"Exploring the future of work & the freelance economy"

Webmodule uitgesteld. Handhaafmoratorium Wet DBA verlengd. Opt-out voorwaarde strenger.

De invoering van de webmodule loopt vertraging op. De voorwaarde voor een opt-out variant voor hogere tarieven wordt een stuk strenger dan aangekondigd in het regeerakkoord.

De invoering van de webmodule, die onderdeel is van de vervanging van de Wet DBA wordt uitgesteld. “We gaan de datum van 1 januari 2020 niet halen” stelde Staatssecretaris Snel in een toelichting op een brief aan de Kamer. De bewindslieden geven aan dat de ontwikkeling van de webmodule een ingewikkelde puzzel is.  Het verwerken van feedback vanuit opdrachtgevers kost meer tijd.

In de brief zijn de bewindslieden zelfs nog wat voorzichtiger. Ze schrijven: “het kabinet (onderzoekt) in hoeverre een webmodule (…) zekerheid kan geven.”


lees ook:


Vanuit het werkveld is veel kritiek geleverd om conceptversies van de webmodule. Zo blijft er de kritiek, ook geuit bij de BGL (online aanvragen Beschikking Geen Loonheffing, voorgesteld en ingetrokken door Staatssecretaris Weekers) dat het huidige arbeidsrecht eerst duidelijker moet worden, voordat er een webmodule gemaakt kan worden. De verduidelijking met de criteria in het handboek loonheffingen bieden volgens de opdrachtgevers en brancheorganisaties geen uitkomst.

Minister Koolmees maakt echter duidelijk dat een aanpassing van het arbeidsrecht op korte termijn er niet in zit.

Na de zomer gaan de verantwoordelijke bewindslieden Koolmees (SZW) en Snel (FIN) de Kamer meer inzicht geven over de inhoud en voortgang van de webmodule.

Handhavingsmoratorium verlengd

Het huidige moratorium van de handhaving Wet DBA wordt verlengd tot 1 januari 2021. Op die datum moet ook de wetgeving over het minimumtarief (zie hier) gereed moet zijn.

“De Belastingdienst en Inspectie SZW zitten in de tussentijd niet stil” zo schrijven Minister Koolmees en Staatssecretaris Snel aan de Kamer. De mogelijkheden tot handhaven worden aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers hun werkwijze binnen een redelijke termijn niet aanpassen na aanwijzingen van de Belastingdienst. Ook komen er extra mensen beschikbaar om meer toezicht te houden”

Opt-out niveau: opdracht maximaal 1 jaar

Bij zelfstandigen met een tarief van boven de 75 euro komt er de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring aan te vragen. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze al zelfstandig ondernemer gaan werken.

Om de zelfstandigenverklaring te kunnen gebruiken, mag een opdracht niet langer dan een jaar duren. Ook is een inschrijving in de Kamer van Koophandel nodig. Als er aan deze eisen voldaan wordt, lopen opdrachtgever en opdrachtnemer geen risico op naheffingen zoals de loonheffing.

Zelfstandigen met een zelfstandigenverklaring behoeven wel zekerheid over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioen en cao-bepalingen. Dat laatste gaat verder dan wat in het regeerakkoord afgesproken was, maar het kabinet vindt dit nodig om deze zzp’ers en hun opdrachtgevers zoveel mogelijk helderheid te geven.

Tussen opeenvolgende opdrachten bij dezelfde opdrachtgever moet een periode van zes maanden zitten

Anders dan in het regeerakkoord staat, geldt voor deze zelfstandigenverklaring een maximumtermijn van 1 jaar, ook indien het gaat om ‘niet reguliere bedrijfsactiviteiten’. Na een jaar komt de verklaring te vervallen en vervalt dus de zekerheid. Het kabinet kiest er voor om de ‘reguliere bedrijfsactiviteiten’ niet meer als criteria te hanteren omdat dit ‘veel discussie gaat opleveren. Dit zou daarmee leiden tot meer onzekerheid en minder duidelijkheid.’

Ook deze regels moeten per 2021 in gaan.

Onduidelijkheid over ‘regulier bedrijfsactiviteiten’

In hun persconferentie wilden de bewindslieden niet zo ver gaan dat dit criterium ‘reguliere bedrijfsactiviteiten’ ook niet terugkomt in de webmodule. Het handboek loonheffingen spreekt momenteel van werkzaamheden die een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ zijn, als criterium voor aanwezigheid gezag. Wat nu het verschil tussen beiden zijn en waarom ze wel onderdeel zijn van de afweging bij het ‘middensegment’ (16-75 euro) en niet bij de opt-out en minimumtarief, zal nog voer voor discussie zijn de komende maanden.

Een belangrijk punt, zeker voor de naar schatting 400.000 zelfstandige professionals die langer dan 2-3 maanden worden ingehuurd voor een opdracht. In de praktijk blijkt dat juist voor deze groep het buitengewoon lastig is om te bepalen of werkzaamheden nu wel of niet ‘regulier’ zijn of ‘wezenlijk onderdeel’ van de bedrijfsvoering. Een IT’er bij een bedrijf wordt hier als ‘wezenlijk onderdeel’ gezien.

Hier ligt het risico op de loer dat opdrachtgevers, net als bij de Wet DBA, risico’s als gevolg van onduidelijkheid willen vermijden. In de webmodule wordt dit criterium overigens waarschijnlijk geen doorslaggevend ‘knock-out’ criterium maar mogelijk wel een vraag met een zware wegingsfactor.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

11 reacties op dit bericht

  1. De reikwijdte van de opt-out wordt uitgebreid naar een deel van het
    arbeidsrecht en (onder voorwaarden) naar de toepasselijkheid van pensioenen en
    cao’s Dit lees ik niet voor de groep die een verklaring via de webmodule nodig heeft.

    Het verschil in behandeling van iemand met een tarief net onder de 75€ en iemand net daarboven wordt dus nog meer groter en naar mijn mening nog oneerlijker.

    Het lijkt mij zelfs onhoudbaar als het voor de rechter komt.. Tenzij in de webmodule de indicatie omtrent tarief natuurlijk zeer zwaarwegend wordt.

    Zou niet gewoon iedereen met een tarief van 175% van een gebruikelijk uurloon gelijk moeten worden behandeld? Ongeacht of je boven of onder de €75 grens zit.

  2. Waarom heb je het over een groep die langer dan 2-3 maanden wordt ingehuurd? Die tijdsduur is toch helemaal niet relevant.

    Verder is de 75 euro inclusief kosten en ook niet declarabele uren bij die klant. Daar zit de belastingdienst kennende wel een addertje onder het gras.

    • Omdat ik de hoop heb dat opdrachtgevers (en mogelijk de wetgever) gaan vinden dat je voor korte opdrachten deze heisa niet nodig is

  3. Wat is dat toch voor een gekluns van de overheid. Wat een incompetente prutsers. Jaar op jaar wordt aangemodderd en onzekerheid in stand gehouden. Ik krijg sterk het gevoel dat deze vage manier van regelgeving waarbij de overheid altijd achteraf kan beoordelen op vage, arbitraire criteria, het nieuwe normaal wordt. Vooral niet duidelijk zijn en weerstand bieden aan iedereen die de handen uit de mouwen wil steken.

    Mijn advies: kap alles en laat iedereen lekker zelf zijn overeenkomsten regelen, zonder bemoeienis van de overheid. Zonder onderscheid tussen werknemer, werkgever, minimumtarief, maximum tarief, duur van opdracht, ‘regulier werk’, bla bla bla. Al die onzin weg en gewoon lekker ondernemen (en navenant de Belastingpot spekken). Morgen klaar.

    PS: zal Koolmees de reden dat het eindeloos voortmoddert zijn dat Koolmees telkens van adviseur moet wisselen (en opnieuw moet starten) omdat de inhuurtermijn verloopt?

  4. Een soort rijkeluis variant van de VAR is misschien niet erg charmant, maar voor een gedeelte een oplossing voor opdrachtgevers en opdrachtnemers in dit segment, waar in het algemeen de behoefte om te voldoen aan de regels (compliance) groot is.
    De grens van een jaar, met een half jaar ertussen uit (kenden we ook niet iets dergelijks bij tijdelijke arbeidscontracten?) is spannend, zeker voor de langdurige inhuurprojecten (veel in ICT, management en vooral ook bij de overheid aan de orde) maar voor een gedeelte wel werkbaar, denk ik.
    Zo wordt het probleem voor een gedeelte van de markt weer overzichtelijker. Nog een paar van dit soort lapmiddelen en we hebben het probleem van de zzp-er weer net zo in de grip als ten tijde van het bestaan van de VAR.
    Zou straks handhaving zo ver gaan komen, dat artikel 7:610a BW geen dode letter meer is?

    • Bij kwam zelfs de gedachte op dat de opt-out juist vooral is bedoeld is om de overheid niet te belemmeren in hun inhuurbeleid en de overheid niet al te verantwoordelijk te maken in hun voorbeeldrol.

      Zullen we de ‘ rijkeluis variant voor de VAR’ maar gewoon VOO (Vrijwaring Overheid als Opdrachtgever) of zoiets noemen?

  5. We zijn weer terug bij af. Een gemiddeld IT-project duurt langer dan een jaar. Ook bij de overheid. Projectmanagers worden weer HR-managers; hoe houd ik mijn team op sterkte en de opgebouwde kennis binnenboord? Eindeloze reeks van sollicitatiegesprekken. Leuk vooruitzicht.
    Voor mezelf betekent het waarschijnlijk dat ik alleen nog projecten zal opstarten om vervolgens over te dragen. Nooit meer iets afronden wat ik zelf ben begonnen.
    Vreemd genoeg mogen mijn concurrenten, de vaste medewerkers van de grote system-integrators, wel voor lange tijd op een opdracht zitten. Niet bepaald een level-playing field.

  6. Neuh, teveel gedoe zo ’n ZZP-er Makkelijker is een externe in te huren die ik wel langer dan een jaar kan inhuren en die de klus af kan maken.

    • Naast de opt-out kan je aan de bovenkant (boven 75 euro per uur) toch ook nog altijd ervoor kiezen de webmodule in te vullen en zodoende een opdrachtgeversverklaring te verkrijgen, als je verwacht dat de opdracht langer dan een jaar duurt (maar absoluut geen arbeidsrelatie is)?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *