ABN AMRO: ‘Krapte op arbeidsmarkt ondanks coronacrisis nauwelijks afgenomen’ Geplaatst 5 juni 2020 door ZiPredactie Met het verlies van banen als gevolg van de coronapandemie, lijkt het logisch dat er spoedig een einde komt aan de krapte op de arbeidsmarkt. Uit een nieuwe arbeidsmarktindicator van ABN AMRO blijkt echter dat de krapte op de arbeidsmarkt sinds het begin van de coronacrisis nog nauwelijks is afgenomen. Ongeveer 11 procent van de openstaande vacatures is – ondanks het grotere aanbod van arbeidskrachten – nog steeds moeilijk in te vullen, omdat de reisafstand en/of beroepsinteresse van werkzoekenden niet aansluiten bij de openstaande vacatures. Daarmee is de krapte op de arbeidsmarkt volgens de indicator rond hetzelfde niveau als in januari. ABN AMRO vermoedt dat hierbij een selectie-effect meespeelt: wanneer de vraag naar generieke functies wegvalt, blijven er in verhouding meer specialistische vacatures over en neemt de krapte op de arbeidsmarkt juist toe. Voor ongeveer een derde van alle beroepen geldt dat – ondanks de coronacrisis – de krapte aan personeel nu hoger is dan begin februari. Beperkte reisafstand en beroepsvoorkeur werkzoekenden zorgt voor ‘mismatch’ Volgens ABN AMRO is sprake van een ‘mismatch’: het werk dat werkzoekenden willen of kunnen doen wijkt af van de banen die binnen het zoekgebied van een sollicitant aanwezig zijn. Nederland bestaat niet uit één arbeidsmarkt, maar eigenlijk uit duizenden regionale arbeidsmarkten. De bereidheid om te reizen voor een baan is immers niet onbeperkt en mensen zoeken alleen naar werk dat aansluit op hun beroepsvoorkeur. De nieuwe arbeidsmarktindicator analyseert de arbeidsmarkt daarom op regionaal niveau en houdt hierin ook rekening met beroepsinteresse van werkzoekenden en de maximale reisafstand die zij bereid zijn af te leggen. Een kok is immers geen potentiële match voor een vacature als tandarts, net zoals een verpleegster uit Groningen niet zonder meer bereid is om een baan in een ziekenhuis in Maastricht te vervullen. Deze indicator laat zien dat de mismatch tussen vraag en aanbod sterker is toegenomen dan blijkt uit landelijke indicatoren, waarin de verhouding tussen alle vacatures en werkzoekenden in heel Nederland wordt weergeven. ‘Nieuwe normaal’ kan mismatch op arbeidsmarkt in stand houden Nu de lockdown maatregelen worden versoepeld gaan bedrijven in veel sectoren hun verdienmodel aanpassen aan de mogelijkheden binnen de anderhalvemeter-economie. ABN AMRO sluit niet uit dat in 2020 en 2021 grote sectorale verschuivingen in werkgelegenheid in het verschiet liggen. “Flexibiliteit op de arbeidsmarkt is zodoende cruciaal, zeker voor mensen die werkzaam zijn in de sectoren die het hardst worden geraakt en waar de komende tijd naar verwachting minder werkgelegenheid is. Om ervoor te zorgen dat werknemers gemakkelijker naar andere sectoren kunnen overstappen, moeten de vraag naar en aanbod van vaardigheden op regionaal niveau beter op elkaar aansluiten”, zegt Sonny Duijn, Sector Econoom Thema’s van ABN AMRO. “Gelukkig heeft de overheid veel aandacht voor het flexibiliseren van de arbeidsmarkt door bedrijven die van de NOW-regeling gebruikmaken te verplichten om werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te doen. Maar ook grover geschut, zoals de inzet van opleidings- en ontwikkelfondsen die traditioneel gekoppeld zijn aan sectoren, kan wellicht hiervoor worden ingezet. Structurele aandacht voor omscholing is essentieel.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABN AMRO, arbeidsmarkt | Laat een reactie achter
Hoe gaat het met detacheerders in coronatijd? Geplaatst 4 juni 2020 door Arthur Lubbers De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) heeft een enquête gehouden onder haar leden om een beeld te krijgen van de effecten van de coronacrisis op de detacheringsbranche. Vijf vragen aan voorzitter Maikel Pals die de uitkomsten toelicht. Hoe zwaar wordt de detacheringsbranche geraakt door de coronacrisis? “Natuurlijk merken onze leden de effecten hiervan, maar het verschilt echt per detacheerder. Grote leden, die meer gediversificeerd zijn, kunnen de teruggang in de bepaalde sectoren redelijk opvangen door te switchen naar sectoren met een blijvende of zelfs groeiende vraag bij de overheid en bijvoorbeeld in de bancaire en juridische sector. Dat geeft ook meteen aan dat detacheerders voorzien in de behoefte aan flexibiliteit bij bedrijven, terwijl wij tegelijkertijd werkzekerheid aan onze mensen bieden. “Maar er zijn ook leden die heel zwaar zijn getroffen, vooral als zij zich gespecialiseerd hebben in een niche of specifieke sector die hard wordt geraakt door de coronacrisis. “Door de groei van het afgelopen jaar schatten onze leden de gemiddelde omzetdaling dit jaar op 3%. Maar zij zien wel een gemiddelde terugval in de vraag bij opdrachtgevers van 37% op dit moment door de coronacrisis.” Een omzetdaling van 3% valt mee vergeleken met de uitzendsector, die de gemiddelde omzet de afgelopen periode met 17% zag dalen (ABU Marktmonitor)? “In het algemeen zijn detacheerders bij economische teruggang laatcyclischer dan uitzenders. Je ziet dat detachering geen vast onderdeel van de flexschil uitmaakt. De uitkomst van onze enquête is ook een bevestiging dat detachering zich minder richt op ‘ziek en piek’ en meer op projectmatig werk waarbij projecten langdurig zijn, een hogere mate van kennis en vakspecialisatie vereisen. Cruciale projecten lopen wel door. “Maar de vraag naar de inzet van gedetacheerden op nieuwe projecten is dus met 37% afgenomen. Niet voor niets zegt 55% van onze leden dat zij de grootste terugval pas later dit jaar verwachten. De effecten van de coronacrisis zullen voor onze sector vanaf het derde kwartaal pas echt zichtbaar worden.” Er wordt door detacheerders relatief weinig gebruik gemaakt van de NOW-regeling. Maar dat betekent niet per se dat het onderaan de streep goed gaat. Hoe belangrijk is de verlenging van de NOW-regeling voor de detacheringssector? “Als VdDN zijn wij positief over de verlenging en aanpassing van de regeling. Juist omdat onze leden een vertraagd effect van de coronacrisis ondervinden. Omdat wij een gezonde sector zijn die het afgelopen jaar een mooie groei heeft doorgemaakt, kunnen veel leden nog geen gebruik maken van de NOW-regeling (omdat zij niet voldoen aan de voorwaarde van 20% omzetverlies, red). Het verplaatsen van de referentiemaand voor de loonsomberekening van januari naar maart is welkom voor de partijen die tot aan de crisis nog volop groeiden. Ook het verhogen van de het (forfaitaire) opslagpercentage van 30 naar 40% is een verbetering ten opzichte van NOW1.” Dat veel detacheerders geen gebruik hoeven maken van de NOW-regeling is toch goed nieuws? “Het percentage van onze leden dat een omzetverlies van 20% of meer verwacht is inderdaad ‘slechts’ 16-17%, dus wordt er relatief weinig gebruik gemaakt van de NOW-regeling door detacheerders. Maar dat betekent niet per se dat het onderaan de streep goed gaat. Detacheerders investeren relatief veel in opleiding en ontwikkeling van hun werknemers. Dat zijn voorinvesteringen. Als daar geen omzet tegenover staat, loopt de detacheerder wel degelijk risico als de markt zich niet zo ontwikkeld als verwacht en de kosten wel op een hoog peil blijven.” Hoe zijn de vooruitzichten voor detacheerders? “Onze leden zijn niet negatief over de iets langere termijn. Gemiddeld verwachten zij een omzetgroei van 17% in 2021 ten opzichte van 2020. Bedrijven gaan bij economisch herstel eerder opschalen door de inhuur van externe specialisten dan zelf personeel in dienst nemen. Dat betekent dat detacheerders een versnelde groei zullen zien op het moment dat de economie weer tekenen van herstel vertoont. “En de schaarste op de specialistische arbeidsmarkt die er voor de coronacrisis was, is niet weg. De krapte zal zeker voor detacheerders, die veel investeren in opleiding en ontwikkeling van hun specialisten, positieve effecten hebben als het gaat om hun positie en aantrekkelijkheid voor de arbeidsmarkt.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, NOW | Laat een reactie achter
KVK: ongeveer een derde minder startende ondernemingen. De cijfers over mei al weer iets hoger. Geplaatst 4 juni 2020 door ZiPredactie Geen verrassend nieuws: in april van dit jaar zijn er fors minder nieuwe ondernemers gestart ten opzichte van een jaar minder. In mei 2020 is de afname ten opzichte van mei 2019 iets minder groot geworden. Nog steeds zijn er ongeveer een derde minder ondernemingen gestart. Het gros daarvan start als zelfstandige zonder personeel. Dit blijkt uit de meest recente cijfers van de KVK. Tussen 1 januari 2020 en 31 mei werden iets meer dan zo’n 93.000 nieuwe bedrijven geregistreerd, waarvan een kleine 60% fulltime zzp’ers en iets meer dan 20% parttime zzp’ers. Dat is 9% minder dan in de vergelijkbare periode in 2019. Zoals de bovenstaande grafiek laat zien zijn de verschillen per type onderneming groot. Voor de maand mei 2020 in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar zijn de uitschieters de sectoren financiële instellingen (58% minder starters) en cultuur, sport en recreatie (36% minder starters). Alleen in de detailhandel was de aanwas van het aantal ondernemingen groter dan in 2019. Dat zijn vooral webshops. In dezelfde periode werden 65.663 ondernemingen gestaakt, flink meer dan in 2019, toen tussen januari en mei er 55.330 bedrijven stopten. Dit grote aantal is volgens de KVK vertekend omdat er in het eerste kwartaal bijna 10.000 ambtelijke uitschrijvingen, zogenoemde deregistraties op verzoek van de Belastingdienst, hebben plaatsgevonden. Dat gebeurt als is gebleken dat een onderneming al langere tijd niet meer actief is. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags KvK | Laat een reactie achter
Onverdedigbaar en ondemocratisch! Geplaatst 4 juni 2020 door Roos Wouters Beste Steven van Weyenberg, Hilde Palland, Gijs van Dijk, Judith Tielen, Jesse Klaver en andere Kamerleden, Wij als Werkvereniging krijgen de meest schrijnende mails van werkende mensen die hard getroffen worden door de corona crisis en weten dan niet goed hoe te reageren omdat we het gevoerde beleid niet kunnen uitleggen. ZiPconomy schrijft in dit stuk dat de Werkvereniging wil dat #zzp‘ers gelijk aan werknemers behandeld moeten worden. Waar onze verontwaardiging om gaat is dat het niet uit valt te leggen dat de overheid van hetzelfde belastinggeld, door ons allemaal opgebracht, de ene groep ruim tegemoet komt en de ander totaal niet. Precies wat de rest van het stuk op ZiPconomy ook aankaart; er valt geen peil te trekken op het beleid ten aanzien van zzp en flex en niemand onderneemt actie. Geen peil op te trekken, tenminste…!? Wat maakt dat KLM gered moet worden, een goed betaalde piloot thuis zit met een inkomen aangevuld tot ruim 3x modaal, terwijl een #flexwerker een fooi van 600 euro krijgt, een alleenstaande zzp’er 1000 euro en een zzp’er met een partner eerst wel 1500 euro steun krijgt en nu moet terugvallen op het inkomen van de partner (en dus net als zijn alleenstaande collega failliet mag gaan), terwijl hij of zij niet mag terugvallen op het inkomen van de partner in het geval van arbeidsongeschiktheid? Dan moeten ze zich verplicht verzekeren?! Sociale partners saamhorig in het voor de bus gooien van degene die niet aan tafel zitten De verontwaardiging bij ons zit hem dan ook in het feit dat de enige logica die in dit gevoerde ‘beleid’ te herkennen valt, erop neer komt dat de mensen die niet of nauwelijks aan de onderhandelingstafel zitten, de prijs mogen betalen voor het tevreden houden van de achterban van de mensen die wel aan de onderhandelingstafel zitten. Al decennia lang komen de ‘sociale partners’ er niet meer samen uit, behalve als het over de mensen gaat die ze niet vertegenwoordigen en daar wordt dan gewoon beleid over gemaakt!? Dat vinden wij als Werkvereniging – die niet alleen opkomt voor zzp’ers maar voor alle Modern Werkenden – onverdedigbaar en ondemocratisch. Moreel appel op onze volksvertegenwoordiging We doen daarom een moreel appel op onze volksvertegenwoordigers! Als het kabinet alleen aan tafel gaat met belangenbehartigers van de helft van werkzaam Nederland en plots eensgezind besluit dat de prijs om hun achterban tevreden te houden, betaald mag worden door de andere helft van werkzaam Nederland die niet aan tafel zit, dan is het tijd om je rol als volksvertegenwoordiger te pakken! Zorg ervoor dat ook het volk dat niet op het netvlies van Eric Wiebes, Wouter Koolmees, VNO-NCW, FNV, CNV staat vertegenwoordigd wordt want deze mensen worden nu echt heel erg in de steek gelaten! Geplaatst in ZP en Politiek | Tags tozo, WerkVereniging | 7s Reacties
Publieke sector, benut bij aanbesteding inhuur de kennis van buiten Geplaatst 4 juni 2020 door Arthur Lubbers “Het bewustzijn bij publieke organisaties groeit dat zij anders naar de inhuur van personeel moeten kijken”, zegt Koen de Rooij, mede-directeur van Reijn, een platform voor hoogopgeleide (zelfstandige) professionals in de publieke sector. “In het verleden gebeurde dit vooral ad hoc, door Inkoop of HR of de lijnmanager, maar niet gebundeld. Maar dat wordt niet meer geaccepteerd, zij voelen de maatschappelijke druk groter worden.” Want overheidsorganisaties, onderwijs, gemeenten, zorg en welzijn hebben natuurlijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid om het geld goed te besteden en dus grip te hebben op de kosten, ook van inhuur. Daarnaast moeten zij voldoen aan de steeds complexere wet- en regelgeving (compliance) die bij de inhuur van personeel geldt. Trend: meer vraag naar MSP “Organisaties in de publieke sector zijn nu echt bezig met strategische personeelsbeleid en daarmee groeit dus ook de behoefte aan professionalisering van inhuur”, zegt Marcel van den Bekerom. Bij Reijn ziet men dit onder meer terug in de manier waarop inhuur van personeel tegenwoordig wordt aanbesteed. Tot een paar jaar geleden gebeurde dit vooral op twee manieren. Ten eerste via mantelcontracten (waarbij een perceelindeling wordt gemaakt en per perceel een aantal raamcontracten met preferred suppliers wordt afgesloten). Of, ten tweede, via een Dynamisch Aankoop Systeem (DAS), waarbij per uitvraag ‘losse’ mini-aanbestedingen worden gedaan. Daar is een derde manier bijgekomen: de vraag naar een dienstverlener die de regie op inhuur op zich neemt, een Managed Service Provider (MSP), master vendor of broker. Van den Bekerom ziet een duidelijke trend: “In het eerste kwartaal van dit jaar nam de vraag naar broker-, master vendor- en MSP-dienstverlening al toe en wij verwachten een nog veel sterkere stijging van het aantal uitvragen met betrekking tot vormen van inhuurregie.” Behoefte aan inhuurexpert Om invulling te geven aan strategische inhuur en personeelsplanning is het volgens Van den Bekerom nodig dat HR zijn rol (weer) opeist en intensief samenwerkt met Inkoop, Finance en Control en de dienstverlener die de regie op inhuur voert. “Een inhuurexpert kan HR bijstaan, want dit is geen gemakkelijk opgave. HR moet zich kwetsbaar durven opstellen, niet alleen voorwaarden stellen aan de leverancier van extern personeel, maar aanbestedende partijen laten meedenken over de vraag ‘hoe gaan we invulling geven aan onze personeelsbehoefte?’ En ook intern moet HR zich sterk maken en positie innemen, want om de inhuur centraal te organiseren moeten de lijnmanagers in de pas gaan lopen. Dat is in veel organisaties heel spannend en dat vereist leiderschap van HR, maar vooral ook van directie en management.” Voor Reijn als inhuurexpert ziet Van den Bekerom in dat partnerschap duidelijk een rol weggelegd. “Wij zijn er om HR in het zadel te helpen, hen te ondersteunen.” Voor ons is het geslaagd als wij HR kunnen laten shinen. Marcel van den Bekerom, directeur Reijn ‘Van tender naar tandem’ Dan spreek je over een aanbesteding volgens de ‘best value procurement’-methode. Dat houdt in dat je niet een zelf uitgewerkte aanbesteding met gespecificeerde eisen en wensen doet waarop leveranciers kunnen inschrijven, maar een flexleverancier zoekt om samen tot de beste oplossing van de personeelsvraag te komen. Een organisatie kiest dan geen leverancier, maar een dienstverleningspartner. En die partner pusht niet een bepaalde contractvorm (uitzenden, detacheren, zzp-inhuur), maar kijkt samen met HR wat op dat moment het beste bij die organisatie past. En dat gebeurt steeds meer, ziet De Rooij. “We zien dat veel organisaties stoeien met het formuleren van de inhuurbehoefte en het lastig vinden dit in de markt te zetten. Er zijn opdrachtgevers die ons nadrukkelijk benaderen om hierover in dialoog te gaan. Dan werk je echt samen en ga je ‘van tender naar tandem’.” 5 tips voor organisaties die een aanbesteding in de markt willen zetten Verken de inhuurbehoefte; stel jezelf als organisatie heldere vragen en houd consultatie met experts om inhuurbehoefte scherp te definiëren. Bepaal wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor het aanbestedingstraject. Naast Inkoop, Finance en Control, moet ook HR zijn inhoudelijk rol pakken Doe een uitvraag die aansluit bij de evolutiestadium van inhuur binnen de organisatie. (een organisatie die nog geen gecoördineerde inhuurprocessen heeft, kan niet ineens een MSP-model invoeren.) Biedt de dienstverlener inzicht in jouw organisatie en maak gebruik van zijn expertise; die heeft de kennis en het netwerk om de juiste professional, op het juiste moment, op de juiste plaats tegen de juiste voorwaarden te krijgen. Benader de uitvraag vanuit een partnership met de dienstverlener; houd naast de KPI’s en SLA’s, ook ruimte voor de dialoog om samen de inhuur te optimaliseren. Marktconsultatie Dat begint door in de eerste fase van de aanbesteding – de marktconsultatie – als organisatie marktpartijen uit te nodigen en het gesprek aan te over de ambitie en strategie van de organisatie en leveranciers te vragen mee te denken over de invulling van de inhuur en/of strategische personeelsplanning. “Dus niet een presentatie geven in een zaaltje aan acht leveranciers en zeggen ‘wij willen een VMS, wie van jullie kan dat het beste leveren?’, maar liefst één-op-één leveranciers uitnodigen en meer context geven over de organisatie en openstaan voor kritiek. Maak gebruik van de expertise die er in de markt is”, adviseert Van den Bekerom. Aan een partij als Reijn is het dan de taak om daarbij kritisch door te vragen. “Je ziet vaak dat leveranciers geneigd zijn te roepen hoe goed ze zelf zijn en wat ze kunnen, maar waar het om gaat is op een nette manier de wezenlijke vragen te stellen, de echte behoefte boven tafel krijgen. Dat is soms lastig, maar dat kan best als de relatie goed is – en ‘zonder wrijving, geen glans’. Want alleen dan kom je uiteindelijk tot een heldere uitvraag.” En dat is in de praktijk nog lang niet altijd het geval, weet De Rooij aan. “We hebben vorig jaar nog een paar keer meegemaakt dat een organisatie de uitvraag moest intrekken, omdat deze niet duidelijk was en er teveel vragen van leveranciers kwamen. Dat kost veel tijd en inspanning en dat is zonde.” Lekkerste cocktail Strategisch personeelsplanning – een goede mix vinden tussen vast en flex – is complex, weet De Rooij. “Er is voor veel organisaties nog veel werk te doen.” Uiteindelijk gaat het er om de juiste professional op de juiste plek op het juiste moment tegen de juiste voorwaarden te krijgen. Hij vergelijkt het met een barman die een cocktail maakt. “Die kijkt eerst naar de basis (lees: de interne arbeidsmarkt) en vult dat aan met ingrediënten van buiten (lees: externen) en maakt zo de lekkerste cocktail.” Of in deze vergelijking de barman de HR-professional zelf is of dat hij de selectie van externen geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, doet er niet toe, vult Van den Bekerom aan. De rol van Reijn als inhuurexpert mag best op de achtergrond blijven. “Voor ons is het geslaagd als wij HR kunnen laten shinen.” Vraag hier de whitepaper kosteloos aan. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, reijn | Laat een reactie achter
Tozo: bijstand voor werkenden of steun voor ondernemers? De politiek komt er niet uit. Een analyse. Geplaatst 3 juni 2020 door Hugo-Jan Ruts Het tweede economische corona-steunpakket is gisteren door de Tweede Kamer goedgekeurd. Dit pakket bevat opnieuw de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, Tozo 2, inclusief de omstreden invoering van de toets op het inkomen van de partner. Moties om het kabinet op andere gedachten te brengen haalden het net niet. In het Kamerdebat over het steunpakket kwam de invoering van de partnertoets regelmatig ter sprake. De discussie maakte weer eens duidelijk hoe de Haagse gesprekken vaak gaan. Ook in dit debat zagen we een mix van het nodige politieke opportunisme, ongemak bij sommige coalitiepartners en verschillende perspectieven. Het gevolg: er wordt niet tot de kern van het probleem doorgedrongen en er wordt uiteindelijk geen oplossing gevonden. Kabinetsstandpunt Laten we even feitelijk benoemen wat de Tozo is en wat het kabinet daarover zegt: De Tozo is inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Koolmees; “Ze betalen geen WW-premies en hebben geen sociale zekerheidsregelingen, maar we vonden dat ze wel opgevangen moesten worden in deze crisis, omdat dit eigenlijk niet het normale ondernemingsrisico is.” Geen partnertoets, geen vermogenstoets, geen toets op de overlevingskans van de onderneming, een uitkering in plaats van een gift, plus de mogelijkheid tot een extra lening, dat maakt de Tozo anders dan de standaard bijzondere bijstandsregeling voor zelfstandigen. Daarnaast gelden ook voor zelfstandigen de verlengde uitstelregelingen voor het betalen van belastingen en kunnen sommigen gebruik maken van andere regelingen, zoals de TOGS. Voor de tweede fase, die vier maanden gaat duren in plaats van de aangekondigde 3 maanden, wil het kabinet nu wel een partnertoets gaan invoeren. Vanaf Tozo 2 krijgt een zelfstandige dus alleen inkomensondersteuning als het totale gezinsinkomen onder het sociaal minimum ligt, net als dat voor anderen geldt die aanspraak maken op een uitkering die verbonden is met de Participatiewet. Aanleiding aanpassing Wat precies de urgentie is om de partnertoets nu wel te gaan doen, werd in het debat niet duidelijk. Al was het maar omdat die ‘waarom’-vraag simpelweg door niemand gesteld werd. Minister Wiebes zei er wel het volgende over: “Ik vind dat een vervelende, maar wel verdedigbare maatregel. Dat het een achteruitgang is ten opzichte van het pakket dat er lag, is zeker, maar we zullen ook langzaam, stapje voor stapje voor stapje een stukje wederkerigheid moeten vragen in die uitkeringen en die regelingen. (…) Het is deels natuurlijk ook een keuze om niet iedereen alles te geven. (…) Dat geldt voor ondernemingen, dat geldt op allerlei terreinen. Het is ook beleid om naarmate de tijd verstrijkt meer te verwachten van ondernemers ten aanzien van het aanpassen van hun businessmodel en het vinden van andere opdrachten. (…) Wij hebben op een zeker moment met elkaar moeten constateren dat de belastingbetaler dit niet meer gaat oplossen.” Ofwel: zelfstandigen zijn ondernemers Daarbij is het veelzeggend dat het minister Wiebes van Economische Zaken was die de aanpassingen van de Tozo regeling in een brief aan de Kamer aankondigde, en niet minister Koolmees, wiens ministerie verantwoordelijk is voor die regeling. De Kamer De zelfstandigen als ondernemers beschouwen, die stap voor stap hun eigen problemen moeten oplossen: dat gaf de oppositie de gelegenheid om hier een punt te maken Wilders: (PVV): De VVD laat die zzp’ers keihard vallen. Want u doet niets voor ze. De werkgever, als die in de (NOW) regeling valt, krijgt tot driemaal modaal 90% van de loonkosten vergoed en de werknemer zelf krijgt 100% van zijn salaris vergoed. En die zzp’er, die ook altijd netjes belasting heeft betaald, krijgt als die een partner heeft die €1.550 aan inkomen heeft helemaal niks.” Klaver (GroenLinks): “VNO heeft goed onderhandeld en een boel extra’s gekregen. Maar zzp organisaties zaten niet aan tafel, en voor hen worden de eisen strenger. Ik snap de VVD niet, want als je echt wilt opkomen voor die ondernemers, dan hoeft het niet voor die mensen in die hoge torens. Dan gaat het juist over die zzp’ers die dag in, dag uit proberen hun geld te verdienen en die nu keihard worden getroffen.” Marijnissen (SP):” De VVD zakt hier toch wel enigszins door het ijs als ondernemerspartij.” Steun uit onverwachte hoek dus. We zullen zien of deze partijen, als later deze maand en buiten het zicht van de camera’s van de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer, evenveel oog hebben voor de belangen van de zelfstandig ondernemers. Bijvoorbeeld bij het overleg over de vervanging van de Wet DBA. Maar ze hadden, als je de Tozo ziet als steun voor ondernemers, wel een punt. De zelfstandigen komen er bekaaid vanaf ten opzichte van andere ondernemers: De steun is mager en staat – anders dan bij bedrijven – niet in relatie tot het verlies aan omzet. De voorwaarden voor eenmansbedrijven en andere zelfstandigen worden dus wel strenger, maar bij de NOW gaat de uitkering over bedrijven juist omhoog (40% extra vergoeding voor werkgeverslasten ipv 30%). Waarom wordt van zelfstandigen wel verwacht dat ze eigen reserves aanspreken (bijvoorbeeld bedoeld voor pensioen of periodes zonder werk) terwijl die goed gevulde WW potten van werknemers onaangetast blijven? Directeuren groot-aandeelhouders die verzekerd zijn via de sociale verzekeringsregelingen kunnen voor zichzelf wel aanspraak maken op de NOW, maar andere DGA’s (95%) niet (‘ze betalen geen premies’). Terwijl de NOW en de Tozo betaald wordt uit de algemene middelen, niet uit sociale verzekeringskassen. Ook is niet duidelijk of het speciale omscholingsfonds van 50 miljoen ook beschikbaar komt voor zelfstandigen. En als die zzp’ers ondernemers zijn, waarom is er dan geen economische (herstel)agenda voor deze groep en waar is het EZ geluid in de discussie over de andere zzp-dossiers? Dat zelfstandigen ondernemers zijn en dus de gevolgen moeten dragen, is misschien wel te billijken. Maar als later deze maand onderwerpen als de AOV en de vervanging van de Wet DBA ter sprake komen, zal de inconsistentie van de standpunten van zowel de oppositie als het kabinet duidelijk worden. Tozo dan toch bijstand voor werkenden? In de brief aan de Kamer heeft Wiebes het nog over een ander argument voor de aanscherping van de Tozo. Het kwam in het Kamerdebat geheel niet aan bod. “Het uitgangspunt (van de Tozo) is dat de ondersteuning daar terecht moet komen waar die ook het hardst nodig is. Verlenging biedt de mogelijkheid om (…) de regeling nog meer toe te snijden op deze doelstelling.” De Tozo dus als inkomenssteun voor gezinnen die onder het sociaal minimum komen. Een verlengde van de bijstand. De stap om een sociaal vangnet – zonder voorwaarden – op te werpen voor zelfstandig werkenden is op zichzelf een radicale stap van het kabinet. Een trendbreuk ten opzichte van de lijn dat zelfstandigen zelfredzaam (moeten) zijn. De Tozo is tot op heden door 347.000 zelfstandigen aangevraagd. Het kabinet concludeert blijkbaar dat daar de nodige zelfstandigen tussen zitten die een partner hebben met een inkomen van minimaal 1.500 netto per maand. Dat zou goed kunnen. Wanneer je naar financiële buffers van zzp’ers kijkt (gegevens CBS) dan zie je dat voor een grote groep zzp’ers het zzp-inkomen niet het hoofdinkomen is en dat juist kwetsbare zzp’ers met een klein inkomen niet het urencriterium halen en dus geen Tozo kunnen aanvragen. Vanuit dit gegeven lijkt het een veilige veronderstelling dat de Tozo-uitkering deels ook gaat naar mensen die niet onder die 1500 of 1000 euro per maand uitkomen. Is het onterecht dat die hem aangevraagd hebben? Tja. Daar liet geen Tweede Kamerlid zich over uit. In de communicatie is het kabinet er in ieder geval rond Tozo 1 niet heel duidelijk over geweest. Het ontbreken van definities en gegevens maakt beleid onmogelijk. Zie hier het politieke landschap: Een linkse oppositie (daar hoort bij arbeidsmarktdebatten de PVV ook bij) die plots opkomt voor de zelfstandige ondernemer. Een CDA dat strategisch ook haar mond stil hield over de partnertoets. De FvD die zich opvallend genoeg hierover ook niet roerde. Suggesties voor meer maatwerk zijn volgens minister Koolmees technisch onuitvoerbaar. “Zzp’ers staan nergens in een regeling. Die staan nergens met hun inkomens geregistreerd, behalve bij de Belastingdienst en dan alleen maar op basis van het fiscaal loon. We weten dus niet hoeveel uren mensen gewerkt hebben, bijvoorbeeld. (…) We hebben die gegevens niet. Die zijn niet bij het UWV en niet bij de Belastingdienst. Die zijn nergens geregistreerd. We hebben dus geen objectieve, controleerbare, verifieerbare gegevens over de inkomens van zzp’ers.” Een weinig bevredigend antwoord. Het is wel de realiteit. Niemand in de Kamer die van die pijnlijke constatering een punt maakt. Na twee kabinetsperiodes met debatten over het zzp-beleid, moet de minister de treurige conclusie trekken dat gericht zzp-beleid onmogelijk is door een gebrek aan definities, bestanden en data. “En we gaan hier bij de AOV voor zelfstandigen ook tegen aan lopen” voorspelde minister Koolmees in het debat maar alvast. Het meest treurige is dan natuurlijk iedereen – ook de beleidsmakers – dit al jaren weten. Nieuwe kaders Uiteindelijk verandert er niets aan de kabinetsplannen. En – wellicht nog belangrijker – het wordt ook niet duidelijker hoe de politiek met de groep zzp’ers en andere zelfstandigen om wil gaan. Zo ontwikkelt deze discussie zich op een manier die we meestal zien rond zzp-dossiers. Het probleem wordt niet opgelost. Een poging om meer grip op de thematiek te krijgen blijft uit. De uiteenlopende opvattingen van belangenorganisaties helpen hier ook niet bij. Zie bijvoorbeeld hun reactie zondag bij de NOS over dit onderwerp. De Werkvereniging (verontwaardigd) wil dat zzp’ers gelijk worden behandeld als werknemers, FNV Zelfstandigen (bezorgd) wil dat Tozo terecht komt bij hen die echt niet zonder kunnen en ZZP Nederland (stoer) zegt dat hun leden zich niet zoveel zorgen maken en er wel uit komen. Probeer daar als beleidsmakers maar eens een rode draad uit te halen. En zo komt de politiek niet veel verder dan uitspraken die inmiddels wat sleets worden, zoals ‘de zzp’er bestaat niet’. Nu, de zzp’er bestaat natuurlijk wel. 900.000 tot 1,5 miljoen (afhankelijk van welke definitie je gebruikt) – meestal – hardwerkende mensen, van wie het overgrote merendeel zelf voor die positie heeft gekozen. Na 10 jaar verdienen zij – en hun opdrachtgevers – het wel om eindelijk eens duidelijkheid te krijgen over hun positie. Dat vraagt politieke moed, van zowel de coalitie als de oppositie. Wat deze corona-crisis in ieder geval duidelijk maakt, is dat wanneer je iets wil doen voor de minder weerbare zelfstandigen, daar andere kaders voor nodig zijn dan termen als ‘schijnzelfstandigen’ of ‘werken onder gezag’. Immers de ‘klassieke zzp’ers’ (producten, winkels) lijken meer last van de coronacrisis te hebben dan de diensten-zzp’ers. De zzp’ers die voor particulieren werken, hebben het lastiger dan zij die werken voor opdrachtgevers. En zzp’ers met veel korte opdrachten lijken meer omzetverlies te hebben dan de groep zzp’ers met 1 of 2 opdrachtgevers. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags politiek, tozo, wet dba | 7s Reacties