Interne mobiliteit op laagste punt in 13 jaar. “Arbeidsmarkt raakt langzaam op slot” Geplaatst 6 mei 2026 door ZiPredactie De interne mobiliteit in Nederland is in het eerste kwartaal van 2026 gedaald naar 9,8% — het laagste percentage in dertien jaar. In ruim een jaar tijd wisselden circa 190.000 mensen mínder van functie binnen hun eigen organisatie. Dat blijkt uit de kwartaalupdate Arbeidsmarkt in Cijfers van Intelligence Group. De vraag is: wat zegt dit over hoe organisaties omgaan met hun talent? De cijfers: stilstand aan drie kanten Niet alleen de interne mobiliteit daalt. Ook de totale arbeidsmobiliteit — inclusief overstappen naar een andere werkgever — zet de neerwaartse lijn door. Het aandeel werkenden dat een nieuwe of andere baan vond, daalde naar 18,1%, het laagste niveau in meer dan vier jaar. Wat daar nog bij komt: recente CBS-cijfers laten zien dat de zzp-markt flink krimpt, maar ook de uitzend- en detacheringsbranche, zo blijkt uit een analyse van Wim Davidse hier op ZiPconomy. Dat maakt de cijfers extra opvallend: normaal gesproken blijft interne mobiliteit relatief stabiel als externe baanwisselingen afnemen. Nu dalen beide gelijktijdig, plus de externe flex daalt. Dat wijst op een bredere terughoudendheid, aan zowel werkgevers- als werknemerskant. Geert-Jan Waasdorp, directeur van Intelligence Group, spreekt van een arbeidsmarkt die “langzaam op slot raakt”: “Minder mensen bewegen en organisaties houden talent vaker op dezelfde plek. Dat komt ook doordat er minder interne kansen zijn door reorganisaties. Interne mobiliteit is de smeerolie van organisaties. Valt die weg, dan ontstaat stilstand.” Blijven zitten is niet hetzelfde als betrokken zijn Bijna 44,7% van de werkenden — ruim vier miljoen mensen — is helemaal niet op zoek naar ander werk. Sinds eind 2024 groeide deze groep met 10%. Dat klinkt misschien als goed nieuws voor werkgevers, maar schijn bedriegt. Waasdorp waarschuwt: “Dat mensen blijven zitten, zegt weinig over goed personeelsbeleid en meer over onzekerheid, door geopolitiek, energie en een afkoelende arbeidsmarkt.” Retentie is pas waardevol als die voortkomt uit goed werkgeverschap — niet uit angst of gebrek aan alternatieven. Organisaties die nu niet investeren in interne doorgroei en ontwikkeling, lopen het risico dat hun werknemers weliswaar aanwezig zijn, maar mentaal al vertrokken. Een blinde vlek in talentbeleid De dalende interne en externe mobiliteit staat in schril contrast met de groeiende aandacht voor het total talent management concept. Daarbij gaan organisaties ervanuit dat je bij het invullen van een vacature het volledige talentaanbod meeneemt: interne medewerkers die kunnen doorgroeien of van rol wisselen, nieuw talent op vaste functies maar ook externen als oproepkrachten en interim professionals en freelancers. Niet als losse stromen, maar als één geïntegreerd aanbod. Lees meer over total talent management en hoe organisaties ermee worstelen → Deze huidige mobiliteitsdata laat in ieder geval zien dat de interne kant van dat model onderbenut wordt, mensen die de organisatie al kennen, de cultuur begrijpen en vaak met relatief weinig investering een nieuwe rol kunnen invullen. De paradox: krapte zonder beweging Wie wél de stap zet naar een nieuwe baan, merkt overigens dat de arbeidsmarkt nog altijd gunstig is. Het aandeel baanvinders dat direct een vast contract kreeg, steeg naar 46,1% — het hoogste in vijf kwartalen en ruim boven het tienjaarsgemiddelde van 38,8%. De krapte is dus niet verdwenen. Maar de beweging wel. Waasdorp noemt dat een gevaarlijke combinatie: “Beweging is nodig om mensen en organisaties vitaal en competitief te houden. In beweging zit ook de broodnodige reskilling die een organisatie en samenleving nodig heeft.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags interne flexibiliteit, interne mobiliteit, Total Talent Management (TTM) | Laat een reactie achter
Zes redenen waarom organisaties moeite hebben met het vinden van interim professionals Geplaatst 5 mei 2026 door Zakaria Ait El Hadj De inzet van interim professionals blijft voor veel organisaties essentieel, maar tegelijkertijd zien we dat opdrachten moeilijker worden ingevuld. Op het eerste gezicht lijkt dat een paradox. Enerzijds is er sprake van schaarste aan specialistische professionals, terwijl anderzijds het aantal opdrachten in delen van de markt juist afneemt. Cijfers laten zien dat het aantal zzp- en interim opdrachten in sommige sectoren onder druk staat, terwijl de arbeidsmarkt tegelijkertijd krap blijft. Dit laat zien dat het probleem niet alleen zit in beschikbaarheid, maar vooral in de manier waarop vraag en aanbod elkaar vinden. Schaarste en stilstand tegelijk De interim markt bevindt zich momenteel in een bijzondere fase. Enerzijds is er een groot aanbod van zelfstandige professionals. Nederland telt meer dan 1,7 miljoen zzp’ers, waarvan een aanzienlijk deel beschikbaar is voor interim opdrachten. Tegelijkertijd stellen organisaties opdrachten uit of beperken zij de inzet van zelfstandigen. Veel bedrijven geven aan voorzichtiger te zijn geworden met het inhuren van zzp’ers, onder andere door strengere handhaving en onduidelijkheid rondom regelgeving. Het resultaat is een markt waarin: professionals beschikbaar zijn opdrachten bestaan maar de match minder vaak tot stand komt Niet door gebrek aan vraag of aanbod, maar door onzekerheid en veranderende spelregels. Ik zie zes factoren waardoor dat komt. 1. Wetgeving remt beweging in de markt De impact van de Wet DBA is hierin bepalend. Organisaties zijn voorzichtiger geworden met het inzetten van zelfstandigen, uit angst voor schijnzelfstandigheid en mogelijke risico’s. Deze terughoudendheid zorgt ervoor dat: opdrachten worden uitgesteld contractvormen worden aangepast of interim inzet volledig wordt vermeden Tegelijkertijd zorgt de ontwikkeling van nieuwe wetgeving rondom zelfstandigheid voor extra onzekerheid. Hierdoor ontstaat een afwachtende houding bij opdrachtgevers, terwijl de behoefte aan flexibiliteit juist blijft bestaan 2. Verwachtingen sluiten niet aan op de realiteit Naast wetgeving speelt de manier waarop opdrachten worden ingericht een grote rol. Organisaties formuleren vaak verwachtingen die niet aansluiten op de markt. Er wordt gezocht naar ervaren professionals met specifieke kennis, die direct beschikbaar zijn en binnen een vastgesteld budget passen. In een krappe markt is dat niet realistisch. Interim professionals maken bewuste keuzes en vergelijken opdrachten op inhoud, tarief en risico. Wanneer deze elementen niet in balans zijn, blijft respons uit of haken kandidaten af. 3. Onduidelijke opdrachten vertragen het proces Een interim professional wordt ingehuurd voor een concreet doel. Toch ontbreekt het in veel gevallen aan een heldere opdrachtomschrijving. Wanneer doelstellingen, verantwoordelijkheden en context niet duidelijk zijn, ontstaat twijfel. Professionals willen weten welke impact zij maken en binnen welke kaders zij opereren. Onduidelijkheid leidt tot: minder interesse langere doorlooptijden en lagere conversie 4. Trage besluitvorming als structureel knelpunt De snelheid van besluitvorming blijft een van de grootste obstakels. Waar interim inzet juist snelheid vraagt, hanteren organisaties vaak uitgebreide processen. In de praktijk zijn geschikte kandidaten vaak binnen enkele dagen beschikbaar en weer van de markt. Iedere extra stap verkleint de kans op succes. 5. Candidate experience wordt doorslaggevend In een markt waar professionals keuze hebben, speelt de ervaring tijdens het proces een grote rol. Gebrek aan communicatie, lange wachttijden en onduidelijkheid zorgen ervoor dat kandidaten afhaken. Organisaties die snel en transparant communiceren, onderscheiden zich direct. 6. Interim vraagt om andere keuzes Wat opvalt, is dat organisaties interim recruitment nog te vaak benaderen als vaste werving. De nadruk ligt op zekerheid, uitgebreide selectie en risicobeperking. De realiteit is dat interim inzet vraagt om snelheid, duidelijke kaders en vertrouwen. Organisaties die dit verschil erkennen, zijn aantoonbaar succesvoller. Conclusie De uitdaging in het vinden van interim professionals ligt niet alleen in schaarste, maar in de manier waarop vraag en aanbod elkaar vinden. De combinatie van terughoudendheid door wetgeving, onrealistische verwachtingen en trage processen zorgt ervoor dat opdrachten en professionals elkaar mislopen. Organisaties die dit doorbreken, maken duidelijke keuzes. Zij formuleren heldere opdrachten, versnellen hun proces en bieden transparantie over voorwaarden. In een markt waar snelheid en vertrouwen bepalend zijn, maakt dat het verschil tussen stilstand en invulling. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags interim | Laat een reactie achter
FlexNieuws TOP100 analyse MSP’s/brokers: Geen groei op Nederlandse MSP-markt, wel winnaars en verliezers Geplaatst 4 mei 2026 door Arthur Lubbers SUM is geen omzet Vooropgesteld, wat betreft de MSP’s geeft de FlexNieuws TOP100 een vertekend beeld. De omzet van een uitzend- of detacheringsbureau is heel iets anders dan de ‘omzet’ van een MSP. Bij een MSP praat je over managed spend (omzet in beheer of spend under management (sum)). Een MSP is een externe partner die namens een organisatie het hele leveranciersbeheer verzorgt. In de managed spend is dan ook de omzet van die leveranciers – uitzenders, detacheerders en zzp-bemiddelaars – verwerkt en een (vrij geringe) marge van de MSP zelf. De sum is dus het totaal aan uitgaven aan extern personeel dat door de MSP wordt beheerd en gecontroleerd. Nummer één in de FlexNieuws TOP100 – Randstad Nederland met een omzet van bijna € 3 miljard – is natuurlijk een veel groter bedrijf dan nummer 2 – HeadFirst Group met een omzet (sum) van bijna € 2,5 miljard. De omzetverhouding komt niet overeen met het verschil in omvang tussen beide organisaties. HeadFirst Group is de marktleider in Nederland onder de MSP’s, waar honderden mensen werken, maar geen duizenden zoals bij Randstad Nederland (circa 4.500). De managed spend (sum) van MSP’s/brokers is niet hetzelfde als de omzet van uitzenders en detacheerders – het aandeel MSP/broker (28%) geeft dus een vertekend beeld. Overall geen groei, wel dalers en stijgers Toch is uit het interessant deze managed spend tussen MSP’s/brokers onderling en ten opzichte van het jaar daarvoor te vergelijken. Wat als eerste opvalt is dat managed spend van de MSP’s/brokers in 2025 in totaal niet is gegroeid ten opzichte van het jaar daarvoor. De omvang van die managed spend van de negen deelnemende MSP-aanbieders in de FlexNieuws TOP100 bedroeg in 2025 bijna € 6,5 miljard, nagenoeg evenveel als in 2024 (zelfs een lichte daling (-0,2%)). En dat terwijl in 2024 er nog sprake was van een forse groei (+12%). Gevolg: waar in 2024 alle MSP’s/brokers hun managed spend zagen toenemen, zagen in 2025 drie van de negen deelnemers aan de FlexNieuws TOP100 hun sum dalen. Wil je meer weten over de verhalen achter deze cijfers? Kom dat naar het FlexNieuws TOP 100 Live event. 20 mei in Amsterdam. In een middag praat Wim Davidse, samen met Sandra Klijn (expert in werkgeluk) en ondernemers Hurriyet Bagcan (CEO Carrière) en Janneke Verkerk (CEO House of Talents). Verder interactieve sessies met Han Mesters (ABN AMRO), Marita Hoogeveen (Köster Advocaten), Patrick Tom (Bureau Cicero) en Astrid Roovers (Easyflex) over leiderschap, economie, de actuele stand van zaken rond wet- en regelgeving en de toepassing en impact van AI. HeadFirst Group maakt pas op de plaats HeadFirst Group boekte in 2025 een omzet (sum) van € 2,436 miljard en is daarmee veruit de grootste in het rijtje MSP/brokers. HeadFirst Group kreeg afgelopen jaar wel voor het eerst te maken met krimp (-7,8%). En dat is opmerkelijk, na de stevige groei van 17,5% in 2024 en een bijna even zo grote groei in 2023. In de sterk concurrerende Nederlandse MSP-markt heeft HeadFirst Group na jaren van dubbelcijferige groei afgelopen jaar dus een pas op de plaats moeten maken. Zelf spreekt HeadFirst Group van ‘een andere marktrealiteit’; ‘economische druk, voorzichtiger klantgedrag en aangescherpte regelgeving — waaronder intensievere handhaving op schijnzelfstandigheid — maakten de markt complexer. Ook het niet winnen van een aantal grote tenders had impact op het volume.’ Volgens HeadFirst Group is daarom gekozen voor bijsturing, zowel door structurele kostenverlaging als door investeringen. Daarmee is naar eigen zeggen ‘in 2025 een stevig fundament gelegd voor herstel van duurzame groei’. Men zit ook bepaald niet stil zit op het kantoor in Hoofddorp. Onder leiding van ceo Marion van Happen werkt de HR-tech dienstverlener aan (internationale) uitbreiding. Begin dit jaar zijn Saskia Kapper (Bovib-voorzitter en ex-Hero) en Allard van Dam (country manager Nederland) nog aangetrokken om de positie als marktleider in Nederland verder uit te bouwen. En sinds eind april is Nicole van Casteren (voorheen Philips en FrieslandCampina) werkzaam bij HeadFirst Group. Om een vollediger beeld van de Nederlandse MSP-markt te geven, moet worden opgemerkt dat de omzetten (sum) van de MSP-takken van de drie grote uitzendorganisaties – Sourceright (Randstad), Tapfin (Manpower) en Pontoon (Adecco) – niet specifiek zijn opgenomen in de FlexNieuws TOP100. Circle8 Nederland blijft wel hard groeien Inmiddels zijn twee andere MSP’s/brokers die de grens van een miljard euro aan managed spend in ons land al gepasseerd zijn: Magnit en Circle8. Magnit – dat behoort tot een van ’s werelds grootste MSP’s Magnit Global (voorheen PRO Unlimited) – behaalde in Nederland een omzet van € 1,34 miljard, een groei van 4,7 procent. Zeker niet slecht na een matige groei (1,5%) in 2024. Lees ook: De FlexNieuws TOP 100 van 2026: overzicht, TOPPERs en inzichten Circle8 Group Nederland – dat sinds afgelopen zomer wordt geleid door Martin Westerhof – kende wederom een goed jaar. Het bedrijf met kantoor in Nieuwegein behaalde in 2025 een omzet van € 1,167 miljard, een groei van ruim 15% ten opzichte van 2024 (toen het ook al 17 procent groei realiseerde). Begin dit jaar werd bekend dat het van oorsprong Nederlandse Circle8 – ontstaan uit het voormalige IT Staffing – samengaat met het Amerikaanse beursgenoteerde Atlantic international. De Zwitserse investeringsmaatschappij Axiom Partners van Guus Franke – eigenaar van Circle8 – wordt de grootste aandeelhouder van Atlantic. De naam Circle8 blijft bestaan. Flextender en Hero flink in de plus Twee andere brokers/MSP’s die ook flink groeiden in 2025 zijn Flextender en Hero. De omzet van Flextender kwam uit op € 450,5 miljoen (+8,5%). En Flextender zag in 2024 de omzet ook al met maar liefst 22 procent groeien. Qua managed spend zit Flextender inmiddels Nash Squared (zie hieronder) op de hielen. De omzet van Hero groeide in 2025 met ruim 16 procent naar € 186 miljoen. En dat nadat de broker/MSP uit Noord-Holland in 2024 een recordomzetgroei van 33 procent boekte. Hero behoort al jaren tot de snelste groeiers en scoort ook nu weer hoog in de FlexNieuws TOP100. Begonnen als broker heeft CEO Jeroen de Vries zijn familiebedrijf in Noord-Holland in ruim 15 jaar tijd snel verder uitgebouwd. Naast Wognum zijn er vestigingen in Alkmaar, Hoorn en Schiphol. Naast Hero Interim Professionals (IP) is er nu een aparte MSP-tak (Hero MSP). Harvey Nash/Flexhuis diep in het rood Nash Squared, in Nederland opererend met de twee labels Harvey Nash en Flexhuis, is de grootste daler in het rijtje MSP’s/brokers. Na een bescheiden groei van ruim 1,5 procent in 2024, volgde een ronduit slecht 2025. De omzet in ons land daalde het afgelopen jaar met bijna 18 procent naar 480 miljoen. Dat zijn geen fijne financiële cijfers voor een broker/MSP. Dat er groeiers en dalers zijn is overigens logisch. Het winnen van aanbestedingen en tenders is cruciaal voor MSP’s/brokers. Het is een volumemarkt en die volumes behaal je door aanbestedingen binnen te slepen. Waar de een wint, verliezen de anderen. De inschrijvende partijen komen elkaar bij vrijwel elke aanbestedingstraject weer tegen. De concurrentie is dan ook moordend. Sarah Goossens, commercieel directeur bij Harvey Nash en Flexhuis en bestuuurslid van de Bovib, de branchevereniging voor brokers/MSP’s, heeft daarbij een andere, grote zorg. “De Sarah Goossens (Nash Squared Nederland) race to the bottom holt de MSP-markt uit”, zo waarschuwde zijn afgelopen najaar in haar gastblog op ZiPconomy. Zij constateert – zeker niet als enige – dat de tarieven bij broker- en MSP-aanbestedingen vaak onder de kostprijs liggen. Niet alleen MSP-aanbieders en brokers, ook inkopende organisaties hebben volgens Goossens een verantwoordelijkheid als het gaat om het hanteren van realistische prijsmodellen. Haar oproep: kijk liever naar total costs of quality in plaats van uitsluitend naar uurtarieven en marges. En gun elkaar een eerlijke prijs! Alleen zo houd je de keten gezond en zorg je dat je de juiste mensen (en dus kwaliteit) krijgt. Zorgen over grote financiële risico’s Nederland staat bekend als een volwassen MSP-markt. Maar ondanks dat gerenommeerde spelers hier actief zijn, zijn er ook zorgen over de grote financiële risico’s die MSP’s/brokers lopen. Begin dit jaar kwam in het nieuws dat broker OneStopSourcing in financiële problemen verkeerde, waardoor ingehuurde zzp’ers bij de Belastingdienst, Tweede Kamer, gemeenten en provincies niet meer betaald konden worden. Dergelijke berichten hebben enorme impact en schaden het vertrouwen in de branche. En hierdoor laait de discussie weer op over de financiële risico’s die aan de brokering/MSP-dienstverlening kleven omdat er zulke grote geldstromen door hun boeken gaan. Moet bijvoorbeeld factoring – het verpanden van vorderingen – nog langer worden toegestaan? Wat als de broker het geld daaruit niet gebruikt om zijn crediteuren (bijvoorbeeld zzp’ers) te betalen, maar om acquisities te financieren? Rob de Laat en Wouter Waaijenberg stellen op ZiPconomy dat MSP’s en brokers zich niet als bank moeten gedragen. Mariëtte Wendrich (Flextender) Ook Mariëtte Wendrich (Flextender) heeft zich hierover uitgesproken in een column. Net als Sarah Goossens (Nash Squared Nederland) ziet ook Wendrich dat aanbestedingen onder kostprijs worden gegund. Die toenemende druk op tarieven bij aanbestedingen is volgens haar een belangrijke oorzaak van de financiële problemen die zich voordoen. MSP’s die onder kostprijs inschrijven komen dan eerder in de verleiding om kasstromen anders te laten renderen, bijvoorbeeld via factoring. En dat gebeurt in de praktijk. Wendrich: ‘Veel MSP’s/brokers spelen met andermans geld, en dat is moreel verwerpelijk’. Let op liquiditeitspositie Opdrachtgevers zouden scherper moeten letten op de liquiditeitspositie van hun MSP/broker. Het is volgens De Laat en Waaijenberg een misvatting dat grotere MSP’s/brokers ook per definitie stabieler en financieel veiliger zijn. Dat heeft volgens hen alles te maken met het verdienmodel. “Het verdienmodel is gebaseerd op een minimale marge op een grote omzet. Niet een teruglopend resultaat is het eerste signaal van problemen, maar een teruglopende omzet. Zodra opdrachtgevers wegvallen, verdwijnt het doorbetaalgeld waarop de operatie drijft. De verplichtingen aan zzp’ers én overige leveranciers lopen door. Het gat valt niet te dichten met winst, want die was er nauwelijks.” Dit thema – de financiële risico’s die het verdienmodel van MSP’s/brokers met zich meebrengt – zal zeker ook in 2026 de gemoederen blijven bezighouden. Lees ook: MSP-aanbieders en -consultants in discussie: ‘MSP’s moeten hun toegevoegde waarde blijven bewijzen’ ZiPconomy en Nextconomy hebben het – gratis te downloaden – rapport MSP-aanbieders in België en Nederland 2025/2026 gepubliceerd. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags broker, FlexNieuws TOP100, MSP, omzetontwikkeling | 1 Reactie
ZZP-markt krimpt nog verder zo blijkt uit nieuwe CBS-cijfers over het eerste kwartaal Geplaatst 3 mei 2026 door Hugo-Jan Ruts De markt voor zzp’ers blijft stevig onder druk staan. Het totaal aantal gewerkte uren door zelfstandigen is in het eerste kwartaal van 2026 wederom gedaald. Die daling zet nu al acht kwartalen achter elkaar door. Ook het totaal aantal personen dat werkzaam is als zelfstandige neemt verder af. Zo ligt het totaal aantal zzp’ers (eigen arbeid) weer onder het miljoen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Het CBS zag het aantal gewerkte uren door zelfstandigen het afgelopen jaar met 6 procent dalen, terwijl het totaal aantal gewerkte uren door werknemers in diezelfde periode met 1,2 procent is gestegen. Vergeleken met de cijfers uit het eerste kwartaal van 2024 is de daling zelfs 7,9%. Die daling van het aantal uren zette dus in het eerste kwartaal gewoon door, met een afname van 1,3% in één kwartaal. Van een herstel van de zzp-markt – of een afvlakkende daling – is dus nog geen sprake. Uit cijfers van de afgelopen tien jaar is te zien dat het aantal gewerkte uren door werknemers en zelfstandigen zich lange tijd parallel heeft ontwikkeld (met een dip door COVID). Dat beeld verandert duidelijk vanaf het eerste kwartaal van 2024. De daling is in vrijwel alle sectoren en beroepsgroepen te zien. De ICT-sector zit nog wel boven het niveau van twee jaar geleden (+8%), maar daalde juist in de afgelopen 12 maanden het hardst van alle sectoren (-15,6%), na in 2024 juist sterk te zijn gegroeid. Alleen de landbouwsector laat over de afgelopen 12 maanden een groei van het aantal gewerkte uren zien (+9,3%). Alle andere sectoren laten een daling zien, met de zorgsector als uitschieter (-17,8% in twee jaar tijd). Overigens zag de KVK het aantal ingeschreven zzp’ers in het eerste kwartaal van 2026 niet krimpen maar juist ligt groeien en wel met 5.000 personen. Of iemand bij de KVK staat ingeschreven zegt nog niet of die persoon ook daadwerkelijk werkt als zzp’er. ZZP eigen arbeid daalt verder Het CBS meet het totaal aantal gewerkte uren voor alle zelfstandigen, dus inclusief zelfstandigen met personeel en zzp’ers die producten verkopen. Het totaal aantal werkzame personen dat aangeeft als zelfstandige te werken, is in twee jaar tijd afgenomen met 6,8 procent. Het afgelopen jaar was de daling 5,1%. Het aantal zzp’ers (eigen arbeid) daalde nog wat harder: 9,2% in twee jaar tijd. De cijfers op beroepsniveau laten – logischerwijs – vergelijkbare trends zien als de sectorale cijfers. Ook nieuwe cijfers van HeadFirst Group laten een daling zien in de vraag naar flexibel werkenden. Uit een data-analyse van de HR-techdienstverlener blijkt dat het totaal aantal aanvragen met 12 procent is afgenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. Handhaving en vertragende economie Wie op zoek gaat naar oorzaken van deze daling – daar doet het CBS geen onderzoek naar – zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de opheffing van het handhavingsmoratorium en de daardoor veranderende houding van werkgevers en opdrachtgevers. Zeker in de publieke sector is dat een belangrijke verklaring. Maar arbeidsmarktexpert Wim Davidse wijst in een artikel op FlexNieuws ook op de afnemende economische groei en de toenemende geopolitieke onzekerheid. Opvallend in zijn analyse van alle flexcijfers is dat de daling van het aantal gewerkte uren door zzp’ers niet betekent dat de uren van uitzendkrachten en gedetacheerden stijgen. Integendeel: ook het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden nam af (-4,1%). Ton Sluiter, manager data bij HeadFirst Group, heeft het over een ‘voorzichtige start’ van het jaar bij opdrachtgevers: “Maar dat betekent niet dat organisaties stilvallen. In de detailhandel zien we juist een sterke groei. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker waar de behoefte ligt: niet alleen uitvoerende capaciteit, maar professionals die technologie actief kunnen inzetten. De opmars van AI-kennis als gevraagde vaardigheid onderstreept die verschuiving. Die ontwikkeling zie je dwars door alle sectoren heen, en ik verwacht dat die trend de komende kwartalen verder zal doorzetten.” Minister erkent problemen Minister Aartsen van Werk & Participatie erkende onlangs in gesprek met ZiPconomy dat er onder opdrachtgevers de nodige angst is voor het inhuren van zzp’ers. “Het grootste probleem op dit moment is dat er onduidelijkheid is over de regels. Heel veel opdrachtgevers zeggen: ik weet niet precies hoe het zit, laat ik maar geen zzp’ers inhuren, categorisch. Daar moeten we vanaf,” aldus de minister. Hij wil daarom voor de zomer nog een overheidscampagne lanceren met als titel ‘Zo kan zzp wél’. Deze nieuwe CBS-cijfers laten zien dat dat steuntje in de rug voor zzp’ers eerder te laat dan te vroeg komt. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, zzp cijfers | 4s Reacties
Economische groei remde af in Q1 en de flexbranche krimpt flink Geplaatst 2 mei 2026 door Wim Davidse De economie is in het eerste kwartaal van 2026 met +1,2% gegroeid ten opzichte van een jaar eerder – de laagste groei sinds het voorjaar van 2024. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking) groeide met +0,3%, dus minder snel dan de +0,6% in de tweede helft van 2025. Hoewel er dus iets meer mensen werkten, werkten zij in totaal iets minder uren: -0,4% ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 30 april publiceerde. Wil je meer weten over deze trends en de impact die dit heeft op ondernemen in flex? Kom dan naar het FlexNieuws TOP 100 LIVE event, 20 mei in Amsterdam. In een middag ben je weer helemaal bij. Keynotes door Wim Davidse en Han Mesters (ABN AMRO), kennissessies (met Q&A) over wetgeving, compliance en tech & AI. Interviews met ondernemers in de flexbranche. Voorzichtig herstel flexbranche alweer voorbij Nadat het CBS een aantal correcties had doorgevoerd in de afgelopen maanden, bleek de flexbranche in de tweede helft van 2025 te zijn gegroeid, in termen van uren. Daarvan is in het eerste kwartaal van 2026, met een fikse urenkrimp van -4,8%, duidelijk geen sprake; dat is de sterkste krimp sinds de zomer van 2024. De urenkrimp in Q1 was daarmee ook maar een fractie kleiner dan de -5,1% van de ABU marktmonitor. In de onderstaande grafiek, met de flexbranche-uren per kwartaal vanaf 1995, is de stevige stap terug in het eerste kwartaal, net als in 2023, goed duidelijk. (In dat jaar ontvouwde zich vervolgens een milde recessie.) Ook is duidelijk dat het aantal in Q1 gemaakte uren later lag dan in enig kwartaal tijdens de coronacrisis van 2020-2021. Het aandeel van de flexbranche-uren in de totaal gewerkte uren kwam in Q1 uit op 5,3%, het laagste aandeel sinds Q1 2014. Het wordt daarmee steeds duidelijker dat er geen sprake is van flex-herstel, niet tijdelijk, en al helemaal niet structureel. Dat lijkt, met de blijvend onzekere politieke, maatschappelijke, geopolitieke en economische omstandigheden, en de dus hoogstwaarschijnlijk voortdurende pauze op de arbeidsmarkt, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, voorlopig ook niet aan de orde. Vermoedelijk hebben de op 1 januari van dit jaar in werking getreden cao’s voor uitzendkrachten en voor detachering ook niet bijgedragen aan het bestendigen van het vorig jaar ingezette herstel. Lees ook: Kleine omzetgroei totale flexbranche in het vierde kwartaal En ook weer niet geprofiteerd van minder zzp’ers De flexbranche-uren zijn dus met -4,8% gekrompen, maar het aantal door zelfstandigen gewerkte uren is in Q1 zelfs met -6,0% gekrompen – de sterkste krimp sinds eind 2020 (toen vanwege de corona-lockdowns). Het door werknemers (in vaste dienst of met tijdelijke dienstverbanden, niet: uitzendkrachten en gedetacheerden) gewerkte aantal uren groeide daarentegen met +1,5%. Niet in uren, maar in personen gemeten zien we nog het volgende: Het aantal werknemers met een vast contract groeide nog met +1,1% – minder sterk dan in de voorgaande kwartalen, maar wel harder dan de +0,3% van de totale werkzame beroepsbevolking. Hun aandeel in die groep groeide dan ook van 56,8% een jaar geleden naar 57,2% nu – het op één hoogste aandeel in meer dan 12 jaar (Q3 2025 had met 57,3% het hoogste aandeel). Het aantal werknemers in de interne flexschil (vooral tijdelijke werknemers en oproepkrachten) groeide met +3,3% nog harder (na +3,2% in Q4), naar een aandeel van 24,2%; dat was een jaar eerder nog 23,5%. Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden werd -4,1% kleiner, dat is wat minder dan het gemiddelde van de afgelopen 2 jaar (-4,7%), en omvat nu nog 3,4% van alle werkenden – dat is het allerlaagste percentages van deze eeuw, zelfs lager dan tijdens de corona-lockdowns (de piek lag in Q4 2016 op 5,4%). In Q1 waren er nog 974.000 zzp’ers (eigen arbeid), voor het eerst sinds het voorjaar van 2022 minder dan een miljoen – eind 2024 piekte hun aantal op 1.091.000 – nu dus -10,7% minder. Ten opzichte van een jaar eerder ging de krimp met -7,8% een fractie minder hard dan in het vorige kwartaal (toen met een heel stevige -8,0%, wat toen het sterkste jaar-op-jaar zzp-krimppercentage van deze eeuw was). Hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking zakte voor het eerst sinds eind 2021 onder de 10%: 9,9% – een jaar eerder was dat nog 10,8% en in het laatste kwartaal voor de start van de handhaving Wet DBA (Q4 2024) piekte dat aandeel nog op 11,1%. De externe flexschil omvatte daarmee in Q1 13,3% van de werkzame beroepsbevolking, een behoorlijk tuimeling sinds de 14,8% van Q4 2024, die bijna volledig voor rekening van de zzp’ers komt, en voor een klein deel door de krimp van uitzenden en detacheren. (Piek: 14,9% in Q4 2022.) Al met al omvatte de totale flexschil in Q1 nog 37,6% van de werkzame beroepsbevolking, wat minder dan de 37,9% van een jaar eerder. (Piek: 40,4% in Q2 2017.) Arbeidsposities per kwartaal Met de veranderingen van de aantallen personen per arbeidscontractvorm per kwartaal ten opzichte van een jaar eerder samengevat in een grafiek, wordt wederom de impact van de handhaving van de Wet DBA op het aantal zzp’ers eigen arbeid duidelijk. Dat aantal is begin 2025 direct gekrompen, eerst elk kwartaal wat sneller, en in Q1 van dit jaar dan weer wat minder dan in Q4 – of dat een trendbreuk is, of een seizoenseffect, of wat anders, dat zal de komende kwartalen moeten blijken. Ook wordt duidelijk dat werkgevers absoluut de voordelen van flexibele arbeid zien, en dat vertalen naar een sterke groei van de interne flexschil – in Q1 is die ontwikkeling zelfs relatief sterk. Of anders samengevat: Het is duidelijk dat werkgevers in de turbulente context van 2026 blijven hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden. De invulling daarvan verschuift al sinds begin 2025 van de externe naar de interne flexschil. De flexbranche is veel harder gekrompen dan de totale flexschil – het is dus aan de flexbranche om te ontdekken hoe beter van die blijvende flexbehoefte te gaan profiteren. Lees ook: Spannend: eerste Q1-cijfers van ABU, PageGroup en ManpowerGroup Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter
Aansprakelijk gesteld als zzp’er: wat nu? Geplaatst 1 mei 2026 door easeley Het is een bericht waar veel zelfstandigen van schrikken: een opdrachtgever die je aansprakelijk stelt voor schade. Of het nu gaat om een misgelopen deadline, een tegenvallend projectresultaat of een vermeende fout in je werk, de impact is vaak direct voelbaar. Financieel én emotioneel. “Een opdrachtgever ziet schade en wijst een verantwoordelijke aan. Maar juridisch begint het pas bij de vraag: is die schade daadwerkelijk veroorzaakt door deze zzp’er?”, aldus Michel Verheij van easeley. De eerste en belangrijkste constatering: een claim is nog geen aansprakelijkheid. Niet meteen in de verdediging Veel zzp’ers reageren instinctief met excuses of proberen het “op te lossen” door (een deel van) de schade te accepteren. Begrijpelijk, maar juridisch onverstandig. Zodra je aansprakelijkheid erkent, kan dat grote gevolgen hebben ook richting een eventuele verzekeraar. De juiste eerste stap is afstand nemen. Verzamel feiten, leg communicatie vast en analyseer wat er werkelijk is gebeurd. De kernvraag: ben je wel aansprakelijk? Om als zzp’er juridisch aansprakelijk te zijn, moet aan drie voorwaarden worden voldaan: Er is sprake van een fout Er is schade Er is een causaal verband tussen die fout en de schade Met name dat laatste punt, het causale verband, is doorslaggevend. De schade moet aantoonbaar het gevolg zijn van jouw handelen of nalaten. En juist daar gaat het in de praktijk vaak mis. Lees ook: “Aansprakelijkheidsverzekering? Vooral als de opdrachtgever er om vraagt” Schade betekent niet automatisch jouw schuld Opdrachtgevers ervaren schade en zoeken een oorzaak. Die oorzaak wordt niet zelden bij de zzp’er gelegd. Maar dat betekent nog niet dat dit juridisch standhoudt. Er zijn talloze situaties waarin schade niet (volledig) aan de zelfstandige kan worden toegerekend. Neem een IT-consultant die een systeem oplevert dat later problemen geeft. De opdrachtgever lijdt omzetverlies en wijst direct naar de consultant. Maar als de storing blijkt te liggen bij de hostingpartij of een externe koppeling, ontbreekt het causale verband. Of een financieel adviseur die een analyse maakt op basis van door de klant aangeleverde cijfers. Als die cijfers achteraf onjuist blijken, is de schade niet het gevolg van het advies zelf, maar van de input. Ook eigen keuzes van de opdrachtgever spelen vaak een rol. Denk aan een marketingprofessional die een strategie adviseert, waarna de klant daar deels van afwijkt. Als het resultaat tegenvalt, is dat niet automatisch toe te rekenen aan de adviseur. Meerdere oorzaken, gedeelde verantwoordelijkheid In veel zakelijke situaties is schade het gevolg van een combinatie van factoren. Juridisch wordt dan gekeken naar toerekening: welk deel van de schade is daadwerkelijk het gevolg van jouw handelen? Dat kan betekenen dat je helemaal niet aansprakelijk bent, of slechts voor een deel. Dit maakt aansprakelijkheidskwesties zelden zwart-wit. De praktijk is grijs en complex. Wanneer is er wél beroepsaansprakelijkheid? Bij beroepsaansprakelijkheid gaat het om fouten in de professionele dienstverlening die leiden tot zuivere vermogensschade. Denk aan een verkeerd advies, een rekenfout of een onjuiste interpretatie van regelgeving. Voorbeelden zijn: Een fiscalist die een belastingvoordeel over het hoofd ziet Een softwareontwikkelaar die een cruciale bug introduceert Een consultant die op basis van verkeerde aannames adviseert Maar ook hier geldt: zonder aantoonbaar causaal verband is er geen aansprakelijkheid. “De meeste claims zijn minder sterk dan ze lijken” Volgens aansprakelijkheidsexpert Michel Verheij wordt het begrip aansprakelijkheid vaak te licht gebruikt. In de praktijk ziet hij dat causaliteit regelmatig ontbreekt. “Veel dossiers vallen uiteen zodra je goed kijkt naar de feiten. Er zijn meerdere oorzaken, of de opdrachtgever heeft zelf keuzes gemaakt die hebben bijgedragen aan het probleem.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat zzp’ers hun verantwoordelijkheid niet moeten onderschatten. “Als jouw advies aantoonbaar de doorslaggevende factor is geweest, dan ben je in de meeste gevallen gewoon aansprakelijk. Zeker als professional mag er een bepaald niveau van zorgvuldigheid van je worden verwacht.” Zijn belangrijkste nuance: “Niet elke fout leidt tot aansprakelijkheid. En niet elke schade betekent dat jij een fout hebt gemaakt.” Wat moet je doen bij een claim? Als je als zzp’er aansprakelijk wordt gesteld, is het belangrijk om gestructureerd te handelen: Blijf zakelijk en erken geen aansprakelijkheid. Verzamel alle relevante documenten en communicatie. Analyseer wat de werkelijke oorzaak van de schade is en welke rol jij daarin hebt gespeeld. Schakel vervolgens een jurist of je verzekeraar in. Die kan helpen om de claim inhoudelijk te beoordelen en te bepalen of en in hoeverre je aansprakelijk bent. Tot slot Aansprakelijk gesteld worden hoort bij ondernemen als zzp’er. Maar het is geen gegeven dat jij ook daadwerkelijk moet betalen. De essentie zit in het causale verband. Alleen als schade aantoonbaar het gevolg is van jouw handelen, kan er sprake zijn van aansprakelijkheid. En in de praktijk blijkt dat verband lang niet altijd zo duidelijk als het in eerste instantie lijkt. Lees ook: Verzekeringen voor zzp’ers: heb jij ze alle 9 nodig? Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags aansprakelijkheid, easeley, zzp | Laat een reactie achter