepen werkenden. En, dat wist u ook al, ja, de ‘zzp-eigen arbeid’ is een stuk tevredener over zijn/haar situatie dan ‘andere flexwerkers’ en niet zelden ook tevredener dan die werkenden met een ‘vast contract’.

Om maar met de grootste open deur te beginnen, in gevoel van autonomie staan beide vormen van zzp ruim boven aan.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Over de mogelijkheid om te leren zijn zelfstandigen blijkbaar zelden ontevreden. Waar bijna één op de drie uitzendkrachten daar ontevreden over is en toch ook nog één op de acht werknemers met een vast contact, staan de zzp’ers onderaan dit lijstje.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Iets meer zorgen zijn er omtrent de zekerheid rond ‘werk’. Één op de vijf is niet blij met de onzekerheid of er voldoende werk is in de toekomst.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy
Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Eventuele zorgen over voldoende opdrachten wil nog niet zeggen dat er ook ontevredenheid is over het inkomen bij de ‘zzp-eigen arbeid’. Meer dan welke groep werkenden, is deze groep daar het meest tevreden over.

Verdienen zzp’ers dan veel meer dan de andere werkenden? Nee, dat loopt wel los. Gemeten naar ‘primair inkomen‘ ligt het inkomen van zzp’ers eigen arbeid (flink) hoger dan bij andere vormen van flex-arbeid. Maar onder het totaal van ‘alle werkenden’.

Bron: CBS “Profiel van flexwerkers in Nederland, 2003-2019”, bewerking ZiPconomy

Covid-19

Al deze CBS cijfers zijn van 2018 of 2019, en deels afkomstig uit de ZAE/NAE enquêtes. De wereld ziet er ondertussen wel wat anders uit, al suggereren KvK-cijfers over 2020 (zie hier) nu ook weer geen enorme veranderingen in groep/krimp van bijvoorbeeld het aantal zzp’ers.

Het Nibud kwam vorige week nog met een onderzoek over in hoeverre de Covid-crisis werkenden in hun portemonnee raakt. Zzp’ers geven bovengemiddeld aan dat ze minder uren (kunnen) werken en (dus) ook een inkomensterugval ervaren.

Bron: Financiële tegenslagen in de coronacrisis (NIBUD)

Het Nibud bevestigt eerdere CBS-cijfers dat de financiële buffers (langer dan vier maanden zonder inkomen kunnen) onder zzp’ers net iets beter zijn dan die van werknemers en een stuk beter dan werkenden met een flexibel dienstverband.

 

Bron: Financiële tegenslagen in de coronacrisis (NIBUD)

Dat zal mede de reden zijn waarom zzp’ers in het Nibud-onderzoek nauwelijks hoger scoren dan werknemers op de vraag of ze moeite hebben rond te komen. Al blijft 29% natuurlijk toch wel een flink hoog percentage.

Werkrelaties

Nog even een overzicht over hoe het CBS nu aankijkt tegen alle vormen van werkrelaties. Daarvoor maken ze gebruik van dit schema:

Bron: CBS

Dan is het nog even relevant om te zien hoe het tussen 2003 en 2019 qua omvang is gegaan met die verschillende categorieën. In 2003 had 74,1% van alle werkenden nog een vast contract, in 2019 was dat afgenomen naar 66,4%. Van alle werkenden zonder vast contract vormen de zzp’ers eigen arbeid de grootste groep. Maar percentueel zijn tussen 2003 en 2019 de verschillende flexibele contractvormen tussen werkgever en werknemer (ook wel ‘interne flex’ genoemd, dus uitgezonderd uitzend/zzp) veruit het hardst gegroeid.

Deze cijfers zijn tot 2019. Wat die tabel dan net niet laat zien, is dat er sinds 2018 ook een duidelijke trendbreuk is, waarbij (zowel absoluut als qua percentage) het aantal vaste banen weer toeneemt en het aantal werkenden met een flexibel contract afneemt. Elk kwartaal in 2020 laat – ondanks Covid-19 – een groei in het aantal vaste banen zien.

Bron: Flexbarometer (CBS/TNO/FNV/ABU)
Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts