Maandelijkse archieven: juni 2020

Flinke foutmarges bij interne controle van uitkomsten webmodule

In slechts 6 op de 10 gevallen konden drie experts zich volmondig vinden in de uitkomsten die de webmodule gaf nadat een zzp-casus werd ingevoerd. In bijna 10% van de dossiers waren de experts het er unaniem over eens dat het afgegeven oordeel onjuist was. Dat blijkt uit de Kamerbrief die minister Koolmees en staatssecretaris Vijlbrief over de webmodule gestuurd hebben.

De webmodule is een online vragenlijst waarmee (zakelijke) opdrachtgevers straks duidelijkheid kunnen krijgen over de vraag of een opdracht buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd. De vragenlijst en wegingsfactoren zijn aan de Kamer aangeboden. In het najaar wil het kabinet een pilot met de webmodule starten. Dan zullen deskundigen nogmaals hun oordeel kunnen vellen over de webmodule. Maar bij de eigen interne controle door het blijkt dus nu al dat de foutmarges flink zijn.

84 dossiers werden aan drie onafhankelijke deskundigen voorgelegd. 21 keer was er een ‘opdrachtgeversverklaring’ afgegeven door de webmodule, 40 keer een ‘indicatie geen dienstbetrekking’. Naar het dossier waarbij de webmodule ‘geen oordeel mogelijk’ gaf, hebben de experts blijkbaar niet gekeken.

  • Bij 57% van de afgegeven ‘opdrachtgeversverklaringen’, konden de drie experts zich volmondig in het oordeel vinden. Bij 29% was er enige twijfel. In 14% van de gevallen kwamen de drie experts er onderling niet uit. In 5% van de gevallen waren ze het unaniem eens dat het oordeel van de webmodule onjuist was.

 

  • Bij de afgegeven ‘indicatie geen dienstbetrekking’ was het oordeel van de drie experts in 60% van de gevallen: geheel juist. Bij 25%: enige twijfel. 15%: experts onderling oneens. Bij 12% van de uitspraken vond men unaniem dat het oordeel van de webmodule onjuist was.

 

In de brief wordt (eufemistisch) melding gemaakt van een “zekere mate van discrepantie tussen de uitkomsten op basis van de weging en de uitkomsten op basis van de beoordeling door de deskundigen”. Maar bij een instrument dat stevig de contouren van de zzp-markt voor de komende jaren gaat bepalen, zijn dit toch wel verontrustende foutmarges. Dat de drie experts in een op de zes gevallen er onderling niet uit kwamen, is ook veelzeggend. Dat valt met geen slimme tool op te lossen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 5s Reacties

ING snijdt in kosten externen

ING wil haar kosten voor extern personeel omlaag brengen. Van leveranciers van extern personeel wordt verwacht dat zij hun tarieven met 20% laten dalen. Het aantal te declareren uren per week wordt gemaximeerd op 36 uur per week en de externen kunnen vijf weken per jaar verlof opnemen. De maatregel geldt voor tarieven boven de € 65 euro per uur. Dat staat in een brief aan leveranciers die ING verstuurd heeft. De nieuwe contractvoorwaarden gelden vanaf 1 juli en voorlopig tot het einde van het jaar.

De tariefkorting is niet van toepassing op zzp’ers, ook niet als ze via een bureau ingehuurd worden. Voor hen geldt wel de beperking van het maximaal aantal te declareren uren. Ook uitzendkrachten zijn uitgezonderd van de tijdelijke besparingsmaatregel.

De bank zegt zich genoodzaakt te voelen de organisatie aan te passen vanwege de ‘huidige onzekere omstandigheden’.

Zure prijs voor detacheerders

Maikel Pals, voorzitter van de branchevereniging van detacheerders VvDN zegt het te begrijpen dat bedrijven kritisch zijn op de kosten. “Dat geldt voor veel leden van de VvDN in deze periode niet minder. Het risico van een eenzijdige verlaging van tarieven is wel dat daarmee de gehele leveranciersketen onder druk wordt gezet, dat hebben we ook in andere sectoren gezien. En de laatste schakel in die keten betaalt over het algemeen de zure prijs” zo stelt Pals. “De tariefverlaging zal door detacheerders veelal niet bij de medewerkers neergelegd worden, al is het maar omdat detacheerders zich als goed werkgever te houden hebben aan de beloningsvoorschriften die bij wet zijn vastgelegd. Uiteindelijk zullen tariefsverlagingen direct ten laste gaan van de bedrijfsvoering van detacheerders, waarvan een aantal al niet in een makkelijke periode zitten. Ook al hebben wij er begrip voor, en belang bij, dat ook onze opdrachtgevers gezond blijven, we roepen onze opdrachtgevers op om waar mogelijk de dialoog met ons aan te gaan en rekening te houden met een toekomstbestendige relatie met detacheerders.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 3s Reacties

Kamer teleurgesteld over intrekken zzp-wetgeving. Koolmees wil fundamenteel debat over inzet zzp, na pilot webmodule.

“Na drie jaar studeren heeft de minister niets om ongewenste schijnconstructies in de zzp-markt aan te pakken. Terwijl de Tweede Kamer vindt dat constructies als die van Deliveroo niet kunnen”, zei Gijs van Dijk (PvdA) tijdens het Algemeen Overleg over het zzp beleid in de Tweede Kamer.

Maandag schreef minister Wouter Koolmees van Sociale zaken al dat de wet minimumtarief en zelfstandigenverklaring voor zzp’ers er toch niet komt. Deze wet brengt volgens hem te veel administratieve lasten voor zelfstandig ondernemers met zich mee om effectief te zijn. De webmodule komt er wel, daarmee begint het kabinet een pilot vanaf het najaar. De online tool om te bepalen of een opdrachtgever iemand als zzp’er mag inhuren geeft vanaf dat moment ‘wel duidelijkheid, geen zekerheid’, zei de minister. Lees meer.

Teleurstelling en frustratie

De meeste Kamerleden zijn teleurgesteld dat de conceptwetgeving over een minimuminhuurtarief niet doorgaat. En dat terwijl het voorstel eerder niet zo enthousiast ontvangen werd.

De linkse oppositie vond het tarief van 16 euro veel te laag. Hoger kon volgens de minister niet vanwege mogelijke problemen met Europese regels. “Ik deel de teleurstelling dat het ons niet gelukt is om tot wetgeving te komen. De doelstellingen worden breed gesteund, maar de weerstand tegen de techniek van de wet is te groot,” zei minister Koolmees. Daarbij zei hij ook dat hij op zijn oproep om met alternatieven te komen nooit reactie gehad heeft.

Groenlinks oordeelt vernietigend op de brief van Koolmees. “De situatie is nu erger dan drie jaar geleden”, vindt Paul Smeulders. “Na de invoering van de WAB is de zzp’er nog meer in het afvoerputje geraakt. Er is geen heilige graal, het gaat om keuzes maken. We moeten helder definiëren wie zzp’ers zijn en wie niet.”

Gijs van Dijk (PvdA) vindt het ernstig dat er nu niets gebeurt tegen schijnzelfstandigheid. “Het kabinet moet in de actiestand komen. Bijvoorbeeld door een overduidelijk kwaadwillend bedrijf zoals Deliveroo aan te pakken. Zoals we voorspeld hadden, is na de WAB een glijbaan ontstaan van flexwerk naar zzp-constructies. Daar moet nu iets tegen gebeuren.”

Van Dijk wil dat het moratorium op de handhaving van de Wet DBA zo snel mogelijk wordt opgeheven.

Fundamenteel debat na uitkomsten pilot webmodule

Minister Koolmees is het niet eens met de kritiek dat hij met ‘niets’ is gekomen. “Er is keihard gewerkt om de huidige regelgeving en jurisprudentie – die heel complex is – om te zetten naar een webmodule. Die gaan we nu in een pilot testen. Dan weten we wat de uitkomsten zijn: in welke situaties kan – volgens de huidige regels – werk nu wel of niet gedaan worden door zzp’ers. Dat geeft duidelijkheid. Maar niet iedereen zal blij zijn met die uitkomsten. ”

Volgens de minister zal een deel van het zzp-werk terecht verdwijnen, maar hij kan zich ook voorstellen dat de webmodule ook zzp-werk afwijst dat wel gewenst is. Of dat ongewenste zzp-constructies via de webmodule toch mogelijk blijken. “Die resultaten moeten we in de Kamer bespreken. Dan pas kunnen we het debat voeren over huidige criteria, wat de impact is en of het nodig is om wetgeving aan te passen” aldus de minister. “Want het debat over welk werk gedaan mag worden door zzp’ers, dat is in de politiek nog nooit gevoerd. Dat is noodzakelijk, voordat we eventuele regels aanpassen en voordat we kunnen handhaven.”

Zorgen over webmodule

De minister reageerde ook op de zorgen in de Kamer over de webmodule. “De webmodule doet nu niet wat hij moet doen, namelijk zekerheid geven vooraf”, zegt Judith Tielen (VVD). Zij vindt dat de definities verbeterd moeten worden. Verder vraagt ze zich af of er vragen geschrapt kunnen worden. “38 vragen en nog extra modules, dat klinkt als veel werk voor opdrachtgevers.”

Ook Steven van Weyenberg (D66) maakt zich zorgen over de webmodule. “Bijvoorbeeld over het criterium vervangbaarheid”, zegt hij. Volgens hem moeten eerst de regels veranderen, omdat op basis van de huidige criteria een echte professional met een eigen expertise meer strafpunten krijgt dan een pizzabezorger. Van Weyenberg: “Ik ben bang dat we ongelukken maken met de webmodule als het wettelijk kader niet veranderd wordt. Ik wil de echte zzp’er niet lastigvallen, maar uitbuiting voorkomen.”

Lees ook: Webmodule brengt interim kenniswerkers in de gevarenzone, maar geeft Deliveroo vrij spel

Koolmees beaamt dat de pilot inderdaad bedoeld is om de criteria te toetsen, maar wil het gesprek over het mogelijk aanpassen van de criteria dus pas doen na de pilot. Verder wil hij per sector bekijken wat de mogelijke arbeidsmarkteffecten zijn. “In de zorg is bijvoorbeeld een situatie ontstaan waarin veel met zzp’ers gewerkt wordt.” Het debat over in hoeverre dat gewenst is, laat Koolmees graag over aan zijn collega Hugo de Jonge van het ministerie van Volksgezondheid.

Lees ook: Belangenorganisaties reageren op afstel wet zelfstandigenverklaring en webmodule: ‘Zolang de wetgeving niet wijzigt, zal een webmodule niet werken’

‘Werknemer, tenzij’

Een pilot, debatteren over de uitkomsten, discussie over eventuele nieuwe criteria, en dan mogelijk wetgeving aanpassen. Voor een deel van de Kamer duurt dat veel te lang.

“Ik snap de zorg dat – net als bij de Wet DBA – echte zelfstandigen last hebben van handhaving van regelgeving, maar nu niets doen voor kwetsbare zzp’ers is maatschappelijk onaanvaardbaar”, vindt Gijs van Dijk.

‘Maak nu al de knip’

Smeulders pleit ervoor om het ‘werknemer, tenzij’-principe uit het rapport van de commissie Borstlap nu al toe te passen. Kortgezegd: als iemand eigen arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. Daarnaast zou er volgens Smeulders een collectieve basiszekerheid moeten komen voor alle werkenden, ook dat is een voorstel van Borstlap. “Maar daar kunnen we pas na de verkiezingen mee aan de slag. Ik vind dat we nu wel al de knip moeten maken tussen werknemers en zzp’ers.”

De VVD opperde of toch niet serieuzer gekeken kan worden naar een aparte wettelijke positie voor zelfstandigen, een onderzoek dat in het regeerakkoord was toegezegd. Het CDA wil dat er beter gekeken wordt naar wat andere Europese landen doen voor bescherming van kwetsbare zelfstandigen.

Na de zomer verder

Goedbedoelde suggesties, frustraties en de wetenschap dat eigenlijk niemand de ‘silver bullit’ heeft voor deze slepende discussie over het kwalificeren van de arbeidsrelatie, het zijn de terugkerende punten in deze debatten.

Koolmees lijkt overtuigd dat hij voortgang boekt, ondanks dat de wetgeving mislukt is. Eerst de pilot van de webmodule. Dan wordt zichtbaar wat nu de effecten zijn als je de huidige wetgeving op de zzp-markt legt. En of die effecten nu zijn wat maatschappelijk gewenst is.

Pas na zo’n debat kan je gaan handhaven, zo meent het kabinet.

En dan maar zien of dat fundamentele debat nog voor de verkiezingen kan worden afgerond. Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Economische Zaken) komt snel na de zomer met een kamerbrief over de invulling van de pilot, inclusief een tijdspad. Ondertussen blijven de huidige modelovereenkomsten gewoon van kracht, bevestigde Vijlbrief.

 

Tekst: Claartje Vogel / Hugo-Jan Ruts

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 1 Reactie

De webmodule ontrafeld

In al het dagelijks nieuws rondom het coronavirus, het ‘gevecht’ om de Hema en wereldwijde demonstraties, publiceerde minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken afgelopen maandag de Voortgangsbrief ‘werken als zelfstandige’.

Landelijke media en journaals berichtten allemaal over één van de onderdelen van deze brief, namelijk dat er geen minimumtarief komt voor zzp’ers evenals dat er geen zelfstandigenverklaring komt voor opdrachten boven de € 75. Conclusie: ‘te veel administratieve lasten om effectief te zijn’.

Een minstens zo belangrijk onderdeel in de brief van Koolmees kreeg een stuk minder aandacht (wel op ZiPconomy) en dat is het voorstel van een pilot van de webmodule.

De webmodule is een digitaal formulier dat opdrachtgevers duidelijkheid moet geven of zij voor opdrachten met een tarief tussen 16 en 75 euro per uur zzp’ers kunnen inhuren. De opdrachtgever beantwoordt zo’n twintig tot dertig vragen over de arbeidsverhouding en krijgt via het digitale systeem een advies: de opdracht kan wel of niet ingevuld worden door een zelfstandige. Als het mag, dan krijgt de opdrachtgever een ‘opdrachtgeversverklaring’.

Wat blijkt? Op basis van 84 casussen kreeg 75% de status ‘indicatie dienstbetrekking’ en ‘geen oordeel mogelijk’. En dat heeft grote gevolgen voor de toekomst van zzp’ers.  

De zzp’er bestaat niet (meer)

In 2015 was misschien wel de voornaamste conclusie van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek ZZP [link] dat ‘de zzp’er’ niet bestaat en dat er sprake is van een grote diversiteit. In de vierde voortgangsbrief van november 2019 schreef minister Koolmees nog een keer dat de zzp’er niet bestaat. Nu, ruim een half jaar later, blijkt uit de vijfde voortgangsbrief dat met de komst van de webmodule de kans bestaat dat de zzp’er straks inderdaad niet meer bestaat. Letterlijk.   

Probleem opgelost?

De wet DBA bracht onduidelijkheid, onder meer over de duur van de opdracht. Als zzp’ers langer voor een opdrachtgever werken dan gebruikelijk in de branche, zou dat een indicatie zijn voor een dienstbetrekking.

De grote vraag is: wat is gebruikelijk in de branche? Wat is te lang? Twee jaar of vijf jaar? Stel een zzp’er gaat aan de slag als projectdirecteur voor een bouwonderneming om een brug te bouwen. De projectdirecteur is verantwoordelijk voor het ontwerp, de bouw, de plaatsing en de opening van de brug. Je zou kunnen zeggen dat het een project is met een duidelijke kop en staart. Het begintraject tot en met de opening neemt vijf jaar in beslag. Is dat te lang?

Punten in de webmodule

Met de webmodule lijkt dit probleem opgelost. Een zzp’er die straks met een IT-opdracht bij een ministerie of een bank werkzaam is, krijgt in de webmodule meer punten als hij akkoord (moet) gaan met de gedragscode (hygiëne, veiligheid, integriteit, social responsibility), en de Arvodi voorwaarden van de overheid, dan dat hij langer dan 32 uur per week en 2 jaar werkzaam is. Hoe meer punten, hoe meer een opdracht wijst op een dienstbetrekking.

Ook geeft de webmodule punten als de IT-specialist zich op uurbasis laat betalen en als hij ingehuurd wordt om een piekbelasting te vangen. Heeft hij een e-mailadres van de opdrachtgever, dan kent de webmodule extra punten toe omdat de zzp’er ‘herkenbaar is als werknemer’.

Er wordt geen rekening mee gehouden dat je met ditzelfde e-mailadres überhaupt niet in interne systemen geregistreerd kan worden voor bijvoorbeeld iets simpels als een toegangspas. Ook mag de kennis van de zzp’er niet aanwezig zijn bij anderen in de organisatie, dit levert maximaal 10 punten op.

De webmodule lijkt, in tegenstelling tot het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring, weinig administratieve lasten (maximaal 38 vragen) met zich mee te brengen en een hoge mate van effectiviteit. De veelheid van vragen en het gemak waarmee punten worden toegekend aan ook ogenschijnlijke details, maakt wel dat er gauw veel punten worden toegekend en dus sprake is van een indicatie van dienstbetrekking. 

One-size-fits-all voor pizzakoeriers, taxichauffeurs, interim managers en IT consultants.

In Nederland zijn circa 1,3 miljoen zelfstandigen. Een grote groep zzp’ers is actief in contactberoepen zoals kappers, schoonheidsspecialisten, fysiotherapeuten en nagelstylisten. Maar we kennen ook een grote groep zzp’ers die bijvoorbeeld werkzaam zijn als winkelier, muzikant, thuishulp, (pizza)koerier, taxichauffeur, boer, kok, dominee, tuinman, journalist of geluidstechnicus. In bijvoorbeeld de bouw, de financiële dienstverlening, zakelijke dienstverlening, het onderwijs en bij overheidsinstellingen is er een groep zzp’ers die zichzelf verkoopt als flexarbeider.

Door de coronacrisis kwam een grote groep zzp’ers direct in de problemen door het wegvallen van werk. Zij beroepen zich op de steunmaatregelen vanuit de overheid. Aan de andere kant is er de zelfstandig projectmanager met een tarief van 70 euro, die een buffer heeft opgebouwd en een periode zonder opdrachten en inkomsten kan overbruggen. Dit beeld laat vooral zien dat als er gesproken wordt over zzp’ers, dit een zeer heterogene groep is en er geen one-size-fits all oplossingen bestaan. Dat wordt met deze crisis duidelijker.

Maar het puntensysteem van de webmodule gaat wel uit van een ‘one-size-fits-all’.

Door die benadering komt je al heel snel uit op de antwoorden: geen oordeel mogelijk of: indicatie dienstbetrekking. Ook voor weerbare groepen werkenden. Welk probleem moet hier eigenlijk worden opgelost? 

Aanhoudende onduidelijkheid blijft

Opdrachtgevers, zzp’ers en intermediairs pleitten de afgelopen jaren voortdurend voor duidelijkheid. Het is nog maar zeer de vraag of de webmodule die duidelijkheid gaat geven.

Komend najaar begint een pilot. De uitkomsten van de vragenlijst hebben dan nog geen juridische status. Brainnet heeft de webmodule in een eerste analyse geduid in een notitie ‘voortgang nieuwe zzp wetgeving en uitwerking pilot webmodule’. Deze notitie kan hier opgevraagd worden door opdrachtgevers die extern personeel inhuren.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 6s Reacties

‘Draagvlak voor wetgeving zelfstandigen noodzakelijk’

De zzp-wetsvoorstellen Minimumtarief en Zelfstandigenverklaring worden niet verder uitgewerkt. Dat staat in de brief d.d. 15 juni jl. van minister Koolmees aan de Tweede Kamer. Het kabinet erkent daarmee de eerdere argumenten van de zelfstandigenorganisaties: ondoelmatig, onuitvoerbaar, niet handhaafbaar en een disproportioneel zware administratieve last voor alle ondernemers. “Daardoor is er voor deze wetgeving volstrekt geen draagvlak onder zelfstandigen en wetgeving zonder draagvlak gaat niet werken”, zegt Maarten Post, voorzitter stichting ZZP Nederland.

In aanloop naar het zzp-debat op 17 juni in de Tweede Kamer hebben PZO en ZZP Nederland in een brief aan de Vaste Commissie SZW (pdf) hun standpunten ten aanzien van de “zzp-regelingen”, zoals eerder verwoord in de internetconsultatie nog eens toegelicht.

Webmodule gaat in deze vorm niet werken

Ook de invoering van de eveneens omstreden Webmodule moet worden herzien. Deze Webmodule is bedoeld als instrument om duidelijkheid en rechtszekerheid te kunnen bieden aan opdrachtnemers en opdrachtgevers. “In deze vorm gaat dat niet werken”, zegt Post, “Te veel administratieve rompslomp, te veel juridische onduidelijkheid en te weinig rechtszekerheid.” ZZP Nederland vindt dan wel, dat goedgekeurde modelcontracten dienen te worden verlengd, totdat er een werkbaar alternatief is, zodat zelfstandigen niet weer ineens opdrachten kwijtraken.

Geen beperkende maatregelen, maar overlevingsplan

Stichting ZZP Nederland roept het kabinet op om in deze moeilijke tijd af te zien van beperkende maatregelen en zelfstandigen juist te ondersteunen in hun strijd om als ondernemer te overleven. Er moet snel een overlevingsplan komen voor zelfstandigen in sectoren die langdurig worden getroffen door de coronamaatregelen en misschien wel met een ander verdienmodel op zoek moeten gaan naar nieuwe kansen. Het project Nederland Leert Door kan met een substantiële investering ook soelaas bieden voor zelfstandige ondernemers. Beperkende maatregelen met onnodige administratieve lasten en kosten voor ondernemers helpen de economie en de werkgelegenheid niet verder.

Draagvlak zelfstandige organisaties noodzakelijk

Stichting ZZP Nederland vindt het noodzakelijk, dat vertegenwoordigers van zelfstandigen direct betrokken zijn bij de komende discussie over hun positie op de arbeidsmarkt (juridisch, fiscaal, sociaal). “Daarom vragen wij een formele positie van representatieve zelfstandigenorganisaties in het maatschappelijk overleg”, aldus Post.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 2s Reacties

Webmodule brengt interim kenniswerkers in de gevarenzone, maar geeft Deliveroo vrij spel

  • Wegingsfactoren webmodule bekend
  • Vaak geeft webmodule ‘geen oordeel’, wat opdrachtgevers huiverig zal maken
  • Ongeveer hetzelfde type werk doen als werknemers wordt driedubbel belast
  • Concrete casussen op een rij: webmodule lijkt pizzabezorging door zzp’ers toe te staan, maar bepaalde interimopdrachten niet.

Vanaf het najaar kunnen opdrachtgevers via een online vragenlijst duidelijkheid krijgen over de vraag of zij voor een bepaalde opdracht een zelfstandige mogen inhuren. Dat maakte minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) gisteren bekend (lees hier voor meer daarover).

Na het beantwoorden van maximaal 38 vragen krijgt een opdrachtgever drie mogelijke uitkomsten:

  1. De opdracht kan inderdaad door een zelfstandige worden uitgevoerd. De opdrachtgever ontvangt daarvoor een ‘opdrachtgeversverklaring’. Na de pilotfase geeft die opdrachtgeversverklaring ook zekerheid vooraf.
  2. Er is een ‘indicatie dienstbetrekking’. Waarschijnlijk kan onder de aangegeven omstandigheden niet met een zelfstandige gewerkt worden. Dus zaak om die manier van samenwerken te veranderen, iemand in dienst te nemen, of te werken met een uitzendbureau of via detachering.
  3. Er is geen oordeel mogelijk. De opdracht zit in het grijze gebied van wat wel en niet mag.

De vragen waren al eerder bekend en zijn een afgeleide van wat in het handboek Loonheffingen staat (zie hier). De criteria zijn ook niet nieuw, maar een afgeleide van wetgeving en jurisprudentie.

Interessanter is nu hoe zwaar de criteria wegen. Die zijn nu bekend gemaakt. Dat zal uiteindelijk veel invloed hebben op de manier van werken van  ongeveer een half miljoen zelfstandigen die ingehuurd worden door organisaties.

Wegingsfactoren

De vragen hebben veelal te maken met hoeveel vrijheid de zelfstandige heeft om de opdracht uit te voeren. Ook speelt mee hoe vervangbaar hij is en hoelang de opdracht duurt (inzet per week, lengte opdracht).

Elke vraag kan een aantal ‘strafpunten’ opleveren:

  • Als hij minder dan 45 punten scoort, dan kan een opdrachtgever de vrijwarende opdrachtgeversverklaring krijgen.
  • Bij meer dan 70 punten volgt het oordeel ‘indicatie dienstbetrekking’.
  • Tussen de 45 en 70 punten wordt geen oordeel gegeven. Dus heeft de opdrachtgever ook geen zekerheid. Zzp’ers vrezen dat opdrachtgevers dan het zekere voor het onzekere nemen en dus geen zzp’ers durven in te zetten.

Puzzelen

Het wordt voor opdrachtgevers (en zelfstandigen) dus puzzelen: hoe blijven we onder die 44 punten? Waarbij opgemerkt dat een opdrachtgeversverklaring alleen een vrijwaring geeft als er in de praktijk ook daadwerkelijk gewerkt wordt conform de gegeven antwoorden. Liegen over de werkwijze mag dus niet, maar dat is op zich logisch.

De vragen plus wegingsfactoren staan onderaan dit artikel vermeld.

Bij veel vragen is het eenvoudig om er geen strafpunten voor te krijgen. Bijvoorbeeld vragen over doorbetaling bij ziekte. Andere zijn met goede afspraken op te lossen. De cruciale vragen zijn de volgende:

  • 1.5 Inspanningsverlichting of resultaatsverplichting: 5 punten als er een inspanningsverplichting is. Veel opdrachten voor zelfstandigen die langdurig ingehuurd worden, zijn nu nog vaak op basis van een inspanningsverplichting.
  • 2.10 Binnen een periode van 6 maanden voor opdrachtgever gewerkt hebben in loondienst is 10 punten, als zelfstandige 5 punten.
  • 2.11 Indien de zelfstandige zich niet echt vrij mag laten vervangen of dat de vervanger moet komen uit een groep die al bekend is bij opdrachtgever: 10 punten. (Voor veel opdrachtgevers van kenniswerkers een lastig punt om te ontlopen).
  • 2.13 Opdracht vanwege ‘piek of ziek’ (of lastig in te vullen vacature): 10 punten.
  • 2.14 Werkzaamheden zijn wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering: 10 punten (let wel, de Belastingdienst vindt al heel snel iets een wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering).
  • 2.15 Als de kennis van de zzp’er ook elders in organisatie aanwezig is 10 punten
  • 2.16 Wordt hetzelfde werk ook door werknemers in organisatie gedaan: 10 punten
  • 2.19 Ontvangt de interimmer ongeveer evenveel (of minder) beloning als de werknemer: 5 punten (dat zal bij veel kenniswerkers geen probleem zijn).
  • 2.23 Geef je instructies/aanwijzing omtrent wijze van uitvoering opdracht: 10 punten
  • 2.16 Interimmer geeft leiding aan werknemers: 5 punten
  • 2.35 Opdrachtgever is aansprakelijk voor schade: 10 punten (vooral voor kennis intensievere projecten ligt het risico hoger, dus lastig om puur bij de zelfstandig neer te leggen).

(De vragen 2.13, 2.14 en 2.16 lijken allemaal wel erg op elkaar. Ze vragen naar over de werkzaamheden ‘regulier’ zijn. Die keer ‘ja’, levert dan al snel 30 strafpunten op)

Tot slot is er nog een vraag waarbij het aantal punten afhankelijk is van de combinatie tussen de lengte van de opdracht en de inzet per week. Die wordt zo geteld:

  • Langer dan twee jaar en meer dan 24 uur: 10 punten
  • Meer dan 32 uur en tussen de 6-12 maanden : 8 punten
  • Dit werkt verder als een glijdende schaal. Waarbij minder dan 4 uur per week of korter dan 3 maanden nooit strafpunten oplevert.

De webmodule wordt gelanceerd als pilot. Opdrachtgevers zijn niet verplicht om de webmodule te gebruiken als ze zzp’ers willen inhuren. De modelovereenkomsten blijven volgens staatssecretaris Vijlbrief bestaan.


Casussen

Wat betekent dit nu voor een aantal concrete situaties? We zetten een tiental voorbeelden op een rij:

A. IT-professional die meedraait op vaste afdeling. 11 maanden, 36 uur per week.

Geen vrije vervanging (10 strafpunten), wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10), invulling lastige vacature (10 vanwege krapte op de arbeidsmarkt), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10). Lengte/inzet: 8 punten. Dat zijn dus al 58 punten. Geen opdrachtgeversverklaring dus.

Oplossen van vrije vervanging biedt hier geen soelaas. Verder geldt voor dit soort zzp’ers vaak geen resultaatsverplichting. En daarmee komen ze in het grijze gebied en dat betekent onzekerheid voor opdrachtgevers.

B. Interim-HR voor zwangerschapsvervanging op een afdeling. 4 maanden, 20 uur per week.

Wezenlijk onderdeel (10), inzet vanwege ‘piek of ziek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), inzet/lengte (1). 41 punten. Maar vaak zal zo iemand zich niet vrij kunnen laten vervangen en is het lastig om met een resultaatsverplichting te werken. Daarmee kom je op 61 punten. Diep in het grijze gebied dus. Als risico voor fouten niet bij interimmer ligt, ga je over de 70 punten grens heen.

C. Interim-manager voor reorganisatie. 18 maanden, 36 uur per week.

Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), geeft leiding (5), duur/inzet (10), geen resultaatsverplichting (lastig bij zo’n opdrachten: 5 strafpunten). Dat zijn dus 40 punten. Het kan dus, ook als de opdracht nog wat langer duurt. Het moet dan wel ook echt om een unieke veranderopdracht gaan, geen overbrugging totdat een vacature is ingevuld.

D. Zzp-journalist als flex-onderdeel van een redactie. Langer dan een jaar, 16 uur per week.

Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), niet uniek (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), geen resultaatsverplichting (10), inzet/duur (5). Geen hogere beloning dan werknemer (5). Dat is al 70 punten. Is opdrachtgever (de krant) aansprakelijk voor schade vanwege bijvoorbeeld onjuistheden? Vast. 10 punten extra. Dat geeft een duidelijke indicatie van dienstbetrekking.

E. Recruiter tijdelijke uitbreiding recruitmentafdeling. 6 maanden, 30 uur per week.

Wezenlijk onderdeel (10), aanleiding is ‘piek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10). Zonder vrije vervanging en zonder resultaatsverplichting kan opdrachtgever hier geen opdrachtgeversverklaring voor krijgen.

F. Zelfstandig IC-verpleegkundige vanwege coronapiek. 6 maanden, 36 uur per week.

Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), ‘piek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), instructies (10). Duur/inzet (5). Dan zitten we al aan de 65 punten. Het ziekenhuis is vast ook aansprakelijk voor schade en herstel (15 punten extra). Daarmee niet als zzp’er.

G. Invaller in orkest. Eenmalig.

Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), ‘piek/ziek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), geen hogere beloning (5). 55 punten. Instructies? Beetje onduidelijk hier. Afgelopen zes maanden eerder ingevallen? Dat levert 5 punten extra op. Zeker geen opdrachtgeversverklaring, maar ook nog niet direct een aanwijzing dienstbetrekking.

H. Pizzabezorger bij Deliveroo

Wel vrije vervanging, wel resultaatsverplichting (geen bezorging is geen geld), geen instructies, zelfstandige is waarschijnlijk aansprakelijk voor schade (is een verzekering voor), en omdat Deliveroo geen bezorgers in dienst heeft, dus ook daar geen strafpunten voor. Inzet/duur levert max 1 punt op, immers voor velen is het een bijbaan of wordt het tijdelijk gedaan. Vrijheid om te werken wanneer je wil zit in het model van Deliveroo. Wel strafpunten voor wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10, al zal Deliveroo mogelijk stellen dat ze een IT bedrijf zijn), niet uniek (10 strafpunten voor vraag 2.13 maar ja, eigenlijk ook geen piek en ziek, dus misschien wel 0 punten), geen ‘hogere beloning’ (5) en wellicht vanwege ‘kennis ook bij anderen aanwezig’ (10). Ook wanneer riders niet bij KVK ingeschreven staan of geen BTW in rekening gebracht wordt, dan zou het zo maar kunnen dat Deliveroo hier gewoon een zelfstandigenverklaring voor gaat ontvangen.

Overigens wil het Kabinet wel onderzoeken in hoeverre platformen niet aan de WAADI moeten voldoen, de regelgeving voor uitzenders.

I. Ontwerpen huisstijl, eenmalig.

Een korte opdracht, waarvan duidelijk is dat die expertise niet in huis is en geen wezenlijk onderdeel is van het bedrijf. Dat levert geen tot nauwelijks strafpunten op. Typisch een opdracht waarvoor je eigenlijk helemaal geen webmodule hoeft in te vullen.

J. Columnist van een krant. Al jarenlang, tussen de 4 en 16 uur per week.

Iemand heeft wel unieke kennis, maar geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10), werknemers doen (ongeveer) hetzelfde werk (10), lengte/inzet: 5 punten. 35 punten. Aansprakelijkheid voor vervolgschade van inhoud column kan nog een dingetje zijn (5 punten). Is zo iemand herkenbaar als werkende voor de krant? Tja, kan nog vijf strafpunten opleveren. Komt hij op de redactieborrels? Het is onduidelijk of hier een opdrachtgeversverklaring uit rolt.

Duidelijkheid?

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat het voor interim-professionals, ongeveer 30% van alle zzp’ers, weleens lastig kan worden om aan opdrachten te komen. Zeker als het kenniswerkers zijn die zich nu eenmaal niet makkelijk kunnen laten vervangen. Deze groep, die tijdelijke opdrachten doet, vaak bijna fulltime en langer dan drie maanden, zit veelal in het ‘grijze gebied’. Dat kan opdrachtgevers – net als bij de invoering van de Wet DBA – huiverig maken om hen in te huren op het moment dat de webmodule ook de norm gaat worden voor beoordeling van de arbeidsrelatie.

De combinatie van de vragen over ‘piek/ziek’, wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering en ‘doen werknemers hetzelfde werk’ lijken eigenlijk alle drie naar ongeveer hetzelfde te vragen. Dat leidt er toe dat je ook al snel 30 strafpunten verzamelt.

De opdrachtgeversverklaring lijkt gereserveerd voor die professionals die iets ‘unieks’ doen. Wat anderen in de organisatie niet doen of kunnen. Dat zal voor veel van die 300.000 zelfstandig professionals lastig zijn om hard te maken.

Tenzij de werkzaamheden zo generiek zijn, dat er geen instructies nodig zijn en het simpel is om je vrij te laten vervangen. Zoals pizza’s bezorgen. Met de webmodule lijkt het Deliveroo-spook dus nog niet gevangen.

De vragen (plus uitleg) zijn hier te vinden, de vragen plus wegingsfactoren staan hier onder. 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 17s Reacties