Martin Visser: “De arbeidsmarkt is veel gevarieerder dan de polder. Als je daar geen oplossing voor vindt, wordt het probleem steeds pregnanter”

In een serie zomerinterviews kijken we met een pluriforme groep deskundigen naar de Toekomst van Werk. In deze bijdrage gaat Martin Visser – econoom, journalist bij De Telegraaf en commentator bij onder meer EenVandaag – in op de uitdagingen van de polder om de veranderingen op de arbeidsmarkt bij te benen. Hij roept onder meer op om veel meer onderzoek te doen: “Ik zie geen pogingen om echt goed in kaart te brengen hoe groot de groep kwetsbaren op de arbeidsmarkt nu eigenlijk is en waar die mensen tegenaan lopen.”

In een recente podcast over het Flexakkoord van de SER ga je in op het probleem dat de partijen die in de polder aan tafel zitten niet meer de hele arbeidsmarkt vertegenwoordigen. De stem van de zzp’er ontbreekt en dat gaat steeds meer knellen. Hoe is dat probleem te tackelen?

Martin Visser: “Dat is best een lastige vraag. Het ligt voor de hand om te zeggen: betrek de zzp-organisaties erbij, maar hoe representatief zijn zij? Die zzp-organisaties staan erg voor vrijheid-blijheid en daarmee vertegenwoordigen ze niet de variëteit aan zzp’ers. FNV en VNO-NCW praten al evenmin namens de zzp’ers. Ze pretenderen wel dat ze ook de zelfstandigen vertegenwoordigen, maar dat is niet zo. FNV Zelfstandigen heeft 15.000 zzp’ers; dat is maar een hele kleine groep op het totale ledenbestand.


Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht.


Jongeren

Als je het hebt over groepen die in de polder niet vertegenwoordigd zijn moet je overigens niet alleen denken aan zzp’ers, maar ook bijvoorbeeld aan jongeren. Voormalig FNV-voorzitter Ron Meyer heeft wel geprobeerd meer jongeren aan te trekken, maar dat is een enorme worsteling.

Feit is dat de arbeidsmarkt veel gevarieerder is dan de polder. Stap 1 om tot een oplossing te komen is om dat probleem te erkennen. Je komt er niet onderuit om de zp’ers en jongeren een veel grotere positie te geven en niet alleen als franje te beschouwen. Als je daar geen oplossing voor vindt wordt het probleem steeds pregnanter.”

De problemen van werkgevers- en werknemersorganisaties om de ‘moderne’ arbeidsmarkt in al haar veelzijdigheid te doorgronden zien we natuurlijk ook in de politiek. Maudie Derks zei in een eerder zomerinterview ‘De politiek kijkt momenteel via de achteruitkijkspiegel naar de arbeidsmarkt’. Wat zou jij de volgende minister aanraden? Hoe kan hij of zij meer grip op die moderne arbeidsmarkt krijgen?

“Er is een heel interessant IBO-rapport verschenen met als boodschap dat we de arbeidsmarkt moeten verdelen in mensen die zelfredzaam zijn en mensen die bescherming nodig hebben. Op dit moment krijgen mensen die de bescherming niet nodig hebben de meeste bescherming en krijgen de kwetsbaarsten de minste bescherming. Het zou mooi zijn om op allerlei terreinen, zoals het arbeidscontract en de ontslagbescherming, steeds meer vanuit dat startpunt te denken: Wie kan zich redden en wie heeft bescherming nodig, geheel los van de vraag welke contractvorm iemand heeft.

Daarmee voorkom je dat je de groep zzp’ers als één geheel ziet en oplossingen aandraagt die bedoeld zijn voor laagbetaalde zelfstandigen, maar waar hoogbetaalde zelfstandigen niks van willen weten. Op basis van dat criterium van zelfredzaamheid zou je ook kunnen zeggen dat de ontslagbescherming bij grote groepen die het prima voor elkaar hebben misschien we een tandje minder zou kunnen, omdat zij er zelf wel uitkomen als ze even geen baan hebben.

Het valt mij op dat in de politiek nauwelijks in die lijn wordt gedacht. Ik zou zeggen: ga op z’n minst onderzoeken wie in welk vakje zit. Laat de contractvorm los, ga kijken waar de kwetsbare mensen zitten en kijk vervolgens wat de ideale voorzieningen zijn.

Laat de contractvorm los, ga kijken waar de kwetsbare mensen zitten en kijk vervolgens wat de ideale voorzieningen zijn

Terugkomend op de vraag hoe de overheid grip kan krijgen op de moderne arbeidsmarkt: De enige echte oplossing zou zijn om het probleem in één keer aan te pakken. Het gaat nu allemaal stukje voor stukje. Koolmees heeft de flexcontracten wat duurder gemaakt, maar dat zijn allemaal gedeeltelijke oplossingen. Het probleem wordt niet integraal aangepakt. Kijk maar naar de reacties op Borstlap: Iedereen omarmt Borstlap, maar iedereen omarmt een andere Borstlap en haalt eruit wat hem of haar goed uitkomt. Ik begrijp die cherry picking wel, maar het werkt uiteindelijk niet. Je ziet de gevolgen: Het regeerakkoord van het vorige kabinet zag er hoopgevend uit, maar het is uiteindelijk maar half af.”

Haat-liefde verhouding

Dat klinkt als een oproep voor meer durf en daadkracht en over de eigen schaduw heenstappen. ‘Wat nodig is, is Lef’ zei minister Fons van der Stee decennia geleden. Is dat ook jouw oproep aan de politiek?

“Ja zeker, maar ik zie ook hoe lastig het is in de huidige politieke situatie, waar je met vier of vijf partijen een kabinet moeten vormen. Nu het in de politiek al jaren zo instabiel is, is het ook niet het moment om de polder op te zeggen. Ik heb ook altijd een beetje een haat-liefde verhouding met de polder gehad. Het gaat om het idee van evolutie, niet om revolutie. Het is een beetje saai, maar je komt er met elkaar wel uit. Alleen vernieuwt de wereld sneller dan we vanuit ons poldermodel kunnen bijbenen.”

Hoe zou een ideale arbeidsmarkt er in termen van vast versus flex uit moeten zien?

“Als je dat criterium van zelfredzaamheid toepast dan zie je de afgelopen jaren steeds duidelijker dat die categorie laagbetaalde zzp’ers gewoon in een dienstverband zitten. De SER heeft dat ook onderkend met het advies om bij de aanpak van schijnzelfstandigheid te focussen op mensen met een uurtarief onder de 35 euro. Maar ook hier geldt: Ik mis de pogingen om echt goed onderzoek te doen. Je hebt bij die groep laagbetaalde zzp’ers zowel jonge studenten die een baantje als fietskoerier hebben als echte kwetsbaren die van flexbaan in flexbaan worden geduwd. Misschien gaat het hier wel om een overzichtelijke groep van enkele honderdduizenden mensen. Maar ik zie geen pogingen om echt goed in kaart te brengen hoe groot die groep nu eigenlijk is en waar die mensen tegenaan lopen. Als je helder hebt om hoeveel mensen het gaat en om wat voor mensen het gaat, kun je ook beter gaan reguleren.

Groeiende onvrede

Die onduidelijkheid zie je ook rondom de impact van corona. Ik ben enorm benieuwd hoe groot die nu precies is. Aan het begin van corona riep iedereen dat alle flexwerkers hun baan kwijtraakten en nu blijkt dat enorm mee te vallen. Ik wil wel eens weten wat er achter die cijfers zit en hoeveel flexmensen genoegen hebben moeten nemen met een veel lager betaalde baan. Ik denk dat het voor de politiek van belang is om dat goed ik kaart te brengen: Waar liggen de problemen, welke groepen hebben te maken met financiële onzekerheid en met arbeidsrechtelijke onzekerheid. Blijft dat echt beperkt tot laagbetaalden of raakt het ook de onderkant van de middenklasse? Dat is voor de politiek ontzettend belangrijk om te weten, want daar ligt ook het verband met de groeiende politieke ontevredenheid van mensen die merken dat ze niet meer met hard werken hun brood kunnen verdienen.

Blijven de problemen echt beperkt tot laagbetaalden of raakt het ook de onderkant van de middenklasse?

Wat zou er gedaan kunnen worden tegen die onzekerheid van grote groepen op de arbeidsmarkt?

“Een groot aandachtspunt vind ik het concept van een leven lang leren. Daar krijgen ze in de politiek en de polder totaal geen grip op. Het wordt in de politiek niet als groot thema opgepakt en dat is echt riskant. Iedereen weet dat we steeds meer een kennisintensieve economie worden. Er wordt al wel veel geïnvesteerd in hoger opgeleiden, maar laag- en middenopgeleiden verdienen diezelfde aanpak. Zij worden als eersten de dupe van het wegautomatiseren van banen.

Naar een lerende economie

In 2013 publiceerde de WRR het rapport ‘Naar een lerende economie’. Dat is nog steeds een hele goede basis. Het rapport bevatte veel buitenlandse voorbeelden en riep op om die lerende economie tot een groot speerpunt te maken. Niet: we gaan wat meer cursussen organiseren, maar ga echt nadenken over veranderingen die je in het onderwijssysteem kunt aanbrengen. Het huidige onderwijs is ingericht op leren tot het moment dat je begint te werken. Dat werkt niet meer. De politiek zou zich moeten richten op de vraag hoe het onderwijssysteem aangepast kan worden. Daar zitten veel kansen, want we hebben veel in huis. De vraag is hoe je al die kennis naar de mensen brengt op een manier die ook financieel door de overheid opgebracht kan worden.”

Je hebt een aantal concrete aandachtspunten en uitdagingen voor de polder benoemd. Wat zal de impact zijn op de praktijk de komende jaren? Hoe ziet de arbeidsmarkt er over 15 jaar uit?

“Mijn eerste reactie is dat er op politiek en sociaal-economisch terrein niet zo heel veel zal veranderen. Dat gaat gewoon heel langzaam.

Ik ben best pessimistisch over de vraag of het gaat lukken om die groep kwetsbaren bescherming te bieden. Werk wordt weggeautomatiseerd of het wordt vervangen door ander relatief inwisselbaar werk. Ik denk dat de druk op bedrijven zo groot zal zijn dat ondanks prachtige woorden veel bedrijven in hun eigen ogen niet anders kunnen dan een grote groep werknemers tegen slechte voorwaarden aan het werk te houden. We lopen daarbij ook het risico dat die ontwikkelingen de onderste middenklasse gaat raken en dat de groep kwetsbaren daardoor groter wordt. Dat is een scenario waar we rekening mee moeten houden en de politiek moet zich echt inspannen om dat te voorkomen.

Die kwetsbare groepen voelen zich vaak niet vertegenwoordigd in de politiek, ze hebben het gevoel dat ze geen toegang hebben tot alle voorzieningen en dat er veel regelingen zijn die ze niet begrijpen. Dat zie je nu al gebeuren en dat zie in niet direct in de komende kabinetten veranderen. Nee, ik doe niet zo aan wensdenken.”

Peter Runhaar is van huis uit hoofdredacteur/uitgever/journalist in de vakmedia. In die rol ontwikkelde hij een groot aantal tijdschriften en was hij MT-lid bij diverse uitgeverijen. Peter heeft ruim twintig jaar ervaring als strategisch communicatieadviseur en conceptontwikkelaar van uiteenlopende mediaproducties. Inhoudelijke expertise ontwikkelde hij onder meer op terreinen rondom HRM, organisatieculturen en leiderschap. Hij publiceert over deze onderwerpen onder meer op ZiPconomy, in het Financieele Dagblad en diverse vakmedia en is auteur van ‘De kleine Semler’ (Business Contact 2017) en ‘HR TECH’ (Nubiz 2020). Bekijk alle berichten van Peter Runhaar

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *