Maandelijkse archieven: januari 2022

Geslaagde crowdfunding campagne Werkvereniging voor rechtszaak tegen de Staat

De Werkvereniging heeft via een geslaagde crowdfundingactie in twee weken tijd € 25.000 euro opgehaald. Daarmee kan het belangenplatform voor professionals die zelfstandig werken, een rechtszaak tegen de Staat financieren. In die eerder aangekondigde rechtszaak (zie hier) wil de vereniging de ongelijke behandeling van werkenden die worden getroffen door de coronamaatregelen aan de kaak stellen.

Roos Wouters, directeur Werkvereniging: “Het is hartverwarmend om te zien hoe we in deze zware en droevige tijden gesteund worden. We zijn iedereen die gedoneerd heeft enorm dankbaar. Ook namens de mensen die niet konden doneren omdat hun geld en buffers op zijn. Tegen hen zou ik willen zeggen ‘we laten jullie niet vallen’.”

Zelfstandigen die worden getroffen door de coronacrisis krijgen hun inkomen aangevuld tot maximaal bijstandsniveau.  Via de NOW-regeling wordt voor werknemers het inkomen gegarandeerd tot 3x modaal. Dat vindt de Werkvereniging onrechtvaardig omdat de coronacrisis geen ondernemersrisico is en de noodsteun van ons aller belastinggeld wordt betaald.

Geen noodsteun Zelfstandigen meer

Het kabinet heeft ervoor gekozen om aan het begin van de coronacrisis een nieuwe regeling op te tuigen (NOW) voor werkgevers bij wie de omzet daalde. Ze komen in aanmerking komen voor noodsteun indien ze hun werknemers op de loonlijst houden en hun inkomen tot 3 x modaal uitbetalen (ruim een ton per jaar).

Voor zelfstandigen (met en zonder personeel) is de regeling heel anders.  Als ze al in aanmerking komen voor noodsteun (Tozo), is deze gebaseerd op een versoepelde versie van de bijstand en niet gerelateerd aan omzetverlies. Hun inkomen wordt aangevuld tot bijstandsniveau waarbij het inkomen van de partner en zelfs eventuele kinderalimentatie wordt afgetrokken (zo’n 12.000 per jaar voor alleenstaanden en 18.000 per jaar voor een gezin).

Smalste schouders dragen al twee jaar de zwaarste lasten

De Werkvereniging vindt het onbegrijpelijk en onrechtvaardig dat het kabinet er door middel van deze noodsteunmaatregelen voor kiest de kloof tussen werkenden op basis van de contractvorm te vergroten. Het CPB waarschuwde al in 2020 dat de smalste schouders de zwaarste lasten dragen.

Roos Wouters, directeur Werkvereniging: “Bij ons is de maat vol. Bij de laatste lockdown is ervoor gekozen om de NOW intact te laten en de eisen van een minimale omzetdaling zelfs te verlagen. Terwijl de zelfstandigen, die al twee jaar interen op hun buffers, met een nieuwe regeling en verhoogde eisen worden geconfronteerd. De coronacrisis heeft niets met ondernemersrisico te maken. Bovendien wordt de noodsteun van ons aller belastinggeld betaald. We houden er niet van om naar de rechter te stappen maar als het kabinet doof blijft voor de boodschap van de zelfstandigen, dan heeft de Werkvereniging geen keus. Wij gunnen alle werkenden die getroffen worden door de Coronamaatregelen gepaste en proportionele noodsteun want alleen samen komen we uit deze crisis.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 1 Reactie

Venture Capacity: zp’ers helpen mede-zp’ers met inzet durfcapaciteit

Veel zelfstandig professionals (ZP’ers) zoeken manieren om naast de projecten die ze doen op andere manieren te ondernemen. Velen hebben goede ideeën, maar missen de slagkracht om zo’n gat in de markt daadwerkelijk te benutten. Bijvoorbeeld omdat ze zelf te weinig tijd, geld of specifieke kennis hebben.

Daarnaast zijn er ook ZP’ers die zoeken naar andere manieren van investeren dan beleggen of het kopen van vastgoed. Vormen waarbij ze hun kennis en tijd kunnen inzetten als investering, in plaats van (alleen) geld.

Het concept Venture Capacity brengt die twee behoeften bij elkaar: ZP’ers die andere ZP’ers helpen bij het realiseren van hun droom en daar als tegenprestatie een risicodragende beloning voor krijgen. Dus niet door het inzetten van durfkapitaal, maar door de inzet van durfcapaciteit.

Gezamenlijk diensten aanbieden

Co-operations is een collectief van tientallen zelfstandig professionals die geloven in de kracht van samenwerking. Dit doen ze niet alleen door elkaar aan opdrachten te helpen, maar ook door gezamenlijke diensten aan te bieden. Een voorbeeld is het Rent-a-Mentor concept, waarmee ze het rendement van jong talent in loondienst verhogen door middel van een mentorrelatie met een ervaren ZP’er.

Vriendelijke versie van Dragon’s Den

De leden komen zo’n 8 keer per jaar samen op wisselende locaties in de randstad. Vanaf dit jaar wordt de Venture Capacity marktplaats een vast onderdeel van die bijeenkomsten. Dat wordt een vriendelijke versie van het programma Dragons’ Den. Tijdens dat onderdeel kunnen leden met een pitch aangeven welke behoefte aan kennis en capaciteit ze hebben en welk beloningsmodel daar tegenover staat. Vervolgens kunnen de overige leden aangeven of ze interesse hebben in dit ‘investeringsvoorstel’. Het inbrengende lid bepaalt tenslotte welk aanbod hij/zij accepteert.

Helpen in uiteenlopende vakgebieden

Door de multidisciplinaire opzet van Co-operations kunnen de leden elkaar op uiteenlopende vakgebieden helpen met het realiseren van hun ambities. Dit kan zijn op het gebied van marketing, finance, IT of strategievorming. Maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om juridische vraagstukken. Daarnaast kunnen leden de rest van het collectief inzetten als hun verkooporganisatie, door ze te vragen om hun oren en ogen open te houden voor mooie kansen voor hun nieuwe bedrijf.

Risocodragende beloningsmodellen

Daarbij zijn diverse risicodragende beloningsmodellen denkbaar. Bijvoorbeeld uitbetalen in aandelen, of een provisie uitkeren als een lead tot omzet heeft geleid. Ook andere modellen zijn denkbaar, zoals een resultaatafhankelijke beloning waarbij een uurtarief wordt afgesproken dat alleen wordt uitbetaald als er winst wordt gemaakt.

De duur van de investering kan ook variëren. Zo kan het gaan om langdurige steun, bijvoorbeeld doordat een lid een structurele rol vervult, of om tijdelijke support in de vorm van een afgebakende opdracht.

Ook iets voor jou?

Op dit moment is de gedachte om de Venture Capacity markplaats enkel beschikbaar te stellen aan leden. Loop jij rond met een goed idee, of ben je daar zelfs al volop mee bezig, en zoek je manieren om meer impact te kunnen maken? Ben jij, als ZP’er, benieuwd naar de versnelling die de inzet van andere ZP’ers kan opleveren? Mail dan naar petrosjan@co-operations.nl voor meer informatie over lidmaatschap van Co-operations.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Zelfstandigen geven overheidsbeleid onvoldoende, ook zorg hard geraakt

De coronacrisis hakt er goed in bij sommige zzp’ers. Met name zelfstandigen in de detailhandel, horecasector en cultuursector hebben het door de lockdowns financieel zwaar. Een deel van de zzp’ers denkt er dan ook over om ermee te stoppen. Ze willen in loondienst bij hun opdrachtgever, zichzelf omscholen naar een ander beroep of stoppen met hun bedrijf.

Opvallend, ook zorgmedewerkers hebben het moeilijk. En bijna alle zelfstandigen, ook die het niet moeilijk hebben, geven het vorige kabinet een onvoldoende voor het beleid om getroffen zelfstandigen te ondersteunen.

Dat blijkt uit onderzoek van KNAB onder 2500 zzp’ers, dat tussen 3 december en 10 januari werd afgenomen. Het gaat alleen om klanten van deze bank. Bij het uitloggen na bankieren kregen ze de vraag of ze een online enquête in wilden vullen.

Door de coronacrisis is het spaargeld bij veel zelfstandigen op, zo geven ze aan. Ze zijn blij als ze de maand zonder kleerscheuren doorkomen. 15 procent van de ondervraagde zelfstandigen verdient door de lockdown minder dan het sociaal minimum van 1.078 euro per maand.

Tozo afgeschaft

Een beroep doen op de Tozo kan echter niet meer, ze zijn aangewezen op de versoepelde bijstandsregeling voor zelfstandigen (Bbz). Het verschil met de Tozo: de gemeente kijkt hierbij ook naar de levensvatbaarheid van de onderneming.

42 procent van de zelfstandigen verdient minder dan voor de coronacrisis, veel (38 procent) hebben het laatste muntje uit hun spaarvarken gehaald in een poging om het te redden.

Logischerwijs wisselt de impact van de coronacrisis per sector. Zo hebben zelfstandigen in de bouw, in ict/media/communicatie, in de zakelijke dienstverlening en in de zorg minder last van de crisis. In die sectoren verdient dan ook slechts een kleine groep minder dan het sociaal minimum.


De verdeling respondenten per branche uit dit onderzoek zakelijke dienstverlening: 27%, ICT, Media, Communicatie: 13%, Bouw: 10%, Kunst, Cultuur, Sport 9%, zorg: 9%, persoonlijke dienstverlening 8%, Detailhandel 8%, Horeca 5%. Dit komt redelijk overeen met de verdeling van alle zelfstandigen per sector. Zie ook  het rapport: de zzp bestaan wel. 


Liever niet omscholen

Als het aan het kabinet ligt, laten ondernemers in getroffen sectoren zich omscholen. Daar voelen de ondernemers zelf echter weinig voor. Ze vinden het werk te leuk en willen liever niets anders doen, maar hebben wel graag wat meer financiële zekerheid.

Slechts 12 procent van de getroffen zelfstandigen (over alle sectoren) denkt aan omscholen, evenveel zzp’ers willen de stekker uit hun bedrijf trekken. Het merendeel, 17 procent, wil blijven doen wat ze deden, maar dan in loondienst.

Bij zelfstandigen die nu minder dan het sociaal minimum verdienen is dat natuurlijk anders. Hierbij denkt 24 procent erover na om zich om te scholen, 31 procent wil graag in loondienst. 29 procent overweegt te stoppen met de onderneming.

Zorg en bouw versus horeca

In de horeca (35 procent) en de detailhandel is het aandeel zzp’ers dat overweegt te stoppen het grootst. 30 procent wil zich laten omscholen en 25 procent wil de pijp aan Maarten geven. Ter vergelijking: in de zorg wil slechts 7 procent van de zelfstandigen zich om laten scholen en 14 procent wil een contract. Bij de bouw is dat respectievelijk 10 procent en 16 procent.

Niet heel vreemd natuurlijk, want zelfstandigen in de bouw hebben weinig last van de crisis. Er is een tekort aan technische handen en doordat veel Nederlanders hun geld nu niet uit kunnen geven aan vakanties of luxe etentjes, laten ze het huis opknappen. De meeste ondernemers in de bouw zien het werk sinds corona dan ook toenemen.

Toch geven ook bouwondernemers het kabinet massaal een dikke onvoldoende voor hun coronabeleid en de manier waarop ze met zelfstandigen omgaan (afschaffen Tozo).

“Ik heb nu geen steun nodig, noch ga ik het nodig hebben, maar voor de andere ondernemers vind ik wel dat we ze niet kunnen laten barsten”, aldus een bouwondernemer.


De nieuwste CBS cijfers laten zien dat het gemiddeld aantal uren dat zelfstandigen werken ook in het derde kwartaal van 2021 verder is gedaald. 


Quarantaine

Opvallend is dat ook zorgmedewerkers last hebben van de coronacrisis. Er was immers nog nooit zo’n grote behoefte aan hen, maar 37 procent verdient minder dan voor de coronacrisis en veel respondenten hebben een beroep moeten doen op hun spaargeld.

Dat kan komen doordat het thuiswerkadvies moeilijk toepasbaar is in de zorg. Een ziek kind of zelf licht verkouden? Dan valt direct het inkomen weg, door de verplichte quarantaine.

Een alleenstaande mantelzorger: “Als alleenstaande ouder heb ik een probleem wanneer de scholen dicht zijn of m’n kind in quarantaine moet. In de zorg is het immers lastig thuiswerken, dus heb ik dan geen inkomen.”

Thuiswerken

Thuiswerken kunnen zelfstandigen in de ict-branche juist prima, net als in de communicatiebranche. Webdesigners, app-ontwikkelaars en communicatiemedewerkers zijn dus minder hard geraakt door de lockdown dan gemiddeld.

Deze branche telde eind 2021 bijna 90.000 zzp’ers. Bijna één op de drie verdient nu minder dan vóór de coronacrisis.

Toch geeft één op de zes zelfstandigen in deze sector premier Rutte en zijn ministers een onvoldoende. Met name het feit dat niet-zelfstandige ondernemers NOW en TVL krijgen, valt verkeerd.

“Er wordt nu met twee maten gemeten. Zzp’ers die niet meer rond kunnen komen door de opgelegde maatregelen, moeten maar switchen terwijl het overige bedrijfsleven gewoon steun krijgt. Dit vind ik – als zzp’er in een niet-geraakte sector – zeer oneerlijk en onrechtvaardig. Trek dit gelijk door ook aan zzp’ers weer een ruimhartige tegemoetkoming te geven, zoals voorheen met de Tozo.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 1 Reactie

Koolmees, afscheid van een minister die vastliep in het zzp-moeras. Een terugblik.

“Ik vind minister Wouter Koolmees echt één van de betere ministers van dit kabinet, maar op zzp-gebied heeft hij gefaald,” concludeerde Tweede Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) een jaar geleden in een interview met ZiPconomy. Daarmee vat hij het algemene sentiment over vier jaar Koolmees en het zzp-dossier samen. Waardering voor de inspanningen en begrip dat corona roet in het eten gooide, maar ook teleurstelling over het feit dat hij niet veel verder is gekomen met de verduidelijking van de zzp-wetgeving.

Of doen we hem daarmee tekort? Is er wel degelijk vooruitgang geboekt? Heeft Koolmees gedaan wat hij kon gezien de omstandigheden?

Dichtgetimmerd regeerakkoord

Koolmees kreeg vier jaar geleden een duidelijke opdracht: het debacle Wet DBA van het vorige kabinet oplossen. In het regeerakkoord stond behoorlijk gedetailleerd omschreven hoe hij dat moest doen. In het kort zou de Wet vervangen worden door een minimumtarief om laagbetaalde zzp’ers te beschermen, vrijheid voor de bovenkant van de markt en een webmodule voor de overige zzp’ers. Dat had Koolmees trouwens zelf mede bepaald, hij was namens D66 een van de twee onderhandelaars van het coalitieakkoord.

De minister had dus beperkte ruimte voor andere oplossingen in overleg met politiek, polder en praktijk. Jammer, want juist een toegankelijke probleemoplosser als Koolmees had goed gebruik kunnen maken van de speelruimte.

Beperkte inspraak van het werkveld

Vlot na zijn start als minister organiseerde Koolmees samen met betrokken staatssecretarissen Menno Snel (Financiën) en Mona Keijzer (Economische Zaken) diverse werkveldbijeenkomsten. Bij de eerste bijeenkomst waren 200 belangenbehartigers uitgenodigd om mee te denken over het beleid rond ‘werken als zelfstandige’.

Het was een wonderlijke bijeenkomst. De minister gaf vol enthousiasme toespraken, maar de zaal had snel door dat de basisafspraken uit het regeerakkoord vaststonden. Daar was geen gesprek over mogelijk, laat staan een discussie over de plek van zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Teleurgesteld kwamen belangenbehartigers erachter dat hun inspraak beperkt was tot details.

Bij een tweede bijeenkomst ontstond forse irritatie, toen bleek dat de webmodule niet op de agenda stond. Dit was juist het punt waar belangenbehartigers zich het meest zorgen over maakten. Er was wederom weinig ruimte voor een gesprek tussen ervaringsdeskundigen en beleidsmakers. De aanwezige belangenbehartigers kregen vooral colleges waarin ambtenaren uitlegden hoe de opt-out voor hoge tarieven en het minimumtarief zouden werken.

Versnipperde polder

Zo kwam het gesprek met ‘het werkveld’ nooit echt op gang. Koolmees bouwde dus ook geen draagvlak op bij de belangenbehartigers. Wat niet hielp, is de grote versnippering onder die belangenbehartigers. Er zijn heel veel partijen die opkomen voor de belangen van de diverse zelfstandigen zonder personeel. Ieder zijn eigen stem, eigen pamflet, eigen standpunt. Geen breed front van zzp-clubs dat deals zou kunnen sluiten.

Het gesprek met zzp-bemiddelaars en -opdrachtgevers verliep ook niet soepel. Het lijkt alsof de politiek deze partijen enkel ziet als noodzakelijk voor de implementatie van nieuwe regels, maar niet als bondgenoot voor nieuwe regelgeving.

Tot slot hielpen de gevestigde werknemers- en werkgeversverenigingen niet mee. Voorbeeld: VNO-NCW en FNV spraken een half uur voor het kamerdebat over de minimumtarief/opt-out-combinatie hun veto uit.

Tweede Kamer: ongeduldig, passief…

Zo kwam Koolmees in de Tweede Kamer herhaaldelijk met de boodschap dat er veel gepraat werd, maar er nog geen concrete voorstellen waren. Vervolgens bleek het minimumtarief niet uitvoerbaar en moest hij ook nog wachten op advies van de Commissie Regulering van Werk. Tweede Kamerleden werden ongeduldig, maar gingen ook niet in op uitnodigingen van Koolmees om mee te denken over oplossingen.

De drie zzp-dossierdeskundigen Dennis Wiersma (VVD), Pieter Heerma (CDA) en Steven van Weyenberg (D66) droegen in de loop van deze kabinetsperiode hun portefeuille over aan een collega zonder voorkennis over dit dossier.

…en schijnbaar verdeeld

De PvdA lijkt geobsedeerd door platformwerkers en bleek nauwelijks bereid een breder debat te voeren. De SP en Koolmees zijn water en vuur. Paul Smeulders van GroenLinks kondigde aan een eigen geluid te laten horen en niet slaafs PvdA en de vakbonden te volgen, maar daar kwam in de praktijk niets van terecht. Bij alle relevante moties over zzp stemde GroenLinks hetzelfde als de PvdA. Ook bijvoorbeeld bij tegen een motie over een betere vertegenwoordiging van zelfstandigen in de polder.

Tijdens debatten en commissievergaderingen zochten kamerleden niet samen naar oplossingen. Zij waren – zoals dat tegenwoordig gaat in de Kamer – vooral bezig met het uitvergroten van onderlinge tegenstellingen en elkaar dwarszitten. En dat terwijl de partijen eigenlijk weinig van mening verschillen over dit onderwerp.

Gevolg is onder meer dat de ontwikkeling van de webmodule doorging, terwijl zowel Kamer als polder en de praktijk er weinig in zien zitten. De uitkomsten van de pilot zijn vervolgens niet in de Kamer besproken.

Vernieuwing of verduidelijking?

Terwijl het kabinet de huidige wetgeving wil verduidelijken, vinden zowel belangenbehartigers als kamerleden dat de huidige wet- en regelgeving juist aan vernieuwing toe is. Ze vinden dat de webmodule alleen kan werken met eenvoudigere regels (zie hier).

Toch is de discussie over ‘vernieuwen’ of ‘verduidelijken’ nooit gevoerd in de Tweede Kamer. Van Weyenberg (D66) en Wiersma (VVD) hintten wel op de noodzaak tot vernieuwing, maar in een motie vroegen ze uiteindelijk toch vooral om snelheid bij de ‘verduidelijking’ .

Voor ambtenaren een bevestiging dat gesprekken over ‘vernieuwing’ konden worden geparkeerd. In voorbereiding op een gesprek tussen vijf juridisch experts en de minister mailden zij: “Voor ons als aanwezige ambtenaren de taak om de discussie zoveel mogelijk te sturen richting verduidelijken en geen meeslepende discussies over het veranderen/herijken.”

Koolmees gaat daar overigens in mee. “Ik hoor iedereen roepen over vernieuwing, maar niemand over hoe dat dan moet”, verzuchtte hij na een werkveldbijeenkomst.

Commissie Regulering van Werk: geen antwoord, geen dialoog

Wanneer het over ‘vernieuwing’ ging, werd veel naar de commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap verwezen. Maar helaas, deze commissie gaf geen antwoord op de vraag welke plek de zelfstandig ondernemer heeft op een toekomstbestendige arbeidsmarkt. De commissie constateert dat een echte ondernemer iemand is die kapitaal investeert. Voor de rest suggereert de commissie vooral dat zelfstandigen die nu ingehuurd worden, beter in loondienst kunnen gaan.

Het rapport moest antwoord geven op de vraag ‘in wat voor een land willen we werken’. Voor de zelfstandigen lijkt dat antwoord: ‘dit is hoe wij als experts vinden hoe u moet werken.’ Geen goede start van een dialoog met zelfstandigen.

…en toen kwam corona

Het was aan Koolmees om die dialoog aan te gaan, direct na het verschijnen van het rapport van de Commissie Borstlap. Hij had er zin in.

Maar toen begon de coronacrisis en die vroeg alle aandacht van de minister. De webmodule werd nog getest, maar de conclusies van de pilot zijn niet in de Tweede Kamer besproken. Het debat over hoofdlijnen en details is verstomd.

Of het zonder corona Koolmees wel gelukt was om de discussie te voeren, vraag ik me af. De hierboven geschetste omstandigheden gaven hem weinig kans. Daarbij gaf Koolmees soms een stevige mening, zonder allesomvattende visie. Hij ging daarmee zelf het gesprek over vernieuwing ook uit de weg. Wellicht omdat hij daar de tijd nog niet rijp voor vond. Het is dan ook jammer dat hij zijn klus in een tweede termijn als minister niet af wil maken. Met alle begrip voor de redenen waarom hij dat niet wil.

Niets bereikt?

Toch is de conclusie dat Koolmees niets bereikt heeft te negatief. Hij heeft gezorgd voor meer inzichten en meer grip op het complexe zzp-dossier. Het gapende gat tussen politiek en praktijk lijkt kleiner te worden en belangenbehartigers weten elkaar beter te vinden.

Daarbij zijn flinke (pijnlijke) hordes genomen, zoals de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Die maatregel zagen kamerleden zes jaar geleden al als onvermijdelijk. Ook de komst van een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering zorgt dat we het kunnen hebben over fundamentelere vragen: waarom willen mensen een vast contract inruilen voor een bestaan als zelfstandige? Wat vinden we daarvan? En in hoeverre moeten we dit reguleren?

Dankzij Wouter Koolmees – en met alle rapporten en adviezen die er liggen – heeft de nieuwe minister Karien van Gennip een aanzienlijk duidelijker startpunt dan toen hij zelf begon.

Binnenkort komt Van Gennip naar de Tweede Kamer voor een hoofdlijnendebat met de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Een mooi moment om te horen welke prioriteit ze geeft aan de hervorming van de arbeidsmarkt en het zzp-dossier, en wat haar visie is.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Workforce management: vooruitblik naar 2022

In 2021 is veel gebeurd. De COVID-19 pandemie heeft in golven het nodige effect gehad, maar we zijn zakelijk gezien steeds beter in staat om hiermee om te gaan en te anticiperen. Desalniettemin zijn en blijven de gevolgen zichtbaar en aandacht voor talent zal ook in de komende jaren cruciaal zijn voor organisaties. Niet uitsluitend in negatieve zin. Het spectaculaire economische herstel trekt een wissel op het arbeidspotentieel en de manier waarop dit potentieel wordt ingezet.

TalentIn verwacht voor 2022 de volgende ontwikkelingen te zien:

Verdere integratie van workforce management

De manier waarop we werken is in de afgelopen jaren definitief veranderd. Het thuiswerken en op afstand aansturen is onderdeel geworden van de manier waarop organisaties opereren. We zien echter ook dat daar waar mogelijkheden zijn medewerkers graag weer een deel van de tijd op kantoor komen werken. We verwachten dan ook dat organisaties nog wel even aandacht zullen hebben voor het balanceren en het verder finetunen van de combinatie tussen thuis en op kantoor werken. Hierbij draait het niet alleen om de fysieke werkplek, maar ook de binding, well being en sociale aspecten.

Optimaliseren en integreren van het recruitmentmodel zorgt onder andere voor minder ‘waste’

Bovenstaande elementen vragen de nodige aandacht van organisaties en dat is terecht. Maar het inzicht in skills, capaciteiten en talent van de individuele medewerker en teams is minstens zo belangrijk. Zeker nu meer werk op afstand gebeurt, verwachten wij dat organisaties in toenemende mate inspanningen gaan verrichten om een goed beeld te krijgen en te houden van de totale workforce (vast en flex). Hiermee kunnen een aantal uitdagingen het hoofd worden geboden.

Omgaan met schaarste

Eén van deze uitdagingen is schaarste of het ervaren van schaarste. Op basis van demografische data kunnen we constateren dat deze schaarste er is en niet meer zal verdwijnen. Daarnaast of mede hierdoor is de aantrekkelijkheid als werkgever een niet te verwaarlozen factor geworden. We verwachten dat organisaties op een aantal manieren de schaarste zullen bevechten in het komende jaar. We noemen de drie belangrijkste:

  1. Door het effectiever en bewuster inzetten van het reeds aanwezige, betrokken en ervaren arbeidspotentieel kan een deel van de schaarste worden opgevangen. Bewuster kiezen tussen de inzet van inhuur en het door ontwikkelen van eigen mensen kan alleen door goed inzicht en begrip van skills en capaciteiten, maar ook ambities en drijfveren.
  2. Het optimaliseren en integreren van het recruitmentmodel voor zowel vast als flex zorgt onder andere voor het reduceren van “waste”, het missen van passende kandidaten door op voorhand de keuze vast óf flex te maken en voor het verbeteren van de candidate experience gedurende het recruitmentproces. Technologie, maar ook nieuwe sourcingtechnieken en -processen dragen bij aan het effectief invullen van vacatures.
  3. Versterken van het “employer brand” ondersteunt de boodschap waarom talent voor de organisatie zou moeten kiezen. Consistente arbeidsmarktcommunicatie in lijn met de overall strategie is als thema in toenemende mate onderwerp voor communicatie- en marketingafdelingen. Ingegeven door remmende groei als gevolg van schaarste verwacht TalentIn ook hier meer aandacht en activiteit bij organisaties.

Goed zicht op totale workforce

Samengevat: een goed zicht op de totale workforce van organisaties en het effectiever benutten van talent, levert een genuanceerder beeld op van aanvragen naar de markt. Wanneer deze aanvragen op hun beurt ook breder en via de juiste sourcingtechnieken worden ingevuld, wordt het recruitment-apparaat effectiever. Als de employer branding campagnes hierop aansluiten en het recruitment op de goede manier ondersteunen, is de juiste koers ingezet.

TalentIn verwacht dat in 2022 en waarschijnlijk de jaren daaropvolgend hier de focus zal liggen. Mooie vergezichten ten spijt, zal HR en Talent Acquisition moeten leveren. De business zal echter haar rol moeten pakken om succesvol te zijn.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Alliander kiest voor nieuw inhuurmodel voor tijdelijk specialistisch personeel

Nederland staat voor een enorme uitdaging om het energiesysteem klaar te maken voor een duurzame toekomst zonder CO2-uitstoot. De komende jaren gaat het energienet volledig op de schop. Alliander werkt hard aan het energiesysteem van de toekomst, zodat energie voor elke Nederlander betaalbaar, bereikbaar en betrouwbaar blijft.

Een grote uitdaging daarbij is het landelijk chronisch tekort aan technisch personeel. De komende vier jaar hebben de netbeheerders Stedin, Enexis, Tennet en Alliander, samen met de aannemers waar zij mee werken, 13.000 technici nodig. Om deze te werven, op te leiden en te behouden lopen er ontzettend veel initiatieven. Maar die zijn niet voldoende om 13.000 nieuwe collega’s binnen te halen.

Grote maatschappelijke klus

Heleen Cocu: “Alliander heeft een enorme maatschappelijke klus te klaren. De komende tien jaar moet Alliander tegen zo laag mogelijke kosten evenveel werk verzetten als in de afgelopen veertig jaar. Aangezien er een groot tekort is aan technisch personeel, moeten we slimmer werken en de talenten van onze medewerkers en de mensen op de arbeidsmarkt effectiever inzetten. Het uitbesteden van de externe inhuur draagt hier aan bij. Alliander hoeft niet altijd op alle gebieden kennis in huis te hebben, maar moet daar wel toegang toe hebben op de momenten dat het nodig is. Bijvoorbeeld om pieken op te vangen, te ondersteunen bij het opleiden van eigen personeel, tijdelijke vervanging bij afwezigheid of om heel specialistisch werk te doen. Flexibele inhuur van specialisten is daarom een belangrijke aanvulling op het eigen Alliander personeel. De samenwerking met Staffing MS gaat ons helpen dit planmatig, gestructureerd en financieel aantrekkelijk te doen op een manier die voor de ingehuurde medewerker soepel en professioneel verloopt. Een echte win-winsituatie.”

Europese aanbesteding

Alliander is het aanbestedingstraject voor een nieuw inhuurmodel gestart in 2020. Vraag aan geïnteresseerde partijen was, naast het administratieve stuk wat nu al uitbesteed is, zorg te dragen voor de volledige werving- en selectieprocedure, contractering, innovaties binnen inhuur en het onderhoud van het Vendor Management Systeem. Daarnaast moest de gegunde partij een uitvoerings- en sparringpartner zijn, om Alliander te ondersteunen in de zoektocht naar schaarse technici.

De keuze is gevallen op Managed Service Provider Staffing MS, vanwege haar kennis van de flexmarkt, efficiënte inhuurprocessen en het toepassen van complexe wet- en regelgeving. Geo van der Wilk: “De flexrecruiters van Staffing MS worden aan de doelgroepenteams van Alliander Recruitment toegevoegd. Zo maken ze deel uit van het recruitmentteam en wordt kennis gedeeld met de vaste recruiters van Alliander. Met als doel dat Alliander op termijn zelf weer de verantwoordelijkheid kan nemen voor het werven van tijdelijk personeel.”

De samenwerking tussen Alliander en StaffingMS is ingegaan op 1 januari 2022 en heeft een duur van drie jaar, met de intentie te verlengen tot acht jaar.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter