Maandelijkse archieven: februari 2023

Advocaat Johan Zwemmer over zzp-plannen: ‘Er blijven grijze gebieden bestaan’

Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteerde in december haar langverwachte plan om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken. Nieuwe criteria moeten duidelijker maken wanneer iemand een opdracht mag uitvoeren als zelfstandig ondernemer. Hebben de plannen kans van slagen? ZiPconomy vraagt het diverse deskundigen die zich afgelopen jaren bezighielden met het zzp-vraagstuk.

In het regeerakkoord stond een duidelijke taak voor minister Van Gennip: de arbeidsmarkt toekomstbestendig maken. Dat doet ze op basis van het middellangetermijnadvies van de SER en de adviezen uit het eindrapport van de commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap). De commissie stelde bijvoorbeeld een duidelijkere afbakening voor tussen werknemers en zelfstandigen (zie kader). “De plannen van minister Van Gennip komen voor een deel overeen met ons advies”, vertelt Johan Zwemmer, destijds lid van de Commissie Regulering van werk. Hij is advocaat bij DLA Piper, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en specialist op het gebied van arbeidsrecht.


De aanbevelingen van de Commissie Borstlap

Om duidelijker onderscheid te maken tussen werknemers en zelfstandigen, stelde de commissie in 2020 voor…

  • aan te sluiten bij het Europees werknemersbegrip; bij de kwalificatie van de overeenkomst is de feitelijke situatie doorslaggevend.
  • het gezagscriterium in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (de definitie van de arbeidsovereenkomst) op een eigentijdse manier uit te leggen, met meer nadruk op inbedding in organisatie en aard werkzaamheden.
  • dat iemand in principe werknemer is als hij persoonlijk en tegen beloning arbeid verricht, tenzij hij voor eigen rekening en risico werkt, niet is ‘ingebed’ in de organisatie en het werk niet valt onder de reguliere activiteiten van de werkgever.

In hoeverre wijken de kabinetsplannen af van het eindrapport van de Commissie Borstlap?

Johan Zwemmer: “De minister baseert zich zowel op het SER-rapport als op de adviezen van de Commissie Borstlap en dat zie ik duidelijk terug. Zo komt ze met een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief, dat is een advies van SER. Wij adviseerden zo’n rechtsvermoeden ook, maar dan juist niet gekoppeld aan een tarief omdat dit moeilijk te handhaven is en leidt tot meer administratieve lasten.”

“Een eenduidig, voor elke werkende geldend, rechtsvermoeden is zinvoller. Met de Commissie Borstlap adviseerden we: als de werkende is ingebed in de organisatie en het werk behoort tot de reguliere activiteiten van de werkgever, dan wordt aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat geldt voor elke werkende, van de goedbetaalde manager tot de maaltijdbezorger: je kunt dus niet ‘figuurzagen’ met creatieve tariefafspraken of constructies met contracten om hier onderuit te komen. Omdat het rechtsvermoeden voor iedereen geldt, zullen juist de laagst betaalden er de meeste bescherming aan ontlenen.”

Welk deel van jullie advies komt wel terug in de kabinetsplannen?

“Wij adviseren het gezagscriterium op een moderne manier uit te leggen en dat neemt de minister over. Het kabinet wil codificeren dat ook sprake is van gezag als iemand werk doet dat ‘organisatorisch is ingebed’ in de onderneming van de werkgever. Daarbij is ook van belang of sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Het is dus een eigentijdse invulling van het element ‘in dienst van’ in de definitie van de arbeidsovereenkomst in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.”

In hoeverre sluit inbedding aan bij de bestaande wetgeving?

“Deze modernere invulling van het element ‘in dienst van’ sluit aan bij het uitgangspunt van het arbeidsovereenkomstenrecht. In 1907 bij de invoering van de Wet op de arbeidsovereenkomst was het uitgangspunt dat de werknemer zich verbindt aan de eigenaar of exploitant van de onderneming waarin hij de arbeid verricht. Of de arbeid van de werkende rendabel was, dat was het risico van de werkgever. Dit economische risico bracht mee dat de werkgever gezag, leiding en toezicht moest hebben over het werk. Een gezagsverhouding is dus een kenmerk of, beter gezegd, tegenwicht van het voor rekening en risico van de werkgever komen van het resultaat van de arbeid.”

Het klassieke gezagscriterium is in veel arbeidsrelaties geen duidelijk kenmerk meer van het voor rekening en risico van de werkgever verrichten van de arbeid.

“Dit paste goed bij de manier van werken toen, maar de rollen van werknemer en werkgever veranderden de afgelopen eeuw ingrijpend. In veel bedrijven krijgen werknemers geen directe instructies meer. Zij werken veel flexibeler en zelfstandiger. Daardoor is het klassieke gezagscriterium in veel arbeidsrelaties geen duidelijk kenmerk meer van het voor rekening en risico van de werkgever verrichten van de arbeid. Maar ook zonder directe aanwijzingen en instructies kan sprake zijn van werken ‘in dienst van’ de werkgevende. Hierover schreef ik al in 2018 een position paper op verzoek van het ministerie van SZW, waarin ik uitleg dat gezag ook kan blijken uit de manier waarop de arbeid is georganiseerd. Als een werkende zich bijvoorbeeld aan bepaalde werktijden of richtlijnen moet houden, kan dat ook een vorm van gezag zijn.”

“Er is eigenlijk niet eens een wetswijziging voor nodig. De Hoge Raad kan de meer eigentijdse invulling van het gezagscriterium zo overnemen en toepassen bij de uitleg van het element ‘in dienst van’ in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. Het lijkt mij verstandig dat de Hoge Raad dit doet, omdat de problemen rondom het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige mede zijn veroorzaakt door de holistische benadering van het gezagscriterium. Die benadering introduceerde de Hoge Raad in het arrest Groen/Schoevers uit 1997. In het arrest X/Gemeente Amsterdam uit 2020 kwam de Hoge Raad hier al een heel klein beetje op terug. Wellicht neemt de Hoge Raad in het aanstaande Deliveroo-arrest echt afscheid van de Groen/Schoevers-jurisprudentie en neemt hij de eigentijdse invulling van het gezagscriterium over.”

 Het klinkt eenvoudig, maar het begrip ‘inbedding’ leidt tot veel discussie. Hoe zou je dit begrip moeten definiëren?

“Het kan soms ingewikkeld zijn om vast te stellen wanneer een werkende is ‘ingebed’ in de organisatie. Stel je voor dat iemand tijdelijk expertise komt brengen in een organisatie. Hij heeft unieke vaardigheden ten opzichte van de rest van de werknemers. Maar hij moet zich wel aan de werktijden en richtlijnen houden. Is hij dan ingebed?”

“Het antwoord op die vraag is niet eenduidig en kan ook per sector verschillen. In de bouw werken mensen bijvoorbeeld anders dan in de ICT. Er blijven dus grijze gebieden bestaan waarbij de rechter soms de knoop moet doorhakken. Maar dat betekent niet dat het ene onduidelijke criterium in de plaats komt van een ander onduidelijk criterium. Inbedding staat tenslotte niet op zichzelf, maar naast de andere twee criteria.”

Als er speciale criteria per sector bij komen, kan het begrip ‘inbedding’ dan altijd uitsluitsel geven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie?

“Nee, afvinklijstjes per sector zouden geen uitsluitsel mogen geven, omdat deze nooit volledig kunnen zijn. Bovendien kunnen leiden tot ‘figuurzagen’ met contracten en afspraken. Inbedding is geen Ei van Columbus. Maar het geeft in de moderne tijd wel een beter antwoord op de vraag wie werknemer is en wie zelfstandige. Ik denk dat het criterium inbedding het grijze gebied tussen werknemers en zzp’ers flink kan verkleinen, zeker in combinatie met de rest van de kabinetsplannen, zoals het verkleinen van verschillen in fiscale behandeling van werknemers en zzp’ers en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Als je zorgt dat er minder verschillen zijn tussen de contractvormen, wordt het onderscheid vanzelf minder belangrijk.”

Om het verschil in sociale zekerheid te verkleinen, adviseerde jullie commissie een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor alle werkenden. In plaats daarvan werkt de minister aan een aov voor zelfstandigen. Is dat verstandig?

“Wij raden het af. Uit onderzoek met hulp van verzekeraars blijkt namelijk dat een verzekering voor alleen zzp’ers erg duur wordt. Dat bleek bijna 20 jaar geleden ook al. De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd in 2004 afgeschaft omdat de meeste zelfstandigen de premie te hoog vonden en de uitkering te laag. Toch pakt het kabinet door op de aov voor zelfstandigen, omdat dit is afgesproken in het Pensioenakkoord. Hier had de polder dus duidelijk het laatste woord.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , | 1 Reactie

Zzp’ers kunnen gezamenlijk onderhandelen zonder overtreding concurrentieregels

Naar aanleiding van aangepaste Europese regels heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de Nederlandse leidraad ‘tariefafspraken zzp’ers’ aangepast. Daarin staat onder andere dat zzp’ers gezamenlijk mogen onderhandelen als zij: 1. Economisch afhankelijk zijn van hun opdrachtgever, of 2. Feitelijk zij-aan-zij werken met werknemers in loondienst, of 3. Werken via digitale arbeidsplatformen (bijvoorbeeld maaltijdbezorging of taxi’s).

Brancheorganisaties kunnen meehelpen

Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM: “Voor bepaalde groepen zzp’ers, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, is de onderhandelingspositie over beloning en arbeidsvoorwaarden slecht. Doordat het mogelijk is gezamenlijk te onderhandelen, kunnen brancheorganisaties van zzp’ers en vakbonden meehelpen om de positie van zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren.”

Betere onderhandelingspositie zzp’ers

Het aantal zzp’ers is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Dat is aan de ene kant goed voor een dynamische economie. Maar er zijn ook negatieve gevolgen. Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt is de onderhandelingspositie van zzp’ers vaak gering. Dat leidt tot slechtere beloningen en arbeidsvoorwaarden. Vaak zijn deze zzp’ers ook niet goed verzekerd tegen ongevallen of werkloosheid. Werkgevers maken soms ook gebruik van zzp’ers die feitelijk hetzelfde werk doen als de werknemers in loondienst waarmee zij de wettelijke werknemersbescherming omzeilen.

Leidraad ‘tariefafspraken zzp’ers’

De leidraad biedt zzp’ers inzicht in de mogelijkheden voor gezamenlijk onderhandelen over beloning en arbeidsvoorwaarden. Op die manier hoopt de ACM de positieve gevolgen van economische dynamiek te behouden en de negatieve gevolgen te verminderen.

De leidraad is bedoeld voor alle zzp’ers die hun eigen arbeid aanbieden, of die met hun arbeid werken tot stand brengen. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandige schoonmakers, (maaltijd)koeriers, vertalers, pakketbezorgers, fotografen of componisten. De ACM heeft ook een ‘verkorte’ versie van de ‘Leidraad tariefafspraken zzp’ers’ gemaakt waarmee zzp’ers snel wegwijs worden gemaakt in de mogelijkheden voor collectief onderhandelen.

Bekijk de leidraad:

Klik om toegang te krijgen tot leidraad-tariefafspraken-zzpers-2023_0.pdf

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 1 Reactie

Organisaties gaan meer extern personeel inhuren. En vooral anders.

Organisaties die gebruik maken van extern personeel verwachten dat in 2023 en 2024 te blijven doen. 42% verwacht ongeveer evenveel in te huren als het afgelopen jaar. 37% verwacht meer of veel meer in te gaan huren. 22% verwacht juist minder extern personeel in te gaan huren.

Dat blijkt uit een onderzoek van ZiPconomy onder 121 organisaties die regelmatig extern personeel inhuren.

Verschuiving in categoriën inhuur

Opvallend zijn de verschillen die naar boven komen in het antwoord op de vraag op welke manier organisaties extern personeel willen inhuren en via welke contractvorm. Zo zegt maar liefst 37% minder zzp’ers in te gaan huren via bureaus. Aan de andere kant gaat bijna de helft (48%) meer zzp’ers rechtstreeks inhuren (direct souring). Bijna een kwart (23%) van de organisaties die uitzendkrachten inhuurt zegt dat minder te gaan doen. De categorieën detachering (groei bij 44% van respondenten) en Statement-of-Work (46%) nemen juist flink toe.

 

Deze verschuiving per categorie betekent ook een forse verandering van de manier waarop extern personeel wordt ingehuurd en ingezet. Het is een flinke ambitie om dat intern voor elkaar te krijgen.


Meer weten?

Wil je meer weten over dit onderzoek en de duiding achter deze – en andere – cijfers? Bekijk dan onderstaande video. Daarin bespreekt Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) deze en andere resultaten uit het onderzoek Saskia Kapper (Hero) en Eugene van Berkel (TalentIn).  

 


 

Aanleiding meer/minder inhuur

Van alle respondenten die zeggen meer in te gaan huren zegt 79% dat te doen vanwege de (groeiende) schaarste om aan goed (vast) personeel te komen. Iets meer dan de helft (54%) gaat meer inhuren om meer wendbaar te zijn in deze onzekere tijden met verschillende crises. 36% verwacht veranderingen in de afzetmarkt en bijna een kwart huurt meer in omdat vergrijzing een grotere impact heeft dan verwacht.

Organisaties die juist minder extern personeel gaan inhuren doen dat vanwege een verlaagde uitstroom van vast personeel (37%), meer interne mobiliteit (33%), een hogere instroom op vaste functies (27%) of vanwege een ‘aanhoudend gebrek aan duidelijke wet/regelgeving over inhuur (17%).

Statement-of Work op de agenda

Statement-of-Work (SoW ook wel: aannemen van werk) is een afwijkende manier waarop externen bij een organisatie opdrachten doen. 11% van de organisaties die met SoW werkt, denkt dat deze vorm van inhuur de komende jaren ‘fors’ gaat groeien (dat is meer dan andere vormen van inhuur). 31% zegt dat SoW enigszins gaat groeien. 10% werkt nu niet met SoW. Bij 46% van de organisaties valt SoW buiten het ‘inhuurbeleid’. Bij 42% er binnen. 9% zegt dat ‘binnenkort’ SoW wel onder inhuur valt.

 

Bij iets meer dan een kwart (28%) van de organisaties worden SoW contracten regelmatig of vaak oneigenlijk gebruikt als verkapte vorm van ‘uurtje/factuurtje inhuur’. Een derde van de respondenten ziet ‘meer werken met SoW en/of resultaatovereenkomsten’ als een van de prioriteiten voor de inhuurstrategie.

Onderzoeksverantwoording

Aan dit ZiPconomy onderzoek Inhuur externen Trends in 2023-2024 hebben 121 organisaties meegedaan. Dat zijn per definitie organisaties die regelmatig zelfstandigen en ander extern personeel inhuren en meestal op een professionele, georganiseerde manier (of streven daarnaar).

Organisaties die niet/nauwelijks extern personeel inhuren zijn dan ook flink ondervertegenwoordigd in dit onderzoek. Bijna de helft van de respondenten huurt voor meer dan 25 miljoen per jaar in. 55% van de respondenten werkt vanuit een HR functie. 35% heeft een functie binnen een afdeling inkoop.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Aanpak arbeidsmarktkrapte. Kansen voor ABU-leden

Het kabinet heeft bekendgemaakt welke aanvullende maatregelen er komen voor de aanpak van arbeidsmarktkrapte. Welke maatregelen zijn dit? Wanneer ga je er iets van merken? En welke kansen biedt dit voor ABU-leden?

Het kabinet heeft de ambitie dat mensen hun talenten kunnen ontplooien en de toekomst met vertrouwen tegemoetzien. Dit is een flinke uitdaging. Dat komt door vergrijzing, een stagnerend aantal werkenden én de grote maatschappelijke uitdagingen. Volgens het kabinet moet Nederland accepteren dat niet alles tegelijkertijd kan. Schaarste van arbeid zet de boel op scherp. In zorg en publieke dienstverlening gaat dit over een afweging tussen efficiëntie en aandacht voor de menselijke maat. Dat klinkt niet al te best. Maar wat gaat het kabinet doen om het leed te verzachten?

(Meer) werken moet lonen

Het kabinet heeft zes manieren onderzocht om werken lonender te maken. 4% van de werkenden heeft namelijk een zeer hoge marginale druk. Dit betekent dat zij van elke euro die ze extra verdienen, minder dan € 0,30 overhouden. Zo’n 75% van de werkenden houdt tussen de € 0,30-€ 0,60 over van elke euro die ze extra verdienen, omdat ze bijvoorbeeld meer uren gaan werken. Door te sleutelen aan zorgtoeslag, huurtoeslag, arbeidskorting, het tarief van de eerste belastingschijf of heffingskorting kun je de belastingdruk beïnvloeden. Conclusie van deze doorrekeningen laat helaas zien dat er geen gemakkelijke manier bestaat om op korte termijn de marginale belastingdruk te verlagen. Tegenover de mensen die profiteren, staan in elke variant mensen die er juist op achteruitgaan.

Helaas voor alle ABU-leden. Hier hoeven we niet veel van te verwachten. De lastige gesprekken met kandidaten die twijfelen om ja te zeggen tegen een mooie kans bij jullie, blijven voorlopig. Want op korte termijn verandert er niets aan de impact van inkomensveranderingen op huur-, zorg- en/of kinderopvangslag.

Vergroten arbeidsaanbod

Het kabinet heeft als doel om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden. Het kabinet zet zo breed mogelijk in. Via Breed Offensief, verbetering van de Banenafspraak, de Participatiewet in balans, betere begeleiding van langdurig bijstandsgerechtigden, statushouders, ouderen, het ontsluiten het onbenut arbeidspotentieel en het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie moeten meer mensen de stap naar werk maken.

Wat mij opvalt bij het lezen van deze paragraaf is dat het kabinet nog vooral naar de eigen overheidsorganisaties kijkt, zoals gemeenten en Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s). ABU-leden worden niet genoemd. Terwijl dit bij uitstek het vakgebied is waar ABU-leden, zoals de leden van de commissie PPS, hun maatschappelijke waarde toevoegen.

De krapte en de uitdagingen zijn te groot om alleen door publieke partijen opgelost te kunnen worden, dit lukt alleen als publieke en private partijen goed samenwerken. ABU-leden bieden zoveel kansen voor werkzoekenden dankzij opleiding en begeleiding. Maar ook omdat zij steengoed zijn in de gesprekken met werkgevers om hen te overtuigen om een kandidaat aan te nemen, die niet het spreekwoordelijke schaap met de vijf poten is. Wij zullen als ABU geen kans onbenut laten om deze boodschap te laten horen, of ze het nu willen horen of niet.

Kortom

Het kabinet heeft grote ambities voor het aanpakken van de krapte. De ABU en zijn leden staan te popelen om hieraan bij te dragen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Nieuwe Bovib-voorzitter Marc Nijhuis: ‘Onze branche doet ertoe’

Financieel directeur Marc Nijhuis van intermediair Circle8 is de nieuwe voorzitter van de Bovib. Begin januari 2023 volgde hij Frederieke Schmidt Crans op, die de functie drie jaar vervulde.

Nijhuis is betrokken bij de Bovib sinds de oprichting van de branchevereniging, maar zat de afgelopen jaren in een ander bestuur. Tot 2022 was hij algemeen bestuurslid en penningmeester bij de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Hij heeft daar een flink netwerk binnen de flexbranche opgebouwd. Dat komt hem naar eigen zeggen goed van pas bij zijn nieuwe rol als Bovib-voorzitter.

Samenwerking en professionalisering

Bijvoorbeeld nu Bovib meer wil samenwerken andere belangenbehartigers, zoals NBBU, de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), Intermediairs voor Zelfstandig Ondernemers Nederland (I-ZO), Raad voor Interim Management (RIM) en de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). “We kunnen elkaar versterken”, zegt de nieuwe Bovib-voorzitter. “Verder is de Bovib klaar voor professionalisering.”

Nijhuis: “De afgelopen 10 jaar hebben we veel bereikt dankzij de proactieve inzet van de leden. Om de continuïteit van de vereniging op lange termijn te borgen, gaan we nu een bureau inrichten. Op die manier bereiden we ons voor op de komende jaren. Er komt heel wat op ons af aan nieuwe wet- en regelgeving.”

Hij ziet zichzelf vooral als de facilitator van het proces. “Als voorzitter wil ik niet dicteren hoe het moet, maar mogelijk maken wat gewenst is. Daarom ga ik komende tijd in gesprek met diverse leden. Ik wil weten hoe zij de toekomst zien en welke behoeftes ze hebben.”

Visie op wet- en regelgeving

Nijhuis ziet een belangrijke rol voor de Bovib in het politieke debat over zelfstandig professionals en flexibele arbeid. Zijn voorgangers hebben daar een stevige basis voor gelegd. “De Bovib kan de politiek wegwijs maken in die veranderende wereld van werk. Onze leden hebben een goed beeld van de wensen en uitdagingen van zowel zelfstandig professionals als opdrachtgevers.”

Hoe ziet die veranderende wereld van werk eruit? “Organisaties ontwikkelen in rap tempo. Daarbij hoort dat ze op verschillende momenten andere competenties nodig hebben. Tegelijkertijd groeit de groep professionals die graag werkt voor verschillende opdrachtgevers. Kortom, de behoefte aan flexibiliteit blijft groeien.”


Meer weten over dit onderwerp? Tijdens de Webinar Week gaat Hugo-Jan Ruts in gesprek met Marc Nijhuis, de kersverse voorzitter van de Bovib, over deze kabinetsplannen en wat de gevolgen zijn voor onder meer bureaus. Inschrijven kan hier.


Minder verschillen tussen contractvorm

De huidige wetgeving past niet meer bij deze tijd, zegt hij. “De verschillen tussen contractvormen moeten kleiner worden. Er is een gelijk fiscaal speelveld nodig voor alle werkenden, iedereen moet bijdragen aan de sociale zekerheid. Zelfstandig professionals moeten de ruimte krijgen, maar het mag niet zo zijn dat zij hun risico op arbeidsongeschiktheid en de kosten voor pensioen afwentelen op algemene middelen.”

Veel zelfstandig professionals zijn het daarmee eens, merkt hij. “Elke professional die ik spreek, betaalt liever meer belasting dan dat hij zijn zelfstandigheid moet opgeven”, zegt Nijhuis. “Ik heb het dan wel over de zelfstandige kenniswerkers met een relatief hoog uurtarief. Het zijn experts die hun talenten graag inzetten voor diverse opdrachtgevers. De ene keer werken ze voor een energiebedrijf, dan weer voor de overheid. Zij willen niet op de payroll van één bedrijf staan.”

Rechtspositie voor de zzp’er

Misstanden in de flexbranche moeten we aanpakken, vindt de voorzitter. “Dat is in belang van ons allemaal. Maar het moet wel op de juiste manier gebeuren. Pak de boosdoeners aan, zonder dat je het gros van de inleners onnodig veel regels oplegt. Daar kan de Bovib de politiek bij helpen.”

Nijhuis vindt dat het tijd is voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. “Nu zijn er maar twee smaken: werknemer of ondernemer”, zegt hij. “Dat doet geen recht aan de manier waarop veel mensen willen werken. Vervolgens kun je sectoraal beleid voeren om onderscheid te maken tussen de verschillende type contracten. Een Uber-bezorger is tenslotte echt een ander type dan de IT’er, recruiter of communicatieprofessional.”

Van aanbestedingen tot diversiteit

Verder wil Nijhuis aan de slag met allerlei onderwerpen die van belang zijn voor het dagelijks werk van de Bovib-leden. “Ik wil weten welke ontwikkelingen invloed hebben op onze leden. Vervolgens kunnen we daar gezamenlijk oplossingen voor vinden.”

Als voorbeeld noemt hij aanbestedingen. “Er is flinke marktwerking bij aanbestedingen, maar is die wel in ieders voordeel? Doen we het slim, waar zien wij verbetering? Om tot eerlijke werkwijzen te komen, gaan we in overleg met aanbestedende dienstverleners. Als we samenwerken voorkomen we ook juridische discussies achteraf. Verbetering en samenwerking zijn zowel in het belang van aanbestedende dienstverleners als de sector.”

Verder wil hij samenwerken aan thema’s zoals diversiteit en inclusie. “Als we het willen, kunnen we vooroplopen als branche”, zegt Nijhuis. “Daar wil ik over praten met de leden. Wat is ons standpunt over diversiteit? Welke verantwoordelijkheid willen we nemen? Wat hebben we daarvoor nodig van elkaar en van inleners? Dit bespreek ik graag branchebreed.”

Tot slot zou hij graag samen meer informatie verzamelen over de intermediaire sector. “Wat is bijvoorbeeld ons totale volume? Dat is hartstikke interessant en laat ook aan anderen zien: onze branche doet ertoe.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 2s Reacties

Leidt uitspraak Hoge Raad over Deliveroo-zaak tot verduidelijking gezagscriterium?

De Hoge Raad oordeelt naar verwachting op 10 februari aanstaande of de maaltijdbezorgers van Deliveroo zzp’er of werknemer zijn. Op grond van artikel 7:610 BW is iemand werknemer wanneer hij in dienst van een ander, tegen loon gedurende een zekere tijd arbeid verricht. Deze zaak gaat vooral over de invulling van het criterium ‘in dienst van een ander’ (de gezagsrelatie). De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat tussen Deliveroo en de maaltijdbezorgers een gezagsrelatie bestond.

Deliveroo heeft de Hoge Raad gevraagd om te beslissen dat dit oordeel onterecht was. Advocaat-Generaal (AG) Ruth de Bock adviseerde de Hoge Raad in haar conclusie van juni 2022 het oordeel van het gerechtshof in stand te laten.

Als de Hoge Raad het gezagscriterium verduidelijkt, kan dit grote gevolgen hebben voor de 1,2 miljoen zzp’ers die in Nederland werkzaam zijn en hun opdrachtgevers.

** UPDATE : De Hoge Raad heeft op 8 februari aangegeven dat de uitspraak wederom is uitgesteld, nu naar 24 maart 2023 (red.) 

Deliveroo-zaak

Sinds juni 2015 verrichtte het Britse Deliveroo activiteiten in Nederland. De maaltijdbezorgers werkten in eerste instantie op basis van een arbeidsovereenkomst. In de loop van 2018 besloot Deliveroo de maaltijdbezorgers te laten werken als zzp’er, op basis van een overeenkomst van opdracht. Vakbond FNV besloot in een rechtszaak een arbeidsovereenkomst voor de maaltijdbezorgers af te dwingen. En met succes. De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat de maaltijdbezorgers werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst. Deliveroo weigerde aan alle maaltijdbezorgers een arbeidsovereenkomst aan te bieden en beëindigde eind 2022 haar activiteiten in Nederland.

Deliveroo heeft de Hoge Raad gevraagd om te beslissen of het gerechtshof terecht oordeelde dat tussen Deliveroo en de maaltijdbezorgers een gezagsrelatie aanwezig is. Dit oordeel is relevant voor de periode voorafgaand aan het vertrek van Deliveroo uit Nederland.

Advies aan de Hoge Raad: startpunt bij de invulling van het gezagscriterium is de organisatorische inbedding

AG Ruth de Bock adviseerde de Hoge Raad in haar conclusie het oordeel van het gerechtshof te volgen. Net als het gerechtshof meent zij dat de gezagsrelatie niet weg te denken is. Zij pleit ervoor dat het gezagscriterium wordt verduidelijkt en wordt aangepast aan de eisen van de tijd. Bij de beoordeling of een gezagsrelatie aanwezig is, gaat het volgens haar niet zozeer om het bestaan van een instructiebevoegdheid van de opdrachtgever. Het startpunt zou moeten zijn dat het gaat om de organisatorische inbedding van het werk. Daarmee wordt bedoeld: is het werk ingebed in de organisatie van de werkverschaffer? Daarbij gaat het erom of het werk een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de werkverschaffer is. Voor deze verduidelijking is volgens AG De Bock geen wetswijziging nodig.

Tweede advies aan de Hoge Raad: het gaat om de beoordeling van verschillende factoren

De Hoge Raad hoeft dit advies niet over te nemen en heeft inmiddels ook kennisgenomen van een tweede advies over dit onderwerp. AG Robert van Peursem is kritisch op de zienswijze van AG De Bock. Volgens hem volgt uit jurisprudentie en literatuur niet dat één aspect/gezichtspunt/omstandigheid doorslaggevend is voor de vraag of sprake is van een gezagsrelatie. Daarop wees hij de Hoge Raad in oktober 2022 in een andere zaak. Het komt volgens hem aan op een beoordeling van verschillende factoren. Volgens AG Van Peursem volgt uit de rechtspraak van de civiele kamer van de Hoge Raad niet dat wordt aangesloten bij deze notie van ‘organisatorische inbedding’, zoals AG De Bock bepleit.

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde in juli 2022 ook al dat ‘inbedding’ geen onderscheidend criterium is.

Kabinet wil ook een verduidelijking van de gezagsrelatie

Uit de recente Voortgangsbrief over ‘werken met en als zelfstandige(n)’ volgt dat ook het kabinet het gezagscriterium wil verduidelijken per 1 januari 2025. Het kabinet ziet ‘inbedding van het werk in de organisatie’ als een indicatie dat sprake is van een gezagsrelatie. Bij de beoordeling is het eveneens van belang of er sprake is van materieel gezag (instructiebevoegdheid en toezicht) en van zelfstandig ondernemerschap. Wat de (meest) relevante (contra-)indicaties voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst zijn, wordt door het kabinet met betrokkenheid van sociale partners, experts en stakeholders verder uitgewerkt.

Gevolgen verduidelijken gezagscriterium

Als het gezagscriterium door de Hoge Raad of door het kabinet wordt verduidelijkt, zullen de 1,2 miljoen zzp’ers in Nederland en hun opdrachtgevers hun arbeidsrelatie opnieuw moeten beoordelen, zeker als de werkzaamheden die de zzp’er verricht zijn ingebed in de organisatie van de opdrachtgever.

Als de arbeidsrelatie kwalificeert als een arbeidsovereenkomst, dan heeft dit tot gevolg dat de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en afdragen en dat arbeidsrechtelijke bescherming bij ziekte en ontslag wordt genoten. Een ander verstrekkend en kostbaar gevolg is dat mogelijk met terugwerkende kracht pensioenpremies afgedragen moeten worden.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter