Maandelijkse archieven: november 2014

Steeds meer uitzendondernemingen bemiddelen zzp’ers

Meer dan 60% van de uitzendondernemingen die zijn aangesloten bij de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) bemiddelt zzp’ers of geeft aan dat binnenkort van plan te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek dat de ABU onder zijn leden hield. Een groot deel van de ondernemingen verwacht problemen rond het nieuwe wetsvoorstel Wet Beschikking geen loonheffing (BGL) wat tot minder inzet van zzp’ers leidt. 

zzp door abu
“Bemiddelt u ZZP’ers of bent u van plan dat te gaan doen?”

42% van de ABU-leden geeft aan op dit moment zzp’ers te bemiddelen en 19% van hen laat weten dat op dit moment nog niet te doen, maar is komend jaar wel van plan bemiddeling van zzp’ers als dienstverlening aan te willen bieden. De top 6 van vakgebieden waarin zzp’ers die door ABU-leden worden bemiddeld werken, zijn technisch (40%), bouw (27%), projectmanagement (19%), gezondheidzorg (19%), transport/logistiek (17%) en IT/software development (15%).

Bemiddelaar

De bureaus treden met name op als bemiddelaar tussen opdrachtgever en de zzp’er en bieden daarnaast meestal administratieve ondersteuning. Ruim een derde biedt dienstverlening in de vorm van advies, werving & selectie, vakbekwaamheid en opleiden. Als het om dienstverlening door de uitzendorganisatie gaat, hebben de zzp’ers met name behoefte aan opdrachten, snelle betaling en administratieve ontzorging. Opdrachtgevers hebben volgens de uitzendbureaus behoefte aan een goede matching van vraag en aanbod, risicodekking en eveneens administratieve ontzorging.

Minder zzp’ers

Het merendeel van de bureaus is van mening dat de VAR goed functioneert. Uitzendbureaus verwachten problemen als gevolg van de voorgestelde Wet Beschikking geen loonheffing (BGL).  Bijna 40% verwacht dat de BGL gaat zorgen voor minder inzet van zzp’ers. Bijna een derde (31%) denkt dat de BGL meer zekerheid zal bieden voor de opdrachtgever, maar ruim een kwart (27%) denkt dat dit juist niet zo is. Ook verwacht 31% duidelijk meer administratieve lasten na invoering van de BGL.

Jurriën Koops, directeur van de ABU: “Als het parlement volgende maand over de BGL en het IBO-onderzoek (Interdepartementaal Beleidsonderzoek) naar zzp komt te spreken, dan hoop ik dat ze de discussie willen verbreden. De ABU pleitte eerder dit jaar in het statement Naar een beter werkende arbeidsmarkt voor een bredere studie naar de aansluiting van het sociale stelsel bij de (toekomstige) flexibele arbeidsmarkt. Dat vraagt naar ons idee een bredere aanpak dan alleen een studie naar de (fiscale) kosten en baten van de zzp’er.”

Ondersteuning

Aanleiding voor het onderzoek was dat de ABU signaleerde dat een toenemend aantal bureaus als actief intermediair optreedt voor zzp’ers. Dat leidt in de praktijk tot steeds meer vragen aan de ABU. Dat geeft al aan waarom het merendeel van de ABU-leden het een goed initiatief vindt als de branchevereniging ondersteuning gaat bieden op gebied van zzp-bemiddeling. Het gaat desgevraagd om juridische ondersteuning, productontwikkeling (o.a. voorbeeldcontracten), kwaliteit en lobby.

Het gehele onderzoek kunt u hier vinden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

PZO voorzitter Esther Raats over afschaffing zelfstandigenaftrek: ‘Kabinet is spoor bijster’

deadendDe afgelopen tijd doen er weer geluiden de ronde over het afschaffen van de zelfstandigenaftrek. Het Kabinet zou plannen hebben om de ondernemersfaciliteiten, waaronder de zelfstandigenaftrek, in te dammen. Minister Dijsselbloem van Financiën (PvdA) gaf in een interview aan dat hij denkt dat er veranderingen nodig zijn in het beleid rondom zzp’ers.

Opnieuw werd ik door media, waaronder BNR, gevraagd het standpunt van PZO-ZZP uiteen te zetten. Uiteraard legde ik uit waarom de zelfstandigenaftrek moet blijven! Hierbij heb ik verwezen naar de 66.000 handtekeningen die samen met andere ZZP organisaties vorig jaar zijn verzameld voor een petitie die de politiek moest overtuigen dat de ondernemersfaciliteiten hard nodig zijn voor zzp’ers. ZZP’ers ondernemen, moeten zelf zorgen voor oudedagsvoorziening en voorzieningen treffen voor het geval van arbeidsongeschiktheid en/of leegloop tussen opdrachten. Om dit mogelijk te maken staat de zelfstandigenaftrek jaarlijks bij de zzp’er in de boeken. Niet als douceurtje zoals sommige zeggen. Nee, als voorziening voor zzp’ers om een buffer op te bouwen voor onder andere voornoemde situaties.

Veranderingen nodig

Natuurlijk ben ik het met het Kabinet eens dat er veranderingen nodig zijn omtrent het beleid voor zzp’ers. Een eigen plek in het stelsel is precies wat er nodig is. Deze grote groep werkenden moet gefaciliteerd worden in plaats van gehinderd. In vrijheid een bijdrage aan de Nederlandse economie kunnen leveren en zorgen dat opdrachtgevers hun flexibele schil adequaat kunnen invullen. En voor wie het nog niet zeker weet; zzp’ers zijn geen verkapte werknemers en willen dat ook niet zijn!

Laat duidelijk zijn dat PZO-ZZP tegen schimmige constructies is, in de volksmond schijnzelfstandigheid genoemd. Punt is dat de overheid de oplossing voor het fenomeen schijnzelfstandigheid zoekt bij de grote groep zzp’ers. Dat is niet wenselijk want het zijn niet de zzp’ers die voor problemen zorgen, maar vooral de huidige wetgeving voldoet niet meer aan deze tijd. Het aannemen van vaste medewerkers is voor bedrijven een potentieel hachelijke zaak.

Flexibiliteit hard nodig

Laatst sprak ik met de eigenaar van een middelgroot adviesbureau met ongeveer 20 medewerkers in dienst. Fijn voor hen is dat de omzet weer aan het groeien is. Een broos herstel na jaren bikkelen om de omzet ten gevolge van de crisis overeind te houden. De eigenaar van het bureau werkt graag met zzp’ers. Waarom vroeg ik. Het antwoord: “Meer flexibiliteit, hogere productie, hogere kennis en kunde en last but not least minder risicovol dan het aantrekken van nieuwe medewerkers. Twee jaar doorbetalen van een vaste medewerker in geval van ziekte, nee dat risico kan en wil ik niet nemen.” Deze werkwijze herkent u vast en geldt voor alle branches en sectoren. Flexibel en met zo min mogelijk risico’s ondernemen is het credo!

De zzp’er is daarentegen gelukkig met dit type opdrachtgevers. De zzp’er wil zijn of haar kennis bij opdrachtgevers inzetten en zelf kiezen waar en wanneer men werkt. Het blijkt dat 90% van de zzp’ers bewust kiest voor ondernemerschap. De zelfstandigen- en de startersaftrek zijn absoluut geen aanleiding om te beginnen met zzp-schap, zo blijkt uit onderzoek.

Kabinet visieloos

Wanneer het Kabinet de zelfstandigen- en startersaftrek laat vervallen, mist men het doel waarvoor deze voorzieningen ooit zijn opgetuigd; simpelweg nu zzp’ers niet te vergelijken zijn met werknemers waardoor andere fiscale regelingen gepast zijn en zzp’ers in staat worden gesteld om met goede buffers aan de slag te gaan. Voorzieningen die maatschappelijk van enorm belang zijn. Het voorkomt uitholling van het sociale stelsel waardoor de zelfstandigen- en startersaftrek dus geen voordeeltje voor hardwerkende zzp’ers zijn, maar een investering voor de Nederlandse maatschappij. Tel daarbij op dat juist de zzp’ers met relatief lage resultaten het hardst gestraft worden mocht deze maatregel alsnog ingevoerd worden. De politiek lijkt het spoor dan echt bijster.

Als voorzitter van PZO-ZZP pleit ik langs deze weg voor het behoud van de zelfstandigen- en startersaftrek. Ik vraag het Kabinet te kiezen voor een krachtige hernieuwde visie voor Nederland met daarbinnen een eigen plek voor zzp’ers en zorgvuldig maatregelen op deze nieuwe visie af te stemmen.

Esther Raats-Coster,  voorzitter PZO-ZZP

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 3s Reacties

ZP’ers pesten of Goed Opdrachtgeverschap? Tijd voor een goed gesprek.

Een storm aan nieuws over zzp’ers de laatste weken. Over maatschappelijke thema’s, regels en belastingen.  Belangrijk. Grootste zaken. Maar  laten we – opdrachtgevers en opdrachtnemers – ons daar ook niet achter verschuilen en vooral met elkaar zorgen dat het een beetje goed gaat rond het inhuren en inzetten van zelfstandige interim professionals.  Tijd voor een goed gesprek, bijvoorbeeld op het ZiPconomy seminar. 

Zelfstandigen hot item

De zelfstandige professional (a.k.a. zelfstandig ondernemer, freelancer, interimmer, zzp’er, zipper) is de afgelopen week niet van het beeldscherm af te slaan. Nadat deze nieuw ontdekte minderheid binnen de Nederlandse bevolking wel erg nadrukkelijk aandacht kreeg in de Miljoenennota, wordt  menig blog en krantenartikel gevuld met meningen, visies en proefballonnetjes. Een discussie die niet zelden ook echt de karakteristieken heeft van een discussie over een minderheid: veel aannames, veel vooroordelen, veel slachtoffergedrag, veel  ‘redders’ die zeggen het beste met ze voor te hebben maar zelf niet tot die  minderheid behoren en waarbij – dat hoort er tegenwoordig ook bij- stevige uitspraken niet gemeden worden ( ‘Voor de meeste zzp’ers is geen duidelijke reden aanwijsbaar waarom zij maatschappelijke meerwaarde hebben ten opzichte van werknemers’, van het CPB is nog een milde variant).

Meest actueel in deze discussie zijn bijna technische onderwerpen als de vervanging van de VAR door de BGL en afschaffing van fiscale voorzieningen voor zp’ers (met name de startersaftrek en de zelfstandigenaftrek). Onderliggend gaat het om veel fundamentelere zaken als individuele vrijheid (‘ik bepaal zelf wel hoe ik mijn ‘maatschappelijk meerwaarde’ invulling geef’) en een krakend sociaal economisch stelsel dat nog gebaseerd is op een tweedeling van werkgevers en werknemers. Waarmee de politieke gevoeligheid over het zzp-dossier binnen de coalitie ook maar gelijk is aangegeven (een kabinet dat valt over het zzp-dossier, dat zou pas echt een zzp-revolutie zijn…) Voor de PvdA  is schijnzelfstandigheid een groot punt, zeker daar waar schijnzelfstandigheid met oneigenlijk gebruik van mogelijkheden en fiscale voorzieningen reguliere laag betaalde banen op het spel zetten (deels traditionele achterban). Daarbij ligt voor de VVD het belemmeren van individuele vrijheid en zeker ondernemerschap natuurlijk gevoelig.

BGL gaan niet door; zelfstandigheidsaftrek gaat verdwijnen

Ik ga hier niet alle al reeds aangevoerde ins- en outs rond deze discussie (of discussies) herhalen.  Ik wil me wel wagen aan een voorspelling waar dit – in ieder geval – op de korte termijn heen gaat. Met name als het gaat om de VAR/BGL en de starters/zelfstandigheidsaftrek. Dat niet gevoed vanuit mijn eigen opvattingen, maar wel vanuit inschatting van wat politiek haalbaar is.

Om te beginnen denk ik dat de BGL niet op korte termijn ingevoerd gaat worden. Althans niet met de webmodule. Het maatschappelijk draagvlak ontbreekt geheel Belangrijker is dat het het probleem van de schijnzelfstandigheid niet oplost (punt voor de PvdA). BGL is niet verplicht (net zo als de VAR niet verplicht is). Wanneer de Belastingdienst intensievere controles wil gaan uitvoeren via de BGL vult een ieder die moedwillig schijnconstructies wil opzetten die module simpelweg niet in. Daarbij kan de webmodule een operationeel drama worden (zowel qua ict, als afhandeling bezwaarschriften) wat Wiebes zijn kop kan gaat kosten (punt voor de VVD), los nog van de administratieve lastendruk opdrachtgevers en opdrachtnemers (ook punt voor VVD).

Een intensievere – sectorgewijs – controle op schijnzelfstandigheid ligt veel meer voor de hand. Wat zeker te verwachten is dat (een van de basispunten van de BGL) de   medeverantwoordelijkheid voor opdrachtgevers steviger wordt.

De starters- en zelfstandigheidsaftrek gaat veranderen. Dat lijkt me ook wel een uitgemaakte zaak.  Je hoort geen VVD kamerlid meer zeggen dat die zelfstandigheidsaftrek moet blijven. De huidige systematiek van de zelfstandigheidsaftrek, namelijk een vast bedrag  veroorzaakt bij lagere omzetten (lees: lage tarieven) voor grote fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers die vergelijkbaar werk doen. Wat de PvdA een doorn in het oog is (zie de schijnzelfstandigen). Het zo maar afschaffing van de aftrek is ondoenlijk. De aftrek meer omzetafhankelijk maken helpt de PvdA  bij hun doelstellingen,  zonder dat het de VVD (midden/hogere inkomens) al te veel last bezorgt.

En dan weer verder…

De discussie over het sociale zekerheidstelsel en pensioen? Werkgroep hier, SER advies daar. Lange termijn, daar gaat dit kabinet niets meer mee doen. Verwacht ik. Dan hooguit nog een discussietje of je als ZP’er nu een kerstpakket moet krijgen of geven en we kunnen weer over tot de orde van de dag.

Ik wil dit hele debat niet bagatelliseren. Er zijn misstanden met schijnzelfstandigen waar iets aan gedaan moet worden.  Er lopen zelfstandige professionals rond die al jaren bij eenzelfde opdrachtgever werken en nauwelijks als ondernemer aan te merken zijn. Er zal een nieuwe balans moeten komen in het sociale zekerheidstelsel. Maar om van gestructureerd zzp-pesten te spreken gaat me wat ver.  Bovenstaande maatregelen zullen – als het inderdaad zo uitpakt – het gros van de zelfstandige professionals niet tot nauwelijks raken.

Goed opdrachtgeverschap, goed opdrachtnemerschap

Dat wil niet wil zeggen dat er geen aanleiding is voor ‘een goed gesprek’. Over hoe we met elkaar omgaan in de wereld van flexibele arbeid. Er gaat veel goed in die wereld waar organisaties graag flexibel willen zijn en structureel zp’ers willen inhuren en er tegelijkertijd flinke aantallen professionals zijn die heel bewust en overtuigd er voor kiezen om als zelfstandig ondernemer (zonder personeel) op de arbeidsmarkt te opereren Maar het kan nog veel beter.  Zodat we nog meer halen uit de kracht van flexibele organiseren en uit de kracht van zelfstandige professionals. Er is nog zo veel onbenut potentieel.

Dat is geen item voor de politiek, maar een gesprek tussen opdrachtgever(s) en opdrachtnemer(s). Bilateraal (jij en ik) en collectief.

Wat zijn de moderne verhoudingen tussen opdrachtgevers en de externen (opdrachtnemers)? Hoe kan je als organisatie je opdrachtgeverschap zo invullen dat het de effectiviteit van de inzet van interim professionals vergroot? Hoe kan je nog het onbenut potentieel onder zelfstandige professionals aanboren? Hoe willen interim professionals zelf goed opdrachtnemerschap in vullen? Wanneer we dit soort vragen weten te beantwoorden maken we een forse stap vooruit. Zowel in effectiviteit (goed voor iedereen) als in het verduurzamen van de zp-markt.  Dat laat je zien dat het werken met, en het werken als zelfstandig professional daadwerkelijk zowel onmisbaar is als meerwaarde heeft.

Seminar

Nu goed. Een mooier moment voor ons seminar over Goed opdrachtgeverschap van volgende week (niet geheel toevallig bij de SER) had ik me haast niet kunnen bedenken. We gaan weer  hard richting een volle zaal met 200 deelnemers (ja, er zijn nog enkele plaatsen te verkrijgen…). Met in de zaal een prachtige diversiteit en kwaliteit. Dat wordt een goed gesprek!

Aanwezig zijn een groot aantal managers, HR/recruitment-managers en inkopers. Van ‘inleners’ als banken, verzekeraars, energiebranche, industrie, telecom, ministeries, andere (semi)overheden, zorg, onderwijs maar ook het MKB (een deel van hen doet mee met het onderzoek Goed opdrachtgeverschap van Univ Tilburg en ZiPconomy). De aanwezige organisaties huren  – zo schat ik in – met elkaar jaarlijks voor 1 tot 2 miljard aan externe professionals in, uitgezonderd uitzendkrachten.

Een flink deel van dat bedrag gaat ‘door de boeken’ van de aanwezige bemiddelingsbureaus, MPS en andere service providers, die allemaal ook hun rol en verantwoordelijkheid hebben rond dit thema.

Verder zijn er belangenorganisaties en beleidsmakers (van/voor zp’ers en van opdrachtgevers). Onafhankelijke experts en wetenschappers op het terrein van organisatieontwikkeling, recruitment, HR en inkoop, waaronder een flink deel van de auteurs die hier op ZiPconomy regelmatig van zich laten horen.

En natuurlijk zelfstandige professionals. Zij die graag willen delen hoe zij tegen goed opdrachtgeverschap én goed opdrachtnemerschap aankijken.

Een goed gesprek dus volgende week. Onder de dynamische leiding van dagvoorzitter Kamran Ullah. Met inbreng van Farid Tabarki, Aukje Nauta, Arjan van den Born (over zijn onderzoek). De drie beste masterstudenten van het afgelopen jaar. Een jury (Roos Wouters, Ronald Dekker, Kor de Jonge, Marien Kwant),  Mirjam Brink van ONL. Genoeg uiteenlopende inzichten. En natuurlijk gaan we uitgebreid gebruik maken van alle (eigen)zinnigheid en ervaring die in de zaal zit.

Ik heb er zin in.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

“Dansend naar de toekomst”. Nieuw boek met perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland

dansend naar de toekomstHet boek Dansend naar de toekomst’ van Roger Lenssen en Karin Manuel beschrijft een perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland. Daarbij blikken de auteurs in eerste aanleg terug in de tijd, beschrijven ze vervolgens de positie van zelfstandigen vandaag en kijken ze vooruit door een toekomstperspectief te schetsen.

Ontwikkelingen vanuit perspectief organisaties en zelfstandige professional  

Sinds de jaren ’90 is het aantal zelfstandigen aanzienlijk toegenomen. Het is een heterogene groep. Het boek zoomt in op de zelfstandige professional, de professional die vanuit intrinsieke motivatie een eigen onderneming is gestart, zijn of haar expertise (specialty) omzet in een unieke propositie en weet te vertalen naar concrete diensten die waarde toevoegen. Echter, niet iedere zelfstandige professional is even succesvol. Het boek gaat in op de factoren die in dat verband van belang zijn en beschouwt dat tegen de achtergrond van maatschappelijke ontwikkelingen. De auteurs zetten de zelfstandige professional af tegen de professional in loondienst en laten zien dat de verschillen tussen beide niet onder één noemer zijn te scharen. Ook gaan zij in op een nieuwe trend: de hybride professional. Dat is de professional die deels in loondienst werkt en daarnaast een eigen business heeft. De auteurs belichten de voor- en nadelen ervan vanuit zowel het perspectief van organisaties als van de hybride professional zelf.

In de aanloop naar de blik op de toekomst belichten de auteurs een aantal relevante ontwikkelingen. Zij beschouwen de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt per sector en/of branche. De auteurs gaan in op de factoren die daaraan ten grondslag liggen en geven van daaruit aan wat die betekenen voor de positie van de zelfstandige professional in de nabije toekomst. De rol van de wet- en regelgeving in relatie tot de positie van de zelfstandige professional op de arbeidsmarkt komt ook uitgebreid aan bod. Verder schetsen de auteurs het belang van de opkomst van sociale netwerken voor de positionering en de speelruimte van de zelfstandige professional op de arbeidsmarkt. Ook gaan zij in op de (opkomende) samenwerkingsvormen van zelfstandige professionals onderling om een sterkere positie op de arbeidsmarkt te verwerven.

Toekomst

Voor wat betreft het toekomstperspectief geven de auteurs aan dat het meer en meer van belang wordt om als organisatie ook de verschillende flexibele arbeidsvormen te omarmen, de mogelijkheden tot los-vast verbanden met professionals nadrukkelijker te organiseren en te betrekken in de planning van de arbeidscapaciteit voor morgen en overmorgen. Zij beschrijven dat de rol van HRM in organisaties andere accenten krijgt, namelijk de arbeidscapaciteit te organiseren, daarin te investeren en uiteindelijk te consolideren. Het organiseren van arbeidscapaciteit in de toekomst vereist strategische personeelsplanning over de grenzen van het traditionele werknemerschap heen. HRM dient oog te hebben voor een gezonde balans tussen permanente en flexibele arbeidskrachten en richt zich bij de planning niet alleen op menskracht in loondienst, maar betrekt ook ‘near employees’, overige zelfstandigen en uitzendkrachten daarin.

Om talenten te binden, zal de organisatie het faciliteren van hun ontwikkeling hoog in het vaandel moeten hebben staan en daarin voortdurend moeten blijven investeren. Daarbij gaat het niet alleen om kennis, maar vooral ook om de ontwikkeling van vaardigheden en attitude in relatie tot de eisen en wensen op de arbeidsmarkt. Die eisen en wensen zijn al lang niet meer puur functiegericht, maar hebben een meer ‘werelds’ karakter gekregen. Ongeacht de functie en de aard van de arbeidsverhouding is het steeds belangrijker sociaal vaardig te zijn. De business-modellen van de toekomst drijven immers op samen werken en samen creëren. Niet alleen de relaties tussen (zelfstandige) professionals en de organisaties zijn daar meer en meer op geënt. Ook in de relaties tussen de zelfstandige professionals onderling is het aan de orde.

Life-skills: duurzame relaties kunnen opbouwen

Het sociaal vaardig zijn, is vertaald in life-skills. Dat zijn skills die nodig zijn om duurzame relaties op te bouwen ongeacht de context en de veranderingen die zich daarin voordoen. De auteurs denken daarbij aan visieontwikkeling, initiatief nemen, communiceren, netwerken, samenwerken en reflecteren. Dat zijn volgens hen de skills die nodig zijn om duurzaam inzetbaar te zijn ongeacht de context of levensfase. Tot slot is het van belang dat HRM hun arbeidscapaciteit consolideren door duurzame arbeidsrelaties aan te gaan over de grenzen van de eigen organisatie heen.

Dat betekent dat HRM het contact met de (zelfstandige) professionals onderhoudt, ook als zij de organisatie (tijdelijk) hebben verlaten. Op die manier houdt HRM in het oog of en in welke rol een (zelfstandige) professional terug kan komen in de organisatie en biedt daartoe ook de mogelijkheid (als de organisatie dat wil op basis van eerdere ervaringen met de betreffende persoon). HRM krijgt daarmee de rol van ‘connecter’. Dat betekent dat de HRM-er goed de weg moet weten in diverse netwerken en zich daarin, als verlengstuk van zijn organisatie, effectief weet te bewegen oftewel vertrouwen in de organisatie/werkgever onder de (zelfstandige) professionals creëert teneinde hen duurzaam te binden. Voor HRM wordt relatiemanagement belangrijker dan ooit!

Rol van manager word veelzijdiger

De auteurs geven verder aan dat de rol van de manager in de organisatie veelzijdiger wordt dan nu al het geval is. De manager heeft dan immers te maken met medewerkers in loondienst én met een aanzienlijk aantal arbeidskrachten die op basis van een flexibele relatie met en voor hem werken. Dat zijn niet alleen zelfstandige professionals, maar ook gedetacheerden en uitzendkrachten. Organisaties worden steeds meer hybride en daar zal de manager van de toekomst mee moeten kunnen omgaan. Hij moet niet alleen in staat zijn direct mensen aan te sturen, ook moet hij kunnen sturen op afstand, want hij werkt immers in toenemende mate met mensen die niet direct onder zijn ‘span of control’ vallen. Bovendien neemt de diversiteit in (culturele) achtergronden, generaties en ontwikkelingsfasen onder de arbeidskrachten verder toe. Dat betekent voor de manager dat hij, nog meer dan nu al nodig is, de kunst van het situationeel leidinggeven moet verstaan.

Tot slot wordt de sturing op samenwerking een belangrijk aandachtspunt van de manager van de toekomst. Hij heeft immers als uitdaging om niet alleen binnen de grenzen van de organisatie de samenwerking van mensen met verschillende achtergronden en disciplines te bevorderen, maar om dat ook over de grenzen van de eigen organisatie heen te doen, met de arbeidskrachten die op basis van een flexibele arbeidsrelatie hun bijdrage leveren. De vaardigheden voor de manager van de toekomst zijn derhalve: sturen op nabijheid en op afstand, managen van diversiteit en sturen op samenwerking. De auteurs lichten deze aspecten stuk voor stuk nader toe.

Andere rol vakbonden

Ook zien Lenssen en Manuel een andere rol weggelegd voor de vakbonden en geven zij een aanzet daartoe. Het ritme van de tijd vraagt volgens hen nu om raamwerken met keuzevoorzieningen, zodat werknemers de mogelijkheid hebben om binnen het palet van arbeidsvoorwaarden tot maatwerk te komen. Voor de toekomst voorzien zij dat individuele afspraken de overhand krijgen. Dat betekent concreet: individuele arbeidsovereenkomsten met maatwerk voor de medewerkers/professionals in loondienst en overeenkomsten van opdracht voor zelfstandige professionals met tarieven die zijn afgestemd op de werksoort en op de ontwikkelingsfase van de zelfstandige professional in kwestie. De auteurs voorzien dat vakbonden genoodzaakt zijn (meer) te gaan samenwerken met werkgevers- en brancheverenigingen en daar allianties mee aan te gaan. Samen vormen zij de vakvereniging van de toekomst. In de vakvereniging van de toekomst staan de huidige vakbonden, werkgevers- en brancheverenigingen zij aan zij in plaats van dat ze in ‘wij-zij’-termen denken, (in de meeste gevallen) tegenover elkaar staan en het schaakspel spelen. Immers, (zelfstandige) professionals kunnen prima zelf hun boontjes doppen en hebben steeds minder ondersteuning nodig om hun arbeidsvoorwaarden of tarief uit te onderhandelen met een werkgever of opdrachtgever. De auteurs werken dit model nader uit in het boek.

Tot slot brengen de auteurs het belang onder de aandacht om als Nederland te investeren op innovatiekracht, wil de Nederlandse zelfstandige professional ook internationaal (meer) positie krijgen.

Het boek Dansend naar de toekomst kost € 24,50 en is o.a. hier verkrijgbaar  

Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

10 banen die gaan verdwijnen en 10 banen die gaan verschijnen

Cover_500pxAl veel is er geschreven over de automatisering en robotisering. 40% van de Amerikaanse banen staat de komende 20 jaar op de tocht volgens wetenschappelijk onderzoek van Oxford University. Minister Asscher sprak er recent zelfs al over. Dat er serieuze veranderingen optreden is nu dus zelfs bekend in Den Haag.

Er komen echter ook banen bij. Daar horen we weinig mensen over. Het feit dat het aantal app developers de laatste jaren exponentieel is gegroeid hoorde je alleen voormalig Eurocommissaris Kroes over. Toch ontstaan er ook genoeg banen.

Om dit alles op een rij te zetten heb ik een een boek geschreven: 10 banen die gaan verdwijnen en 10 banen die gaan verschijnen. Er verdwijnen er veel meer en er verschijnen er natuurlijk veel meer, maar het geeft een leuk beeld. Het boek is verkrijgbaar op basis van waardebepaling achteraf. Je kan het dus gratis downloaden en je mag betalen wat je het waard vind. Is het waardeloos, betaal je dus niets. Het boek is te downloaden via http://www.vandehaterd.nl/10banen

 

Geplaatst in nieuwe banen, Toekomst visie, Uitstervende beroepen | Laat een reactie achter

Een hoofdstuk uit het Freelancersalfabet: “Tarief”

tariefWat is je tarief? Een vraag waar menig freelancer geregeld zijn of haar hoofd over breekt.

Als freelancer ontvang je niet elke maand een salaris. Je zult zelf voor je inkomen moeten zorgen. En dat niet alleen, je moet ook zelf bepalen hoe dat inkomen eruit gaat zien. Ga je werken met vaste prijzen, een uurtarief, of nog iets anders? Wat ben je waard en in welke vorm wil je dat terugzien?

Geen eenvoudige formule

Van een regulier salaris van een medewerker worden allerlei belastingen, verzekeringen en pensioensregelingen afgehaald. Daarom komt er van een bruto salaris van €2800,- slechts ongeveer €1800,- op de bankrekening van de (hopelijk) harde werker terecht. Daarnaast zijn er ook nog allerlei regelingen die een werkgever voor een medewerker betaalt, zonder dat die daar weet van heeft. Simpelweg omdat dat verplicht is.

Zo is een uurtarief dus helemaal geen gemakkelijke rekensom van een salaris gedeeld door het aantal werkuren, maar gaat er in één werkuur dat iemand verricht, een veel hoger bedrag diverse toonbanken over. Als freelancer moet je hier ook rekening mee houden. Helaas is hier geen eenvoudige formule voor. Iedereen zit immers in een andere situatie.

Toch kun je enige richtlijnen volgen. Vraag jezelf af hoeveel geld je nu en in de toekomst maandelijks nodig hebt en hoeveel uur je per maand kunt werken. Denk hierbij ook aan vakantiedagen. Kijk naar de concurrentie in je beroepsgroep om te zien wat gebruikelijk is en bedenk waar jij in dit overzicht past.

Je kunt op verschillende manieren betaald worden: per uur, per dag, per resultaat of per service. Dat kan van tevoren, achteraf, of flexibel. Er zijn veel mogelijkheden en je moet zelf uitvinden wat bij jou past. Maar waar baseer je dat op? Hoe bereken je wat je waard bent? En op welke manier je ook betaald krijgt, de vraag blijft altijd: verdien je wel genoeg? De mens wil altijd meer.

Ervaringen en investeringen

Vraag een kind wat hij later wil worden en naast antwoorden als piloot, politieagent en dierenarts, zul je ook vaak een minder makkelijk te duiden antwoord krijgen: ik wil later rijk worden. Dat willen zelfs de meeste volwassenen nog steeds. Daarop inhakend kun je wel stellen dat je nooit rijk zult worden als je geen goede prijs vraagt voor de waarde die je biedt.

Daarbij vergelijken we onszelf altijd met anderen. We kijken niet genoeg naar onszelf. Heb je je ooit afgevraagd waarom oudere mensen vaak meer betaald krijgen dan jongere mensen? Als starter voelt dat vaak oneerlijk: “Ik ben veel beter op de hoogte van de huidige ontwikkelingen. Ik kan veel beter omgaan met alle nieuwe technieken.” Maar denk eens aan de ervaringen die zich in een werkend leven opstapelen. Die zijn vaak onbetaalbaar.

In het boek “Freestyle werken, fulltime plezier” van schrijver John Williams staat hiervan een prachtig voorbeeld (Williams, 2011):

Het verhaal wil dat een vrouw enige tientallen jaren geleden over straat liep in Parijs toen ze Picasso op een terras zag zitten schetsen. De vrouw vroeg hem of hij een schets van haar wilde maken, zij zou daar dan een passend bedrag voor betalen. Picasso stemde daarmee in. Binnen een paar minuten had ze een originele Picasso van zichzelf.

“Wat krijgt u van mij?” vroeg ze.

Hij antwoordde: “Vijfduizend franc.”

“Maar u hebt er maar drie minuten over gedaan!” zei ze.

“Dat is niet waar,” zei Picasso, “ik heb er mijn hele leven over gedaan.”

Dat is een simpel idee, maar met verstrekkende gevolgen. Hoeveel tijd en geld heb jij de afgelopen jaren in jezelf geïnvesteerd? Neem je al deze investeringen wel mee in je tarief? Of heb je jezelf eigenlijk niet voldoende ontwikkeld? Als je doet wat je altijd doet, zul je krijgen wat je altijd krijgt. Dat geldt niet alleen voor je resultaten, maar ook voor je tarief.

Waarde bepalen

Om goed geld te verdienen, om een goed tarief te kunnen vragen, dien je een gedegen aanbod te hebben. Oftewel, diensten en/of producten waar voldoende vraag naar is. Een belangrijk inzicht daarbij is: om echt rijk te worden, moet je moeilijke problemen oplossen. Waarde is geld waard. Pas wanneer je aanbod in orde is, kun je gaan nadenken over hoe je nog meer mensen deze waarde kunt bieden.

Om je waarde te meten, zou je gebruik kunnen maken van Waardebepaling Achteraf. Dat is een andere manier van kijken naar kosten en beloning. De basis is dat de klant achteraf zelf bepaalt wat een dienst of product hem of haar waard is. Waardebepaling Achteraf is daarom een goede manier om klanttevredenheid te meten – en te creëren. De opdrachtnemer en opdrachtgever zullen beide extra alert blijven op wat ze bieden en ontvangen.

Denk je bij deze betaalmethode direct: “Dat is niets voor mij”? Vraag jezelf dan eens af waarom dat is. Ben je bang dat je niet voldoende betaald zult krijgen? Waarom? Misschien ben je wel bang dat mensen jouw dienst of product niets waard vinden. Voor goede kwaliteit betaal je in het leven altijd meer dan voor slechte kwaliteit. En met Waardebepaling Achteraf bepaalt de klant zelf of jouw aanbod goed is, of niet. Een angstig vooruitzicht.

Rijkdom

De meeste freelancers beginnen voor zichzelf vanwege de vrijheid, zodat ze kunnen doen wat ze willen, hoe ze het willen. Deze freelancers willen uiteraard wel geld verdienen, en het liefst ook nog redelijk regelmatig, maar ze hebben niet de intentie om rijk te worden. Echter, iedereen kan rijk zijn, mits je het goede beeld van rijkdom hebt.

Bepaal wanneer JIJ rijk bent. Wat betekent rijkdom voor jou? Een bepaalde hoeveelheid geld? Waarom? Wat zou je doen met dat geld? Wat zou je doen wat je nu niet doet? Concentreer je eens op de beleving van hoe jouw rijke leven eruit zou zien en niet op harde euro’s. Dan kun je mogelijk creatieve manieren vinden om jouw ‘rijkdom’ op een andere manier te verwezenlijken. En wellicht biedt het je nieuwe inzichten om het tarief dat je vraagt, op een hele andere manier te bekijken. Wat is jouw tarief?

Het Freelancersalfabet bestellen

Dit is één van de vijf voorgepubliceerde hoofdstukken van het boek Het Freelancersalfabet, geschreven door Linda Poort. Linda is één van de vijf auteurs van het boek dat is uitgegeven door De Alfabetboeken, waaraan ook Richard van der Lee, Pieter Taffijn, Hugo-Jan Ruts en Joren de Koning hebben meegeschreven. Het eBook is te bestellen voor € 3,95 en het ‘gewone’ boek voor € 8,95. Klik hier om jouw exemplaar te bestellen. 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 1 Reactie