Total Talent Tool geeft grip op het geheel aan talent in je organisatie Geplaatst 27 februari 2024 door ZiPredactie De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om een andere visie op talent en op de bemensing van je organisatie, zegt Claudia Mascunan, Business Development Manager bij Olli, een nieuwe tool gericht op Total Talent Management. Organisaties zouden vanuit het beschikbare werk moeten kijken welk talent daarvoor nodig is. En dan daarnaar op zoek gaan, ongeacht de contractvorm. Met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt doen organisaties er goed aan niet van tevoren te kiezen tussen vast of flex, maar te kiezen voor de beste kandidaat die beschikbaar is. Nu kijken organisaties nog vaak vanuit verschillende afdelingen naar bemensing. Het is nu vaak zo dat HR verantwoordelijk is voor het vaste personeel, terwijl inkoop zich bezighoudt met de inhuur van talent. Total Talent-gedachte Er zijn wel al bedrijven die werken vanuit de Total Talent-gedachte. Zij maken minder of geen onderscheid tussen vast en tijdelijk. Deze organisaties hebben de totale bemensing vaak ondergebracht bij HR. Zij hebben één overview, waarin vast en flex, maar ook learning & development en interne mobiliteit onder de HR-organisatie vallen. Maar over het algemeen gebeurt dit nog heel weinig, vertelt Mascunan. “Er wordt nog veel gewerkt met silo’s die verschillende visies en werkwijzen hebben.” Stappen richting Total Talent Management Om binnen je organisatie met Total Talent Management aan de slag te gaan, is het belangrijk om intern met je stakeholders het gesprek te starten. “Zorg dat de Total Talent-visie gaat leven. Het is belangrijk dat de afdelingen die erbij betrokken zijn, gaan inzien dat dit de toekomst is.” Van daaruit kun je kleine stapjes maken om naar een Total Talent-visie toe te groeien en de bijbehorende technologie te gaan gebruiken. “Total Talent Management is niet iets dat je van vandaag op morgen kunt implementeren.” Tooling voor Total Talent Management Olli is een nieuwe technologie die organisaties in staat stelt Total Talent Management in de praktijk te brengen. Nu zie je dat bedrijven vaak tools gebruiken die geschikt zijn voor recruitment en/of het beheren van hun vaste personeel óf voor hun flexibele personeel. Of er wordt nog gebruikgemaakt van Excel om gegevens te beheren. Met Olli wordt inloggen op verschillende systemen verleden tijd. Alles op het gebied van instroom komt samen: met één dashboard, één managementomgeving en één talentpool, waarin zowel vast als flexibel talent te vinden is. Zo krijg je grip op het geheel: je hebt overzicht van alle talenten binnen je organisatie. Naast overzicht, geeft de tool ook inzicht. Door de integratie van Power BI kun je krachtige analyses maken en dus op basis van data onderbouwde keuzes maken. Recruitmentmodule Olli heeft een recruitmentmodule waarmee je vacatureteksten kunt samenstellen, publiceren, jobmarketing kunt doen en kandidaten in behandeling kunt nemen. Op basis van een ESCO-integratie (Europese functiestandaard), worden vacatureteksten gegenereerd. Als gebruiker geef je nog een aantal details mee, bijvoorbeeld over de doorgroei- of thuiswerkmogelijkheden, de tone of voice (formeel/informeel) van de tekst en of het om een vaste of flexibele functie gaat, of dat beiden mogelijk is. Ook kun je aan de geïmplementeerde AI laten weten welke vacature-eisen voor jou zwaarder wegen dan andere. Op die manier kun je de vacature aanpassen aan jouw organisatie. Nadat de tekst is samengesteld kun je deze direct publiceren op je eigen werkenbij-website, delen met jouw leveranciers van personeel en advertenties inkopen op jobboards en freelanceplatformen. Op basis van data kun je achterhalen waar een bepaalde vacature het waarschijnlijk goed doet. Zo kun je de vacature op de juiste kanalen delen, zodat je sneller resultaat hebt. Bekijk het webinar met de lancering van Olli Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Olli, total talent management, Webinarweek februari 2024 | Laat een reactie achter
Zorgrunners: skillsbased invullen van zorgondersteuning Geplaatst 26 februari 2024 door ZiPredactie Anders kijken naar werk biedt perspectief voor de krappe arbeidsmarkt van de sector Zorg en Welzijn. Het draagt eraan bij dat zorg- en welzijnsorganisaties nu en in de toekomst zorg en maatschappelijke ondersteuning kunnen blijven bieden aan iedereen die dat echt nodig heeft. Door uit te gaan van skills bij de invulling van werk, spreken werkgevers nieuwe arbeidsmarktdoelgroepen aan en wordt de beweging naar een skillsbased arbeidsmarkt gestimuleerd. Training van basisvaardigheden Het project Zorgrunners in Midden- en Zuid-West Gelderland is een mooi voorbeeld van hoe dat concreet gebeurt vanuit een samenwerking tussen werkgevers, onderwijs en WZW, werkgeversvereniging Zorg en Welzijn. Zorgrunners zijn studenten met een niet-medische achtergrond. Zij volgen vier trainingsavonden in basisvaardigheden binnen Zorg en Welzijn, waarna ze aan de slag gaan in de zorgondersteuning. Het ontlast de zorgprofessionals in hun taken en met hun skills voegen de studenten waarde toe bij het leveren van een dag zorg. Werk organiseren rondom talenten Tijdens de pilot in 2022 bleek dat werkgevers op deze manier ervaren hoe de inzet van nieuwe, kansrijke doelgroepen en hun skills een meerwaarde zijn, bijvoorbeeld bij het opvangen van piekmomenten in het jaar. Priscilla Klip, teammanager Werving en Selectie bij Santé Partners, beschrijft: “Je kijkt dus veel meer naar de talenten van de mensen en daar omheen organiseer je in feite het werk.” Ook voor de zorgrunners heeft deze skillsbased benadering voordelen. Zij krijgen de mogelijkheid om hun skills in te zetten in een werkomgeving waarin ze nog geen ervaring hebben of waarvoor ze niet de vereiste diploma’s hebben. Het geeft ze daarnaast inzicht in wat werken in Zorg en Welzijn inhoudt en daarmee kunnen ze weloverwogen studie/werkkeuzes maken. Projectmanager van de Zorgrunners bij WZW, Nienke Freije, geeft als voorbeeld de ervaring van zorgrunner Ruben. “Hij vertelde mij dat hij in zijn zorgrunner-baan ontdekte dat hij ontzettend goed was in het werken met zwaar dementerenden. De communicatieve skills die hij vanuit zijn opleiding Onderwijsassistent had opgedaan, kwamen hem hierbij goed van pas. Dat zijn natuurlijk heel mooie inzichten.” Naar een skillsbased arbeidsmarkt De beweging naar een skillsbased arbeidsmarkt is veelomvattend, geeft Nienke aan. “Door het voor werkgevers klein te maken met het project Zorgrunners, ondersteunen we ze zelf stappen te zetten richting het anders kijken naar werk. We zien in de regio de behoefte bij werkgevers om skills te erkennen. Daarom maken we kleine stappen, waaronder de toekenning van een badge in samenwerking met de werkgevers en vier betrokken regionale mbo-instellingen.” Het project Zorgrunners is een enorm succes! Afgelopen jaar zijn meer dan vijftig zorgrunners ingezet. De animo is er bij werkgevers, zegt Nienke. “De ambitie voor 2024 is om de skillsbeweging hiermee verder aan te jagen en vorm te geven. We schalen het initiatief op naar andere subregio’s en zetten erop in honderd zorgrunners aan de slag te krijgen. Bovendien onderzoeken we de kansen om te verbreden naar andere kansrijke arbeidsmarktdoelgroepen, zoals mantelzorgers.” Meer skillsbased proefprojecten Meer weten over het project Zorgrunners en hoe WZW op deze manier in samenwerking met werkgevers Zorg en Welzijn en onderwijspartners (zoals HAN & ROC Nijmegen) de skillsbeweging aanjagen? Lees meer over de zorgrunners & de skills experimenten van WZW. Meer lezen over vergelijkbare skillsbased proefprojecten? In het rapport ‘Samen op weg naar een integraal skillspaspoort’ staan meer concrete toepassingen van wat inmiddels het Integraal Skillspaspoort (ISP) wordt genoemd. Download het rapport [PDF] Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags krapte op de arbeidsmarkt, skill-based hiring, skills, zorgsector | Laat een reactie achter
Hoe pak je als organisatie de regie bij inhuur uit eigen netwerk? Geplaatst 26 februari 2024 door Gastblogger Iedereen herkent het wel: er komt een inhuuropdracht vanuit de organisatie en de ideale kandidaat lijkt al gevonden te zijn. Tarieven en voorwaarden zijn besproken en in sommige gevallen loopt de beoogde kandidaat zelfs al een maand rond op de afdeling. Hoe ga je hiermee om als organisatie en wat zijn de voor- en nadelen van dit soort inhuurgedrag? Lars Westening & Rémon van Buuren (consultants externe inhuur bij Significant Synergy) geven hier antwoord op. Externe inhuur is veel in het nieuws de laatste tijd. Onder andere de Roemer-norm en daar schreven jullie eerder over. Een van de adviezen was om scherper te kijken naar inhuur uit eigen netwerk. Wat is dat, inhuur uit eigen netwerk? Bij een ‘eigen werving’ -ook wel ‘warme stoel’ of ‘voorkeurskandidaat’ genoemd- heeft een inhurende manager reeds de keuze gemaakt welke kandidaat gaat starten op een inhuuropdracht. Vaak is dit besluit al genomen bij het uitzetten van de inhuuropdracht waarbij de reeds geselecteerde kandidaat dan wordt voorgedragen. In dit geval is er weinig behoefte aan verdere (voor)selectie; de inhurende manager heeft geen interesse meer in cv’s van andere potentiële kandidaten. Komt dat veel voor en zijn daar cijfers over? In onze beleving is dit aan de orde binnen elke organisatie in meer of mindere mate. Bij Europese aanbestedingen voor brokerdienstverlening op TenderNed merken we op dat het contracteren van eigen wervingen vaak binnen de reikwijdte van de opdracht valt. Brokers geven hiervoor dan aparte prijzen op. Daarnaast is het een bekend gegeven dat een dynamisch aankoopsysteem regelmatig wordt ingezet voor het inkopen van eigen wervingen. In dergelijke gevallen plaatst een aanbestedende dienst een inhuuropdracht openbaar op een inhuurplatform. De kandidaat is echter al gekozen en de procedure wordt enkel doorlopen als formaliteit om de inhuur ‘rechtmatig’ te maken. Gedetailleerde informatie over eigen wervingen is echter niet beschikbaar, omdat organisaties zelden openbaar rapporteren over deze praktijken. Soms komt er een bericht door in het nieuws zoals eerder bij de gemeente Amsterdam (’Halsema trekt eigen plan’ | Wat U Zegt | Telegraaf.nl). Waarom wordt gekozen voor de inzet van een eigen werving? Inzet van het eigen netwerk voor het invullen van inhuuropdrachten is van alle tijden, vaak ontstaan vanuit een bepaalde manier van werken. Veel inhurende managers zijn van mening dat het inschakelen van hun netwerk op persoonlijke titel leidt tot betere kandidaten en/of snellere invulling van inhuuropdrachten. Het interne proces wordt vaak als vertragend ervaren en resulteert in een kandidaat die niet aan de verwachtingen voldoet. Inhurende managers hechten waarde aan controle en invloed op de selectie van inhuurkrachten voor hun afdeling. Flexibiliteit, snelheid en ruime keuzemogelijkheden in leveranciers spelen hierbij een cruciale rol. Veel managers zijn dan ook gewend aan het werken op deze manier of hebben emotionele banden met specifieke leveranciers. Hoewel dit hen vertrouwde resultaten oplevert, is de vraag of enkel inzetten van het eigen netwerk wel altijd leidt tot de beste kandidaat in een steeds veranderende arbeidsmarkt. Er zijn dus verschillende redenen waarom eigen wervingen worden ingezet. Wat zijn de belangrijkste nadelen van dit inhuurgedrag? Als organisatie wil je bij inhuur niet enkel afhankelijk zijn van het netwerk van de (externe) inhurende manager. Deze kan onmogelijk het hele aanbod overzien en vist vaak in dezelfde vijver. Dit leidt in de regel tot weinig vernieuwing of inzichten. Organisaties worden kwetsbaar als ze te afhankelijk zijn van dit netwerk, vooral wanneer een inhurende manager van positie verandert. Het is belangrijk zicht te houden en regie te voeren op de inzet van eigen wervingen. Zo zien wij dat interim-afdelingsmanagers hun eigen netwerk meenemen bij het vervullen van aanvullende inhuuropdrachten binnen hun afdeling. Dat kan van meerwaarde zijn, maar zonder actieve sturing leidt dit tot meer (ongewenste) flexibiliteit en dat maakt organisaties kwetsbaar. Een-op-een gunnen van inhuuropdrachten die (gezamenlijk) een grote waarde vertegenwoordigen, verhoogt het risico op integriteitsschendingen, zoals collusie en vriendjespolitiek. Dit kan leiden tot bevooroordeelde keuzes en herhaaldelijk gebruik van dezelfde partijen. Ook het inhuren van externen van een organisatie waaraan de interim-manager direct is verbonden (in de rol van aandeelhouder), vormt een potentieel risico op belangenconflicten. En ten aanzien van kostenbeheersing: volgens een algemeen geaccepteerde economische theorie leidt competitie tot lagere prijzen. Volgens onze inzichten liggen tarieven voor inhuur vanuit eigen wervingen zo een 5-10% hoger dan het marktgemiddelde vanwege het ontbreken van een competitieronde. Kortom, het is niet zwart-wit dat inhuur uit eigen netwerk positief of negatief is. We kunnen ons wel voorstellen dat veel organisaties meer regie willen voeren op de inhuur uit eigen netwerk. Wat kan je als organisatie hiervoor doen? Startpunt is het maken van keuzes en het innemen van een standpunt dat enkel inhuren vanuit het eigen netwerk onwenselijk is. Dit vereist besluitvorming op het juiste niveau, zodat dit standpunt geïntegreerd wordt in interne beleidskaders. Om in regie te komen op inhuur vanuit het eigen netwerk, zijn de volgende stappen essentieel: Implementeer een proces met als doel het doorlopen van een competitieronde voor inhuur; betrek hierbij verplicht een centrale inhuurdesk of coördinatiepunt voor ondersteuning en bewaking. Bewaak de ratio vast/flex aan per afdeling, niet alleen op organisatieniveau; wees vooral alert als een interim-manager zijn/haar eigen netwerk inschakelt. Meet het inkoopvolume voor eigen wervingen (onderhands gunnen) per afdeling en rapporteer hier (openbaar) over om betere keuzes af te dwingen. Wees extra waakzaam bij inhuurtarieven, volumes, kennisoverdracht en contractverlengingen bij eigen wervingen; vraag bijvoorbeeld aan leveranciers om marktconformiteit aan te tonen als de organisatie dit niet zelf kan beoordelen. En hoe krijg je de inhurende manager hierin mee? Het is belangrijk om een proces te implementeren dat het voorstellen van alternatieve kandidaten naast een eigen werving mogelijk maakt. Dit kan worden bereikt door de inhuuraanvraag via een inhuurdesk uit te zetten, waardoor deze bij meerdere leveranciers bekend wordt. Bij wijzigingen in het inhuurproces is het cruciaal om het goede gesprek te voeren over de redenen, doelen en verwachte resultaten van de nieuwe werkwijze. Het betrekken van inhurende managers is dan ook een voorwaarde voor een succesvolle verandering. Simpelweg verbieden van eigen wervingen, zonder duidelijke meerwaarde van het nieuwe proces, zal dit inhuurgedrag niet veranderen. Het is van belang om het gebruik van het (nieuwe) inhuurproces te stimuleren door dit zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor inhurende managers, met nadruk op doelmatigheid, efficiëntie en effectiviteit. Inhurende managers moeten zich als klant behandeld voelen door de inhuurdesk, en niet louter gecontroleerd, om te voorkomen dat de inhuurdesk als een politieagent (controlerend orgaan) wordt beschouwd. Het is niet zo ingewikkeld om een ander inhuurproces uit te werken. Het is vooral de uitdaging om het inhuurgedrag van inhurende managers te beïnvloeden. Zij zijn namelijk gewend aan een bepaalde manier van werken. Het realiseren van een transitie rondom de inzet van eigen wervingen is voornamelijk een organisatieveranderingsvraagstuk dat veel vraagt ten aanzien van communicatie, afstemming en kort op de bal zitten. Een zogenaamde ‘cultuuromslag’ laat zich niet plannen en heeft tijd nodig. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags externe inhuur, Significant Synergy | Laat een reactie achter
Bovib over de nieuwe uitzendwet: ‘Dit lost het probleem niet op en leidt tot administratieve ellende’ Geplaatst 23 februari 2024 door Bovib Intermediairs en brokers zijn kritisch op het wetsvoorstel Toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA). Dit is een toelatingsstelsel voor alle ondernemers of rechtspersonen die in of naar Nederland arbeidskrachten uitlenen onder leiding en toezicht van een derde partij. Opdrachtgevers mogen straks geen arbeidskrachten meer inlenen van ondernemers die niet toegelaten zijn tot het stelsel. Probleem is urgent, maar dit is niet de oplossing Deze WTTA komt voort uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (beter bekend als de Commissie Roemer) in 2020 om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Het doel: misstanden en malafide praktijken in de uitzendbranche tegengaan. Ook branchevereniging Bovib vindt dat er meer moet gebeuren om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maar dit wetsvoorstel is niet de oplossing, zegt voorzitter Marc Nijhuis. “Het is ook vreemd dat het begrip ‘arbeidsmigrant’ niet één keer voorkomt in het wetsvoorstel.” Te veel lastenverzwaringen voor te veel bedrijven “We zijn verbaasd dat de certificering alleen gericht is op uitleenbureaus en niet op werkgevers die rechtstreeks werken met arbeidsmigranten”, vertelt hij. “Tegelijkertijd is de reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem rechtvaardigt. Er vallen straks duizenden bedrijven onder het toelatingsstelsel die niets te maken hebben met arbeidsmigranten. Zij krijgen te maken met onnodige lastenverzwaringen.” Al deze bedrijven moeten straks een forse borgsom van €100.000 storten. Juist voor arbeidsbemiddelaars is een gebalanceerd werkkapitaal van groot belang om te innoveren en in te spelen op onverwachte gebeurtenissen. Nijhuis: “Vooral voor kleine ondernemers is dit een onevenredig groot bedrag. Het geeft ze oneerlijk concurrentienadeel, zeker als zij eigenlijk niets met de problematiek rondom arbeidsmigranten te maken hebben.” Het voorstel is dus niet toegespitst genoeg, vindt de Bovib-voorzitter. “Ondernemers uit allerlei sectoren vallen straks onder dit stelsel, maar zij zijn niet betrokken bij de verdere inrichting van het toelatingsstelsel”, zegt de Bovib-voorzitter. Gebrek aan heldere normen en handhaving Verder is het ongewenst dat de wet en het bijbehorende ontwerpbesluit geen toetsingscriteria bevatten. Zo’n normenkader is namelijk essentieel om te bepalen in hoeverre het doel van de wet wordt bereikt. Het idee is nu dat het normenkader wordt bepaald bij ministeriële beschikking, maar dat maakt het veel te afhankelijk van de waan van de dag. Bovendien leidt een te gemakkelijk wijzigbaar normenkader tot verdere ongewenste administratieve lasten. De branchevereniging voorziet ook problemen met handhaving, want die is erg complex en er zijn niet voldoende inspecteurs voor de vele bedrijven die straks onder het stelsel vallen. Verder is de ontheffingsregeling niet uitgewerkt. Nijhuis: “Zolang dat er niet is, kun je ook geen volledig oordeel geven over de hele regeling.” Consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever, vindt het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). De Bovib staat hier volledig achter. Net zoals het ATR, vindt Bovib dat het wetsvoorstel WTTA geen oplossing is voor het probleem en leidt tot veel administratieve ellende. Hoe moet het wel? De Bovib denkt graag constructief mee over eerlijke manieren om de arbeidsmarkt beter te laten werken. Daarom komt de branchevereniging met een alternatieve oplossing, namelijk een register met audit van bedrijven (inleners, doorleners en werkgevers) die werken met arbeidsmigranten. Wie met arbeidsmigranten werkt en niet geregistreerd staat, krijgt een boete. Daarbij geldt ketenaansprakelijkheid, oftewel: in-, uit- en doorleners zijn verantwoordelijk. Nijhuis: “Zo’n register leidt tot minder lastenverzwaringen en is veel beter handhaafbaar. Het is eenvoudiger en helpt ons het echte doel te bereiken, namelijk arbeidsmigranten beschermen en hun werkomstandigheden verbeteren.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, wtta | 1 Reactie
R.I.P. Platformwork Directive (en nu weer verder) Geplaatst 23 februari 2024 door Martijn Arets Het doel van de Europese Platformwork Directive was om de rechten van werkenden van voornamelijk taxi- en bezorgplatforms beter te borgen. Hierbij werd gesproken over het omkeren van de bewijslast voor de arbeidsrelatie, waarbij niet de werkende, maar het platform moest bewijzen dat de werkende geen werknemer, maar freelancer was. Ook moest de directive bescherming bieden tegen de negatieve impact van technologie op de positie van de werkende. Na 800 dagen onderhandelen strandde de zwaar afgezwakte directive. Bezwaren tegen de Platformrichtlijn Ik schreef al meerdere keren over deze directive in mijn nieuwsbrieven over de platformeconomie, zoals in de eerste editie van 2024. Bottom line kwamen mijn bedenkingen op het volgende neer: Door het combineren van vermoeden van arbeidsrelatie én impact van technologie op de werkende was de directive al vanaf de start een lastige. Mijn advies was en is om de twee uit elkaar te trekken; De directive maakt onderscheid tussen hen die (veelal precair) werk vinden via een platform en hen die hetzelfde werk vinden via andere kanalen, ik zag een mogelijk succes van de directive dan ook echt als een beginpunt, maar wel een wat omslachtige (maar als het werkt, dan werkt het. Maar het werkt dus niet helaas…); Er is een gevaar dat platformbedrijven hun systemen en algoritmes zo aanpassen, dat ze niet onder de criteria vallen. Dit gebeurde ook bij de invoering van de AB5 wetgeving in California. Platformen Als Uber en Doordash pasten eenvoudig de regels van het spel aan, waardoor zij in no-time niet meer onder de criteria vielen. Een kleine ‘moeite’ met een mogelijk lang kat-en-muisspel als gevolg. En nu is er dus helemaal geen platformrichtlijn, wat laat zien dat Europees iets over arbeidsmarkt afspreken bijzonder moeilijk is. En het laat zien dat overheden de grootste kul-argumenten (hier en daar flink aangespoord door de lobby van platformbedrijven) op tafel gooien om hier onderuit te komen. Zo vond Frankrijk dat de directive een gevaar was voor innovatie. Ik ben benieuwd in welke definitie van innovatie ‘het ondermijnen van rechten van werkenden’ is meegenomen. Ik ontvang graag een linkje. Wat kunnen beleidsmakers nu doen? Wat nu? Ik kan mij niet voorstellen dat dit een eindpunt is en ik heb ook wel het gevoel dat te veel nationale stakeholders te lang hebben gewacht met eigen maatregelen, in de hoop dat de directive er toch zou komen. Ik verwacht (dit is geen voorspelling, maar een opdracht) dat deze stakeholders nu snel aan hun eigen plan werken en waar mogelijk ook samen gaan werken. Wat beleidsmakers op korte termijn zouden kunnen doen: Handhaven. In veel gevallen was er met betrekking tot het classificatievraagstuk namelijk helemaal geen nieuwe wet nodig, maar kan onder het huidige arbeidsrecht (even los van de vraag of de werkenden met een subcontractor model er beter vanaf zijn) worden opgelost. Er worden intussen meer zaken wel dan niet gewonnen in Europa; Van silo (verticaal) naar horizontale wetgeving. Eigenlijk was het al raar dat bepaalde wetten op een werkende van toepassing zouden zijn afhankelijk van hoe een transactie tot stand was gekomen. Een werkende die via een platform werd geboekt, zou meer rechten hebben dan een werkende die op een andere manier aan een klus zou komen. Daarnaast kan ik mij voorstellen dat er over onderdelen uit de directive waar men het wél over eens was, nu aparte afspraken gemaakt worden. Bijvoorbeeld het uitlegbaar maken van automatische besluitvormingsprocessen, het verbieden (en dit valt al onder AVG, dus: handhaven) van ‘robo-firing’ (door het algoritme ontslagen worden) en het sturen en aanmoedigen van dataportabiliteit (wat ook al onder AVG valt, dus wederom: handhaven). Meer focus op de nieuwe platformspecifieke pijnpunten. Taxichauffeurs waren in veel landen voor Uber al freelancers, dus het is de vraag waarom dat nu het probleem is. Wat wel het probleem is, is dat er een onduidelijke en niet-transparante prijsstelling is, werkenden niet goed geïnformeerd beslissingen nemen, er geen vaste prijzen zijn (niemand weet wat het tarief over 2 maanden is en er zijn signalen van ‘personal pricing’), de apps via gamification de chauffeur proberen te ‘nudgen’ om te doen wat in het belang is van de app en meer. Of in het geval van bezorging: de werkende die per klus wordt betaald (wat niet bijdraagt aan verkeersveiligheid) en tijdens de rit op de telefoon zit. En eigenlijk in het algemeen: hoe het risico op geen werk (en alles wat hierbij komt kijken) volledig op de schouders van de werkende wordt geschoven. Want misschien zou het een mooi streven zijn om iedereen in (subcontractor / uitzend) dienst te krijgen, maar er zijn ook nog andere manieren om hetgeen je wilt bereiken voor elkaar te krijgen. In New York is er bijvoorbeeld een minimumtarief afgesproken voor bezorgers met positieve resultaten (is in dit stuk te lezen): The city’s new minimum pay rate for delivery workers, which went into effect late in 2023 after numerous legal challenges, is incentivizing workers to slow down, stop at red lights, and follow the rules of the road — transgressions that have become commonplace within the industry as workers perilously rush to deliver someone’s chicken fingers before they get cold. Ik ben benieuwd wat de volgende stappen zullen zijn. Zoals vaker gezegd was ik geen fan van de directive, omdat die te generiek was en de niet-platformmarkt compleet negeerde, maar desondanks was het wel een mooi startpunt geweest van een verbetering van de arbeidsmarkt. En dat je dan als consument iets meer voor de bezorging van je pizza moet betalen (zoals in New York waar de platformen de prijzen van bezorging met 2 dollar ophoogden), dat is dan maar zo. Dat is de prijs van arbeid. Wat ik vooral hoop, is dat het proces van de platformwork directive het onderwerp van precaire werkenden op de kaart heeft gezet (voor platformen was er geen Europese of nationale aandacht voor bezorgers en taxichauffeurs), heeft laten zien wat de pijnpunten zijn en nationale overheden nu de schop onder de kont geeft om hier op nationaal niveau mee aan de slag te gaan. Als dat het geval is, dan is die 800 dagen gesteggel om die directive niet voor niets geweest. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags EU platformrichtlijn, EU richtlijn platformeconomie, schijnzelfstandigheid | 1 Reactie
Invoerdatum zzp-wet onder druk Geplaatst 22 februari 2024 door ZiPredactie De mogelijke invoeringsdatum van een nieuwe zzp-wet, de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR), staat onder druk. De geplande publicatie van een nieuwe wet in het Staatsblad in het eerste kwartaal van 2025 is “niet langer realistisch”, zo laat Minister Van Gennip (SZW) weten in reactie op vragen uit de Eerste Kamer. Daarmee is ook de ingangsdatum van 1 januari 2026 onzeker. Vertraging wet VBAR Het was de bedoeling dat de aangenomen wet in het eerste kwartaal 2025 zou worden gepubliceerd. Zo zou de markt tijd genoeg hebben om zich voor te bereiden op een ingangsdatum van uiterlijk 1 januari 2026. Maar de wet is nog niet klaar om naar de Tweede Kamer gestuurd te worden. Het grote aantal reacties op de internetconsultatie zorgt bij het ministerie voor vertraging. “Deze worden op dit moment zorgvuldig bestudeerd om te bezien of en hoe we het wetsvoorstel kunnen verbeteren”, aldus de minister. Er kwamen veel negatieve reacties van zzp’ers en zzp-organisaties op het eerste voorstel van Van Gennip. Maar ook werkgeversorganisaties als VNO/NCW, AWVN en MKB-Nederland waren opvallend negatief. Politieke druk Vanuit de Tweede Kamer hebben onder meer de VVD en NSC aangegeven niet gelukkig te zijn met hoe Van Gennip in een eerste voorstel de criteria heeft ingevuld om te bepalen of iemand ingehuurd kan worden als zzp’er. Zo wil de VVD nadrukkelijk dat ondernemerschapscriteria een groter gewicht krijgen. In een motie roepen VVD, NSC en SGP op om de Wet VBAR te splitsen, om zo het onderdeel ‘rechtsvermoeden bij laag tarief’ sneller in behandeling te nemen en het deel dat gaat over beoordeling van de arbeidsrelatie over te laten aan een nieuw kabinet. Op verzoek van Van Gennip is deze motie nog niet in stemming gebracht. Overgangsperiode Vertraging in de behandeling zorgt er ook voor dat de tijd tussen het publiceren van de wet en de ingangsdatum onder druk staat. “Bij de nadere uitwerking wordt bezien wat een redelijke overgangstermijn voor de inwerkingtreding is, zodat de markt zich hierop kan voorbereiden en ook de uitvoeringsorganisaties hiermee uit de voeten kunnen”, zo schrijft de minister. Zonder zich dus uit te laten over wat dan een geplande of gewenste invoeringsdatum is. Van Gennip schrijft dat “het kabinet (…) ook in demissionaire status hard (werkt) aan zowel de nieuwe wetgeving als de voorbereidingen ten behoeve van de opheffing van het handhavingsmoratorium.” Handhavingsmoratorium De Belastingdienst bereidt zich ondertussen voor op het opheffen van het handhavingsmoratorium. “De ambitie om het handhavingsmoratorium uiterlijk per 1 januari 2025 op te heffen, wordt zorgvuldig voorbereid binnen het programma Handhaving arbeidsrelaties van de Belastingdienst”, zo schrijft Van Gennip. Op dit moment heeft de Belastingdienst 80 fte beschikbaar voor de handhaving op schijnzelfstandigheid. De dienst onderzoekt nog hoeveel fte er nodig is om een nieuwe wet te kunnen handhaven. In het Handhavingsplan arbeidsrelaties beschrijft de Belastingdienst hoe stapsgewijs gewerkt wordt aan een “normaliseren van de handhaving op arbeidsrelaties.” Een update van dat stappenplan wordt binnenkort gepubliceerd. “Tot aan 2026 wordt de handhaving verder geïntegreerd in de reguliere klantbehandeling. Vanaf 2026 krijgt de handhaving op dit thema vorm binnen de reguliere handhavingsplannen”, zo laat Van Gennip weten. Daarbij wijst ze indirect ook op het spanningsveld dat er is tussen de ‘ambitie’ om het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 op te heffen en het ontbreken van ‘meer duidelijkheid’ via een nieuwe wet, die op zijn vroegst ergens in 2026 van kracht wordt. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags handhavingsmoratorium, Van Gennip, Wet VBAR | 9s Reacties