Een vast contract: ideaal of onzin? Geplaatst 6 september 2019 door Roos Wouters Uit tal van onderzoeken zou blijken dat bijna iedereen een vaste baan wil. Zoomen we dieper op die wens in, dan blijkt dat mensen niet zozeer hun leven lang voor dezelfde werkgever willen werken maar dat ze verzekerd willen zijn van een inkomen waarmee ze fatsoenlijk kunnen wonen en hun kinderen een toekomst kunnen geven. Zelf keuzes maken Zoals het nu is geregeld, kunnen veel mensen die zekerheden alleen krijgen via een vaste baan. Maar die vaste baan wordt steeds minder vast en steeds meer mensen willen zelf keuzes maken over hun werk én hun zekerheden. De polderpartijen die hun macht ontlenen aan de status quo, ervaren die ontwikkeling als een bedreiging. Ik zou niet weten waarom er anders zoveel spookverhalen de ronde doen die flexwerkers en zzp’ers in een kwaad daglicht zetten. “Die vaste baan wordt steeds minder vast en steeds meer mensen willen zelf keuzes maken over hun werk én hun zekerheden.” Een van die verhalen gaat over duurzame inzetbaarheid. Naarmate we langer leven en langer doorwerken, wordt duurzame inzetbaarheid belangrijker. De vaste baan zou daar ideaal voor zijn. Maar uit onderzoek van CBS en TNO blijkt dat mensen die voor zichzelf werken juist minder vaak last hebben van burn-out klachten dan werknemers. Ook vinden ze hun werk gevarieerder en willen ze later met pensioen. Juist het gebrek aan autonomie is voor veel zzpers een reden is geweest om voor het ondernemerschap te kiezen. Daarnaast blijkt uit eigen onderzoek van de Werkvereniging dat zelfstandigen juist heel veel doen aan hun duurzame inzetbaarheid – zij het niet via traditionele opleidingen maar door online learning en on the job. Meten met twee maten Een ander verhaal dat zelfstandig werken in een kwaad daglicht zet, is dat het slecht voor de economische productiviteit zou zijn. Werknemers bij bedrijven zouden productiever zijn. De commissie Borstlap, die met een advies bezig is over werk en zekerheid in de toekomst, lijkt daar ook heilig van overtuigd. Maar, hoe wordt die productiviteit dan gemeten? De bijdrage van bedrijven wordt bepaald op basis van de waarde van hun diensten en producten, die van zzp’ers op basis van hun persoonlijk inkomen. Als een zzp’er iets maakt voor een bedrijf en het bedrijf brengt dat op de markt, dan telt een groot deel van de door die zzp’er toegevoegde waarde als productiviteit van dat bedrijf en haar medewerkers. Dat is dus meten met twee maten. ”Werknemers bij bedrijven zouden productiever zijn. Maar, hoe wordt die productiviteit dan gemeten?” Zorgelijk vind ik het dat verhalen als deze een klimaat creëren waarin hardwerkende burgers tegen elkaar worden opgezet op grond van hun type arbeidsrelatie. Daarbij wordt ook nog eens de illusie gewekt dat alles goedkomt als we maatregelen tegen flex en zzp doorvoeren; wanneer zelfstandigen inleveren om een ‘gelijk speelveld’ voor werknemers te creëren: strengere regels voor inhuur, verplichte verzekeringen, en hogere belastingen. Helaas zijn dit allemaal maatregelen die de arbeidsrelaties van vroeger in ere moeten herstellen en wordt er niet gewerkt aan een stelselhervorming waardoor wij in kunnen spelen op de werkelijke uitdagingen van vandaag en morgen. Deze column verscheen eerder op NRClive.nl Geplaatst in ZP en Politiek | Tags WerkVereniging | 5s Reacties
Kennismigrant van buiten de EER in dienst? Dit zijn de voorwaarden Geplaatst 6 september 2019 door Bureau Cicero In onze normen toetsen wij onder andere of arbeidskrachten gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te mogen verrichten. Ingezetenen van de EER (Europees Economische Ruimte) en Zwitserland mogen vrij werken zonder tewerkstellingsvergunning (TWV). Er is immers een vrij verkeer van goederen en diensten. Maar hoe zit het met kennismigranten van buiten de EER? Om kennismigranten in dienst te mogen nemen geldt een aantal voorwaarden: U hebt een arbeidsoverkomst met een werkgever Het overeengekomen loon is marktconform en voldoet minimaal aan de salariscriteria Deze werkgever is een door de IND erkende referent en opgenomen in het openbaar register erkende referenten Voordelen van erkenning als referent Een referent is een organisatie die belang heeft bij het verblijf van een vreemdeling in Nederland. Wanneer u een buitenlandse werknemer aanneemt bent u de referent voor deze werknemer. U kunt voor meerdere werknemers tegelijk referent zijn. Als werkgever kunt u zich bij de IND laten erkennen als referent. Erkenning als referent heeft een aantal voordelen. Om te beginnen behandelt de IND uw aanvragen sneller: op een volledig ingediende aanvraag wordt meestal binnen twee weken beslist. U hoeft bovendien minder bewijsstukken mee te sturen met de aanvraag. Een eigen verklaring dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden is meestal voldoende. Ook kunt u gebruik maken van een speciaal e-mailadres bij vragen en van het Portaal Zakelijk voor het indienen van digitale aanvragen. Is erkenning verplicht? Als u kennismigranten in dienst wilt nemen moet uw organisatie zijn erkend door de IND. Om erkend te worden als referent moet uw organisatie een betrouwbare partner zijn van de IND. Na erkenning wordt uw organisatie vermeld in het openbaar register erkende referenten. Een erkenning is gekoppeld aan een rechtspersoon (met bijbehorend KvK-nummer). Bestaat uw bedrijf uit meerdere rechtspersonen met een eigen KvK-nummer, dan moeten deze alle apart erkend zijn. Erkenning is niet verplicht voor het in dienst nemen van buitenlandse werknemers voor overplaatsing binnen een onderneming (Richtlijn Intra Corporate Transferees 2014/66/EU), arbeid in loondienst, Europese blauwe kaart, lerend werken en seizoenarbeid. Ook is een erkenning niet verplicht voor het in dienst nemen van kennismigranten en onderzoekers met de Turkse nationaliteit. Wat zijn de voorwaarden om erkend IND referent te zijn? Om erkend referent te worden, moet u voldoen aan een aantal algemene voorwaarden voldoen. Uw organisatie staat in Nederland ingeschreven in het Handelsregister. De continuïteit en solvabiliteit van de organisatie is voldoende gewaarborgd. Uw organisatie mag niet failliet zijn of is er sprake van surseance van betaling. Uw organisatie, de bestuurders en andere bij de organisatie betrokken (rechts)personen zijn betrouwbaar. Lees hier de criteria. Een onderneming die zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling of die arbeidskrachten beschikbaar stelt, moet zijn geregistreerd bij de Stichting Normering Arbeid. Leent u personeel uit? Let op de registratieplicht en het SNA-keurmerk! Stelt uw onderneming arbeidskrachten ter beschikking? In andere woorden, leent u personeel uit tegen betaling? Dan moet u dit sinds 1 juli 2012 registreren in het Handelsregister, volgens de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (Waadi). Deze registratieplicht Waadi richt zich niet alleen op uitzendbureaus, maar ook op andere ondernemingen, zoals payroll, en detacheringsbedrijven. Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten kan bedrijfsmatig of niet-bedrijfsmatig zijn. Het SNA-keurmerk is een voorwaarde voor het erkend referentschap van de IND. Ook als u later het uitlenen van personeel toevoegt aan de activiteiten van uw bedrijf moet u SNA-geregistreerd zijn. Ook al is uw organisatie reeds erkend door de IND. Wanneer vraagt de IND om een SNA-keurmerk? Bij uitleenorganisaties met een van de volgende SBI-codes in de kamer van koophandel: 78201 (uitzendbureaus) 78202 (uitleenbureaus) 78203 (banenpools) 7830 (payrolling) Heeft uw onderneming SBI-code 78202, maar leent u alleen personeel uit binnen het eigen concern (intra-concernuitlening)? Dan vraagt de IND geen SNA-keurmerk. Wilt u meer weten over het SNA keurmerk kijk dan hier Auteur: Patrick Tom Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags buitenlandse werknemers, Bureau Cicero, Kennismigranten, SNA-keurmerk, Waadj | Laat een reactie achter
Minister Koolmees houdt vast aan grens van 1 jaar voor opt-out variant vervanging Wet DBA Geplaatst 5 september 2019 door Hugo-Jan Ruts Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) blijft van mening dat een grens van 1 jaar voor de looptijd van de zelfstandigenverklaring belangrijk is om duidelijkheid te verschaffen. Dat stelde hij in reactie op een motie van VVD en D66 om die grens te heroverwegen. Zelfstandigenverklaring De zelfstandigenverklaring is onderdeel van de plannen om de Wet DBA te vervangen. Voor opdrachten met een uurtarief van meer dan 75 euro kunnen opdrachtgever en zelfstandige zo’n verklaring opstellen. Die geeft dan de zekerheid dat er geen arbeidsrelatie is. Het plan is dat zo’n verklaring maximaal 1 jaar geldt en niet verlengd kan worden. Een alternatief is gebruik maken van de webmodule. Die kan ook gebruikt worden voor opdrachten met een tarief onder de 75 euro per uur. In dat geval moeten de partijen een reeks vragen beantwoorden, voordat er een verklaring verkregen kan worden die zekerheid vooraf geeft. Termijn van 1 jaar In het rapport Karakteristieken en tarieven zzp’ers, dat het kabinet liet opstellen, staat dat “slechts een zeer beperkt deel van de groep zzp’ers met hoge tarieven opdrachten (heeft) met een langere doorlooptijd dan een jaar.” Maar het is ook bekend dat interim-managers, projectmanagers en IT’ers vaak opdrachten hebben die langer duren dan een jaar. Het gaat dan bijvoorbeeld om grote verandertrajecten. Motie Dennis Wiersma (VVD) en Steven van Weyenberg (D66) schrijven in hun motie dat in de praktijk ‘veel opdrachten van echte zelfstandigen kunnen uitlopen en langer dan een jaar duren’. Ze vinden het onwenselijk als een echte zelfstandige onnodig wordt geconfronteerd met onzekerheid of een financiële strop, schrijven ze. Daarom verzoeken ze de regering om de zelfstandigenverklaring in sommige gevallen ook langer dan een jaar geldig te maken. ‘Unieke maatregel’ Minister Koolmees voelt daar niet zoveel voor . “De bedoeling van de zelfstandigenverklaring is zekerheid geven aan echte zelfstandigen. Het is een unieke maatregel die veel vrijheid geeft. Maar hij moet wel alleen open staan voor werkenden die een goede positie hebben op de arbeidsmarkt en korte opdrachten doen.” Er moet wel een grens zijn, zo stelt de minister. Anders leidt de verklaring juist tot onzekerheid. Hij wil ook voorkomen dat de regeling gebruikt wordt voor werkenden die geen echte ondernemers zijn. Linkse oppositie principieel tegen zelfstandigenverklaring De linkse oppositie is sowieso tegen de zelfstandigenverklaring. Gijs van Dijk (PvdA) noemt het ‘de bijl aan de wortel van ons sociaal bestel’. PvdA, Groenlinks en SP dienden ook een motie in. Zij roepen de minister juist op de zelfstandigenverklaring helemaal te schrappen. In plaats van de opt-out mogelijkheid, willen deze partijen dat alle zelfstandigen volledig meedoen aan het sociaal stelsel. De Tweede Kamer stemt volgende week over de moties. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags wet dba | 19s Reacties
Zzp’ers inzetten bij ‘wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering’. Kan dat straks nog wel? Twijfels aan uitleg Belastingdienst. Geplaatst 4 september 2019 door Claartje Vogel Mag een zzp’er hetzelfde werk doen als mensen die in loondienst zijn bij de organisatie? En mag hij aan de slag met kernactiviteiten van zijn opdrachtgever? Of werk doen dat een wezenlijk onderdeel is van de bedrijfsvoering? Met deze term, die waarschijnlijk straks in de webmodule staan, probeert de Belastingdienst duidelijkheid te verschaffen over welk type werk door zzp’ers uitgevoerd kan worden. Belastingdienst: ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ wijst op gezag “Doet een zzp’er werkzaamheden die wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering?” Deze vraag staat in het handboek Loonheffingen van de Belastingdienst. Volgens de fiscus zijn werkzaamheden die een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ zijn, een aanwijzing voor gezag. Volgens de fiscus blijkt dat uit eerdere uitspraken van de rechter. Advocaat Boris Emmerig van Holla Advocaten vroeg zich af of dat waar is. Hij ging op onderzoek uit. Wat is een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’? Ten eerste: wat bedoelt de Belastingdienst met ‘een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’? In het handboek staan deze voorbeelden: een chauffeur die rijdt voor een transportonderneming een pizzakoerier die pizza’s rondbrengt bij een pizzaverkoper met bezorgdienst een enquêteur die enquêtes afneemt voor een enquêtebureau fruitplukkers die peren plukken bij een fruitkwekerij Voorbeelden van werkzaamheden die geen wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering: een schilder die wordt ingehuurd om de deuren en kozijnen van bijvoorbeeld een advocatenkantoor te schilderen een ICT-specialist die wordt ingehuurd om een nieuw betalingssysteem bij de plaatselijke bakker te installeren Jurisprudentie Klopt de bewering dat zulke werkzaamheden vaak onder gezag plaatsvinden? Emmerig zocht op rechtspraak.nl op de term “wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering”. Hij vond vijf resultaten, waaronder een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010. Die uitspraak ging over een zzp’er die producten voor haar opdrachtgever verkocht op speelgoedparty’s bij mensen thuis. Speelgoed verkopen is de kernactiviteit van de opdrachtgever, een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering dus. Toch besloot het Hof dat de vrouw dit werk mocht uitvoeren als zzp’er. In de uitspraak staat: ”Voorts valt niet goed in te zien – veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat die werkzaamheden wél een wezenlijk onderdeel van belanghebbende onderneming vormen – waarom die werkzaamheden alsdan niet zonder een gezagsverhouding zouden kunnen plaatsvinden.” Oftewel, volgens de rechter was er geen sprake van een gezagsverhouding en ook niet van schijnzelfstandigheid. De speelgoedverkoper mocht gewoon haar werk doen als zelfstandig ondernemer. Deze uitspraak gaat dus in tegen wat er in het handboek Loonheffingen staat. Nooit gebruikt Advocaat Emmerig vraagt zich af wat de juridische grondslag is van deze beleidsregels. “Het is haast een retorische vraag”, zegt hij. “De Hoge Raad heeft het begrip ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ nooit gebruikt.” Ook in de zaak rondom RTL en Herman den Blijker hield het argument dat de tv-kok programma’s maakte (een kernactiviteit van RTL) geen stand. Emmerig was advocaat van RTL die zaak: “De fiscus legde toen dat nadruk op dit punt. Maar uiteindelijk besloot de rechter dat Den Blijker geen schijnzelfstandige was en als zzp’er mag werken voor RTL.” Onvoldoende wettelijke grondslag Is er dan helemaal geen jurisprudentie die de Belastingleidraad ondersteunt? Emmerig: “Het rechtsgebied sociaal zekerheidsrecht levert 38 treffers op, de laatste in 2011. Het gaat om jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, niet de hoogste rechter in deze.” Er is dus onvoldoende wettelijke grondslag voor de beleidsregel, concludeert Emmerig. “De Belastingdienst moet deze beleidsregel aanpassen”, vindt hij. “En het zou ook niet zomaar mogen terugkomen in de webmodule. Dit is een juridisch vraagstuk, dus het is aan de rechter om te beslissen of dit echt een aanwijzing is voor schijnzelfstandigheid.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags belastingdienst, Boris Emmerig, factcheck, fiscus, Recht, reguliere werkzaamheden, Webmodule, wet dba | 5s Reacties
Faillissement voor contractbeheerder ING-zp’ers TCP Direct. Ook andere zp’ers getroffen. UPDATE. Geplaatst 2 september 2019 door Hugo-Jan Ruts De rechtbank Amsterdam heeft het faillissement uitgesproken voor TCP Direct BV. In deze BV zijn de contractbeheer activiteiten van TCP Solutions onder gebracht. Het bedrijf kwam in het nieuws omdat het zzp’ers die bij ING een opdracht doen, niet meer kon uitbetalen. Nu blijkt het bedrijf ook zzp’ers bij andere organisaties niet meer uit te kunnen betalen vanwege acute cashflow problemen. Pogingen om vers kapitaal aan te trekken om aan de verplichtingen richting zzp’ers te voldoen zijn blijkbaar op niets uitgelopen. De payroll activiteiten van TCP Solutions vallen buiten dit faillissement. Cashflow problemen TCP kwam in de problemen door een forse betalingsachterstand van een klant, uitzender DeGraaf Contracting , voor wie TCP de payrolling deed en waar wel een verplichting ligt om hun payrollers uit te betalen, en door het plots wegvallen van een kredietlijn bij RBS. Het bedrijf heeft de afgelopen twee weken hard gezocht naar een oplossing en was naar verluid onder andere met ING in gesprek om nieuw krediet aan te trekken. Die gesprekken zijn blijkbaar op niets uitgelopen. ING was verreweg de grootste klant voor de zzp-contracting activiteiten van TCP in Nederland. Het bedrijf, met een omzet van ongeveer € 150 mln, bestaat dit jaar 25 jaar. TCP is actief in 12 Europese landen en profileert zich als expert op het terrein van internationale payrollling voor werkgevers, bureaus, flexwerkers en freelancers. De Nederlandse activiteiten maken wel de hoofdmoot uit van de omzet. In de BV waar nu het faillissement over is uitgesproken zitten alleen de contractbeheeractiviteiten in Nederland. Andere activiteiten in Nederland en de buitenlandse activiteiten zitten in andere bedrijfsonderdelen. Ook de payroll activiteiten van TCP in Nederland ondervinden betalingsproblemen en het is lastig om grote klanten aan boord te houden, zegt Evert van der Weijden, eigenaar van TCP tegen het FD. Dat komt onder meer door het verlies van de NEN-certificering, een belangrijk kwaliteitskeurmerk in de branche. ING ING heeft ondertussen verklaard betaling aan de door henzelf ingehuurde zzp’ers te garanderen. De lopende contracten van deze zzp’ers worden overgedragen naar de twee andere contractbeheerders waar de bank al zaken mee doet, namelijk Brainnet en Between. Deze geselecteerde brokers zijn door ING recentelijk gecontroleerd op kredietwaardigheid en de Know Your Supplier-eisen van ING, zo laat de bank weten in een verklaring. “Samen met de nieuwe brokers onderzoeken we hoe we zo snel en efficiënt mogelijk kunnen betalen.” Het is nog niet duidelijk of andere opdrachtgevers die hun contractbeheer bij TCP ondergebracht hebben ook de betalingsverplichtingen aan ‘hun’ zzp’ers gaan overnemen. Een aantal van hen zal, net als ING, TCP al betaald hebben voor de gemaakte uren van de zzp’ers. Maar ook als klanten van TCP nog niet betaald hebben, dan kunnen ze niet zo maar dat geld doorsluizen naar de zzp’ers. Zzp’ers zullen door de curator van TCP nu net zo behandeld worden als andere crediteuren en hebben dus geen voorrang of iets dergelijks bij de afwikkeling van het faillissement. Bij payroll medewerkers ligt dat anders, daar neemt het UWV eventuele salarisverplichtingen over. Lees ook: HELP! Mijn interim bureau is failliet, wat nu? (2011) Experts over zp-dienstverleners: verschillende meningen, maar consensus over noodzaak geldstromen beter te volgen Geplaatst in Professioneel inhuren | 4s Reacties
Experts over zp-dienstverleners: verschillende meningen, maar consensus over noodzaak geldstromen beter te volgen Geplaatst 2 september 2019 door ZiPredactie Deelnemers aan het deskundigen-interview naar aanleiding van de onrust rondom TCP zijn: Ron Bosma (zelfstandig consultant, voorheen diverse directiefuncties bij Randstad), Frederieke Schmidt Crans (secretaris Bovib, directeur Het Flexhuis), Gusta Timmermans (eigenaar Recruitment Builders, voorheen Global Head of Talent Acquistion ING), Denis Maessen (tot vorige week voorzitter PZO-ZZP, zelfstandig consultant, lid SER), Rob de Laat (consultant M&A bij IRIS CF, voormalig oprichter-eigenaar Staffing MS), Josien van Breda (voorzitter Platform ZZP-dienstverleners) en Hugo-Jan Ruts (uitgever-hoofdredacteur ZiPconomy). De zp-dienstverlener ligt door de ontwikkelingen momenteel onder een vergrootglas. Het FD spreekt bijvoorbeeld over een razendsnelle wildgroei aan flexmakelaars. Is het begrip ‘razendsnelle wildgroei’ terecht? Ron Bosma: “Ik denk dat het niet iets is van de laatste tijd. Die rol groeit al vier tot vijf jaar en ligt nu onder een vergrootglas. Voor opdrachtgevers is het de afgelopen jaren steeds complexer geworden om de groeiende inhuur van zelfstandigen goed te organiseren en dienstverleners stappen in om die opdrachtgever te ondersteunen. Aan de ene kant gaat het om de grote dienstverleners als Randstad en Manpower met MSP-concepten en aan de andere kant breiden traditionele brokers die al decennia lang actief zijn hun dienstenpakket uit. Die markten groeien gestaag naar elkaar toe. De negatieve berichtgeving nu wordt meer veroorzaakt door incidenten dan door een wildgroei aan dienstverleners.” Frederieke Schmidt Crans Frederieke Schmidt Crans: “Er is wel groei. Dat komt vooral door de groeiende behoefte aan ondersteuning bij de organisatie van inhuur. Je ziet ook dat de volumes omhoog gaan en dat er consolidaties zijn die leiden tot groei van de partijen zelf, maar je kunt niet spreken van een wildgroei aan partijen, daarvoor is de materie te complex. Het is geen activiteit die je vandaag bedenkt en morgen gaat doen. Het is echt een vak en het is onze verplichting dat vak goed en betrouwbaar uit te voeren.” Negatieve berichtgeving wordt meer veroorzaakt door incidenten dan door een wildgroei Gusta Timmermans: “Nee, dat begrip herken ik niet. Ik heb zeker niet het idee dat er ineens veel bedrijven bij gekomen zijn. Je kunt ook niet spreken van wildgroei. Het is echt een vak. Je hebt natuurlijk veel verschillende vormen van dienstverlening, maar dat werkte voor mij als opdrachtgever juist goed. Het is voor opdrachtgevers ideaal dat ze één rekening krijgen en dat daarachter alles wordt verdeeld.” Denis Maessen Denis Maessen: “Deze dienstverlening is gegroeid en heeft ruimte gekregen bij afwezigheid van duidelijkheid in wet- en regelgeving. De ruimte die is gegund aan partijen om alle ondersteunende processen te outsourcen en liefst de risico’s ook te outsourcen, heeft geleid tot de situatie waar we nu staan. Organisatiekundig is het vrij simpel: Concerns sturen op hun core business en alles wat niet core is gaat naar buiten, inclusief de risico’s. Dat biedt kansen voor allerlei partijen.” Rob de Laat: “Nee, het idee alsof opeens allerlei partijen ergens inspringen klopt niet. Ik denk dat de markt juist de afgelopen jaren steeds meer geprofessionaliseerd is. De suggestie dat het een grote cowboybende is waar iedereen aan de slag kan gaan wil ik verwerpen. Er worden nu heel makkelijk zwarte pieten uitgedeeld naar serieuze bedrijven. En je merkt dat er veel geroepen wordt over dingen waar men onvoldoende verstand van heeft, zowel vanuit de journalistiek als de politiek. Ik vind het kenmerkend dat zelfs een gerenommeerde krant als het FD onvoldoende analyse doet van wat het probleem echt is.” Josien van Breda: “De forse groei van het aantal zp’ers heeft ook geleid tot meer behoefte aan bemiddeling, risico- en contractmanagement en het tijdig betalen van zp’ers. Daar bieden zzp-dienstverleners toegevoegde waarde door zp’ers en opdrachtgevers te ontzorgen. Dat gaat echter zeker niet altijd goed, bijvoorbeeld als een flexmakelaar financieel zijn zaak niet op orde heeft of alle risico’s op de zp’ers afwentelt. Wildgroei of niet, niemand zit te wachten op de groei van dit soort flexmakelaars.” Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts: “Ik zou ook niet spreken van razendsnelle wildgroei. De ontwikkeling van deze branche is ook niet puur te linken aan het afdekken van de compliance-risico’s als gevolg van de huidige wet- en regelgeving. ING ging al 12 jaar geleden aan de slag met het outsourcen van onderdelen van het inhuurproces. Aanleiding was vooral de toename in het aantal zp’ers waarmee de bank ging samenwerken en de behoefte om grip te hebben op die inhuur. De groei van het aantal zp-dienstverleners is ook een direct gevolg van de toenemende behoefte aan het inzetten van tijdelijke specialisten, een groeiend aantal zzp’ers en schaarste aan talent.” Hoe beoordeelt u het functioneren cq. de rol van de branche van intermediaire dienstverleners (MSP’s, brokers) in het totale speelveld opdrachtgever – leverancier – opdrachtnemer? Ron Bosma: “De intermediair heeft in veel situaties toegevoegde waarde. Grote multinationals krijgen het zelf niet voor elkaar om hun inhuur goed te organiseren. Zowel nationaal maar zeker ook internationaal zie je dat de groei van dergelijke dienstverlening aan opdrachtgeverskant gigantisch is. Er is wel een verschuiving gaande. Na 2010 kwamen we net uit de crisis en ging het heel erg om beheersing, compliance en kostenbesparing. Drie jaar geleden zag je het omslagpunt. We kwamen in een situatie van grotere schaarste op de arbeidsmarkt en bedrijven gingen zich meer richten op de vraag waar ze het juiste talent vandaan halen. Vanuit de behoefte uit de markt zie je allerlei nieuwe diensten ontstaan als freelance management tooling en marktplaatsen. Doordat de markt aan die behoeftenkant groeit en traditionele brokers ook werving en selectie gaan doen groeien de diensten naar elkaar toe. Waar voorheen iedere partij een specifieke dienst aanbood binnen het geheel gaan we nu meer de kant uit van een stapeling van diensten en totaalpakketten en een denken vanuit integraal tijdelijk talent management.” Frederieke Schmidt Crans: “In relatief korte tijd zijn er grote stappen gemaakt in positionering en professionalisering. Zoals in veel branches zie je een veranderende markt en een uitbreiding van de dienstverlening. Doordat er nog wel eens diffuse definities worden gebruikt is de positionering soms lastig, maar zeker niet onvolwassen. Vanuit de partijen zelf is vier jaar geleden de behoefte ontstaan om een keurmerk te ontwikkelen zodat er ook een norm voor de intermediaire rol ontstaat. Ook met een keurmerk ondervang je niet ieder incident. We kunnen er mogelijk wel van leren. Het blijft een branche in ontwikkeling, met name door wet- en regelgeving en een veranderende arbeidsmarkt. Maar ook door de behoefte vanuit de opdrachtgever om processen efficiënter in te richten en focus te houden op business en kosten. Dat is niet een eenmalige oefening, maar een nieuwe manier van werken en organiseren. En dat moet zo professioneel mogelijk.” We kunnen de markt echt nog wel wat slimmer maken Gusta Timmermans Gusta Timmermans: “Vanuit werkgeversperspectief zie ik vooral efficiency en gemak. Als organisatie ben je op zoek naar een bepaalde capaciteit. Van daaruit ga je als bedrijf kijken wie je nodig hebt en hoe je de processen zo goed mogelijk kunt organiseren. Sommige bedrijven kiezen ervoor om zelf te werven en de administratie onder te brengen bij een broker, andere organisaties besteden ook de werving uit. Het is van alles wat; toen ik aan opdrachtgeverszijde werkte was het ook van alles wat, dat maakt de processen efficiënter. Als het gaat om de mate van volwassenheid van de branche, vind ik het nogal versnipperd op dit moment. Aan de ene kant heb je bedrijven als Randstad en Brainnet; dat zijn gewoon goed georganiseerde bedrijven die commercieel zijn en goed meedenken met de klant, maar aan de andere kant heb je eenpitters die je een RPO verkopen; soms zijn dat gewoon individuele recruiters met tien mensen in hun bestand. In het algemeen komen bedrijven nog te vaak met gefragmenteerde vragen en niet met een structurele aanpak. We kunnen de markt echt nog wel wat slimmer maken.” Denis Maessen: “Ik vind deze branche wankel. Het is gelegenheidsbusiness, het is geen steady business. Het is niet bouwen aan iets wat fundamenteel gaat bijdragen aan de infrastructuur van het maatschappelijk verkeer van organiseren van arbeid. Degene die zegt dat dit een fundamentele verbetering van de waardeketen is, is het echt kwijt. Ben ik tegen het intermediair in het algemeen? Nee hoor, ik zie heus wel meerwaarde voor de intermediaire rol, maar niet in versnipperde partijen die op deelaspecten zitten. Als je het hele brede spectrum van HR overziet, dan is een broker die met hele kleine marges een opzichzelfstaande business gaat draaien wankel en kwetsbaar.” Rob de Laat Rob de Laat: “De branche is best volwassen. Je ziet brancheorganisaties ontstaan die gericht zijn op die intermediaire rol. De branche is misschien wel volwassener dan de wet- en regelgeving. Zo’n Wet Arbeidsmarkt in Balans sluit onvoldoende aan bij de behoefte van opdrachtgevers en bij hoe de arbeidsmarkt zich ontwikkelt. Opdrachtgevers vragen vervolgens aan de intermediairs ‘Organiseer het voor mij’. Het wordt dan uitgelegd als afschuiven, maar het zijn juist deze partijen die weten hoe je met de wet- en regelgeving moet omgaan.” Hugo-Jan Ruts: “Ik vind het te kort door de bocht om de hele branche als opportunistisch weg te zetten. Als je kijkt naar de cyclus van volwassenwording van het inhuurbeleid van bedrijven dan begint het bij chaos en eindigt het bij een vorm van total talent management. Een goede contractbeheerder die gespecialiseerd is in de administratie rond inhuur stelt organisaties juist in staat om dat proces te doorlopen zodat ze ook stapsgewijs weer meer rechtstreeks zaken kunnen gaan doen met zelfstandigen. Natuurlijk leveren niet alle dienstverleners de kwaliteit die je als opdrachtgevers en als zelfstandige mag verwachten. Prijsdruk zal daar een rol in spelen. Het besef dat goed opdrachtgeverschap past bij verantwoord ondernemen en besturen moet hoger op de agenda komen. Inclusief wat dat betekent voor de keuze van leveranciers.” Wat moeten en kunnen de betrokkenen – leverancier en opdrachtgever – doen om incidenten a la TCP te voorkomen? Wat kunnen we er collectief van leren? Ron Bosma Ron Bosma: “Ik vind dat er nog te weinig assessment is. Contracten worden vaak voor een periode tussen de drie en vijf jaar afgesloten. Ik vind dat de inlener er uiteindelijk verantwoordelijk voor is om de juiste partner te kiezen en om regelmatig te monitoren of de gekozen partner nog steeds de juiste is. Ik zou als opdrachtgever veel meer verantwoordelijkheid nemen en regelmatig assessments doen: Doe ik nog zaken met de juiste partij? Is de solvabiliteit voldoende? Het is verder natuurlijk risicovol dat dienstverleners businessmodellen mixen. In dit geval is het ING die de dupe is van het feit dat TCP een probleem heeft met De Graaf. Je zult als leverancier moeten zorgen dat je individuele klantbelangen beter geborgd zijn. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om te borgen dat financiële stromen binnen een kanaal blijven en niet daar buiten terecht komen. Oormerk het geld maar: Dat wat via ING binnenkomt is ook uitsluitend bestemd voor de dienstverlening en zp’ers van ING. Als opdrachtgever zou ik dat ook vragen: Hoe borgen jullie dat het geld dat bestemd is voor de ingehuurde zp’ers ook gegarandeerd bij die zp’ers terechtkomt?” Frederieke Schmidt Crans: “Ik denk dat je met een keurmerk en uitbreiding van de financiële paragraaf meer controle kunt hebben over de financiële stromen van partijen. Het hanteren van normen en controle zijn essentieel voor deze branche. Tegelijkertijd: TCP heeft het keurmerk gehaald en het is de vraag of we dit hadden kunnen ondervangen. Het is rondom deze zaak nog lastig om conclusies te trekken, daarvoor is er nog te weinig bekend over ieders rol. Voor de opdrachtgever is het belangrijk dat hij zicht heeft op de betaalstromen. Ik kan me voorstellen dat een opdrachtgever daar grip op wil hebben: Wat gebeurt er met mijn geld op het moment dat ik betaal, blijft dit binnen hetzelfde kanaal en is dit geborgd. Minstens zo belangrijk, wat doe je bij een niet of te laat betalende opdrachtgever” Gusta Timmermans: “Tegen de opdrachtgever zou ik zeggen: Zorg dat je minimaal drie partijen hebt en ga vragen naar hun verdienmodel en hoe ze het geregeld hebben als er minder cashflow is. Stel die vragen voordat je iets inkoopt. De prijzen zijn ook een issue. Soms zijn de marges zo laag dat je je af kunt vragen wat de business case is. Door de Wet DBA wordt een hoger serviceniveau van de broker verwacht, maar wat kan hij bieden als de prijs niet is aangepast? Ik snap dat veel bedrijven zo laag mogelijk willen inkopen, maar de vraag is wel of je de ingehuurde zp’er daarmee een dienst bewijst. We moeten het met elkaar doen. Ik kan als opdrachtgever niet zonder mijn brokers en ik kan niet zonder mijn zp’ers. Dat betekent dat we ook goed met elkaar de dialoog moeten aangaan. Ik zou de brokers aanraden om goed met de opdrachtgever te kijken naar de relatie tussen de prijzen en de service die ze kunnen bieden en dat ook te monitoren. Ga met de opdrachtgever in gesprek en vraag op tijd meer als dat nodig is om kostendekkend te opereren. Hier ligt ook een rol voor de Bovib. Zeg vanuit de Bovib ‘Het moet echt anders’ en kom met richtlijnen die de leverancier helpen als hij met de opdrachtgever aan tafel zit.” Contractmanagement moet losgetrokken worden van voorfinancieren. Denis Maessen: “Wat mij enorm verbaast is dat ik niemand hoor over bestuurlijke verantwoordelijkheid en de rol van toezichthouders. Dat is echt key. De toezichthouder van ING stuurt alleen op financial performance. De manier waarop die dienstverlening in mootjes is gehakt klopt toch niet? Het is toch voorspelbaar dat er dingen fout gaan als je partijen laat meedoen die zulke kleine marges maken? Er wordt volgens mij overigens aan twee kanten geld verdiend. Als je er bij de bank 10.000 mensen uitgooit om te downscalen volgens target en daarna er 3.000 weer als zelfstandige inhuurt ben je jezelf en de toezichthouder toch aan het foppen? Ik snap overigens wel dat die bestuurder zo zijn targets haalt voor zijn bonus. Toezichthouders zouden daar veel harder in moeten zijn. Ook de accountant van TCP en de bestuurders van TCP moeten zich achter de oren krabben. Voor mij zou dat de belangrijkste les moeten zijn: Toezichthouders op partijen waar grote financiële belangen draaien moeten ook de verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke impact.” Rob de Laat: “Wat er bij ING en TCP is gebeurd laat zien dat de intermediair die in de geldstroom gaat zitten en daarin gaat voorfinancieren kwetsbaar is, gezien de grote bedragen waarover het gaat. Contractmanagement moet losgetrokken worden van voorfinancieren. De waarde moet meer zitten in de beheer- of regierol dan in het opvangen van het gat tussen het betaalgedrag van de opdrachtgever en het zorgen dat de zp’er op tijd betaald wordt.” Josien van Breda Josien van Breda: “De branche is in ontwikkeling en heeft behoefte aan een waarborg. Dat bieden wij als Platform voor zp’ers, opdrachtgevers en ZZP-dienstverleners. Zo hebben wij als Platform ZZP dienstverleners samen met PZO het initiatief genomen tot de Code Goed Opdrachtgeverschap en doen wij voorstellen om de NEN te versterken op het punt van de betalingsverplichtingen en financiële zekerheid. Op dit moment is het vooral belangrijk dat je gezond kritisch moet zijn met wie je in zee gaat. Een organisatie met volledige NEN-certificering voor zzp-dienstverlening, die óók de Code van Goed Opdrachtgeverschap gebruikt, biedt meer (financiële) zekerheid dan welk branchekeurmerk dan ook.” Hugo-Jan Ruts: “Organisaties moeten partijen waarmee ze samenwerken meer als partner zien. Als ze denken dat dat niet lukt moeten ze afscheid nemen van die samenwerkingspartner. Feit is dat het probleem bij ING en TCP nu juist niet hier lag. Ik denk wel dat het belangrijk is om veel beter te onderzoeken hoe het geld geoormerkt kan worden. Afspraken die ervoor zorgen dat het geld dat een leverancier ontvangt van een opdrachtgever alleen voor zelfstandigen van die opdrachtgever kan worden bestemd zouden een belangrijke positieve stap zijn. Het zou goed zijn als de brancheverenigingen hier het voortouw nemen. Als ze zelf niet aan de slag gaan komt er een moment dat de politiek het oppakt.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags compliancy, goed opdrachtgeverschap, zp-dienstverleners | 1 Reactie