Drie zaken in het regeerakkoord die voor jou als freelancer belangrijk zijn Geplaatst 14 april 2022 door Malt Het was de langste formatieperiode uit de geschiedenis, maar na 299 dagen lag het regeerakkoord dan op tafel. Op 15 december 2021 presenteerden de coalitiepartijen hun ideeën. Voor zzp’ers is dat regeerakkoord erg belangrijk. In dit artikel lees je wat er voor jou als freelancer gaat veranderen, maar ook waarmee je in de toekomst rekening moet houden. Het regeerakkoord De plannen in het regeerakkoord komen van het kabinet. Dit regeerakkoord wordt tijdens de regeringsperiode besproken met de Tweede Kamer, waaruit vervolgens wetten en regels voortvloeien. De nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Karien van Gennip, heeft verschillende ideeën in het regeerakkoord gezet die betrekking hebben op jou. Deze plannen hebben onder andere invloed op de zelfstandigenaftrek, de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) en op de manier waarop je je als freelancer verzekert tegen arbeidsongeschiktheid. Redenen voor nieuwe regelgeving Op dit moment is er sprake van een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor is het voor veel mensen ook aantrekkelijk om als freelancer aan de slag te gaan. Hoewel corona een flinke invloed heeft gehad op een aantal sectoren, gaat het bijvoorbeeld binnen de kennissectoren heel goed. Er zijn steeds vaker starters op de freelancemarkt. In 2003 was 8 procent van alle werkenden zzp’er, in 2020 bijna een kwart van alle werkenden. Ondernemerschap stimuleren Het kabinet wil het groeiende aantal zelfstandigen beschermen door het invoeren van nieuwe wetten. In de plannen wordt vooral gedoeld op de zelfstandigen met een laag – of middeninkomen. De overheid wil ondernemerschap stimuleren door freelancers te motiveren om een ondernemende houding aan te nemen. Snellere verlaging zelfstandigenaftrek Het sneller afbouwen van de zelfstandigenaftrek heeft niet alleen voor jou als freelancer gevolgen, maar voor iedere ondernemer. Deze aftrek zou in eerste instantie met €360 euro per jaar naar beneden gaan, maar in de nieuwe plannen gaat het per jaar om een afname van €650 tot 2030. In 2030 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog maar €1200. Tarieven flexibele arbeid omhoog Het doel van deze maatregel is dat flexibele arbeid duurder gaat worden: de tarieven gaan omhoog. Het eigenlijke verlies reken je op die manier weer door aan de opdrachtgever. De krapte op de arbeidsmarkt is ook een signaal dat de tarieven best omhoog kunnen. Daarnaast was, volgens het kabinet, de zelfstandigenaftrek niet zozeer een stimuleringsmaatregel (zoals fiscaliteit bedoeld is), maar een aanvulling op het inkomen. Dit geldt vooral voor de groep zzp’ers die weinig verdient. Door deze maatregel wil het kabinet deze groep freelancers stimuleren om genoeg te verdienen. Aanpakken schijnzelfstandigheid Sinds 1 mei 2016 heeft de wet DBA de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) vervangen. Deze wetten en regels hebben allemaal te maken met het beoordelen van de arbeidsrelatie: werkt de zelfstandige wel zelfstandig genoeg? Is er sprake van een ondernemende ondernemer, met genoeg flexibiliteit en eigenaarschap over de te verrichten werkzaamheden? Handhaving wet DBA Direct nadat de Wet DBA werd goedgekeurd, besloot het kabinet de handhaving op te schorten. De wet veroorzaakte te veel onrust. Wel kwamen er modelovereenkomsten, waarin ligt vastgelegd hoe een opdrachtgever en een freelancer samen kunnen werken, zonder dat er sprake is van een dienstbetrekking. Omdat de wet DBA niet werkte zoals gewenst, is er een pilot gestart met de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Aan de hand van een vragenlijst kan een opdrachtgever dan bepalen of er sprake is van zelfstandigheid of een dienstbetrekking en of hij jou dan mag inhuren als freelancer. Toch blijkt ook dit initiatief niet geschikt: de meeste situaties verkeren in het grijze gebied. Toekomst Webmodule en wet DBA Het is nu aan de politiek, maar ook aan belangenverenigingen, om te kijken wat er met de webmodule en de wet DBA an sich gedaan moet worden. Zo wordt er ook wel gesproken van een sectorale aanpak, waarvoor de wet DBA in oorsprong ook bedoeld was. De webmodule is meer een one-size-fits-all-benadering. De wet DBA bestaat nog steeds, hoewel hij in de ijskast staat. Er is op dit moment sprake van een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst handhaaft alleen als er echt sprake is van fraude of misbruik. De modelovereenkomsten zijn wel verlengd voor een periode van vijf jaar. Over het verdere verloop van de wet DBA kunnen we op dit moment nog niets zeggen. Arbeidsongeschiktheidsverzekering Politiek gezien is er een breed draagvlak voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor freelancers. Slechts zo’n 20 procent van alle zzp’ers heeft een AOV. De vorm van deze AOV zal waarschijnlijk geen verzekering van een verzekeringsmaatschappij zijn, maar een publieke voorziening. Hier wordt nu door belangenverenigingen, het UWV, de Belastingdienst en het ministerie SZW naar gekeken. Nu zijn er al wel schenkkringen en broodfondsen, maar deze initiatieven dekken maar voor twee jaar. Bij blijvende arbeidsongeschiktheid heb je wel een verzekering nodig. Kosten en risico’s arbeidsongeschiktheid Natuurlijk wil het kabinet met een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle freelancers deze groep beschermen. Maar ze willen ook dat de kosten en risico’s van de freelancers zonder verzekering niet door de samenleving gedragen hoeven te worden. Arbeidsongeschiktheid is voor een werknemer al problematisch genoeg, maar een werknemer heeft recht op een uitkering. Als zzp’er heb je hier vaak geen recht op. Voor freelancers is arbeidsongeschiktheid, tenzij je een verzekering hebt, dan ook verwoestend. Bereid je voor Dat zijn flink wat veranderingen. Let wel: deze voorstellen staan in het regeerakkoord, het zijn nog geen wetten. Wel is het handig om rekening te houden met deze plannen. Denk eens na over jouw tarieven of ga in gesprek met andere ondernemers. Ben je van plan om je tarief te verhogen en zo ja: hoe ga je dat doen? Om de schijn van schijnzelfstandigheid te verminderen, kun je jezelf duidelijk in de markt zetten als freelancer. Kijk of je genoeg flexibiliteit hebt, en zorg ervoor dat je verschillende opdrachtgevers hebt. En denk goed na over de manier waarop jij je wilt verzekeren, voor nu en in de toekomst. Wil je meer weten over de plannen in het regeerakkoord? Bekijk dan zeker de webinar hieronder waarin drie deskundigen in gesprek gaan over de nieuwe ideeën. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Malt, regeerakkoord, Rutte IV, webinar | 1 Reactie
Een TTA-talentpool: wat is daarvoor nodig? Geplaatst 13 april 2022 door Alexander Crepin Een talentpool moet meer zijn dan een digitale kaartenbak. Zeker op een krappe arbeidsmarkt gaat het om ‘Tech & Touch’, zeggen ook kopstukken zoals Jacques van de Broek van Randstad en Han Kolff van HeadFirst Group. Het vertrekpunt om met een talentpool aan de slag te gaan moet nooit alleen een kwestie zijn van ‘halen’, maar bovenal van ‘brengen en delen’. Voor vast en flex. Talentpools: anticiperen en communiceren Een talentpool voor Total Talent Acquisition (TTA-talentpool) bestaat uit een groep talenten met een interessant profiel, met het oog op de invulling van actuele en toekomstige vaste en/of tijdelijke rollen. Voor recruiters staat zo’n talentpool voor een proactieve aanpak. Je anticipeert op vertrek, doorstroming en uitbreiding van je personeelsbestand. Dat doe je door een gestructureerde pijplijn op te bouwen. Dankzij een pool kun je kandidaten sneller benaderen. En omdat zij al bekend zijn met jouw organisatie, kun je sneller aan de slag. Een talentpool opbouwen is een investering. Het goede communicatie is daarbij cruciaal. Het moet voor jouw doelgroep aantrekkelijk zijn om toe te treden tot de pool. De talenten die jij zoekt, moeten helder antwoord krijgen op de vraag ‘what’s in it for me?’ op korte en lange termijn. Denk daarbij na over de manier waarop je jouw doelgroep aanspreekt en hoe vaak. Dit geldt volgens mij zowel voor de talentpool voor vaste rollen als voor flexrollen. De accenten kunnen in de praktijk verschillen, maar let op: de twee doelgroepen groeien naar elkaar toe. Externe inhuur: investeer voor de lange termijn Bij externe inhuur staat snelheid in de regel centraal. Vaak is externe inhuur een korte-termijnoverbrugging naar vaste invulling of een oplossing voor een acute behoefte. Daarom moet je snel kunnen matchen op profielen en actueel zicht hebben op beschikbaarheid van kandidaten. Daarom moet je continu investeren in het op- en uitbouwen van talentpools. Een rapport uit 2021 laat zien dat het belangrijker dan ooit is te investeren in een goed netwerk voor je externe inhuur. Niet alleen heb je zicht nodig op het aanbod, jij moet zorgen dat jij een voorkeurspositie hebt bij talenten in je doelgroep. Het aardige is dat je bij externe inhuur het succes op korte termijn vaak niet los kan zien van de langetermijnrelatie met kandidaten. Die relatie eindigt namelijk niet bij de toekenning van een opdracht. Als het goed is, zullen nieuwe opdrachten volgen. Hoe beter je elkaar kent, hoe makkelijker en sneller je in het vervolg aan de slag kunt. Vast personeel: levenslange relaties? Bij het recruitment van vast personeel ligt dat traditioneel anders. Daar eindigt de investering van recruitment in de relatie met een kandidaat bij indiensttreding. Maar het is inmiddels achterhaald om te denken dat werknemers een leven lang bij dezelfde werkgever blijven. Vervang die gedachte en streef naar een ‘life time talent relationship’, een relatie voor het leven (zie ook mijn presentatie tien jaar geleden). Zodra een medewerker uitstroomt, wordt hij bij goed functioneren opgenomen in de externe talentpool van recruitment. Ook in dit opzicht groeien vast en flex naar elkaar toe. Nu je weet waar een goede talentpool aan moet voldoen, is het tijd om in een TTA-proeftuin uit te zoeken wat voor jouw organisatie de beste manier is om ermee aan de slag te gaan. Inzicht in volume Bepaal allereerst voor welke vaste en/of flexrollen jij wilt investeren in de ontwikkeling van de talentpool. Het volume van het aantal aanvragen moet zodanig zijn dat het de investering van een talentpool kan rechtvaardigen. In de regel is het alleen zinvol om voor zeer specialistische of regelmatig terugkerende rollen een talentpool te bouwen. Dan is het wel belangrijk om inzicht te hebben in de capaciteitsplanning en verloopcijfers van je totale workforce. Alles zelf doen of (deels) uitbesteden? Als de variatie en de volumes van recruitment en inhuur groot zijn, dan ligt samenwerking met externe gespecialiseerde partners voor de hand. Alles zelf doen en invullen is een mooi streven, maar is niet altijd de investering waard. Als je veel verschillende rollen extern inhuurt, kun je beter samenwerken met partijen die een goed netwerk hebben en snel kandidaten kunnen leveren. Aanbieders van TTA-oplossingen zullen in de komende jaren ook op dit terrein hun dienstverlening versterken. Ik wees eerder op de ontwikkelingen bij HeadFirst Group. Met hun platform Select kunnen organisaties bijvoorbeeld een warme relatie opbouwen met hun eigen talentpool. Jellow biedt eveneens de mogelijkheid om een freelancerpool op te zetten. Fring positioneert zichzelf expliciet als Freelance Relationship Management tool. Talentpool Tech Er zijn nog niet veel integrale TTA-systemen op de markt. Het is dus aannemelijk dat recruitment en externe inhuur niet met eenzelfde platform werken. Het is raadzaam om dat in het begin zo te laten. Ik verwacht dat het niet lang duurt tot er systemen zijn die tegemoet komen aan de TTA-behoefte en kenmerken hebben van zowel een ATS als een VMS. Talentpool synergievoordeel Met TTA kun je inspelen op zowel ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als op nieuwe manieren van samenwerken. Bij samenvoeging van activiteiten ligt het voor de hand te zoeken naar synergievoordelen. Je kunt in elk geval optimalisatie halen op het gebied van employer- en job branding. Als je freelanceplatformen gebruikt, weet je dat iemand als zzp’er wil werken, maar werf je buiten die platformen om dan is niet altijd duidelijk of de kandidaat geïnteresseerd is in een baan of een opdracht. Om dat te weten, moet je inzoomen op het profiel of je zoekopdracht verfijnen. Omdat in een krappe arbeidsmarkt sourcing steeds belangrijker wordt, ligt het voor de hand om de shortlists te benutten om zowel de recruitment pool(s) als die van externe inhuur te versterken. Tot slot Bij de overgang naar TTA is een van de eerste uitdagingen om op een geïntegreerdere manier aan de slag te gaan. Hoe kun je de inspanningen op gebied van sourcing, employer branding en talentrelatiemanagement benutten voor zowel recruitment als externe inhuur? Bovenstaande verkenning biedt een aantal inzichten die kunnen bijdragen aan TTA-ontwikkeling, in het bijzonder voor het opzetten en uitbouwen van talentpools. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags HR Tech, Platformen, talentpools, Total Talent Acquisition, TTA | 2s Reacties
Kabinet wentelt eigen falen af op kwetsbare zzp’ers Geplaatst 13 april 2022 door Peter Van den Bunder De Kunstenbond is geschokt over de manier waarop de overheid bij herhaling geen rekening houdt met de positie van kwetsbare zzp’ers. In het streven naar meer kansengelijkheid en bestaanszekerheid, wil het kabinet de arbeidsmarkt hervormen. De aanpak van schijnzelfstandigheid staat hierbij hoog op de agenda. Dat klinkt goed. Voornemens en adviezen liggen er genoeg, maar de manier waarop dit kabinet zijn ambitie wil verwezenlijken geeft reden tot grote zorg. In plaats van te kiezen voor handhaving, worden de meest kwetsbare zzp’ers verder de armoede in gedreven. Betere publiekrechtelijke handhaving Op woensdag 13 april debatteert de Tweede Kamer met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over arbeidsmarktbeleid. In het coalitieakkoord schrijven de kabinetspartijen: “Schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan door betere publiekrechtelijke handhaving in het geval van het vermoeden van werknemerschap.” Die ambitie wordt niet waargemaakt. Integendeel. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt niets van de publiekrechtelijke handhaving. De Rekenkamer concludeert dat de aanpak door de Belastingdienst niet van de grond komt, de Belastingdienst steeds minder corrigeert bij de inhuur van zelfstandigen en de pakkans op schijnzelfstandigheid laag is. Marike Stellinga noemde het resultaat in de NRC verbijsterend en een rechtsstatelijke nederlaag om zes jaar na invoering van, deze niet te handhaven zonder met een alternatief te komen. De wet DBA (wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) regelde de bevoegdheid om opdrachtgevers via de loonheffing aan te spreken over een misstand. Het kabinet komt echter wel met een alternatief: de aanpak schijnzelfstandigheid verleggen naar individuele zzp’ers door hun inkomensondersteuning drastisch te verminderen. Ongerichte aanpak schijnzelfstandigheid Het kabinet heeft op 28 maart 2022 een eerste concept van het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin zijn plannen voor hervormingen en investeringen opgenomen die een bijdrage uit het Europese Veerkracht- en Herstelfonds moeten opleveren. De onevenredig hard geraakte culturele en creatieve sector wordt evenwel niet meegenomen in deze plannen, terwijl dat in het de context van het Europese RRF-fonds voor coronaherstel wel voor de hand ligt. Als maatregel om schijnzelfstandigheid aan te pakken, wordt verlaging van de zelfstandigenaftrek gepresenteerd. De aftrek gaat van €7.280 in 2019 naar €1.200 in 2030. Arbeidsmarkt is in de plannen een thema van groot belang volgens Europa en het kabinet, met als een van de speerpunten meer kansengelijkheid en bestaanszekerheid. Als maatregel om schijnzelfstandigheid aan te pakken, wordt verlaging van de zelfstandigenaftrek gepresenteerd. Het kabinet wil de verschillen in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen, waardoor volgens hen een belangrijke prikkel voor schijnzelfstandigheid wordt aangepakt. Geen blijk van plannen met betrekking tot handhaving of het aanspreken op fout gedrag van opdrachtgevers, die vanuit hun marktmachtpositie de voorwaarden van zelfstandigen dicteren. De alternatieve aanpak is het ongericht over de boeg van alle zzp’ers te gooien. De overheid wentelt een zelf gecreëerd handhavingsprobleem bij bedrijven af op individuele zelfstandigen met een structurele bezuiniging op de zelfstandigenaftrek van 1,6 miljard euro. De aftrek gaat van €7.280 in 2019 naar €1.200 in 2030. Hoe en op welke termijn deze maatregel effectief gaat bijdragen aan de aanpak van schijnzelfstandigheid, is niet duidelijk. De redenering van het kabinet: door deze maatregel wordt de financiële prikkel om zelfstandigen in te huren en om te werken als zelfstandige kleiner. Meer mensen in loondienst leidt tot betere sociale bescherming van werkenden. Maar gaat dit werken als er niet gehandhaafd wordt? En hoe leidt dit tot een betere bescherming van werkenden die geen beroep op een arbeidsovereenkomst kunnen doen? Groep werkende armen wordt groter Schattingen over schijnzelfstandigheid zijn arbitrair. Gaan we uit van de uitkomsten van de pilot van de webmodule, een beoordelingsinstrument voor schijnzelfstandigheid, dan is er in 44% van de gevallen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking. De meerderheid van de zelfstandigen krijgt dus geen betere bescherming maar minder inkomensondersteuning. De groep werkende armen wordt groter in plaats van kleiner: 220.000 werknemers en 65.000 zelfstandigen Om de inkomensdaling van zelfstandigen als gevolg van verlaging van de zelfstandigenaftrek te compenseren, wil het kabinet de arbeidskorting voor alle werkenden verhogen. Maar ook dit gaat de meest kwetsbare zelfstandigen niet helpen, want zij hebben een te laag inkomen en betalen daarom te weinig belasting om deze korting te verzilveren. Dat concludeert ook de SER in het rapport werken zonder armoede (ook op Kameragenda arbeidsmarktbeleid) op basis van cijfers uit het rapport Kansrijk armoedebeleid van het SCP en het CPB. De groep werkende armen (220.000 werknemers en 65.000 zelfstandigen) wordt groter in plaats van kleiner. Dat geldt in het bijzonder voor zzp’ers in de culturele en creatieve sector. Zij zijn zeer hard geraakt door de coronacrisis, onvoldoende gesteund en relatief oververtegenwoordigd in de categorie werkende armen. Zzp’ers in de culturele en creatieve sector hebben een zorgwekkend slechte positie op de arbeidsmarkt, zoals de SER en de Raad voor Cultuur eerder concludeerden en Mariëtte Hamer onlangs bij haar afscheid als voorzitter van de SER memoreerde. De meest kwetsbare zelfstandigen, hard getroffen door de coronacrisis, vangen opnieuw de klappen op van een falend arbeidsmarktbeleid. Maak daarom werk van publiekrechtelijke handhaving van schijnzelfstandigheid, en begin daarbij gerust met de culturele en creatieve sector als pilot, ook opdrachtgevers en werkgevers in de sector staan hier voor open. En voorkom een verdere armoedeval van kwetsbare zzp’ers met ongerichte bezuinigingen op de zelfstandigenaftrek. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags handhaving, kunstenbond, schijnzelfstandigheid, wet dba, zelfstandigenaftrek | 3s Reacties
Uitspraak CvAE over aanbesteding inhuur externen: wat zijn de juridische gevolgen? Geplaatst 12 april 2022 door Arthur Lubbers Waar gaat het om? De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) bepaalde onlangs naar aanleiding van een klacht van intermediair (Harvey Nash) dat de aanbestedende partij (Provincie Noord-Holland) bij een aanbesteding voor het leveren van interim ICT-professionals een beoordelingssystematiek hanteert (marge leverancier) die het risico in zich draagt dat de opdracht niet word gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Uit de reacties op het artikel ‘Marge flexleverancier als gunningscriterium bij aanbestedingen – dat mag niet meer’ op ZiPconomy begin maart, blijkt dat dit onderwerp sterk leeft bij partijen die zich bezighouden met aanbestedingen voor de inhuur van personeel. En dat is niet zo verwonderlijk. Bij een korte rondvraag bij intermediairs die regelmatig meedingen naar aanbestedingen blijkt dat marge als gunningscriterium in grofweg de helft van de gevallen wordt toegepast. Het zal dus een wezenlijke impact kunnen hebben op toekomstige aanbestedingen. ‘Niet verbaasd’ Advocaat Suzanne Brackmann (Brackmann Aanbestedingsspecialist) heeft Harvey Nash vertegenwoordigd in deze zaak. Zij is niet verbaasd dat de uitspraak in hun voordeel is uitgevallen. “Ik had er vooraf alle vertrouwen in dat de klacht gegrond is, maar het is wel prettig om te horen dat de experts het met je eens zijn.” Harvey Nashs’ grootste bezwaar is dat de Provincie Noord-Holland bij de aanbesteding niet kijkt naar de prijs (eindtarief ingehuurde professional, inclusief de marge voor de leverancier) als gunningscriterium, maar uitsluitend naar de marge van de leverancier. “Het is raar dat je alleen de fee een rol laat spelen bij de gunning”, zegt Brackmann. “Je gaat daarmee voorbij aan de verschillen in dienstverlening tussen intermediairs; de ene partij zoekt zeer proactief kandidaten (en vraagt daarvoor een hogere marge), de andere niet. Terwijl de eerste partij wellicht goede kandidaten vindt die tegen een lager uurtarief (en dus lagere prijs) willen werken.” Advies CvAE niet bindend, wel leidend Een uitspraak van de CvAE is juridisch niet bindend. Het is een advies. Maar dat wil volgens Brackmann niet zeggen dat de uitspraak geen betekenis heeft. “Een rechter zal een deskundig advies volgen, zeker als er uitvoerig hoor en wederhoor is toegepast. En dat is in dit geval zeker gebeurd; net als Harvey Nash heeft ook de Provincie Noord-Holland haar standpunt uitgebreid beargumenteerd.” Een rechter zal een deskundig advies volgen, zeker als er uitvoerig hoor en wederhoor is toegepast. Anders geformuleerd: “Een rechter zal alleen afwijken van het advies als daarvoor goede – deugdelijk onderbouwde – nieuwe argumenten zijn om het advies naast zich neer te leggen.” Brackmann wijst hierbij op een instructie van de Rijksoverheid – van toenmalig staatssecretaris (Economische Zaken) Mona Keijzer – een paar jaar geleden. “Daarin staat dat een rechter alleen mag afwijken van zo’n advies als hij dat deugdelijk kan motiveren.” Een van de medewerkers van Brackmann, Alexander H Klein Hofmeijer (advocaat Inkoop/Aanbestedingen), wijst op LinkedIn als reactie op het ZiPconomy-artikel daarnaast op een rechterlijke uitspraak: ‘De Rechtbank Den Haag heeft recent overwogen dat het onzorgvuldig is om een advies van de CvAE te passeren zonder daartoe een goede, objectieve reden aan te voeren.’ Nog geen juridische werkelijkheid Henk Timmer begeleidt met zijn bedrijf Aanbestedingszaken organisaties bij aanbestedingen. Hij is er helemaal niet van overtuigd dat de uitspraak verstrekkende gevolgen heeft. “Ik heb de uitspraken van de CvAE wel vaker gepasseerd zien worden door de aanbestedende dienst. Het is een eerste teken dat er mogelijk wat verandert, meer niet”, stelt hij in de online discussie naar aanleiding van het artikel. In een toelichting hierop zegt Timmer: “Vooropgesteld, ik vind de kwaliteit van de uitspraken vaak van een hoog niveau. Maar wanneer je als aanbestedende dienst een andere mening hebt dan de CvAE, dan kun je dit binnen drie zinnen beschrijven in je stukken (of in de nota). Wanneer dat gebeurt, dan is er in de praktijk dus al geen rechtsgevolg meer ten aanzien van de uitspraak.” Voor Timmer is de uitspraak van de CvAE ook nog helemaal geen juridische werkelijkheid. Hij wijst op de zaak van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO), waarbij het Hof de CvAE niet volgt. Beoordeling uitspraak door rechters Hoeveel impact de uitspraak van de CvAE heeft zal volgens Timmer afhangen van hoe rechters in Nederland dit gaan beoordelen. “Ik ben als jurist van mening dat vaste jurisprudentie in de basis wordt gevormd door Gerechtshoven, de Hoge Raad en het Hof van Justitie (EU). Dat betekent in de praktijk dat de specifieke zaak inhoudelijk minimaal twee keer is getoetst. Bij deze uitspraak van de CvAE is dat niet het geval.” Ik verwacht dat minimaal één brokerdienstverlener dit jaar naar de voorzieningenrechter stapt om te procederen over een vast opslagtarief. – Henk Timmer Wel weet Timmer dat er in de brokermarkt kritiek is op het hanteren van een (vast) opslagtarief als gunningscriterium. “Ik verwacht dat minimaal één brokerdienstverlener dit jaar naar de voorzieningenrechter stapt om te procederen over een vast opslagtarief. Ik denk dat inkopers op basis van deze uitspraak zullen onderzoeken of een andere beoordelingsmethode ten aanzien van prijs geschikter wordt geacht.” Suzanne Brackmann weet ook dat de CvAE niet de status van een rechter heeft, maar volgens haar zal de uitspraak van de CvAE wel degelijk veel invloed hebben op toekomstige jurisprudentie. “De adviezen van de CvAE worden vaak gebruikt in rechtszaken. Inmiddels heeft de CvAE een sterke positie verworven als onafhankelijk partij met veel expertise. Dat de experts die de CvAE inschakelt voor het advies, meer kennis van de markt hebben dan zij, is ook bij de voorzieningenrechters wel doorgesijpeld. De voorzieningenrechter zal in principe de uitspraak van CvAE overnemen, tenzij een van de procespartijen deugdelijke argumenten aandraagt om dat niet te doen.” Gevolgen voor aanbesteding Provincie Noord-Holland En wat gebeurt er nu met de aanbesteding van de Provincie Noord-Holland? De Provincie Noord-Holland laat weten geen reactie te kunnen geven op de uitspraak van de CvAE omdat zij ‘het vervolg van het traject nog aan het verkennen zijn’. De aanbesteding is al voorlopig gegund. Kan de provincie die gunning gewoon definitief maken of moet zij de aanbesteding intrekken? Brackmann: “Het zou wenselijk zijn dat de Provincie Noord-Holland het advies van de CvAE zou opvolgen en de aanbesteding zou intrekken en opnieuw uitzetten.” Aanbestedende diensten die de marge van de leverancier als gunningcriterium hanteren bij de inhuur van professionals, zullen zich voortaan wel drie keer bedenken, verwacht Brackmann. “Waarschijnlijk worden lopende aanbestedingen waarin dit gebeurt wel on hold gezet.” Dat aanbestedende diensten in de toekomst rekening zullen houden met deze uitspraak van de CvAE, lijdt voor haar geen twijfel. “Je kunt dit advies niet negeren.” Rondetafelsessie Bovib Voor brancheorganisatie voor intermediairs en brokers Bovib is uitspraak van de CvAE aanleiding om met alle betrokken partijen om tafel te gaan zitten om tot betere alternatieven als gunningscriterium te komen. De Bovib roept leden, andere inschrijvende partijen, opdrachtgevers, inkooporganisaties en adviesbureaus op om hierover mee te praten tijdens een van de rondetafelgesprekken die de Bovib binnenkort organiseert. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor aanmelden door een mail te sturen naar evenementen@bovib.nl. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, aanbestedingswet, CvAE, harvey nash | Laat een reactie achter
Waarom PostNL wel in België maar niet in Nederland aangepakt wordt Geplaatst 12 april 2022 door Hugo-Jan Ruts Directieleden van PostNL in België hebben een aantal dagen in de gevangenis gezeten naar aanleiding van een lopend onderzoek over misstanden bij de pakketbezorging. Een zaak die ook in Nederland veel aandacht krijgt, juist ook vanwege de stevige, en uitzonderlijke, stap om die directieleden op te pakken. Waarom grijpt men in België zo stevig in, terwijl in Nederland de aanpak van onder meer schijnzelfstandigheid op een laag pitje staat? Daar besteedde Nieuwsuur afgelopen vrijdag aandacht aan. Ik mocht daar mijn visie op geven. Omdat het item flink werd ingekort, was er geen tijd voor alle nuances en uitleg. Daarom nog maar even wat toelichting bij de overeenkomsten en verschillen. Zie ook: Nieuwsuur-item over PostNL Overtredingen bij onderaannemers Wat precies de aanklacht is tegen PostNL België, dat is niet helemaal duidelijk. In verklaringen en berichten in de pers worden zaken genoemd als de verdenking dat PostNL onderdeel is van een criminele organisatie en zich schuldig maakt aan mensenhandel, valsheid in geschrifte en verboden terbeschikkingstelling. Dat zijn grote woorden. Vertaald naar de praktijk komt dat er waarschijnlijk op neer dat PostNL in België ervan wordt beschuldigd willens en wetens samen te werken met ‘malafide’ onderaannemers. Die onderaannemers overtreden vermoedelijk de wetgeving rond inzetten van buitenlandse werknemers zonder de juiste vergunningen en andere werkenden. Daarbij gaat het dan mogelijk (het blijft nog gissen) om overtredingen van regels omtrent werktijden, niet afdragen van sociale premies en belastingen en schijnzelfstandigheid. Via ketenaansprakelijkheid wordt PostNL verantwoordelijk gehouden voor overtredingen bij de onderaannemers. PostNL heeft overigens verklaard zich – zowel voor België als voor Nederland – geheel niet in deze beschuldigen te herkennen. Regels in Nederland niet veel anders Zonder dat precies bekend is waarvan PostNL in België beschuldigd wordt, kunnen we wel vaststellen dat de regels omtrent werken met mensen van buiten de EU, verplichtingen ten aanzien van sociale zekerheidspremies, onderaanneming of bijvoorbeeld zelfstandigen, in België niet wezenlijk anders zijn dan in Nederland. Maar wat dan wel? Naast dat in België het justitieel apparaat wat politiek gemotiveerder is dan in Nederland, speelt vooral dat de wetgeving anders is. Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk gesteld worden en België kent – anders dan Nederland – wetgeving die regelt hoe en wanneer bedrijven zelfstandigen mogen inhuren. Bestuurders persoonlijke aansprakelijkheid PostNL en aantal van haar onderaannemers kreeg vorig jaar – na een onderzoek van de Arbeidsinspectie – een boete van meer dan 8 ton voor onder meer het werken met mensen van buiten de EU zonder tewerkstellingsvergunning. Een zaak die veel lijkt op wat er nu in België speelt. Het verschil: in België kunnen bestuurders, maar ook managers, persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor overtreding van sociale wetgeving. Naast een boete voor het bedrijf, kunnen in België ook bestuurders een boete krijgen (maximaal 48.000 euro per overtreding bij elke werkende waar iets niet klopt) of zelfs een gevangenisstraf, van tussen de 6 en 36 maanden. Vandaar dat in België nu dus mensen tijdelijk zijn opgepakt, iets wat overigens ook voor Belgische begrippen vrij uitzonderlijk is. Duidelijkere wetgeving (schijn)zelfstandigheid Een ander groot verschil is dat België wetgeving heeft die vastlegt wanneer iemand wel of niet ingehuurd kan worden als zelfstandige. Dat wordt geregeld in de Arbeidsrelatiewet uit 2006. Nederland kent hier geen wetgeving over. Ook de Wet DBA regelt dit niet; die regelde niet meer dan het afschaffen van de VAR. De regels die in Nederland gelden, zijn afkomstig uit uitspraken van rechters in allerlei zaken die omtrent wel/niet zelfstandigheid zijn gedaan. Deze jurisprudentie is uitgebreid, voor leken onoverzichtelijk en altijd ook afhankelijk van de context. Dat maakt het dus voor interpretatie vatbaar en geeft weinig zekerheid vooraf. Daarbij lopen arbeidsrechtelijke en fiscale uitspraken door elkaar heen. De Belastingdienst heeft die jurisprudentie een paar jaar geleden vertaald naar een Handhavingskader. Dat geeft wat overzicht, maar het blijft complex , voor interpretatie vatbaar en bovenal niet compleet (de fiscale beoordeling of iemand ondernemer is zit er niet in, terwijl de rechter daar wel naar kijkt). Een poging om dit kader over te zetten in een webmodule is, volgens veel experts, maar matig gelukt. Vandaar ook de recente oproep van de Algemene Rekenmaker om te komen tot regels die te begrijpen zijn voor opdrachtgevers en zelfstandigen én die de Belastingdienst in staat stellen om te effectief te handhaven. Strengere criteria voor specifieke sectoren In België zijn de criteria voor wanneer een bedrijf nu wel en niet een zelfstandige mag inhuren in de Arbeidsrelatiewet opgeknipt in drie typen: Neutrale criteria, zoals de verplichting je te registeren bij de Kamer van Koophandel, een BTW-nummer hebben en een administratie voeren De algemene criteria gaan om de ‘wil van de partijen’ (heeft iemand in vrijheid gekozen voor statuut van ‘zelfstandigen’), de vrijheid om het werk zelf te kunnen organiseren (inclusief vrijheid bepalen werktijden) en ontbreken van hiërarchie. Interessant is dat er vervolgens specifieke criteria zijn voor een zestal sectoren waar de kans op misbruik groter is, zoals de bouw en landbouw. Dan moet de opdrachtgever naar extra zaken kijken, die vooral gaan over of iemand ook echt ondernemer is (investeringen doet, financieel risico draagt, bewijs van vakbekwaamheid). Ook voor de sector vervoer (waaronder pakketjes) gelden dergelijke zwaardere, aanvullende criteria. Die komen er binnenkort ook voor platformwerkers. De Belgische Arbeidsrelatiewet wijkt inhoudelijk niet veel af van wat in Nederland in de jurisprudentie staat. Het feit dat de regels in een wet staan, plus de indeling in verschillende lagen van criteria, maakt wel dat de regelgeving een stuk overzichtelijker is en gerichter de vinger op de zere plek legt. Arbeidsmarktdebat Vlaanderen – Nederland Eens per jaar organiseert ZiPconomy, samen met haar Belgische zusje NextConomy en het debathuis De Buren, een debatavond over de arbeidsmarkt. Wat kunnen beide landen van elkaar leren, wat zijn de verschillen en overeenkomsten? Centraal thema van de bijeenkomst van maart dit jaar was ‘mobiliteit’. Vlaamse en Nederlandse experts gaven hun visie, en er werd stilgestaan bij de politieke akkoorden (regeerakkoord in Nederlandse en recent de Arbeidsdeal in België) en de recente SER adviezen in Nederland en Vlaanderen. Lees een verslag in dit artikel op NextConomy. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Arbeidsrelatiewet, België, schijnzelfstandigheid, wet dba | Laat een reactie achter
Handhaving op schijnzelfstandigheid onuitvoerbaar: politiek moet knopen doorhakken Geplaatst 11 april 2022 door Bovib De Belastingdienst handhaaft nauwelijks op schijnzelfstandigheid, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Dat komt niet alleen door het handhavingsmoratorium. De fiscus heeft te weinig mensen voor controles en bovendien een flink gebrek aan duidelijke regels. “Dit bevestigt waar we al langer voor waarschuwen: de wetgeving is niet duidelijk”, zegt Frederieke Schmidt Crans van Bovib, de branchevereniging voor intermediairs en brokers. “Het is niet de schuld van de fiscus dat zij nauwelijks iets tegen schijnzelfstandigheid doen. Zonder duidelijke regels valt er tenslotte niets te handhaven.” Lees ook: Verkeerd zzp-beleid dreigt arbeidsmarkt te ontwrichten Kritiek op de webmodule Het overheidsbeleid moet beter, schrijft de Algemene Rekenkamer. Daar is Bovib het mee eens. Het onderzoek bevestigt eveneens de tekortkomingen van de webmodule, een vragenlijst waarmee de opdrachtgever meer duidelijkheid kan krijgen over de arbeidsrelatie en of er voor een bepaalde opdracht een zelfstandige ingehuurd kan worden. Net als Bovib concludeert de Rekenkamer dat de webmodule bepaald ‘geen wondermiddel is’. Veel te vaak geeft de webmodule geen duidelijkheid en ook is de vragenlijst voor situaties van tussenkomst nog steeds niet afgerond. Deze onduidelijkheid en onrust over wet- en regelgeving zorgt nu al voor vraaguitval naar zzp’ers en terughoudendheid bij opdrachtgevers, merkt Bovib. Ook wordt het gebruik van schijnconstructies niet tegengegaan. Dit is schadelijk voor de economie en met de huidige krapte op de arbeidsmarkt zeer onwenselijk. Aanleiding voor een nieuwe visie Schmidt Crans hoopt dat dit rapport een aanleiding is voor de Belastingdienst om in gesprek te gaan met marktpartijen en zo schijnzelfstandigheid effectief te bestrijden. Intermediairs en brokers zorgen juist voor transparantie op de arbeidsmarkt en marktconforme tarieven. Als Bovib nemen wij graag de verantwoordelijkheid om misbruik te voorkomen. “Ik hoop ook dat het een aanleiding voor de politiek is om op een andere manier te kijken naar nieuwe wetgeving”, zegt Schmidt Crans. “Voordat er gehandhaafd kan worden, is een nieuwe visie nodig. Dat begint met erkennen dat de discussie om twee aparte problemen draait: financieel en sociaal.” Wat betreft financiën gaat het erom dat sommige politieke partijen willen dat zzp’ers meer bijdragen aan het sociale stelsel. Het sociale aspect is het tegengaan van misbruik: werkgevers die onterecht werken met zzp’ers om onder loonkosten en verantwoordelijkheden uit te komen. “Als duidelijk is over welk punt je discussieert, kun je tot eenvoudigere regels komen”, zegt Schmidt Crans. Bovib presenteert oplossingen In aanloop naar het Commissiedebat over arbeidsmarktbeleid op woensdag 13 april stuurde Bovib gerichte aanbevelingen naar de Kamerleden. Deze bieden meer helderheid voor zelfstandigen en hun opdrachtgevers: Begin niet met de webmodule Kies in plaats daarvan voor een sterk vereenvoudigd model, vergelijkbaar met de Belgische vragenlijst of Europese richtlijn voor platformwerkers. Beide richtlijnen gaan uit van een beperkt aantal criteria om te bepalen of iemand zelfstandige is of niet. Terwijl de webmodule stuurt op een arbeidsovereenkomst, beoordeelt de Belgische Arbeidsrelatiewet ook criteria die te maken hebben met ondernemerschap. Daarmee erken je een grote groep die bewust voor ondernemerschap kiest. Focus op de basis van de arbeidsmarkt en pak daar de misstanden aan De Bovib wil het gebruik van schijnconstructies tegengaan. Ook dat kan met de Belgische Arbeidsrelatiewet. Zo gelden er in België aanvullende criteria voor een zestal sectoren die als fraudegevoelig zijn aangewezen. Die sectorale benadering vergroot de effectiviteit van handhaving. Bescherm kwetsbare groepen met een tariefgrens voor zzp’ers Bovib kijkt hierbij met interesse naar het MLT-advies van de SER om een rechtsvermoeden van werknemerschap te laten gelden bij een tarief onder het maximumdagloon van 30 tot 35 euro per uur. Een andere oplossing is een nadere definitie toevoegen aan de Waadi over zzp’ers die via tussenkomst van een intermediair ter beschikking worden gesteld aan de opdrachtgever. Je kan dan vervolgens een aparte bepaling opnemen met een tariefgrens voor zzp’ers. Heb aandacht voor ons sociaal stelsel en het afdekken van ondernemersrisico’s De discussie over de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers is complex en beladen. De kern van het probleem is de betaalbaarheid van ons sociale stelsel en de sociale voorzieningen die zelfstandigen (kunnen) opbouwen. Bovib vindt dat ons sociale stelsel betaalbaar moet blijven en pleit ervoor om alle zzp’ers te laten bijdragen aan het sociale stelsel. Maak de fiscale voorzieningen voor zelfstandigen voorwaardelijk aan de opbouw van eigen zekerheden Bouw de huidige fiscale voorzieningen om naar één fiscale voorziening voor ondernemers. Die moet gericht zijn op het opbouwen en aanhouden van inkomen en bedrijfsreserves en bijdragen aan het afdekken van inkomens- en ondernemersrisico’s. Betrek zzp-organisaties bij plannen voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen Zzp’ers keerden zich afgelopen tijd voornamelijk tegen het plan voor zo’n verplichte aov, omdat zij niet bij de onderhandelingen werden betrokken. Erken de toegevoegde waarde en rol van intermediairs Intermediairs ontzorgen zzp’ers en opdrachtgevers én dragen zorg voor de juiste naleving van de wetten en regels omtrent inhuur. Toch voelt de branche nog weinig erkenning vanuit politiek Den Haag en dat is een gemiste kans. Intermediairs kunnen ondersteunen bij het implementeren van nieuwe wet- en regelgeving en het tegengaan van schijnzelfstandigheid. Voorkom misbruik als gevolg van arbeidsbemiddeling met erkend keurmerk Als vertegenwoordiger van tientallen intermediairs en brokers en duizenden zelfstandigen neemt Bovib alvast een eigen verantwoordelijkheid met de introductie van het Bovib keurmerk. De overheid kan actief misbruik, als gevolg van arbeidsbemiddeling, voorkomen door in samenspraak met veldpartijen een keurmerk te ontwikkelen dat garant staat voor de kwaliteit van het type dienstverlening. Bovib deelt graag haar kennis en ervaring hierover. Lees alle aanbevelingen van Bovib in de position paper Helderheid in zzp-hoofdpijndossier broodnodig voor zelfstandigen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags bovib, handhaving, handhavingsmoratorium, schijnzelfstandigheid, Webmodule, wet dba | 2s Reacties