Maandelijkse archieven: januari 2018

VNO/NCW: ‘Stel handhaving nieuwe privacywet jaar uit’. Ook inhuurwereld lijkt nog niet klaar.

De Autoriteit Persoonsgegevens moet de nieuwe privacywet na invoering op 25 mei aanstaande niet direct handhaven, maar haar capaciteit juist inzetten op voorlichting en ondersteuning van (mkb-)bedrijven. Dat schrijven VNO-NCW en MKB-Nederland in een brief aan de Tweede Kamer .

De nieuwe privacywetgeving is volgens de werkgeversorganisaties complex en ingrijpend. Veel kleine bedrijven zijn volgens hen nog onvoldoende op de hoogte en er is nog te veel onduidelijkheid over de concrete toepassing van de wet. ‘Wij pleiten daarom voor gefaseerd toezicht. Uiteindelijk is de samenleving gebaat bij een brede en zorgvuldige implementatie.’

Nog veel onduidelijk

Binnen de inhuur-wereld lijken de grote HR dienstverleners een heel eind op weg met het implementeren van de AVG. De vraag is wel of dat ook voor kleinere partijen geldt. En daar waar grotere bedrijven in hoofdlijnen wel klaar zullen zijn voor de nieuwe privacy regels, is de indruk dat rond inhuur van externen en recruitment van vast personeel er nog wel het nodige te doen is. Dit zijn juist activiteiten waar natuurlijk veel met persoonsgegevens gewerkt wordt.

Met name rond specifieke situaties rond solliciteren of  bij het reageren op interim-opdrachten ontbreekt het nog aan gerichte informatie vanuit de overheid. Wat mag nu wel en niet met een CV of een portfolio-document van een zelfstandige? Wat is nu de intentie van de regelgeving en wat is nog praktisch uitvoerbaar? Soms lijken regels bijvoorbeeld niet in het belang van kandidaten. Het volledig ter beschikking kunnen stellen of overdraagbaar moeten maken van alle communicatie in een procedure lijkt schier onmogelijk.

In die zin is de oproep van VNO-NCW wel te begrijpen. Hooguit met de opmerking dat het bedrijfsleven wel wat laat wakker is geworden richting de datum van 25 mei 2018. Die was twee jaar geleden immers al bekend.

  • Lees meer over de AVG/GPDR & inhuur externen in dit speciale ZiP-dossier  
  • Zie de ZiPagenda voor diverse voorlichtingsbijeenkomsten over dit onderwerp. 
Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Van Weyenberg (D66): ‘We kunnen ons geen tweede fiasco zoals de Wet DBA veroorloven’

De Wet DBA is mislukt omdat de uitvoering ervan is onderschat, stelt auteur en inhoudsdeskundige Joop der Weduwen. Vandaag overhandigde hij het eerste exemplaar van zijn boek Vogelvrij verklaard. Het arbeidsrecht van de zzp’ers. Hoe en waarom de freelancer verdwijnt” aan D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. “Het Haags geheugen is te kort. Dat visies veranderen is prima. Maar de poppetjes met zicht op het verleden wisselen te vaak.“

“Lessen uit het verleden zijn natuurlijk belangrijk”, zo reageerde Van Weyenberg. “Daarom neem ik dit boek ook met plezier en interesse in ontvangst. Een van de lessen uit dit boek is dat je niet alleen met belangenorganisaties moet praten, maar je breed moet oriënteren. Ook met inhoudelijke experts en met wie in de praktijk met de wet te maken krijgt.”

Tempo en zorgvuldigheid

D66-Kamerlid Steven van Weyenberg neemt boek ‘Vogelvrij Verklaard’ van Joop der Weduwen in ontvangst.

“De Wet DBA is mislukt en moet van tafel” zo herhaalde Van Weyenberg nog maar eens bij de boekpresentatie. “Maar we moeten ook eerlijk zijn en erkennen dat het een ingewikkelde zoektocht is. De scherven die er nu liggen zijn niet eenvoudig te lijmen. Ik begrijp de roep uit de markt om snel duidelijkheid te geven. Ook vanuit de Kamer hebben we de regering gevraagd tempo te maken. Maar het moet ook zorgvuldig. We kunnen ons geen tweede fiasco als de Wet DBA veroorloven.”

Draagvlak bij belangenorganisaties, de kennis van experts en afstemming met wie in de praktijk met regels moet gaan werken, dat is echt nodig, aldus Van Weyenberg. “In het regeerakkoord staat een heldere lijn”, zegt hij. “Wie bewust kiest voor het ondernemerschap moet niet te veel in de weg gelegd worden. Maar wel met een ondergrens qua tarief. De zelfstandige moet in staat worden gesteld een bepaald minimumtarief te kunnen verdienen. Onder dat tarief moet een werkgever iemand gewoon in loondienst nemen.”

‘Wéér een lapmiddel’

Der Weduwen ziet het werken met tariefgrenzen als wéér een nieuw lapmiddel. “Die benadering geeft de markt weer allerlei mogelijkheden om eronderuit te komen. Er is een meer fundamentele aanpak nodig. Spreek eerst uit dat er positieve behoefte is aan freelancers. Neem dat als uitgangspunt en pas daar het arbeids-, fiscaal- en ondernemingsrecht op aan.“

Zodra het belang van freelancers erkend wordt, komt ook de oplossing dichterbij, zo verklaarde Der Weduwen in een eerder interview op ZiPconomy al.

Een degelijk fundament

Het kabinet verkent of zelfstandigen via invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek kunnen krijgen in het Burgerlijk Wetboek. Van Weyenberg denkt dat zo’n stap een degelijk fundament kan geven, waarmee de positie van zelfstandig ondernemers verhelderd en verstevigd wordt. “De eigen keus van een zelfstandige om ondernemer te willen zijn moet daarbij het uitgangspunt zijn. Zonder dat de zelfstandige vogelvrij verklaard wordt.”

“Deliveroo-case is duidelijk: dat is géén ondernemerschap”

Het kabinet heeft aangegeven dat het denkt twee jaar nodig te hebben om de Wet DBA te vervangen. Ondertussen wordt de Wet DBA niet gehandhaafd. Van Weyenberg is niet bang dat opdrachtgevers daar massaal misbruik van gaan maken. “Evident kwaadwillenden moeten stevig aangepakt worden. Rond de maaltijdbezorgers van Deliveroo is de Kamer heel duidelijk geweest. Niemand gelooft dat die bezorgers echt ondernemers zijn. Daar moet je dan ook een stokje voor steken.”

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | 5s Reacties

3 manieren om freelancers meer betrokken te krijgen. Drijfveren en motivatiefactoren in kaart gebracht.

Betrokkenheid is tegenwoordig een belangrijk thema in veel organisaties. Maar opvallend genoeg richten de HR-inspanningen zich daarbij vaak met name op de vaste medewerkers. Zelfstandigen worden hierbij nogal eens over het hoofd gezien. Ten onrechte, constateren Jon Younger en Alvaro Oliveira.

Drijfveren

Zij interviewden vorig jaar honderden (Amerikaanse) freelancers, verspreid over allerlei branches en sectoren. De belangrijkste vraag daarbij was wat het was dat ervoor zorgde dat ze hun werk als ‘betekenisvol’ zagen. Daaruit kwamen zes verschillende drijfveren naar voren, melden de onderzoekers in Harvard Business Review:

  • Vooruitgang (status en verantwoordelijkheid)
  • Autonomie (onafhankelijkheid, keuzevrijheid en flexibiliteit)
  • Balans (tijd voor wat echt belangrijk is, plezier én prestatie)
  • Dienstverlening (maatschappelijke contributie, de wereld beter maken)
  • Variëteit (nieuwe mogelijkheden om professioneel te leren en te groeien)
  • Gemeenschap (het gevoel ergens bij te horen)

Veel freelancers blijken er bijvoorbeeld sterk aan te hechten zelf hun tijd in te kunnen delen, aldus de onderzoekers. Ze waarderen het dat ze zich niet (of in elk geval: minder) hoeven bezig te houden met kantoorpolitiek, maar wel ‘eigenaarschap’ van hun eigen werk ervaren. Voor elke zelfstandige speelt een andere mix van de bovengenoemde drijfveren, concluderen de onderzoekers.

Motivatie

Maar wat ze organisaties die met freelancers werken wel adviseren: zorg dat je de motivatie van je freelancers kent en probeer daar zoveel rekening mee te houden. Hoe? Op drie manieren:

  1. Vraag het ze, nog voor ze beginnen

Nog voordat een freelancer de opdracht aanvaardt, kun je als organisatie vragen naar wat de condities zijn waaronder hij of zij het liefste werkt. Vaak komt daar uit dat zelfs een heel klein beetje flexibiliteit al veel verschil kan maken voor de betrokkene.

  1. Geef mogelijkheden de taak zelf vorm te geven

Job sculpting (ook wel job crafting genoemd) is een methode die mensen de mogelijkheid geeft een rol of opdracht zo vorm te geven dat hij beter aansluit bij de eigen ervaring, vaardigheden en voorkeuren. Dit concept is natuurlijk net zo goed toepasbaar voor freelancers als voor voltijds medewerkers, aldus de onderzoekers.

Freelancers die erg op persoonlijk resultaat gefocust zijn, zullen bijvoorbeeld gemotiveerder raken van het idee dat ze hun resultaten op een conferentie mogen presenteren dan van een hoger uurtarief.

  1. Geef meer specifieke feedback

Hoe je mensen betrokken houdt? Het begint en eindigt altijd met één specifieke en simpele opdracht: praat met ze. Het is de belangrijkste taak van managers in een organisatie: zorgen dat mensen naar tevredenheid hun werk kunnen doen. Dus zou de opdrachtgever niet alleen feedback moeten geven over de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht, maar ook moeten vragen naar de tevredenheid van de freelancer zelf, zeggen de onderzoekers. Dat past in het kader van goed opdrachtgeverschap, zeggen ze. Vraag bijvoorbeeld in hoeverre je als organisatie de juiste condities schept voor de freelancer om zijn of haar werk het beste te kunnen uitvoeren.

Met een groeiend aantal zelfstandigen en een steeds krappere arbeidsmarkt is dat geen overbodige luxe, aldus de auteurs. Meer aandacht voor de tevredenheid van je freelancers kan volgens hen niet alleen ervoor zorgen dat de beste mensen ook bij je blijven, het kan ook ertoe leiden dat ze vaker voor jou kiezen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

‘Ook freelancers verdienen een betere vacaturetekst’

Vraag een gemiddelde recruiter wat het belangrijkste middel is om kandidaten over de streep te trekken, en dikke kans dat hij of zij als eerste de vacaturetekst noemt. Die tekst moet mensen aanspreken, uitdagen, verleiden, en tegelijk niet méér beloven dan hij kan waarmaken. De tijden van de droge opsomming van vereisten en voorwaarden onder elkaar – ‘wij vragen’ en ‘wij bieden’ – lijken voorbij.

Wie zich nu wil onderscheiden op de arbeidsmarkt, trekt meer uit de kast en denkt eerst goed na over de opzet en inhoud van deze belangrijke eerste boodschap naar een potentiële kandidaat.

Niet uitgaan van je eigen behoefte

Opvallend genoeg lijkt die ontwikkeling de wereld van flexibel werk nog min of meer voorbij te gaan. Een gemiddelde opdrachtomschrijving is, anders dan een vacature voor vast personeel, nog zelden geschreven met de doelgroep voor ogen. Het lijkt nog vaak te gaan om het zoeken van de ‘economisch meest voordelige aanbieding’, alsof het om kantoormeubilair gaat. Dat constateert ook Annemarie Stel, adviseur arbeidsmarktcommunicatie én zelfstandige.

‘Het gaat om mensen’, zegt ze. ‘Je moet daarom niet alleen van je eigen behoefte uitgaan, maar ook nadenken over de redenen waarom mensen voor een baan/werkgever of opdracht/opdrachtgever kiezen. Wat je hen op jouw beurt te bieden hebt. Daar zitten de belangrijkste argumenten om iemand over de streep te trekken. Schrijf dat vervolgens uitdagend, wervend op: “Dit is wat hier gebeurt. We hebben jouw hulp nodig om de toekomst vorm te geven. Daar steek jij ook veel van op.”’

Alleen maar eisen en verwachtingen opsommen? ‘Van mij mag het, hoor. Maar je verhaal wordt veel sterker als je ook duidelijk maakt wat iemand daarvoor terugkrijgt. Dat is voor iedereen anders, maar ik denk dat het bij de meeste zp’ers vooral om drie dingen gaat:

  • Kan ik hier mijn professionaliteit kwijt?
  • Is dit een klant waar ik voor wil werken?
  • Krijg ik hier een goed tarief?

En dat laatste niet alleen om er zoveel mogelijk geld uit te halen, maar ook als bewijs dat hun professionaliteit wordt gewaardeerd.’

Altijd eerst de intake

Elke vacature of nieuwe opdracht moet beginnen met een goede intake, zegt Stel. En dat is voor haar in feite: een zoektocht naar de juiste woorden, liefst zo concreet en specifiek mogelijk. ‘Een zin als “Draagt bij aan het beleid van de afdeling”, daar kan ik niet veel mee en de sollicitant ook niet.’

Omschrijf in normaal Nederlands wat iemand moet gaan doen en waarom. Dat is niet de uitputtende lijst uit de officiële functiebeschrijving. Houd het bij de drie belangrijkste dingen die iemand moet doen en besteed ook aandacht aan zaken als sfeer en cultuur, raadt ze aan. En beperk jezelf tot maximaal drie of vier bolletjes voor de harde eisen, de echte knock-outcriteria, zoals opleiding of aantal jaren ervaring.

‘De rest – de zachte eisen, vaardigheden – kun je beter in tekst schetsen. Leg daarbij uit wat je bedoelt. ‘Stressbestendigheid’ of ‘bestuurlijke sensitiviteit’ zijn zonder context loze begrippen. Zeg liever iets als: “Je beseft dat bouwen in de stad altijd een afweging van vele belangen is en daar kun jij goed mee omgaan”. Dat is concreter, maar maakt ook duidelijk waarom een eis wordt gesteld.’

Doelgroep, doelgroep, doelgroep

En vraag je dus af wat je doelgroep nodig heeft om een beslissing te nemen. Welke argumenten nodig zijn om iemand over de streep te trekken.

Toen Stel voor een grote gemeente werkte, kreeg ze een vacaturetekst onder ogen voor de werving van handhavers. Er werd maar matig op gesolliciteerd. ‘De tekst begon met een verhaal over leefbaarheid en sociale cohesie en zo. Heel belangrijk, maar daar was de doelgroep – in elk geval op dat moment – niet erg in geïnteresseerd. Toen ik ook de arbeidsvoorwaarden, zoals toeslagen in het weekend, duidelijker maakte, aangaf dat op kosten van de gemeente een BOA-opleiding kon worden gevolgd en een werkdag van een handhaver beschreef, ging het beter. In de eerste week leverde het in elk geval 85 reacties op.’

Stel haalt een quote aan van Antonin Scalia, wijlen lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof:

‘I think there is writing genius as well – which consists primarily, I think, of the ability to place oneself in the shoes of one’s audience, to assume only what they assume, to anticipate what they anticipate, to explain what they need explained, to think what they must be thinking, to feel what they must be feeling.’

‘Mooi he? Dit is voor mij de kern van elke goede vacaturetekst – verplaats je in je lezer. Of het nou een vaste medewerker is, of een flexibele kracht. Dat maakt niet uit.’

BNR Werkverkenners en de ideale vacaturetekst

Wervingstekst interim zzp opdracht

 

 

In een uitzending van BNR Werkverkenners  gaat presentator  Rens de Jong vanavond (van 19:00-19:30 uur) mee de hulp van Japke-d. Bouma, Manus Aa en Jalbert Kuijper op zoek naar de ideale vacaturetekst.

 

 

 

(tekst: Peter Boerman) 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Opdrachtverlenging? Tarief omlaag! Hoe logisch is dat eigenlijk?

Inflatiecorrectie

In de wereld van interim-professionals gaat het vaak heel anders. Vroeger brachten enkele freelancers nog weleens een ‘inflatiecorrectie’ bij hun opdrachtgevers ter sprake. Maar inflatie is tegenwoordig behoorlijk laag. En dat in combinatie met de tarievendruk die velen de afgelopen jaren gevoeld hebben, zorgt ervoor dat een jaarlijkse verandering van het tarief vaak achterwege blijft.

Een tarief spreek je af voor een project. Vrij traditioneel meestal nog per gewerkt uur of een afgeleide daarvan. Als de hoogte van het tarief al ter sprake komt, dan is dat meestal bij een verlenging van een opdracht. Hard bewijs heb ik daar niet voor, maar mijn beeld is dat het dan eerder omlaag gaat dan omhoog. Merkwaardig misschien; bij werknemers gaat het loon immers ook nooit omlaag.

Maar misschien is het ook wel niet zo heel raar. Een belangrijke component in de opbouw van een tarief van een interim-professional is ‘onzekerheid’ en ‘discontinuïteit’. De periodes tussen opdrachten zitten ingeprijsd in je tarief. Of althans, zo zou het moeten zijn. Wordt een opdracht verlengd, dan heb je minder onzekerheid en geen discontinuïteit. Een wat lager tarief voor een wat langere opdracht, dat is voor veel zelfstandigen dus niet onlogisch. Analyses van zzp-tarieven door de Intelligence Group toont ook wel een voorzichtige correlatie tussen de duur van de opdracht en dat lagere tarief.

Omgekeerd is er ook best een lans te breken voor het argument dat als een opdracht verlengd wordt, je blijkbaar je werk goed doet en dat daar een zekere prijs tegenover mag staan.

Toeval of niet

Mijn beeld is dat verandering van het tarief gedurende de opdracht in veel situaties eerder van toeval afhangt (wie durft het gesprek erover aan te gaan?) dan van bewust beleid. En dat is toch wel merkwaardig.

Boekenkasten zijn er vol geschreven over ‘beloningsbeleid’. Het is een onderwerp waarmee hele teams professionals en externe adviseurs zich bezighouden. Het leidt tot ingewikkelde modellen en salarishuizen. Maar zelden is er iets omtrent een beloningsbeleid voor externen. Ja, sommige organisaties hebben een tarievenbeleid, maar dat is toch vaak vanuit een ‘inkoop-gedachte’. Iemand in vaste dienst kost ‘dit’, dus een interimmer mag ‘dat’ kosten.

Variabele beloning

Bij beloningsbeleid gaat het vaak om de – al dan niet terechte gedachte – dat een bepaalde beloning ook bepaald gedrag uitlokt. Ik deed eens een opdracht bij een grote HR-dienstverlener. Die hadden een zeer gevarieerd salarishuis, met grote verschillen tussen functies en functieniveaus. Met daarbij ook veel individuele incentives. Alle externen – die vaak net zulke uiteenlopende taken en verantwoordelijkheden hadden – kregen echter allemaal hetzelfde. Wel zo duidelijk, was het idee. Maar toch opvallend dat je van de ene groep wel verwacht dat beloning effect heeft op het gedrag en dat je bij de andere groep (die was bij deze organisatie ongeveer net zo groot) juist het tegenovergestelde doet.

De visie omtrent die beloning, en zeker het stuk variabele beloning, is de afgelopen jaren duidelijk trouwens verschoven van ‘individuele beloning’ naar meer ‘team-beloning’. Niet meer de individuele presentatie telt, maar die van het team of de gehele organisatie. Een reactie op de afgelopen crisis, aangejaagd door de financiële instellingen.

Individuele prestaties

Dat geeft dan weer meteen nog een andere dimensie op dit onderwerp. Als een interimmer al een bonus of presentatiebeloning krijgt (en dat komt heel weinig voor), dan is dat meestal op basis van de individuele prestatie. Ik ken alleen ASML als voorbeeld van een grote opdrachtgever waar zelfstandigen en andere flexwerkers meedeelden in een winstuitkering.  Toch eens een punt om over na te denken, zeker in situaties waarin die teams zelden nog bestaan uit uitsluitend werknemers.

Dat een hoger salaris nauwelijks effect heeft op de prestaties, zeker bij wie ruim boven modaal verdient, lijkt een gegeven. Waardering uitspreken, feedback geven en uitdagend werk blijken grotere motivatiefactoren. Ik geloof ook niet dat de gemiddelde interimmer ineens harder gaat werken als het tarief omhooggaat.

Natuurlijk ligt er wel een relatie tussen ‘waardering’ en ‘hoogte van het tarief’. Opdrachtgevers die keihard onderhandelen over het tarief, wetende dat de interimmer bepekte keuzemogelijkheden heeft, krijgt de rekening heus wel op een andere manier gepresenteerd. Bijvoorbeeld nu de markt, althans in veel sectoren, weer razendsnel draait van een vragersmarkt (opdrachtgevers in the lead) naar een aanbiedersmarkt (waar interimmers meer bepalend zijn). En realiseer je, beste opdrachtgevers, dat een interim professional net wat zakelijker denkt dan een gemiddelde werknemer. Van schouderklopjes kun je immers geen brood kopen.

Heldere communicatie

Salaris, of voor interimmers: het tarief, is vooral een hygiënefactor, zo maakt Kilian Wawoe (oud-ABN Amro-HRmanager en nu docent en wetenschapper) nog maar eens duidelijk in een recente uitzending van BNR Werkverkenners over ‘belonen’. Het werkt niet zozeer als motivatiefactor, maar kan wel een bron van onvrede zijn. Fatsoen. Transparantie. Voorspelbaarheid. Een eerlijk tarief. Snel betalen.  Voorspelbaarheid door duidelijk te zijn over je beleid.

Er zijn organisaties die een vast beleid hebben dat het tarief na elke drie maanden een aantal procenten omlaag gaat. Als prikkel, zowel naar de opdrachtgevers als naar de interimmer, om ervoor te zorgen dat opdrachten niet te lang duren. Daar kan en mag je van alles van vinden. Door het vooraf helder te communiceren – en met een fatsoenlijk beginbedrag te starten – weet wel iedereen waar hij of zij aan toe is.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 3s Reacties

‘Zodra het belang van freelancers erkend wordt, komt ook de oplossing dichterbij’

Als je Joop der Weduwen iets níet kunt verwijten, is het dat hij niet zou weten waarover hij praat. Al ruim 30 jaar is de jurist namelijk op allerlei manieren bezig met het onderwerp ‘zelfstandigen’ en de beoordeling van arbeidsrelaties.

Dat het onderwerp bepaald complex is, dat hoef je hem dus ook zeker niet te vertellen. Dat merkte hij al toen hij ooit werkte bij het Lisv, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, dat later opging in het UWV en daar verantwoordelijk was voor dat dossier. En dat is het nog steeds, merkte hij de afgelopen jaren als juridisch adviseur. ‘Toen ik in 2015 ineens het woord ‘modelovereenkomst’ hoorde vallen, en daarna de hele worsteling rond de Wet DBA zag, dacht ik eventjes: hé, we zijn weer terug in de jaren 80.’

Het oude vuur weer boven

Het hele ‘gedoe’ rondom de Wet DBA bracht het oude vuur weer in hem boven. Hij besloot over het onderwerp te gaan bloggen en besloot eind 2016 zelfs om er een boek over te gaan schrijven. ‘Ik wilde vastleggen wat we in al die tijd meegemaakt en geleerd hebben. Hoe is de BV Nederland omgegaan met het fenomeen ‘zelfstandigheid’? En ik wilde wat ideeën opperen hoe het dan wel zou kunnen.’

De plannen van het nieuwe kabinet, Rutte III, zorgden even voor vertraging in de verschijning van Vogelvrij verklaard, het boek dat nu officieel 17 januari gepresenteerd wordt. Maar door nog een flink hoofdstuk over de meest recente voorstellen op te nemen, is het boek wel actueel en urgent, hoopt Der Weduwen. ‘Er is nog steeds een ernstig structureel probleem rondom zelfstandigen. En dat terwijl freelancers een noodzakelijk gegeven zijn voor een soepel draaiende economie. Het wordt tijd dat we dat beseffen en het probleem dus oplossen.’

Drie assen

Het ‘probleem’ speelt zich in grote lijnen af langs drie assen, constateert Der Weduwen. Aan de ene kant hebben we het arbeidsrecht, aan de andere het fiscale recht, en dan hebben we ook nog de sociale zekerheid. Samen vormen ze het ‘oerdegelijke fundament’ onder de arbeidsmarkt. Maar tegelijkertijd zijn ze ‘onderling fundamenteel verschillend’.

Dat leidt tot een heuse ‘systeemclash’, schetst de auteur in zijn boek, omdat niet alle drie systemen via dezelfde criteria beoordelen of iemand zelfstandige is of niet en – de andere kant van de medaille: of iemand als werknemer aan te merken is of niet.

En dan wordt het in de praktijk dus lastig, zeker als ook de werkelijkheid nog eens snel verandert. En dat doet-ie, aldus Der Weduwen. Bedrijven bestaan steeds korter, en worden ook vaak snel groter en kleiner. Zonder flexibele schil, en zonder freelancers, loopt dat onherroepelijk in de soep.

Geen nieuw fenomeen

Die zelfstandige freelancer is overigens bepaald geen nieuw fenomeen, schetst hij in de meer humoristische passages van zijn boek. In 1850 was nog ongeveer de helft van de beroepsbevolking als zelfstandige aan te merken, 50 jaar later nog ongeveer een kwart. Dat is nog altijd bijna het dubbele van wat het nu is.

En wie wist eigenlijk dat we de naam ‘freelancer’ te danken hebben aan Sir Walter Scott, de schepper van Ivanhoe? Hij introduceerde het begrip ‘vrije lans’ voor een Middeleeuwse huursoldaat, die dus niet voor één opdrachtgever werkt. Pas veel later raakte de term in zwang voor iedereen die zich liet inlenen. Waarmee ook meteen het dilemma duidelijk werd: werknemer? Of toch niet?

Harde grens is nodig

Met dat dilemma kampen we nu dus nog steeds, aldus Der Weduwen. Met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld premie-inning, arbeidsrechtelijke bescherming en fiscale opbrengsten. Het is ook een dilemma waar je niet zomaar kunt uitkomen, zegt hij. Je kunt weliswaar een goede indicatie krijgen van iemands status (door bijvoorbeeld te kijken naar de bedoeling van partijen, hun achtergronden, de theoretische indeling van het werk, de duur en omvang van hun relatie, de afgesproken beloning en de inhoud van het contract), maar een harde grens trekken? Dat is met al die criteria lastig.

En juist die harde grens is nodig, aldus de auteur. Als minste van alle kwaden kiest hij daarom voor duur van de relatie als onderscheidende factor. Is de opdracht minder dan 1 jaar? Dan is het nooit vreemd om van een zelfstandige te spreken zegt hij. Is de opdracht langer dan 2 jaar? Dan zal niemand meer over een freelancer spreken en ligt een werknemerschap in de rede. In de periode van 1 tot 2 jaar spreekt Der Weduwen van een ‘hybride opdrachtnemer, met rechten gerelateerd aan die van een werknemer’.

Of het ervan komt?

Een overzichtelijk en eenduidig systeem, snel en handig in te passen, voor iedereen begrijpelijk, en bovendien goed te handhaven, noemt Der Weduwen dit systeem.

Maar of het ook zover komt? Tja, hij loopt al lang genoeg mee om te weten dat het zo makkelijk vast niet gaat. Maar, zegt hij: ‘Ik ben tevreden als een paar mensen na het lezen van het boek zeggen: nou begrijp ik het. Politiek, opdrachtgevers, freelancers. De Belastingdienst misschien. Als mijn boek een bijdrage heeft geleverd aan inzicht, ben ik al blij. Want inzicht is de eerste stap naar een oplossing, altijd.’

Het boek ‘Vogelvrij verklaard’ is hier verkrijgbaar.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 7s Reacties