Waarom flexibele studenten de oplossing zijn voor arbeidstekorten Geplaatst 6 juni 2024 door Gastblogger In steden zoals Utrecht en Amsterdam maar ook in de regio zijn vacatures talrijk en liggen de mogelijkheden voor het oprapen. Toch kan het voor studenten die op zoek zijn naar meer dan een standaard bijbaan een uitdaging zijn om een functie te vinden die hen voldoende uitdaagt. Platforms die met hoogwaardige en goed gekwalificeerde studenten werken bieden in dat geval uitkomst. Sprout9 – inkoopondersteuning door inkoopstundent is zo’n type platform, gespecliaiseerd in de inkoop niche. In dit artikel interviewt Anthony Duursma, cofounder en Head of Academy bij Sprout9, inkoopstudent Yari. Hij ging de slag ging bij ProRail en deelt zijn ervaringen en inzichten. En hij vertelt waarom bedrijven en overheidsorganisaties wat hem betreft vaker zouden moeten denken aan out-of-the-box oplossingen voor hun werving- en personele opgaven. Anthony Duursma: hoe ben je bij je huidige baan terechtgekomen? Inkoopstudent Yari Yari: “In de zomer van vorig jaar, terwijl ik bezig was met de afronding van mijn studie, ging ik op zoek naar een nieuwe baan. Ik wilde iets meer dan de standaard studentenbijbaan. Ik zocht naar een positie die mij echt zou uitdagen en waardevolle ervaring zou opleveren. Na een tijdje zoeken, kwam ik via Sprout9, toen nog bekend als De InkoopStudent, terecht bij de Procurement-afdeling van ProRail. Hier kon ik aan de slag als administratieve ondersteuning voor de tendermanagers. Er was genoeg randwerk dat niet door een dure tendermanager hoefde te worden uitgevoerd. Het kon perfect worden uitgevoerd door een student.” Hoe was het om voor het eerst in een professionele omgeving te werken? “Bij ProRail kreeg ik mijn eerste echte werkervaring in een professionele omgeving. Dit betekende niet alleen meer verantwoordelijkheden dan ik gewend was, maar ook een grote mate van vrijheid. Als student was dit ideaal: ik kon mijn uren flexibel inplannen rond mijn colleges en thuiswerken was zelden een probleem als dat praktisch bleek te zijn. Deze flexibiliteit maakte de combinatie van studie en werk een stuk eenvoudiger en de ervaring die ik opdeed was buitengewoon waardevol, vooral in de afrondende fase van mijn studie. Tegelijkertijd leer je ontzettend veel op de werkvloer zelf. Over samenwerken en goede afspraken maken binnen de projectgroep en externen.” Welke uitdagingen kwam je tegen en wat heb je geleerd? “Natuurlijk was het niet altijd makkelijk. Werken binnen een grote organisatie als ProRail kan soms overweldigend zijn en de verantwoordelijkheden waren aanzienlijk groter dan bij mijn voorgaande banen. Je kunt niet zomaar een week vrij nemen wanneer je er even geen zin in hebt. Daarnaast was het voor mijn werkgever waarschijnlijk ook een uitdaging om rekening te houden met mijn collegerooster. Gelukkig bood Sprout9 voldoende ondersteuning om ervoor te zorgen dat ik snel en efficiënt kon integreren in mijn rol.” Hoe kijk je terug op je ervaring en wat zou je anderen aanraden? “Terugkijkend ben ik ontzettend tevreden met mijn tijd bij ProRail. De ervaring die ik heb opgedaan voelt nu al van onschatbare waarde en ik ben trots op de bijdrage die ik heb kunnen leveren aan het team. Ik raad andere studenten dan ook zeker aan om een vergelijkbare baan te zoeken. Voor bedrijven die kampen met arbeidstekorten of die hun personeel willen ontlasten van minder essentiële taken, kan de inzet van studenten de perfecte oplossing bieden.” Heb je nog een laatste advies voor bedrijven? “Het flexibele en slimme gebruik van studenten kan niet alleen helpen om personeelstekorten op te vangen, maar biedt ook een waardevolle leerervaring voor de studenten zelf. Dus, als u een bedrijf runt en overweegt om studenten in te zetten, kan ik uit persoonlijke ervaring zeggen dat het een win-win situatie is. Studenten brengen frisse energie en flexibiliteit, en bedrijven krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben zonder de hoge kosten van fulltime personeel.” De huidige krapte op de arbeidsmarkt, en vooral in de inkoopsector, vormt dus een grote uitdaging voor organisaties. Volgens het eerder aangehaalde KPMG-rapport heeft slechts 34% van de ruim 400 inkoopprofessionals die voor het onderzoek zijn geïnterviewd voldoende capaciteiten voor de uitdagingen die zij ervaren. Bijvoorbeeld personeel met een tekort aan digitale vaardigheden. Door samen te werken met jonge talenten die hun kennis nog vers halen uit de universiteiten kunnen bedrijven niet alleen deze tekorten opvangen, maar ook profiteren van de kennis, flexibiliteit en innovatie die jonge talenten met zich meebrengen. Het inzetten van studenten biedt een oplossing die zowel bedrijven als studenten ten goede komt en draagt bij aan een dynamische en adaptieve arbeidsmarkt. Zeker iets om over na te denken als organisatie. Dit artikel is geschreven door Anthony Duursma, cofounder en Head of Academy bij Sprout9. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter
EU-verkiezingen: wat willen partijen met werk en arbeidsmigratie? Geplaatst 6 juni 2024 door Tom Reijner België en Nederland: het zijn buurlanden en delen een gemeenschappelijke geschiedenis. Maar tijdens deze verkiezingen voor het Europees Parlement blijken ze behoorlijk te verschillen in wat ze belangrijk vinden. De Belgen maken zich overwegend grote zorgen over de (in gebreke blijvende) strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, terwijl Nederlanders vooral EU-defensie en veiligheid tot hun electorale prioriteit maken. Nederlanders maken zich daarentegen weer een stuk drukker over migratie met 48% tegenover 31% onder de Belgen, valt te lezen in de meest actuele Eurobarometer-enquête van het Europees Parlement. Lees ook: Wat met de Toekomst van Werk in Vlaanderen? (een verkiezingsgids voor de landelijke verkiezingen in België, die samenvallen met de verkiezingen voor het Europees Parlement Hoe het ook zij: arbeidsmigratie, de toekomst van de arbeidsmarkt en de sociale EU-agenda spelen dus wel degelijk een rol bij deze verkiezingen. Maar een echt sociaal beleid op het gebied van werk, inkomen en pensioen – laat staan flexibele arbeidsrelaties – voert de Unie nog niet. “Brussel” wordt daarin te beperkt door de 27 lidstaten, die sociaal beleid graag nationaal willen houden. Toch zijn er een paar wapenfeiten, die de EU de afgelopen jaren voor elkaar heeft gekregen. Allereerst is dat een wet die ervoor moet zorgen dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt verkleind en een EU-breed akkoord over een betere bescherming van platformmedewerkers. Misschien wel het grootste succes zijn de duurzaamheidsrapportagerichtlijnen in het kader van de ESG: bedrijven zijn verantwoordelijk voor het duurzame en sociale karakter in de toeleveringsketen. Lees, luister en bekijk: Navigeren door het ESG-landschap: Kansen en verplichtingen voor (staffing)bedrijven Hoe denken de verschillende politieke partijen in Nederland over de sociale kant van Europa? De toekomst van de arbeidsmarkt Het valt op dat met name de progressieve partijen inzetten op toekomstbestendige en veelal “groene” en dus duurzame banen. Technologie speelt hierbij veelal een rol. VOLT, samen met D66, een van de meest pro-Europese partijen, gaat voor het promoten van groene banen en het investeren in duurzame energie om werkgelegenheid te stimuleren. D66 wil geld steken in onderwijs en digitale vaardigheden om de Europese arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. Ook de ChristenUnie wil de duurzaamheid bevorderen op de arbeidsmarkt door groene banen te stimuleren. GroenLinks-PvdA zoekt, traditiegetrouw, de bescherming van werknemers door middels krachtige sociale rechten, inclusief een Europees minimumloon. NSC stimuleert graag de samenwerking in grensregio’s (Euregio) op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt, bereikbaarheid en onderlinge hulp en dienstverlening. De VVD wil vooral de innovatie aanzwengelen en ondernemers zo min mogelijk strobreed in de weg leggen en zo banen creëren die de economische groei te bevorderen. Het CDA wil onder meer de werk-privébalans verbeteren en ondersteuning van gezinnen door flexibele werkregelingen. De PVV heeft in zijn verkiezingsprogramma niets staan over de arbeidsmarkt noch de toekomst van banen. Arbeidsmigratie Migratie was in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezing een onderwerp dat de gemoederen flink bezighield en dat is nu, rond de Europese verkiezingen niet wezenlijk anders. Het mag geen verrassing heten dat voor veel partijen op de rechterflank (arbeids)migratie moet worden ingeperkt. FvD eist een strikte controle op en de beperking van arbeidsmigratie om de nationale arbeidsmarkt te beschermen. Verschillende partijen opperen een stelsel met werkvergunningen SP, SGP en JA21 doen suggesties voor een soort vergunningenstelsel. Laatstgenoemde partij wil het vrije verkeer van werknemers niet aan banden leggen, maar wel reguleren. De BBB zet in op nationale sturing. De partij pleit in zijn algemeenheid voor het stoppen van de migratiechaos en mensensmokkel door asielprocedures buiten de EU te houden. Opvallend is dat de toekomstige coalitiedeelnemer, de VVD, er toch wat anders naar kijkt. De liberalen gaan soepeler om met deze kwestie. Ze willen dat de EU “grip op migratie” krijgt: “We moeten een kritischer en strategisch beleid voeren om te bepalen welke arbeidsmigranten van buiten de EU onze samenleving wel kan gebruiken en welke niet.” De eisen worden dus aangescherpt, maar met name kennismigratie versterkt de Europese economie, klinkt het. Interne migratie, dus van de ene naar de andere EU-lidstaat, heeft voorrang. Ter progressieve zijde klinken dan weer andere geluiden. Daar is men veelal gericht op humane omstandigheden en bescherming van buitenlandse werknemers. Zo wil GroenLinks-PvdA een sterker mandaat voor de Europese Arbeidsinspectie, meer capaciteit voor nationale arbeidsinspecties, beter beschermde Europese vakbonden en bovendien minder afhankelijkheid voor arbeidsmigranten van hun werkgevers. De linkse tandem wil overigens ook grip op migratie door middel van gerichte arbeidsmigratie gestuurd door de overheid. D66 munt het begrip circulaire migratie, Zo worden tekorten in Europa “opgevuld” en de kennis die deze arbeidsmigranten opdoen, kunnen zij vervolgens in hun land van herkomst weer verder verspreiden en inzetten. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags EU | Laat een reactie achter
Omslagpunt: meeste jongeren pas tevreden met salaris van 15 euro per uur Geplaatst 5 juni 2024 door ZiPredactie Iets meer dan de helft van de jongeren die in dienst zijn bij hun werkgever of werken via een uitzendbureau verdient minimaal 13 euro per uur. Voor zowel jongeren die in dienst zijn bij een werkgever of een uitzendbureau als jongeren die als zelfstandige werken, ligt het omslagpunt rond 15 euro per uur: vanaf dan zijn de meesten van hen tevreden met hun uurloon, blijkt uit De Bijbanen Barometer uitgevoerd in opdracht van uitzendplatform NOWJOBS. Administratie belangrijkste nadeel om als zelfstandige te werken De meeste zzp’ers verdienen doorgaans tot 21 euro. De jongeren die als zzp’er werken, ervaren wel nadelen. De drie belangrijkste nadelen zijn volgens hen de financiële onzekerheid, het niet doorbetaald krijgen bij ziekte en het niet opbouwen van een pensioen. 21% van de jongeren ervaart nadeel van geen uitkering van vakantiegeld en 26% ervaart het continu op zoek gaan naar nieuwe jobs als nadeel. Daarnaast worden de administratie en inkomstenbelasting ook door 28% van de jongeren genoemd als een belangrijk nadeel om als zzp’er te werken. Denise Geurtsen, Country Manager Nederland legt uit: “Jongeren werken graag als zzp’er omdat ze dan doorgaans een goed uurtarief en flexibiliteit krijgen, maar als zzp’er missen ze sociale zekerheid. Er zijn alternatieven om dezelfde flexibiliteit te krijgen, bijvoorbeeld via een flexibel digitaal uitzendbureau, waarbij je wél de sociale zekerheid hebt. Bovendien worden vakantiegeld en vakantiedagen direct uitbetaald tegelijkertijd met het loon, wat ervoor zorgt dat de verdiensten nagenoeg gelijk zijn aan werken als zzp’er. Twee derde jongeren werkt voor levensonderhoud Ook blijkt dat één op de vijf jongeren tussen 16 en 28 jaar gemiddeld 24 uur of meer per week werkt naast hun opleiding. De voornaamste reden is om zichzelf in hun levensonderhoud te voorzien, zoals eten, drinken, huur en vaste lasten. Het verdiende salaris wordt juist in mindere mate uitgegeven aan extra’s zoals vakanties, leuke uitjes of sport. Geurtsen: “We hebben het idee dat jongeren voor de coronacrisis en de daaropvolgende inflatie vooral werkten voor een extraatje om leuke dingen van te doen. De Bijbanen Barometer laat juist zien dat voor jongeren het belang van geld verdienen is verschoven: het is nodig om rond te komen. Ze willen zelfs meer werken dan dat ze momenteel doen, 37% van de jongeren met een bijbaan zegt meer uren te willen werken dan ze nu doen. De flexibiliteit waar jongeren naar op zoek zijn is dus niet om minder te kunnen werken, maar juist om makkelijker vaker te kunnen werken naast studie en andere activiteiten.” Flexibiliteit het belangrijkste voorwaarde Volgens jongeren is een van de belangrijkste aspecten waaraan een bijbaan moet voldoen de flexibiliteit in werkuren en rooster. Ze bepalen het liefst zelf wanneer en hoeveel ze willen werken, passend bij hun eigen persoonlijke situatie. Jongeren vinden het het leukste om aan de slag te gaan met een studiegerelateerde bijbaan, in de horeca te werken of te werken op evenementen en festivals. De minst populaire bijbanen zijn verhuizer, (taxi)chauffeur en commercieel callcenter medewerker of promotiemedewerker. “Jongeren kunnen in de krappe arbeidsmarkt kiezen wat ze zelf leuk vinden en eisen stellen. Dat is logisch omdat er veel tekorten zijn in de branches waar jongeren bijverdienen”, legt Geurtsen uit. “Als bedrijven jongeren willen behouden is het goed om ze in eerste instantie flexibiliteit in uren en rooster te geven en een goed uurloon te bieden. Voor het meedenken in werkritme krijgen werkgevers loyaliteit van hun personeel terug. Vervolgens is het belangrijk om te zorgen voor een fijne werksfeer, en andere voorwaarden zoals bonussen of toeslagen voor weekend- en feestdagen. Als je deze voorwaarden in orde hebt is de kans groot dat jongeren lang blijven plakken. Maar liefst 68% van hen geeft ook aan dat ze het liefst langer dan een jaar bij een bijbaan willen blijven. Het lijkt er dus op dat ze die gewenste flexibiliteit het liefst ervaren bij één werkgever, want structuur, stabiliteit en zekerheid vinden ze ook belangrijk.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags bijbanen, jongeren, salaris, zzp'ers | Laat een reactie achter
Vrijwillige zzp’ers genieten grotere brede welvaart dan zzp’ers uit noodzaak Geplaatst 5 juni 2024 door ZiPredactie Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) is de afgelopen drie jaar gegroeid met bijna 17 procent naar 1,23 miljoen in 2023. Vooral jongeren en ouderen zijn vaker gestart als zzp’er. Daarvan genieten zzp’ers die uit vrije wil zzp’er zijn geworden een hogere brede welvaart dan mensen in loondienst. Zij scoren 5,2 procent hoger dan mensen in loondienst. Mensen die uit noodzaak zzp’er zijn geworden, scoren een 8,6 procent lagere brede welvaart dan mensen in loondienst. Lees ook: Verzekeringen voor zzp’ers: heb jij ze alle 9 nodig? Deze verschillen komen voor een belangrijk deel door persoonskenmerken, het inkomen, de gezondheid, de opleiding en de woonsituatie van zzp’ers. Voor beleidsmakers zijn welvaartsverhogende maatregelen voor zzp’ers uit noodzaak moeilijk in te stellen, omdat vrijwilligheid zich slecht laat definiëren door de werkomstandigheden van zelfstandigen. De brede welvaartsverschillen tussen deze twee groepen zzp’ers betekenen daarom een uitdaging voor beleidsmakers om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Flinke toename aantal zzp’ers De afgelopen drie jaar is het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) ongekend hard toegenomen. In die periode zijn bijna tweeëneenhalf keer zoveel zzp’ers gestart als de drie jaar ervoor. Met name 25-minners en 65-plussers zijn de afgelopen drie jaar een nevencarrière begonnen als zzp’er. Het aantal zzp’ers is de afgelopen drie jaar gegroeid van 1,05 miljoen naar 1,23 miljoen. De historisch hoge arbeidsmarktkrapte kan hier een rol hebben gespeeld, maar die groeicijfers werden niet teruggezien in het aantal mensen in loondienst. Ook de opkomst van digitale platformen en beroepen, waar zzp’ers actief en flexibel opdrachten kunnen verrichten, kunnen hierin een rol hebben gespeeld. Evenals de snellere verhoging van de pensioenleeftijd in combinatie met de krappe arbeidsmarkt. Met nieuwe EU- en nationale wetgeving op komst op het gebied van digitale platformen en schijnzelfstandigheid, is de vraag of deze vorm van zelfstandigheid de welvaart van werkenden verhoogt. Brede welvaart van zzp’ers hangt af van de motivatie voor het ondernemerschap Voor de meeste mensen is werk niet alleen een bron van inkomsten. Het geeft ook voldoening, zingeving, zelfvertrouwen, betrokkenheid en is belangrijk voor ons welzijn en onze gezondheid. Werk is dan ook van invloed op de brede welvaart van veel mensen. Het gaat daarbij niet alleen om het hebben van werk op zichzelf. Ook de kwaliteit van het werk is belangrijk. Uit het onderzoek van de Rabobank blijkt dat de verschillen tussen vrijwillige en gedwongen zzp’ers op verschillende welvaartsdimensies stuiten. Zo scoren vrijwillige zzp’ers beter op baanzekerheid. Blijkbaar kozen vrijwillige zzp’ers vanuit een stevigere arbeidsmarktpositie voor het ondernemerschap. Maar bijvoorbeeld op persoonlijke ontwikkeling scoorden beide groepen hoog. Ook geeft de gemiddelde zzp’er-uit-noodzaak aanzienlijk minder vaak aan over voldoende inkomen te beschikken. In combinatie met de uitkomsten van de Zelfstandigen Enquete Arbeid dat bijna 11 procent van de zzp’ers liever in loondienst zou werken en 18,5 procent van de zzp’ers niet tevreden is met het inkomen, is dit een zorgelijke uitkomst. Uit de data van de Rabobank is niet op te maken waarom zzp’ers uit noodzaak vaker onvoldoende inkomen hebben. Mogelijk werken zij niet fulltime, hebben zij naast hun werk als zelfstandige een baan in loondienst en proberen zij met een opdracht als zzp’er iets extra’s te verdienen. Zo zijn sommigen nog student en/of zijn ze net begonnen als zelfstandige, waardoor ze nog niet veel opdrachten hebben. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags brede-welvaart, schijnzelfstandigheid, zzp | 1 Reactie
Belastingdienst werkt samen met Bovib bij handhaving schijnzelfstandigheid: “Alleen samen kunnen we gelijk speelveld creëren” Geplaatst 4 juni 2024 door Bovib “De Belastingdienst kan er niet alleen voor zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt. Met onze controles op schijnzelfstandigheid delen we slechts speldenprikken uit. Het is aan de branche om gemeenschappelijke standaarden te bepalen en verantwoordelijkheid te nemen.” Die oproep deed John Piepers van de Belastingdienst tijdens een goedbezochte ledenbijeenkomst van Bovib. De programmamanager Handhaving Arbeidsrelaties en gaf de Bovib-leden een update over de aanpak van schijnzelfstandigheid. Verkenning: Bovib-keurmerk als onderdeel van handhaving Hij benadrukt dat hij graag samen met de branche praat over manieren om te zorgen dat bureaus tot een juiste kwalificatie van arbeid komen. “Als we goede processen kunnen bepalen om het juiste onderscheid te maken tussen werknemers en zzp’ers, dan hoeven wij als Belastingdienst minder naar individuele gevallen te kijken.” De Bovib gaat binnenkort met de Belastingdienst aan de slag. Samen verkennen ze hoe het Bovib-keurmerk kan helpen om schijnzelfstandigheid te voorkomen. “We zijn het niet per se met alle wet- en regelgeving eens, maar we staan ervoor dat leden zich eraan houden”, zegt Alexander Kist. “Het is dus logisch dat we met ons keurmerk willen bijdragen aan de handhaving.” Schijnzelfstandigheid aanpakken: ‘Het is eigenlijk heel simpel’ Op 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst weer volop handhaven op schijnzelfstandigheid. Dat is hard nodig, vindt Piepers. “We moeten de balans herstellen tussen werken met zzp’ers en werken met werknemers. We weten allemaal dat er schijnzelfstandigen zijn. Het is eigenlijk heel simpel: als iemand volgens het arbeidsrecht niet buiten dienstbetrekking kan werken en dat gebeurt toch, dan is dat verkapt werknemerschap. Dat zegt dan overigens niets over of iemand ondernemer is of niet.” Schijnzelfstandigheid voorkomen is een collectieve verantwoordelijkheid, benadrukt Piepers. “Ook van ons als Belastingdienst”, zegt hij. “We moeten veel zichtbaarder zijn om de markt in beweging te krijgen. Dat realiseren we ons nu en het is mijn rol om verandering te brengen.” Krappe arbeidsmarkt is geen excuus De praktijkverhalen uit de zaal over schaarste, dwingende opdrachtgevers, eisende zzp’ers en concurrenten die het niet zo nauw nemen met de regels schetsen een minder eenvoudige werkelijkheid. Maar dat ziet Piepers niet als zijn probleem. Volgens hem is er geen enkel excuus om je niet aan de wet te houden. Hij erkent dat professionals momenteel kunnen zeggen: ‘ik kom als zzp’er of ik kom niet’. Maar schaarste op de arbeidsmarkt mag wat hem betreft geen reden zijn om een zzp’er in te zetten terwijl een arbeidscontract bij het werk hoort. Tot slot is Piepers duidelijk bij wie de Belastingdienst gaat controleren, namelijk bij opdrachtgevers en bureaus. Want, zo legt hij uit: “De politiek vindt het ongewenst dat de Belastingdienst zich bij de handhaving focust op de werkenden zelf.” Feiten over handhaving: Er zijn 15.000 organisaties in Nederland die in-, uit- en doorlenen. De Belastinginspecteurs kunnen niet al deze bedrijven controleren, ze moeten dus keuzes maken De Belastingdienst overlegt met organisaties zoals de Bovib om gezamenlijk meer impact te maken Er komt een website waarop de Belastingdienst aanwijzingen openbaar maakt, zodat iedereen daarvan kan leren Handhaving begint pas echt op 1 januari 2025. Wie dan een aanwijzing krijgt van de Belastingdienst en die niet opvolgt, riskeert boetes en naheffingen (maar niet met terugwerkende kracht). De Belastingdienst vraagt ondernemers eerlijk en realistisch te zijn en elkaar aan te spreken op schijnzelfstandigheid. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, belastingdienst, bovib, handhaving, wet dba | 5s Reacties
Jeroen de Vries (Hero): “MSP-dienstverlening op maat past bij versnipperde inhuurmarkt” Geplaatst 4 juni 2024 door Arthur Lubbers Hero MSP speelt met maatwerk in op de trend die de versnipperde inhuurmarkt met zich meebrengt. Jeroen de Vries (Hero): “Verschillende organisaties vragen verschillende oplossingen bij de inhuur van personeel. Dat is interessant voor ons. We hebben nu het momentum en groeien hard. Voor de komende twee jaar houden we zelfs rekening met een groeifactor van 5 of 6.” Hero is een relatief nieuwe speler op de MSP-markt. Het bedrijf met kantoren in Alkmaar, Wognum en Hoorn is ontstaan vanuit de bemiddeling en heeft tevens naam opgebouwd als broker. Volgens Jeroen de Vries onderscheidt Hero zich van de ‘kille’ brokers die alleen de – puur zakelijke – contractafhandeling doen bij de inhuur van zelfstandige professionals namens een opdrachtgever. Hero kiest voor een persoonlijke, meer servicegerichte benadering en scoort daarmee vooral goed bij bedrijven die voor het eerst een broker inschakelen (first brokering). “Voor die klanten doen wij vaak veel meer. Deze organisaties willen aan de ene kant dat wij hen aan de hand nemen, adviseren en processen structureren en aan de andere kant willen zij vaak hun eigen manier van werken behouden. Wij zijn flexibel, onder meer met een in eigen beheer ontwikkeld platform, en passen ons aan de klant aan.” Incrementeel implementeren Diezelfde aanpak hanteert Hero voor haar MSP-dienstverlening. Waar veel andere aanbieders het liefst in één keer een volledig inhuurprogramma willen invoeren bij hun klanten (big bang), kiest Hero nadrukkelijk voor ‘incrementeel implementeren’. De Vries: “Wij gaan uit van de situatie en wensen van de klant en voeren stap voor stap procesverbeteringen door. Dat is altijd maatwerk. En pas als een stap is gezet (deelproces optimaal is georganiseerd), zetten we de volgende. We volgen het tempo dat we samen aankunnen. Wij gaan dan ook niet voor de meest kostenefficiënte inrichting van het hele inhuurproces, maar voor de meest kostenreële voor die specifieke klant.” Kiezen uit menukaart Net als bij first brokering, richt Hero MSP zich vooral op organisaties die voor het eerst hun hele inhuur van personeel uitbesteden. De Vries: “Veel van onze klanten beginnen bij ons met brokering en daar wordt stapsgewijs MSP-dienstverlening aan toegevoegd.” In de optiek van Hero is het namelijk veel beter om te starten met een basisdienstverlening, bijvoorbeeld contractmanagement, en de dienstverlening vervolgens geleidelijk uit te breiden naar wens en timing van de opdrachtgever. “Wij kiezen ook bewust voor klanten die bij onze MSP-aanpak passen. Als Hero MSP geven wij advies en doen suggesties. Zie het als een menukaart waar de klant uit kan kiezen. Wij vragen ‘hoe willen jullie het liefst werken?’ en richten vervolgens het inhuurproces klantspecifiek in. Klanten moeten ook hun bestaande systemen kunnen koppelen. Als de opdrachtgever al een goed lopend urensysteem heeft, gaan we dat zeker niet vervangen.” Arbeidsintensieve MSP-dienstverlening De MSP-propositie van Hero leent zich met name voor partijen tot grofweg een paar miljard euro omzet die nog niet alle inhuurprocessen optimaal hebben ingericht. Waar grote MSP’s vooral de internationale organisaties bedienen, richt Hero zich op het zakelijke segment dat daar qua marktomvang onder zit. De Vries: “Wij zoeken partijen van serieus formaat waar we meer toegevoegde waarde kunnen bieden. Waar andere MSP’s vooral focussen op automatisering, investeren wij naast het stevig ontwikkelen van IT ook in de persoonlijke relatie. Wij bieden een meer arbeidsintensieve vorm van MSP-dienstverlening.” Ook de zorg is een sector waar Hero actief is. In de zorg is een professionaliseringsslag gaande wat betreft inhuur. Daar is een maatschappelijke discussie gaande over ‘te dure inhuur’, weet ook De Vries. “Ik ben het met een deel van die kritiek eens. Wij zijn er dan ook niet op uit zoveel mogelijk omzet bij de zorginstellingen vandaan te halen, maar willen helpen bij het terugdringen van bijvoorbeeld het verloop en het verbeteren van de efficiency.” Inhuurmarkt versnipperd Bij MSP-dienstverlening gaat het al lang niet meer puur om kostenbesparing. “We hebben ons wel eens teruggetrokken bij trajecten nadat bleek dat het de opdrachtgever alleen maar om het laagste tarief ging.” Hero speelt liever in op de groeiende behoefte aan bredere MSP-dienstverlening die De Vries ziet in de markt. “Bij een groeiende economie en een krappe arbeidsmarkt is het vinden en binden van extern talent belangrijker dan ooit. Pre- en onboarding wordt belangrijker, opdrachtgevers vragen om een RPO-oplossing en/of willen de (voor)financiering van zzp’ers bij ons neerleggen.” “De inhuurmarkt versnippert. Verschillende organisaties vragen verschillende oplossingen bij de inhuur van personeel” stelt De Vries vast. “Onze MSP-dienstverlening sluit daar uitstekend bij aan. We hebben nu het momentum, groeien hard en gaan daar in rap tempo mee door.” Hero ziet de omzet al jaren exponentieel stijgen. Bedroeg de omzet in 2022 nog € 83,7 miljoen, in 2023 groeide dit naar € 120 miljoen. Voorheen kwamen de inkomsten uit brokerdienstverlening, in 2023 is daar de MSP-propositie bijgekomen. Hero MSP kan profiteren van het uitbreiden van de dienstverlening die Hero Interim Professionals aan bestaande klanten biedt. En vice versa. De ambities om te groeien zijn zeer hoog. Voor 2024 rekent Hero op een omzet tussen € 175 en € 200 miljoen. Hero sluit niet uit dat bij een positief scenario het bedrijf vijf of zes keer zo groot wordt door autonome groei binnen twee jaar. Lees ook: Hero, van persoonlijke broker tot praktische MSP Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen over de MSP-markt in Nederland die in 2024 op ZiPconomy worden gepubliceerd. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Hero, MSP | Laat een reactie achter