Fleur Pennings over externe inhuur Amsterdam: ‘Onze Marktplaats geeft kleine ondernemers een kans’ Geplaatst 16 juni 2013 door Gastblogger Jeroen Sakkers ging in gesprek met een aantal managers van inhuurdesks. Als tweede uit een serie, een interview met Fleur Pennings, recruiter bij Marktplaats Gemeente Amsterdam. Hoe is Marktplaats Gemeente Amsterdam ontstaan en wat is jouw rol? “In navolging van de marktplaats van UWV is bij de gemeente Amsterdam onderzocht of dit inkoopfenomeen mogelijk ook kon werken voor hen. Hiertoe is in oktober 2011 een pilot gestart met een site Externe Inhuur, zoals de marktplaats bij de gemeente Amsterdam heet. Ik ben werkzaam als recruiter met mijn projectmatige benadering van werving en selectie en inhuur externen via marktplaatsen. Eerder was ik betrokken bij het uitbouwen van UWV Marktplaats, en tot nu toe heb ik mijn bijgedragen aan drie succesvolle implementaties van marktplaatsen.” Wat zijn de voordelen van Marktplaats Gemeente Amsterdam voor freelancers, zzp’ers en andere eenpitters? “Het MKB, zzp’ers en andere eenpitters komen in ‘normale’ aanbestedingen moeilijk aan bod bij (semi-)overheid. Door deze inkoopmethodiek kunnen ook kleinere ondernemers zaken doen met de gemeente Amsterdam. Omdat alle opdrachten in competitie met potentieel de gehele markt worden uitgezet, maken zij evenveel kans op een opdracht als een groot detacheringsbureau. Vooral omdat vaak een specialist wordt uitgevraagd en er geen drempels worden opgeworpen ten aanzien van bijvoorbeeld omzet of bedrijfsgrootte.” Wat was de grootste uitdaging van de afgelopen jaren bij Marktplaats Gemeente Amsterdam en (hoe) zijn jullie deze aangegaan? “De grootste uitdaging is geweest om de interne opdrachtgevers te informeren en te verleiden tot het gebruik van de Site Externe Inhuur, ofwel ‘Marktplaats Gemeente Amsterdam’. Nu dat de resultaten bekend zijn en deze positief tot zeer positief zijn, is besloten tot verdere uitrol van de pilot over de rest van de stad.” Wat zien jullie bij Marktplaats Gemeente Amsterdam momenteel als de grootste uitdaging? “Momenteel staat de gemeente Amsterdam voor een grote veranderopgave, waarbij toenemende mobiliteit en daarnaast regelmatig tijdelijke behoefte aan (externe) specialisten een evenwicht moeten vinden.” Wat is het doel van Marktplaats Gemeente Amsterdam voor het komend jaar? “Voor 2013 is de focus op continuering van de dienstverlening, naast de uitrol van dienstverlening over de gehele stad. Daarnaast wordt op deze wijze zo veel mogelijk kleine opdrachtnemers bereikt.” Welke tip heb je voor freelancers en zzp’ers die succesvol willen zijn op Marktplaats Gemeente Amsterdam? “Lever een duidelijk profiel/CV aan, waarbij je minimaal moet voldoen aan de gestelde knock-outeisen. Zonder het voldoen aan die eisen heeft het indienen van een offerte geen zin.” Facts: Bestaat sinds oktober 2011 3.000+ gebruikers 190 opdrachten Gratis gebruik opdrachtnemer mogelijk: ja Maximale kosten opdrachtnemer: geen Belangrijkste branches: 1. (Bouw)technisch; 2. Interim management; 3. Organisatieadvies en –beleid Meer info: www.amsterdam.nl/ondernemen/inkoop-aanbesteden/externe-inhuur/ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuurcase, jobboard, marktplaats | Laat een reactie achter
Eenvoud op Vrijdag: Medezeggenschap op een rijdende trein. Geplaatst 14 juni 2013 door Alles draait om Eenvoud Organisatieveranderingen hebben in deze tijd vaak het karakter van een rijdende trein. Ze verlopen steeds vaker via een proces van ‘trial en error’, pilots, experimenten en kleine aanpassingen. Dit type ‘organische’ veranderingen zijn tegenwoordig meer regel dan uitzondering. Het is voor Ondernemingsraden lastig inhoud te geven aan medezeggenschap als de besluitvorming over de organisatieverandering organisch verloopt. Dat heeft met rol en werkwijze van de ondernemingsraad te maken maar ook met de wettelijke regelgeving in de Wet op de Ondernemingsraden. Tegelijkertijd kan juist in dit type veranderingstrajecten medezeggenschap een zeer belangrijke rol spelen in het creëren van draagvlak en het handelen op basis van de relevante informatie van de werkvloer. In dit artikel wordt dit spanningsveld aan de hand van een praktijkvoorbeeld nader verkend en oplossingen geschetst. De Wet op de Ondernemingsraden: freeze-unfreeze-freeze Ondernemingsraden werken binnen het kader van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Daarin is onder meer geregeld dat de OR advies dan wel goedkeuring moet geven aan organisatieveranderingen die gevolgen (kunnen) hebben voor het personeel. Daarbij wordt er in de procedure vanuit gegaan dat dergelijke organisatieveranderingen gebeuren volgens enkele logische stappen: eerst neemt de Bestuurder een besluit in de vorm van een reorganisatieplan en vervolgens legt hij dat ter advies voor aan de OR. Die bestudeert vervolgens het voornemen, beoordeelt de sociale effecten ervan en brengt vervolgens advies uit aan de bestuurder. Als dit advies positief is kan de bestuurder zijn plannen uitvoeren. De WOR hanteert dus impliciet een paradigma dat je zou kunnen omschrijven als freeze-unfreeze-freeze. In die manier van kijken worden organisatieveranderingen gezien als een overgangsfase van de ene stabiele situatie naar de volgende. Dat is in de praktijk van moderne organisaties echter bijna altijd een illusie, organisaties zijn in permanente beweging en worden nooit stabiel. In veel organisaties is verandering de enige constante en dat geldt ook voor de manier waarop de veranderingsprocessen vorm krijgen. Dit betekent dat niet alleen de manager op een andere wijze leiding moet geven aan veranderprocessen (zoals een kanoër in een wild stromende rivier) maar ook de OR op een andere manier medezeggenschap moet vormgeven. Bij deze zogenaamde ‘organische organisatieveranderingen’, waarbij door het management wel een doel maar niet de concrete uitwerking van een organisatieverandering kan worden geschetst, loopt de OR het risico in een lastige positie terecht te komen. Waar zeg je als OR namelijk ja tegen als de concrete uitwerking en de personele gevolgen van zo’n organisch veranderingsproces nog niet concreet helder zijn? Je staat toe dat een trein in beweging wordt gezet met het risico van een onomkeerbaar proces zonder mogelijkheden om eventuele ongewenste sociale gevolgen te stoppen. Tegelijkertijd is juist in onoverzichtelijke en permanent in beweging zijnde organisaties medezeggenschap van groot belang. Niet alleen kunnen rechten van medewerkers in dit type processen snel in het gedrang komen, maar ook management heeft behoefte aan een breed draagvlak voor veranderingen. Ook dat is een belangrijke functie van de OR: het creëren van draagvlak en legitimiteit onder het personeel voor organisatieveranderingen. Medezeggenschap helpt dus bij het hanteren van de onzekerheid en het open houden van de dialoog. Ook kan de OR een goede adviseur en monitor zijn die de kwaliteit van de besluitvorming vergroot. Met name de mogelijkheid van de OR om de ‘achterban te raadplegen’ is voor het monitoren van draagvlak zeer nuttig. De geneigdheid van managers om dergelijke achterbanraadplegingen te interpreteren als het mobiliseren van weerstand is meestal het ontkennen van ongewenste weerstand. Een kundige veranderaar loopt de bronnen van weerstand tegemoet en kan ontdekken dat daar de achilleshiel van de mogelijkheden tot verandering is te vinden. Casus: invoering lokale wijkteams in een VVT-organisatie In 2011 was ik als manager bij een grote VVT-organisatie betrokken bij het overleg met de OR over de realisering van lokale en kleinschalige zorgteams in de Thuiszorg. Op dit moment vinden in veel thuiszorgorganisaties veranderingsprocessen plaats met als doel hebben het (opnieuw) realiseren van de lokale kleinschaligheid in de vorm van zelfsturende wijkteams. Het realiseren van deze verandering is in de praktijk lastig omdat het alle geldende organisatorische principes overhoop gooit: van sturing naar zelfsturing en van controle naar loslaten. In de praktijk hebben deze verandertrajecten vaak een ‘organisch’ karakter: via pilots en geleidelijke aanpassingen wordt toegewerkt naar de beoogde kleinschaligheid. In dit proces hadden zowel Raad van Bestuur als de OR te maken met de complicatie dat de organisatievoorstellen gericht op de vorming van zelfsturende zorgteams niet goed pasten in de manier waarop de WOR het proces van medezeggenschap benadert. Er was weliswaar sprake van een duidelijke visie op de organisatieverandering en ook wel de contouren van de weg waarop die vorm zou moeten krijgen, maar de precieze uitwerking was ook nog een kwestie van uitproberen en onderzoeken. Leidraad was een aantal programmalijnen die aan de hand van pilots moest worden uitgewerkt. Het punt op de horizon was dus wel helder maar de weg er naartoe nog niet. In het proces van overleg met de OR bleken er twee sleutels te zijn die het mogelijk maakten niet alleen goed met elkaar in gesprek te blijven maar het ook eens te worden over de te nemen stappen. In de eerste plaats is veel aandacht besteed in het delen van de visie. Het proces naar de realisering van lokale wijkteams was gebaseerd op de kernwaarde van ‘eigen regie’ die de organisatie in haar strategische beleid had uitgesproken en waarover eerder uitvoerig met de OR was gesproken. Deze waarde is gericht op de eigen regie die men het zorgbeleid zoveel mogelijk wil toekennen aan zorgcliënten maar nadrukkelijk ook aan medewerkers. Lokale kleinschalige zorg sluit duidelijk aan op deze kernwaarde. Relevant was ook dat een belangrijk deel van het personeel van de thuiszorg deze ontwikkeling, die werd gezien als herstel van de ‘oude wijkzuster’ nadrukkelijk wenste. Het was belangrijk om met de OR en Raad van Bestuur deze consequenties van de visie open te bespreken. Niet alleen de Raad van Bestuur moest loslaten maar ook de OR. Beiden moesten leren te vertrouwen op de ‘kracht van de werkvloer’ om oplossingen te vinden voor organisatorische problemen. Dat kan echter alleen als je samen vertrouwen hebt in de visie en ruimte durft te geven aan experiment en onderzoek zonder alles van te voren te willen dichtregelen. In de tweede plaats bleek de metafoor ‘rijdende trein’ een verhelderend begrip in het overleg. Met de invoering van deze organisatieverandering werd een proces in werking gezet dat je zou kunnen aanduiden als een rijdende trein in de richting van een punt op de horizon. Voor de OR was het acceptabel die beweging in te zetten als men ook de zekerheid kreeg op de rem te kunnen trappen als de ontwikkelingen naar hun de verkeerde kant op gaan. Daarvoor moesten wel concrete procesafspraken worden gemaakt over monitoring en de cruciale beslismomenten in het proces. Daarbij is belangrijk te accepteren dat in deze manier van samenwerken er een element van machtsdeling binnensluipt. De klassieke functiescheiding, de Bestuurder beslist en de OR controleert, werkt gewoon niet meer. De OR wordt op basis van medeverantwoordelijkheid ook medebestuurder. Alleen sterke en moedige bestuurders hebben de leiderschapskwaliteit om het proces op basis van deze gelijkwaardigheid te laten verlopen Twee principes voor effectieve medezeggenschap In deze casus slaagden OR en RvB er in om tot een gemeenschappelijke marsroute en eindresultaat te komen. Twee algemene principes bleken hier de OR mogelijkheden te bieden daadwerkelijk inhoud te geven aan medezeggenschap en de bestuurder in staat te stellen de OR te benutten als actieve partner in veranderingsprocessen. Principe 1: Overeenstemming bereiken over doel en waarden in de organisatieverandering. Als bij concrete voorgenomen organisatieveranderingen de sociale gevolgen nog niet goed in beeld zijn is het essentieel dat de focus in eerste instantie is gericht op een gedeelde visie. Die kan gaan over de organisatorische doelen die met de organisatieverandering of -ontwikkeling worden beoogd maar ook op de (kern)waarden waardoor de organisatie zich wil laten leiden. Het is van belang dat die kernwaarden concreet worden vertaald in reorganisatieprincipes zoals de sociale gevolgen, de betrokkenheid van het personeel en de interne communicatie over doel en voortgang van veranderingsproces. Visiediscussies met de OR vragen zorg en tijd. Ze hebben naar hun aard de neiging zich op een zeker abstract en strategisch niveau te bewegen. Niet alle leden van de OR hebben daar ervaring mee en zijn bovendien vanuit hun rol en betrokkenheid vaak ook meer gericht op de concrete effecten van organisatieveranderingen. De ‘vaagheid’ van strategische discussies wekt ook gemakkelijk achterdocht op. Om die reden is het van groot belang visie en waarden zo concreet mogelijk te vertalen in duidelijke (voor)beelden en de concrete visualisatie van dat ‘punt op de horizon’. Voor de discussie over (kern)waarden geldt nadrukkelijk ook dat ‘ the medium the message is’ : de beleden waarden moeten ook tot uitdrukking komen in de manier waarop je met elkaar het gesprek voert. Principe 2: Beide partijen kunnen op de rem trappen Organische organisatieveranderingen zijn als een rijdende trein die rijdt naar contouren van een nieuwe organisatie. Dat punt op de horizon, i.c. doelen en waarden, kunnen min of meer vaststaan maar je weet niet precies wat je onderweg tegenkomt. Van een Ondernemingraad kan alleen worden gevraagd in zo’n onzeker en dynamisch proces te participeren als hij ook in staat wordt gesteld tijdens het proces bij te sturen. De OR moet de bevoegdheid hebben op te rem te trappen als ze vinden dat het de verkeerde kant opgaan. De Bestuurder c.q. het management zal dan moeten accepteren dat de OR als volwaardige ‘bijrijder’ functioneert. Dit vraagt het doorbreken van traditionele rollen waarin de bestuurder beslist en verantwoordelijkheid draagt en de OR reactief controleert zonder verantwoordelijkheid. Deze traditionele functiescheiding kan in formele zin wel blijven gelden maar mag het overlegklimaat en de samenwerking niet procesmatig te bepalen. De WOR is dan slechts een noodrem of valscherm als het proces en de samenwerking vastloopt. Daarvoor moet je met elkaar wel heldere procesafspraken maken over de monitoring en de cruciale beslismomenten in het proces. Het is essentieel met elkaar een concrete marsroute af te spreken waarin naast de overleg- en besluitvormingsmomenten ook de rollen en de bevoegdheden van de overlegpartners worden vastgelegd. Bovenal is aandacht voor het overlegklimaat, waarin openheid en vertrouwen essentieel zijn, van zeer groot belang. Het kan zinvol zijn om, met behoud en duidelijk benoemen van de ‘functiescheiding’, leden van de OR rollen te geven in een Stuurgroep of in klankbordgroep die stuurt dan wel toeziet op het veranderingsproces. Tot slot Ondernemingsraden in organisaties kunnen bij (organische) organisatieveranderingen een zeer krachtige bijdrage leveren door de kwaliteit van de besluitvorming over organisatieveranderingen te verbeteren en het draagvlak voor de veranderingen te vergroten. Met hantering van de twee bovengenoemde principes kunnen Ondernemingsraden de rol spelen die in deze tijd past: een volwassen verantwoordelijke partner van de Bestuurder die bereid is hem als gelijkwaardige ‘bijrijder’ te accepteren. Dit is ook wat medewerkers in organisaties in deze tijd van hun werkgever verwachten, ze willen als volwassenen worden behandeld. Wim Hutten (zie linkedinprofiel) is managementcoach, interim-manager, trainer en adviseur. Na zijn studie bestuurssociologie heeft hij werkervaring opgedaan binnen de Rijksoverheid, gemeenten en de gezondheidszorg, waarvan de laatste 20 jaar als zelfstandig adviseur, trainer, coach en interim-manager. Hij heeft als interim-manager gewerkt als zorgmanager, directeur P&O en manager bedrijfsvoering in ziekenhuizen en VVT-organisaties. Als organisatieontwikkelaar heeft hij met name organisatieontwikkelingstrajecten geleid in gemeenten, Veiligheidsregio’s en zorgorganisaties. Hij voert een praktijk voor managementcoaching. Centraal in zijn visie op organisatieontwikkeling staat het opsporen van de beweging die mensen en organisaties natuurlijk willen en kunnen maken. Niet het afdwingen van verandering en het opleggen van structuren leidt tot creatieve vernieuwing maar het in dialoog en ontspanning volgen van de kracht en de inspiratie die eenvoudig en vanzelfsprekend beschikbaar is als mensen zich verbinden met hun oorspronkelijke weten en verlangen. Daarin is het taoïsme voor hem een belangrijke inspiratiebron. www.grondlijn.nl (Dit is de achste bijdrage in de reeks ‘Eenvoud op Vrijdag’ waarin elke vrijdag een auteur laat zien welke persoonlijke aanpak hij/zij heeft ontwikkeld. Alle artikelen uit deze reeks zijn hier te vinden. Het bovenstaand artikel is ook als pdf te downloaden.) Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags eenvoud op vrijdag | Laat een reactie achter
De ‘Fuzzy Firm’. Handvatten voor de toekomstgerichte organisatie (recensie). Geplaatst 13 juni 2013 door Richard Van der Lee De manier waarop we werken en werk organiseren is fundamenteel aan het veranderen. Dat behoeft op hier op ZiPconomy geen betoog. Maar hoe? Menno Lanting schreef er De Slimme Organisatie over, Bas van de Haterd (R)evolutie van Werk. Beide boeken zijn hier op ZiPconomy besproken. Arjan van den Born publiceerde The Fuzzy Firm’. Richard van der Lee las het boek en geeft zijn mening. ‘The Fuzzy Firm’ is een interessant boek. De auteur Arjan van den Born schetst op heldere wijze de mogelijke bouwstenen voor toekomstige organisatievormen en dan specifiek voor kennisorganisaties. Dit gebaseerd op zaken als de ontwikkelingen in de markt en samenleving, de invloed van technologie, de rol van het menselijk kapitaal en leiderschap en bijvoorbeeld het fenomeen van de klusseneconomie. Leesadvies: Interessant boek voor een ieder die de durf heeft vooruit te denken en niet wil blijven hangen in de ingeslepen denk- en gedragspatronen, wanneer het gaat over de ontwikkeling van de mens, leiderschap en organisatievormen! Handvatten om vorm te geven aan toekomstgerichte organisaties. De opbouw van het boek is prima, waarbij op logische wijze wordt toegewerkt naar de apotheose, namelijk De Fuzzy Firm. Na de beschrijving hiervan gaat de auteur in op specifieke zaken zoals leiderschap, HR en het beheren van netwerken. Wie echter verwacht een kant en klaar recept te ontvangen voor een nieuwe organisatieopzet komt van de koude kermis thuis. Feitelijk is het boek een verzameling handvatten om vorm te geven aan toekomstgerichte organisatieverandering. Bij het lezen van het boek en het schrijven deze recensie was voor mij de vraag in hoeverre het boek voor iedereen leesbaar is. De auteur combineert in het boek praktische inzichten met wetenschappelijk onderzoek en heeft geprobeerd dit op een prettige leesbare manier te beschrijven. Toch zal het boek voor lezers, die een voorkeur hebben voor een meer verhalend boek, wat lastiger leesbaar zijn gezien de veelvuldige koppelingen met diverse wetenschappelijke modellen en theorieën. Het boek is overigens niet alleen een interessant boek voor ondernemers, zoals geschetst in het voorwoord. Nee, ik zou eerder zeggen dat het boek interessant is voor een ieder die ondernemerschap in de genen heeft zitten. En dat het op dit gebied gaat om vele werknemers die nu nog ronddolen in vaak zielloze organisaties wordt in de bestuurskamers van traditionele organisaties nog te vaak onderschat. Bij het schijnen van de eerstvolgende economische zonnestralen gaan deze potentiële ondernemers, die vaak beschikken over specifieke talenten en vaardigheden, organisaties massaal verlaten en een bijdrage leveren aan de totale vloeibarisering van de samenleving en dus ook het bedrijfsleven. In relatie hiermee zal vakmanschap weer in aanzien gaan winnen, wat ook door de auteur wordt beschreven, waarbij ze het vergelijk trekken met de gilden in de middeleeuwen. Overigens is de gedachte over vakmanschap zeker niet nieuw en bijvoorbeeld Bakas en Gratton benadrukken in hun meest recente boeken het belang hiervan, in relatie tot persoonlijke en organisatieontwikkeling. Neemt rol van HR toe, of juist af? Zoals al aangegeven ben ik het grotendeels eens met de auteur wanneer het gaat over de toekomstige inrichting van organisaties of beter gezegd de verbindingen tussen netwerken die het doel hebben kortstondig of langdurig waarde te creëren ten behoeve van klant, werknemer en de participerende netwerken. Ik ben het echter niet eens met de auteur wanneer het gaat over de grotere rol van HR bij bijvoorbeeld werving en selectie. Van den Born geeft terecht aan dat het zwaartepunt op dit gebied ligt bij de business, alleen zal de rol van HR binnen organisaties, die nu te zien is als all-round, in mijn ogen sneltreinvaart afnemen in plaats van toenemen. Dit past ook bij de verregaande specialisatie, wat ertoe leider dat de benodigde expertise te halen is uit de flexibele schil vol met talent die rond de organisatie zwermt. Overigens sluit deze beweging ook goed aan op de ‘klusseneconomie’. Van den Born sluit zijn boek wat mij betreft niet standaard – en daarmee prettig andersdenkend – af. Hij geeft aan dat veel organisaties zijn adviezen niet zullen opvolgen, en somt een reeks heel herkenbare excuses op. Leesadvies: interessant voor ondernemende en toekomstgerichte personen die niet meer uitgaan van het traditionele denken en op dit gebied mee willen gaan in de dynamische wereld. En voor degenen die nog wel denken in functiehuizen, command & control, organisatieharken en technologie als last en geen lust? Misschien doen zij er goed aan de laatste bladzijden van ‘The Fuzzy Firm’ eens te lezen en na te gaan hoe herkenbaar de beschreven excuses zijn… Wellicht dat dit voldoende triggert om een kijkje te nemen in de glazen bol van de organisatietoekomst en alsnog het boek te gaan lezen. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags boeken, boekenkast, flexibiliteit, organisatie ontwikkeling | 8s Reacties
Als hard werken niet genoeg is: de reflecterende interimmanager Geplaatst 12 juni 2013 door Gastblogger Interimmanagers werken in hun opdracht hard. Soms te hard. Zo hard en gedreven dat de tijd voor reflectie er nog al eens bij in schiet. Terwijl iedereen weet hoe belangrijk het is om even stil te staan bij wat je doet. Reflectie kun je leren én moet je organiseren. “The Reflective Practitioner” Soms kom je in vakliteratuur over organisatieadvies en interimmanagement zo vaak citaten tegen uit een bepaald boek dat het tijd wordt om het zelf maar eens aan te schaffen. Zo’n boek ligt nu op mijn bureau: The Reflective Practitioner. Het is van Donald Schön, en dateert al weer uit 1983. Ik vind het een mooie titel, vrij vertaald: “de reflectieve professional”. En nog vrijer vertaald: “de reflecterende professional”. Altijd fijn om ergens een werkwoord van te maken. En om dan na te gaan denken over het hoe: hoe doe je dat, reflecteren. Schön heeft het uitgebreid over reflecteren: voorafgaand aan de actie, in de actie, na afloop van de actie en zelfs op de reflectie in de actie. En hij schrijft daar een boek over dat zowel voor managers als adviseurs bedoeld is. Kijk, als interimmanager hou ik daar van. Want tenslotte ben je als interimmer een beetje van beiden: je wordt gevraagd om met een blik van buiten naar de organisatie te kijken en daar iets van te vinden (met je adviseurspet op), én je wordt gevraagd om er binnen, in de organisatie, aan mee te werken om de verandering daadwerkelijk te realiseren (met je managerspet op). Schön zette me aan het denken: reflecteren we als interimmanagers wel genoeg, en doen we dat ook op de goede manier? En wanneer het nodig is, dus niet te laat? Hard werken Als interimmanager heb je allemaal wel eens zo’n opdracht die niet vanzelf gaat. Waarin het hard werken is, de communicatie stroef verloopt, je projectteam steeds andere prioriteiten heeft en het tweewekelijkse kopje koffie met de opdrachtgever niet meer zo lekker smaakt. Wie intervisie heeft weet hoe prettig het kan zijn om in zo’n opdracht gebruik te maken van de expertise, de brede blik en de steun van collega’s uit het vak. Tegelijkertijd valt het me steeds weer op dat wij interimmanagers lang niet altijd de tijd nemen om even stil te staan bij wat er gebeurt in onze opdracht en daarop te reflecteren. Ik ga er vanuit dat interimmanagers hele verstandige mensen zijn. Dat moeten ze wel zijn. Ze kunnen een organisatie binnenkomen, al na 6 weken keurig een analyse en plan van aanpak neerleggen en daar over het algemeen binnen een jaar nog handen en voeten aan geven ook. Dus dan moeten ze ook verstandig genoeg zijn om zich te realiseren wanneer het tijd is om even achterover te leunen. Alleen of met anderen, om de wereld te aanschouwen. Ik denk dat interimmanagers soms handelen vanuit bepaalde overtuigingen over hun vak. Overtuigingen die hen een goede interimmanager maken, maar die hen ook beletten om juist dat te doen waarvan zij weten dat het verstandig is. Een glaasje inschenken (mag ook kruidenthee zijn), een pijpje opsteken (of een dropje eten), de stoelleuning achterover zetten, de benen op het bureau leggen, de boel de boel laten en reflecteren. Er zijn interimmanagers die echte redders in de nood zijn, die de mouwen opstropen en in de actie stappen. Geen tijd om na te denken, het water staat ons aan de lippen, het is nu of nooit. En andere interimmanagers zijn echte rotsen in de branding. Zij blijven overeind, daar waar iedereen het bijltje er al lang bij neergooide. Daar hoort je kwetsbaar openstellen voor reflectie niet bij. Er zijn interimmanagers die heel goed weten hoe zij zich zo moeten plooien dat ook die belangrijke maar moeilijk benaderbare sleutelpersoon binnen de organisatie overstag gaat en mee gaat doen. Zo ontstaat een sterke gerichtheid op de ander, en kan zelfreflectie er bij inschieten. Er zijn interimmanagers die al hun energie nodig hebben om kloven te dichten en bruggen te bouwen tussen de bestuurder en zijn/haar organisatie, en die helemaal geen tijd hebben om na te denken. En er zijn interimmanagers die zo opgaan in de flow van hun werk dat zij er door meegenomen worden en hun “blik van buiten” vergeten te koesteren. In deze voorbeelden zijn de interimmanagers –en ik laat maar even in het midden welk voorbeeld op mijzelf van toepassing is- allemaal goede interimmanagers, en harde werkers. Sterke vakmensen, betrokken bij de organisaties waar ze voor werken, gericht op wat anderen in de organisatie nodig hebben en ambitieus in wat ze willen bereiken. Tegelijkertijd creëren ze daarmee hun eigen valkuil. Soms is hard werken niet genoeg. Dan moet je “vertragen”, de tijd nemen, luisteren naar je eigen gevoelens. Zorgen voor jezelf als ‘veranderinstrument’ zoals je ook een machine moet onderhouden. Het evenwicht bewaken in wat je geeft en wat je krijgt in je opdracht. Hoe word je een reflecterende interimmanager? Door te onderzoeken of er overtuigingen zijn die je in de weg zitten. Over jezelf, over je rol of over je vak. Door te ontdekken dat er veel hulpbronnen zijn die je kunnen helpen: werkwijzen, technieken, theorieën. Door te ervaren hoeveel rijker en interessanter je werk wordt als je er naar kijkt met en door de ogen van anderen. En door reflecteren explicieter een onderdeel van je opdracht te maken en het samen met bijvoorbeeld je opdrachtgever en mensen in de organisatie te doen. Reflecteren kun je leren. Kruip bijvoorbeeld in de huid van iemand anders. Neem er de tijd voor, word echt even die ander, en schrijf je ingevingen op. Hoe zou Anouk jouw opdracht aanpakken? Of Berlusconi? En Jamie Oliver, de miljardenoplichter Madoff of Louis van Gaal? En reflecteren moet je organiseren. Maak met een collega de afspraak dat je elkaar geregeld belt om te sparren over je opdracht. Sluit je aan bij een intervisiegroep. Zet in je plan van aanpak hoe je voor jezelf en voor je opdrachtgever reflectie inbouwt, zodat jij én de organisatie kunnen leren. Of trakteer jezelf op een coach. Verder lezen Voor wie wat recenters wil lezen dan het boek van Schön uit 1983: in de volgende boeken wordt hij regelmatig geciteerd, en is informatie te vinden over het hoe en waarom van reflecteren: Ruimte Maken Voor Onderzoekende Professionaliteit, onder redactie van Gerhard Smid en Etienne Rouwett, Van Gorcum, 2009 Plezier Beleven Aan Taaie Vraagstukken van Hans Vermaak, Kluwer, 2009 Yvette Paludanus Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management | Laat een reactie achter
Atos Interim verder als Schaekel & Partners. Profileert zich op offline benadering. Geplaatst 11 juni 2013 door ZiPredactie Atos Interim Management, een paar maanden geleden via een MBO losgekocht uit Atos, gaat verder onder de naam . Het interim- & search managementbureau richt zich exclusief op het topsegment in de vakgebieden Operations en ICT. Schaekel & Partners onderscheidt zich van anderen door te kiezen voor een persoonlijke betrokkenheid bij interim vraagstukken in plaats van te focussen op online matching. De partners Piet Hein de Sonnaville, Hans Buijze, Marleijn de Groot en Edwin Reijntjes combineren jarenlange ervaring op het gebied van interim management en search -onder andere bij Atos en KPMG – met ene focus op de vakgebieden Operations en ICT. Schaekel & Partners richt zich op het invullen van de zwaardere management- en directiefuncties. Piet Hein de Sonnaville: “Bedrijven kunnen bij ons rekenen op gedegen kennis van de markt en een uitgebreid netwerk. We struinen dus niet het internet af op zoek naar geschikte kandidaten, maar kennen hen persoonlijk.” Hoge kwaliteit door vakmanschap De drijfveer van de partners om hun krachten te bundelen en onder eigen vlag verder te gaan was de gedeelde behoefte om zich volledig te richten op hun kernactiviteiten en hun klanten offline maatwerk aan te bieden. Het bureau is hiermee anders dan anderen. De Sonnaville: „Om ons heen zien we dat de meeste interim- en searchbureaus zich volledig richten op online dienstverlening. Schaekel & Partners gaat niet voor quick wins door te matchen via het internet. Wij geloven vooral in het ontwikkelen van duurzame persoonlijke relaties met onze cliënten en met onze kandidaten. Wij zijn nauw bij hen betrokken en kennen hen persoonlijk. Hierdoor is de kwaliteit van onze plaatsingen altijd hoog.‟ Verzelfstandiging De ambitie van Schaekel & Partners is om hun ervaring door persoonlijk maatwerk in te zetten voor de klant. De verzelfstandiging stelt het bureau in staat nog slagvaardiger te werken en haar maatwerk te leveren tegen reële tarieven anno 2013. De Sonnaville: ‟Wij zijn van mening dat het zelfstandig ondernemerschap onze dienstverlening ten goede komt. Het geeft ons energie en meer bewegingsvrijheid. Hierdoor kunnen we nog beter op de behoefte van onze klanten in deze sterk veranderde arbeidsmarkt inspelen.‟ Over Schaekel & Partners Schaekel & Partners biedt tijdelijk en vast management in de vakgebieden Operations en ICT. De functies die Schaekel & Partners invult variëren van managementposities tot directiefuncties. Opdrachtgevers zijn zowel bedrijven in het MKB als beursgenoteerde ondernemingen. Ook is Schaekel & Partners verantwoordelijk voor de uitgave van de Interim Index, een periodiek onderzoek dat laat zien waar de vraag naar en de behoefte aan tijdelijk management liggen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags interimmanagement, interimmarkt | Laat een reactie achter
Slagkracht flexmarkt in gevaar door tariefdalingen. Geplaatst 10 juni 2013 door Alexander Crepin Vorige week heb ik deelgenomen aan een BNR debat over de problemen op de arbeidsmarkt. Het ontbreken van aansluiting tussen vraag en aanbod. De conclusie was duidelijk: het begint aan de basis, in het onderwijs. Zoals ik al jaren verkondig is een afgeronde opleiding echter slechts het begin. Permanente educatie, levenslang leren is een voorwaarde om aan het werk te blijven. Zeker wanneer men geacht wordt om 45 jaar of langer aan het werk te blijven. Kortom als er geconstateerd wordt dat de aansluiting op de arbeidsmarkt dreigt verloren te gaan, dan moet er bij- of omscholing komen. Helaas constateer ik dat er heeeel veel achterstallig onderhoud is. Ik ben gelukkig niet de enige die dit constateert. Zelf de politiek heeft hier oog voor. Dat is althans mijn conclusie bij de discussies over de herziening van het ontslagrecht. Daarbij is nadrukkelijk aan de orde geweest dat werkgevers die niet kunnen aantonen dat ze geïnvesteerd hebben in employability ontwikkeling op de blaren moeten zitten. In het recentelijk afgesloten sociaal akkoord 2013 is deze lijn doorgetrokken. Voorwaarde hierbij is dat de werkgever ten opzichte van de betrokken werknemers voldoet aan zijn verplichtingen als goed werkgever als het gaat over employability en duurzame inzetbaarheid. ZZP’er moet blijven investeren, maar waarvan? Employability is echter niet alleen een zaak van werknemers. Het is ook de basis voor het bestaansrecht van de ZZP’er. Een ZZP’er moet als werkondernemer investeren in de actualiteit van zijn aanbod. Ik sprak op de BNR bijeenkomst ook een collega die recentelijk had geïnvesteerd in opleidingen Six Sigma, Lean management en Black Belt. Een ander had 25.000 Euro geïnvesteerd in een post academische opleiding aan Nyenrode. Top natuurlijk. Het blijft natuurlijk, als bij alle investeringen, de vraag of je juiste investeringen doet en of ze zullen renderen. Daar blijkt toch wel een probleem te zijn. Kwaliteit kost geld en dat lijkt niet meer te gelden. De tarieven staan heel erg onder druk. Daar komt bij dat intermediairs zoeken naar de kandidaten waar de meeste marge mee te behalen valt. Inkopen voor 50 Euro per uur en verkopen voor 90 Euro is logischer van 85 Euro inkopen en verkopen voor 95 Euro. Kwaliteit flexschil onder druk Kortom ik maak mij zorgen voor de flexschil. Als er geen ruimte is om te investeren in de employability ontwikkeling dan vrees ik dat er zandkorrels gaan komen in de smeerolie van de Nederlandse arbeidsmarkt. De kwaliteit van de ZZP’ers en flexwerkers sluit niet voldoende meer aan. Als de lijn die nu ingezet is zich doorzet dan zal de concurrentiekracht van onze economie inboeten. Ik geloof niet zo erg dat het straks allemaal wel weer goed zal komen. De wereld verandert en het wordt gelukkig ook niet meer zoals het is geweest. Het zou een saaie boel worden. Dat bij een aantrekkende economie de tarieven ook omhoog zullen gaan om de markt altijd gelijk heeft, dat zal wellicht waar zijn. Maar dan hebben we het ook weer zo druk met aanvullen van de reserves dat er te weinig tijd zal zijn om te investeren in employability. Ik moet vaak denken aan een uitzending van VPRO tegenlicht. Met name het gesprek met de grondlegger van het moderne Singapore, oud-premier Lee Kuan Yew (premier tussen 1959 en 1990). Hij geeft aan dat er in Singapore juist in tijden van crisis geïnvesteerd wordt in bijscholing en omscholing. Als de crisis voorbij is, is Singapore er klaar voor en kan direct schakelen! De uitweg De moraal van mijn verhaal: Iedereen heeft baat bij investeringen in employability. De huidige druk op de tarieven maakt het voor velen lastig te investeren in (dure) opleidingen. Dat is een slechte ontwikkeling. Zoals we het nu doen leidt het naar mijn idee tot afbraak van de flexschil, met alle negatieve gevolgen van dien. De uitweg: Het meest eenvoudig is dat de tarieven weer ruimte bieden om te investeren. Maar de ideale wereld bestaat niet, dus zal dat voorlopig ook wel een illusie zijn. Ik zou er daarom voor willen pleiten dat opdrachtgevers een premie betalen aan flexwerkers die aantonen een opleiding te volgen of zojuist afgerond hebben. Om dit financieel aantrekkelijk te maken is deze premie te beschouwen als een investeringspremie en dat zal fiscaal aantrekkelijker zijn. Een andere ontwikkeling is dat ZZP’ers zich meer moeten gaan organiseren in employability netwerken en samenwerking zoeken met specialisten om hun kennis te delen via MOOC’s. De opkomst van MOOC’s is opmerkelijk en biedt allerlei kansen. Daarnaast is het aannemelijk dat grote intermediairs ZZP’ers zullen gaan (ver)binden door het aanbieden van vaktechnische trainingen en workshops en met employability punten systemen gaan werken. Wil je in aanmerking komen voor werk, dan moet je voldoende PEP, permanente educatie punten, hebben. Verplichte winkelnering? Dat hangt ook af van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de intermediairs en het principe van wederkerigheid. Je zou kunnen zeggen: “employability als dienstverleningsvoorwaarde.” Jouw mening? Ik ben benieuwd hoe mijn ZZP collega’s hier tegen aan kijken en de opdrachtgevers en natuurlijk de intermediairs. Vanzelfsprekend ben ik bereid tot nadere toelichting en verkenning van mogelijkheden om aan de slag te gaan. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags Flexibele schil, goed opdrachtgeverschap, opleiding | 16s Reacties