Maandelijkse archieven: augustus 2021

‘Een reorganisatie lost niks op’

Eerst maar eens die factor mens, want die intrigeerde mij het meest. Boeken over reorganiseren zijn er genoeg, schrijft Heddema in zijn voorwoord, maar ‘een allesomvattend boek waarin niet alleen de juridische kant wordt belicht, dat was er nog niet. Een boek dat vooral ook aandacht schenkt aan de menselijke kant.’ Vanwaar die fascinatie? Opmerkelijk genoeg blijkt Heddema geen HR-man van origine. ‘In mijn tijd was er nog geen universitaire studie personeelsmanagement,’ legt hij uit. ‘Ik ben begonnen met sociologie en antropologie, heb economie als bijvak gedaan en ben uiteindelijk afgestudeerd op een praktijkonderzoek naar de kwaliteit van jaarverslaggeving in Nederland en de werking van de wet op de ondernemingsraden in de praktijk. Na mijn studie ben ik me gaan bezighouden met advies en training van ondernemingsraden, met name op het gebied van adviesrecht en instemmingsrecht, reorganisaties en het lezen van financiële jaarstukken. Vandaaruit was het uiteindelijk maar een kleine stap naar het organisatieadvieswerk. Dat begon met wat kleinere opdrachten, maar op een dag werd ik gevraagd door een bank, eerst om een reorganisatie door te voeren en vervolgens de HR-functie verder uit te bouwen. Mijn eerste grote klus. Ik heb het HR-vak dus werkende weg geleerd.’

Reorganiseren is lijden

Zo kwam ook de mens-als-lijdend-voorwerp op zijn pad. Als organisatieadviseur werd Heddema geconfronteerd met de impact die organisatieverandering heeft op de mensen die ermee te maken krijgen. ‘Ik was op een gegeven ogenblik ingehuurd om een nieuw kredietinformatiesysteem in te voeren. Het was werkelijk een perfect systeem. In technische zin, maar ook nog eens heel gebruiksvriendelijk en ik dacht: hoe kan iemand hier nou tegen zijn! Desondanks waren de mensen die ik bij de implementatie nodig had, dat wel degelijk. Ze zagen mij als de boodschapper  van het kwaad en projecteerden hun verdriet en agressie rechtstreeks op mij. Dat was een belangrijk leermoment. Op de universiteit had ik weliswaar allerlei theorieën over verandermanagement geleerd, maar over ongemak, woede en frustratie hadden we het niet gehad, terwijl ik daar toen wel op een bijzonder onaangename manier mee te maken kreeg. Die ervaring heeft mij geleerd dat je zo’n proces ook van de andere kant moet bekijken. Niet alleen vanuit de techniek dus. Ik ben toen van de kansel gekomen en letterlijk aan de kant van die mensen gaan zitten.’ Dat gebeurde overigens niet altijd vrijwillig. Heddema vertelt dat hij ook zelf ervaren heeft hoe het voelt boventallig te worden en ‘buiten’ gezet te worden. ’Dat was een louterende ervaring, dat kan ik je wel vertellen. Je aanmelden bij het UWV, aan een sollicitatietraining meedoen, een cv schrijven, een motivatiebrief, afgewezen worden. Vandaar die sterke nadruk op de menskant van reorganiseren in mijn boek.’

Communicatie

Hij leerde ook hoe groot het belang van adequate communicatie is. Toegegeven, dat lijkt misschien een open deur – in welk boek wordt daar niet op gewezen – maar in de praktijk is communicatie nog steeds vaak een ondergeschoven kindje, terwijl je op je vingers kunt natellen dat de aankondiging van een reorganisatie allerlei gevoelens van onzekerheid losmaakt. ‘Als je gaat reorganiseren, moet je eerst uitleggen waar dat voor nodig is, hoe en wanneer wat gebeurt, en wat dat voor iedere medewerker betekent.’ Waarom wordt dat dan in de praktijk zo vaak vergeten? ‘Dat heeft ermee te maken dat reorganiseren zo’n technisch proces is, waarin veel onderwerpen aandacht vragen. Bovendien zijn bij een reorganisatie doorgaans veel partijen betrokken en door dit alles komt de meeste nadruk vanzelf op procesmanagement te liggen. Het moet bij een reorganisatie gaan over inhoud, proces, én relatie, maar de relatie komt er vaak bekaaid van af.’ Het is echter niet alleen de aard van een reorganisatieproces die zorgt voor falende communicatie. Dat doet ook het feit dat er vaak niet goed wordt nagedacht over de vraag waarop de reorganisatie betrekking heeft. Heddema: ‘Er wordt al snel gezegd: we moeten bezuinigen, zonder dat uitgelegd wordt waarom dat zou moeten en hoe de wereld eruit ziet als er bezuinigd ís. Wie daar beter van wordt.’

Arm geformuleerd

Dat roept de vraag op wanneer een reorganisatie eigenlijk geslaagd is. In zijn boek schrijft Heddema dat daarvoor het gestelde doel bereikt moet zijn, maar als dat doel nogal onduidelijk is, is het antwoord daarop ook precies zo onduidelijk. Dus: wanneer is een reorganisatie geslaagd? ‘Dat is precies de kernvraag en die is lastig te beantwoorden. Bij reorganisatiedoelen moet je onderscheid maken tussen rijk en arm geformuleerd. Als je een besparing van 25 procent nastreeft, in euro’s of in mensuren, heb je je doel arm geformuleerd. In technische zin kun je zo’n doel nog wel halen, maar de vraag is dan wel hoe groot de flankschade is. Ik heb ooit een evaluatie uitgevoerd van een reorganisatie bij ABN AMRO. Daar was het doel inderdaad: 25 procent van alle medewerkers eruit. Nou, dat lukte en ook nog binnen de tijd die voor die reorganisatie was uitgetrokken. Bovendien ging het aandeel in waarde omhoog, wat men intern erg belangrijk vond. Mission accomplished, zou je zeggen. Maar uiteindelijk heeft die reorganisatie meer gekost dan ze opleverde omdat de reputatieschade enorm was. Bovendien bleek het medewerkersbestand  verarmd. De diversiteit was disproportioneel afgenomen. Daar hebben ze bij ABN AMRO nog jaren last van gehad.’

Selectieve blindheid

Het klinkt alsof zelfs reorganisatiedocent Rein Heddema – hij geeft twee keer per jaar cursus over dit onderwerp – het eens is met een scepticus als Joop Swieringa, die in zijn boek In plaats van reorganiseren (uit 2009) schrijft dat reorganiseren niet helpt omdat de oude opvattingen in een organisatie nog steeds opgeld doen. Met andere woorden: er is na de reorganisatie geen nieuwe organisatie ontstaan; hooguit wordt er wat efficiënter gewerkt. Heddema is het daar helemaal mee eens en gaat nog een stapje verder. ‘Je zou zelfs kunnen betwijfelen dat er efficiënter wordt gewerkt. Mijn stelling luidt: een reorganisatie lost eigenlijk niks op. Een reorganisatie is bijna altijd een soort laatste redmiddel. Men heeft te laat in de gaten gehad dat de markt aan het veranderen was, dat concurrenten zich anders gingen manifesteren of dat wet- en regelgeving veranderde. Dan ben je bijna altijd te laat.’ Ik opper dat dat komt door wat ze in de complexiteitstheorie inattentional blindness noemen: dat we van wat we kunnen waarnemen, alleen datgene waarnemen waaraan we aandacht besteden. Heddema formuleert het liever wat simpeler: ‘Veel bestuurders doen niet of onvoldoende waarvoor zij zijn aangenomen. Dat is onder meer het waarborgen van de continuïteit van de organisatie.  Maar in plaats van daartoe naar de externe omstandigheden te kijken, richten zij zich op de beheersing van de interne organisatie. Ik zit momenteel hoofdzakelijk in het toezicht van niet-commerciële organisaties en daar zie je dat ook. Kennelijk vinden we wat dichtbij is en wat onder ons is, gemakkelijker om mee om te gaan dan iets wat zich nog moet manifesteren in de toekomst.’

Echte kosten onbekend

Zijn de gevolgen van al die mislukte reorganisaties eigenlijk in cijfers uit te drukken? ‘Ik wou dat het waar was,’ antwoordt Heddema. ‘Maar vrijwel geen enkele reorganisatie is goed gebudgetteerd. Er wordt een indicatie gemaakt van vergoedingssommen, transitievergoedingen bijvoorbeeld, omdat dat nu eenmaal moet. Maar een goede berekening van hoe veel een reorganisatie gaat kosten, is er niet omdat er geen integrale benadering is. Dus ontbreekt ook een integraal kostenplaatje. Maar als je kijkt naar de voorbeelden die ik in mijn boek noem, van de Belastingdienst voor de toeslagenaffaire, de Nationale Politie… die zijn gewoon honderden miljoenen duurder uitgepakt doordat dingen verkeerd geregeld waren. Als je alle directe en indirecte kosten bij elkaar optelt, krijg je zo’n grote rekensom; daar gaan mensen enorm van terugschrikken.’

Telkens opnieuw en opnieuw

En toch blijven we reorganiseren. ‘Inderdaad, niet omdat we het zo leuk vinden, maar omdat het een middel is waarmee we vertrouwd zijn, een middel ook dat lijkt te suggereren dat we er de problemen mee kunnen oplossen. Uiteindelijk blijkt dat dan toch niet zo te zijn en dan gaan we opnieuw reorganiseren. Je ziet zelfs dat de ene reorganisatie nog niet is afgerond terwijl de volgende al begint.’

We zijn het al snel met elkaar eens: maakbaarheid is een illusie. De toekomst is immers in hoge mate onvoorspelbaar! Waarom heeft hij in zijn boek dan toch een modelaanpak met een stappenplan gepresenteerd? Dat lijkt me in dit licht haast een professionele doodzonde. ‘Ik heb daar ook behoorlijk over getwijfeld,’ bekent Heddema, ‘maar enige druk van mijn uitgever, mijn tegenlezers en, niet te vergeten, mijn cursisten hebben mij op andere gedachten gebracht. Vooral die laatste groep vraagt letterlijk om concrete handreikingen. Die bedien ik niet door stoer te roepen dat alles maatwerk is. Daarom staat het boek vol met schema’s, to-do lijstjes en natuurlijk dat stappenplan. Door de vele contacten was ik er uiteindelijk ook wel van overtuigd dat dit het zou moeten zijn: een opzoekboek waarvan je de hoofdstukken los van elkaar kunt lezen, afhankelijk van het onderwerp waarin je met name geïnteresseerd bent.’

Maar de auteur hoopt in elk geval dat mensen de eerste twee hoofdstukken lezen. ‘Die zijn namelijk meer beschouwend van aard en geven aardig weer waar het om gaat: als je toch kiest voor reorganiseren, doe het dan verstandig en doe het altijd met respect voor de mens die uiteindelijk met de gevolgen te maken krijgt en die in eerste instantie negatieve gevoelens heeft. Ik hoop daar met dit boek een bijdrage aan te leveren door alle mogelijke valkuilen te beschrijven, voorbeelden te geven en handvatten aan te reiken. In de hoop dat je dan zo min mogelijk hoeft te reorganiseren.’

Dit artikel verscheen eerder op managementboek.nl

‘Reorganiseren kun je leren’ is hier te bestellen.

Geplaatst in Organisatiemodellen | Tags , | Laat een reactie achter

Zzp’er wordt de dupe van het verdwijnen van de ‘tijdelijke lijfrente’, vrezen verzekeraars

Pensioenaanbieders, het Verbond van Verzekeraars, financieel adviseurs en de Consumentenbond hebben forse kritiek op het verdwijnen van de ‘tijdelijke lijfrente’, meldt het Financieel Dagblad dinsdag. Veel zzp’ers bouwen pensioen op via lijfrente en de helft van hen laat die rente binnen vijf jaar na zijn AOW-leeftijd uitkeren, vertellen de experts aan het FD.

Waarom tijdelijke lijfrente?

Volgens pensioenbank Brand New Day bouwen ondernemers gemiddeld €50.000 op aan lijfrente. Wie dat uitsmeert over vijf jaar krijgt maandelijks €850, terwijl een levenslange uitkering slechts €150 per maand betekent. Bovendien geven gepensioneerden het geld liever uit als ze nog relatief jong zijn, bijvoorbeeld aan hun hypotheek of een reis.

Dat kan straks waarschijnlijk niet meer. In het pensioenakkoord is namelijk afgesproken dat voor alle werkenden die pensioen opbouwen dezelfde fiscale regels moeten gelden.

Gelijke fiscale regels voor alle werkenden

Wie nu spaart via zijn werkgever, mag zijn pensioen enkel levenslang laten uitkeren. Zelfs als hij dan maar een heel klein bedrag per maand ontvangt. Deze regel gaat ook gelden voor mensen met pensioen in de vorm van een lijfrente. Lijfrente uitkeren kan in de toekomst alleen levenslang of minimaal 20 jaar.

Lijfrentespaarders krijgen daar een zogenoemde ‘hoog-laagconstructie’ voor terug. Dat betekent dat de uitkering de eerste jaren hoger is en jaarlijks daalt. Ook krijgen ondernemers die sparen via een lijfrente evenveel ruimte om belastingvrij premie te storten als deelnemers van een pensioenregeling van een werkgever: maximaal 30% van hun bruto inkomen, in plaats van de huidige 13%.

Volgens de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2021 van CBS/TNO maakt 22% van de ‘zzp’ers eigen arbeid’ gebruik van een dergelijke regeling als onderdeel van zijn pensioenplan.

17 procent zegt dus (nog) niets aan pensionopbouw te doen. In 2017 was dat nog 27%. De helft van deze groep geeft aan daar geen geld voor te hebben. 30% is er ‘nog niet aan toegekomen’, 20% vindt het pensioen nog ‘ver weg’.

Wetsvoorstel verwacht

Deze nieuwe regels omtrent de lijfrente komen waarschijnlijk in het wetsvoorstel dat hoort bij de uitvoering van het pensioenakkoord. De nieuwe wet moet in 2023 ingaan.

Naar verwachting stuurt minister Wouter Koolmees het wetsvoorstel binnen een paar maanden naar de Tweede Kamer. Of en hoe de nieuwe regels rondom lijfrente sparen erin staan, is nog niet duidelijk. Het wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de toezichthouders.

Verzekeraars vrezen dat de nieuwe belastingvoordelen niet opwegen tegen het nadeel van het afschaffen van de tijdelijke lijfrente. Als het kabinet de tijdelijke lijfrente inderdaad afschaft, vrezen verzekeraars juist dat de vraag naar lijfrentes afneemt. Volgens het Verbond van Verzekeraars staat dit haaks op de wens van de politiek om zzp’ers meer pensioen te laten opbouwen.

Volgens de verzekeraars zijn de plannen slecht nieuws voor ‘honderdduizenden Nederlanders, vaak zzp’ers en ondernemers’.

Onderzoekers: hoog-laagconstructie is prima vervanging

Niet iedereen is tegen de afschaffing van de tijdelijke lijfrente. Hoogleraar Herman Kappelle en fiscalist Bas Dieleman deden onderzoek naar zelfstandigen en pensioenopbouw. In een artikel in het weekblad Fiscaal Recht concluderen zij dat 9,6% van de zelfstandigen pensioen opbouwt in een lijfrente, oftewel ‘derde pijler’. Dit is een lager percentage dan blijkt uit de ZEA, omdat Kappelle en Dieleman zowel zzp’ers eigen arbeid ondervroegen als zzp’ers die producten verkopen.

Meer dan de helft van deze groep heeft naar eigen zeggen niet genoeg geld om op deze manier te sparen. Een derde ‘is er nog niet aan toegekomen’, schrijven de onderzoekers.

Kappelle en Dieleman denken dat de laatste groep meer zal sparen als het kabinet de regels eenvoudiger maakt. Zij denken ook dat de hoog-laagconstructie een prima vervanging is van de tijdelijke lijfrente. “Bijkomend voordeel is dat de hoog-laagconstructie ook toepasbaar is in de periode vóór de AOW-gerechtigde leeftijd. […] Dit is aantrekkelijk voor mensen die eerder willen stoppen met werken.”

 

Lees hier: Schaf niet de tijdelijke lijfrente af, maar voer tijdelijk pensioen in

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 2s Reacties

15 hulpvragen voor een betere selectie van interim professionals

De inhuur van professionals gebeurt bij veel organisaties nog op traditionele wijze aan de hand van een functie- en competentieprofiel. HR toetst of de professional eerder vrijwel gelijksoortige functies heeft uitgeoefend en zich daarin heeft bewezen. Zo nee, dan volgt een bedankje. Zo ja, dan volgt een gesprek. In dat gesprek ligt de focus van HR veelal op de ervaring en performance van de professional in het verleden. Scoor je op (vrijwel) alle punten uit het functie- en competentieprofiel, dan volgt inhuur en anders niet.

Een andere manier van denken

HR doet met de traditionele aanpak de organisatie vaak tekort. Om stappen te kunnen zetten, hebben organisaties meestal juist iets anders nodig in plaats van meer van hetzelfde. Dat begint met het zoeken naar professionals buiten de kaders van een functie- en competentieprofiel. Bij de inhuur mag HR dan ook meer op zoek gaan naar professionals die de talenten en skills hebben om de organisatie succesvol vooruit te helpen en verder te brengen. Dat betekent talentscouting: het opsporen van professionals met talenten die het verschil kunnen maken, binnen de specifieke context van de organisatie.

Het doorgronden van talent

Dit vraagt dat HR de kunst van talentidentificatie verstaat: het inschatten van unieke talenten en skills van professionals en de mogelijkheden die ze bieden voor de organisatie gezien de specifieke context. De match tussen de professional als persoon en de organisatieomgeving vormt dan de basis voor de inhuur. Om een inschatting te maken van de toegevoegde waarde van een bepaalde professional, is het nodig dat HR de talenten, skills, motivatie en basishouding van de professional weet te doorgronden en kan doorzien hoe dat uitpakt in de specifieke context van de organisatie.

Om de toegevoegde waarde van professionals voor de organisatie te doorgronden in het kader van inhuur, volgen hieronder een aantal hulpvragen voor HR.

Met deze hulpvragen kan HR professionals inhuren die vanuit intrinsieke motivatie talenten en skills inbrengen die de organisatie vooruit helpen. Deze liggen meestal niet besloten in een traditioneel functie- en competentieprofiel. Ook vormen ervaring en resultaten bij andere organisaties geen garantie. HR zou professionals op basis van hun talenten en skills moeten matchen met de opgave die voorligt, rekening houdend met patronen en dynamieken die specifiek binnen de organisatie aan de orde zijn. Organisaties verbeteren en vernieuwen zich namelijk juist door bewust te kiezen voor professionals die iets anders inbrengen, in plaats van meer van hetzelfde.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

PRO Unlimited neemt nu ook VMS leverancier Workforce Logiq over

De Amerikaanse MSP dienstverlener PRO Unlimited heeft een nieuwe overname aangekondigd: Workforce Logiq, vooral bekend als VMS leverancier. Eerder dit jaar nam PRO Unlimited het Nederlandse Brainnet over, als opstap voor flinke groeiambities in Europa (zie hier). Workforce Logiq, ooit opgericht onder de naam ZeroChaos, ook van Amerikaanse origine, is al actief in Europa. Het bedrijf heeft met name een stevige positie in Scandinavië. Pogingen om in Nederland voet aan de grond te krijgen (zie hier) zijn vooralsnog niet echt gelukt.

PRO Unlimited is een neutrale MSP, dus zonder eigen mensen te bemiddelen, en heeft ook een eigen VMS (vendor management systeem) ontwikkeld. Het bedrijf is in ruim honderd landen actief vanuit 11 kantoren. Bij de wereldwijde MPS-dienstverlener werken ruim 1.400 medewerkers, er zijn 11 kantoren wereldwijd en het bedrijf beheert $ 9 miljard aan omzet (‘inhuur spend’).

Workforce Logiq is juist gestart als VMS en biedt momenteel ook MSP en RPO (outsourings recruitment) diensten aan. Beide organisaties stellen voorop te lopen op het terrein van data en AI.

“Het onderbrengen van Workforce Logiq in de PRO Unlimited familie stelt ons in staat om een grotere impact te hebben. We voegen twee bedrijven samen met een gelijke visie en strategie en eenzelfde platformbenadering voor het management van het inhuren van extern talent” zegt Kevin Akeroyd, CEO van PRO Unlimited. Integratie van de software en diensten – en zo een meer integrale aanpak vanuit een systeem – kan volgens Akeroyd zorgen voor meer efficiëntie.

De overname zal – na goedkeuring van mededingingsautoriteiten – later dit jaar definitief plaatsvinden.

  • Zie voor een volledig overzicht van VMS en MSP dienstverleners actief in Nederland, deze selectie uit de ZiParena.
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Martin Visser: “De arbeidsmarkt is veel gevarieerder dan de polder. Als je daar geen oplossing voor vindt, wordt het probleem steeds pregnanter”

In een recente podcast over het Flexakkoord van de SER ga je in op het probleem dat de partijen die in de polder aan tafel zitten niet meer de hele arbeidsmarkt vertegenwoordigen. De stem van de zzp’er ontbreekt en dat gaat steeds meer knellen. Hoe is dat probleem te tackelen?

Martin Visser: “Dat is best een lastige vraag. Het ligt voor de hand om te zeggen: betrek de zzp-organisaties erbij, maar hoe representatief zijn zij? Die zzp-organisaties staan erg voor vrijheid-blijheid en daarmee vertegenwoordigen ze niet de variëteit aan zzp’ers. FNV en VNO-NCW praten al evenmin namens de zzp’ers. Ze pretenderen wel dat ze ook de zelfstandigen vertegenwoordigen, maar dat is niet zo. FNV Zelfstandigen heeft 15.000 zzp’ers; dat is maar een hele kleine groep op het totale ledenbestand.


Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht.


Jongeren

Als je het hebt over groepen die in de polder niet vertegenwoordigd zijn moet je overigens niet alleen denken aan zzp’ers, maar ook bijvoorbeeld aan jongeren. Voormalig FNV-voorzitter Ron Meyer heeft wel geprobeerd meer jongeren aan te trekken, maar dat is een enorme worsteling.

Feit is dat de arbeidsmarkt veel gevarieerder is dan de polder. Stap 1 om tot een oplossing te komen is om dat probleem te erkennen. Je komt er niet onderuit om de zp’ers en jongeren een veel grotere positie te geven en niet alleen als franje te beschouwen. Als je daar geen oplossing voor vindt wordt het probleem steeds pregnanter.”

De problemen van werkgevers- en werknemersorganisaties om de ‘moderne’ arbeidsmarkt in al haar veelzijdigheid te doorgronden zien we natuurlijk ook in de politiek. Maudie Derks zei in een eerder zomerinterview ‘De politiek kijkt momenteel via de achteruitkijkspiegel naar de arbeidsmarkt’. Wat zou jij de volgende minister aanraden? Hoe kan hij of zij meer grip op die moderne arbeidsmarkt krijgen?

“Er is een heel interessant IBO-rapport verschenen met als boodschap dat we de arbeidsmarkt moeten verdelen in mensen die zelfredzaam zijn en mensen die bescherming nodig hebben. Op dit moment krijgen mensen die de bescherming niet nodig hebben de meeste bescherming en krijgen de kwetsbaarsten de minste bescherming. Het zou mooi zijn om op allerlei terreinen, zoals het arbeidscontract en de ontslagbescherming, steeds meer vanuit dat startpunt te denken: Wie kan zich redden en wie heeft bescherming nodig, geheel los van de vraag welke contractvorm iemand heeft.

Daarmee voorkom je dat je de groep zzp’ers als één geheel ziet en oplossingen aandraagt die bedoeld zijn voor laagbetaalde zelfstandigen, maar waar hoogbetaalde zelfstandigen niks van willen weten. Op basis van dat criterium van zelfredzaamheid zou je ook kunnen zeggen dat de ontslagbescherming bij grote groepen die het prima voor elkaar hebben misschien we een tandje minder zou kunnen, omdat zij er zelf wel uitkomen als ze even geen baan hebben.

Het valt mij op dat in de politiek nauwelijks in die lijn wordt gedacht. Ik zou zeggen: ga op z’n minst onderzoeken wie in welk vakje zit. Laat de contractvorm los, ga kijken waar de kwetsbare mensen zitten en kijk vervolgens wat de ideale voorzieningen zijn.

Laat de contractvorm los, ga kijken waar de kwetsbare mensen zitten en kijk vervolgens wat de ideale voorzieningen zijn

Terugkomend op de vraag hoe de overheid grip kan krijgen op de moderne arbeidsmarkt: De enige echte oplossing zou zijn om het probleem in één keer aan te pakken. Het gaat nu allemaal stukje voor stukje. Koolmees heeft de flexcontracten wat duurder gemaakt, maar dat zijn allemaal gedeeltelijke oplossingen. Het probleem wordt niet integraal aangepakt. Kijk maar naar de reacties op Borstlap: Iedereen omarmt Borstlap, maar iedereen omarmt een andere Borstlap en haalt eruit wat hem of haar goed uitkomt. Ik begrijp die cherry picking wel, maar het werkt uiteindelijk niet. Je ziet de gevolgen: Het regeerakkoord van het vorige kabinet zag er hoopgevend uit, maar het is uiteindelijk maar half af.”

Haat-liefde verhouding

Dat klinkt als een oproep voor meer durf en daadkracht en over de eigen schaduw heenstappen. ‘Wat nodig is, is Lef’ zei minister Fons van der Stee decennia geleden. Is dat ook jouw oproep aan de politiek?

“Ja zeker, maar ik zie ook hoe lastig het is in de huidige politieke situatie, waar je met vier of vijf partijen een kabinet moeten vormen. Nu het in de politiek al jaren zo instabiel is, is het ook niet het moment om de polder op te zeggen. Ik heb ook altijd een beetje een haat-liefde verhouding met de polder gehad. Het gaat om het idee van evolutie, niet om revolutie. Het is een beetje saai, maar je komt er met elkaar wel uit. Alleen vernieuwt de wereld sneller dan we vanuit ons poldermodel kunnen bijbenen.”

Hoe zou een ideale arbeidsmarkt er in termen van vast versus flex uit moeten zien?

“Als je dat criterium van zelfredzaamheid toepast dan zie je de afgelopen jaren steeds duidelijker dat die categorie laagbetaalde zzp’ers gewoon in een dienstverband zitten. De SER heeft dat ook onderkend met het advies om bij de aanpak van schijnzelfstandigheid te focussen op mensen met een uurtarief onder de 35 euro. Maar ook hier geldt: Ik mis de pogingen om echt goed onderzoek te doen. Je hebt bij die groep laagbetaalde zzp’ers zowel jonge studenten die een baantje als fietskoerier hebben als echte kwetsbaren die van flexbaan in flexbaan worden geduwd. Misschien gaat het hier wel om een overzichtelijke groep van enkele honderdduizenden mensen. Maar ik zie geen pogingen om echt goed in kaart te brengen hoe groot die groep nu eigenlijk is en waar die mensen tegenaan lopen. Als je helder hebt om hoeveel mensen het gaat en om wat voor mensen het gaat, kun je ook beter gaan reguleren.

Groeiende onvrede

Die onduidelijkheid zie je ook rondom de impact van corona. Ik ben enorm benieuwd hoe groot die nu precies is. Aan het begin van corona riep iedereen dat alle flexwerkers hun baan kwijtraakten en nu blijkt dat enorm mee te vallen. Ik wil wel eens weten wat er achter die cijfers zit en hoeveel flexmensen genoegen hebben moeten nemen met een veel lager betaalde baan. Ik denk dat het voor de politiek van belang is om dat goed ik kaart te brengen: Waar liggen de problemen, welke groepen hebben te maken met financiële onzekerheid en met arbeidsrechtelijke onzekerheid. Blijft dat echt beperkt tot laagbetaalden of raakt het ook de onderkant van de middenklasse? Dat is voor de politiek ontzettend belangrijk om te weten, want daar ligt ook het verband met de groeiende politieke ontevredenheid van mensen die merken dat ze niet meer met hard werken hun brood kunnen verdienen.

Blijven de problemen echt beperkt tot laagbetaalden of raakt het ook de onderkant van de middenklasse?

Wat zou er gedaan kunnen worden tegen die onzekerheid van grote groepen op de arbeidsmarkt?

“Een groot aandachtspunt vind ik het concept van een leven lang leren. Daar krijgen ze in de politiek en de polder totaal geen grip op. Het wordt in de politiek niet als groot thema opgepakt en dat is echt riskant. Iedereen weet dat we steeds meer een kennisintensieve economie worden. Er wordt al wel veel geïnvesteerd in hoger opgeleiden, maar laag- en middenopgeleiden verdienen diezelfde aanpak. Zij worden als eersten de dupe van het wegautomatiseren van banen.

Naar een lerende economie

In 2013 publiceerde de WRR het rapport ‘Naar een lerende economie’. Dat is nog steeds een hele goede basis. Het rapport bevatte veel buitenlandse voorbeelden en riep op om die lerende economie tot een groot speerpunt te maken. Niet: we gaan wat meer cursussen organiseren, maar ga echt nadenken over veranderingen die je in het onderwijssysteem kunt aanbrengen. Het huidige onderwijs is ingericht op leren tot het moment dat je begint te werken. Dat werkt niet meer. De politiek zou zich moeten richten op de vraag hoe het onderwijssysteem aangepast kan worden. Daar zitten veel kansen, want we hebben veel in huis. De vraag is hoe je al die kennis naar de mensen brengt op een manier die ook financieel door de overheid opgebracht kan worden.”

Je hebt een aantal concrete aandachtspunten en uitdagingen voor de polder benoemd. Wat zal de impact zijn op de praktijk de komende jaren? Hoe ziet de arbeidsmarkt er over 15 jaar uit?

“Mijn eerste reactie is dat er op politiek en sociaal-economisch terrein niet zo heel veel zal veranderen. Dat gaat gewoon heel langzaam.

Ik ben best pessimistisch over de vraag of het gaat lukken om die groep kwetsbaren bescherming te bieden. Werk wordt weggeautomatiseerd of het wordt vervangen door ander relatief inwisselbaar werk. Ik denk dat de druk op bedrijven zo groot zal zijn dat ondanks prachtige woorden veel bedrijven in hun eigen ogen niet anders kunnen dan een grote groep werknemers tegen slechte voorwaarden aan het werk te houden. We lopen daarbij ook het risico dat die ontwikkelingen de onderste middenklasse gaat raken en dat de groep kwetsbaren daardoor groter wordt. Dat is een scenario waar we rekening mee moeten houden en de politiek moet zich echt inspannen om dat te voorkomen.

Die kwetsbare groepen voelen zich vaak niet vertegenwoordigd in de politiek, ze hebben het gevoel dat ze geen toegang hebben tot alle voorzieningen en dat er veel regelingen zijn die ze niet begrijpen. Dat zie je nu al gebeuren en dat zie in niet direct in de komende kabinetten veranderen. Nee, ik doe niet zo aan wensdenken.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter

Nog nooit vertoond: meer vacatures dan werklozen

Nederland telde in het tweede kwartaal van het jaar 106 openstaande vacatures tegenover 100 werklozen. Niet eerder – sinds 2003 toen deze meting startte –  is de spanning op de arbeidsmarkt zo hoog. Voor het eerst zijn er nu dus meer vacatures dan werklozen. Dit blijkt uit nieuwe CBS cijfers over de arbeidsmarkt.

In het eerste kwartaal nam de spanning al flink toe, van 57 naar 73 vacatures per 100 werklozen. Het vorige record deed zich voor in het tweede kwartaal van
2019, met 93 vacatures op elke 100 werklozen. De toename van de spanning is vooral toe te schrijven aan een recordgroei van het aantal openstaande vacatures (met 82 duizend). Het aantal werklozen nam ook af, en wel met 27 duizend, maar bereikte niet het laagste niveau van voor de crisis. Het aantal banen nam met 133 duizend toe.

Recordaantal openstaande vacatures

Eind juni stonden er 327 duizend vacatures open, 82 duizend meer dan aan het eind van het eerste kwartaal. Sinds het begin van de meting in 1997 is er van het ene kwartaal op het andere nooit zo’n grote toename geweest. De toename is ruim drie keer zo groot als de vorige recordgroei, 27 duizend in het tweede kwartaal van 1999.

Ook het aantal vacatures is hoger dan ooit gemeten. Niet eerder stonden er in Nederland meer dan 300 duizend vacatures open. Het hoogste niveau tot nu toe was 286 duizend openstaande vacatures in het vierde kwartaal van 2019. Bij het begin van de coronacrisis werd de stijgende trend, die in het tweede kwartaal van 2018 begon, abrupt onderbroken. Na het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal vacatures weer toe.

Net als in het voorgaande kwartaal stonden de meeste vacatures open in de handel (65 duizend), de zakelijke dienstverlening (52 duizend) en de zorg (45 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.  In de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures met 11 duizend toe naar 52 duizend.

Herstel uitzendbureaus zet door

Het aantal werknemersbanen steeg met 124 duizend, een toename van 1,5 procent. Dat is opnieuw een groeispurt, de grootste toename na de uitzonderlijke stijging in het derde kwartaal van 2020. Het totaal aantal werknemersbanen kwam daarmee op 8.523 duizend. Het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 9 duizend (0,4 procent) en kwam daarmee op het hoogste punt ooit bereikt (2.333 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 33 duizend banen bij in het tweede kwartaal, een stijging van 4,7 procent. Dit is de grootste toename sinds het vierde kwartaal van 1995. Na het forse verlies in het tweede kwartaal van 2020 met 15,7 procent, nam het aantal uitzendbanen in de kwartalen daarna geleidelijk aan weer toe.

Meer flexwerknemers, ook meer vaste banen en zelfstandigen

In het tweede kwartaal waren er 1,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er aanzienlijk minder dan de 2,0 miljoen in de tweede helft van 2018, na een scherpe daling aan het begin van de coronacrisis. In het tweede kwartaal van 2021 nam het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie licht toe in vergelijking met een jaar eerder.

Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nam in dezelfde periode ook toe, maar minder sterk dan in de afgelopen jaren. In vergelijking met het tweede kwartaal van 2020 steeg het aantal vaste werknemers met 94 duizend naar 5,8 miljoen. In dezelfde periode groeide het aantal zelfstandigen zonder personeel met 36 duizend naar 1,2 miljoen in het tweede kwartaal van 2021.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter