‘Groeiremmers’ – waaronder personeelstekorten – zorgen voor hoofdbrekens in vrijwel alle sectoren. Geplaatst 14 september 2021 door ZiPredactie De economie lijkt zich onverwacht snel te herstellen van de coronacrisis. De macro-economische groeiverwachtingen zijn fors omhoog bijgesteld en de coronasteun stopt voor de meeste bedrijven vanaf 1 oktober. Een aantal sectoren zit in 2021 weer op het niveau van vóór de crisis, zoals industrie (+12 procent), technologie, media en telecom (TMT) (+4 procent) en zakelijke dienstverlening (+5 procent). Tegelijkertijd hebben bedrijven in veel sectoren te maken met onzekerheden die hun groei kunnen maken of breken, concludeert ABN AMRO in haar Sectorprognoses voor 2021 en 2022. Met name in de zakelijke dienstverlening en de IT-sector is personeelstekort een groeiremmer. “Deze onzekerheden zijn tweeledig”, aldus Franka Rolvink Couzy, Hoofd Sector Research van ABN AMRO. “Ten eerste kampen veel sectoren met ‘groeipijnen’, zoals hoge grondstofprijzen, verstoringen in internationale toeleveringsketens en personeelstekorten die sterker zijn dan voorheen, nu sectoren na lange tijd weer open zijn gegaan. Deze ‘groeiremmers’ zijn een rechtstreeks gevolg van de pandemie. Ten tweede kampen sectoren met structurele problemen die al vóór de crisis aan de orde waren, zoals klimaatverandering en de vergrijzing.” Personeelstekort remt herstel zakelijk dienstverleners Alle sectoren van de zakelijk dienstverleners laten in 2021 een herstel van de groei zien, met groeicijfers tussen de 9 en 5 procent, De lijn zet zich door in 2022, zo verwacht ABN AMRO. De omzet ligt dan voor de sector hoger dan in 2019. Vooral in de zakelijke dienstverlening wordt personeelstekort gezien als ‘groeiremmer’. Die arbeidsmarktkrapte stelt ook voor de langere termijn grenzen aan de groei, verwacht de bank. Zo ervaart inmiddels 35 procent van de ondernemers in de juridische dienstverlening het tekort aan personeel als belemmering in de bedrijfsvoering. Door deze arbeidsmarktkrapte wordt het lastig om nieuwe groeimarkten volledig te benutten, zoals de toenemende vraag naar duurzame verslaglegging en het toenemend belang van IT security-audits door accountants. Lees ook : 10 puntenplan plus nog veel meer suggesties om tekort op arbeidsmarkt op te lossen IT sector heeft wind in de zeilen De IT-sector boekte in de eerste twee kwartalen van 2021 een groei van 7,7 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2020. Deze sterke groei wordt onder meer gedreven door een versnelde toename van IT-outsourcing, grote vraag naar bedrijfsapplicaties en een stijgende vraag naar cloud- en cybersecurity, als gevolg van de digitale transformatie. Ook komt de vraag weer op gang naar IT-dienstverlening, na een korte dip in 2020 als gevolg van de coronapandemie. De vooruitzichten voor de IT-branche op de lange termijn zijn goed. De coronacrisis heeft de digitalisering van onder meer zorg en onderwijs versneld. Door toedoen van de lockdowns hebben steeds meer winkeliers gekozen voor online afzetkanalen. Dit betekent voor de IT-branche een extra aanhoudende vraag naar software, cloud-, hostingdiensten en datacentercapaciteit. Groeiremmers zijn er ook in de IT sector. Zo is het tekort aan programmeurs en -ontwikkelaars hoog. Eind juli was ruim een derde van de vacatures voor IT-programmeurs en -ontwikkelaars onvervulbaar, zo blijkt uit de meest recente meting van de arbeidsmarktkrapte-indicator van ABN AMRO. Dit beeld wordt bevestigd in de COEN-enquête van het CBS. Bijna 31 procent van de IT-ondernemers zag in juli van dit jaar een tekort aan personeel als een serieuze belemmering voor hun bedrijfsvoering. Ommezwaai uitzenders De uitzendmarkt is na de coronaklap duidelijk in herstel, zoals blijkt uit de ontwikkeling van het aantal uitzenduren. De sterke stijging van het aantal openstaande vacatures in verschillende sectoren, zoals in de tabel hiernaast te zien, resulteert in een toenemende vraag naar uitzendkrachten. Bij leisure-beroepen, waar veel uitzendbanen te vinden zijn, is het aantal vacatures op Werk.nl in juli zelfs ruimschoots verdriedubbeld ten opzichte van eind januari. De krapte wordt herkend in de markt. “Ik houd mijn hart vast voor het moment waarop festivals of andere grote evenementen weer mogelijk zijn. Waar halen de organisatoren de uitzendkrachten vandaan?”, vraagt Paul Haarhuis, commercieel directeur van uitzendbureau Timing, zich af. Deze ommezwaai komt niet alleen door de heropening van de samenleving, maar ook doordat er het afgelopen jaar een ander type uitzendbanen bijgekomen is; de callcentermedewerker van de GGD en de uitzendkracht op test- en priklocaties. Deze ‘coronabanen’ zullen langzaam worden uitgefaseerd, maar blijven naar verwachting dit en komend jaar nog bestaan. Groei in industriële sector (+12 procent) breekt records De industrie groeit als nooit tevoren. Er is vooral in de machine-industrie sprake van een ongekend groeitempo. Dit jaar zal de groei in dit segment volgens ABN AMRO zo’n 30 procent bedragen, na een krimp van 2,5 procent in 2020. De keerzijde is dat ruim een kwart van alle industriële bedrijven kampt met grote tekorten aan materialen en arbeidskrachten, terwijl er juist méér personeel nodig is om aan de vraag te voldoen. In de TMT-sector doet zich een vergelijkbare ontwikkeling voor. Zo kwam de digitalisering door het massale thuiswerken in een stroomversnelling en groeide in de eerste helft van 2021 vooral de IT-branche (+7,8 procent) sterk. Echter is ook hier sprake van ‘groeiremmers’, benadrukt ABN AMRO, zoals het snel groeiende tekort aan IT-programmeurs en -ontwikkelaars. Het nijpende tekort aan arbeidskrachten doet zich ook voor in andere sectoren die de weg naar groei hebben gevonden, zoals transport en logistiek, dienstverlening en de bouwsector. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABN AMRO, arbeidsmarkt | Laat een reactie achter
Uber-chauffeurs zijn geen zelfstandig ondernemers, maar werknemers. Dit zijn de (mogelijke) gevolgen voor bemiddelaars en platform-zzp’ers Geplaatst 13 september 2021 door Claartje Vogel Uber is werkgever moet zich daarom houden aan de cao Taxivervoer, oordeelt de rechtbank Amsterdam maandag. Volgens de rechter is er namelijk sprake van een gezagsverhouding tussen de taxi-app en de chauffeurs. Modern werkgeversgezag Volgens de rechter is de relatie tussen Uber en de chauffeurs een ‘moderne gezagsverhouding’. Uber bepaalt werktijden, beloning en beoordelingen via de app. De taxichauffeurs kunnen niet onderhandelen over tarieven en voorwaarden en het algoritme bepaalt wie welke rit krijgt. Bovendien heeft de app een ‘disciplinerende werking’: de rating van chauffeurs heeft invloed op de toegang tot het platform en het aanbod van ritten. Alleen Uber kan de instellingen wijzigen, niet de chauffeurs. “De door Uber zo bepleite ondernemersvrijheid is hierdoor in wezen afwezig”, schrijft de rechter. “De werkenden zijn onderworpen aan de werking van het door Uber ontworpen algoritme, en vallen daarmee onder een modern werkgeversgezag van Uber.” Dat maakt voor de rechter, naast het feit dat de chauffeurs zich in de praktijk niet kunnen laten vervangen, dat de chauffeurs in loondienst moeten werken en niet als zelfstandigen. Wezenlijk onderdeel niet relevant Overigens staat niets in het vonnis over het feit dat Uber-chauffeurs werk doen dat een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ is. Volgens de Belastingdienst is dat een aanwijzing voor gezag en mede daarom betoogde Uber in zijn verweer dat het geen chauffeurs- maar techbedrijf is. De rechter is het niet eens met die stelling van Uber. Het is een taxibedrijf en valt onder de cao Taxivervoer, aldus de rechter. Maar dat is verder niet relevant voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. Als dat wel zo zou zijn, zou dit grote consequenties hebben voor de rest van de zzp-markt. Lees ook: Zzp’ers inzetten bij ‘wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering’. Kan dat straks nog wel? Twijfels aan uitleg Belastingdienst. Wat de chauffeur wil, doet er niet toe Dat Uber-chauffeurs bewust als zzp’er werken voor Uber, is volgens de rechter niet vast te stellen. Dat zij akkoord gaan met deze manier van werken, zal volgens de rechter ‘vooral ingegeven zijn door de wens om voor Uber, de in economisch opzicht beduidend sterkere partij, werkzaam te zijn’. Bovendien voldoet de feitelijke uitvoering aan alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst. Uber moet dus alle chauffeurs in dienst nemen, oordeelt de rechter. Ook als de werkenden zelf liever als zzp’er willen werken. Gevolgen voor Uber Of de chauffeurs recht hebben op nabetaling van loon en hoeveel, is niet duidelijk. In Nederland rijden zo’n 4000 chauffeurs voor Uber. De rechter eist dat Uber berekeningen maakt aan de hand van de cao om dat te bepalen. Dit alles betekent dat Uber werkgever is binnen de taxibranche en zich dus moet houden aan de cao Taxivervoer. Het bedrijf moet vakbond FNV een schadevergoeding van 50.000 euro betalen, omdat het bedrijf zich hier tot nu toe niet aan heeft gehouden. Het is niet de eerste keer dat een rechter oordeelt dat Uber zzp’ers in dienst moet nemen. Britse rechters bepaalden eerder dit jaar dat chauffeurs van het bedrijf recht hadden op minimumloon en vakantiegeld. Het taxibedrijf geeft inmiddels alle Britse chauffeurs loon, vakantiegeld en een pensioen. Uber gaat in hoger beroep FNV noemt de nieuwe uitspraak een grote overwinning voor de rechten van de chauffeurs. Vicevoorzitter Zakaria Boufangacha: “Dit is ook een signaal naar Den Haag dat dit soort constructies illegaal zijn en dat de wet dus gehandhaafd moet gaan worden.” Uber is het er niet mee eens en gaat in hoger beroep. “We weten dat het overgrote deel van de chauffeurs graag zelfstandig wil blijven”, zegt Maurits Schönfeld, algemeen directeur voor Uber in Noord-Europa. “Chauffeurs willen geen afstand doen van de vrijheid om te kiezen of, waar en wanneer en met wie ze werken. In het belang van chauffeurs gaan we daarom in beroep tegen de uitspraak.” ‘Hoofdbrekens voor bemiddelaars’ Geen verrassing voor platformexpert Martijn Arets, die het hoger beroep al voorspelde in zijn voorbeschouwing van deze rechtszaak. Arets denkt dat deze uitspraak voor veel bedrijven gevolgen heeft. “Dit zal alle bemiddelaars die via technologie freelancers matchen hoofdbrekens kosten”, zegt hij. “De invloed is het grootst op bedrijven die via apps klussen toewijzen in de taxibranche en de logistiek. Oftewel, bedrijven die op eenzelfde manier werken als Uber.” Een Nederlandse rechter oordeelde in 2019 in een soortgelijke kwestie dat bezorgers van maaltijdbezorgingsbedrijf Deliveroo recht hebben op een arbeidsovereenkomst en niet als zelfstandig ondernemer mogen werken. Een uitspraak die eerder dit jaar bevestigd werd (zie hier). Het gaat daarbij dus om platformen waarbij het maken van de ‘match’ tussen vraag en aanbod hand in hand gaan met zaken als het tijdstip dat de opdracht gedaan moet worden en het tarief. Een schoonmaakapp als Helpling hoeft zich minder zorgen te maken, denkt Arets. “Bij platformbedrijven zoals Temper, Helpling en Youngones is veel meer ruimte voor onderhandeling met de werkende. Er is namelijk minder geautomatiseerd, klussen toewijzen is vaker handwerk.” Ondernemerschap Business-to-business-platformen zoals Temper en Youngones hebben meer elementen die te maken hebben met ondernemerschap, zegt Arets. “Werkenden kunnen bijvoorbeeld zelf kiezen welke opdracht ze aannemen en onderhandelen over hun prijs en uren.” Toch staan platformen door deze uitspraak nog zwakker in de zzp-discussie, denkt Arets. “Ook bemiddelaars die werken via apps moeten zich zorgen maken”, zegt hij. “Denk ook aan taxicentrale TCA. Zij werken ook met zzp’ers en gaan steeds verder in hun automatisering. Over een paar jaar zal TCA weinig anders zijn dan Uber vandaag.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags EU richtlijn platformeconomie, Uber, Webmodule | Laat een reactie achter
10 puntenplan plus nog veel meer suggesties om tekort op arbeidsmarkt op te lossen Geplaatst 13 september 2021 door Joke Twigt Het CBS presenteerde in augustus cijfers over de eerste twee kwartalen van 2021. Deze laten een duidelijk herstel zien van de economie, met positieve gevolgen voor de arbeidsmarkt. De werkloosheid is slechts 3,3 procent en voor het eerst in vijftig jaar is het aantal vacatures hoger dan het aantal werklozen (bron CBS, zie samenvatting). Schaarste neemt toe, niet eerder was de spanning op de arbeidsmarkt zo hoog. Ton Wilthagen, Professor of Institutional and Legal Aspects of the Labour Market aan de universiteit van Tilburg, stelde op LinkedIn een top tien aan acties voor om de lopende arbeidstekorten op te lossen (zie kader). Op zijn vraag of iemand nog meer suggesties had, buitelden de ideeën over elkaar heen. De ruim zestig reacties vertonen een aantal overeenkomsten. Allereerst kwamen de reacties overwegend van adviseurs, coaches, opleiders en gedragswetenschappers. “Waar blijven de werkgevers?”, merkte een attente lezer op, “zij creëren immers de banen”. Tien ideeen van Ton Wilthagen Onbenut arbeidspotentieel Er is veel meer onbenut arbeidspotentieel, dan nu zichtbaar is, is de heersende overtuiging. Opvallend vaak pleiten de LinkedIn-reacties voor meer kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, jongvolwassenen, gepensioneerden, mensen met een beperking en vluchtelingen/statushouders. Voor die laatste groep zouden de vaardigheden en kennis die zij in hun thuisland hebben opgedaan, ruimhartiger erkend moeten worden, om vervolgens zo nodig werk te maken van om- en bijscholing. Ruimer leer-/werktraject De genoemde groepen zouden niet alleen geholpen zijn door om- en bijscholing, maar ook door hen gemotiveerd te maken voor werk dat zij nog niet kennen. Dus een ruimer leer-/werktraject bieden waarvan inzicht in talenten deel uitmaakt. Wellicht wordt de angst voor het wisselen van baan, die de oudere werknemer vaak toont, dan ook kleiner. De kandidaat kan zien wat het werk inhoudt en welke vaardigheden dit vraagt. Een passende omscholing om de ontbrekende vaardigheden te verwerven, is vervolgens effectiever dan een collectief algemeen omscholingstraject. ‘Meester-gezel’-methode Dat het huidig onderwijssysteem daarvoor nog niet is toegerust, is overigens ook de conclusie in veel reacties. Nieuwe leeromgevingen en leervormen vragen dan wel een investering, maar geven op de lange termijn veel meer resultaat. De ‘meester-gezel’-methode is beproefd en wordt van harte aanbevolen: mensen dragen op de werkvloer het werk geleidelijk over aan nieuwe medewerkers, eventueel gekoppeld aan een opleidingstraject. Bijkomend voordeel is dat ouderen op deze manier steeds minder kunnen gaan werken en de gezel steeds meer. Win-win. Minder focus op diploma Meer competentiegericht gaan werven betekent minder focus leggen op het bezitten van een diploma. Uit de reacties blijkt twijfel over de bereidheid van organisaties om deze omslag in denken toe te passen. Verondersteld wordt dat dit mede komt door softwarematige recruitment. Dus teruggaan naar ‘menselijk recruitment’ zoals een van de lezers suggereert, kan de mismatch tussen vacature en werkzoekende verkleinen. Bijvoorbeeld door ontmoetingsplekken te creëren waar men kan netwerken en meer tijd en ruimte te nemen voor de werving. En vooral verder kijken, namelijk naar de medewerker die je nodig hebt in plaats van naar die precies past op de vacaturebeschrijving. Het vergt wel moed om de regels te laten voor wat ze zijn. Zeker als een organisatie zover gaat en de 9-5 mentaliteit, parttime werken of de invoering van een 4-daagse werkweek ter discussie stelt. Open hiring Voor de werkgever die inderdaad verder durft te gaan, is open hiring een grensverleggend concept. Ontwikkeld door Greyston in de Verenigde Staten en op de Nederlandse arbeidsmarkt gelanceerd door maatschappelijk ontwikkelaar Startfoundation, wint dit concept langzaamaan terrein. Bij open hiring melden mensen die een baan willen zich rechtstreeks aan voor een vacature. Ze hoeven geen sollicitatiegesprek te voeren. Iedereen is welkom, opleiding, ervaring en arbeidsverleden tellen niet mee. De enige eis is dat je denkt het werk aan te kunnen. Een onconventionele weg voor mensen die anders minder kans maken op een baan. Antwoord op de arbeidsmarkttekorten? Volgens lezers in ieder geval voor de functies waarvoor veel schaarste is, want het is menig keer genoemd. Concluderend is er genoeg creativiteit om vacatures ingevuld te krijgen. Als organisaties, maar ook mensen zelf, buiten gebaande paden durven treden. Het lastigste is misschien wel hoe we dit gaan bereiken: die eerste stap zetten, gedrag veranderen en bureaucratie uitbannen. Het is niet makkelijk, maar kan wel. Wie durft? Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt, vacatures | 2s Reacties
Zzp’ers flink minder last van burn-out dan werknemers Geplaatst 10 september 2021 door ZiPredactie In de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2021 meldt 9 procent van de zzp’ers last te hebben van burn-outklachten. Zij voelen zich enkele keren of vaker per maand psychisch vermoeid door het werk. Dit percentage is sinds 2017 redelijk stabiel gebleven, meldt het rapport. Alleen in 2015 was het percentage zzp’ers dat last had van burn-outklachten nog 2 procentpunt lager. Werknemers blijken hier gemiddeld meer last van te hebben. Eind 2020 stond de teller bij de werknemers op 16 procent. Dat blijkt dan weer uit de Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2020. Wel is de trend hier licht dalend ten opzichte van 2019 en 2018. Toen lag het aandeel nog op 17%. Bron: NEA/ZEA van TNO/CBS, bewerking ZiPconomy Meer burn-out bij zzp’ers in zorg en jongere zzpérs Het aandeel ondernemers met burn-outklachten is het grootst in de zorgsector (14 procent) en het laagst in de landbouw (6 procent) en de handel (7 procent). Daarnaast ervaren zzp’ers tot 35 jaar vaker burn-outklachten dan ouderen boven de 55 jaar (14 procent ten opzichte 6 procent). Hoogstwaarschijnlijk speelt het fenomeen ‘high-strain job’ hierbij een belangrijke rol. Bij dit type banen gaat lage autonomie gepaard met hoge kwalitatieve taakeisen en werkdruk. Dat is een belangrijke risicofactor voor burn-outklachten. Met dit type banen heeft 5 procent van de zzp’ers te maken, volgens ZEA. Ook dit aandeel is over de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven. Lage autonomie en hoge werkdruk High-strain jobs komen het vaakst voor in de zorg (8%) en de recreatie (6%) en het minst in de zakelijke dienstverlening (3%). Ze komen ook relatief vaak voor bij zzp’ers onder de 36 jaar (10%). Zzp’ers in de categorie 15 tot 35 jaar ervaren minder vaak een hoge autonomie (78%) dan overige leeftijdsgroepen en rapporteren ook vaker hoge taakeisen (35%). Het tegenovergestelde geldt voor de 55-plussers. Deze groep ervaart juist vaker hoge autonomie (91%) en minder vaak hoge taakeisen (21%). Deze leeftijdscategorie heeft dan ook minder vaak een high-strain job (3%). Bij de werknemers ligt het percentage high-strain jobs aanzienlijk hoger. In 2020 was dit volgens de NEA 15% en rapporteerde 34% van de werknemers hoge taakeisen en 41% lage autonomie. In 2019 was dit respectievelijk 38% en 43%. Het aandeel high-strain jobs nam af van 18% in 2019 naar 15% in 2020. Werk-privé disbalans Een andere risicofactor voor psychosociale klachten is een verstoorde werk-privébalans. Het aantal ondernemers dat deze disbalans ervaart, is over de afgelopen jaren licht afgenomen van 12 procent in 2015 naar 10 procent in 2021. Ook hier ervaren de jongere zzp’ers het meeste disbalans. Bij 15- tot 35-jarige ondernemers geldt dat voor 13 procent, bij de categorie 35 tot 54 jaar voor 11 procent. Bij de 55-plussers signaleert slechts 6 procent die disbalans. Lees ook: Stress is onderschat probleem onder zelfstandigen Werknemers zijn gemiddeld iets tevredener over hun werk-privébalans. In 2020 gaf 8% van de werknemers aan een werk-privé disbalans te ervaren. Dit is minder dan in voorgaande jaren, toen dit aandeel rond de 10% lag. Bron: TNO ZEA 2021 Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags burn out, Zelfstandigen Enquête Arbeid | Laat een reactie achter
Werk- en opdrachtgever moeten aan de slag, want werkenden maken zich op voor het grote afscheid Geplaatst 9 september 2021 door Claartje Vogel Bereid je voor op ‘The Great Resignation’ (vrij vertaald: de grote uittrede), waarschuwt het Amerikaanse zakenmagazine Forbes. Tijdens de onzekere coronaperiode durfden werkenden hun baan niet op te zeggen, maar nu de economie aantrekt zijn ze massaal klaar om ontslag te nemen. Werken op afstand bevalt veel mensen wel. Ze willen niet meer verplicht van 9 tot 5 op kantoor zitten, dus gaan ze op zoek naar werkgevers die aan die wens tegemoet komen. Forbes voorspelt bovendien een toename van het aantal freelancers. Is dit ook in Nederland zo en hoe kun je je voorbereiden als werkgever? En hoe zit dat met zzp’ers? Gaan ook zij massaal op zoek naar nieuwe opdrachtgevers? Structurele mismatch Uit onderzoek van ABN AMRO bleek laatst al dat de mismatch op de Nederlandse arbeidsmarkt op recordniveau staat. Zo’n 16,5 procent van de vacatures is onvervulbaar, becijferde de bank. Volgens bedrijfskundig en economisch historicus Han Mesters van ABN AMRO is de situatie in de Verenigde Staten inderdaad vergelijkbaar met Nederland. “In de hele westerse wereld is structureel schaarste aan werknemers”, vertelt Mesters. “De ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen zijn niet nieuw. Jongeren willen niet meer hun hele leven overwerken voor dezelfde baas. Ze willen liever een goede werk-privébalans en aan de slag voor organisaties waar ze trots op zijn. Je lokt ze niet meer met klassieke traineeships, bekende merknamen of de kans om partner te worden.” Oplossingen voor werkgevers De schaarste aan personeel oplossen is lastig. “Sommige bedrijven vinden onze jongeren maar verwend. Zij zoeken hoogopgeleid personeel in Azië of China, waar de arbeidsethos nog lijkt op die van de oudere generatie”, vertelt Mesters. “Andere oplossingen zijn mensen langer laten doorwerken, omscholen of meer technologie inzetten. Helaas zijn die oplossingen op lange termijn niet genoeg.” De tekorten blijven groeien. Generatie Alfa stelt nog hogere eisen De tekorten blijven groeien, denkt hij. “Generatie Alfa stelt nog hogere eisen”, zegt hij. “Ik adviseer organisaties om het werk aantrekkelijker te maken. Als je geen ruimte biedt voor een goede werk-privébalans en geen maatschappelijke impact maakt, verlies je alles.” ‘Bult in de slang’ Als het probleem al langer speelt, kun je dan spreken van een ‘grote uittrede’ na de coronacrisis? Mesters: “Een grote golf verwacht ik niet, maar ik hoor wel dat er een bult in de slang zit. Er is een groep mensen die al langer weg wil, maar niet durfde in de onzekere periode.” Dat blijkt ook uit een enquête van het Nederlandse HR-softwarebedrijf Personio onder 1000 werknemers. Zo’n 46% van de werknemers is van plan binnen een jaar van baan te veranderen. Zij willen vooral meer waardering, betere ondersteuning en minder digitale tools. Maar: deze enquête werd uitgevoerd in maart en tot op heden lijken de werknemers hun intentie niet waar te maken. Momenteel is het aantal baanwisselaars met 17% erg laag, blijkt uit cijfers van data- en technologie bedrijf Intelligence Group. Nog nooit waren er zo weinig mensen actief op zoek naar een baan als op dit moment “Er is minder arbeidsmarktactiviteit en -mobiliteit dan ooit te voren op de arbeidsmarkt”, zegt directeur Geert-Jan Waasdorp. “De krapte wordt dan ook grotendeels bepaald door gebrek aan aanbod. Mijn vermoeden was dat na de vakantie dit aanbod weer zou groeien, maar ik twijfel momenteel.” The Great Inactivity bij de rationele Nederlander Volgens Waasdorp is er nog veel onzekerheid op de markt en gebrek aan vertrouwen in de politiek. “Great resignation, een mooie term. Maar in Nederland hebben we op dit moment eerder last van The Great Inactivity”, zegt hij. “Nog nooit waren er zo weinig mensen actief op zoek naar een baan als op dit moment. Het percentage is gedaald van ruim 16% in 2015 naar 11%. Dat scheelt miljoenen sollicitaties per maand.” Als je twee jonge kinderen en een forse hypotheek hebt, dan kies je niet voor onzekerheid Ook als de onzekere periode afloopt, blijft het maar de vraag of Nederlanders massaal hun baan opzeggen. “Dat hangt af van hun persoonlijke situatie”, zegt Mesters. “Nederlanders blijven rationeel. Als je twee jonge kinderen en een forse hypotheek hebt, dan kies je niet voor onzekerheid. Maar als je jong bent of juist wat ouder en al flink hebt gespaard, dan kun je misschien wel het roer omgooien. Stoppen bij die grote organisatie met goede arbeidsvoorwaarden en je passie volgen als zzp’er.” Gewilde zzp’er zoekt impresario De twee experts verwachten geen extra toename van het aantal zzp’ers in Nederland. Maar hoe zit het eigenlijk met de huidige zzp’ers? Zijn zij ook van plan om het anders te doen na de crisis? Tijdens de crisis moesten sommige professionals genoegen nemen met lagere tarieven en langere betalingstermijnen. “Wat geldt voor werkgevers en werknemers, geldt ook voor flex en opdrachtgevers”, denkt Waasdorp. “Flex is schaars en flex stelt eisen.” Dat beaamt Mesters. “Ook in de zzp-wereld is een slag om talent aan de gang, bijvoorbeeld in de IT. Professionals die de opdrachten voor het uitkiezen hebben, willen liever met een soort impresario werken dan met een standaard intermediair. Iemand die transparant is over de fee en die kan helpen met persoonlijke ontwikkeling. Brokers die die rol kunnen oppakken, hebben een streepje voor.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags ABN AMRO, Corona, Intelligence Group, onderzoek, trends | Laat een reactie achter
Wie mag er eigenlijk namens de zzp’ers in de SER zitten? Geplaatst 8 september 2021 door Hugo-Jan Ruts De zelfstandigen moeten een “eigenstandige positie in de SER” krijgen. Dat zinnetje stond vorige week te lezen in het praatstuk dat VVD en D66 deze zomer hebben opgesteld om de formatie aan te zwengelen. Een poging die mislukt is, wat ook gelijk de status van dat stuk ongewis maakt. Toch is dat zinnetje actueler dan het lijkt. Ook zonder regeerakkoord. Deze zomer vroeg minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de SER namelijk om te bekijken of er aanleiding is om de samenstelling van de SER aan te passen. Zijn verzoek was om hierover vóór 1 januari 2022 een advies uit te brengen. Het woord zelfstandigen staat overigens niet in dat verzoek. Betere plek in de polder Dat verzoek kan niet los gezien worden van de wens van de Tweede Kamer om zelfstandigen een betere plek in de polder te geven. Judith Tielen (VVD), ondersteund door het CDA en D66, vroeg in een motie “om in overleg met de sociale partners ervoor te zorgen dat zelfstandigen een eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie in kunnen nemen in de polder.” De motie kreeg brede steun in de Kamer. Alleen de PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren stemden tegen deze motie. In de Staatscourant roept de SER alvast organisaties op om zich te melden indien ze vinden dat ze een plekje aan de SER-tafel verdienen. Zzp-organisaties lopen zich alvast warm om zo’n stoel te claimen. Positie zelfstandigen in de SER Maar hier zitten nog wel een paar interessante haken en ogen aan. Om te beginnen zitten er in de SER al jaren vertegenwoordigers van zelfstandigen. Zowel de werkgevers als de vakbonden hebben al in 2010 al ieder een plekje ingeruimd voor een zzp-vertegenwoordiger. De voorzitter van PZO, Roderick Pape, voorzitter van PZO en Irene van Hest – sectorhoofd FNV Zelfstandigen – zijn op dit moment lid van de SER. Sinds kort zijn deze geüpgraded van plaatsvervangend lid, naar volwaardig lid. Dat doen ze dan wel nadrukkelijk als onderdeel van respectievelijk de werkgevers- en werknemersdelegatie. Die twee delegaties zitten in de vergaderzaal ook tegenover elkaar. Met de onafhankelijke kroonleden er tussen in. De Kamermotie heeft het dan weer over een ‘eigenstandige’ positie. Dus niet als onderdeel van het werkgevers- of werknemerskamp. Al was het maar omdat de mening van de huidige vertegenwoordigers nogal eens ondergeschikt bleek aan het belang van de werkgevers-werknemers-tegenstellingen. Wellicht moet de SER-zaal zo ingericht worden dat er voortaan niet in een carré maar in een vijfhoek vergaderd wordt. Wie vertegenwoordigt de zelfstandigen? Relevanter is de vraag wie nu de meest legitieme vertegenwoordiger van de zelfstandigen is. De organisatiegraad onder zelfstandigen is heel laag. Daarbij is het pallet aan belangenbehartigers flink versnipperd. Met VZN is getracht een overkoepelende vertegenwoordiging op te zetten, maar een aantal belangrijke spelers waaronder de genoemde PZO en FNV Zelfstandigen, maar ook de Werkvereniging – zitten daar weer net niet bij. Wellicht hebben we wat aan het Britse voorbeeld. IPSE, een grote belangenorganisatie van zelfstandigen, organiseert eens in de zoveel jaar een uitgebreide verkiezing voor hun voorzitter. Inclusief een campagnestrijd. Lees ook : Welke belangenbehartigers komen op voor zzp’ers? Een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ser | 6s Reacties