Maandelijkse archieven: november 2022

Wat houdt self-billing in voor zowel de opdrachtgever als de zzp’er?

Self-billing wordt ook wel ‘reversed billing’ of ‘reverse billing’ genoemd. Hierbij wordt het facturatieproces omgedraaid en dat houdt in dat niet de zzp’er de factuur opmaakt, maar de opdrachtgever.

In het gebruikelijke proces stuurt de zzp’er de factuur naar de opdrachtgever en kan de opdrachtgever pas na ontvangst van de factuur controleren of de factuur goed is opgesteld. Als de factuur niet klopt dan moet er achteraf gecorrigeerd worden. De zzp’er dient twee correctiefacturen te maken, namelijk een creditfactuur voor de foutieve factuur en een nieuwe correcte factuur. Beide facturen moeten dan naar de opdrachtgever worden gestuurd.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat facturen inhoudelijk niet juist zijn. Dit komt omdat zzp’ers zelfstandig hun eigen facturen opstellen en versturen. Omdat administratief werk voor veel zzp’ers niet hun specialisatie is, zijn deze facturen foutgevoelig. Het komt zelfs nog voor dat ingestuurde facturen niet voldoen aan de wettelijke eisen.

Hoe werkt self-billing?

In de praktijk werkt self billing vrij eenvoudig. De zzp’er registreert de gewerkte uren in het softwaresysteem van de opdrachtgever. De contractafspraken, zoals het uurtarief, zijn vooraf in het systeem van de opdrachtgever vastgelegd. De zzp’er hoeft dus alleen maar de gewerkte uren in te voeren. De uren worden vervolgens gecontroleerd door de opdrachtgever en na goedkeuring wordt er automatisch een factuur gegenereerd.

Regels voor self-billing

De belastingdienst staat het gebruik van self-billing toe, mits aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De opdrachtgever en de zzp’er hebben beiden ingestemd met het toepassen van self-billing.
  • Op de factuur staat vermeld: “Factuur uitgereikt door afnemer”.
  • De zzp’er blijft aansprakelijk voor de juistheid van de factuur die de opdrachtgever opstelt.
  • Als de opdrachtgever een incorrecte factuur opstelt, dient de zzp’er de opdrachtgever hier tijdig van in kennis te stellen. De opdrachtgever kan dan een correcte factuur opstellen of de zzp’er kan zelf een vervangende factuur maken.
  • De zzp’er blijft verantwoordelijk voor de betaling van btw aan de Belastingdienst.
  • De factuur voldoet aan alle wettelijke eisen.

Voor- en nadelen van self-billing

Het self-billing proces biedt zowel voordelen als nadelen voor zowel de opdrachtgever als de zzp’er.

Voordelen opdrachtgever:

  • De opdrachtgever is in control doordat de geregistreerde uren door de opdrachtgever kunnen worden gemonitord en, indien nodig, tijdig kan worden bijgestuurd. Verrassingen achteraf zullen minder voorkomen.
  • Het proces is efficiënter en de kans op fouten zeer gering door digitalisering en controle vooraf.
  • Het terugsturen van foutieve facturen naar zzp’ers en het verwerken van correctiefacturen zal nagenoeg niet meer voorkomen en kan dus een hoop administratieve rompslomp voorkomen.

Nadelen opdrachtgever:

  • De zzp’ers dienen hun gewerkte uren dagelijks of wekelijks (afhankelijk van de afspraak) in het systeem van de opdrachtgever te registreren. Als dit niet gebeurt dan is de opdrachtgever nog steeds niet in control.
  • De opdrachtgever die met self-billing werkt verplicht zzp’ers vaak in te stemmen met self-billing. Dat is op zich niet onlogisch, omdat de opdrachtgever bij uitzonderingen anders niet volledig in control kan zijn. De kans is echter aanwezig dat een gekwalificeerde zzp’er niet wil instemmen met self-billing en daarom niet kan worden ingehuurd.

Voordelen zzp’er:

  • De zzp’er hoeft zelf geen facturen meer te maken en het sturen van correctiefacturen behoort ook tot het verleden en dat scheelt veel tijd die besteed kan worden aan declarabele uren.
  • Facturen kunnen sneller worden betaald, omdat er achteraf geen controle meer hoeft plaats te vinden door de opdrachtgever.

Nadelen zzp’er:

  • De zzp’er wordt vaak verplicht om in te stemmen met self-billing, want niet instemmen betekent in die gevallen geen opdracht.
  • De zzp’er blijft aansprakelijk voor de juistheid van de factuur die de opdrachtgever opstelt, maar omdat het proces is geautomatiseerd en de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor het registreren van de uren is de foutkans erg gering. Desondanks is het controleren van de factuur altijd wel verstandig en kost maar een fractie van de tijd die anders aan het maken van een factuur besteed moet worden. Als deze niet juist is dient de zzp’er de opdrachtgever hier tijdig van in kennis te stellen. De opdrachtgever kan dan een correcte factuur opstellen of de zzp’er kan zelf een vervangende factuur maken.
  • Voor het versturen van de factuur is de opdrachtgever verantwoordelijk. Als door ziekte of vakantie de uren niet tijdig worden goedgekeurd dan zal de factuur pas later worden verstuurd en zal de betalingstermijn ook later ingaan.
Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 4s Reacties

“Een overheid die zich bemoeit met persoonlijke keuzes, past niet bij de tijdgeest”

Kun je zzp’ers dwingen om in loondienst te gaan? Dit gaat behoorlijk tegen de tijdgeest in. Zo zie ik de spandoeken langs de snelwegen veranderen. Van noodkreten en leuzen over het belang van de landbouwsector naar leuzen over de inperking van vrijheid door kabinet en World Economic Forum. De spandoeken maken zichtbaar wat er breder leeft in de samenleving. Behoefte aan vrijheid en een overheid die zich niet bemoeit met persoonlijke keuzes.

Tegelijkertijd maakt de overheid een tegenovergestelde beweging. Een mobieltjesverbod op middelbare scholen, verplichte relatietherapie in het basispakket, spotjes over koud douchen en de verwarming lager zetten, om maar een paar voorbeelden te noemen.

En ook de arbeidsmarkt ontkomt niet aan de behoefte van de overheid om gedetailleerd te willen sturen. Bijvoorbeeld met het voltijds werken als nieuwe norm of de nieuwe verplichte regels die in de maak zijn om discriminatie te voorkomen in sollicitatieprocedures.

Ongewenste ontwikkelingen corrigeren

Er waait een andere wind dan een paar jaar geleden. Het kabinet wil betrokken en aanwezig zijn en een overheid vertegenwoordigen die zich uitspreekt. “Om maatschappelijke normen te stellen en ongewenste ontwikkelingen in de arbeidsmarkt te corrigeren“, zo klinkt het op pagina 4 van de Hoofdlijnenbrief Arbeidsmarkt van minister Van Gennip.

Ook de zelfstandig ondernemers moeten dealen met een overheid die zelf de norm wil stellen en de arbeidsmarkt wil corrigeren. De minister heeft al aangekondigd dat zij voor het einde van het jaar met een brief komt waarin staat hoe zij ongewenste ontwikkelen rondom zzp wil voorkomen. Ik ben benieuwd hoe dat gaat vallen bij hoogopgeleide professionals die gewend zijn om autonome keuzes te maken.

En aan de andere kant begrijp ik heel goed dat de overheid zoekt naar manieren om in te grijpen bij misstanden. Net zoals ik ook zie dat de huidige onduidelijke regels en gebrek aan handhaving tot een ongelijk speelveld in de markt leiden.

Snel veranderende samenleving

Ik denk wel dat het draagvlak en het effectiviteit van nieuwe regelgeving groter is, als het kabinet zich rekenschap geeft van de tijdgeest, die past in de snel veranderende samenleving die wij met elkaar vormen. Zoals Zygmund Bauman het zo treffend verwoordt: “In a liquid modern life there are no permanent bonds, and any that we take up for a time must be tied loosely so that they can be untied again, as quickly and as effortlessly as possible, when circumstances change as they surely will in our liquid modern society, over and over again.”

Het streven naar generieke regels die voor alle zelfstandig ondernemers hetzelfde zijn, past niet in de tijdgeest. Wat dan wel? Allereerst meer maatwerk door sectorale criteria. Om gericht te kunnen handhaven bij excessen. En misschien moet er wel een heel andere aanvliegroute gekozen worden. Wordt vervolgd!

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 3s Reacties

Bovib vreest voor schadelijke gevolgen van kabinetsplannen rond zzp-dossier

“Het lijkt alsof het kabinet met nieuwe maatregelen het aantal zzp’ers snel wil verminderen”, zegt Frederieke Schmidt Crans. Zij is voorzitter van de Bovib, branchevereniging voor intermediairs en brokers. “Het lijkt alsof sentiment de overhand krijgt en gesprekken rondom zzp-beleid beginnen met de vraag: hoe kunnen we het aantal zelfstandigen verminderen? Dat is een verkeerd uitgangspunt. Duidelijke kaders stellen en sociale zekerheden organiseren voor zelfstandigen, daar moet het beleid om draaien. Als zelfstandigen aan de juiste voorwaarden voldoen om als ondernemer te werken, is het aantal zzp’ers niet meer belangrijk.”

In het laatste debat over de arbeidsmarkt presenteerde minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) haar plannen voor nieuwe wetgeving om te bepalen wanneer een werkgever een zelfstandige mag inhuren. De Bovib maakt zich zorgen over die oplossingsrichting. De branchevereniging vreest dat de voorstellen van de minister niet de duidelijkheid bieden die de arbeidsmarkt zo hard nodig heeft.

Aanscherping gezagscriterium

Tijdens het Arbeidsmarktdebat in de Tweede Kamer vertelde Van Gennip dat ze het criterium ‘gezag’ zal aanscherpen. Daardoor wordt het volgens haar onmogelijk om te werken als zzp’er in een kernfunctie, bijvoorbeeld in sectoren als de zorg of het onderwijs.

Dit idee komt uit het advies van de Commissie Borstlap. Het advies van die commissie: let meer op de aard van de werkzaamheden en leg meer nadruk op de mate van ‘inbedding in de organisatie’. Daarbij kijkt de rechter in hoeverre de werkzaamheden van ingehuurde werkenden overeenkomen met die van andere werknemers in het bedrijf. Hier vloeit de regel uit voort dat alleen werknemers zich mogen bezighouden met kernactiviteiten van de organisatie.

Hoe Van Gennip die term ‘gezag’ precies zal aanpassen is nog onduidelijk. Ze wil in elk geval dat ‘vast werk in principe uitgevoerd wordt door iemand met een vast contract’.

‘Dit gaat nooit de duidelijkheid geven die we nodig hebben’

Overduin is kritisch over deze oplossingsrichting. “Dit gaat nooit de duidelijkheid geven die we nodig hebben”, zegt hij. “Criteria zoals ‘gezag’ en ‘inbedding in de organisatie’ blijven multi-interpretabel. Wanneer is iemand ingebed in de organisatie? Welke taken horen precies bij de kernactiviteiten van een organisatie? Hoe bepaal je dat zonder dat er achteraf discussie over kan bestaan?”

Criteria zoals ‘gezag’ en ‘inbedding in de organisatie’ blijven multi-interpretabel.

Sem Overduin

Overduin voorziet forse gevolgen. Veel zzp’ers die diensten leveren aan opdrachtgevers zijn enigszins ingebed in de organisatie of doen min of meer regulier werk. Dit voorstel gaat dus ook gevolgen hebben voor organisaties die werken met zzp’ers die bewust kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap en niet in een kwetsbare positie zitten.

Ook vreest hij onrust en paniek bij opdrachtgevers. Als zij twijfelen of ze een zzp’er voor een bepaalde opdracht wel mogen inhuren, kan dat leiden tot onterechte vraaguitval. Dat gebeurde tenslotte ook in 2016, bij de invoering van de Wet DBA. Overduin: “Gezien de krapte op de arbeidsmarkt, moeten we dat zien te vermijden.”

“Daarnaast zijn in bepaalde sectoren alle werkenden hard nodig, of zij nu werken als vaste kracht of als zzp’er”, zegt Schmidt Crans. “In sectoren als de zorg en het onderwijs is het tekort aan personeel groot. Plotseling strikte regels invoeren rondom inhuur kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van deze branches. Als werken als zelfstandige niet meer kan, gaat een deel van de zzp’ers namelijk op zoek naar een ander type werk.”

Rechtsvermoeden op basis van uurtarief

Naast een aanpassing van het gezagscriterium werkt minister Van Gennip aan een rechtsvermoeden van werknemerschap als een werkende minder verdient dan een bepaald uurtarief. Als iemand minder verdient dan een bepaald uurtarief, moet de werk- of opdrachtgever bewijzen dat het toch echt om een opdracht gaat die uitgevoerd kan worden door een zzp’er.

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert een tarief van 30 á 35 euro per uur, maar de minister onderzoekt nog hoe hoog het bedrag moet zijn. Zo’n tariefgrens zou onderdeel kunnen zijn van een betere oplossing, zegt Schmidt Crans. “Hiermee kun je onderscheid maken tussen zelfredzame en kwetsbare zzp’ers. Zo versterkt dit criterium de positie van zzp’ers met lagere uurtarieven.”

Oplossing in drie delen

Beheersbaarheid, daar moet deze wetgeving over gaan, vindt de voorzitter van Bovib. Zo geef je ook ruimte aan de groep die met recht zzp’er moet kunnen zijn. In plaats van criteria rondom gezag en inbedding, pleit de Bovib voor een eenvoudiger systeem. Er moet worden gekeken naar de uitvoerbaarheid van regelgeving en handhaving.

Wie als zzp’er in de zorg wil werken, moet aan additionele voorwaarden voldoen. Daarmee scheid je het kaf van het koren.

Frederieke Schmidt Crans

Drie belangrijke onderdelen zijn:

  1. Toetsingscriteria vanuit de fiscaliteit: gedraagt iemand zich als een echte ondernemer?
  2. Een weerlegbaar rechtsvermoeden op basis van een bepaald uurtarief.
  3. Sociale voorzieningen voor zelfstandig ondernemers.

In sectoren zoals de zorg en het onderwijs kunnen extra regels uitkomst bieden. Schmidt Crans: “Vanuit kwaliteitsoogpunt kun je zeggen: wie als zzp’er in de zorg wil werken, moet aan additionele voorwaarden voldoen. Daarmee scheid je het kaf van het koren.”

Vervolg

De minister van SZW belooft eind dit jaar meer duidelijkheid over de plannen en maatregelen rondom zzp’ers in een brief aan de Kamer. De inhoud van deze brief zal de basis vormen voor het debat in het voorjaar van 2023. Bovib houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en gaat graag met Kamerleden en beleidsmedewerkers in gesprek over oplossingsrichtingen en de toekomst van de arbeidsmarkt.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 4s Reacties

Minister maakt haast met certificering uitzendbureaus en detacheerders. Reikwijdte veel breder dan sec bescherming arbeidsmigranten.

Nog te veel arbeidsmigranten werken onder omstandigheden die Nederland onwaardig zijn. Daarom is het nodig dat het wetsvoorstel verplichte certificering zo snel als mogelijk wordt ingevoerd. Dat schrijft Minister Van Gennip (SZW) in een brief aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel moet er voor gaan zorgen dat uitzendbureaus arbeidsmigranten onder goede werk- en woonomstandigheden laten werken. In het voorjaar van 2023 gaat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

In 2024 moeten alle (uitzend)bureaus die vallen onder de Waadi een certificaat aanvragen. De reikwijdte van de wetgeving is daarmee veel groter dan alleen uitzendbureaus die arbeidsmigranten ter beschikking stellen. Hij geldt ook voor uitzenders die nooit met arbeidsmigranten werken en voor detacheerders, die veelal werken met hoog opgeleide professionals die een vast contract hebben bij de detacheerder.

Vraagtekens bij reikwijdte

In de detacheringswereld wordt dan ook met zorg naar het haastige wetgevingstraject gekeken. “Het probleem zit kennelijk bij de arbeidsmigranten. Die snap ik. Als je snel iets wilt, voer dan – desnoods tijdelijk – een extra toets in voor het werken met arbeidsmigranten en ga niet overhaast een hele sector opzadelen met een mogelijk ondoordacht certificeringsysteem. Voor je het weet zit je wéér met een handhavingsmoratorium,” zo stelt Alexander Kist, detacheringsondernemer en onafhankelijk deskundige op het gebied van wet- en regelgeving.

Stef Witteveen van branchevereniging VvDN vindt dat “een verplichte certificering als een soort sleepnet door de gehele intermediaire markt wordt gehaald. Dat is controversieel omdat de details onvoldoende goed zijn uitgewerkt.” Witteveen ziet een “levensgroot gevaar” in de tijdsdruk waaronder de wet tot stand moet komen. “Straks zitten we – wederom – met half of geheel mislukte wetgeving omdat dan de veelvormige intermediaire markt in een keurslijf wordt geduwd waar de werkgevers, de werknemers en de opdrachtgevers – en dus de gehele arbeidsmarkt – last van zullen hebben.” Dat terwijl het gros van de bureaus niets van doen heeft met de problemen die aanleiding zijn tot de nieuwe wet.

Witteveen: “Meer dan 60% van de mensen die werken bij leden van de VvDN zijn in vaste dienst. Ze zijn allen SNA geregistreerd en NEN gecertificeerd. Ook zonder die verplichte certificering zou de overheid nu al van haar handhavingsmogelijkheden gebruik kunnen maken en zodoende selectief de kwaadwillenden kunnen aanpakken. Dit nog afgezien van de wens om nieuwe zzp-regels tegelijk in te voeren en zo het waterbed effect te voorkomen.”

Certificering

Voor het uitgeven van certificaten wordt komend jaar een nieuwe organisatie opgericht die in de zomer van 2024 operationeel moet zijn, zo laat het ministerie weten. Om te bereiken dat bureaus zo vroeg mogelijk een certificaat aanvragen, worden ze via een ingroeimodel gestimuleerd om dit voor 1 augustus 2024 te doen. Daarvoor moet het (uitzend)bureau voldoen aan de eisen voor het certificaat.

De Arbeidsinspectie wordt vanaf 2023 uitgebreid om te handhaven op de certificeringsplicht. De Arbeidsinspectie kan pas handhaven als alle uitzendbureaus in staat zijn gesteld om een certificaat te krijgen. Dat zal, afhankelijk van de parlementaire behandeling en de uitvoering, op 1 januari 2025 zijn. Vanaf dat moment zullen bureaus die zonder certificaten arbeidskrachten (waaronder arbeidsmigranten) beschikbaar stellen, beboet worden. Ook inleners die uitzendkrachten – en gedetacheerden – van niet-gecertificeerde bureaus inlenen, kunnen een boete krijgen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Tips voor freelancers (én bureaus) bij arbeidsmarktkrapte

Waarom hebben zelfstandigen tips nodig in een krappe arbeidsmarkt? Je zou denken: opdrachten te over. Je hoeft je vinger maar in de lucht te steken en je hebt een opdracht.

Westland: “Voor sommige zzp’ers is dit zeker het geval. Tegelijk zien we dat een zzp’er soms wel dertig keer moet reageren voor hij een opdracht gegund krijgt.”

Daniel: “De arbeidsmarktkrapte is overduidelijk. Wij werken voor de overheid en semi-overheid. Er worden nu veel meer opdrachten uitgezet dan in de jaren hiervoor. Tegelijk zien we dat het aantal reacties op een generieke opdracht aanzienlijk omlaag is gegaan.”

Waarom duurt het voor sommige zelfstandig professionals dan toch nog lang voor ze een opdracht gegund krijgen?

Goedhart: “De overheid heeft op veel gebieden (denk aan finance, tech en ruimtelijke ordening) achterstanden opgelopen. Ze hebben daardoor geen tijd en capaciteit om mensen in te werken of op te leiden. Een zzp’er die raakvlakken heeft met de opdracht is dus vaak niet genoeg. Ze zoeken iemand met alle kennis en expertise die de opdracht meteen verder kan brengen. Daarmee zijn opdrachtomschrijvingen specifieker geworden en zoeken organisaties steeds vaker ‘het schaap met vijf poten’.”

Dat ze niet vinden…

Westland: “Aan ons de taak om opdrachtgevers daarbij te begeleiden. Een paar jaar geleden adviseerden we overheden een vraag vooral gericht uit te zetten, zodat ze niet 150 reacties kregen. Nu zeggen we juist: probeer vooral breder te kijken, geef de markt de kans om die opdracht in te vullen. Tegelijk geven we nu tips voor zzp’ers en andere leveranciers (bemiddelingsbureaus) om de kans op gunning te vergroten. Want we willen heel graag dat je reageert op een opdracht, maar wel alleen als je die opdracht wil en kan uitvoeren.”

Hoe zorg je dat de kans op gunning van een opdracht groter wordt? Tips voor zzp’ers.

 Tip: Stel vragen

Westland: “Als een opdracht gepubliceerd wordt op een platform, begint de termijn waarop je vragen over de opdracht kunt indienen. Dit is hét moment waarop je als inschrijver heel goed moet nadenken: is dit een opdracht voor mij? Waarom ben ik de geschikte persoon om deze opdracht uit te voeren? Heb je twijfels, maak contact en stel je vragen zodat je een goede afweging kunt maken of je wel of niet op de opdracht gaat reageren.”

Aan wat voor soort vragen moet je dan denken?

Westland: “Onze opdrachtgevers hanteren twee criteria: harde vereisten (knock-out criteria) en gunningscriteria. Als je niet aan de vereisten voldoet, heeft inschrijven weinig zin. De gunningscriteria zijn vaak de basis waarop kandidaten worden gerangschikt. Hoe meer punten je daarop scoort, hoe hoger je op de stapel komt. Voldoe je niet aan één van de eisen? Stel dan eventueel een vraag en denk vooral goed na of je je wel of niet moet inschrijven.”

Goedhart : “Die vragen zijn echt belangrijk. Inhuurplatforms zijn niet zo statisch als mensen wellicht denken. Je kunt goed met ons communiceren. Als je twijfelt over je winkansen of twijfelt of je überhaupt een gewilde inschrijver bent op een opdracht, stel gewoon die vraag. Wij leggen ‘m dan voor aan de opdrachtgever.”

“Denk vooral heel goed na: is dit een opdracht voor mij?”

Tip: Verdiep je in de constructie. Op wat voor platform reageer je?

Westland: “Als een organisatie ervoor kiest de opdracht via een platform te laten lopen, is het handig als je je daarin verdiept. Zorg dat je al voor een opdracht gegund wordt weet in wat voor constructie je aan de slag gaat.”

Goedhart : “De overheid zet opdrachten vaak uit via inhuurplatforms. Wij merken dat zzp’ers vaak niet helemaal bekend zijn met een inhuurplatform en de wet- en regelgeving die daarbij komt kijken. De procedure is op een bepaalde manier ingericht om dat proces rechtmatig te laten verlopen volgens het aanbestedingsrecht. Let er vooral op dat je de kans niet mist om te reageren of vragen te stellen.

Ook goed om te weten: staat het platform in direct contact met de opdrachtgever? Is het een platform dat simpelweg bemiddelt of is er sprake van een tussenpartij? In dat laatste geval ben je opeens een werknemer geworden.”

Westland: “En ook: hoe zit het met de urenregistratie/facturatie? Door wie word ik betaald? Het platform? De opdrachtgever zelf?”

Tip: Denk na over hoe je jezelf wil profileren / zorg voor kwaliteit van de inschrijving

Goedhart : “Denk na over hoe je de inschrijving vormgeeft. Hoe wil je jezelf profileren? Wat wil je uitstralen? Waar sta je voor als mens en belangrijker: als professional? Als inhuurplatform mogen wij absoluut niet subjectief beoordelen. We doen vaak wel een voorselectie voor de opdrachtgever – dan kijken we inhoudelijk naar de cv’s. Uit jouw cv moet dus heel duidelijk naar voren komen wat je kan, misschien ook wat je wil én je cv moet goed aansluiten op de opdrachtomschrijving. Aan de zzp’er de opdracht om te vertalen wat de match is met de opdracht.”

Tip: Zorg dat verzekeringen op orde zijn

Goedhart : “Bij het ondernemerschap horen risico’s die je zelf moet afdichten. Denk aan een beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Neem die verzekeringen mee in je inschrijfprijs. Als je er later achter komt dat je fee niet klopt, dan is dat met de aanbestedingswet heel lastig aan te passen.”

Tip: Verdiep je in de opdrachtgever

Goedhart : “Verdiep je in de opdrachtgever. Besef dat een gemeente iets anders is dan een omgevingsdienst en ook weer anders dan een veiligheidsregio. Je komt met Google vrij ver maar je mag ons ook bellen.”

Tips voor overige leveranciers (bemiddelingsbureaus) 

Tip: Maak duidelijke afspraken met de kandidaat

Westland: “Maak goede afspraken met de kandidaten die je aanbiedt. Wij krijgen op één procedure soms vijf keer dezelfde professional aangeboden.”

Goedhart : “Dat komt enerzijds doordat bureaus hun professionals op meerdere plekken aanbieden om zo kansen te spreiden. Óf de professional heeft met meerdere bureaus afspraken gemaakt. Maak daarom als bemiddelingsbureau bijvoorbeeld afspraken over exclusiviteit.”

Tip: Begrijp goed wat de kandidaat wil

Goedhart : “Een kandidaat heeft vaak goed voor ogen wat bij hem of haar past. Bied hem of haar niet aan op plekken die daar niet mee matchen. Als de kandidaat er pas in het gesprek achter komt dat de opdracht niet bij hem of haar past, dan sla je de plank echt mis.”

Tip: Communiceer open en duidelijk

Goedhart : “Als bureau moet je ook duidelijk aangeven in welke constructie de kandidaat terecht komt. Als zzp’er kun je jezelf scherper inschrijven dan een bureau. Een bureau zal altijd een marge op het uurtarief zetten. Wees daar transparant over: wat wordt het tarief en hoe staat de professional in vergelijking met andere kandidaten op het inhuurplatform?”

Tip: Verdiep je in de opdracht

Goedhart : “Het gebeurt regelmatig dat een kandidaat geen flauw idee heeft voor wat voor opdracht hij komt. Terwijl je van een bureau verwacht dat de kandidaat van tevoren goed wordt gebrieft. Wat is het karakter van de opdrachtgever? Wat zijn de doelstellingen? Als bureaus met hagel schieten en ze zetten een kandidaat op tien verschillende plekken weg dan merk je vaak dat er iemand aan tafel zit die niet echt de focus heeft op de opdracht. Je hoeft niet op één opdracht te reageren maar neem iedere opdracht wel serieus want anders zal de opdrachtgever jou ook niet serieus nemen.”

Westland: “Dat is de kern voor zzp’ers en bureaus: zorg dat je je goed verdiept in wat de opdracht behelst. Daar ligt een verplichting voor ons: we nemen onze opdrachtgevers aan de hand zodat ze die opdracht goed in de markt zetten. Maar er ligt ook een taak voor de aanbodkant om je goed te verdiepen in de platforms, de opdracht en de opdrachtgever.”


Bekijk ook het webinar van Jaap Jan Westland en Daniël Goedhart met tips voor succesvol samenwerken met inhuurplatforms in tijden van schaarste:

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , , | 1 Reactie

Wat er moet gebeuren om huishoudelijk (platform)werkers te geven wat zij verdienen

Als onafhankelijk platformexpert werk ik ruim twee jaar in het ‘gig team’ van de Wageindicator Foundation aan vraagstukken over de internationale kluseconomie. Terwijl de meeste internationale discussies zich beperken tot Europa en de Verenigde Staten, kijkt het team van Wageindicator naar alle continenten. Op die manier komen we tot nieuwe inzichten.

Dat gebeurde ook tijdens webinar ‘Women in Gig Work’: een internationaal debat over huishoudelijk werk in relatie tot platformen. Acht deskundigen uit zeven landen deelden hun kennis over huishoudelijk werk en de platformeconomie met 140 deelnemers uit maar liefst 39 landen.

Waarom huishoudelijk werk?

Huishoudelijke hulp is een beroepsgroep waar platformen internationaal sterk in opkomst zijn en die nog steeds voornamelijk bestaat uit vrouwen. Een paar voorbeelden van online platformen waar je in Nederland hulp in en om het huis kunt vinden zijn Care.com, Helpling en Werksters.nl.

Dat huishoudelijk werk en platformen goed samengaan is niet zo gek. De Amerikaanse National Domestic Workers Alliance omschrijft huishoudelijk werkers zelfs als de allereerste kluswerkers (‘the original gig workers’).

Al voordat er apps bestonden, combineerden deze werkenden meerdere klussen voor verschillende huishoudens. Zij maken schoon, doen klusjes en voeren soms ook zorgtaken uit, bijvoorbeeld voor kinderen of ouderen. Een deel van dit werk wordt nu georganiseerd via platformen die een overzicht en gemak bieden in een dergelijke gefragmenteerde markt, het overgrote merendeel van het werk is nog steeds informeel geregeld.

Er is geen ‘planeet platformeconomie’

Technologie kan zowel negatieve als positieve aspecten versterken, benadrukte mijn collega Fiona Dragstra (directeur van de WageIndicator Foundation): “Platformwerk biedt vrouwen kansen om te herintreden op de arbeidsmarkt en financieel onafhankelijk te worden. Tegelijkertijd is het nog steeds moeilijk voor vrouwen wereldwijd om fatsoenlijk werk te vinden in de kluseconomie en de huishoudelijke hulp.”

Er bestaat geen ‘planeet platformeconomie’: de kluseconomie is onderdeel is van de arbeidsmarkt als geheel.

Tijdens dit webinar werd duidelijk dat wat misgaat op online platformen meestal niet nieuw is, maar voortkomt uit bestaande praktijken. Er bestaat geen ‘planeet platformeconomie’: de kluseconomie is onderdeel is van de arbeidsmarkt als geheel. Door breder te kijken en alle positieve en negatieve kanten te erkennen, krijg je een waardevoller debat. Zo ontdek je ook de kansen die technologie biedt om betere voorwaarden te scheppen en de situatie van werkenden te verbeteren. Toch zullen de echt grotere veranderingen niet technologie gedreven zijn.

Huishoudelijk werk wereldwijd slecht beloond. Met en vooral ook zonder platform.

Hoe ziet de wereld van huishoudelijk werk eruit, binnen en buiten de platformeconomie? Daarover deelde Claire Hobden haar inzichten. Zij is expert op het gebied van huishoudelijk werk bij de International Labour Organization (ILO).

Uit haar cijfers blijkt dat hulp in en om het huishouden er wereldwijd slecht vanaf komt. Vooral vrouwen verdienen een laag loon en hebben nauwelijks recht op sociale zekerheid. Die cijfers gelden voor zowel de traditionele, offline sector als de platformeconomie. Bekijk hier haar hele keynote.

Uit internationaal onderzoek blijkt:

  • Er zijn wereldwijd 75,6 miljoen huishoudelijke hulpen (15 jaar of ouder). Zij werken rechtstreeks voor particulieren of via bemiddelaars.
  • 76,2% van de huishoudelijk werkers wereldwijd is vrouw. In Noord-Afrika en de Arabische wereld is dat anders: daar werken juist meer mannen als huishoudelijke hulp.
  • Zo’n 34% van alle hulp in en om het huishouden heeft geen recht op minimumloon. Ook hebben zij vaak geen recht op rusttijden, vakantiedagen of zwangerschapsverlof. Slechts 20% van de huishoudelijk werkers heeft arbeidsvoorwaarden zoals sociale zekerheid.
  • Wereldwijd werkt 81.2% van de huishoudelijke hulpen zwart. Dat is twee keer zoveel als andere werkenden.
  • Huishoudelijk werkers verdienen internationaal slechts de helft (56.4%) van het loon dat andere werkenden krijgen. Vrouwen verdienen het minst.
  • Van al deze werkenden wereldwijd valt slechts 11% onder nationale arbeidsregels. Zo’n 30% valt onder een combinatie van arbeidswetgeving en (sector)specifieke regulering, 36% is volledig uitgesloten van nationale arbeidswetgeving.

Internationale arbeidswetgeving verschilt flink. In de Arabische wereld valt bijvoorbeeld de meerderheid van de huishoudelijke hulpen onder nationale arbeidswetgeving. In Azië en Australazië zijn huishoudelijk werkers het slechtst beschermd: voor maar liefst 61% van deze werkenden gelden geen arbeidsregels. In Europa en Centraal-Azië valt 67% van de werkenden in theorie onder arbeidswetgeving.

In theorie? Hoe zit dat in Nederland?

In Nederland bestaat de Regeling Dienstverlening aan Huis. Dit is een mooi voorbeeld van zo’n arbeidswet ‘in theorie’: in de praktijk heeft hij namelijk weinig impact. Op papier zijn particuliere werkgevers namelijk voor lang niet alle werkgeversverplichtingen gevrijwaard. Zij moeten bijvoorbeeld minimaal het wettelijk minimumloon en 8% vakantiegeld betalen, doorbetalen bij ziekte en zorgen voor een veilige en gezonde werkplek.

Het lijkt alsof we het in Nederland goed geregeld hebben voor onze hulp in de huishouding, maar dat is niet zo. Zij vallen in een ‘excuuscategorie’.

Hier komt in de praktijk weinig van terecht, omdat deze regeling niet gehandhaafd wordt. Het lijkt dus alsof we het goed geregeld hebben voor onze hulp in de huishouding, maar dat is niet zo. Zij vallen als het ware in een ‘excuuscategorie’.

Dat de politiek wel degelijk iets kan doen om de situatie te verbeteren, bewijzen de landen om ons heen: België, Frankrijk, Scandinavië. Daar subsidieert de overheid dit soort werk, in België bijvoorbeeld via de dienstencheques. Ik spreek veel mensen die erkennen dat de huidige Nederlandse regel waardeloos is en we een systeem als in België zouden moeten invoeren. Maar het lukt hen niet het onderwerp op de agenda te krijgen.

Regionale verschillen, gedeelde problemen

In de volgende paneldiscussie leerden we meer over internationale overeenkomsten en verschillen. Platformen voor huishoudelijke hulp groeien het hardst in de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en India. Tijdens de paneldiscussie bespraken wetenschappers Julia Ticona (Verenigde Staten), Fairuz Mullagee (India) en Aayush Rathi (Zuid-Afrika) de omstandigheden in hun regio’s.

Platformen voor hulp in en om het huis in de drie werelddelen bleken drie dezelfde uitdagingen te hebben:

  • Betaling: werkenden hebben vaak een te laag uurloon of te weinig klussen om een fatsoenlijk inkomen te verdienen.
  • Sociale zekerheid: werkenden hebben niet of nauwelijks bescherming.
  • Verborgen kosten: De provisie van platformen is vaak hoog en heeft forse impact op de inkomsten van werkenden.

Die problemen zijn hardnekkig, deels omdat platformen gericht zijn op het versterken van de positie van de klant. Die machtsdynamiek maakt het haast onmogelijk voor werkenden om eisen te stellen, concludeerden de sprekers.

Goed voorbeeld doet volgen

Ik geloof dat je verandering in gang kunt zetten door zelf te laten zien dat het beter kan. Gelukkig ben ik niet de enige met die visie: ik modereerde een sessie waarin twee sprekers lieten zien hoe zij werken aan betere arbeidsomstandigheden voor platformwerkers. Bekijk hier de opname.

Mijn eerste gast was Dawn Gearhart, directeur van de Gig Economy Organizing at National Domestic Workers Alliance (NDWA), een soort moderne vakbond voor huishoudelijk werkers in de kluseconomie. Zij liet zien dat er meerdere manieren zijn om de rechten van platformwerkers te versterken. Gearhart presenteerde een aantal inspirerende projecten:

  • Alia, het eerste ‘portable benefits platform’ voor domestic workers. Via dit platform kunnen opdrachtgevers eenvoudig bijdragen aan de sociale zekerheden van hun huishoudelijke hulp.
  • Sinds 2021 werkt de NDWA samen met online platform Handy. Dankzij die samenwerking krijgen huishoudelijk werkers in drie staten nu onder andere een minimumloon van 15 dollar per uur, vakantiedagen (betaald door Handy) en een ongevallenverzekering. Zij hopen dit uit te breiden naar meer staten.
  • Verder zette de NDWA voor 32 miljoen dollar het Coronavirus Care Fund op, een steunfonds voor nannies en schoonmakers.

Al deze initiatieven versterken elkaar, vertelde Gearhart. De strategie van NDWA: act (relatively) small, think big. Met kleine overwinningen geef je namelijk het goede voorbeeld en schep je uiteindelijk een nieuwe norm. Dat vergt een lange adem, maar ik denk dat het uiteindelijk echte verandering teweegbrengt.

‘Investeren in welzijn is investeren in groei’

De tweede spreker was ceo Juan Sebastian Cadavid van schoonmaakplatform Hogaru. Alle schoonmakers zijn in dienst van dit Colombiaanse platform en hebben sociale zekerheden. Daar profiteren zowel de platformwerkers als het platform van, zei de ceo. Cavadid: “Een investering in het welzijn van werkenden is geen kostenpost, maar een investering in toekomstige groei. Bovendien merk ik dat opdrachtgevers bereid zijn extra te betalen voor betere werkomstandigheden.”

Het voorbeeld van Colombia laat zien dat actief overheidsbeleid kan bijdragen aan het versterken van de positie van de werkende.

Daarbij benadrukt hij dat goed overheidsbeleid essentieel is om de juiste voorwaarden te scheppen. In Colombia is het sinds een paar jaar verboden om huishoudelijke hulp illegaal in te huren. Deze wet wordt actief gehandhaafd en er staan boetes op tot 20.000 euro. Werkenden kunnen hun werkgevers aanklagen. Ik vind dit een mooi voorbeeld, omdat het laat zien hoe actief overheidsbeleid kan bijdragen aan het versterken van de positie van de werkende.

Conclusie

Tijdens het webinar werd duidelijk dat problemen zoals gebrek aan wetgeving, zwartwerk en lage lonen zowel in de offline als online wereld spelen. Platformen kunnen bestaande gebreken wel versterken of misbruiken. Dat zie ik internationaal vooral gebeuren bij de grote spelers als Care.com en Uber. Tegelijkertijd zijn er talloze kleinere platformondernemers die het beste voor hebben met werkenden en technologie juist inzetten om de situatie te verbeteren. Maar die worden overschaduwd door de misstanden bij de grote spelers. Die slechte reputatie maakt het extra lastig voor de kleinere ondernemers om het verschil te maken.

Verder heb ik geleerd dat consumenten onder de juiste omstandigheden bereid zijn een fatsoenlijke (of in ieder geval een minder onfatsoenlijke) vergoeding te betalen voor huishoudelijke hulp. Met nadruk op ‘onder de juiste omstandigheden’. Echte verandering kan niet afhankelijk zijn van individuele keuzes van consumenten. Daar is gedegen overheidsbeleid voor nodig. De overheid moet erkennen dat hulp in de huishouding kwetsbaar is en extra bescherming verdient. Daar hoort de juiste regelgeving bij, aangevuld met handhaving. Uit het falen van de Regeling Dienstverlening aan Huis in Nederland en het succes van de casus Hogaru blijkt namelijk dat er een stok achter de deur nodig is.

Platformen brengen niet alleen vraag en aanbod bij elkaar, ze brengen ook een groep werkenden samen. Op die manier kunnen platformen een rol spelen bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de sector. Maar zij kunnen het niet alleen. Daarom roep ik alle stakeholders op niet af te wachten, maar zelf verantwoordelijkheid en initiatief te nemen. Daarbij is het belangrijk de context en gebreken van de gehele arbeidsmarkt te erkennen.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter